<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR61784_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Strijen 2006</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Strijen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-07-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Strijen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het Kompas, 08-12-2006</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Strijen 2006</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:r:0020031">Wet maatschappelijke ondersteuning</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-11-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Strijen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-42285</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Strijen 2006</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regelgeving wordt
                            verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>W<cursief>et</cursief>: Wet maatschappelijke ondersteuning.</al></li><li nr="b."><al><cursief>Compensatiebeginsel</cursief>: de algemene verplichting
                                    van het gemeentebestuur om personen met aantoonbare beperkingen
                                    op grond van ziekte of gebrek door het treffen van voorzieningen
                                    een gelijkwaardige uitgangspositie te verschaffen zodat zij
                                    zelfredzaam zijn en in staat tot maatschappelijke
                                    participatie.</al></li><li nr="c."><al><cursief>Beperkingen</cursief>: moeilijkheden die een persoon
                                    heeft met het uitvoeren van activiteiten.</al></li><li nr="d."><al><cursief>Persoon met beperkingen</cursief>: een persoon die ten
                                    gevolge van ziekte of gebrek, inclusief chronische psychische en
                                    psychosociale problemen, aantoonbare beperkingen ondervindt bij
                                    het uitvoeren van activiteiten op het gebied van het voeren van
                                    het huishouden, bij het normale gebruik van de woning; bij het
                                    verplaatsen in en om de woning, bij het zich lokaal verplaatsen
                                    per vervoermiddel of bij het ontmoeten van medemensen en het op
                                    basis daarvan aangaan van sociale verbanden.</al></li><li nr="e."><al><cursief>Mantelzorger</cursief>: een persoon, die mantelzorg
                                    verleent als bedoeld in artikel 1, lid 1, onder b. van de
                                    wet.</al></li><li nr="f."><al><cursief>Zelfredzaamheid</cursief>: het lichamelijk,
                                    verstandelijk, geestelijk en financiële vermogen om
                                    voorzieningen te treffen die deelname aan het normale
                                    maatschappelijke verkeer mogelijk maken.</al></li><li nr="g."><al><cursief>Maatschappelijke participatie</cursief>: normale
                                    deelname aan het maatschappelijke verkeer, te weten het voeren
                                    van een huishouden, het normale gebruik van de woning; het zich
                                    in en om de woning verplaatsen; het zich zodanig verplaatsen dat
                                    aansluiting wordt gevonden bij regionale, bovenregionale en
                                    landelijke vervoersystemen; het ontmoeten van andere mensen en
                                    het aangaan en onderhouden van sociale verbanden om op die
                                    manier deel te nemen aan het lokale maatschappelijke leven.</al></li><li nr="h."><al><cursief>Algemene voorziening</cursief>: een voorziening die
                                    wordt geleverd op basis van directe beschikbaarheid, een
                                    beperkte toegangsbeoordeling en die een snelle, regelarme en
                                    adequate oplossing biedt voor de beperkingen die een persoon
                                    ondervindt.</al></li><li nr="i."><al><cursief>Individuele voorziening</cursief>: een voorziening die
                                    individueel wordt aangeboden indien een algemene voorziening
                                    geen adequate oplossing biedt.</al></li><li nr="j."><al><cursief>Eigen bijdrage of eigen aandeel in de kosten</cursief>:
                                    een door het college van burgemeester en wethouders vast te
                                    stellen bijdrage, die bij respectievelijk de verstrekking van
                                    een voorziening in natura, een persoonsgebonden budget (een
                                    eigen bijdrage) of een financiële tegemoetkoming (een eigen
                                    aandeel) betaald moet worden en waarop de regels van het Besluit
                                    maatschappelijke ondersteuning van toepassing zijn.</al></li><li nr="k."><al><cursief>Voorziening in </cursief><cursief>natura</cursief>: een
                                    voorziening die in eigendom, in bruikleen, in huur of in de vorm
                                    van persoonlijke dienstverlening wordt verstrekt.</al></li><li nr="l."><al><cursief>Persoonsgebonden budget</cursief>: een geldbedrag
                                    waarmee de aanvrager één of meer aan hem te verlenen
                                    voorzieningen kan verwerven en waarop de in deze verordening en
                                    het Besluit maatschappelijke ondersteuning te stellen regels van
                                    toepassing zijn.</al></li><li nr="m."><al><cursief>Financiële tegemoetkoming</cursief>: een tegemoetkoming
                                    in de kosten van een voorziening welke kan worden afgestemd op
                                    het inkomen van de aanvrager.</al></li><li nr="n."><al><cursief>Algemeen gebruikelijk</cursief>: naar geldende
                                    maatschappelijke normen tot het gangbare gebruiks- dan wel
                                    bestedingspatroon van een persoon als de aanvrager
                                    behorend.</al></li><li nr="o."><al><cursief>Mee</cursief><cursief>rkosten</cursief>: kosten van een
                                    mogelijk krachtens de wet te verlenen voorziening, voorzover dit
                                    deel van de kosten uitgaat boven voor die persoon als algemeen
                                    gebruikelijk te beschouwen kosten van een dergelijke
                                    voorziening.</al></li><li nr="p."><al><cursief>Besparingsbijdrage</cursief>: een door de aanvrager te
                                    betalen bijdrage, gelijk aan het bedrag dat ten gevolge van de
                                    verstrekking van een voorziening door de aanvrager wordt
                                    bespaard omdat deze verstrekte voorziening een algemeen
                                    gebruikelijke voorziening vervangt of kan vervangen.</al></li><li nr="q."><al><cursief>Huisgenoot</cursief>: iedere meerderjarige met wie de
                                    aanvrager duurzaam gemeenschappelijk een woning bewoont.</al></li><li nr="r."><al><cursief>Budgethouder</cursief>: een persoon aan wie ingevolge
                                    deze verordening een persoons-gebonden budget is toegekend en
                                    die aan het college verantwoording verschuldigd is over de
                                    besteding van het persoonsgebonden budget.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een voorziening kan slechts worden toegekend voor zover deze:</al><lijst><li nr="a."><al>langdurig noodzakelijk is om de beperkingen op het gebied
                                        van het voeren van het huishouden, het verplaatsen in en om
                                        de woning, het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel en
                                        bij het ontmoeten van medemensen en op basis daarvan sociale
                                        verbanden aangaan op te heffen of te verminderen;</al></li><li nr="b."><al>naar objectieve maatstaven gemeten, als de goedkoopst
                                        adequate voorziening kan worden aangemerkt;</al></li><li nr="c."><al>in overwegende mate op het individu is gericht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Geen voorziening wordt toegekend:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de voorziening voor een persoon als de aanvrager
                                        algemeen gebruikelijk is;</al></li><li nr="b."><al>indien de aanvrager niet woonachtig is in de gemeente
                                        Strijen;</al></li><li nr="c."><al>voor zover de ondervonden problemen bij het normale gebruik
                                        van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning
                                        gebruikte materialen;</al></li><li nr="d."><al>voor zover de aangevraagde voorzieningen betrekking hebben
                                        op een hoger niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale
                                        woningbouw;</al></li><li nr="e."><al>voor zover er aan de zijde van de aanvrager geen sprake is
                                        van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie
                                        voorafgaand aan het optreden van de beperkingen waarvoor de
                                        voorziening wordt aangevraagd;</al></li><li nr="f."><al>voorzover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de
                                        aanvrager voorafgaand aanhet moment van beschikken heeft
                                        gemaakt;</al></li><li nr="g."><al>indien een voorziening als die waarop de aanvraag betrekking
                                        heeft reeds eerder krachtens deze, dan wel krachtens de aan
                                        deze verordening voorafgaande Verordening voorzieningen
                                        gehandicapten is verstrekt en de normale
                                        afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet is
                                        verstreken, tenzij de eerder vergoede of versterkte
                                        voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden
                                        die niet aan de aanvrager zijn toe te rekenen.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Vorm van te verstrekken individuele voorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Keuzevrijheid</titel></kop><al>Een individuele voorziening kan verstrekt worden in natura, als
                            financiële tegemoetkoming en als Persoonsgebonden budget. Het college
                            stelt aan de hand van de, in het Besluit maatschappelijke ondersteuning
                            gemeente Strijen neergelegde, criteria vast in welke situaties de bij
                            wet verplichte keuze tussen een voorziening in natura en een
                            persoonsgebonden budget niet wordt geboden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Voorziening in natura</titel></kop><al>Indien een voorziening in natura wordt verstrekt wordt een
                            bruikleenovereenkomst, huurovereenkomst of dienstverleningsovereenkomst
                            tussen de leverancier en de aanvrager afgesloten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Financiële tegemoetkoming</titel></kop><al>Bij verstrekking van een financiële tegemoetkoming worden de
                            toepasselijke voorwaarden zoals genoemd in het Besluit maatschappelijke
                            ondersteuning gemeente Strijen in de beschikking opgenomen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Persoonsgebonden budget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op het persoonsgebonden budget zoals genoemd in artikel 6
                                        van de wet, zijn de volgende voorwaarden van
                                        toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>een persoonsgebonden budget wordt alleen verstrekt
                                                ten aanzien van individuele voorzieningen;</al></li><li nr="b."><al>de omvang van het persoonsgebonden budget is de
                                                tegenwaarde van de in de betreffende situatie
                                                goedkoopst adequate te verstrekken voorziening in
                                                natura, indien nodig aangevuld met een vergoeding
                                                voor instandhoudingkosten, zoals vastgelegd in het
                                                Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente
                                                Strijen;</al></li><li nr="c."><al>de wijze waarop het persoonsgebonden budget wordt
                                                vastgesteld wordt door het college vastgelegd in het
                                                Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente
                                                Strijen;</al></li><li nr="d."><al>een persoonsgebonden budget wordt verstrekt voor de
                                                periode waarvoor de indicatie geldt doch maximaal
                                                voor één kalenderjaar;</al></li><li nr="e."><al>een voorziening aangeschaft met een persoonsgebonden
                                                budget kan, zodra deze voorziening niet meer
                                                gebruikt wordt, onder verrekening van eventueel
                                                ingebrachte eigen middelen, door het college worden
                                                opgehaald en voor herverstrekking beschikbaar
                                                gesteld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De toekenning van het te verstrekken persoonsgebonden budget, de
                                omvang en de looptijd ervan worden bij beschikking vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de beschikking wordt een program van eisen verstrekt waarin
                                aangegeven is aan welke vereisten de met het persoonsgebonden budget
                                te verwerven voorziening dient te voldoen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Na verzending van de beschikking wordt het persoonsgebonden budget
                                ter beschikking gesteld zoals vastgelegd in de, in het Besluit
                                maatschappelijke ondersteuning gemeente Strijen neergelegde,
                                criteria.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><lijst><li nr="a."><al> Na aanschaf van de hulpmiddelen waarvoor het
                                        persoonsgebonden budget verstrekt is, dan wel na afloop van
                                        de periode waarop het persoonsgebonden budget van toepassing
                                        is, wordt aan het college door de budgethouder, voor zover
                                        van toepassing, verstrekt: </al><lijst><li nr="a."><al>de nota/factuur van de aangeschafte voorziening;</al></li><li nr="b."><al>een betalingsbewijs van de aangeschafte voorziening;</al></li><li nr="c."><al>een overzicht van de salarisadministratie;</al></li></lijst><al>volgens de voorschriften zoals door het college in het Besluit
                                maatschappelijke ondersteuning gemeente Strijen opgenomen. </al></li><li nr="b."><lijst><li nr="1."><al> de budgethouder overlegt voor de eerste uitbetaling van
                                        (een deel van) het toegekende persoonsgebonden budget ten
                                        behoeve van hulp bij het huishouden een kopie van de
                                        overeenkomst welke is afgesloten met de persoon die hulp bij
                                        het huishouden gaat verlenen;</al></li><li nr="2."><al>de budgethouder is verplicht om op verzoek van het college
                                        schriftelijk verantwoording af te leggen over de besteding
                                        van het toegekende persoonsgebonden budget ten behoeve van
                                        hulp bij het huishouden.</al></li><li nr="3."><al>bij een persoonsgebonden budget ten behoeve van hulp bij het
                                        huishouden en vervoer gaat het college steekproefsgewijs na
                                        of het verstrekte persoonsgebonden budget besteed is aan het
                                        doel waarvoor het verstrekt is. De budgethouder is verplicht
                                        de daarvoor noodzakelijke stukken, zoals genoemd in het
                                        Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Strijen, op
                                        verzoek van het college per omgaande te verstrekken.</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><lijst><li nr="a."><al> Na ontvangst van de lid 5 sub a genoemde bescheiden wordt
                                        door het college beoordeeld of er aanleiding bestaat het
                                        persoonsgebonden budget geheel of ten dele terug te vorderen
                                        of te verrekenen. </al></li><li nr="b."><al>Na ontvangst van de in lid 5 sub b bedoelde bescheiden wordt
                                        door het college beoordeeld of er aanleiding bestaat het
                                        persoonsgebonden budget geheel of ten dele terug te vorderen
                                        of te verrekenen.</al></li><li nr="c."><al>Alvorens het college een besluit neemt tot geheel of ten
                                        dele terugvorderen van het persoonsgebonden budget, wordt de
                                        budgethouder in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze
                                        kenbaar te maken aan het college over het voorgenomen
                                        besluit van het college tot het geheel of ten dele
                                        terugvorderen van het persoons gebonden budget </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Eigen bijdragen en eigen aandeel</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Bij het verstrekken van individuele voorzieningen op grond van
                                    de wet is de aanvrager een eigen bijdrage verschuldigd of wordt
                                    de financiële tegemoetkoming afgestemd op het inkomen. De
                                    gemeenteraad stelt de omvang van de eigen bijdrage en het eigen
                                    aandeel vast, die het college opneemt in het Besluit
                                    maatschappelijke ondersteuning Strijen;</al></li><li nr="b."><al>De omvang van de eigen bijdrage bij de hulp bij het huishouden
                                    wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 4.1 lid 1 van de
                                    Algemene Maatregel van Bestuur Besluit maatschappelijke
                                    ondersteuning;</al></li><li nr="c."><al>Het inkomen wordt overeenkomstig de bepalingen van de Algemene
                                    Maatregel van Bestuur Besluit maatschappelijke ondersteuning
                                    vastgesteld;</al></li><li nr="d."><al>Aan de eigen bijdrage voor Hulp bij het huishouden is een
                                    begrenzing vastgesteld overeenkomstig artikel 16d van het
                                    Bijdragebesluit zorg.</al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Hulp bij het huishouden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Vormen van hulp bij het huishouden</titel></kop><al>De door het college, ter compensatie van beperkingen ten gevolge van
                            ziekte of gebrek bij het voeren van een huishouden, te verstrekken
                            voorziening kan bestaan uit: </al><lijst><li nr="a."><al>een algemene voorziening waaronder algemene hulp bij het
                                    huishouden;</al></li><li nr="b."><al>hulp bij het huishouden in natura;</al></li><li nr="c."><al>een persoonsgebonden budget te besteden aan hulp bij het
                                    huishouden;</al></li><li nr="d."><al>een financiële tegemoetkoming voor de vergoeding van een
                                    arbeidsverhouding als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de
                                    Wet op de loonbelasting 1964.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Primaat van de algemene hulp bij het huishouden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel
                                4, 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 8 onder a. vermelde
                                voorziening in aanmerking worden gebracht indien:</al><lijst><li nr="a."><al>aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek
                                        of</al></li><li nr="b."><al>problemen bij het uitvoeren van de mantelzorg</al></li></lijst><al>het zelf uitvoeren van een of meer huishoudelijke taken onmogelijk
                                maken en de algemene hulp bij het huishouden dit snel en adequaat
                                kan oplossen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel
                                4, 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 8 onder b. en c.
                                vermelde voorzieningen in aanmerking worden gebracht als:</al><lijst><li nr="a."><al>de in artikel 8 onder a. genoemde voorziening een
                                        onvoldoende oplossing biedt of</al></li><li nr="b."><al>niet beschikbaar is.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Gebruikelijke zorg</titel></kop><al>In afwijking van het gestelde in artikel 9 komt een persoon als bedoeld
                            in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 4, 5 en 6 van de wet niet
                            in aanmerking voor hulp bij het huishouden als tot de leefeenheid waar
                            deze persoon deel van uitmaakt een of meer huisgenoten behoren die wel
                            in staat zijn het huishoudelijk werk te verrichten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Omvang van de hulp bij het huishouden</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>De hulp bij het huishouden is in drie categorieën opgesplitst:</al><lijst><li nr="1."><al>alleen schoonmaakwerkzaamheden (Hbh1);</al></li><li nr="2."><al>schoonmaakwerkzaamheden met andere (lichte) ondersteuning in
                                        de organisatie van de huishouding (Hbh2); 3.
                                        schoonmaakwerkzaamheden met ondersteuning binnen een
                                        ontregelde huishouding (Hbh3).</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de omvang van de hulp bij het huishouden wordt vastgesteld op basis
                                van de handreiking normering hulp bij het huishouden en de
                                protocollen “Gebruikelijke zorg” en “Indicatiestelling voor
                                huishoudelijke verzorging”. De omvang wordt aangegeven in de vorm
                                van een aantal minuten of uren hulp bij het huishouden per
                                week.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Omvang van het persoonsgebonden budget</titel></kop><al>De omvang van het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld op basis van
                            het aantal toegekende uren (of minuten) hulp bij het huishouden per week
                            en op basis van een uurtarief van de van toepassing zijnde categorie dat
                            jaarlijks door het college wordt vastgesteld en vastgelegd in het
                            Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Strijen. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Woonvoorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Vormen van woonvoorzieningen</titel></kop><al>De door het college, ter compensatie van beperkingen bij het voeren van
                            een huishouden, te verstrekken woonvoorziening kan bestaan uit: </al><lijst><li nr="a."><al>een algemene woonvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>een woonvoorziening in natura;</al></li><li nr="c."><al>een persoonsgebonden budget te besteden aan een
                                    woonvoorziening;</al></li><li nr="d."><al>een financiële tegemoetkoming in de kosten van een
                                    woonvoorziening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Primaat algemene woonvoorzieningen en recht op individuele
                                woonvoorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel
                                5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 13, onder a. vermelde
                                voorziening in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare
                                beperkingen op grond van ziekte of gebrek een aanpassing aan de
                                woning noodzakelijk maken en de algemene woonvoorziening dit snel en
                                adequaat kan oplossen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel
                                5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 13, onder b. c. en d.
                                vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien de in het
                                vorige lid genoemde oplossing niet aanwezig is of niet tot een
                                snelle en adequate oplossing leidt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Soorten individuele woonvoorzieningen</titel></kop><al>De in artikel 13 onder b., c. en d. genoemde voorzieningen kunnen
                            bestaan uit: </al><lijst><li nr="a."><al>een tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten;</al></li><li nr="b."><al>een bouwkundige of woontechnische woonvoorziening;</al></li><li nr="c."><al>een niet bouwkundige of niet woontechnische
                                    woonvoorziening;</al></li><li nr="d."><al>een uitraasruimte.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Primaat van de verhuizing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel
                                5 en 6 van de wet kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 15
                                onder a. in aanmerking worden gebracht wanneer aantoonbare
                                beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek het normale gebruik van
                                de woning belemmeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel
                                5 en 6 van de wet kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 15
                                onder b. en c. in aanmerking worden gebracht wanneer de in het
                                eerste lid genoemde voorziening niet mogelijk is of niet de
                                goedkoopst adequate voorziening is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel
                                5 en 6 van de wet kan voor een voorziening als bedoeld in artikel
                                15, onder d. in aanmerking worden gebracht wanneer sprake is van een
                                op basis van aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek
                                aanwezige gedragsstoornis met ernstig ontremd gedrag tot gevolg,
                                waarbij alleen het zich kunnen afzonderen kan leiden tot een
                                situatie waarin deze persoon tot rust kan komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Primaat van de losse woonunit</titel></kop><al>Indien een bouwkundige woonvoorziening bestaat uit een aanbouw aan of
                            een aanzienlijke verbouwing van een woning die niet het eigendom is van
                            een verhuurder, die bereid is de aangepaste woning blijvend ter
                            beschikking te stellen van personen die op basis van aantoonbare
                            beperkingen ten gevolge van ziekte of gebrek behoefte hebben aan een
                            dergelijke woning, zal het college een herplaatsbare losse woonunit
                            verstrekken indien daartegen geen bezwaren van overwegende aard bestaan.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Uitsluitingen</titel></kop><al>De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op het treffen
                            van voorzieningen aan hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters,
                            tweede woningen, vakantiewoningen, recreatiewoningen, kamerverhuur en
                            specifiek op gehandicapten en ouderen gerichte woongebouwen voor wat
                            betreft voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten of voorzieningen die
                            bij nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen
                            kunnen worden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Hoofdverblijf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een woonvoorziening wordt slechts verleend indien de aanvrager zijn
                                hoofdverblijf heeft of zal hebben in de woonruimte waaraan de
                                voorziening wordt getroffen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het gestelde in het eerste lid kan een
                                woonvoorziening getroffen worden voor het bezoekbaar maken van één
                                woonruimte indien de aanvrager zijn hoofdverblijf heeft in een
                                AWBZ-instelling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanvraag voor het bezoekbaar maken wordt ingediend in de gemeente
                                waar de aan te passen woning staat.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De woonvoorziening betreft slechts het bezoekbaar maken van de in
                                het tweede lid bedoelde woonruimte met een door het college in het
                                Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Strijen vast te
                                leggen maximumbedrag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Onder bezoekbaar maken wordt uitsluitend verstaan dat de aanvrager
                                de woonruimte, de woonkamer en een toilet kan bereiken.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In afwijking van het vijfde lid kan voor een gehandicapte, die zijn
                                hoofdverblijf heeft in een AWBZ-inrichting en die jonger is dan 18
                                jaar, onder bezoekbaar maken ook verstaan worden het kunnen bereiken
                                van een slaapkamer.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid kan voor een gehandicapte met
                                gescheiden ouders, die zijn hoofdverblijf heeft in een AWBZ
                                inrichting en die jonger is dan 18 jaar, een tweede woonruimte
                                bezoekbaar gemaakt worden als bedoeld in lid 5.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid kan voor een gehandicapte met
                                gescheiden ouders met co-ouderschap, die zijn hoofdverblijf heeft in
                                een AWBZ-inrichting en die jonger is dan 18 jaar, een tweede
                                woonruimte bezoekbaar gemaakt worden zoals bedoeld in lid 6.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Beperkingen</titel></kop><al>De aanvraag voor een woonvoorziening als bedoeld in dit hoofdstuk wordt
                            geweigerd indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is
                                    van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het
                                    normale gebruik van de woning ten gevolg van ziekte of gebrek
                                    geen aanleiding bestond en er geen andere belangrijke reden
                                    aanwezig was;</al></li><li nr="b."><al>de aanvrager niet is verhuisd naar de voor zijn of haar
                                    beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning,
                                    tenzij daarvoor tevoren schriftelijk toestemming is verleend
                                    door het college;</al></li><li nr="c."><al>deze betrekking heeft op voorzieningen in gemeenschappelijke
                                    ruimten anders dan automatische deuropeners, hellingbanen en
                                    extra trapleuningen;</al></li><li nr="d."><al>de woonvoorziening aangevraagd wordt op een moment dat op basis
                                    van leeftijd, gezinssituatie of woonsituatie te voorzien was dat
                                    deze voorziening noodzakelijk zou zijn en er geen sprake is van
                                    een onverwacht optredende noodzaak;</al></li><li nr="e."><al>de aanvrager voor het eerst zelfstandig gaat wonen, verhuisd is
                                    vanuit of naar een woonruimte die niet geschikt is het gehele
                                    jaar door bewoond te worden, verhuisd is naar een
                                    AWBZ-instelling of een andere instelling gericht op het
                                    verstrekken van zorg, of er in de verlaten woonruimte geen
                                    problemen met het normale gebruik van de woning zijn
                                    ondervonden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Terugbetaling bij verkoop</titel></kop><al>De eigenaar-bewoner, die krachtens deze verordening een woonvoorziening
                            heeft ontvangen van meer dan het in het Besluit maatschappelijke
                            ondersteuning Strijen vastgestelde bedrag, dient bij verkoop van deze
                            woning binnen een periode van 7 jaar na gereedmelding van de
                            voorziening, deze verkoop van de woning onverwijld aan het college te
                            melden. De financiële tegemoetkoming voor de aanpassing aan de woning
                            dient volgens het in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente
                            Strijen door het college vastgelegde afschrijvingsschema te worden
                            terugbetaald. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Vormen van vervoersvoorzieningen</titel></kop><al>De door het college, ter compensatie van beperkingen bij het zich lokaal
                            verplaatsen te verstrekken voorziening kan bestaan uit: </al><lijst><li nr="a."><al>een algemene voorziening waaronder een collectieve
                                    vervoersvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>een vervoersvoorziening in natura;</al></li><li nr="c."><al>een persoonsgebonden budget te besteden aan een
                                    vervoersvoorziening.</al></li><li nr="d."><al>een financiële tegemoetkoming op declaratiebasis in het geval de
                                    vervoersbehoefte niet is vast te stellen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Het recht op een algemene voorziening</titel></kop><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5
                            en 6 van de wet kan voor de in artikel 22 onder a. vermelde voorziening
                            in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare beperkingen op grond
                            van ziekte of gebrek: </al><lijst><li nr="a."><al>het gebruik van het openbaar vervoer of</al></li><li nr="b."><al>het bereiken van het openbaar vervoer onmogelijk maken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Het primaat van het collectief vervoer</titel></kop><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel 5
                            en 6 van de wet kan voor de in artikel 22, onder b. en c. vermelde
                            voorziening in aanmerking worden gebracht wanneer: </al><lijst><li nr="a."><al>aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek het
                                    gebruik van een collectief systeem als bedoeld in artikel 22,
                                    onder a., onmogelijk maken dan wel</al></li><li nr="b."><al>een collectief systeem als bedoeld in artikel 22, onder a., niet
                                    aanwezig is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Algemeen gebruikelijke vervoersvoorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het inkomen van een ongehuwde persoon of het gezamenlijk
                                inkomen van gehuwde personen meer bedraagt dan 1,5 maal in het
                                Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Strijen voor de
                                diverse categorieën genoemde inkomensgrenzen, wordt het bezit van
                                een personenauto algemeen gebruikelijk geacht, zodat een auto of een
                                met een auto vergelijkbare voorziening en de daarmee samenhangende
                                gebruiks- en onderhoudskosten niet in aanmerking komen voor
                                verstrekking of vergoeding.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het gestelde in lid 1 kan een gedeeltelijke
                                verstrekking of vergoeding worden toegekend, indien het inkomen meer
                                bedraagt dan 1,5 maal maar minder of gelijk aan 1,7 maal de in lid 1
                                bedoelde inkomensgrenzen, volgens de voorschriften zoals door het
                                college in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente
                                Strijen is opgenomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Omvang in gebied en in kilometers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de te verstrekken vervoersvoorziening wordt ten aanzien van de
                                vervoersbehoefte ten behoeve van de maatschappelijke participatie
                                uitsluitend rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe
                                woon- en leefomgeving in het kader van het leven van alledag, tenzij
                                zich een uitzonderingssituatie voordoet waarbij het gaat om een
                                bovenregionaal contact, dat uitsluitend door de aanvrager zelf
                                bezocht kan worden, terwijl het bezoek voor de aanvrager
                                noodzakelijk is om dreigende vereenzaming te voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het beoordelen van de vervoersbehoefte wordt rekening gehouden
                                met:</al><lijst><li nr="a."><al>de leeftijd;</al></li><li nr="b."><al>de woonsituatie;</al></li><li nr="c."><al>het gebruik van andere vervoersvoorzieningen;</al></li><li nr="d."><al>extreem hoge vervoersbehoefte.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De te verstrekken vervoersvoorziening zal maatschappelijke
                                participatie door middel van lokale verplaatsingen een omvang per
                                jaar van 1.500 kilometer met een bandbreedte tot 2.000 kilometer
                                mogelijk maken tenzij de vervoersbehoefte door omstandigheden zoals
                                bedoeld in lid 2 daarop van invloed is.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Verplaatsen in en rond de woning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Vormen van rolstoelvoorzieningen</titel></kop><al>De door het college, ter compensatie van beperkingen bij het verplaatsen
                            in en om de woning dan wel voor sportbeoefening te verstrekken
                            voorziening kan bestaan uit: </al><lijst><li nr="a."><al>een algemene voorziening waaronder een algemene
                                    rolstoelvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>een rolstoelvoorziening in natura;</al></li><li nr="c."><al>een persoonsgebonden budget te besteden aan een
                                    rolstoelvoorziening;</al></li><li nr="d."><al>een persoonsgebonden budget te besteden aan een
                                    sportrolstoel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Primaat algemene rolstoelvoorziening bij incidenteel
                                rolstoelgebruik en sportrolstoel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g.,
                                onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 27, onder a.
                                vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien
                                aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek incidenteel
                                zittend verplaatsen in en rond de woning noodzakelijk maken en
                                hulpmiddelen die verstrekt worden op grond van de Algemene Wet
                                Bijzondere Ziektekosten of een andere wettelijke regeling geen
                                adequate oplossing bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g.,
                                onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 27, onder b. en
                                c. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien
                                aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek dagelijks
                                zittend verplaatsen in en om de woning noodzakelijk maken en
                                hulpmiddelen die verstrekt worden op grond van de Algemene Wet
                                Bijzondere Ziektekosten of een andere wettelijke regeling geen
                                adequate oplossing bieden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g. onderdeel
                                5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 27, onder d. vermelde
                                voorziening in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare
                                beperkingen op grond van ziekte of gebrek sportbeoefening zonder
                                sportrolstoel onmogelijk maken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Aanspraak op rolstoelvoorzieningen voor AWBZ-bewoners</titel></kop><al>In uitzondering op het gestelde in artikel 28, lid 2. komt een persoon
                            die verblijft in een op grond van artikel 5 van de Wet toelating
                            zorginstellingen erkende instelling uitsluitend voor een rolstoel in
                            aanmerking indien hij geen recht heeft op een rolstoel, verstrekt op
                            grond van de AWBZ. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7.</nr><titel>Het verkrijgen van voorzieningen en het motiveren van
                            besluiten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel>Gebruik aanvraagformulier</titel></kop><al>Een aanvraag dient te worden ingediend door middel van een door het
                            college ter beschikking gesteld formulier. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31.</nr><titel>Relatie met de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
                                (AWBZ)</titel></kop><al>De aanvraag moet worden ingediend bij het gemeentehuis van Strijen.
                            Zowel aanvragen voor voorzieningen inzake de wet alsook aanvragen zorg
                            inzake de AWBZ kunnen worden ingediend. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32.</nr><titel>Inlichtingen, onderzoek, advies en beschikking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor
                                de beoordeling van het recht op een voorziening, degene door wie een
                                aanvraag is ingediend:</al><lijst><li nr="a."><al>op te roepen in persoon te verschijnen op een door het
                                        college te bepalen plaats en tijdstip en hem te
                                        ondervragen;</al></li><li nr="b."><al>op een door het college te bepalen plaats en tijdstip door
                                        een of meer daartoe aangewezen deskundigen te doen
                                        ondervragen en/of onderzoeken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college vraagt aan de GGD om advies indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de gevraagde voorziening om medische redenen wordt
                                        afgewezen;</al></li><li nr="b."><al>het college dat overigens gewenst vindt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een aanvrager is verplicht aan het college of de door hem aangewezen
                                adviesinstantie die gegevens te verschaffen of te doen verschaffen
                                die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de advisering zoals genoemd in het eerste lid wordt door de
                                adviseur gebruik gemaakt van de systematiek zoals neergelegd in de
                                International Classification of Functions, Disabilities and
                                Impairments, de zogenaamde ICF classificatie.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De beschikking vermeldt op welke wijze de genomen beschikking
                                bijdraagt aan het behouden en bevorderen van de zelfredzaamheid en
                                de normale maatschappelijke participatie van mensen met een
                                beperking of een chronisch psychisch probleem en van mensen met een
                                psychosociaal probleem.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33.</nr><titel>Samenhangende afstemming</titel></kop><al>Het college legt in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente
                            Strijen regels vast omtrent de wijze waarop de verkrijging van
                            individuele voorzieningen samenhangend wordt afgestemd op de situatie
                            van de aanvrager. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34.</nr><titel>Wijzigingen in de situatie</titel></kop><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een voorziening is verstrekt,
                            is verplicht aan burgemeester en wethouders terstond mededeling te doen
                            van feiten en omstandigheden, waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn
                            dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op een voorziening, de
                            hoogte van financiële tegemoetkomingen en/of het verstrekken van
                            voorzieningen in natura. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35.</nr><titel>Intrekking van een voorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een besluit, genomen op grond van deze verordening,
                                geheel of gedeeltelijk intrekken indien:</al><lijst><li nr="a."><al>niet is voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens
                                        deze verordening;</al></li><li nr="b."><al>op grond van gegevens beschikt is en gebleken is dat de
                                        gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens
                                        bekend geweest, een andere beslissing zou zijn genomen.</al></li><li nr="c."><al>feiten en omstandigheden gewijzigd zijn en van invloed zijn
                                        op het recht op een voorziening, de hoogte van een
                                        financiële tegemoetkoming, het verstrekken van voorzieningen
                                        in natura en/of de voorwaarden en verplichtingen die
                                        verbonden zijn aan het verlenen van een voorziening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een besluit tot verlening van een financiële tegemoetkoming of een
                                persoonsgebonden budget kan worden ingetrokken indien blijkt dat de
                                tegemoetkoming of het budget binnen zes maanden na uitbetaling niet
                                is aangewend voor de bekostiging van het middel waarvoor de
                                verlening heeft plaatsgevonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36.</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ingeval een voorziening is ingetrokken kan op basis daarvan reeds
                                uitbetaalde financiële tegemoetkoming, persoonsgebonden budget of de
                                van toepassing zijnde kosten van de voorziening worden
                                teruggevorderd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In geval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is
                                ingetrokken kan deze voorziening worden teruggevorderd indien de
                                voorziening is verleend op basis van valselijk of onjuiste
                                verstrekte gegevens. </al><al>Als bij het intrekken van een beschikking blijkt dat ten onrechte
                                een voorziening is verstrekt of een te hoge financiële
                                tegemoetkoming is betaald, dan kunnen burgemeester en wethouders in
                                natura terugvorderen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager
                            afwijken van de bepalingen van deze verordening, indien toepassing van
                            de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38.</nr><titel>Indexering</titel></kop><al>Het college kan jaarlijks per 1 januari de in het kader van deze
                            verordening en het op deze verordening berustende Besluit
                            maatschappelijke ondersteuning gemeente Strijen geldende bedragen
                            verhogen of verlagen conform de ontwikkelingen van de prijsindex volgens
                            het Centraal Bureau voor de Statistiek. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39.</nr><titel>Evaluatie</titel></kop><al>Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt eenmaal per vier jaar
                            geëvalueerd. Indien de evaluatie daartoe aanleiding geeft wordt deze
                            verordening aangepast. Het college zendt hiertoe telkens na vier jaar na
                            de inwerkingtreding van de verordening aan de gemeenteraad een verslag
                            over de doeltreffendheid en de effectiviteit van de verordening in de
                            praktijk. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang 1 januari 2007.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: </al><al>Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Strijen 2006. </al><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van de gemeente
                        Strijen,</ondertekening><ondertekening>Gehouden op 28 november 2006,</ondertekening><ondertekening>De griffier, de voorzitter</ondertekening><ondertekening>M.A. Bourdrez J.P.M. Klijs</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label/></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Strijen/i17159.pdf">Toelichting Verordening mo Strijen 2006 (170Kb)</extref></al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>