<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR61762_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Venlo</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Venlo</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">E3-journaal, 03-01-2001</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20het%20primair%20onderwijs">Wet op het primair onderwijs </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20expertisecentra">Wet op de expertisecentra </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20het%20voortgezet%20onderwijs">Wet op het voortgezet onderwijs </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet">Gemeentewet </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2001-01-02</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2001-01-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BV/2484 (map I en II), BV/2389, BV/3249, BV/7293, BV/10670, BV/13397 BV/19049</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Gelet op de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20tot%20samenvoeging%20van%20de%20gemeenten%20Venlo%2C%20Tegelen%20en%20Belfeld">Wet tot samenvoeging van de gemeenten Venlo, Tegelen en
                            Belfeld</extref>.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 1 Begripsbepalingen</titel></kop><structuurtekst><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>minister: de minister van Onderwijs, Cultuur en
                                        Wetenschappen;</al></li><li nr="b."><al>bevoegd gezag: bevoegd gezag van een volgens de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20het%20primair%20onderwijs">Wet op het primair onderwijs</extref>, de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20expertisecentra">Wet op de expertisecentra</extref> en de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20het%20voortgezet%20onderwijs">Wet op het voortgezet onderwijs</extref> bekostigde
                                        openbare of bijzondere school, die geheel of gedeeltelijk
                                        gehuisvest is in een gebouw dat zich bevindt op het
                                        grondgebied van de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>school: school voor basisonderwijs, school voor (voortgezet)
                                        speciaal onderwijs en school voor voortgezet onderwijs;</al></li><li nr="d."><al>- school voor basisonderwijs: een basisschool of een
                                        speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20het%20primair%20onderwijs/article=1%20">artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs</extref>; </al><lijst><li nr="-"><al>school voor (voortgezet) speciaal onderwijs: een
                                                school voor speciaal onderwijs of een school voor
                                                speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als
                                                bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20expertisecentra/article=1%20">artikel 1 van de Wet op de
                                                  expertisecentra</extref>, een instelling voor
                                                speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als
                                                bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20expertisecentra/article=9%20">artikel 9 van de Wet op de
                                                  expertisecentra</extref> en een school voor
                                                voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20expertisecentra/article=1">artikel 1 van de Wet op de
                                                  expertisecentra</extref>;</al></li><li nr="-"><al>school voor voortgezet onderwijs: school of
                                                scholengemeenschap voor voorbereidend
                                                wetenschappelijk onderwijs voor hoger en middelbaar
                                                algemeen voortgezet onderwijs, voor voorbereidend
                                                beroepsonderwijs en voor praktijkonderwijs als
                                                bedoeld <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20het%20voortgezet%20onderwijs/article=1">in artikel 1</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20het%20voortgezet%20onderwijs/article=2">2</extref> en 5 van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20het%20voortgezet%20onderwijs">Wet op het voortgezet onderwijs</extref>;</al></li></lijst></li><li nr="e."><al>nevenvestiging: deel van een school dat door de minister
                                        ingevolge <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20het%20primair%20onderwijs/article=85">artikel 85 van de Wet op het primair
                                        onderwijs</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20de%20expertisecentra/article=76a">artikel 76a</extref> of <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20expertisecentra/article=76b">artikel 76b van de Wet op de expertisecentra</extref>,
                                        artikel X van de wet van 31 mei 1995 (Stb. 319) of <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20het%20voortgezet%20onderwijs/article=75%20">artikel 75 van de Wet op het voortgezet
                                            onderwijs</extref> voor bekostiging in aanmerking is
                                        gebracht;</al></li><li nr="f."><al>voorziening: een van de voorzieningen in de huisvesting als
                                        bedoeld in artikel 2 van deze verordening;</al></li><li nr="g."><al>programma: het programma als bedoeld in artikel 12 van deze
                                        verordening;</al></li><li nr="h."><al>overzicht: het overzicht van de niet in het kader van de
                                        vaststelling van het programma ingewilligde aanvragen als
                                        bedoeld in artikel 13 van deze verordening;</al></li><li nr="i."><al>aanvrager: het bevoegd gezag dat een aanvraag voor
                                        bekostiging van een voorziening of voor bekostiging van
                                        bouwvoorbereiding van een voorziening als bedoeld in artikel
                                        25 van deze verordening heeft ingediend;</al></li><li nr="j."><al>aanvraag: verzoek om bekostiging van een voorziening of om
                                        bekostiging van bouwvoorbereiding;</al></li><li nr="k."><al>voor blijvend gebruik bestemde voorziening: voorziening in
                                        de huisvesting die, volgens de uitkomst van de prognose als
                                        bedoeld in bijlage II van deze verordening, 15 jaren of
                                        langer noodzakelijk is;</al></li><li nr="l."><al>voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening: voorziening in
                                        de huisvesting die, volgens de uitkomst van de prognose als
                                        bedoeld in bijlage II van deze verordening, niet langer dan
                                        15 jaren noodzakelijk is;</al></li><li nr="m."><al>permanent gebouw: schoolgebouw dat door de keuze van het
                                        ontwerp en de aard van de constructie en materialen ten
                                        minste 40 jaren als volwaardige huisvesting voor het
                                        onderwijs kan functioneren;</al></li><li nr="n."><al>noodlokaal: verplaatsbare ruimte die door de keuze van het
                                        ontwerp en de aard van de constructie en materialen ten
                                        minste 15 jaren als volwaardige huisvesting voor het
                                        onderwijs kan functioneren;</al></li><li nr="o."><al>gymnastiekruimte: ruimte die geschikt is voor het onderwijs
                                        in lichamelijke oefening;</al></li><li nr="p."><al>advies Onderwijsraad: een advies van de Onderwijsraad over
                                        de vaststelling van het programma in relatie tot de vrijheid
                                        van richting en de vrijheid van inrichting, als bedoeld in
                                            <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20het%20primair%20onderwijs/article=95%20">artikel 95 van de Wet op het primair
                                        onderwijs</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20expertisecentra/article=93%20">artikel 93 van de Wet op de expertisecentra</extref>,
                                            <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20het%20voortgezet%20onderwijs/article=76f">artikel 76f, negende lid van de Wet op het voortgezet
                                            onderwijs</extref> van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20het%20voortgezet%20onderwijs">deel II van de Wet op het voortgezet
                                        onderwijs</extref>;</al></li><li nr="q."><al>verhuur: het gebruik van een onderwijsgebouw door derden,
                                        niet zijnde onderwijsgebruik of gebruik ten behoeve van
                                        culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden;</al></li><li nr="r."><al>gezamenlijke akte: de akte als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20het%20primair%20onderwijs/article=110%20">artikel 110 van de Wet op het primair
                                            onderwijs</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20expertisecentra/article=108%20">artikel 108 van de Wet op de expertisecentra</extref>,
                                            <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20het%20voortgezet%20onderwijs/article=76u">artikel 76u, eerste lid van de Wet op het voortgezet
                                            onderwijs</extref> van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20het%20voortgezet%20onderwijs">deel II van de Wet op het voortgezet
                                        onderwijs</extref>;</al></li><li nr="s."><al>beslissing Gedeputeerde Staten: de beslissing van
                                        Gedeputeerde Staten in een geschil als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20het%20primair%20onderwijs/article=110">artikel 110, tweede lid van de Wet op het primair
                                            onderwijs</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20expertisecentra/article=108">artikel 108, tweede lid van de Wet op de
                                            expertisecentra</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20het%20voortgezet%20onderwijs/article=76u">artikel 76u, tweede lid van de Wet op het voortgezet
                                            onderwijs</extref> van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20het%20voortgezet%20onderwijs">deel II van de Wet op het voortgezet
                                        onderwijs</extref>;</al></li><li nr="t."><al>eigendomsoverdracht: de eigendomsoverdracht als bedoeld in
                                            <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20het%20primair%20onderwijs/article=110%20">artikel 110 van de Wet op het primair
                                            onderwijs</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20expertisecentra/article=108%20">artikel 108 van de Wet op de expertisecentra</extref>,
                                            <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20het%20voortgezet%20onderwijs/article=76u">artikel 76u, vierde lid van de Wet op het voortgezet
                                            onderwijs</extref> van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20het%20voortgezet%20onderwijs">deel II van de Wet op het voortgezet
                                        onderwijs</extref>.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 2 Omschrijving voorzieningen in de huisvesting</titel></kop><structuurtekst><al>Bij de toepassing van deze verordening worden de volgende
                                voorzieningen onderscheiden:</al><lijst><li nr="a."><al>de voor blijvend of voor tijdelijk gebruik bestemde
                                        voorzieningen bestaande uit: </al><lijst><li nr="1°"><al>nieuwbouw voor een school die voor het eerst voor
                                                rijksbekostiging in aanmerking is gebracht, dan wel
                                                nieuwbouw ter gehele of gedeeltelijke vervanging van
                                                een gebouw waarin een school is gehuisvest, al dan
                                                niet op dezelfde locatie;</al></li><li nr="2°"><al>uitbreiding van een gebouw waarin een school is
                                                gehuisvest;</al></li><li nr="3°"><al>gehele of gedeeltelijke ingebruikneming van een
                                                bestaand gebouw ten behoeve van de huisvesting van
                                                een school;</al></li><li nr="4°"><al>verplaatsing van een of meer bestaande noodlokalen
                                                ten behoeve van de huisvesting van een school;</al></li><li nr="5°"><al>terrein voor zover benodigd voor de realisering van
                                                een onder a sub 1ï‚° tot en met 4ï‚° omschreven
                                                voorziening;</al></li><li nr="6°"><al>inrichting met onderwijsleerpakket voor het
                                                basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs en
                                                met leer- en hulpmiddelen voor vwo, avo en vbo voor
                                                zover deze nog niet eerder voor bekostiging van
                                                Rijks- of gemeentewege in aanmerking is
                                                gebracht;</al></li><li nr="7°"><al>inrichting met meubilair voor zover deze nog niet
                                                eerder voor bekostiging van Rijks- of gemeentewege
                                                in aanmerking is gebracht;</al></li><li nr="8°"><al>medegebruik van een ruimte voor het onderwijs in een
                                                gebouw dat al bij een andere school in gebruik is en
                                                medegebruik van een gymnastiekruimte en een bad voor
                                                watergewenning of bewegingstherapie;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>aanpassingen aan gebouwen bestaande uit een of meer
                                        activiteiten zoals onderscheiden in bijlage I;</al></li><li nr="c."><al>onderhoud aan gebouwen van een school voor basisonderwijs en
                                        een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs bestaande
                                        uit een of meer activiteiten zoals onderscheiden in bijlage
                                        I;</al></li><li nr="d."><al>herstel van een constructiefout bestaande uit schade aan een
                                        gebouw veroorzaakt door eigen gebrek of eigen bederf,
                                        alsmede uit kosten gemoeid met het voorkomen van nog niet
                                        manifest geworden materiële schade onmiddellijk
                                        voortvloeiend uit ontwerpfouten, uitvoeringsfouten of
                                        wanprestatie;</al></li><li nr="e."><al>herstel en vervanging in verband met schade aan een gebouw,
                                        onderwijsleerpakket leer- en hulpmiddelen en meubilair
                                        ingeval van bijzondere omstandigheden;</al></li><li nr="f."><al>huur van een sportterrein, dat niet in eigendom is van een
                                        bevoegd gezag, voor een school voor voortgezet onderwijs ten
                                        behoeve van het onderwijs in lichamelijke oefening.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 3 Bouwvoorbereiding voorzieningen</titel></kop><structuurtekst><al>Ten aanzien van voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onder a, sub
                                1° en 2°, en onder b, c en d kan een aanvraag worden ingediend voor
                                bekostiging van bouwvoorbereiding. Als kosten van bouwvoorbereiding
                                worden beschouwd de architecten- en adviseurskosten, alsmede andere
                                voorbereidingskosten zoals leges. De kosten zullen als voorschot
                                worden betaald op het definitieve krediet. Het uit te keren bedrag
                                zal maximaal 50% van de honorariumgrondslag van architect en
                                eventuele adviseurs bedragen en niet meer dan € 54.454,00. Hierbij
                                is het bepaalde in hoofdstuk 4 van toepassing.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 4 Vaststelling vergoeding voorzieningen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Bij toekenning van een van de in <extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-omschrijving-voorzieningen-in-de-huisvesting">artikel 2</extref> genoemde voorzieningen, of bij
                                        toekenning van bekostiging van bouwvoorbereiding als bedoeld
                                        in <extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-3-bouwvoorbereiding-voorzieningen">artikel 3,</extref> wordt bij de wijze van vaststelling
                                        van de hoogte van de vergoeding een onderscheid gemaakt
                                        tussen vooraf genormeerde bedragen en bedragen gebaseerd op
                                        de feitelijk voorziene kosten per geval.</al></li><li nr="2."><al>De genormeerde vergoedingsbedragen worden vastgesteld met
                                        inachtneming van het bepaalde in bijlage IV, deel A. De
                                        vergoedingsbedragen die zijn gebaseerd op de feitelijke
                                        kosten worden vastgesteld met inachtneming van het bepaalde
                                        in bijlage IV, deel B.</al></li><li nr="3."><al>Deel A van bijlage IV is van toepassing op de voorzieningen: </al><lijst><li nr="-"><al>als bedoeld in <extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-2-omschrijving-voorzieningen-in-de-huisvesting">artikel 2, onder a, sub 1 (exclusief nieuwbouw
                                                  bad voor watergewenning/therapie), 2, 6, 7, en
                                                  8</extref>.</al></li></lijst></li></lijst><al>Deel B van bijlage IV is van toepassing op de voorzieningen:</al><lijst><li nr="-"><al>als bedoeld in artikel 2, onder a, sub 3, 4 en 5;</al></li><li nr="-"><al>als bedoeld in artikel 2, onder b tot en met f;</al></li><li nr="-"><al>als bedoeld in artikel 3.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 5 Informatieverstrekking</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd gezag verstrekt aan het college gegevens die
                                        noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het bepaalde in
                                        deze verordening.</al></li><li nr="2."><al>Ter uitvoering hiervan kunnen door het college nadere
                                        aanwijzingen worden gegeven.</al></li><li nr="3."><al>Bij de gegevensverstrekking wordt gebruik gemaakt van een
                                        door het college vastgesteld formulier.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2 Programma en overzicht</titel></kop><afdeling><kop><titel>Paragraaf 2.1 Aanvragen programma</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 6 Indiening aanvraag</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Een aanvraag voor opneming van een voorziening op het
                                            programma wordt voor 1 februari van het jaar van
                                            vaststelling van het betreffende programma door het
                                            bevoegd gezag ingediend bij het college. Hierbij wordt
                                            gebruik gemaakt van een door het college vastgesteld
                                            aanvraagformulier.</al></li><li nr="2."><al>Indien de aanvraag niet voor 1 februari is ingediend,
                                            besluit het college de aanvraag niet te behandelen.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 7 Inhoud aanvraag; gelegenheid tot aanvullen
                                    aanvraag; niet behandelen onvolledige aanvraag</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag vermeldt in ieder geval: </al><lijst><li nr="a."><al>de naam en het adres van de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>de dagtekening;</al></li><li nr="c."><al>de naam van de school en, voor zover van
                                                  toepassing, het gebouw ten behoeve waarvan de
                                                  voorziening is bestemd;</al></li><li nr="d."><al>welke voorziening wordt aangevraagd;</al></li><li nr="e."><al>de onderbouwing van de noodzaak en de omvang van
                                                  de gewenste voorziening;</al></li><li nr="f."><al>de geplande aanvangsdatum van uitvoering van de
                                                  voorziening.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In aanvulling op de in het eerste lid vermelde gegevens
                                            gaat de aanvraag vergezeld van: </al><lijst><li nr="a."><al>een prognose van het te verwachten aantal
                                                  leerlingen van de school, die voldoet aan de in
                                                  bijlage II omschreven vereisten, tenzij het een
                                                  voorziening betreft als bedoeld in artikel 2,
                                                  onder a onderdelen 6ï‚° tot en met 8ï‚° en artikel
                                                  2, onder d, e en f;</al></li><li nr="b."><al>de aanduiding van de gewenste plaats waar de
                                                  voorziening moet worden gerealiseerd, indien het
                                                  een voorziening betreft als bedoeld in artikel 2,
                                                  onder a, onderdelen 1ï‚° tot en met 4ï‚°;</al></li><li nr="c."><al>een rapportage waaruit de bouwkundige noodzaak
                                                  blijkt indien het een voorziening betreft
                                                  bestaande uit nieuwbouw ter gehele of
                                                  gedeeltelijke vervanging van een gebouw, uit
                                                  onderhoud aan een gebouw van een school voor
                                                  basisonderwijs of van een school voor (voortgezet)
                                                  speciaal onderwijs, of uit herstel van een
                                                  constructiefout;</al></li><li nr="d."><al>een begroting van de kosten gemoeid met de
                                                  uitvoering van de voorziening, indien de aanvraag
                                                  betrekking heeft op een voorziening waarop het
                                                  gestelde in artikel 4, derde lid, laatste volzin
                                                  van toepassing is;</al></li><li nr="e."><al>een voor aanbesteding gereed bouwplan en
                                                  bouwbegroting, indien de aanvraag volgt op een
                                                  toekenning van een vergoeding van de kosten van
                                                  bouwvoorbereiding als bedoeld in artikel 27.</al></li></lijst></li><li nr=""><al>Bij de rapportage als bedoeld onder c wordt gebruik
                                            gemaakt van het door het college vastgestelde formulier
                                            ‘Bouwkundige opname’.</al></li><li nr="3."><al>Bij het ontbreken van een of meer gegevens als bedoeld
                                            in het eerste of tweede lid deelt het college dit voor
                                            15 februari schriftelijk mee aan de aanvrager. Daarbij
                                            wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld voor 15
                                            maart de ontbrekende gegevens aan te vullen.</al></li><li nr=""><al>Indien de aanvrager de vereiste ontbrekende gegevens
                                            niet heeft verstrekt voor 15 maart, besluit het college
                                            de aanvraag niet te behandelen.</al></li><li nr="4."><al>Indien een door het college in behandeling genomen
                                            aanvraag betrekking heeft op een voorziening voor een
                                            school waarvan de beoordeling van de noodzaak mede is
                                            gebaseerd op het aantal leerlingen van de betrokken
                                            school op de wettelijke teldatum van 1 oktober van het
                                            jaar waarin de datum genoemd in artikel 6 valt, dan
                                            zendt de aanvrager onverwijld aan het college een
                                            afschrift van de jaarlijkse opgave aan de minster van
                                            het aantal leerlingen dat op de wettelijk teldatum staat
                                            ingeschreven op de school, die geheel of gedeeltelijk
                                            gehuisvest is in een gebouw gelegen op het grondgebied
                                            van de gemeente. Indien het afschrift niet binnen een
                                            week na het tijdstip van de wettelijke teldatum is
                                            ontvangen, deelt het college dit schriftelijk mee aan de
                                            aanvrager. Daarbij wordt de aanvrager in de gelegenheid
                                            gesteld het afschrift van de opgave alsnog binnen drie
                                            dagen na de datum van ontvangst van de mededeling in te
                                            dienen. Indien het afschrift van de opgave niet binnen
                                            de termijn bedoeld in de vorige volzin is verstrekt,
                                            besluit het college de aanvraag niet te behandelen.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 8 Opgave ingediende aanvragen</tussenkop><al>Het college verstrekt ter informatie aan de bevoegde
                                    gezagsorganen een opgave van de ingevolge artikel 6 en artikel
                                    25 ingediende aanvragen. Voor zover van toepassing geeft het
                                    college daarbij aan welke aanvraag of aanvragen niet in
                                    behandeling worden genomen.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Paragraaf 2.2 Overleg voorafgaand aan vaststelling programma en
                                overzicht</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 9 Toelichting aanvraag; overleg over ingediende
                                    begroting</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag kan op verzoek van de aanvrager of van het
                                            college nader worden toegelicht.</al></li><li nr="2."><al>Indien de aanvraag een voorziening betreft waarop het
                                            gestelde in artikel 4, derde lid, laatste volzin van
                                            toepassing is, treedt het college in overleg met de
                                            aanvrager indien het college van oordeel is dat de door
                                            de aanvrager overgelegde begroting van de kosten dient
                                            te worden aangepast. Wanneer in het overleg geen
                                            overeenstemming wordt bereikt over de hoogte van het
                                            geraamde bedrag dan geeft het college dat, onder
                                            vermelding van de redenen, aan in het voorstel tot
                                            vaststelling van het bedrag, het programma en het
                                            overzicht als bedoeld in paragraaf 2.3.</al></li><li nr=""><al>Het college geeft in dit voorstel tevens de hoogte van
                                            het geraamde bedrag aan waarvan voor de aangevraagde
                                            voorziening wordt uitgegaan bij de toepassing van het
                                            gestelde in paragraaf 2.3.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 10 Overleg programma en overzicht; advies
                                    Onderwijsraad</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Alvorens het college het programma en het overzicht
                                            vaststelt, worden de bevoegde gezagsorganen in een
                                            overleg in de gelegenheid gesteld hun zienswijze over de
                                            voorgenomen inhoud van dat voorstel naar voren te
                                            brengen.</al></li><li nr="2."><al>Het overleg als bedoeld in het eerste lid vindt plaats
                                            voor 15 september. De bevoegde gezagsorganen worden ten
                                            minste twee weken voor de door het college vastgestelde
                                            datum schriftelijk daarvan in kennis gesteld. Zij worden
                                            hierbij tevens in kennis gesteld van de voorgenomen
                                            inhoud van het voorstel.</al></li><li nr="3."><al>De bevoegde gezagsorganen die niet deelnemen aan het
                                            overleg als bedoeld in het eerste lid, kunnen vóór de in
                                            het tweede lid bedoelde datum hun zienswijze
                                            schriftelijk kenbaar maken aan het college. Het college
                                            stelt de deelnemers aan het overleg hiervan in
                                            kennis.</al></li><li nr="4."><al>Van de in het overleg door de bevoegde gezagsorganen
                                            naar voren gebrachte zienswijzen, van de tijdig
                                            ingediende, schriftelijk kenbaar gemaakte zienswijzen en
                                            van de reactie van het college op deze zienswijzen,
                                            wordt door het college een verslag gemaakt. Het verslag
                                            wordt toegezonden aan alle bevoegde gezagsorganen.</al></li><li nr="5."><al>Indien een bevoegd gezag of het college een advies wenst
                                            van de Onderwijsraad over het voorstel met betrekking
                                            tot de voorgenomen inhoud van het programma in relatie
                                            tot de vrijheid van richting en de vrijheid van
                                            inrichting, dan wordt dit door het bevoegd gezag of het
                                            college tijdens het overleg als bedoeld in het eerste
                                            lid kenbaar gemaakt. Dit gebeurt aan de hand van een
                                            schriftelijk gemotiveerde omschrijving van de
                                            onderwerpen waarover het advies van de Onderwijsraad
                                            wordt verwacht.</al></li><li nr=""><al>Hierbij wordt tevens het verband aangegeven tussen deze
                                            onderwerpen en de vrijheid van richting en de vrijheid
                                            van inrichting.</al></li><li nr="6."><al>De bevoegde gezagsorganen en het college worden in het
                                            overleg in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen naar
                                            voren te brengen over een verzoek om advies van de
                                            Onderwijsraad. Het schriftelijke verzoek om advies en de
                                            daarover naar voren gebrachte zienswijzen maken deel uit
                                            van het verslag van het overleg als bedoeld in het
                                            vierde lid.</al></li><li nr="7."><al>Het college is belast met de indiening van een verzoek
                                            om advies bij de Onderwijsraad. Daarbij zorgen zij
                                            ervoor dat de Onderwijsraad alle stukken, waaronder het
                                            schriftelijk verslag van het overleg met de daarin
                                            opgenomen zienswijzen, ontvangt die nodig zijn voor de
                                            beoordeling van het verzoek.</al></li><li nr="8."><al>Een afschrift van het door de Onderwijsraad uitgebrachte
                                            advies wordt zo spoedig mogelijk door het college
                                            toegezonden aan de bevoegde gezagsorganen. Indien het
                                            geheel of gedeeltelijk opvolgen van het advies van de
                                            Onderwijsraad zou leiden tot een of meer inhoudelijke
                                            bijstellingen van de voorgenomen inhoud van het
                                            programma, dan worden de bevoegde gezagsorganen door het
                                            college bij de toezending van het afschrift van het
                                            advies uitgenodigd voor een nader overleg.</al></li><li nr=""><al>In alle andere gevallen beoordeelt het college of nader
                                            bestuurlijk overleg over het advies van de Onderwijsraad
                                            noodzakelijk is. Het college geeft dit aan bij de
                                            toezending van het afschrift van het advies van de
                                            Onderwijsraad.</al></li><li nr="9."><al>Het nader overleg als bedoeld in het vorige lid vindt
                                            binnen twee weken plaats na toezending van het advies
                                            van de Onderwijsraad aan de bevoegde gezagsorganen. Het
                                            college maakt van dit overleg een verslag als bedoeld in
                                            het vierde lid.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Paragraaf 2.3 Vaststelling bekostigingsplafond, programma en
                                overzicht</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 11 Tijdstip vaststelling</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt het bekostigingsplafond vast dat
                                            beschikbaar is voor de vergoeding van de aangevraagde
                                            voorzieningen. Dit bekostigingsplafond kan worden
                                            gesplitst in afzonderlijke bedragen per onderwijssoort
                                            en/of per voorziening.</al></li><li nr="2."><al>Het programma en het overzicht worden vastgesteld
                                            uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de datum
                                            genoemd in artikel 6 valt.</al></li><li nr="3."><al>Indien ten tijde van de vaststelling van de
                                            gemeentebegroting het bekostigingsplafond, het programma
                                            en het overzicht nog niet kunnen worden vastgesteld, dan
                                            vindt de vaststelling van het bekostigingsplafond, het
                                            programma en het overzicht plaats op uiterlijk 31
                                            december van het jaar waarin de datum genoemd in artikel
                                            6 valt.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 12 Inhoud programma</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De aangevraagde voorzieningen waarmee in het jaar
                                            volgend op het jaar van vaststelling van het programma
                                            een aanvang kan worden gemaakt, komen, voor zover het
                                            college heeft vastgesteld dat geen van de in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20het%20primair%20onderwijs">Wet op het primair onderwijs</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20expertisecentra">Wet op de expertisecentra</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20het%20voortgezet%20onderwijs">Wet op het voortgezet onderwijs</extref> opgenomen
                                            weigeringsgronden van toepassing is, in aanmerking voor
                                            plaatsing op het programma. Daarbij past het college de
                                            regels toe met betrekking tot: </al><lijst><li nr="a."><al>de beoordelingscriteria als bedoeld in bijlage
                                                  !;</al></li><li nr="b."><al>de prognosecriteria als bedoeld in bijlage
                                                  II;</al></li><li nr="c."><al>de oppervlakte en indeling van schoolgebouwen
                                                  als bedoeld in bijlage III. Van de voor plaatsing
                                                  op het programma in aanmerking komende
                                                  voorzieningen neemt het college, aan de hand van
                                                  de urgentiecriteria als bedoeld in bijlage V,
                                                  uitsluitend voorzieningen op in het programma voor
                                                  zover het bedrag of de deelbedragen als bedoeld in
                                                  artikel 11, eerste lid, toereikend zijn.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Op voorstel van het overleg als bedoeld in artikel 10,
                                            kan het college de raad verzoeken bij de vaststelling
                                            van het programma af te mogen wijken van de
                                            urgentiecriteria als bedoeld in bijlage V.</al></li><li nr="3."><al>Ten aanzien van de in het programma opgenomen
                                            voorzieningen wordt, voor zover van toepassing, door het
                                            college aangegeven: </al><lijst><li nr="a."><al>het genormeerde bedrag dat ingevolge bijlage IV,
                                                  deel A voor de betreffende voorziening beschikbaar
                                                  wordt gesteld;</al></li><li nr="b."><al>het geraamde bedrag gemoeid met de uitvoering
                                                  van de voorzieningen als bedoeld in artikel 4,
                                                  derde lid, laatste volzin;</al></li><li nr="c."><al>de voorwaarden betreffende ingebruikneming of
                                                  buitengebruikstelling van gebouwen of
                                                  lokalen.</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop> Artikel 13 Inhoud overzicht</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het overzicht bevat de aangevraagde voorzieningen die,
                                            gelet op het bepaalde in artikel 12, eerste lid, niet in
                                            het programma zijn opgenomen.</al></li><li nr="2."><al>Ten aanzien van elk van de in het overzicht opgenomen
                                            voorzieningen wordt aangegeven waarom deze niet in het
                                            programma zijn opgenomen.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 14 Bekendmaking besluiten vaststelling
                                    bekostigingsplafond, programma en overzicht</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De bekendmaking van de besluiten tot vaststelling van
                                            het bekostigingsplafond, het programma en het overzicht
                                            geschiedt binnen twee weken na de datum van vaststelling
                                            door toezending door het college van de besluiten aan de
                                            aanvragers. Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van
                                            de besluiten door het college schriftelijk mededeling
                                            gedaan aan de overige bevoegde gezagsorganen.</al></li><li nr="2."><al>De besluiten als bedoeld in het eerste lid worden
                                            tegelijkertijd met de bekendmaking ter inzage
                                            gelegd.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Paragraaf 2.4 Uitvoering programma</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 15 Overleg wijze van uitvoering</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Binnen vier weken na de datum van vaststelling van het
                                            programma treedt het college in overleg met de aanvrager
                                            over de wijze van uitvoering van de op het programma
                                            geplaatste voorziening. In dit overleg wordt alle
                                            informatie verstrekt die nodig is voor de uitvoering van
                                            de voorziening. Daarbij worden, voor zover van
                                            toepassing, afspraken gemaakt over: </al><lijst><li nr="a."><al>het bouwheerschap als bedoeld in de wet;</al></li><li nr="b."><al>het tijdstip van indiening van het bouwplan en
                                                  de begroting door de aanvrager;</al></li><li nr="c."><al>een andere wijze van uitvoering van het besluit
                                                  met inachtneming van het beschikbaar te stellen
                                                  bedrag;</al></li><li nr="d."><al>de wijze waarop door het college toepassing
                                                  wordt gegeven aan de toetsing van het bouwplan en
                                                  de begroting, alsmede aan de toetsing in verband
                                                  met wettelijke voorschriften en nieuwe feiten en
                                                  omstandigheden als bedoeld in artikel 16;</al></li><li nr="e."><al>de controle op en het afleggen van
                                                  verantwoording over de besteding van de
                                                  beschikbaar te stellen middelen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien het overleg betrekking heeft op de uitvoering van
                                            een voorziening als bedoeld in artikel 4, derde lid,
                                            laatste volzin, dan geeft de aanvrager aan op welke
                                            wijze de aanbesteding van de uitvoering zal
                                            plaatsvinden. Daarbij worden, voor zover van toepassing
                                            gezien de aard van de voorziening, de gestelde
                                            richtlijnen als bedoeld in bijlage IV, deel B in acht
                                            genomen.</al></li><li nr="3."><al>De inhoud van de afspraken of de constatering dat het
                                            overleg niet tot overeenstemming heeft geleid, wordt
                                            door het college schriftelijk vastgelegd in een verslag
                                            van het overleg en binnen vier weken na afloop van het
                                            overleg ter kennis gebracht van de aanvrager. Indien de
                                            aanvrager schriftelijk instemt met het verslag of binnen
                                            twee weken na ontvangst nog niet schriftelijk heeft
                                            gereageerd, wordt, afhankelijk van de inhoud van het
                                            vastgestelde verslag, geacht dat er overeenstemming of
                                            geen overeenstemming is bereikt.</al></li><li nr="4."><al>Indien toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in
                                            artikel 16, vierde lid, neemt het college binnen vier
                                            weken nadat de overeenstemming als bedoeld in het derde
                                            lid is bereikt, een beslissing over het tijdstip waarop
                                            de bekostiging een aanvang kan nemen. Het bepaalde in
                                            artikel 17 is daarbij van overeenkomstige
                                            toepassing.</al></li><li nr="5."><al>Indien in het overleg geen overeenstemming als bedoeld
                                            in het derde lid is bereikt, deelt het college binnen
                                            vier weken nadat het verslag is vastgesteld, dit
                                            schriftelijk mee aan de aanvrager. Daarbij wordt
                                            aangegeven dat de bekostiging van de uitvoering van de
                                            voorziening geen aanvang zal nemen.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 16 Instemming bouwplannen en begroting; tijdstip
                                    aanvang bekostiging; toetsing wettelijke voorschriften en nieuwe
                                    feiten en omstandigheden; overlegging offertes</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Nadat de overeenstemming als bedoeld in artikel 15,
                                            derde lid, is bereikt en voorafgaand aan het verlenen
                                            van een bouwopdracht, dient de aanvraag met inachtneming
                                            van de hierover gemaakte afspraken, de bouwplannen, de
                                            desbetreffende begroting en een aanduiding van het
                                            tijdstip waarop de bekostiging een aanvang dient te
                                            nemen, ter instemming in bij het college.</al></li><li nr="2."><al>Binnen zes weken na ontvangst beslist het college over
                                            de instemming met de bouwplannen en de desbetreffende
                                            begroting en over het tijdstip waarop de bekostiging een
                                            aanvang kan nemen. Het college kan, onder mededeling
                                            daarvan aan de aanvrager, deze termijn verlengen met
                                            drie weken. Indien niet binnen deze termijn is besloten,
                                            wordt geacht instemming te zijn verleend met de
                                            bouwplannen en de begroting en vangt de bekostiging aan
                                            op het door de aanvrager aangegeven tijdstip.</al></li><li nr=""><al>Binnen twee weken na de datum van de beslissing over het
                                            bouwplan, de desbetreffende begroting en het tijdstip
                                            waarop de bekostiging een aanvang neemt, deelt het
                                            college de beslissing schriftelijk mee aan de
                                            aanvrager.</al></li><li nr="3."><al>Bij de beslissing als bedoeld in het tweede lid stelt
                                            het college eveneens vast of de feiten en omstandigheden
                                            waarin de school verkeert ten opzichte van de feiten en
                                            omstandigheden ten tijde van de vaststelling van het
                                            programma, al dan niet ingrijpend zijn gewijzigd. Bij
                                            een naar het oordeel van het college ingrijpende
                                            wijziging van de feiten en omstandigheden komt de
                                            voorziening alsnog niet voor bekostiging in
                                            aanmerking.</al></li><li nr="4."><al>De instemming met de bouwplannen, de instemming met de
                                            begroting, de toetsing of voldaan wordt aan de bij of
                                            krachtens de wet gestelde voorschriften, en de toetsing
                                            of er sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden
                                            kunnen achterwege blijven als naar het oordeel van het
                                            college dat niet noodzakelijk is gezien de inhoud van de
                                            in het programma opgenomen voorziening. Het college doet
                                            hiervan mededeling aan de aanvrager in het overleg als
                                            bedoeld in artikel 15.</al></li><li nr="5."><al>De indiening van de in het eerste en het tweede lid
                                            bedoelde begroting blijft achterwege indien het de
                                            uitvoering betreft van een voorziening als bedoeld in
                                            artikel 4, derde lid, laatste volzin.</al></li><li nr=""><al>De beslissing van het college als bedoeld in het tweede
                                            lid betreft dan uitsluitend de beoordeling van het
                                            bouwplan. Daarbij zijn de genoemde termijnen in het
                                            tweede lid van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="6."><al>Nadat het college met het bouwplan van een voorziening
                                            als bedoeld in artikel 4, derde lid, laatste volzin,
                                            heeft ingestemd, overlegt de aanvrager met inachtneming
                                            van de hierover gemaakte afspraken als bedoeld in
                                            artikel 15, tweede lid, aan het college de aan de
                                            aanvrager uitgebrachte offertes voor de uitvoering van
                                            de voorziening. Het college beslist binnen vier weken na
                                            ontvangst van de offertes over het bedrag dat definitief
                                            beschikbaar wordt gesteld voor de uitvoering van de
                                            voorziening en over het tijdstip waarop de bekostiging
                                            een aanvang kan nemen. De aanvrager wordt binnen twee
                                            weken na de datum van deze beslissing hiervan
                                            schriftelijk in kennis gesteld. Voor de vaststelling van
                                            het definitieve bedrag is de offerte met de laagste
                                            prijsstelling bepalend.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 17 Aanvang bekostiging</tussenkop><al>Het college kan bij de beslissing als bedoeld in artikel 16,
                                    tweede lid of artikel 16, zesde lid, over het tijdstip waarop de
                                    bekostiging een aanvang kan nemen, bepalen dat de
                                    beschikbaarstelling van de gelden in termijnen plaatsvindt. De
                                    beschikbaarstelling van de gelden geschiedt dan telkens op een
                                    zodanig tijdstip dat de aanvrager kan voldoen aan de financiële
                                    verplichtingen voortkomend uit de realisering van de op het
                                    programma geplaatste voorziening.</al><tussenkop> Artikel 18 Vervallen aanspraak op bekostiging</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De aanspraak op bekostiging van een voorziening vervalt,
                                            indien niet door de aanvrager vóór 1 oktober van het
                                            jaar volgend op de vaststelling van het programma een
                                            bouwopdracht is verleend dan wel een koop-, huur- of
                                            erfpachtovereenkomst is gesloten en een afschrift
                                            hiervan niet vóór 15 oktober daaropvolgend aan het
                                            college is gezonden. De in de eerste volzin bedoelde
                                            bouwopdracht is onherroepelijk en vermeldt de
                                            aanvangsdatum van het werk en de termijn, uitgedrukt in
                                            het aantal werkbare dagen, binnen welke het werk wordt
                                            opgeleverd.</al></li><li nr=""><al>De in de eerste volzin bedoelde overeenkomsten zijn
                                            wordt daarin de datum van inwerkingtreding vermeld,
                                            alsmede de duur van de overeenkomst. In geval van een
                                            koopovereenkomst wordt daarin de datum van aankoop
                                            vermeld.</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>De aanspraak op bekostiging vervalt niet, indien de
                                            overschrijding van de termijn als bedoeld in het eerste
                                            lid veroorzaakt wordt door bijzondere omstandigheden,
                                            die niet aan de aanvrager zijn toe te rekenen en de
                                            aanvrager vóór 1 september een schriftelijk gemotiveerd
                                            verzoek heeft ingediend bij het college tot verlenging
                                            van de termijn als bedoeld in het eerste lid.</al></li><li nr="3."><al>Het college beslist vóór 15 september over het verzoek
                                            tot verlenging van de termijn. Indien het verzoek wordt
                                            ingewilligd, wordt in het besluit aangegeven tot welke
                                            datum de termijn als bedoeld in het eerste lid wordt
                                            verlengd.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3 Aanvragen met spoedeisend karakter</titel></kop><afdeling><kop><titel>Paragraaf 3.1 Aanvraag</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 19 Indiening aanvraag</tussenkop><al>Een aanvraag om bekostiging van een voorziening in de
                                    huisvesting die gelet op de voortgang van het onderwijs geen
                                    uitstel kan lijden, kan worden ingediend bij het college.
                                    Hierbij wordt gebruik gemaakt van een door het college
                                    vastgesteld aanvraagformulier.</al><tussenkop> Artikel 20 Inhoud aanvraag</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De aanvraag bevat in ieder geval de gegevens zoals
                                            vermeld in artikel 7, eerste lid. In aanvulling daarop
                                            dient de aanvrager de volgende gegevens te verstrekken: </al><lijst><li nr="a."><al>een nadere aanduiding van de omstandigheden die
                                                  de voorziening in de huisvesting spoedeisend
                                                  maken;</al></li><li nr="b."><al>de reden waarom de voorziening in de huisvesting
                                                  niet kon worden aangevraagd in het kader van een
                                                  nog vast te stellen programma;</al></li><li nr="c."><al>een prognose van het te verwachten aantal
                                                  leerlingen van de school, die voldoet aan de in
                                                  bijlage II omschreven vereisten, tenzij het een
                                                  voorziening betreft als bedoeld in artikel 2 onder
                                                  a, onderdelen 6ï‚° tot en met 8ï‚° en artikel 2
                                                  onder d, e en f;</al></li><li nr="d."><al>een begroting van de kosten gemoeid met de
                                                  uitvoering indien het een voorziening betreft als
                                                  bedoeld in artikel 4, derde lid, laatste
                                                  volzin.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien naar het oordeel van het college een of meer
                                            gegevens als bedoeld in het eerste lid ontbreken, wordt
                                            dit binnen twee weken na datum van indiening van de
                                            aanvraag schriftelijk medegedeeld aan de aanvrager. De
                                            aanvrager heeft de gelegenheid de ontbrekende gegevens
                                            binnen twee weken na ontvangst van de mededeling in te
                                            dienen bij het college. Indien de aanvrager de vereiste
                                            ontbrekende gegevens niet binnen de in de vorige volzin
                                            bedoelde termijn heeft verstrekt, besluit het college de
                                            aanvraag niet te behandelen.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Paragraaf 3.2 Beoordeling aanvraag; uitvoering besluit</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 21 Tijdstip beslissing</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het college beslist binnen vier weken na ontvangst van
                                            de aanvraag of binnen vier weken nadat de aanvullende
                                            gegevens zijn verstrekt of hadden moeten zijn verstrekt.
                                            Binnen twee weken na de datum van de beslissing wordt de
                                            aanvrager hiervan schriftelijk in kennis gesteld door
                                            het college.</al></li><li nr="2."><al>Indien een beschikking niet binnen vier weken kan worden
                                            gegeven, stelt het college de aanvrager daarvan in
                                            kennis en noemt daarbij een redelijke termijn waarbinnen
                                            de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 22 Inhoud beslissing</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De aangevraagde voorziening wordt toegewezen, indien het
                                            college heeft vastgesteld dat het treffen van de
                                            voorziening, gelet op de voortgang van het onderwijs,
                                            geen uitstel kan lijden en geen van de in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20het%20primair%20onderwijs">Wet op het primair onderwijs</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20expertisecentra">Wet op de expertisecentra</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20het%20voortgezet%20onderwijs">Wet op het voortgezet onderwijs</extref> opgenomen
                                            weigeringsgronden van toepassing is.</al></li><li nr="1."><al>Bij deze vaststelling past het college de regels toe met
                                            betrekking tot: </al><lijst><li nr="a."><al>de beoordelingscriteria als bedoeld in bijlage
                                                  I;</al></li><li nr="b."><al>de prognosecriteria als bedoeld in bijlage
                                                  II;</al></li><li nr="c."><al>de oppervlakte en indeling van gebouwen als
                                                  bedoeld in bijlage III.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De beslissing van het college kan een gedeelte van de
                                            gewenste voorziening dan wel een andere dan de gevraagde
                                            voorziening omvatten.</al></li><li nr="3."><al>Indien de aanvraag wordt toegewezen, vermeldt het
                                            college welk genormeerd bedrag ingevolge het bepaalde in
                                            bijlage IV, deel A voor de toegewezen voorziening
                                            beschikbaar wordt gesteld, dan wel wat het geraamde
                                            bedrag is indien het een voorziening betreft als bedoeld
                                            in <extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-4-vaststelling-vergoeding-voorzieningen">artikel 4, derde lid, laatste volzin</extref>. Bij
                                            de beschikking stelt het college vast voor welke datum
                                            een bouwopdracht moet zijn verleend, dan wel een koop-,
                                            verhuur- of erfpachtovereenkomst moet zijn gesloten, en
                                            voor welke datum een afschrift daarvan aan de raad moet
                                            zijn toegezonden. Binnen vier maanden na de datum van de
                                            beschikking door het college moet een bouwopdracht zijn
                                            verleend, dan wel een koop-, huur- of
                                            erfpachtovereenkomst zijn gesloten.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 23 Uitvoering beslissing</tussenkop><al>Na bekendmaking van de beslissing als bedoeld in artikel 21,
                                    eerste lid, waarbij een vergoeding is toegewezen, treedt het
                                    college zo spoedig mogelijk in overleg met de aanvrager over de
                                    wijze van uitvoering.</al><al>Het bepaalde in de artikelen 15, 16 en 17 is daarbij
                                    overeenkomstig van toepassing, met uitzondering van de in tweede
                                    lid van artikel 16 genoemde termijn van zes weken. Hiervoor moet
                                    worden gelezen drie weken.</al><tussenkop> Artikel 24 Vervallen aanspraak bekostiging</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Indien niet voor de in artikel 22, derde lid bedoelde
                                            tijdstippen een bouwopdracht is verleend, dan wel een
                                            koop-, huur- of erfpachtovereenkomst is gesloten en een
                                            afschrift daarvan is gezonden aan het college, vervalt
                                            de aanspraak op bekostiging.</al></li><li nr=""><al>Ten aanzien van de inhoud van een bouwopdracht, dan wel
                                            een koop-, huur- of erfpachtovereenkomst is het gestelde
                                            in artikel 18, eerste lid van overeenkomstige
                                            toepassing.</al></li><li nr="2."><al>De aanspraak op bekostiging vervalt niet, indien de
                                            overschrijding van de datum veroorzaakt wordt door
                                            bijzondere omstandigheden, die niet aan de aanvrager
                                            zijn toe te rekenen, en de aanvrager uiterlijk vier
                                            weken voor het verstrijken van deze datum een
                                            schriftelijk gemotiveerd verzoek heeft ingediend bij het
                                            college tot verlenging van de termijn.</al></li><li nr="3."><al>Dit verzoek schort het vervallen van de aanspraak op
                                            vergoeding op totdat het college op het verzoek heeft
                                            beslist. Indien het college het verzoek inwilligt, noemt
                                            het college een nieuwe datum waarop de aanspraak op
                                            bekostiging vervalt. Indien het college het verzoek
                                            afwijst, geldt de datum van beslissing op het verzoek
                                            als vervaldatum, met dien verstande dat deze datum niet
                                            voor de oorspronkelijke vervaldatum kan vervallen.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4 Bekostiging bouwvoorbereiding</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 25 Aanvraag</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd gezag dat voornemens is een aanvraag in te
                                        dienen voor plaatsing op het programma van een voor blijvend
                                        gebruik bestemde voorziening als bedoeld in <extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-3-bouwvoorbereiding-voorzieningen">artikel 3</extref>, kan daaraan voorafgaand een
                                        aanvraag indienen bij het college voor bekostiging van de
                                        bouwvoorbereiding. Het betreft de voorbereiding voorafgaand
                                        aan het moment van aanbesteding van die voorziening.</al></li><li nr="2."><al>De aanvraag wordt gedaan vóór 1 februari van het jaar
                                        voorafgaand aan het jaar waarin de bekostiging gewenst
                                        wordt. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een door het
                                        college vastgesteld aanvraagformulier.</al></li><li nr="3."><al>De aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens: </al><lijst><li nr="a."><al>de naam en het adres van de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>de dagtekening;</al></li><li nr="c."><al>de naam van de school ten behoeve waarvan de
                                                bekostiging wordt gewenst;</al></li><li nr="d."><al>de reden, de gewenste omvang en de aanduiding van de
                                                gewenste locatie van de voorziening;</al></li><li nr="e."><al>het gewenste tijdstip van realisering van de
                                                voorziening;</al></li><li nr="f."><al>een prognose van het te verwachten aantal leerlingen
                                                van de school die voldoet aan de in bijlage II
                                                omschreven vereisten;</al></li><li nr="g."><al>indien het nieuwbouw betreft ter vervanging van een
                                                bestaand gebouw: een rapportage waaruit de
                                                bouwkundige noodzaak van de vervanging blijkt;</al></li><li nr="h."><al>een begroting van de kosten als bedoeld in het
                                                eerste lid, indien de bekostiging bouwvoorbereiding
                                                is aangemerkt als een voorziening bedoeld in <extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-4-vaststelling-vergoeding-voorzieningen">artikel 4, derde lid, laatste
                                                volzin</extref>.</al></li><li nr=""><al>Bij de rapportage als bedoeld onder g wordt gebruik
                                                gemaakt van het door het college vastgestelde
                                                formulier ‘Bouwkundige opname’.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Bij het ontbreken van een of meer gegevens als bedoeld in
                                        het derde lid, deelt de raad dit vóór 15 februari
                                        schriftelijk mee aan de aanvrager en stellen hem in de
                                        gelegenheid om vóór 15 maart de gegevens aan te vullen. Het
                                        gestelde in <extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/cms/fckeditor/editor/fckeditor.html?InstanceName=doc_content&amp;Toolbar=Default#artikel-7-inhoud-aanvraag-gelegenheid-tot-aanvullen-aanvraag-niet-behandelen-onvolledige-aanvraag">artikel 7, derde lid</extref> is daarbij van
                                        overeenkomstige toepassing.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 26 Toelichting en overleg aanvraag</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Ten aanzien van het geven van een toelichting op de aanvraag
                                        of het overleg over de begroting is het gestelde in artikel
                                        9 van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="2."><al>Voordat het college een besluit neemt over de aanvraag voor
                                        bekostiging van bouwvoorbereiding, treedt het college in
                                        overleg met de aanvrager. Dit overleg over de aanvraag vindt
                                        plaats tezamen met het overleg als bedoeld in artikel 10,
                                        eerste lid. De leden twee, drie en vier van artikel 10 zijn
                                        daarbij van overeenkomstige toepassing.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 27 Beschikking op aanvraag</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Het college neemt op het tijdstip als bedoeld in artikel 11
                                        een beslissing over de aanvraag.</al></li><li nr="2."><al>De aanvraag wordt toegewezen indien en voor zover: </al><lijst><li nr="a."><al>er voldoende middelen voor de vergoeding van de
                                                kosten van bouwvoorbereiding beschikbaar zijn;</al></li><li nr="b."><al>de noodzaak van de gewenste voorziening voldoende
                                                vaststaat;</al></li><li nr="c."><al>er een reële mogelijkheid is dat de voorziening in
                                                het gewenste jaar van uitvoering voor bekostiging in
                                                aanmerking kan worden gebracht.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Indien de aanvraag wordt toegewezen, wordt in de beschikking
                                        vermeld tot welk bedrag de kosten van bouwvoorbereiding
                                        worden vergoed. Het bedrag kan in termijnen aan de aanvrager
                                        beschikbaar worden gesteld, echter steeds op een zodanig
                                        tijdstip dat de aanvrager aan zijn financiële verplichtingen
                                        jegens derden die hij heeft ingeschakeld bij de
                                        bouwvoorbereiding, kan voldoen. Over de daadwerkelijke
                                        beschikbaarstelling van het bedrag worden afspraken gemaakt
                                        tussen aanvrager en het college.</al></li><li nr="4."><al>Aan een toewijzing als bedoeld in het tweede lid kunnen door
                                        de aanvrager geen rechten worden ontleend ten aanzien van de
                                        plaatsing van de voorziening op enig toekomstig
                                        programma.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 28 Vervallen aanspraak bekostiging</titel></kop><structuurtekst><al>De aanspraak die voortvloeit uit de beschikking tot toekenning van
                                een bekostiging van bouwvoorbereiding vervalt, indien door de
                                aanvrager niet vóór 15 september van het jaar, dat volgt op het jaar
                                waarin de beschikking is opgenomen, daadwerkelijk gestart is met de
                                bouwvoorbereiding en niet vóór 1 oktober daaropvolgend informatie is
                                verstrekt aan het college waaruit dit blijkt.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 5 Medegebruik en verhuur</titel></kop><afdeling><kop><titel>Paragraaf 5.1 Medegebruik ten behoeve van onderwijs of
                                educatie</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 29 Aanduiding omstandigheden</tussenkop><al>Het college kan overgaan tot vordering van een gedeelte van een
                                    gebouw of terrein, bestemd voor een school, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>er sprake is van een tekort aan huisvestingscapaciteit
                                            bij een school berekend volgens het gestelde in bijlage
                                            III, delen A en B en het bevoegd gezag van die school
                                            een aanvraag als bedoeld in artikel 6 of 19 voor
                                            medegebruik of uitbreiding heeft ingediend;</al></li><li nr="b."><al>het bevoegd gezag van een school een aanvraag voor een
                                            andere huisvestingsvoorziening heeft ingediend en door
                                            medegebruik aan de behoefte aan huisvesting kan worden
                                            voorzien;</al></li><li nr="c."><al>er sprake is van een tekort aan huisvestingscapaciteit
                                            bij een andere school of een instelling als bedoeld in
                                            de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20educatie%20en%20beroepsonderwijs">Wet educatie en beroepsonderwijs</extref>,
                                            vastgesteld aan de hand van de voor die school of
                                            instelling gangbare berekeningswijze en</al></li><li nr="d."><al>er sprake is van leegstand in een lesgebouw van een
                                            school;</al></li><li nr="e."><al>er sprake is van leegstand in gymnastiekruimte van een
                                            school.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 30 Omschrijving leegstand</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Er is sprake van leegstand in een lesgebouw: </al><lijst><li nr="a."><al>wanneer het betreft een gebouw van een school
                                                  voor basisonderwijs of voor (voortgezet) speciaal
                                                  onderwijs, indien uit de vergelijking van het
                                                  aantal groepen zoals berekend op basis van bijlage
                                                  III, deel B en de capaciteit van het gebouw zoals
                                                  vastgesteld op basis van bijlage III, deel A
                                                  blijkt dat er ten minste één leslokaal niet nodig
                                                  is voor de daar gevestigde school of scholen;</al></li><li nr="b."><al>wanneer het betreft een gebouw van een school
                                                  voor voortgezet onderwijs (met uitzondering van
                                                  een zelfstandige school voor praktijkonderwijs),
                                                  indien uit de vergelijking van de ruimtebehoefte
                                                  zoals berekend op basis van bijlage III, deel B en
                                                  de capaciteit van het gebouw zoals vastgesteld op
                                                  basis van bijlage III, deel A blijkt dat er een
                                                  overschot is aan vierkante meters
                                                  bruto-vloeroppervlakte tenzij het bevoegd gezag op
                                                  basis van het lesrooster of lesroosters voor het
                                                  lopende of eerstkomende schooljaar aantoont dat er
                                                  binnen het overschot aan vierkante meters
                                                  bruto-vloeroppervlakte geen sprake is van
                                                  onderbenutting van de onderwijsruimten. Voor een
                                                  zelfstandige school voor praktijkonderwijs (niet
                                                  zijnde een afdeling voor praktijkonderwijs) is
                                                  hetgeen bepaald in lid a van dit artikel van
                                                  toepassing.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Er is sprake van leegstand in een gymnastiekruimte: </al><lijst><li nr="a."><al>wanneer het betreft een gebouw dat gebruikt
                                                  wordt door een of meer scholen voor basisonderwijs
                                                  of voor (voortgezet) speciaal onderwijs, indien de
                                                  som van het aantal klokuren gebruik dat door het
                                                  college wordt vergoed minder is dan 40
                                                  klokuren.</al></li><li nr="b."><al>wanneer het betreft een gebouw van een school
                                                  voor voortgezet onderwijs, indien uit de
                                                  berekening op basis van bijlage III, deel B blijkt
                                                  dat benutting van het gebouw lager is dan 40
                                                  lesuren, tenzij het bevoegd gezag op basis van het
                                                  lesrooster of de lesroosters voor het lopende of
                                                  eerstkomende schooljaar aantoont dat dit niet het
                                                  geval is.</al></li><li nr="c."><al>wanneer het een gebouw betreft dat gebruikt
                                                  wordt door een of meer scholen voor basisonderwijs
                                                  of voor (voortgezet) speciaal onderwijs en
                                                  voortgezet onderwijs, indien de som van de
                                                  berekeningswijzen genoemd onder a en b een aantal
                                                  klokuren lager dan 40 oplevert.</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop> Artikel 31 Nalaten vordering; volgorde van vorderen</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Het college gaat niet over tot vordering ten behoeve van
                                            medegebruik indien het bevoegd gezag de leegstand van
                                            het gebouw waarin het beoogde medegebruik dient plaats
                                            te vinden in gebruik heeft gegeven aan een andere school
                                            of scholen ten behoeve van het onderwijs aan die school
                                            of scholen.</al></li><li nr="2."><al>Het gestelde in het eerste lid is niet van toepassing
                                            indien het gebruik van die andere school of scholen kan
                                            plaatsvinden in de aan die scholen reeds ter beschikking
                                            staande huisvestingscapaciteit.</al></li><li nr="3."><al>Indien er zich in meerdere gebouwen leegstand voordoet
                                            wordt: </al><lijst><li nr="a."><al>als eerste de leegstand gevorderd in het gebouw
                                                  dat in gebruik is bij een school van hetzelfde
                                                  bevoegd gezag, tenzij uit oogpunt van
                                                  doelmatigheid het vorderen van leegstand in een
                                                  ander gebouw een betere oplossing biedt;</al></li><li nr="b."><al>vervolgens de leegstand gevorderd in het gebouw
                                                  waarin een school van dezelfde richting is
                                                  gehuisvest en</al></li><li nr="c."><al>vervolgens de leegstand gevorderd in het gebouw
                                                  dat het dichtst gelegen is bij het hoofdgebouw van
                                                  de school ten behoeve waarvan de vordering
                                                  plaatsvindt.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het college kan, indien de bij de vordering betrokken
                                            bevoegde gezagsorganen daarmee instemmen, in een
                                            individueel geval van de in het derde lid opgenomen
                                            volgorde afwijken.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 32 Overleg en mededeling</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Indien het college voornemens is om over te gaan tot
                                            vordering van leegstand in een lesgebouw of
                                            gymnastiekruimte, voert het college daarover overleg met
                                            het bevoegd gezag waarvan de leegstand gevorderd wordt
                                            en met het bevoegd gezag waarvoor de huisvesting is
                                            bestemd. Dit overleg maakt deel uit van het overleg als
                                            bedoeld in artikel 10.</al></li><li nr="2."><al>Binnen vier weken na de vaststelling van het programma
                                            als bedoeld in artikel 11, doet het college schriftelijk
                                            mededeling van de vordering aan het bevoegd gezag
                                            waarvan gevorderd wordt. Van deze mededeling kan worden
                                            afgezien als dat bevoegd gezag in het overleg te kennen
                                            heeft gegeven geen bezwaar tegen de vordering te
                                            hebben.</al></li><li nr="3."><al>Indien het college voornemens is om over te gaan tot
                                            vordering in het kader van een aanvraag als bedoeld in
                                            artikel 19, voert het college daarover zo spoedig
                                            mogelijk overleg met het bevoegd gezag waarvan gevorderd
                                            wordt en met het bevoegd gezag waarvoor de huisvesting
                                            is bestemd.</al></li><li nr="4."><al>Binnen een week na afloop van het overleg als bedoeld in
                                            het vorige lid, doet het college schriftelijk mededeling
                                            van de vordering aan het bevoegd gezag waarvan gevorderd
                                            wordt. Van deze mededeling kan worden afgezien als dat
                                            bevoegd gezag in het overleg te kennen heeft gegeven
                                            geen bezwaar tegen de vordering te hebben.</al></li><li nr="5."><al>De schriftelijke mededeling van het college als bedoeld
                                            in de tweede en vierde lid, bevat in ieder geval: </al><lijst><li nr="a."><al>de naam van de school en het bevoegd gezag ten
                                                  behoeve waarvan wordt gevorderd;</al></li><li nr="b."><al>een aanduiding van het aantal groepen &lt;voor
                                                  vo: of aantal leerlingen&gt; ten behoeve waarvan
                                                  gevorderd wordt of, indien het betreft het
                                                  onderwijs in lichamelijke oefening, het aantal
                                                  klokuren dat gevorderd wordt;</al></li><li nr="c."><al>een aanduiding van het gebouw waarop de
                                                  vordering betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>een aanduiding van het aantal en het type
                                                  ruimten dat gevorderd wordt;</al></li><li nr="e."><al>de periode waarvoor gevorderd wordt en de
                                                  ingangsdatum van het medegebruik.</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop> Artikel 33 Vergoeding</tussenkop><al>De bevoegde gezagsorganen die het betreft stellen in onderling
                                    overleg, met inachtneming van de wettelijke bepalingen, een
                                    vergoeding voor het medegebruik vast. Indien dit overleg niet
                                    tot overeenstemming leidt, geldt het bepaalde in bijlage IV,
                                    deel C.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Paragraaf 5.2 Medegebruik ten behoeve van culturele,
                                maatschappelijke of recreatieve doeleinden</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 34 Aanduiding omstandigheden</tussenkop><al>Het college kan overgaan tot vordering indien:</al><lijst><li nr="a."><al>er sprake is van leegstand van een lesgebouw of een
                                            gymnastiekruimte zoals bepaald in artikel 30;</al></li><li nr="b."><al>er sprake is van onderbenutting van een sportveld van
                                            een school voor voortgezet onderwijs, blijkend uit het
                                            lesrooster van de school of scholen die dat sportveld
                                            voor het onderwijs gebruiken.</al></li></lijst><tussenkop> Artikel 35 Overleg en mededeling</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Alvorens over te gaan tot vordering voert het college
                                            overleg met het bevoegd gezag.</al></li><li nr="2."><al>In dat overleg komt in ieder geval aan de orde: </al><lijst><li nr="a."><al>voor welke activiteit of activiteiten gevorderd
                                                  wordt;</al></li><li nr="b."><al>of die activiteit of activiteiten zich verdragen
                                                  met het onderwijs aan de in het gebouw gevestigde
                                                  school;</al></li><li nr="c."><al>welke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn om
                                                  te voorkomen dat het onderwijs aan de in het
                                                  gebouw gevestigde school hinder van het
                                                  medegebruik ondervindt;</al></li><li nr="d."><al>wat naar de mening van het college en het
                                                  bevoegd gezag een redelijke vergoeding voor het
                                                  medegebruik is;</al></li><li nr="e."><al>de datum waarop het medegebruik redelijkerwijs
                                                  een aanvang kan nemen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Binnen vier weken na afloop van het overleg doet het
                                            college schriftelijk mededeling van de vordering aan het
                                            bevoegd gezag. Indien het overleg zoals bedoeld in het
                                            eerste lid heeft geleid tot afspraken, bevat de
                                            mededeling in ieder geval die afspraken.</al></li></lijst><al>Voorzover het overleg niet tot overeenstemming heeft geleid,
                                    bevat de mededeling de beslissing van het college over de punten
                                    waarover geen overeenstemming bestond. Indien het bevoegd gezag
                                    in het overleg te kennen heeft gegeven geen bezwaar te hebben
                                    tegen de vordering, kan van de schriftelijke mededeling als hier
                                    bedoeld worden afgezien.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Paragraaf 5.3 Verhuur</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Artikel 36 Toestemming burgemeester en het college</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Alvorens een huurovereenkomst te sluiten, vraagt het
                                            bevoegd gezag toestemming voor de verhuur aan het
                                            college.</al></li><li nr="2."><al>Het verzoek om toestemming wordt schriftelijk gedaan en
                                            bevat een aanduiding van de huurder, alsmede van de
                                            bestemming van de te verhuren ruimte.</al></li><li nr="3."><al>Het college verleent de toestemming niet indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de bestemming van de te verhuren ruimte in
                                                  strijd is met bepalingen daaromtrent uit de
                                                  <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20het%20primair%20onderwijs">Wet op het primair onderwijs</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20expertisecentra">Wet op de expertisecentra</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20het%20voortgezet%20onderwijs">Wet op het voortgezet onderwijs</extref> of
                                                  regelgeving;</al></li><li nr="b."><al>de te verhuren ruimte onmiddellijk nodig is voor
                                                  een school.</al></li></lijst></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 6 Einde gebruik gebouwen en terreinen</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 37 Tijdstip beëindiging gebruik; staat van
                                onderhoud</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Nadat een gebouw of terrein niet meer door het bevoegd gezag
                                        nodig is voor de huisvesting van een school wordt het
                                        gebruik van het gebouw of terrein zo spoedig mogelijk
                                        beëindigd, doch uiterlijk op de datum genoemd in de door het
                                        college en het bevoegd gezag ondertekende gezamenlijke akte
                                        of de datum zoals vastgesteld door Gedeputeerde Staten bij
                                        de beslissing inzake een geschil over de totstandkoming van
                                        een gezamenlijke akte.</al></li><li nr="2."><al>Indien er, naar het oordeel van het college, mogelijk sprake
                                        is van achterstallig onderhoud aan het gebouw of terrein
                                        bedoeld in het eerste lid, dat tot de verantwoordelijkheid
                                        van het bevoegd gezag behoort, wordt, voordat de
                                        eigendomsoverdracht heeft plaatsgevonden, een staat van
                                        onderhoud opgemaakt.</al></li><li nr="3."><al>De staat van onderhoud wordt opgemaakt in opdracht van het
                                        college na overleg met het bevoegd gezag.</al></li><li nr="4."><al>Over de staat van onderhoud wordt overleg gevoerd met het
                                        bevoegd gezag. In dat overleg wordt, indien van toepassing,
                                        vastgesteld welk deel van het onderhoud alsnog door het
                                        bevoegd gezag wordt uitgevoerd of welk bedrag in plaats
                                        daarvan aan het college betaald wordt. Indien het overleg
                                        niet tot overeenstemming leidt, stellen partijen vast welke
                                        handelwijze gevolgd wordt.</al></li><li nr="5."><al>Het opmaken van een staat van onderhoud blijft achterwege
                                        indien dit naar het oordeel van het college niet nodig
                                        is.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 7 Gebruik gymnastiekruimte voor basisonderwijs en
                            (voortgezet) speciaal onderwijs</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 38 Mutaties aantal klokuren binnen beschikbare
                                capaciteit; inroostering gebruik</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Een bevoegd gezag van een school voor basisonderwijs of een
                                        school voor (voortgezet) speciaal onderwijs verstrekt
                                        jaarlijks voor 1 april voorafgaande aan het volgende
                                        schooljaar een opgave van de voor dat schooljaar voor de
                                        school gewenste onderwijsgebruik van een gymnastiekruimte.
                                        Deze opgave bevat de volgende gegevens: </al><lijst><li nr="a."><al>de gewenste omvang van het onderwijsgebruik
                                                uitgedrukt in een aantal klokuren;</al></li><li nr="b."><al>de aanduiding van de gymnastiekruimte of –ruimten
                                                waarin het gebruik wordt gewenst;</al></li><li nr="c."><al>de tijden waarop het onderwijsgebruik gedurende een
                                                schoolweek wordt gewenst.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De jaarlijkse opgave van het gewenste onderwijsgebruik van
                                        een gymnastiekruimte als bedoeld in het eerste lid wordt
                                        beschouwd als een aanvraag in de zin van artikel 19, met
                                        dien verstande dat op de afhandeling van een dergelijke
                                        aanvraag het bepaalde in dit artikel van toepassing is.</al></li><li nr="3."><al>Het college stelt jaarlijks voor 1 mei voorafgaande aan het
                                        daaropvolgende schooljaar op basis van de ingediende opgaven
                                        een voorstel tot inroostering vast van het onderwijsgebruik
                                        door de scholen voor basisonderwijs en (voortgezetI)
                                        speciaal onderwijs van de op het grondgebied van de gemeente
                                        gelegen gymnastiekruimten. Hiertoe wordt het gewenste
                                        onderwijsgebruik afgezet tegen de beschikbare capaciteit van
                                        de gymnastiekruimten, waarbij wordt uitgegaan van een
                                        capaciteit van 26 klokuren per week per
                                        gymnastiekruimte.</al></li><li nr="4."><al>Het college neemt bij de vaststelling van het voorstel tot
                                        inroostering het volgende in acht: </al><lijst><li nr="a."><al>de afstanden in relatie tot de omvang van het
                                                onderwijsgebruik van een gymnastiekruimte, zoals
                                                opgenomen in bijlage I, deel B;</al></li><li nr="b."><al>het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in
                                                stand gehouden school dat eigenaar is van een
                                                gymnastiekruimte wordt voor de betreffende school
                                                het eerste ingeroosterd door die
                                                gymnastiekruimte;</al></li><li nr="c."><al>het gymnastiekonderwijs van een school wordt zoveel
                                                mogelijk ingeroosterd in één gymnastiekruimte.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Het voorstel tot inroostering vermeldt per school voor
                                        basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs de
                                        volgende gegevens: </al><lijst><li nr="a."><al>het aantal klokuren waarvoor de school wordt
                                                ingeroosterd in een gymnastiekruimte;</al></li><li nr="b."><al>de aanduiding van de gymnastiekruimte waarin en de
                                                tijden gedurende welke het onderwijsgebruik
                                                plaatsvindt;</al></li><li nr="c."><al>een nadere onderverdeling van het aantal klokuren
                                                per gymnastiekruimte wanneer het gebruik in meer dan
                                                één gymnastiekruimte plaatsvindt;</al></li><li nr="d."><al>voor zover het gewenste aantal klokuren hoger is dan
                                                het aantal klokuren dat ingevolge de beleidsregel
                                                bekostiging gymnastiekruimte voor basisonderwijs en
                                                (voortgezet) speciaal onderwijs voor bekostiging
                                                door de gemeente in aanmerking komt, wordt vermeld
                                                hoeveel klokuren voor rekening komen van het bevoegd
                                                gezag van de school. Het college neemt het aantal
                                                klokuren als bedoeld in dit lid onder d slechts op
                                                in het voorstel tot inroostering voor zover daarvoor
                                                nog capaciteit beschikbaar is, nadat rekening is
                                                gehouden met het totale klokuurgebruik dat voor
                                                bekostiging door de gemeente in aanmerking
                                                komt.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>Het voorstel tot inroostering wordt door het college binnen
                                        twee weken na vaststelling toegezonden aan de bevoegde
                                        gezagsorganen voor basisonderwijs en (voortgezet) speicaal
                                        onderwijs. De bevoegde gezagsorganen worden daarbij
                                        uitgenodigd voor een overleg over het voorstel. Dit overleg
                                        vindt plaats binnen twee weken na toezending van het
                                        voorstel. In het overleg worden de vertegenwoordigers van de
                                        bevoegde gezagsorganen in de gelegenheid gesteld te reageren
                                        op het voorstel tot inroostering.</al></li><li nr="7."><al>Met inachtneming van de reacties van de bevoegde
                                        gezagsorganen stelt het college voor 15 juni volgend op de
                                        genoemde datum in het derde lid, de definitieve inroostering
                                        vast van het gebruik van de gymnastiekruimte voor het
                                        volgende schooljaar. Indien het college daarbij afwijkt van
                                        een of meer in het overleg als bedoeld in het zesde lid naar
                                        voren gebrachte reacties, dan wordt dit gemotiveerd.</al></li><li nr="8."><al>Binnen twee weken na vaststelling van de inroostering
                                        ontvangen de betreffende bevoegde gezagsorganen een
                                        schirftelijke mededeling van het college over de
                                        inroostering in de beschikbare gymnastiekruimten van de
                                        onder hun bevoegd gezag staande school of scholen voor het
                                        volgende schooljaar. Deze mededeling is te beschouwen als
                                        een beslissing in de zin van artikel 22 en, indien van
                                        toepassing, een beslissing in de zin van artikel 32, vierde
                                        lid.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 8 Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><afdeling><kop><titel>Artikel 39 Beslissing het college in gevallen waarin de
                                verordening niet voorziet</titel></kop><structuurtekst><al>In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin
                                deze verordening niet voorziet, beslist het college.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 40 Indexering</titel></kop><structuurtekst><al>Het college stelt jaarlijks de in het kader van deze verordening
                                gehanteerde normbedragen voor de vergoeding van voorzieningen op
                                basis van de in bijlage IV, deel A opgenomen prijsindexen en
                                systematiek van prijsbijstelling.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Artikel 41 Inwerkingtreding</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening
                                        voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Venlo”.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die
                                        waarop zij is bekendgemaakt.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>2.2 Algemene toelichting</titel></kop><afdeling><kop><titel>2.2.1 Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>In juli 1996 is de wetswijziging die de decentralisatie van de
                                onderwijshuisvesting naar gemeenten regelt door het parlement
                                aangenomen. Dit betekent dat gemeenten vanaf 1 januari 1997 de
                                opdracht hebben om te voorzien in adequate huisvesting voor het
                                primair en het voortgezet onderwijs, op basis van een verordening.
                                De VNG heeft daarvoor een model gemaakt. In deze algemene
                                toelichting wordt ingegaan op de totstandkoming van de Verordening
                                voorzieningen huisvesting onderwijs. Er wordt een kort overzicht
                                gegeven van de overwegingen die tot de decentralisatie van de
                                onderwijshuisvesting hebben geleid, van het belang ervan en van de
                                wet. Daarna wordt ingegaan op het belangrijkste instrument dat
                                gemeenten krijgen om de nieuwe taak uit te voeren: de verordening.
                                Een ander belangrijk instrument voor het gemeentelijk beleid is het
                                overleg met het onderwijsveld. Op dat overleg, en op de functie van
                                de verordening daarin, wordt tot slot ingegaan.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.2.1.1 Aanloop naar de decentralisatie van de
                                onderwijshuisvesting</titel></kop><structuurtekst><al>In 1991 werd in de Tussenbalans van het kabinet Lubbers III
                                aangekondigd dat de decentralisatie van rijkstaken naar gemeenten en
                                provincies krachtig zou worden gestimuleerd. Een van de taken die
                                volgens het Rijk in principe in aanmerking kwamen om te
                                decentraliseren, was de verantwoordelijkheid voor de huisvesting van
                                het basis, het speciaal en het voortgezet onderwijs. Met het IPO en
                                de VNG is hierover overleg gevoerd, hetgeen resulteerde in een
                                afspraak met de VNG om de mogelijkheden van decentralisatie van de
                                onderwijshuisvesting naar gemeenten nader te bezien. Al snel stond
                                vast dat het op zichzelf mogelijk was de verantwoordelijkheid voor
                                de voorzieningen die nu bij de minister van Onderwijs, Cultuur en
                                Wetenschappen aangevraagd moeten worden, over te dragen aan
                                gemeenten. Veel belangrijker was echter of het mogelijk was
                                gemeenten in een zodanige positie te brengen dat er sprake zou zijn
                                van voldoende beleidsvrijheid, vergroting van efficiency en
                                financiële beheersbaarheid. Ook de autonomievergroting van
                                schoolbesturen was een belangrijke voorwaarde, evenals vermindering
                                van rijksregelgeving.</al><al>Met inachtneming van deze voorwaarden is beschreven op welke wijze
                                de overdracht van taken zou kunnen plaatsvinden. Daarbij is
                                uitgegaan van de overdracht van de bijbehorende middelen naar het
                                Gemeentefonds. In 1993 hebben kabinet en VNG een akkoord gesloten
                                over de decentralisatie van de onderwijshuisvesting. In dat akkoord
                                zijn ook afspraken gemaakt over een efficiencykorting. Aanvankelijk
                                wilde het kabinet een korting van 10% van het over te hevelen
                                rijksbudget doorvoeren, net zoals dat bij de andere projecten die
                                vielen onder de Decentralisatie impuls het geval was. Uiteindelijk
                                is een korting van ƒ 125 miljoen, oplopend van ƒ 25 miljoen in 1996
                                tot ƒ 125 miljoen in 2000, overeengekomen. In dit bedrag is ƒ 27
                                miljoen opgenomen als betaling voor de overdracht van het
                                economische eigendom van gebouwen voor voortgezet onderwijs aan
                                gemeenten.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.2.2 Het belang van de decentralisatie van de
                                onderwijshuisvesting</titel></kop><structuurtekst><al>De samenleving heeft belang bij goed onderwijs. Goed onderwijs is
                                mede afhankelijk van een goede infrastructuur, waaronder begrepen de
                                huisvesting van de scholen. Bij de realisering van die huisvesting
                                is het van belang een situatie te creëren die zo goed mogelijk op de
                                omstandigheden van de school is toegesneden, tegen een zo laag
                                mogelijke prijs. Het gaat immers om de aanwending van
                                gemeenschapsgelden. In die twee uitgangspunten, maatwerk en
                                efficiency, is de belangrijkste reden voor de decentralisatie van de
                                onderwijshuisvesting te vinden. De centrale overheid is, om allerlei
                                redenen, niet langer in staat voldoende aan die uitgangspunten
                                tegemoet te komen. Gemeenten worden daartoe wel in staat geacht.
                                Veel meer dan de rijksoverheid is het voor gemeenten mogelijk bij
                                het huisvestingsbeleid rekening te houden met de omstandigheden van
                                de school en de overige lokale omstandigheden. Dat kan bijvoorbeeld
                                door minder rigide normen te hanteren dan de rijksoverheid en meer
                                ruimte te creëren voor overleg met het scholenveld, zonder overigens
                                de gelijke behandeling van scholen uit het oog te verliezen.</al><al>De decentralisatie van de onderwijshuisvesting is dus op de eerste
                                plaats van belang voor de scholen. Ook voor gemeenten, in hun rol
                                van overheid, is de nieuwe taak echter van belang. Op tal van
                                gemeentelijke beleidsterreinen is immers sprake van
                                huisvestingsbehoefte. Dat geldt niet alleen voor zaken waar
                                gemeenten zich nu mee bezighouden - kinderopvang,
                                volwasseneneducatie, sociaal en cultureel werk etc. - maar ook voor
                                nieuwe gemeentelijke beleidsterreinen als
                                onderwijsachterstandsbeleid. De aan gemeenten toebedachte rol van
                                beleidsbepalend coördinator en financier biedt nieuwe mogelijkheden
                                om een optimale afstemming tussen huisvestingsbehoefte, beschikbare
                                huisvestingscapaciteit en beschikbare middelen te bewerkstelligen.
                                Dat betekent enerzijds dat meer efficiency bereikt kan worden.
                                Anderzijds betekent dit ook dat de inhoud van het lokale
                                onderwijsbeleid via de huisvesting kan worden ondersteund. Zou de
                                gemeente bijvoorbeeld in het kader van het achterstandsbeleid
                                besluiten dat extra aandacht (en geld) wordt besteed aan een
                                bepaalde categorie leerlingen, dan kan daaraan gekoppeld worden dat
                                daar ook in de sfeer van de huisvesting een mogelijkheid voor wordt
                                gecreëerd. Het spreekt voor zich dat dit gebeurt in goed overleg met
                                de betrokken schoolbesturen.</al><al>Ook buiten de sfeer van het onderwijs kan de nieuwe taak van
                                gemeenten zijn vruchten afwerpen. Nieuwe vormen van bouwen,
                                bijvoorbeeld schoolwoningen, kunnen worden gestimuleerd. Op zichzelf
                                zijn daarvoor nu ook al mogelijkheden, maar het is nog te vaak een
                                kwestie van zeer lange adem om iets dergelijks gerealiseerd te
                                krijgen.</al><al>Samenvattend kan gesteld worden dat niet alleen het onderwijs, maar
                                ook andere gemeentelijke beleidsterreinen kunnen profiteren van de
                                huisvestingsverantwoordelijkheid van gemeenten.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.2.3 De wet</titel></kop><structuurtekst><al>Aan het einde van de zittingsperiode van het vorige kabinet kwam het
                                akkoord met de VNG onder zware druk te staan. Het kabinet wenste de
                                mogelijkheid om de verantwoordelijkheid voor de onderwijshuisvesting
                                door te decentraliseren aan schoolbesturen in de wet op te nemen.
                                Het kabinet Kok heeft echter de uitgangspunten van het
                                oorspronkelijke akkoord met de VNG in het regeerakkoord opgenomen.
                                Onder meer hierdoor heeft het tot oktober 1995 geduurd voordat er
                                een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer werd ingediend (Kamerstuk 24
                                455). Inmiddels had de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en
                                Wetenschappen op aandringen van de VNG al besloten om de invoering
                                van de decentralisatie onderwijshuisvesting, die aanvankelijk
                                gepland was op 1 januari 1996, uit te stellen tot 1 januari
                                1997.</al><al>Het wetsvoorstel is zowel in de Tweede als in de Eerste Kamer met
                                een grote meerderheid aangenomen. Tijdens de parlementaire
                                behandeling is uitvoerig stilgestaan bij de financiële implicaties
                                van het wetsvoorstel. Dat heeft geresulteerd in een verruiming van
                                de overgangsregeling voor gemeenten die een fors financieel nadeel
                                ondervinden als gevolg van de verdeling van de
                                onderwijshuisvestingsmiddelen naar het Gemeentefonds. Ook zal door
                                middel van een evaluatie na vijf jaar worden bezien of de gekozen
                                verdeelsystematiek bijstelling behoeft en of gemeenten in staat zijn
                                hun wettelijke verplichtingen na te komen. De staatssecretaris heeft
                                een jaarlijkse monitoring aan het parlement toegezegd waarbij, naast
                                de financiële aspecten, ook de lokale ontwikkelingen op het punt van
                                de doordecentralisatie worden bezien. Om vanuit het Rijk voldoende
                                waarborgen te bieden aan de scholen is op verzoek van de Tweede
                                Kamer een aantal wijzigingen in het wetsvoorstel aangebracht. Zo
                                zullen bij algemene maatregel van bestuur minimale oppervlaktenormen
                                worden vastgesteld en is geregeld dat het openbaar en het bijzonder
                                onderwijs ook in procedurele zin gelijk worden behandeld. Een
                                belangrijke wijziging betreft de rol die de Onderwijsraad gaat
                                vervullen. Indien een bevoegd gezag meent dat bij de vaststelling
                                van de verordening of bij de vaststelling van het gemeentelijke
                                programma voor de huisvestingsvoorzieningen wordt gehandeld in
                                strijd met de vrijheid van richting of van inrichting, dan kan
                                daarover een advies van de Onderwijsraad worden gevraagd. Dat advies
                                kan ook door de gemeente worden gevraagd.</al><al>Door inwerkingtreding van het wetsvoorstel zijn de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20het%20basisonderwijs">Wet op het basisonderwijs</extref> (WBO), de Interimwet op het
                                (voortgezet) speciaal onderwijs (ISOVSO), de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20het%20voortgezet%20onderwijs">Wet op het voortgezet onderwijs</extref> (WVO) en de daarop
                                gebaseerde overgangswetten (OWBO, OISOVSO en OWVO) gewijzigd. De
                                wijzigingen leiden ertoe dat grotendeels eenzelfde
                                huisvestingsregime voor primair onderwijs en voortgezet onderwijs
                                gaat gelden.</al><al>De belangrijkste elementen uit de wet zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>de gemeenteraad zorgt voor alle huisvestingsvoorzieningen op
                                        het grondgebied van de gemeente. Het betreft hier de
                                        overdracht van de zorgplicht van het Rijk, die
                                        tegelijkertijd een territoriale beperking krijgt;</al></li><li nr="-"><al>de voorzieningen in de huisvesting waarvoor de gemeente
                                        verantwoordelijk is worden benoemd. Dit zijn grotendeels de
                                        voorzieningen die nu bij de minister kunnen worden
                                        aangevraagd;</al></li><li nr="-"><al>de gemeenteraad krijgt de opdracht een verordening vast te
                                        stellen. In die verordening moet onder andere geregeld
                                        worden welke criteria de gemeente hanteert bij de
                                        beoordeling van verzoeken, hoe de bedragen voor de
                                        huisvestingsvoorzieningen worden vastgesteld, aan welke
                                        eisen schoolgebouwen moeten voldoen en welke procedures
                                        gelden voor aanvragen van schoolbesturen. Voordat de
                                        verordening wordt vastgesteld, wordt daarover overleg
                                        gevoerd met de schoolbesturen;</al></li><li nr="-"><al>aan de gemeenteraad wordt ook opgedragen jaarlijks een
                                        bedrag vast te stellen. Dit bedrag is bestemd voor de
                                        bekostiging van huisvestingsvoorzieningen in het
                                        daaropvolgende jaar en moet zodanig worden vastgesteld dat
                                        daarmee redelijkerwijs kan worden voorzien in de
                                        huisvestingsbehoefte;</al></li><li nr="-"><al>als de huisvestingsverzoeken zijn beoordeeld dient een
                                        zogenoemd programma te worden vastgesteld door de
                                        gemeenteraad. Dit programma bevat alle aangevraagde
                                        voorzieningen die het jaar daarop voor bekostiging door de
                                        gemeente in aanmerking komen. Verzoeken die worden afgewezen
                                        komen op het zogenoemde overzicht te staan. De
                                        afwijzingsgrond wordt daarbij vermeld;</al></li><li nr="-"><al>de wet regelt ook de weigeringsgronden. Een voorziening
                                        wordt geweigerd indien:</al></li><li nr="-"><al>niet aan de formele eisen voor indiening is voldaan;</al></li><li nr="-"><al>de voorziening niet noodzakelijk is;</al></li><li nr="-"><al>op een andere wijze in de behoefte kan worden voorzien,
                                        bijvoorbeeld door medegebruik. Om dat medegebruik te kunnen
                                        realiseren krijgt de gemeente het recht leegstaande lokalen
                                        te vorderen van een schoolbestuur;</al></li><li nr="-"><al>de voorziening noodzakelijk is als gevolg van verwijtbare
                                        nalatigheid van het schoolbestuur;</al></li><li nr="-"><al>het door de gemeenteraad vastgestelde budget niet toereikend
                                        is;</al></li><li nr="-"><al>in afwijking van hetgeen in de wet geregeld wordt, kan een
                                        gemeente met een schoolbestuur overeenkomen dat het
                                        schoolbestuur zelf verantwoordelijk wordt voor de
                                        huisvestingsvoorzieningen en daarvoor van de gemeente
                                        jaarlijks een bedrag ontvangt; de zogenaamde
                                        doordecentralisatie. Dit kan gaan om alle
                                        huisvestingsvoorzieningen, maar ook om een gedeelte daarvan.
                                        De gemeenteraad kan voorwaarden stellen aan de
                                        doordecentralisatie.</al></li></lijst><al>De wet kent ook een aantal overgangsbepalingen. Deze dienen met name
                                om te bewerkstelligen dat er geen ‘gat’ ontstaat in de toekenning
                                van huisvestingsvoorzieningen door de overgang. De
                                overgangsbepalingen komen er in het kort op neer dat alle
                                beschikkingen die nog door de minister zijn afgegeven, door de
                                gemeenten moeten worden gefinancierd. Dit zijn merendeels
                                beschikkingen voor permanente voorzieningen in 1997. Gemeenten
                                moeten zelf beslissingen nemen ten aanzien van een deel van de
                                tijdelijke voorzieningen in 1997 en de spoedvoorzieningen in 1997.
                                Ter uitvoering van de overgangsbepalingen uit de wet voorziet de
                                modelverordening in een overgangsregeling, neergelegd in hoofdstuk 8
                                van de verordening. De eerste keer dat gemeenten in volle omvang
                                zelf beslissingen gaan nemen is in 1997, ten behoeve van
                                voorzieningen voor 1998.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.2.4 De financiën</titel></kop><structuurtekst><al>De overdacht van taken aan gemeenten gaat uiteraard gepaard met de
                                overdracht van middelen. Gezien de aard van de huisvestingstaak lag
                                de keuze voor het Gemeentefonds het meest voor de hand.</al><al>Vanaf 1 januari 1997 zal de huidige geldstroom voor
                                huisvestingsvoorzieningen van het ministerie van Onderwijs, Cultuur
                                en Wetenschappen aan gemeenten worden stopgezet en worden vervangen
                                door een Gemeentefondsuitkering.</al><al>In de Financiële verhoudingswet is vastgelegd op welke wijze de
                                verdeling van de middelen plaatsvindt. Het gaat om een bedrag van
                                ruim ƒ 1,7 miljard, zijnde het bedrag dat op dit moment door het
                                Rijk wordt ingezet voor de onderwijshuisvesting.</al><al>In de memorie van toelichting bij de wijziging van de WBO, ISOVSO en
                                WVO i.v.m. de decentralisatie van de onderwijshuisvesting, alsmede
                                in de juni-circulaire Gemeentefonds 1996 van het ministerie van
                                Binnenlandse Zaken, is een uitvoerige passage opgenomen over de
                                verdeling van de middelen en de maatstaven die daarvoor gebruikt
                                worden.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.2.5 Het overleg met het lokale onderwijsveld;
                                consensusmodel</titel></kop><structuurtekst><al>Alvorens in paragraaf 2.2.6 in te gaan op het formele instrument dat
                                gemeenten ter beschikking staat om de huisvestingstaak uit te voeren
                                (de verordening), wordt eerst ingegaan op het minstens zo
                                belangrijke instrument van het overleg.</al><al>In de wet is een aantal malen overleg met bijzondere scholen of hun
                                vertegenwoordigers voorgeschreven (zie onder B1, Modelverordening
                                procedure overleg huisvesting onderwijs en onder paragraaf 2.2.6.3,
                                De procedures van aanvragen en afhandeling). Méér echter dan een
                                wettelijke verplichting is het overleg een instrument om lokaal
                                onderwijs(huisvestings)beleid te voeren. Het is niet alleen van
                                belang om draagvlak te verkrijgen voor de intenties van de gemeente,
                                maar ook nuttig om inzicht te krijgen in de wensen en mogelijkheden
                                van schoolbesturen. Met name indien een gemeente de
                                onderwijshuisvesting wil inbedden in het bredere lokaal
                                onderwijsbeleid, is goed overleg onontbeerlijk.</al><al>In paragraaf 2.2.6 wordt onder andere beschreven wat het programma,
                                het overzicht en de urgentiecriteria inhouden. De toepassing van
                                deze wettelijke instrumenten kán ertoe leiden dat het
                                huisvestingsbeleid niet meer wordt dan het van jaar tot jaar toe en
                                afwijzen van ingediende verzoeken. Op die wijze is het niet alleen
                                onmogelijk om integraal beleid te voeren; ook de ontwikkeling van
                                een meerjarenperspectief is dan niet aan de orde.</al><al>Indien echter, in overleg met het onderwijsveld, gekomen kan worden
                                tot een meerjarenplanning kunnen de formele instrumenten in
                                belangrijke mate achterwege blijven. Van de scholen wordt dan
                                gevraagd inzicht te geven in hun meerjarenplanning en de daaruit
                                voortvloeiende huisvestingswensen. De gemeente geeft aan wat, naar
                                verwachting, de financiële mogelijkheden zijn en of er
                                ontwikkelingen op andere gemeentelijke beleidsterreinen verwacht
                                worden die mogelijk van invloed zijn op de onderwijshuisvesting.
                                Vervolgens wordt, in gezamenlijk overleg, een planning voor de
                                komende jaren vastgesteld. Dat kan met inachtneming van de
                                urgentiecriteria die in de verordening vastliggen, maar hier kan ook
                                van worden afgeweken als daarover consensus bestaat. De
                                meerjarenplanning leidt vervolgens ieder jaar tot het plaatsen van
                                een aantal voorzieningen op het programma dat door de raad wordt
                                vastgesteld. Dat vereist overigens van de gemeente dat zij een reëel
                                inzicht, ontleend aan de meerjarenbegroting, geeft in de financiële
                                mogelijkheden op langere termijn. Dit systeem kan namelijk alleen
                                werken als, weliswaar niet formeel maar wel materieel, rechten
                                ontleend kunnen worden aan de meerjarenplanning. Dat betekent dat
                                alleen in geval van calamiteiten van de meerjarenplanning wordt
                                afgeweken. Als die zich niet voordoen, rust op de gemeente ten
                                minste de morele plicht om de meerjarenplanning op de overeengekomen
                                wijze uit te voeren. Uiteraard geldt dan voor de schoolbesturen dat
                                zij, calamiteiten daargelaten, geen aanvragen indienen buiten de
                                meerjarenplanning om.</al><al>Het vorenstaande betekent dat de urgentiecriteria in feite niet
                                formeel toegepast worden, omdat uitgegaan wordt van consensus met de
                                schoolbesturen. Slechts als er geen overeenstemming over de
                                meerjarenplanning bereikt wordt, wordt teruggevallen op de formele
                                bepalingen uit de verordening.</al><al>Dit zogenaamde consensusmodel stelt eisen aan het overleg. Daarbij
                                gaat het zowel om de agenda als de deelnemers. Dit type overleg kan
                                alleen zinvol zijn als het niet wordt beperkt tot de ‘techniek’ van
                                de huisvesting, maar wordt verbreed tot de voornemens en wensen van
                                alle partijen op het brede onderwijsterrein. Dat stelt uiteraard ook
                                eisen aan de deelnemers. Overleg is alleen zinvol als men voldoende
                                deskundigheid, maar ook voldoende mandaat heeft. Bovendien geldt
                                voor de gemeente dat het noodzakelijk is een helder onderscheid aan
                                te brengen tussen de lokale overheidstaak en het bestuur van het
                                openbaar onderwijs. Dat betekent bij voorkeur dat aan het overleg
                                een representant van de gemeente en een representant van het
                                openbaar onderwijs deelnemen. Afhankelijk van de mate van
                                verzelfstandiging van het openbaar onderwijs en de keuze van de
                                directiestructuur kan de representant van het openbaar onderwijs een
                                ambtenaar van de dienst onderwijs of een lid van de (centrale)
                                directie zijn. Het is uiteraard van belang dat deze personen kunnen
                                rekenen op een draagvlak binnen de scholen die zij representeren. Om
                                hiervan verzekerd te zijn kunnen bijvoorbeeld de
                                medezeggenschapsraden vooraf geconsulteerd worden. Als het openbaar
                                onderwijs is verzelfstandigd, neemt uiteraard het bevoegd gezag deel
                                aan het overleg (zie ook B1.3, Artikelsgewijze toelichting op de
                                verordening procedure overleg huisvesting onderwijs).</al><al>Voor het bijzonder onderwijs betekent dit deelname door het
                                schoolbestuur zelf, een representant daarvan met bestuurlijk mandaat
                                of een vertegenwoordiger van een aantal schoolbesturen. Met name in
                                gemeenten met veel schoolbesturen zal een praktische keuze gemaakt
                                moeten worden, om het overleg niet op een ‘Poolse landdag’ te laten
                                uitlopen.</al><al>Toepassing van het hiervoor beschreven consensusmodel betekent niet
                                dat er geen verordening behoeft te worden vastgesteld. Volgens de
                                wet dient iedere gemeente waar zich basis, speciaal, of voortgezet
                                onderwijs bevindt een verordening te hebben. Ook al wordt die
                                verordening niet strikt toegepast, hij is wel van belang als
                                ‘vangnet’ voor het geval er onverhoopt niet met alle schoolbesturen
                                consensus zou kunnen worden bereikt. Bovendien zullen ook de
                                uitkomsten van het consensusmodel tot de vaststelling van een
                                programma (de beschikkingen) door de gemeenteraad moeten leiden. In
                                het overleg kan afgesproken worden dat bepaalde procedurele aspecten
                                van de verordening, zoals ten aanzien van de uitvoering van
                                beschikkingen, wel van toepassing zijn op het consensusmodel.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.2.6 De verordening</titel></kop><structuurtekst><al>De wet geeft gemeenten een belangrijk instrument om de
                                huisvestingstaak gestalte te geven: de verordening. De verordening
                                dient de uitwerking te vormen van een aantal wettelijke bepalingen.
                                De belangrijkste daarvan is dat de verordening zodanig moet worden
                                opgezet dat kan worden ‘voldaan aan de redelijke eisen die het
                                onderwijs aan de huisvesting van scholen in de gemeente stelt’.</al><al>In de VNG modelverordening voorzieningen huisvesting onderwijs, die
                                door iedere gemeente op de gewenste lokale maat gesneden kan worden,
                                is dat principe uitgewerkt. Deze modelverordening is tot stand
                                gekomen met medewerking van een klankbordgroep, bestaande uit
                                gemeentelijke vertegenwoordigers, en na uitgebreid en constructief
                                overleg met de besturenorganisaties voor het bijzonder
                                onderwijs.</al><al>De verordening bestaat voor het belangrijkste deel uit bepalingen
                                die volgens de wet moeten worden opgenomen. Daarnaast is een aantal
                                facultatieve bepalingen opgenomen. Op het eerste gezicht lijkt de
                                verordening, en met name de bijlagen, vrij omvangrijk. De redenen
                                daarvoor zijn de volgende: alhoewel het sterk de voorkeur heeft om
                                in overleg met de schoolbesturen (zie hiervoor paragraaf 2.2.5) het
                                huisvestingsbeleid gestalte te geven, dient de verordening zodanig
                                van inhoud te zijn dat die in juridische zin voldoende waarborgen
                                biedt om, ook in beroep, de gemeentelijke beslissingen te kunnen
                                dragen. Dat gegeven leidt tot meer bepalingen dan op het eerste
                                gezicht wenselijk lijkt.</al><al>Bovendien vervangt de modelverordening het grootste deel van het
                                omvangrijke scala aan rijksregelgeving en andere voorschriften.
                                Gemeenten hebben nu eenmaal niet dezelfde variëteit aan
                                regelgevingsmogelijkheden die het Rijk heeft, dus alle regels moeten
                                in de vorm van een verordening worden gegoten. Om een indruk te
                                geven: de modelverordening vervangt (delen van):</al><lijst><li nr="-"><al>Bouwbesluit WBO/ISOVSO;</al></li><li nr="-"><al>Bekostigingsbesluit WBO/ISOVSO;</al></li><li nr="-"><al>Huisvestingsbesluit WBO/ISOVSO;</al></li><li nr="-"><al>Bekostigingsstelsel basisonderwijs en (voortgezet) speciaal
                                        onderwijs; programma’s van eisen huisvesting;</al></li><li nr="-"><al>Regeling subsidieplafond en verdelingsregels basisonderwijs
                                        en (voortgezet) speciaal onderwijs;</al></li><li nr="-"><al>Regeling inzending bouwopdracht basisonderwijs en
                                        (voortgezet) speciaal onderwijs;</al></li><li nr="-"><al>Regelingen m.b.t. de huisvestingsmeldingsformulieren
                                        basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs;</al></li><li nr="-"><al>Regelingen m.b.t. de modelprognoses;</al></li><li nr="-"><al>Regeling invoering architectenverklaring basisonderwijs en
                                        (voortgezet) speciaal onderwijs;</al></li><li nr="-"><al>Huisvestingsbesluit WVO;</al></li><li nr="-"><al>Regeling huisvesting voortgezet onderwijs;</al></li><li nr="-"><al>Programma’s van eisen blijvende voorzieningen voortgezet
                                        onderwijs;</al></li><li nr="-"><al>Programma’s van eisen tijdelijke voorzieningen voortgezet
                                        onderwijs;</al></li><li nr="-"><al>Programma’s van eisen inventaris voortgezet onderwijs;</al></li><li nr="-"><al>Ruimtelijk normeringsysteem (RNS) voortgezet onderwijs.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.2.6.1 Uitgangspunten</titel></kop><structuurtekst><al>In de modelverordening is uitgegaan van integraal gemeentelijk
                                huisvestingsbeleid. Dat betekent dat niet op voorhand een scheiding
                                wordt aangebracht tussen basis, speciaal en voortgezet onderwijs.
                                Hieruit vloeit niet alleen voort dat ervan uit wordt gegaan dat de
                                gemeenteraad één budget vaststelt voor alle mogelijke
                                huisvestingsvoorzieningen, maar ook dat bij het opstellen van de
                                beoordelingscriteria waar mogelijk wordt uitgegaan van één
                                systematiek.</al><al>Om het mogelijk te maken dat het onderwijshuisvestingsbeleid zoveel
                                mogelijk wordt ingebed in het totale gemeentelijke beleid, wordt bij
                                de aanvraag- en toekenningsprocedure de gemeentelijke
                                begrotingscyclus gevolgd. Op die wijze wordt bewerkstelligd dat een
                                brede lokale afweging wordt gemaakt binnen het totaal aan
                                beschikbare gemeentelijke middelen. Het programma met daarop de
                                huisvestingsvoorzieningen die door de gemeente worden vergoed, wordt
                                in principe dan ook gelijktijdig met de begroting vastgesteld. Op
                                die wijze zijn het bedrag op de begroting en de toegekende
                                voorzieningen altijd met elkaar in overeenstemming. Er is dus geen
                                sprake van een vooraf vastgesteld budget, waarna vervolgens zoveel
                                voorzieningen worden toegekend als het budget toelaat. Een
                                dergelijke handelwijze kan ertoe leiden dat niet voldaan wordt aan
                                de opdracht tot adequate huisvesting, omdat absoluut noodzakelijke
                                voorzieningen niet aan bod komen. Evenzeer is het denkbaar dat
                                voorzieningen die niet absoluut noodzakelijk zijn worden toegekend,
                                omdat er nu eenmaal budget is. Dat ‘overtollige’ budget kan wellicht
                                beter ingezet worden voor andere gemeentelijke
                                beleidsterreinen.</al><al>Een ander uitgangspunt van de verordening betreft de efficiency.
                                Niet alleen vanwege de vooraf opgelegde efficiencykorting, maar ook
                                vanwege het algemene belang om zo zorgvuldig mogelijk om te springen
                                met gemeenschapsgelden, heeft dit item een groot accent gekregen in
                                de verordening. De inzet is het zoveel mogelijk gebruik maken van
                                bestaande huisvestingscapaciteit. Dat komt tot uitdrukking in de
                                beoordelingscriteria die worden toegepast bij verzoeken om nieuwe
                                huisvestingsvoorzieningen, maar bijvoorbeeld ook bij het toekennen
                                van ruimte voor gymnastiekonderwijs. Bij dat laatste wordt het
                                uitgangspunt verlaten dat bij een bepaalde omvang van het gebruik
                                recht bestaat op een ‘eigen’ gymlokaal, en wordt uitgegaan van
                                gemeentelijke accommodaties die beschikbaar worden gesteld voor het
                                onderwijs.</al><al>Het maatwerk, een van de andere belangrijke redenen voor
                                decentralisatie van de onderwijshuisvesting, komt onder andere tot
                                uitdrukking in de vergroting van autonomie die aan schoolbesturen
                                wordt gegeven. Niet langer worden gedetailleerde eisen gesteld aan
                                de vorm waarin een huisvestingsvoorziening wordt uitgevoerd; er
                                worden slechts minimale normen vastgelegd. Zo geldt bijvoorbeeld een
                                minimumoppervlakte voor een lesruimte, om te bewerkstelligen dat een
                                gebouw ook functioneel is voor eventuele andere gebruikers, maar
                                geen minimumnorm voor het totale gebouw. De modelverordening gaat
                                ook niet uit van een genormeerd systeem van periodieke toekenning
                                van bedragen voor groot onderhoud en renovatie. Als dergelijke
                                voorzieningen gewenst worden, dan wordt de noodzaak ervan getoetst.
                                Het maatwerk komt ook tot uitdrukking in de wijze waarop de
                                vergoeding van de kosten van bepaalde voorzieningen tot stand komt.
                                De wet schrijft voor dat de gemeenteraad daarvoor normen vastlegt.
                                In de memorie van toelichting is aangegeven dat dat ook kan inhouden
                                dat met een zogenoemde offertesystematiek wordt gewerkt. In de
                                modelverordening is ervoor gekozen de vergoeding voor alle
                                voorzieningen waarvoor dat mogelijk is te normeren in de vorm van
                                een soort van programma’s van eisen. Voor de voorzieningen waarvoor
                                dat niet mogelijk is wordt uitgegaan van de offertelijn. Die houdt
                                in dat een schoolbestuur bij de aanvraag een begroting overlegt. Na
                                eventuele bijstelling daarvan wordt een voorlopig vergoedingsbedrag
                                vastgesteld. Als de voorziening door de raad is goedgekeurd, vraagt
                                het schoolbestuur een aantal offertes. Op basis daarvan wordt
                                vervolgens het definitieve vergoedingsbedrag bepaald. Op die wijze
                                ontstaat ook in de vergoeding van de voorzieningen het benodigde
                                maatwerk. In de artikelsgewijze toelichting is aangegeven dat ook de
                                vergoedingsbedragen die genormeerd zijn, kunnen worden vervangen
                                door de offertelijn.</al><al>Over het geheel genomen is in de modelverordening geen sprake van
                                een principiële breuk met het huidige rijksbeleid. Zo zijn de
                                normbedragen afgeleid van de voormalige programma’s van eisen en
                                zijn bijvoorbeeld bij verwijsafstanden grotendeels de rijkscriteria
                                overgenomen. Waar mogelijk zijn wel vereenvoudigingen aangebracht.
                                De reden voor de vertaling van grote delen van het rijksbeleid is
                                tweeledig. Enerzijds is het bedrag dat wordt overgeheveld naar
                                gemeenten gebaseerd op dit beleid. Grote afwijkingen hiervan kunnen
                                soms tot meerkosten leiden. Anderzijds laat deze keuze alle
                                mogelijkheden open om in het overleg met de schoolbesturen tot een
                                werkelijk lokale invulling te komen. Zo kan bijvoorbeeld op lokaal
                                niveau het beste ingeschat worden wat het betekent als voor de
                                verwijsafstand wordt gekozen voor een andere kilometergrens of een
                                afbakening van een bepaalde wijk.</al><al>De modelverordening is dan ook zodanig dat er voldoende ruimte is om
                                er een gemeentespecifieke invulling aan te geven.</al><al>Als laatste, maar zeker niet onbelangrijkste uitgangspunt, kan de
                                gelijke behandeling van openbaar en bijzonder onderwijs genoemd
                                worden.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.2.6.2 De structuur</titel></kop><structuurtekst><al>De modelverordening is opgesteld volgens het ‘ladenkastprincipe’.
                                Dit houdt in dat de bepalingen voor de onderwijssoorten die in een
                                gemeente niet voorkomen, gemakkelijk verwijderd kunnen worden. Dat
                                geldt ook voor facultatieve bepalingen, zoals het toekennen van een
                                vergoeding voor de kosten van bouwvoorbereiding. Verder zijn alle
                                bepalingen waar keuzen gemaakt zijn op het gebied van termijnen
                                duidelijk aangegeven. De gekozen termijnen kunnen zodoende makkelijk
                                vervangen worden.</al><al>De modelverordening bevat een aanzienlijk aantal vrij technische
                                bepalingen. Dit geldt met name voor de bouwkundige en financiële
                                normering en de urgentie en prognosecriteria. Omwille van de
                                inzichtelijkheid bestaat de modelverordening daarom uit een zgn.
                                rompverordening met bijlagen. In de romp (zie onder 2.1) staan
                                bepalingen die in hun algemeenheid voor iedere gemeente gelden,
                                zoals de begripsomschrijvingen, de aanvraagprocedure en de
                                competentieverdeling tussen raad en college van burgemeester en
                                wethouders. Verder is een aantal ‘kapstokbepalingen’ opgenomen. Deze
                                maken het mogelijk dat een nadere uitwerking plaatsvindt in de
                                bijlagen. Romp en bijlagen vormen overigens in juridische zin één
                                geheel. De totstandkoming en wijziging van de bijlagen (zie onder
                                2.4) zullen op dezelfde wijze dienen plaats te vinden als die van de
                                romp. Dat betekent overigens niet dat iedere wijziging tot een
                                nieuwe vaststelling door de gemeenteraad moet leiden. Wanneer het
                                gaat om zaken die jaarlijks bijgesteld moeten worden, zoals
                                normbedragen, is die bijstelling opgedragen aan burgemeester en
                                wethouders.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.2.6.3 De procedures van aanvragen en afhandeling [1]</titel></kop><structuurtekst><al>Wat de procedures betreft wordt aangesloten bij de gemeentelijke
                                begrotingscyclus. De totale cyclus, die start met vaststelling of
                                (indien noodzakelijk) wijziging van de verordening en eindigt met de
                                uitvoering van de huisvestingsvoorziening, vindt plaats in drie
                                kalenderjaren. In het schema op blz. 11 wordt geschetst welke
                                activiteiten in welk jaar moeten plaatsvinden, waarbij met jaar ‘t’
                                het jaar van uitvoering van de huisvestingsvoorziening door het
                                schoolbestuur is bedoeld. De aangegeven maanden zijn uiteraard
                                indicatief.</al><al>Het hiervoor beschreven proces kan zich in principe ieder jaar
                                herhalen. Dit betekent bijvoorbeeld dat op het moment van overleg
                                met de schoolbesturen over het raadsvoorstel voor het programma, ook
                                het wettelijk voorgeschreven overleg over een eventuele wijziging
                                van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs kan
                                plaatsvinden. Dit met inachtneming van het gestelde in de
                                Verordening procedure overleg huisvesting onderwijs (B1).</al><al>Er is bij de aanvraagprocedures geen onderscheid gemaakt tussen voor
                                blijvend en voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen. Beide
                                worden op hetzelfde moment en voor hetzelfde programma aangevraagd.
                                Dat kan ook omdat ten opzichte van het systeem van vóór 1 januari
                                1997 de procedure voor de voor blijvend gebruik bestemde
                                voorzieningen met één jaar bekort is. Die voorzieningen worden nu
                                het jaar voorafgaand aan de realisering aangevraagd. Indien zich
                                calamiteiten voordoen, waarbij de voortgang van het onderwijs
                                belemmerd wordt, kan een spoedprocedure gevolgd worden. Door de
                                verkorting van de reguliere procedures zal hiervan naar verwachting
                                weinig gebruik hoeven te worden gemaakt.</al><table><tgroup cols="15"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="6*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="6*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="6*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="6*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="6*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="6*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="6*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="6*"/><colspec colname="col9" colnum="9" colwidth="6*"/><colspec colname="col10" colnum="10" colwidth="6*"/><colspec colname="col11" colnum="11" colwidth="6*"/><colspec colname="col12" colnum="12" colwidth="6*"/><colspec colname="col13" colnum="13" colwidth="6*"/><colspec colname="col14" colnum="14" colwidth="6*"/><colspec colname="col15" colnum="15" colwidth="6*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>t2</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>augustus</al></entry><entry colname="col4" nameend="col10" namest="col4"><al>* overleg over verordening</al></entry><entry colname="col11" nameend="col15" namest="col11"><al>* bepalen kosten aangevraagde voorzieningen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>september</al></entry><entry colname="col4" nameend="col10" namest="col4"><al/></entry><entry colname="col11" nameend="col15" namest="col11"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al/></entry><entry colname="col4" nameend="col10" namest="col4"><al/></entry><entry colname="col11" nameend="col15" namest="col11"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>oktober</al></entry><entry colname="col4" nameend="col10" namest="col4"><al>* vaststelling/wijziging verordening</al></entry><entry colname="col11" nameend="col15" namest="col11"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>november</al></entry><entry colname="col4" nameend="col10" namest="col4"><al/></entry><entry colname="col11" nameend="col15" namest="col11"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>december</al></entry><entry colname="col4" nameend="col10" namest="col4"><al/></entry><entry colname="col11" nameend="col15" namest="col11"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>t1</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>januari</al></entry><entry colname="col4" nameend="col10" namest="col4"><al>* indienen aanvragen jaar t</al></entry><entry colname="col11" nameend="col15" namest="col11"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>februari</al></entry><entry colname="col4" nameend="col10" namest="col4"><al>* formele toets aanvragen</al></entry><entry colname="col11" nameend="col15" namest="col11"><al>* begrotingsvoorbereiding</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>maart</al></entry><entry colname="col4" nameend="col10" namest="col4"><al>* ambtelijke voorbereiding +</al></entry><entry colname="col11" nameend="col15" namest="col11"><al>* bepalen kosten aangevraagde voorzieningen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al/></entry><entry colname="col4" nameend="col10" namest="col4"><al/></entry><entry colname="col11" nameend="col15" namest="col11"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>april</al></entry><entry colname="col4" nameend="col10" namest="col4"><al>overleg aanvragers</al></entry><entry colname="col11" nameend="col15" namest="col11"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>mei</al></entry><entry colname="col4" nameend="col10" namest="col4"><al>voorontwerp programma/overzicht</al></entry><entry colname="col11" nameend="col15" namest="col11"><al>* overleg budget portefeuilehouders</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al/></entry><entry colname="col4" nameend="col10" namest="col4"><al/></entry><entry colname="col11" nameend="col15" namest="col11"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>juni</al></entry><entry colname="col4" nameend="col10" namest="col4"><al>* raadsvoorstel programma/overzicht</al></entry><entry colname="col11" nameend="col15" namest="col11"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>juli</al></entry><entry colname="col4" nameend="col10" namest="col4"><al>overleg schoolbesturen</al></entry><entry colname="col11" nameend="col15" namest="col11"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>september</al></entry><entry colname="col4" nameend="col10" namest="col4"><al/></entry><entry colname="col11" nameend="col15" namest="col11"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>oktober</al></entry><entry colname="col4" nameend="col10" namest="col4"><al>* vaststelling gemeentebegroting incl.
                                                  huisvestingsbudget</al></entry><entry colname="col11" nameend="col15" namest="col11"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>november</al></entry><entry colname="col4" nameend="col10" namest="col4"><al/></entry><entry colname="col11" nameend="col15" namest="col11"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>december</al></entry><entry colname="col4" nameend="col10" namest="col4"><al/></entry><entry colname="col11" nameend="col15" namest="col11"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>t1</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>januari</al></entry><entry colname="col4" nameend="col10" namest="col4"><al>* indiening aanvragen jaar t</al></entry><entry colname="col11" nameend="col15" namest="col11"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>februari</al></entry><entry colname="col4" nameend="col10" namest="col4"><al>* formele toets aanvragen</al></entry><entry colname="col11" nameend="col15" namest="col11"><al>* begrotingsvoorbereiding</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>maart</al></entry><entry colname="col4" nameend="col10" namest="col4"><al>* ambtelijke voorbereiding +</al></entry><entry colname="col11" nameend="col15" namest="col11"><al>* bepalen kosten aangevraagde voorzieningen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al/></entry><entry colname="col4" nameend="col10" namest="col4"><al/></entry><entry colname="col11" nameend="col15" namest="col11"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>april</al></entry><entry colname="col4" nameend="col10" namest="col4"><al>overleg aanvragers</al></entry><entry colname="col11" nameend="col15" namest="col11"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>mei</al></entry><entry colname="col4" nameend="col10" namest="col4"><al>voorontwerp programma/overzicht</al></entry><entry colname="col11" nameend="col15" namest="col11"><al>* overleg budget portefeuillehouders</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al/></entry><entry colname="col4" nameend="col10" namest="col4"><al/></entry><entry colname="col11" nameend="col15" namest="col11"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>juni</al></entry><entry colname="col4" nameend="col10" namest="col4"><al>* raadsvoorstel programma/overzicht</al></entry><entry colname="col11" nameend="col15" namest="col11"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>juli</al></entry><entry colname="col4" nameend="col10" namest="col4"><al>* overleg schoolbesturen</al></entry><entry colname="col11" nameend="col15" namest="col11"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>september</al></entry><entry colname="col4" nameend="col10" namest="col4"><al/></entry><entry colname="col11" nameend="col15" namest="col11"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>oktober</al></entry><entry colname="col4" nameend="col10" namest="col4"><al>* vaststelling gemeentebegroting incl.
                                                  huisvestingsbudget</al></entry><entry colname="col11" nameend="col15" namest="col11"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al/></entry><entry colname="col4" nameend="col10" namest="col4"><al/></entry><entry colname="col11" nameend="col15" namest="col11"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>november</al></entry><entry colname="col4" nameend="col10" namest="col4"><al>* vaststelling programma/overzicht</al></entry><entry colname="col11" nameend="col15" namest="col11"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>december</al></entry><entry colname="col4" nameend="col10" namest="col4"><al>* overleg wijze van uitvoering</al></entry><entry colname="col11" nameend="col15" namest="col11"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al/></entry><entry colname="col4" nameend="col10" namest="col4"><al>* offertes aanvragen</al></entry><entry colname="col11" nameend="col15" namest="col11"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>januari</al></entry><entry colname="col4" nameend="col10" namest="col4"><al>* uitvoering programma</al></entry><entry colname="col11" nameend="col15" namest="col11"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>februari</al></entry><entry colname="col4" nameend="col10" namest="col4"><al>* toets bouwplannen</al></entry><entry colname="col11" nameend="col15" namest="col11"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>maart</al></entry><entry colname="col4" nameend="col10" namest="col4"><al>* toets gewijzigde omstandigheden</al></entry><entry colname="col11" nameend="col15" namest="col11"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>april</al></entry><entry colname="col4" nameend="col10" namest="col4"><al/></entry><entry colname="col11" nameend="col15" namest="col11"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>mei</al></entry><entry colname="col4" nameend="col10" namest="col4"><al/></entry><entry colname="col11" nameend="col15" namest="col11"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>juni</al></entry><entry colname="col4" nameend="col10" namest="col4"><al/></entry><entry colname="col11" nameend="col15" namest="col11"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>juli</al></entry><entry colname="col4" nameend="col10" namest="col4"><al/></entry><entry colname="col11" nameend="col15" namest="col11"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.2.6.4 De normering</titel></kop><structuurtekst><al>De wet draagt gemeenten op om in de verordening bouwkundige en
                                financiële normen vast te leggen. Ten aanzien van de financiële
                                normering bestaan straks geen centrale voorschriften meer. Het
                                vastleggen hiervan is dus volledig overgelaten aan gemeenten. Wel
                                moet de vaststelling zodanig plaatsvinden, dat een schoolbestuur
                                vooraf weet waar het op kan rekenen.</al><al>Voor de bouwkundige normering is er wel sprake van centrale
                                regelgeving. Met name in het Bouwbesluit van VROM zullen eisen aan
                                gebouwen, waaronder schoolgebouwen, gesteld worden. Ook zullen in
                                een algemene maatregel van bestuur van Onderwijs, Cultuur en
                                Wetenschappen minimale oppervlaktenormen worden gegeven. Aanvullend
                                daarop zijn in de modelverordening enkele minimale eisen
                                opgenomen.</al><al>De bouwkundige normering dient twee doelen. Enerzijds wordt daarmee
                                bepaald aan welke eisen nieuwe voorzieningen moeten voldoen.
                                Anderzijds kan uit de bouwkundige normering informatie worden
                                ontleend over de capaciteit en de functionaliteit van een bestaand
                                gebouw. Deze informatie is belangrijk om te beoordelen of er een
                                nieuwe voorziening aan een gebouw getroffen moet worden.</al><al>Omdat er in het primair onderwijs nog steeds discussies (en
                                beroepszaken) lopen over de precieze capaciteit van gebouwen, is het
                                verstandig om bij de invoering van de decentralisatie een zogenoemde
                                nulmeting te houden. Aan de hand daarvan kan worden vastgelegd wat
                                de capaciteit van de gebouwen is op dat moment. Dit is met name van
                                belang als er een groot verschil is tussen de feitelijke oppervlakte
                                van een gebouw en het aantal leerlingen dat er volgens de normen in
                                zou moeten passen. De nulmeting zou eventueel uitgebreid kunnen
                                worden met een inventarisatie van de onderhoudstoestand.</al><al>Bijlage III, deel A, bij de modelverordening beschrijft een
                                procedure voor de nulmeting.</al><al>Zoals in paragraaf 2.2.6.1 al is aangegeven is voor de normering
                                gekozen om het huidige systeem dat door het Rijk gehanteerd wordt,
                                in grote lijnen over te nemen. Dat betekent voor het primair
                                onderwijs dat zal worden aangesloten bij de Bouwbesluiten WBO en
                                ISOVSO, en voor het voortgezet onderwijs bij het Ruimtebehoeftemodel
                                (RBM). Dit geschiedt vanuit drie overwegingen. Er is de afgelopen
                                jaren niet gebleken dat de bouwkundige normering in haar
                                algemeenheid te ruim of te krap zou zijn. Dat kan in individuele
                                gevallen wel het geval zijn, maar de modelverordening biedt de
                                mogelijkheid tot maatwerk voor die specifieke omstandigheden. Als
                                algemene norm lijken de huidige normen dus bruikbaar. Ten tweede
                                dient er rekening mee gehouden te worden dat de huidige
                                gebouwenvoorraad grotendeels voldoet aan de huidige normen. Een
                                afwijking daarvan in gemeentelijke verordeningen zou een hausse aan
                                aanvragen met zich mee kunnen brengen. Tot slot, in aansluiting
                                hierop, is het financiële aspect van belang. Het budget dat aan
                                gemeenten beschikbaar wordt gesteld, is gebaseerd op de huidige
                                normen. Een afwijking daarvan zal vermoedelijk eerder een opwaarts
                                dan een neerwaarts effect op de kosten geven.</al><al>Het overnemen van de rijksnormen betekent overigens niet dat daarmee
                                ook de starheid in uitvoering wordt overgenomen. In de toepassing
                                van de normen zit de mogelijkheid van maatwerk. Zo wordt ervan
                                uitgegaan dat een schoolbestuur niet per definitie de
                                normoppervlakte behoeft te realiseren. Er is ten aanzien van de
                                indeling van een gebouw gekozen voor minimale eisen, om de vrijheid
                                van een schoolbestuur zo groot mogelijk te laten zijn. Wel wordt
                                bijvoorbeeld bepaald wat de minimumoppervlakte van een leslokaal
                                moet zijn. Dit gebeurt om te waarborgen dat een gebouw ook
                                functioneel is voor een eventuele nieuwe gebruiker.</al><al>Ten aanzien van de financiële normering zijn er twee opties: een
                                strikt genormeerde lijn en een offertelijn. Ook kan een combinatie
                                van beide worden gekozen. De genormeerde lijn houdt in dat, net als
                                nu, met programma’s van eisen gewerkt wordt, die precies aangeven
                                welk bedrag voor welke voorziening staat. In de verordening wordt
                                aangegeven hoe die bedragen bijgesteld worden; uitvoering daarvan is
                                opgedragen aan burgemeester en wethouders. De offertelijn houdt in
                                dat het schoolbestuur voor een gewenste voorziening een aantal
                                offertes vraagt, op basis van vooraf vastgestelde uitgangspunten. Op
                                basis van de overgelegde offertes stelt de gemeente het
                                vergoedingsbedrag vast. Met name voor voorzieningen als aanpassingen
                                en onderhoud kan de offertelijn uitkomst bieden, vooral als
                                gestreefd wordt naar maatwerk. Deze voorzieningen zijn immers zo
                                afhankelijk van de specifieke omstandigheden van het gebouw, dat ze
                                moeilijk vooraf te normeren zijn. Die normering is echter wel
                                mogelijk, en kan met name voor gemeenten met veel scholen een
                                uitkomst bieden.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.2.6.5 Beoordelings- en urgentiecriteria</titel></kop><structuurtekst><al>Beoordelingscriteria zijn onontbeerlijk voor de vaststelling of een
                                verzoek in principe voor bekostiging in aanmerking komt. Voorbeelden
                                van beoordelingscriteria zijn een bepaling over met hoeveel
                                leerlingen een school moet groeien om in aanmerking te komen voor
                                extra ruimte, of een bepaling dat een prognose moet aantonen dat een
                                bepaald aantal leerlingen gedurende een bepaald aantal jaren de
                                school zal bezoeken.</al><al>Als voldaan is aan de beoordelingscriteria, wordt aan de hand van de
                                urgentiecriteria en het beschikbare budget vastgesteld of een
                                voorziening daadwerkelijk bekostigd wordt. Omdat als uitgangspunt is
                                gekozen voor één budget voor alle schoolsoorten, gelden de
                                urgentiecriteria ook voor alle schoolsoorten. Dat betekent dat is
                                gezocht naar een methode om verzoeken van verschillende
                                schoolsoorten onderling vergelijkbaar te maken.</al><al>De urgentiecriteria worden onderscheiden in vier hoofdgroepen:</al><lijst><li nr="1."><al>voorzieningen die nodig zijn om een kwantitatief tekort op
                                        te heffen (te weinig ruimte);</al></li><li nr="2."><al>voorzieningen die nodig zijn om een adequaat
                                        onderhoudsniveau te handhaven;</al></li><li nr="3."><al>noodzakelijke aanpassingen aan gebouwen die voortkomen uit
                                        bij of krachtens de wet gestelde verplichtingen (Arbo
                                        besluit, Bouwbesluit, brandveiligheidsvoorschriften);</al></li><li nr="4."><al>voorzieningen die wenselijk zijn om kwalitatieve tekorten op
                                        te heffen die het gevolg zijn van nieuwe onderwijskundige
                                        inzichten en/of gewenste bouwkundige aanpassingen
                                        (bijvoorbeeld andere indeling gebouw), doch die als zodanig
                                        niet verplicht zijn.</al></li></lijst><al>De vier hoofdgroepen moeten vervolgens weer onderscheiden worden in
                                een aantal subgroepen. Voorbeeld: er zijn in een bepaald jaar drie
                                verzoeken om uitbreiding. Deze verzoeken vallen in hoofdgroep 1.
                                Binnen die hoofdgroep moet worden vastgesteld welke uitbreiding het
                                meest urgent is. Dit kan bijvoorbeeld door te bepalen dat de school
                                waar relatief de grootste groei plaatsvindt, de hoogste prioriteit
                                heeft.</al><al>Alle binnengekomen verzoeken worden dus eerst beoordeeld aan de hand
                                van wettelijke voorschriften en de gemeentelijke
                                beoordelingscriteria. De voorzieningen die deze toets niet
                                doorstaan, komen op het overzicht. De voorzieningen die overblijven
                                worden met behulp van de urgentiecriteria in volgorde van prioriteit
                                geplaatst. Vervolgens wordt aan de hand hiervan bepaald welke
                                voorzieningen het volgende jaar vergoed worden. Deze komen op het
                                programma te staan. Op grond van de bijbehorende normbedragen of de
                                bedragen die op basis van de offertelijn zijn vastgesteld, wordt
                                vervolgens het bedrag bepaald dat de gemeenteraad voor deze
                                voorzieningen op de begroting voor het volgende jaar opneemt. De
                                voorzieningen die ‘onder de streep’ belanden, worden wegens
                                ontoereikendheid van het budget op het overzicht geplaatst. Als er
                                voldoende budget is, komen alle aanvragen op het programma. Zodoende
                                worden op één moment het bedrag, het programma en het overzicht
                                vastgesteld. De voorzieningen die het volgende jaar door de gemeente
                                vergoed worden komen op het programma; alle afgewezen verzoeken
                                komen op het overzicht.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.2.6.6 Prognosecriteria</titel></kop><structuurtekst><al>De beoordeling van prognoses is de laatste jaren een bron van
                                discussie geweest. Door het centraal vaststellen van één
                                prognosesystematiek is hierin enige verbetering opgetreden. De
                                centrale vaststelling heeft echter als nadeel dat geen rekening
                                gehouden kan worden met de specifieke omstandigheden van scholen of
                                richtingen.</al><al>Het is uiteindelijk de bedoeling om in het kader van de
                                modelverordening uit te gaan van één prognosesystematiek voor alle
                                onderwijssectoren. Deze zou bij voorkeur ook moeten gelden voor de
                                stichting van nieuwe scholen, waarvan de beoordeling bij de minister
                                blijft berusten. Die nieuwe prognosesystematiek moet in overleg met
                                het departement en de organisaties voor het bijzonder onderwijs
                                worden vastgesteld. Op het moment van de publicatie van de
                                modelverordening was dat overleg nog niet afgerond. Daarom is
                                voorlopig gekozen voor continuering van de bestaande
                                prognosesystemen.</al><al>Vaststelling van één systematiek betekent overigens niet dat er geen
                                maatwerk zou kunnen plaatsvinden. Binnen eenzelfde systeem is het
                                namelijk mogelijk de aannames te variëren naargelang de
                                omstandigheden. Als bijvoorbeeld in een nieuwe wijk de
                                belangstelling voor een bepaalde richting aantoonbaar anders is dan
                                in de rest van de gemeente, kan het belangstellingspercentage waar
                                in de prognose vanuit wordt gegaan in dat geval ook anders
                                zijn.</al><al>Maatwerk bij toepassing van de prognosemethodiek ligt ook voor de
                                hand wanneer de specifieke positie van enkele kleinere richtingen
                                aan de orde is. Het betreft hier met name gereformeerd vrijgemaakte,
                                reformatorische en vrije scholen, waarbij de kerkelijke gebondenheid
                                of het uitermate grote voedingsgebied een wezenlijke rol spelen. Het
                                maatwerk kan hier getroffen worden door op onderdelen van de
                                standaardsystematiek af te wijken of door deze systematiek op een
                                bepaalde manier toe te passen.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.2.6.7 Vaststelling van de verordening</titel></kop><structuurtekst><al>Op de vaststelling van de verordening zijn in algemene zin de
                                betreffende bepalingen uit de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet%20">Gemeentewet</extref> van toepassing. Daarnaast zijn ook in de
                                WBO, de ISOVSO en de WVO enkele bepalingen hieromtrent
                                opgenomen.</al><al>De grondslag voor de regelgevende bevoegdheid van gemeenten ligt
                                vast in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Grondwet">Grondwet</extref>. De gemeenteraad staat aan het hoofd van de
                                gemeente, en beschikt dientengevolge over de bevoegdheid alles te
                                regelen in het belang van de openbare orde, de zedelijkheid, de
                                gezondheid en andere zaken betreffende de huishouding van de
                                gemeente (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=150%20">artikel 150 Gemeentewet</extref>). Daarnaast is de raad op
                                grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=109">artikel 109, tweede lid Gemeentewet</extref>, verplicht die
                                regelingen te treffen die door hogere regelingen worden gevorderd.
                                Daarvan is in het geval van de Verordening voorzieningen huisvesting
                                onderwijs sprake.</al><al>De regelgevende bevoegdheid van de raad kan worden gedelegeerd aan
                                burgemeester en wethouders behalve als het verordeningen betreft die
                                worden gehandhaafd door strafbepaling of bestuursdwang. Bij de
                                vaststelling van de huisvestingsverordening is in het model niet
                                gekozen voor delegatie aan burgemeester en wethouders. Dit
                                voornamelijk gelet op de reikwijdte van de verordening en gezien
                                burgemeester en wethouders tevens bevoegd gezag van de openbare
                                scholen kunnen zijn. De uitvoering van de verordening is in de
                                modelverordening in een aantal gevallen wel aan burgemeester en
                                wethouders opgedragen. De raad stelt de verordening vast bij
                                volstrekte meerderheid van stemmen (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=30%20">artikel 30 Gemeentewet</extref>). Om verbindende werking te
                                verkrijgen moet vervolgens krachtens <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=140%20">artikel 140 Gemeentewet</extref> de bekendmaking van het
                                besluit plaatsvinden. Dit gebeurt ‘door plaatsing in het
                                gemeenteblad, dan wel, bij gebreke daarvan, door opneming in een
                                andere door de gemeente algemeen verkrijgbaar gestelde
                                uitgave’.</al><al>De inwerkingtreding van de door de gemeenteraad vastgestelde
                                verordening volgt in beginsel op de achtste dag na de bekendmaking
                                van het besluit, tenzij een ander tijdstip voor inwerkingtreding is
                                aangewezen (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=143%20">artikel 143 Gemeentewet</extref>). In de modelverordening is
                                voor dit laatste gekozen, door uit te gaan van 1 januari 1997 als
                                datum van inwerkingtreding.</al><al>Of er een inspraakprocedure voorafgaat aan de vaststelling van de
                                verordening, hangt af van hetgeen de gemeentelijke
                                inspraakverordening daarover bepaalt. In zijn algemeenheid zal er
                                geen inspraakprocedure gelden, omdat verordeningen meestal niet
                                onder de werking van de inspraakverordeningen vallen.</al><al>Van preventief toezicht (goedkeuring) door Gedeputeerde Staten is in
                                het geval van de huisvestingsverordening geen sprake. De
                                huisvestingsverordening valt niet onder de categorie besluiten
                                waarvoor die vorm van toezicht geldt. Van repressief toezicht
                                (vernietiging bij Koninklijk Besluit) kan theoretisch sprake zijn.
                                Artikel 265 van de Gemeentewet bepaalt dat alle besluiten van het
                                gemeentebestuur vernietigd kunnen worden voor zover zij in strijd
                                zijn met het recht of het algemeen belang. Aan de burgemeester is
                                opgedragen om, door tussenkomst van Gedeputeerde Staten, melding te
                                maken van dergelijke besluiten bij de kroon. Ter bescherming van de
                                autonomie van gemeenten wordt uiterst terughoudend met het
                                repressieve toezicht omgegaan.</al><al>De onderwijswetten kennen ook een aantal bepalingen omtrent de
                                vaststelling van de huisvestingsverordening. Zo bepalen de artikelen
                                76 WBO, 84 ISOVSO en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20het%20voortgezet%20onderwijs/article=76m">76m WVO</extref> dat de verordening niet vastgesteld of
                                gewijzigd wordt dan nadat daarover op overeenstemming gericht
                                overleg is gevoerd met vertegenwoordigers van de niet door de
                                gemeente in stand gehouden scholen. Voor dat overleg moet de
                                gemeenteraad een procedure vaststellen. Een modelverordening voor
                                dat overleg is in dit handboek onder B1 opgenomen.</al><al>Artikel XIX van de Decentralisatiewet onderwijshuisvesting geeft
                                twee bepalingen omtrent de huisvestingsverordening. De eerste heeft
                                betrekking op de regeling die vastgesteld moet worden voor de
                                afhandeling van aanvragen die nog bij de minister van Onderwijs,
                                Cultuur en Wetenschappen zijn ingediend. Deze regeling moet vóór 1
                                januari 1997 worden vastgesteld. Hiervoor geldt niet dat overleg
                                moet zijn gevoerd met vertegenwoordigers van alle scholen die niet
                                door de gemeente in stand worden gehouden. In de regeling op basis
                                van artikel XIX is in de modelverordening voorzien door een aantal
                                overgangsbepalingen in hoofdstuk 8.</al><al>Lid 2 van artikel XIX bepaalt dat de gemeentelijke
                                huisvestingsverordening ten minste wordt vastgesteld acht weken
                                voordat aanvragen voor het programma kunnen worden ingediend.
                                Uitgaande van de indieningsdatum van 1 februari in de
                                modelverordening, moet de gemeentelijke huisvestingsverordening dus
                                vóór 7 december 1996 worden vastgesteld.</al><al>De vaststelling van de overgangsbepalingen en de eigenlijke
                                verordening kan op hetzelfde tijdstip plaatsvinden wanneer dit
                                tijdstip ligt vóór 7 december 1996. De inwerkingtreding van de
                                verordening kan vervolgens met ingang van 1 januari 1997
                                plaatsvinden.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.2.7 Rechtsbescherming</titel></kop><structuurtekst><al>De WBO, de ISOVSO en de WVO verklaren wat de rechtsbescherming
                                betreft de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht%20">Algemene wet bestuursrecht</extref> (Awb) van toepassing. Tegen
                                de vaststelling van de verordening is geen bezwaar of beroep
                                mogelijk; de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=algemene%20wet%20bestuursrecht">Awb</extref> sluit dat op dit moment uit. Per 1 januari 1999
                                wordt dat mogelijk anders. Het is namelijk de bedoeling dat <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=algemene%20wet%20bestuursrecht/article=8%3A2">artikel 8:2 Awb</extref>, dat onder andere de algemeen
                                verbindende voorschriften uitsluit van bezwaar en beroep, op die
                                datum komt te vervallen.</al><al>De Awb bepalingen die gelden voor de procedure voor de
                                totstandkoming van besluiten van de gemeente, hebben grotendeels een
                                vertaling in de modelverordening gekregen. In diverse bepalingen
                                zijn termijnen voorgeschreven waarbinnen besluiten moet worden
                                genomen, er wordt voldaan aan de hoorplicht door middel van het
                                overleg dat voorafgaat aan de vaststelling van het programma en er
                                zijn bepalingen opgenomen omtrent motivering en bekendmaking van
                                besluiten.</al><al>Over de rechtsbescherming die van toepassing is nadat de gemeente
                                een besluit op grond van de verordening heeft genomen, wordt in de
                                modelverordening zelf niets bepaald; hier gelden onverkort de
                                bepalingen van de Awb. Dit betekent dat een besluit van de gemeente,
                                genomen op grond van de verordening, openstaat voor bezwaar en
                                daarna voor beroep. In het besluit geeft de gemeente aan dat binnen
                                zes weken na bekendmaking bezwaar kan worden gemaakt, ofwel bij de
                                raad, ofwel bij burgemeester en wethouders (afhankelijk van het
                                orgaan dat het besluit genomen heeft). Tevens wordt aangegeven dat
                                binnen zes weken na bekendmaking een voorlopige voorziening bij de
                                president van de arrondissementsrechtbank kan worden gevraagd. Dit
                                recht ontstaat tegelijkertijd met het recht om bezwaar te
                                maken.</al><al>Indien de heroverweging op grond van het bezwaarschrift heeft
                                plaatsgevonden, en deze leidt niet tot een gewijzigd besluit, dan
                                moet in de mededeling daarvan aan degene die bezwaar heeft gemaakt
                                worden aangegeven dat binnen zes weken na ontvangst van die
                                mededeling beroep kan worden aangetekend bij de administratieve
                                kamer van de arrondissementsrechtbank. Van de uitspraak van de
                                rechtbank kan in hoger beroep worden gekomen bij de Afdeling
                                bestuursrechtspraak van de Raad van State.</al><al>Een nieuwe vorm van rechtsbescherming betreft de introductie van een
                                advies van de Onderwijsraad. Zowel de gemeente als een schoolbestuur
                                kan een dergelijk advies vragen. Het advies van de Onderwijsraad kan
                                gevraagd worden in het kader van de vaststelling of wijziging van de
                                verordening, en in het kader van de vaststelling van het jaarlijkse
                                huisvestingsprogramma. Indien een schoolbestuur van mening is dat
                                het voorgenomen besluit van de gemeente ten aanzien van de
                                verordening of het huisvestingsprogramma in strijd is met de
                                vrijheid van richting of inrichting, kan daarover advies worden
                                gevraagd. Het advies wordt binnen vier weken gegeven. Bij het
                                definitieve besluit houdt de gemeente rekening met het advies; een
                                eventuele afwijking daarvan moet gemotiveerd worden.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.2.8 Tenslotte</titel></kop><structuurtekst><al>Hiervoor is weergegeven hoe gemeenten kunnen handelen bij de
                                uitvoering van de wettelijke opdracht om te voorzien in adequate
                                huisvesting. Met name de verordening is daarbij een belangrijk
                                instrument. In paragraaf 2.2.5 is verwoord dat er mogelijkheden zijn
                                om, in afwijking van de verordening, in overleg met de
                                schoolbesturen het lokale huisvestingsbeleid gestalte te geven.
                                Daarbij kunnen dan aspecten van het lokale onderwijsbeleid en andere
                                gemeentelijke beleidsterreinen betrokken worden. De modelverordening
                                is geschreven voor alle Nederlandse gemeenten. Daarbij kan
                                onmogelijk volledig recht gedaan worden aan de verschillende lokale
                                omstandigheden. Het is daarom van groot belang de verordening te
                                beschouwen als een dynamisch beleidsinstrument, dat op de maat van
                                de individuele gemeente gesneden wordt en dat ook, waar nodig,
                                regelmatig aangepast wordt. Naast de modelverordening zal de VNG
                                gemeenten ook andere handreikingen bieden om het huisvestingsbeleid
                                gestalte te geven. Hierbij kan gedacht worden aan een handreiking
                                omtrent doordecentralisatie en het efficiënt omgaan met bestaande en
                                nieuwe gebouwen.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>2.3 Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><afdeling><kop><titel>Considerans</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Reikwijdte verordening</titel></kop><structuurtekst><al>De verordening behoeft alleen maar bepalingen te bevatten over de
                                onderwijsvoorzieningen die zich op het grondgebied van de gemeente
                                bevinden. Zo kan bijvoorbeeld een gemeente met alleen maar
                                basisonderwijs volstaan met een verwijzing naar de WBO. Materieel
                                betekent dit dat deze gemeente - afgezien van de bepalingen en
                                mogelijke bijlagen waarvoor het onderscheid naar onderwijssoort niet
                                relevant is - met minder bepalingen/bijlagen kan volstaan dan een
                                gemeente die beschikt over voorzieningen voor zowel basisonderwijs,
                                (voortgezet) speciaal onderwijs als voortgezet onderwijs. Indachtig
                                het ‘ladenkast principe’ kunnen uit de tekst van de modelverordening
                                en bijlagen passages worden geschrapt wanneer in een gemeente een
                                van de genoemde onderwijssoorten niet aanwezig is. Wanneer deze
                                situatie in de loop der tijd wijzigt, kan een gemeente de
                                verordening alsnog aanpassen (uitbreiden, maar eventueel ook
                                inkorten bij het verdwijnen van een onderwijssoort). In tijd bezien
                                behoeft dit geen probleem te zijn, omdat dergelijke veranderingen in
                                het voorzieningenpatroon zich niet van de ene op andere dag
                                voltrekken.</al><al>De hiervoor geschetste benadering kan in juridische zin worden
                                gebaseerd op de wettelijke bepaling dat ‘de verordening zodanig
                                wordt vastgesteld dat kan worden voldaan aan de redelijke eisen die
                                het onderwijs aan de huisvesting van de scholen in de gemeente
                                stelt’. Met andere woorden: wanneer er geen scholen voor voortgezet
                                onderwijs (inclusief nevenvestigingen/dislocaties) in de gemeente
                                aanwezig zijn, dan is er ook geen sprake van de (juridische)
                                noodzaak om te voldoen aan de redelijke eisen van de
                                onderwijshuisvesting van de ‘niet aanwezige scholen’.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Delegatie raad aan burgemeester en wethouders</titel></kop><structuurtekst><al>De bevoegdheidsverdeling tussen burgemeester en wethouders en de
                                raad wijkt in de verordening op sommige onderdelen af van de in de
                                wetgeving neergelegde verdeling. Dit is gedaan om een betere
                                aansluiting te bereiken op de gangbare gemeentelijke
                                bestuurspraktijk. Impliciet betekent dit dat bij vaststelling van de
                                verordening de raad een aantal zaken delegeert aan burgemeester en
                                wethouders. De basis voor deze delegatie is neergelegd in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=156%20">artikel 156 van de Gemeentewet</extref>. Met de vaststelling
                                van de verordening bepaalt de raad dus wat hij aan bevoegdheden aan
                                zich wil houden en op welke onderdelen de uitoefening van
                                bevoegdheden wordt gedelegeerd aan burgemeester en wethouders.</al><al>Het is dus niet noodzakelijk dat de raad hierover, naast de
                                vaststelling van de verordening, nog een afzonderlijk
                                delegatiebesluit neemt.</al><al>Indien de modelverordening in zijn geheel wordt overgenomen, dan
                                betekent dit dat de raad de volgende in de wet aan hem toebedeelde
                                bevoegdheden/taken delegeert aan burgemeester en wethouders:</al><lijst><li nr="-"><al>de beslissing om aanvragen die niet op tijd of uiteindelijk
                                        incompleet zijn ingediend, buiten behandeling te laten (zie
                                        artikel 7, derde lid);</al></li><li nr="-"><al>het plegen van overleg met het onderwijsveld voorafgaande
                                        aan de vaststelling van een programma (zie artikel 10, lid 1
                                        t/m 4);</al></li><li nr="-"><al>het, al dan niet uit eigen beweging, indienen van een
                                        verzoek om advies aan de Onderwijsraad over het vast te
                                        stellen programma (zie artikel 10, lid 5 t/m 10);</al></li><li nr="-"><al>de beslissing omtrent het tijdstip waarop de bekostiging van
                                        een door de raad toegekende huisvestingsvoorziening een
                                        aanvang kan nemen (zie artikel 16);</al></li><li nr="-"><al>de toetsing of op het hiervoor genoemde tijdstip is voldaan
                                        aan de bij of krachtens de wet gestelde voorschriften en of
                                        de feiten en omstandigheden waarin de school verkeert niet
                                        ingrijpend zijn gewijzigd ten opzichte van de feiten en
                                        omstandigheden ten tijde van de vaststelling van het
                                        programma (zie artikel 15 en 16);</al></li><li nr="-"><al>de beslissing over aanvragen voor voorzieningen met een
                                        spoedeisend karakter (zie artikel 19 e.v.);</al></li><li nr="-"><al>de jaarlijkse prijsbijstelling van de op normatieve wijze
                                        bepaalde vergoedingen voor toegekende
                                        huisvestingsvoorzieningen (zie artikel 47).</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Overleg voorafgaande aan vaststelling (wijziging)
                                verordening</titel></kop><structuurtekst><al>Het wettelijk voorgeschreven ‘op overeenstemming gericht’ overleg
                                tussen de gemeente en de schoolbesturen dat voorafgaat aan de
                                vaststelling van de verordening, is van groot belang met het oog op
                                het streven om een zo breed mogelijk draagvlak voor de verordening
                                te bereiken binnen de onderwijssector. Om dit belang te benadrukken
                                is dit overleg in de considerans aangehaald. Het op overeenstemming
                                gericht overleg dient te worden gevoerd aan de hand van een door de
                                gemeenteraad vastgestelde procedure. Met de modelverordening
                                ‘procedure overleg huisvesting onderwijs’ (zie onder B1/1.1) kan
                                hierin worden voorzien.</al><tussenkop> Artikel 1 Begripsbepalingen</tussenkop><al>Een belangrijk in de wet verankerd uitgangspunt bij de
                                    uitvoering van de aan de gemeente overgedragen huisvestingstaak
                                    is dat het openbaar en bijzonder onderwijs op gelijke voet
                                    worden behandeld. Dit uitgangspunt komt ook tot uiting in de
                                    modelverordening. Het gemeentebestuur past bij de uiteindelijke
                                    beslissingen over de huisvesting voor alle schoolbesturen
                                    dezelfde normen, criteria etc. toe. Ook in procedurele zin is
                                    sprake van een volstrekt gelijke behandeling. Als concreet
                                    voorbeeld kan genoemd worden dat de indieningsdatum voor
                                    aanvragen en de voorwaarden waaraan deze moeten voldoen voor
                                    alle schoolbesturen dezelfde zijn. Dit vloeit overigens al
                                    direct voort uit de wet (zie bijvoorbeeld artikel 68, lid 4 van
                                    de WBO ).</al><al>Om de gelijke behandeling over de volle breedte te waarborgen is
                                    ervoor gekozen om onder de begripsomschrijving van ‘bevoegd
                                    gezag’ en ‘aanvrager’ alle schoolbesturen te vatten die een
                                    volgens de wet bekostigde onderwijsvoorziening in stand houden
                                    die geheel of gedeeltelijk gehuisvest is op het grondgebied van
                                    de gemeente (hoofdvestiging, nevenvestiging, dislocatie). Er is
                                    dus geen onderscheid gemaakt tussen openbaar (in welke
                                    bestuursvorm dan ook) en bijzonder onderwijs.</al><al>In het geval dat burgemeester en wethouders bestuur zijn van een
                                    openbare school waarvoor een huisvestingsvoorziening wordt
                                    gewenst, betekent dit dat burgemeester en wethouders dus
                                    gehouden zijn aan dezelfde procedures en termijnen als een
                                    bestuur van een bijzondere school, een bestuurscommissie ex
                                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=82">artikel 82 van de Gemeentewet</extref> waaraan de
                                    schoolbestuurlijke zorg voor de huisvesting is overgedragen of
                                    een openbaar lichaam dat krachtens een gemeenschappelijke
                                    regeling een openbare school in stand houdt.</al><al>Dit kan tot de op het eerste gezicht wellicht wat wonderlijke
                                    situatie leiden dat burgemeester en wethouders voor de in de
                                    verordening opgenomen indieningsdatum ‘bij zichzelf’ een
                                    aanvraag indienen. In de gemeentelijke bestuurspraktijk is dit
                                    geen novum. Zo komt het bijvoorbeeld geregeld voor dat
                                    burgemeester en wethouders bij zichzelf een verzoek om een
                                    bouwvergunning voor een gemeentelijk project indienen.</al><al>Dit alles vergt wel dat burgemeester en wethouders hiermee
                                    zorgvuldig omgaan, in die zin dat men altijd aan anderen (de
                                    raad, besturen van niet door de gemeente in stand gehouden
                                    scholen) moet kunnen aantonen dat men de ‘eigen’ aanvragen ook
                                    daadwerkelijk in alle opzichten gelijk behandelt ten opzichte
                                    van de andere aanvragen.</al><tussenkop> Artikel 2 Omschrijving voorzieningen in de
                                    huisvesting</tussenkop><al>De omschreven voorzieningen geven niet alleen aan wat kan worden
                                    aangevraagd, maar ook wat er door de gemeente (anderszins) kan
                                    worden toegewezen. Voorzieningen die worden gewenst, maar die
                                    niet onder de omschrijving van dit artikel kunnen worden
                                    gebracht, vallen buiten het bereik van deze verordening. Louter
                                    op deze grond kan de gemeente een dergelijke voorziening
                                    weigeren. Dit sluit ook aan op de in de wet opgenomen
                                    weigeringsgrond dat een voorziening wordt geweigerd indien het
                                    geen voorziening in de huisvesting is in de zin van de wet (zie
                                    bijvoorbeeld <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20het%20primair%20onderwijs/article=74">artikel 74, eerste lid, onder a WBO</extref>).</al><al>Voorbeeld: het buitenschilderwerk van een basisschool wordt
                                    volgens de opsomming van de onderhoudsactiviteiten (zie bijlage
                                    I, overzicht ‘Onderhoud PO’) niet gerekend tot de
                                    huisvestingsvoorziening onderhoud als bedoeld in artikel 2,
                                    onder c. Reden hiervoor is dat in deze bijlage
                                    buitenschilderwerk niet als voorziening in de huisvesting is
                                    opgenomen. (Een vergoeding voor het buitenschilderwerk vormt
                                    overigens een onderdeel van de vergoeding voor de materiële
                                    instandhouding, welke een schoolbestuur rechtstreeks van het
                                    Rijk ontvangt.) </al><al>De benoemde activiteiten die wel als zodanig zijn aangemerkt,
                                    hebben daarmee een limitatief karakter. Uiteraard heeft iedere
                                    gemeente de vrijheid tot verruiming van de opgesomde
                                    activiteiten over te gaan, maar dus niet tot inperking.</al><al>In artikel 2 zijn de in de wet globaal aangeduide voorzieningen
                                    in de huisvesting (zie bijvoorbeeld <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20het%20primair%20onderwijs/article=66">artikel 66 WBO</extref>) nader gespecificeerd. Op dit punt
                                    onderscheidt het zich van de in artikel 1 verklaarde
                                    begrippen.</al><tussenkop> Ad a</tussenkop><lijst><li nr="1°"><al>Het begrip nieuwbouw omvat tevens het begrip
                                                vervangende nieuwbouw.</al></li><li nr="2°"><al>Ingevolge het bepaalde in bijlage I gaat het bij
                                                uitbreiding in het primair onderwijs om een
                                                noodzakelijke uitbreiding voor de huisvesting van
                                                minimaal één groep.</al></li><li nr="3°"><al>Ingebruikneming komt als term voor een voorziening
                                                in de huisvesting in de wet niet voor, maar wordt
                                                daar aangeduid met ‘bestaand gebouw of een gedeelte
                                                daarvan’. Het kan daarbij gaan om zowel een
                                                onderwijsgebouw dat geheel leegstaat als een niet
                                                onderwijsgebouw. Bij ingebruikneming worden de
                                                gebouwen bestemd voor onderwijsdoeleinden. Bij
                                                gedeeltelijke leegstand in schoolgebouw waarvan een
                                                andere school gebruikt maakt is er sprake van
                                                medegebruik.</al></li><li nr="4°"><al>Verplaatsing is beperkt tot noodlokalen vanwege de
                                                aard van een gebouw (men kan zich in de praktijk
                                                weinig voorstellen bij een verplaatsing van een
                                                permanent gebouw, dan is er sprake van vervangende
                                                nieuwbouw).</al></li><li nr="5°"><al>Toekenning van terrein voor de realisering van de
                                                bouw of uitbreiding van een onderwijsgebouw is geen
                                                automatisme zoals voor de decentralisatie in het
                                                primair onderwijs het geval was. Een toekenning van
                                                terrein vindt nu alleen nog maar plaats wanneer de
                                                grond nodig is voor de feitelijke realisering van de
                                                huisvestingsvoorziening.</al></li><li nr="6°/7°"><al>Het onderscheid tussen onderwijsleerpakket en
                                                meubilair is gemaakt om bij een uitbreiding op basis
                                                van de toepassing van de ‘gewichtenscore’ in het
                                                basisonderwijs alleen de voorziening OLP te hoeven
                                                toekennen. De handelwijze om bij fusies uit te gaan
                                                van de inbreng van het bestaande meubilair en
                                                onderwijsleerpakket in de gefuseerde school betekent
                                                een verscherping ten opzichte van het huidige
                                                toekenningsbeleid, maar is in het kader van het
                                                bereiken van efficiency en het leveren van maatwerk
                                                op lokaal niveau te rechtvaardigen.</al></li><li nr=""><al>De afwijkende terminologie voor het voortgezet
                                                onderwijs (leer- en hulpmiddelen) vloeit voort uit
                                                de wet.</al></li><li nr="8°"><al>Medegebruik beperkt zich in principe tot gebouwen
                                                die reeds in gebruik zijn bij primair en voortgezet
                                                onderwijs. De genoemde schoolsoorten in het (v)so
                                                betreffen de volgende. Voor een bad voor
                                                bewegingstherapie: een school voor lichamelijk
                                                gehandicapte kinderen of meervoudig gehandicapte
                                                kinderen met een lichamelijke handicap. Voor een bad
                                                voor watergewenning: een school voor zeer moeilijk
                                                lerende kinderen of meervoudig gehandicapte
                                                kinderen.</al></li></lijst><tussenkop> Ad b en c</tussenkop><al>Het kan tot verwarring leiden dat de term ‘aanpassing’ in
                                        het primair onderwijs iets anders betekent dan in het
                                        voortgezet onderwijs (daar betekent het vooral onderhoud).
                                        Bovendien is onderhoud in het voortgezet onderwijs geen
                                        voorziening die in de wet wordt onderscheiden en kan
                                        daardoor dus niet worden aangevraagd. In bijlage I van de
                                        modelverordening zijn daarom ter verduidelijking de
                                        overzichten, die ook onderdeel vormen van de toelichting op
                                        de wet, overgenomen. In deze overzichten is aangegeven welke
                                        onderhoudsactiviteiten voor het primair onderwijs (overzicht
                                        I 1) en welke activiteiten behorend tot de aanpassingen
                                        voortgezet onderwijs (overzichten I 2 en I 3) in beginsel
                                        voor rekening van de gemeente kunnen worden gebracht.
                                        Daarnaast is in bijlage I verder inhoud gegeven aan de voor
                                        de invoering van de decentralisatie in het primair onderwijs
                                        gehanteerde begrippen ‘partiële en algehele aanpassing’.
                                        Hiermee is in bijlage I de concrete inhoud van de begrippen
                                        aanpassing en onderhoud aangegeven.</al><tussenkop> Ad d</tussenkop><al>Voor het begrip constructiefouten is een ‘definitie’
                                        geformuleerd, gebaseerd op de in het verleden hierover
                                        gevormde jurisprudentie. Als een constructiefout een directe
                                        belemmering vormt voor de voortgang, kan het herstel van de
                                        fout op grond van de spoedprocedure (artikel 19 e.v.) worden
                                        aangevraagd. Kan het herstel van de fout wel uitstel dulden
                                        dan is de mogelijkheid tot het aanvragen van plaatsing van
                                        een voorziening op het programma de meeste geëigende
                                        procedure. In dat laatste geval zijn de gewone
                                        urgentiecriteria alsmede de financiële weigeringsgrond van
                                        toepassing. Voor het voortgezet onderwijs geldt dat het
                                        herstel van een constructiefout aan de binnenzijde van een
                                        gebouw voor rekening komt van het schoolbestuur, voor zover
                                        de kosten hiervan het bij algemene maatregel van bestuur
                                        vast te stellen drempelbedrag niet overschrijden (zie
                                            <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20het%20voortgezet%20onderwijs/article=76c">artikel 76c WVO</extref>).</al><tussenkop> Ad e</tussenkop><al>De bijzondere omstandigheden zoals genoemd in de wet zijn in
                                        de verordening niet nader uitgewerkt, aangezien dergelijke
                                        omstandigheden zich niet uitputtend laten beschrijven. Wel
                                        is in de wet bepaald dat de gemeente een
                                        huisvestingsvoorziening kan weigeren indien de voorziening
                                        nodig is voor herstel van schade die is veroorzaakt door
                                        schuld of toedoen van het bevoegd gezag (zie bijvoorbeeld
                                            <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20het%20primair%20onderwijs/article=74">artikel 74, tweede lid WBO</extref>).</al><al>De aanduiding in de wet dat herstel en vervanging in verband
                                        met schade aan een gebouw geldt als een
                                        huisvestingsvoorziening betekent dat de beoordeling van deze
                                        voorziening dient te verlopen via de reguliere procedure van
                                        het programma of via de spoedprocedure. De reguliere
                                        procedure zal niet altijd geschikt zijn voor de afhandeling
                                        van dergelijke aanvragen. Het herstel van schade is meestal
                                        spoedeisend. Daarbij komt dat zeker voor de kleine
                                        schadegevallen (bijvoorbeeld glasschade) de reguliere
                                        procedure te zwaar en te omslachtig is.</al><al>Dit pleit ervoor om in ieder geval de kleinere schaden door
                                        burgemeester en wethouders te laten afwikkelen in het kader
                                        van de spoedprocedure. Er wordt nog bezien of voor de
                                        afwikkeling van dergelijke schaden een lichtere procedure
                                        kan worden getroffen. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij
                                        de praktijk zoals die zich heeft ontwikkeld in het
                                        voortgezet onderwijs in relatie tot het collectief
                                        verzekeringscontract. Deze praktijk houdt in dat bepaalde
                                        schaden (met name glasschade) rechtstreeks door de
                                        schoolbesturen kunnen worden afgewikkeld met een door de
                                        verzekeraars ingesteld bureau dat belast is met de
                                        afwikkeling. Het collectief contract, deze werkwijze
                                        incluis, wordt voor het jaar 1997 voortgezet. Op weg naar
                                        1998 zal door alle betrokkenen worden bezien in hoeverre
                                        deze handelwijze ook na 1997 kan worden voortgezet en
                                        wellicht worden verbreed naar het primair onderwijs. Indien
                                        dit haalbaar mocht zijn dan kan een groot deel van de
                                        schadegevallen buiten de verordening om worden afgehandeld.
                                        Alleen voor de grotere schadegevallen zal dan de verordening
                                        in stelling moeten worden gebracht.</al><tussenkop> Ad f</tussenkop><al>Evenals voor de invoering van de decentralisatie het geval
                                        was, kan aan een schoolbestuur in het voortgezet onderwijs
                                        onder bepaalde voorwaarden een vergoeding worden toegekend
                                        voor het huren van een sportterrein voor
                                        buitensportactiviteiten gedurende een periode van maximaal
                                        acht weken.</al><tussenkop> Artikel 3 Bouwvoorbereiding voorzieningen</tussenkop><al>De wet biedt de gemeenteraad de mogelijkheid om, naast de
                                    toewijzing en vergoeding van de huisvestingsvoorziening zelf,
                                    aan een bevoegd gezag dat daarom verzoekt een vergoeding toe te
                                    kennen voor de kosten gemoeid met de voorbereiding (van de
                                    aanvraag) van de huisvestingsvoorziening. Het betreft een
                                    facultatieve bepaling. Een gemeente is, met andere woorden, niet
                                    verplicht daadwerkelijk deze mogelijkheid te bieden. Uit oogpunt
                                    van ‘kenbaar bestuur’, waaronder het vooraf geven van
                                    duidelijkheid over het gemeentelijk optreden, is ervoor gekozen
                                    om in de modelverordening een bepaling op te nemen waarmee de
                                    lokale overheid aangeeft of, en zo ja ten aanzien van welke
                                    soort van huisvestingsvoorzieningen, de gemeente de mogelijkheid
                                    van een bouwvoorbereidingskrediet opent.</al><al>In artikel 3 wordt hiervoor de basis gelegd, waarbij het voor de
                                    hand ligt dat een gemeente de mogelijkheid beperkt tot die
                                    huisvestingsvoorzieningen die naar aard en (financiële) omvang
                                    belangrijk zijn. Hierbij kan vooral worden gedacht aan
                                    voorzieningen zoals (vervangende) nieuwbouw en uitbreiding. Deze
                                    voorzieningen vergen doorgaans de meeste voorbereidingstijd en
                                    kosten in het kader van de bouwplanontwikkeling.</al><al>In hoofdstuk 4 van de modelverordening wordt de aanvraag en
                                    besluitvormingsprocedure voor de bouwvoorbereiding nader
                                    geregeld. Hierbij is uitgegaan van een - ook in tijd bezien -
                                    gelijkschakeling met de aanvraagprocedure voor opneming van een
                                    huisvestingsvoorziening in het programma. Formeel is het evenwel
                                    een gescheiden traject, omdat de vergoeding voor de kosten van
                                    bouwvoorbereiding in de zin der wet géén voorziening in de
                                    huisvesting is en derhalve ook geen onderdeel van het
                                    huisvestingsprogramma kan zijn.</al><tussenkop> Artikel 4 Vaststelling vergoeding voorzieningen</tussenkop><al>Dit artikel vormt de ‘kapstok’ op basis waarvan de vergoeding
                                    wordt vastgesteld voor de door de gemeente voor vergoeding in
                                    aanmerking gebrachte huisvestingsvoorzieningen in het kader van
                                    de programma vaststelling, de spoedprocedure, de
                                    bouwvoorbereiding of het overgangsrecht.</al><al>Ten aanzien van de in de artikelen 2 en 3 onderscheiden
                                    voorzieningen wordt hier de grondslag van de vergoeding gelegd.
                                    Hierbij zijn twee benaderingen denkbaar: een normatieve en een
                                    feitelijke bepaling van de kosten die vergoed worden. Ook hier
                                    is uit oogpunt van ‘kenbaar bestuur’ ervoor gekozen om
                                    voorafgaande aan de indiening van en besluitvorming over
                                    aanvragen, duidelijk per voorziening aan te geven welke
                                    benadering ten aanzien van de vergoeding geldt. Bij de
                                    vaststelling van de verordening dient per voorziening de
                                    afweging te worden gemaakt welke benadering van toepassing is.
                                    Hierbij ligt het voor de hand om in ieder geval voor niet of
                                    nauwelijks vooraf te normeren kosten van bepaalde voorzieningen
                                    te kiezen voor een vergoedingswijze die gebaseerd is op een
                                    individuele beoordeling van de feitelijke kosten (de zgn.
                                    offertelijn).</al><al>Uitgaande van de voorzieningen waarvoor in bijlage IV, deel A,
                                    van de modelverordening gezien de aard van de voorziening geen
                                    normvergoeding is bepaald, is de offertelijn in ieder geval goed
                                    denkbaar bij de volgende voorzieningen:</al><lijst><li nr="-"><al>verplaatsing van een of meer bestaande noodlokalen;</al></li><li nr="-"><al>herstel van constructiefouten;</al></li><li nr="-"><al>herstel en vervanging in verband met schade;</al></li><li nr="-"><al>aanpassingen aan gebouwen;</al></li><li nr="-"><al>gehele of gedeeltelijke ingebruikneming van een bestaand
                                            gebouw;</al></li><li nr="-"><al>aankoop van terreinen ten behoeve van de realisering van
                                            een huisvestingsvoorziening;</al></li><li nr="-"><al>huur van bestaande andere, niet onderwijsgebouwen;</al></li><li nr="-"><al>kosten van bouwvoorbereiding;</al></li><li nr="-"><al>medegebruik of nieuwbouw van een bad voor watergewenning
                                            of bewegingstherapie in het (v)so.</al></li></lijst><al>Uiteraard kan op basis van de afweging op lokaal niveau een
                                    andere keuze worden gemaakt, die verankerd dient te worden in
                                    artikel 4 opdat de potentiële aanvragers vooraf op de hoogte
                                    zijn van welke lijn van toepassing is op een voorziening (de
                                    genormeerde of feitelijke kostenlijn).</al><al>Het onderbrengen van een van de hiervoor genoemde voorzieningen
                                    in een genormeerde benadering brengt met zich mee dat daarvoor
                                    door de gemeente in bijlage IV, deel A, een genormeerde
                                    vergoeding moet worden vastgesteld.</al><al>Anders dan bij de vooraf genormeerde vergoeding het geval is,
                                    begint de offertelijn met een door de aanvrager bij de aanvraag
                                    van de gewenste huisvestingsvoorziening over te leggen raming
                                    van de kosten. De gemeente toetst deze raming en stelt deze zo
                                    nodig bij. Het bedrag van de al dan niet bijgestelde raming is
                                    vervolgens een gegeven in het kader van de vaststelling van het
                                    huisvestingsbudget en het programma. Bij een eventuele
                                    uitvoering van de voorziening, die voortkomt uit een plaatsing
                                    op het programma, kan de raming op basis van over te leggen
                                    offertes worden omgezet in een definitieve vaststelling van de
                                    vergoeding die de gemeente ter beschikking stelt van de
                                    aanvrager.</al><tussenkop> Artikel 5 Informatieverstrekking</tussenkop><al>Dit artikel is de concrete uitwerking van de informatiebepaling
                                    uit de wet. Deze bepaalt dat een bevoegd gezag aan de gemeente
                                    alle inlichtingen dient te verschaffen die de gemeente
                                    noodzakelijk acht voor een adequate uitvoering van de
                                    bevoegdheden terzake van de onderwijshuisvesting (zie
                                    bijvoorbeeld <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20het%20primair%20onderwijs/article=87">artikel 87 WBO</extref>).</al><al>Ook hier is omwille van de duidelijkheid voor zowel de
                                    schoolbesturen als de gemeente gekozen voor een zo concreet
                                    mogelijke invulling van de inhoud van de informatieverstrekking
                                    in de verordening. Artikel 5 omvat het informatieverkeer zoals
                                    dat zich voltrekt tussen schoolbestuur en lokale overheid,
                                    ongeacht of er sprake is van een verzoek om vergoeding van een
                                    huisvestingsvoorziening. De gemeente moet immers over een
                                    adequaat en daarmee up to date bestand beschikken van gegevens
                                    die relevant zijn voor de onderwijshuisvesting. Dit bestand
                                    vormt vaak het vertrekpunt bij de beoordeling van de
                                    huisvestingswensen.</al><al>De leden 1 t/m 4 hebben betrekking op informatie die het
                                    schoolbestuur uit eigen beweging dient te verstrekken aan
                                    burgemeester en wethouders.</al><al>Het vijfde lid ziet op een informatie verplichting van een
                                    schoolbestuur op een expliciet verzoek daartoe van burgemeester
                                    en wethouders.</al><al>Het informatieverkeer dient gekenmerkt te worden door een zekere
                                    terughoudendheid bij de lokale overheid, in die zin dat de te
                                    verstrekken informatie ook een aantoonbare functie vervult in
                                    het licht van de gemeentelijke zorg voor de huisvesting.
                                    Verstrekking van informatie waarbij een dergelijke functie niet
                                    kan worden aangetoond, dient achterwege te blijven.</al><al>Zoals in het informatie artikel is beschreven, valt de
                                    gegevensuitwisseling te onderscheiden in basis- en periodieke
                                    gegevens. Basisgegevens betreffen ‘basale’ gegevens over het
                                    bevoegd gezag, over de school en over de huisvestingssituatie
                                    van de school. De basisgegevens, die per 1 januari 1997 worden
                                    aangetroffen en verzameld, zullen bijvoorbeeld samen de input
                                    vormen van de ‘nulmeting’ (zie ook bijlage III, deel A). De
                                    nulmeting is de basis op grond waarvan de bestaande
                                    huisvestingssituatie in termen van aanwezige capaciteit wordt
                                    vastgelegd.</al><al>De basisgegevens zullen in de regel niet frequent wijzigen. Bij
                                    wijziging dienen de veranderde gegevens, door het bevoegd gezag
                                    wel gemeld te worden bij burgemeester en wethouders teneinde het
                                    gegevensbestand up to date te houden.</al><al>Daarnaast worden de periodieke gegevens onderscheiden. De
                                    belangrijkste hiervan is de jaarlijkse leerlingtelling, gezien
                                    de directe relatie tussen het aantal leerlingen en de benodigde
                                    huisvestingscapaciteit. Omdat deze telgegevens dermate
                                    belangrijk zijn voor de uitvoering van de huisvestingstaken, is
                                    de verstrekking daarvan expliciet opgenomen in de
                                    modelverordening. Met de jaarlijkse opgave van het aantal
                                    leerlingen worden de ‘telformulieren’ bedoeld die de
                                    schoolbesturen op basis van artikel 12 Bekostigingsbesluit
                                    WBV/OWBO en artikel 10 Bekostigingsbesluiten ISOVSO/OISOVSO,
                                    dienen te verstrekken aan de minister van Onderwijs, Cultuur en
                                    Wetenschappen.</al><tussenkop> Artikel 6 Indiening aanvraag</tussenkop><tussenkop> (Indienings)termijnen</tussenkop><al>In de algemene toelichting op de verordening is in paragraaf
                                        2.2.6.3 de procedure (koppeling aan gemeentelijke
                                        begrotingscyclus en het daaraan ontleende tijdpad)
                                        uitgebreid beschreven. De in de verordening vermelde data
                                        zijn zodanig gekozen, dat er voor de gemeente voldoende
                                        voorbereidingstijd is om te komen tot een zorgvuldige
                                        vaststelling van het programma. Dit behoeft allerminst uit
                                        te sluiten dat naar gelang de lokale situatie (zoals de
                                        omvang van de gebouwenvoorraad en de hiermee samenhangende
                                        omvang van het te verwachten aantal aanvragen, de mogelijke
                                        aanwezigheid van een meerjarige planning en hieraan
                                        gekoppelde afspraken over de huisvesting en de inrichting
                                        van de eigen organisatie) de voorbereidingstijd wordt bekort
                                        en dus van een later tijdstip van indiening wordt uitgegaan
                                        (1 maart of 1 april). Een verlenging van deze periode door
                                        het vervroegen van de indieningsdatum ligt minder voor de
                                        hand. Het tijdstip tussen indiening van de aanvraag en de
                                        beslissing daarop wordt dan aan de lange kant. Daarmee zou
                                        een belangrijk winstpunt ten opzichte van de procedures (OVH
                                        en IS procedures) die golden vóór invoering van de
                                        decentralisatie, aan kracht inboeten. Dit winstpunt heeft
                                        betrekking op het feit dat de procedures voor de voor
                                        blijvend gebruik bestemde voorzieningen met ongeveer een
                                        jaar bekort worden.</al><al>In de modelverordening is een sanctie verbonden aan een te
                                        late indiening van de aanvraag. Deze aanvraag wordt door
                                        burgemeester en wethouders niet in behandeling genomen. Het
                                        buiten behandeling laten van de aanvraag betekent dat de
                                        aanvraag niet door burgemeester en wethouders verder wordt
                                        betrokken bij van de voorbereiding van het programma en het
                                        overzicht en dus ook niet bij het uiteindelijke voorstel
                                        daarover aan de raad.</al><tussenkop> Geen indiening aanvragen overzicht in het kader van
                                        meerjarig huisvestingsbeleid</tussenkop><al>(het zgn. ‘consensusmodel’)</al><al>In artikel 6 is de mogelijkheid van indiening van aanvragen
                                        beperkt tot die voor het programma. De reden hiervan is dat
                                        de wetgeving slechts van deze mogelijkheid uitgaat. De
                                        wetgever heeft niet voorzien in een mogelijkheid van
                                        indiening van een aanvraag voor het overzicht. Dit hangt
                                        samen met de functie die de wetgever aan het overzicht
                                        toekent (zie bijvoorbeeld <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20het%20primair%20onderwijs/article=70">artikel 70 WBO</extref>). Bij de parlementaire
                                        behandeling is daarover het volgende opgemerkt: ‘Het
                                        overzicht [...] bevat slechts een verzameling van afgewezen
                                        aanvragen van niet door de gemeente in stand gehouden
                                        scholen en gewenste huisvestingsvoorzieningen van door de
                                        gemeente in stand gehouden scholen die niet in het eerste
                                        jaar kunnen worden gerealiseerd. De plaatsing op het
                                        overzicht kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van het feit dat
                                        het voor nieuwe voorzieningen vastgestelde budget niet
                                        toereikend is dan wel dat de aangevraagde voorziening geen
                                        huisvestingsvoorziening in de zin van de wet en/of
                                        gemeentelijke verordening is. De enige reden dat bedoeld
                                        overzicht dient te worden gepubliceerd, is
                                        informatieverstrekking van scholen om te kunnen inschatten
                                        of een aanvraag in een volgend jaar een kans van slagen
                                        heeft. Het is derhalve niet bedoeld als huisvestingsplan.’
                                        (TK 1995 1996, 24 455, nr.7).</al><al>Geconstateerd kan worden dat de wetgever geen kaders heeft
                                        willen stellen of instrumenten in de wet heeft opgenomen
                                        waarmee een gemeente schoolbesturen kan ‘dwingen’ om ten
                                        aanzien van de huisvesting te handelen in het licht van een
                                        meerjarig perspectief. Met dit laatste wordt bedoeld dat op
                                        lokaal niveau sprake is van een voortschrijdende meerjarige
                                        planning van huisvestingsvoorzieningen, waarbij een
                                        koppeling is gelegd met de gemeentelijke meerjarenbegroting.
                                        Zo’n meerjarige planning kan gebaseerd zijn op:</al><lijst><li nr="-"><al>een inventarisatie van de wensen ten aanzien de
                                                huisvesting (op basis van prognoses;
                                                woningbouwplanning; verschuiving in leerlingstromen
                                                en voedingsgebieden; meerjarige onderhoudsplannen
                                                e.d.);</al></li><li nr="-"><al>een aangebrachte prioritering in de wensen, tot
                                                uitdrukking komend in het vermoedelijke tijdstip van
                                                daadwerkelijke bekostiging;</al></li><li nr="-"><al>een koppeling met de financiële mogelijkheden in het
                                                kader van de meerjarenbegroting.</al></li><li nr=""><al>Tegelijkertijd kan geconstateerd worden dat zeker in
                                                het primair onderwijs een dergelijk meerjarige
                                                aanpak op lokaal niveau steeds meer ingang vindt, in
                                                de vorm van ‘integrale huisvestingsplannen’ en
                                                plannen voor het meerjarig onderhoud. Niet
                                                verwonderlijk omdat:</al></li><li nr="-"><al>het een efficiënte aanwending van de
                                                gebouwenvoorraad bevordert (saneren van zowel voor
                                                gemeente als schoolbesturen kostbare leegstand;
                                                capaciteit creëren of in stand houden op die
                                                locaties waar de behoefte aanwezig is);</al></li><li nr="-"><al>gemeente en schoolbestuur meer houvast wordt gegeven
                                                over de richting van het huisvestingsbeleid.
                                                Behoudens onvoorziene omstandigheden vormt het
                                                programma het (jaarlijkse) formele sluitstuk van de
                                                bekostiging van voorzieningen die op zich reeds
                                                enige tijd werden voorzien en waarmee rekening was
                                                gehouden.</al></li></lijst><al>Zoals gezegd kan een dergelijke benadering ingevolge de wet
                                        niet worden afgedwongen. Dit laat natuurlijk onverlet dat de
                                        gemeente een dergelijke aanpak effectueert, indien daarover
                                        overeenstemming bestaat met de schoolbesturen (al dan niet
                                        per onderwijssoort). In aanvulling op hetgeen hierover al is
                                        opgemerkt in de algemene toelichting plaatst een dergelijk
                                        ‘consensusmodel’ de werking van de verordening in een ander
                                        daglicht. De verordening met al zijn normen en criteria is
                                        dan meer iets dat de gemeente achter de hand heeft in het
                                        geval het consensusmodel niet (meer) werkt. De verordening
                                        verkrijgt hiermee meer een ‘vangnetfunctie’. Daarnaast houdt
                                        de verordening zijn formele functie voor wat betreft de
                                        uiteindelijke toekenning van voorzieningen door middel van
                                        plaatsing op het programma. Het gaat daarbij om het
                                        (jaarlijks) formaliseren van de in het kader van het
                                        consensusmodel gemaakte afspraken, voor zover volgens deze
                                        afspraken de voorzieningen in het betrokken jaar aan bod
                                        dienen te komen. Hiermee vindt de uiteindelijke toekenning
                                        en bekostiging plaats met inachtneming van de door de
                                        wetgever gestelde kaders.</al><al>Het inhoudelijke zwaartepunt van het lokaal gevoerde
                                        huisvestingsbeleid ligt echter vast in de afspraken over het
                                        ‘integraal huisvestingsplan’, die jaarlijks worden herijkt.
                                        De inhoud en duur van de afspraken zal verschillen
                                        naargelang de lokale omstandigheden.</al><al>Er is van af gezien om in de modelverordening (facultatieve)
                                        bepalingen op te nemen in het geval op lokaal niveau een
                                        planmatige aanpak wordt overeengekomen. Dit is gedaan vanuit
                                        de notie dat wanneer men overeenstemming weet te bereiken
                                        over een dergelijke aanpak, inclusief afspraken over de
                                        effectuering in het kader van de vaststelling van het
                                        programma, men ook zelf invulling geeft aan de vormgeving
                                        van deze afspraken. Gezien het tweezijdige karakter van deze
                                        afspraken is het opnemen van bepalingen in de verordening
                                        daarvoor niet de aangewezen weg. Daarbij kan sterk
                                        getwijfeld worden aan de rechtskracht van dergelijke
                                        bepalingen, indien (onverhoopt) een van de partijen af wil
                                        van de op vrijwillige basis gemaakte afspraken en zich
                                        daarbij beroept op de formele wettelijke kaders.</al><tussenkop> Aanvraagformulier</tussenkop><al>Zeker in grotere gemeenten kan een gestandaardiseerde wijze
                                        van indiening van aanvragen zijn nut hebben. Zo kan het
                                        bijvoorbeeld de onderlinge vergelijkbaarheid van aanvragen
                                        verbeteren, hetgeen van belang kan zijn wanneer men vanwege
                                        een ontoereikend budget moet overgaan tot prioritering.</al><tussenkop> Artikel 7 Inhoud aanvraag; gelegenheid tot aanvullen
                                    aanvraag; niet behandelen onvolledige aanvraag</tussenkop><tussenkop> Lid 1</tussenkop><al>Dit lid bevat een opsomming van enkele basisgegevens die bij
                                        elke aanvraag moeten worden vermeld. Wanneer gewerkt wordt
                                        met een aanvraagformulier, worden deze en de onder lid 2
                                        opgenomen gegevens standaard opgenomen.</al><tussenkop> Lid 2</tussenkop><al>In dit lid is een aantal specifieke aanvullende gegevens
                                        opgenomen dat, afhankelijk van de voorziening die wordt
                                        aangevraagd, moet worden overgelegd.</al><al>Allereerst betreft het de leerlingprognose, die vrijwel bij
                                        iedere aangevraagde voorziening moet worden ingediend.
                                        Hierop zijn in navolging op het beleid dat van kracht was
                                        voor de decentralisatie, enkele uitzonderingen van
                                        toepassing. Het betreft de aanvragen ‘sec’ voor de eerste
                                        aanschaf van onderwijsleerpakket en meubilair, dat wil
                                        zeggen zonder dat er noodzaak is om de capaciteit van de
                                        bestaande huisvesting uit te breiden, aanvragen voor herstel
                                        van constructiefouten en herstel van schade wegens
                                        bijzondere omstandigheden en aanvraag voor de huur van een
                                        sportterrein voor een school voor voortgezet onderwijs.</al><al>In de praktijk is het echter goed denkbaar dat in bepaalde
                                        situaties de prognose eis te zwaar is of geen reëel doel
                                        dient. Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan de aanvraag voor
                                        vervanging van de dakbedekking van een (getalsmatig)
                                        gezonde, levensvatbare basisschool. Overwogen kan worden
                                        hiervoor een aanvullende bepaling op te nemen in de
                                        verordening waarbij burgemeester en wethouders de
                                        mogelijkheid hebben om op verzoek van het schoolbestuur de
                                        prognose eis te laten vallen, indien de aard van de
                                        gevraagde voorziening daartoe aanleiding geeft. Aan de
                                        andere kant is het ook denkbaar dat de gemeente in de
                                        verordening wel een prognose eis verbindt aan een
                                        voorziening die hiervan nu is uitgezonderd. Hierbij kan
                                        worden gedacht aan de herbouw van een afgebrand schoolgebouw
                                        (onderdeel van de voorziening herstel en vervanging in
                                        verband met schade). Een prognose kan daarbij uitwijzen in
                                        hoeverre het noodzakelijk is de school in haar
                                        oorspronkelijke omvang te herbouwen.</al><al>Overigens is het ook mogelijk de prognose eis in zijn geheel
                                        te schrappen uit het model, wanneer op lokaal niveau
                                        overeenstemming bestaat over de toepassing en het resultaat
                                        (inclusief de jaarlijkse bijstelling) van een
                                        prognosemethodiek. Eén instantie, bijvoorbeeld het onderdeel
                                        van het gemeentelijk apparaat dat belast is met
                                        bevolkingsprognoses, is dan belast met de operationalisatie
                                        van de methodiek.</al><al>Naast de prognose is de bouwkundige rapportage een in het
                                        oog springend, aanvullend gegeven.</al><al>Een bouwkundige opname is aan de orde wanneer het relevant
                                        is om bij de beoordeling van een huisvestingsverzoek vast te
                                        stellen of het gewenste onderhoud aan een gebouw inderdaad
                                        noodzakelijk is. Ook ten aanzien hiervan wordt de praktijk
                                        van vóór 1 januari 1997 gecontinueerd.</al><al>De bouwkundige rapportage dient een tweeledig doel:</al><lijst><li nr="a."><al>vaststelling van de noodzaak voor dat
                                                onderhoud;</al></li><li nr="b."><al>vaststelling van de mate van urgentie.</al></li></lijst><al>De bouwkundige rapportage kan geschieden aan de hand van de
                                        invulling van het door burgemeester en wethouders vast te
                                        stellen formulier ‘Bouwkundige opname’. Bij de opzet van dit
                                        formulier is aangesloten bij een reeds door de
                                        Rijksgebouwendienst ontwikkelde schouwmethode voor
                                        schoolgebouwen, zoals deze voor de decentralisatie zowel in
                                        het primair als voortgezet onderwijs werd toegepast.</al><tussenkop> Lid 3 - 5</tussenkop><al>Met de in deze leden geformuleerde bepalingen wordt nader
                                        invulling gegeven aan het bepaalde in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=algemene%20wet%20bestuursrecht/article=4%3A5">artikel 4:5 Awb</extref>. De geboden mogelijkheid om
                                        aanvullend gegevens aan te leveren gaat vooraf aan de in de
                                            <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=algemene%20wet%20bestuursrecht">Awb</extref> opgenomen mogelijkheid om als
                                        bestuursorgaan (in casu burgemeester en wethouders) een
                                        aanvraag buiten behandeling te laten in verband met
                                        onvoldoende verstrekte gegevens en bescheiden. De <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=algemene%20wet%20bestuursrecht">Awb</extref> kent nadere bepalingen die het
                                        bestuursorgaan daarbij in acht moet nemen. Zo moet het
                                        besluit om de aanvraag niet te behandelen binnen vier weken
                                        nadat de aanvraag is aangevuld of wanneer de termijn die
                                        voor de aanvulling is gegeven ongebruikt verstreken is, aan
                                        de aanvrager bekend gemaakt te worden.</al><al>Terwille van de duidelijkheid voor de potentiële aanvragers
                                        is ervoor gekozen om de concrete uitwerking van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=algemene%20wet%20bestuursrecht">Awb</extref> in dit opzicht in de verordening op te
                                        nemen. Deze uitwerking komt er op neer dat de duur van
                                        termijnen die burgemeester en wethouders kunnen hanteren in
                                        de verordening is vastgelegd.</al><al>De bevoegdheid die burgemeester en wethouders wordt
                                        toegekend om incomplete aanvragen niet te behandelen, heeft
                                        als praktisch voordeel dat dergelijke aanvragen in een
                                        eerder stadium kunnen worden afgehandeld. De gemeenteraad
                                        hoeft zich in het kader van de vaststelling van het
                                        programma alleen te buigen over de inhoud van volledige
                                        aanvragen en zich niet met vormfouten rond incomplete
                                        aanvragen bezig te houden. Dit komt ook overeen met de
                                        huidige bestuurspraktijk.</al><tussenkop> Géén hardheidsclausule</tussenkop><al>Er is van af gezien hier een hardheidsclausule op te nemen,
                                        die het mogelijk maakt om in geval van overmacht aan de
                                        zijde van de aanvrager af te wijken van de termijnen. Een
                                        gemeente kan zelf de afweging maken of men een dergelijke
                                        clausule, die een zekere mate van vrijheid toestaat bij het
                                        afwijken van de algemene regels, wenselijk vindt. Het gevaar
                                        van een hardheidsclausule is dat er (relatief) vaak een
                                        beroep op wordt gedaan. De behandeling vergroot de
                                        uitvoeringslast van het bestuursorgaan en bekort bij
                                        toewijzing de beschikbare tijd voor de (voorbereiding van
                                        de) besluitvorming. Daarnaast lijkt een hardheidsclausule te
                                        veel van het goede tegen de achtergrond van de mogelijkheid
                                        om in klemmende situaties een aanvraag met een spoedeisend
                                        karakter in te dienen.</al><tussenkop> Lid 4</tussenkop><al>In enkele specifieke gevallen is het noodzakelijk om het
                                        resultaat van de wettelijke teldatum van 1 oktober
                                        ‘onverwijld’ door te geven aan de gemeente. Dit omdat het
                                        resultaat - en de daarmee samenhangende behoefte aan
                                        huisvesting(scapaciteit) - van direct belang is voor de
                                        beoordeling van de noodzaak van een aangevraagde voorziening
                                        en daarmee van het al dan niet opnemen van de voorziening op
                                        het programma.</al><al>In concreto betreft het hier aanvragen voor tijdelijke
                                        voorzieningen in de huisvesting in het (school)jaar dat
                                        volgt op de programmavaststelling. Zo zal bijvoorbeeld de
                                        noodzaak van een extra noodlokaal aan het begin van het
                                        schooljaar doorgaans bepaald worden door het leerlingaantal
                                        en het daarmee samenhangende ‘ruimtebeslag’ op de teldatum
                                        van 1 oktober daarvoor. De noodzaak van de tijdelijke
                                        voorziening is daarmee afhankelijk van het resultaat op de
                                        teldatum. Aangezien dit essentieel is voor de uiteindelijke
                                        beoordeling door de raad, is de bepaling in het vierde lid
                                        opgenomen. Evenals het geval is bij andere in de
                                        modelverordening opgenomen termijnen is ook hier gekozen
                                        voor het werken met een fatale termijn. Daarbij is de
                                        gemeenteraad - en niet burgemeester en wethouders - het
                                        bestuursorgaan dat beslist om een aanvraag niet te
                                        behandelen wanneer de vereiste gegevens niet of te laat
                                        worden verstrekt. Dit vanuit de gedachte dat in de meeste
                                        gevallen het voorstel van burgemeester en wethouders over de
                                        vaststelling van het programma als bedoeld in paragraaf 2.3
                                        van de verordening, al ter besluitvorming bij de raad ligt,
                                        dan wel de betrokken raadscommissie(s) zal hebben
                                        gepasseerd.</al><al>Er is nog een andere mogelijkheid denkbaar, namelijk dat
                                        achteraf wordt geconstateerd dat uitvoering van de op het
                                        programma geplaatste voorziening wegens gewijzigde
                                        omstandigheden (in casu een tegenvallend resultaat van de
                                        leerlingtelling) geen doorgang vindt (zie bijvoorbeeld
                                        artikel 16, derde lid). Met deze mogelijkheid moet men bij
                                        voorkeur terughoudend omgaan, zeker wanneer de gewijzigde
                                        omstandigheid zich nog aan de vooravond van de
                                        programmavaststelling manifesteert en er in procedureel
                                        opzicht rekening kan gehouden met deze mogelijkheid.</al><tussenkop> Artikel 8 Opgave ingediende aanvragen</tussenkop><al>Dit artikel is een direct uitvloeisel van het wettelijk
                                    uitgangspunt om ook in procedureel opzicht het openbaar en
                                    bijzonder onderwijs op gelijke voet te behandelen. De opgave van
                                    de ingediende aanvragen geeft alle bevoegde gezagsorganen
                                    inzicht in wat er aan aanvragen ligt, zowel vanuit het bijzonder
                                    als vanuit het openbaar onderwijs. Er kunnen daarmee niet
                                    naderhand nog aanvragen worden toegevoegd.</al><al>Bij het vooroverleg over de vaststelling van de verordening kan
                                    met de schoolbesturen worden afgesproken om deze
                                    informatieverstrekking per onderwijssector (basis-, speciaal en
                                    voortgezet onderwijs) te regelen. Zo zal een bestuur voor
                                    voortgezet onderwijs niet altijd geïnteresseerd zijn in welke
                                    huisvestingswensen er precies leven in het basisonderwijs.</al><tussenkop> Artikel 9 Toelichting aanvraag; overleg over ingediende
                                    begroting</tussenkop><tussenkop> Lid 1</tussenkop><al>Deze bepaling is met name opgenomen om de mogelijkheid een
                                        nadere toelichting/verduidelijking te vragen of te geven
                                        over de op zich complete aanvragen in tijd bezien te
                                        beperken. Dit gebeurt met het oog op een effectief verloop
                                        van de verdere procedure op weg naar de vaststelling van het
                                        programma. Met deze bepaling wordt bijvoorbeeld voorkomen
                                        dat het overleg als bedoeld in artikel 10 onnodig belast
                                        wordt door allerlei vragen over onduidelijkheden in de
                                        aanvragen. De datum van 1 mei is gekozen teneinde
                                        burgemeester en wethouders voldoende ruimte te bieden voor
                                        het opstellen van een ontwerpvoorstel voor het programma en
                                        het overzicht.</al><tussenkop> Lid 2</tussenkop><al>Ten aanzien van een voorziening waarvan de uiteindelijke
                                        vergoeding ingevolge artikel 4, derde lid, laatste volzin,
                                        gebaseerd wordt op de werkelijk kosten zal in eerste aanleg
                                        worden gewerkt met een raming van de kosten. De bepaling in
                                        dit lid regelt dat er overleg plaatsvindt tussen de
                                        aanvrager en burgemeester en wethouders indien de gemeente
                                        daartoe aanleiding ziet in de door de aanvrager overgelegde
                                        begroting. Burgemeester en wethouders kunnen na toetsing van
                                        deze raming van oordeel zijn dat de begroting op een of meer
                                        onderdelen bijstelling behoeft.</al><al>Uiteindelijk bepalen burgemeester en wethouders de hoogte
                                        van de geraamde kosten zoals deze, al dan niet bijgesteld,
                                        wordt voorgesteld in het kader van de vaststelling van het
                                        gemeentelijk huisvestingsbudget en het daaruit voortkomende
                                        programma.</al><tussenkop> Artikel 10 Overleg programma en overzicht; advies
                                    Onderwijsraad</tussenkop><tussenkop> Lid 1 - 4</tussenkop><al>Met deze leden wordt de in de wet opgenomen verplichting
                                        ingevuld dat de gemeente niet dan na overleg met het
                                        onderwijsveld overgaat tot de vaststelling van een
                                        huisvestingsprogramma.</al><al>Onder het overleg is ook vervat de hoorplicht ingevolge de
                                            <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=algemene%20wet%20bestuursrecht">Awb</extref> van de aanvragers. Omdat de aanvrager
                                        bepaalt hoe hij gehoord wil worden, moet gelegenheid worden
                                        gegeven om de standpunten ook schriftelijk kenbaar te maken.
                                        Gezien het karakter van het overleg (met alle bevoegde
                                        gezagsorganen) moeten degenen die wel aan het overleg
                                        deelnemen weten wat de schriftelijke standpunten inhouden,
                                        zodat ze daar eventueel op kunnen reageren.</al><al>Overigens verdient het aanbeveling om in het overleg dat
                                        voorafgaat aan de vaststelling van de verordening na te gaan
                                        hoe dit overleg praktisch het best kan worden ingericht. Zo
                                        is het bijvoorbeeld denkbaar om voor gemeenten die
                                        beschikken over een breed spectrum van onderwijssoorten, het
                                        overleg per sector in te richten (primair en voortgezet
                                        onderwijs). Daarnaast kan worden vastgesteld of het hier
                                        bedoelde overleg over de onderwijshuisvesting ingebed wordt
                                        in een mogelijk breder gestructureerde overlegvorm in het
                                        kader van het lokaal onderwijsbeleid.</al><tussenkop> Lid 5 - 9</tussenkop><al>De wet bepaalt dat de Onderwijsraad om advies wordt verzocht
                                        wanneer een bevoegd gezag de gemeente daarom vraagt, dan wel
                                        wanneer de gemeente uit eigen beweging hiertoe overgaat (zie
                                        bijvoorbeeld <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20het%20primair%20onderwijs/article=69">artikel 69, lid 9 WBO</extref>). De Onderwijsraad
                                        brengt binnen vier weken zijn advies uit. Het advies wordt
                                        tegelijkertijd met het programma bekend gemaakt. Op de
                                        advisering door de Onderwijsraad is van toepassing hetgeen
                                        in algemene zin over advisering is geregeld in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=algemene%20wet%20bestuursrecht">Awb</extref>. In dit verband is met name het
                                        bepaalde in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=algemene%20wet%20bestuursrecht/article=3%3A6">artikel 3:6, tweede lid</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=algemene%20wet%20bestuursrecht/article=3%3A7">artikel 3:7</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=algemene%20wet%20bestuursrecht/article=4%3A20">artikel 4:20</extref> van belang. Zo kan op grond van
                                            <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=algemene%20wet%20bestuursrecht/article=3%3A6">artikel 3:6, tweede lid</extref> de gemeenteraad het
                                        programma vaststellen indien de Onderwijsraad het advies
                                        niet binnen vier weken uitbrengt. Op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=algemene%20wet%20bestuursrecht/article=3%3A7">artikel 3:7</extref> is de gemeente gehouden, al dan
                                        niet op verzoek, de gegevens beschikbaar te stellen die de
                                        Onderwijsraad nodig heeft voor het uitbrengen van advies.
                                        Wanneer de raad afwijkt van het advies van de Onderwijsraad
                                        worden ingevolge <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=algemene%20wet%20bestuursrecht">artikel 4:20 Awb</extref> de redenen daarvan vermeld in
                                        de motivering.</al><al>In de leden 5 t/m 9 is in procedurele zin aangegeven op
                                        welke wijze de Onderwijsraad kan worden ingeschakeld voor
                                        het inwinnen van advies over de vaststelling van het
                                        huisvestingsprogramma in relatie tot de aspecten van de
                                        vrijheid van richting en vrijheid van inrichting. Hierbij is
                                        aangesloten op de procedurele lijn zoals die van toepassing
                                        is op de inschakeling van de Onderwijsraad bij de
                                        vaststelling of wijziging van de huisvestingsverordening
                                        (zie artikel 7 met de daarbij behorende toelichting van de
                                        VNG modelverordening procedure overleg huisvesting).</al><al>Volgens de wet is het de gemeenteraad die tijdens het
                                        overleg over het programma kan besluiten ‘uit eigen
                                        beweging’ een verzoek om advies in te dienen bij de
                                        Onderwijsraad. Op grond van het vijfde en het zevende lid
                                        delegeert de raad dit aan burgemeester en wethouders. Dit
                                        sluit ook aan op de (voor de hand liggende) keuze om ook het
                                        voeren van het overleg over het programma over te laten aan
                                        burgemeester en wethouders.</al><al>In lid 6 is bepaald dat alle deelnemers aan het overleg in
                                        de gelegenheid worden gesteld hun zienswijze te geven over
                                        de inhoud van een (voorgenomen) verzoek om advies aan de
                                        Onderwijsraad. Dit tegen de achtergrond dat iedereen erbij
                                        gebaat is dat duidelijkheid bestaat over de beweegredenen
                                        bij een, meer of alle partijen om zich tot de Onderwijsraad
                                        te wenden.</al><al>Deze gedachtewisseling laat uiteraard het recht van een
                                        individueel schoolbestuur of van de gemeente om de
                                        Onderwijsraad in te schakelen, ook wanneer de andere
                                        overlegpartners daaraan geen behoefte hebben, onverlet. De
                                        zienswijzen van de schoolbesturen dienen schriftelijk te
                                        worden vastgelegd omdat de Onderwijsraad bij zijn
                                        oordeelsvorming over een verzoek om advies ook afwijkende
                                        meningen zal willen betrekken.</al><al>Ingevolge de wettekst is het de gemeenteraad die in alle
                                        gevallen de Onderwijsraad verzoekt om advies. In lid 7 wordt
                                        tot uiting gebracht dat de raad - in navolging van het
                                        bepaalde in lid 5 - dit overdraagt aan burgemeester en
                                        wethouders.</al><al>Het is van belang dat het door burgemeester en wethouders
                                        ingediende verzoek om advies goed gedocumenteerd is en
                                        vergezeld gaat van alle stukken die relevant (kunnen) zijn
                                        voor de adviseur (<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=algemene%20wet%20bestuursrecht/article=3%3A9">artikel 3:9 Awb</extref>). De Onderwijsraad stelt zich
                                        namelijk op het standpunt dat de adviestermijn van vier
                                        weken een aanvang neemt vanaf het moment waarop de
                                        Onderwijsraad beschikt over de stukken die hij relevant acht
                                        voor de advisering.</al><al>Bij een eventuele inschakeling van de Onderwijsraad is het
                                        van belang dat de gemeente goed in de gaten houdt dat
                                        hierdoor de besluitvorming geen ernstige vertraging oploopt.
                                        Dit geldt zeker wanneer het overleg waarin kenbaar werd
                                        gemaakt dat een of meer van de overlegpartners een advies
                                        van de Onderwijsraad wenste, na de zomer plaatshad. Met het
                                        oog op het bepaalde in artikel 11, lid 4 verdient het dan
                                        nadrukkelijk aanbeveling om zo spoedig mogelijk tot de
                                        indiening van het advies over te gaan. Minstens zo
                                        belangrijk is dat, zoals hiervoor is opgemerkt, hierbij de
                                        Onderwijsraad de beschikking krijgt over alle relevante
                                        stukken.</al><tussenkop> Artikel 11 Tijdstip vaststelling</tussenkop><tussenkop> Lid 1</tussenkop><al>Hier wordt de mogelijkheid geopend om desgewenst
                                        afzonderlijke bedragen vast te stellen voor specifiek
                                        gemeentelijk beleid. Hierbij kan gedacht worden aan het
                                        treffen van bepaalde huisvestingsvoorzieningen teneinde
                                        bepaalde onderwijsinhoudelijke ontwikkelingen te stimuleren,
                                        zoals bijvoorbeeld de integratie tussen het basisonderwijs
                                        en delen van het speciaal onderwijs. Tevens kan een deel van
                                        het budget worden geoormerkt voor de gerichte aanwending van
                                        middelen voor de uitvoering van een meerjarige
                                        onderhoudsplanning van schoolgebouwen, die op lokaal niveau
                                        is overeengekomen.</al><al>Het afsplitsen van een bedrag voor een specifieke categorie
                                        van voorzieningen kan een belangrijk instrument voor de
                                        gemeente zijn om bepaalde accenten te leggen in de
                                        uitvoering van haar zorgplicht voor een adequate
                                        onderwijshuisvesting. Teneinde dit instrument effectief te
                                        kunnen inzetten is het wel noodzakelijk om voorafgaande aan
                                        het moment van de indiening van huisvestingsverzoeken
                                        hierover aan alle schoolbesturen duidelijkheid te bieden.
                                        Dit kan door bijvoorbeeld in de meerjarenbegroting voor
                                        bepaalde huisvestingsvoorzieningen een apart budget op te
                                        nemen en daarbij te waarborgen dat dit bedrag ook
                                        beschikbaar komt ten tijde van de vaststelling van het
                                        programma. Een dergelijk deelbudget dient in combinatie met
                                        de volgorde van de hoofd en subprioriteiten zoals opgenomen
                                        in bijlage V te worden bezien. Afhankelijk van de aard van
                                        de prioriteit kan een wijziging in deze volgorde nodig zijn
                                        om te bewerkstelligen dat het deelbudget ook daadwerkelijk
                                        kan worden aangewend voor de beoogde prioriteit in het
                                        huisvestingsbeleid. Wordt de volgorde van de prioriteiten
                                        namelijk niet aangepast aan de gewenste intensivering van
                                        bepaalde onderdelen van het beleid, dan bestaat de kans dat
                                        de beschikbare middelen ingevolge de niet aangepaste
                                        volgorde van urgentiecriteria moeten worden aangewend voor
                                        andere voorzieningen.</al><al>Het is evident dat eventuele accenten binnen het
                                        toekenningsbeleid altijd in het verlengde dienen te liggen
                                        van de gemeentelijke zorgplicht voor een adequate
                                        huisvesting. Dergelijke accenten mogen met andere woorden de
                                        reguliere noodzakelijke voorzieningen zoals uitbreidingen en
                                        onderhoud niet onmogelijk maken. Voorts zullen de
                                        beleidsaccenten en de daaruit voortvloeiende deelbudgetten
                                        in relatie tot een bijstelling van de prioriteiten altijd in
                                        en na overleg met de schoolbesturen moeten worden
                                        aangebracht. Zo is bijvoorbeeld een voorgenomen wijziging in
                                        de urgentiecriteria (bijlage V) aan te merken als een
                                        wijziging van de verordening, waaraan op overeenstemming
                                        gericht overleg vooraf moet gaan met de schoolbesturen.</al><tussenkop> Leden 2 en 3</tussenkop><al>Uitgangspunt van de modelverordening is de koppeling aan de
                                        begrotingscyclus. Dat leidt ertoe dat gelijktijdig met de
                                        begroting ook het programma en het daaruit voortvloeiende
                                        overzicht worden vastgesteld. Ter bescherming van de
                                        aanvragers wordt een uiterste datum binnen het lopende
                                        kalenderjaar gesteld.</al><al>Het spreekt voor zich dat de gemeenteraad geen programma
                                        hoeft vast te stellen, indien geen voorziening in de
                                        huisvesting nodig is noch een aanvraag is ingediend. Dit is
                                        in de wet zelf geregeld (zie bijvoorbeeld <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20het%20primair%20onderwijs/article=71">artikel 71 WBO</extref>). Hetzelfde geldt voor het
                                        overzicht, met dien verstande dat de vaststelling van een
                                        overzicht achterwege kan blijven wanneer alle aanvragen
                                        worden geplaatst op het programma of wanneer er geen
                                        aanvragen zijn ingediend en er dus ook geen kunnen worden
                                        afgewezen.</al><tussenkop> Lid 4</tussenkop><al>Overschrijding van de uiterste datum van de
                                        programmavaststelling leidt er automatisch toe dat alle
                                        aangevraagde voorzieningen voor vergoeding in aanmerking
                                        moeten worden gebracht, net zoals dat bij de minister van
                                        Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen het geval was. Om
                                        praktische redenen is ervoor gekozen om ook te vermelden dat
                                        het bijbehorende (norm)bedrag beschikbaar wordt gesteld; de
                                        aanvrager weet dan waar hij aan toe is. Wel moet in zo’n
                                        geval nog overleg over de wijze van uitvoering plaatsvinden
                                        en moet geregeld worden dat voor een bepaalde datum een
                                        bouwopdracht etc. moet zijn verleend.</al><tussenkop> Artikel 12 Inhoud programma</tussenkop><tussenkop> Lid 1</tussenkop><al>In dit lid, dat een belangrijk onderdeel van de verordening
                                        betreft, namelijk de inhoud van het huisvestingsprogramma,
                                        komt voor alle duidelijkheid tot uitdrukking dat de raad het
                                        programma vaststelt als resultante van de toetsing aan de in
                                        de wet limitatief omschreven weigeringsgronden (zie
                                        bijvoorbeeld <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20het%20primair%20onderwijs/article=69">artikel 69, derde lid WBO</extref>). Een deel van deze
                                        weigeringsgronden wordt voor wat betreft hun feitelijke
                                        toepassing geoperationaliseerd via de nadere regels die de
                                        raad stelt op de onderdelen, genoemd in de tweede
                                        volzin.</al><al>Zo zijn de ‘beoordelingscriteria’ een nadere invulling van
                                        de toets of de aangevraagde voorziening noodzakelijk is en
                                        of de aanvraag een voorziening betreft als genoemd in
                                        artikel 2 van de verordening.</al><al>De criteria voor de prognose operationaliseren de wettelijke
                                        weigeringsgrond ‘dat de gewenste voorziening niet
                                        gerechtvaardigd is op grond van de te verwachten
                                        ontwikkeling van het aantal leerlingen ...’</al><al>De regels over de oppervlakte en indeling van schoolgebouwen
                                        doen ditzelfde ten aanzien van de weigeringsgrond ‘... dat
                                        de gewenste voorziening niet gerechtvaardigd is op grond van
                                        de aard en omvang van de voorzieningen waarover de school
                                        reeds beschikt’.</al><al>De concrete invulling van deze regels wordt niet in de romp
                                        van de modelverordening uitgeschreven, maar in de in artikel
                                        12 genoemde bijlagen. Artikel 12 vormt daarmee, zoals ook
                                        bij andere bepalingen uit de romp het geval is, de kapstok
                                        voor de gedetailleerde uitwerkingen van bepaalde elementen
                                        in de bijlagen.</al><al>De urgentiecriteria zijn apart gepositioneerd, omdat deze -
                                        in tegenstelling tot de andere regels in het eerste lid -
                                        niet noodzakelijk bij de programmavaststelling behoeven te
                                        worden toegepast. De urgentiecriteria komen pas in beeld
                                        wanneer er meer aanvragen liggen dan waarvoor er budget
                                        beschikbaar is.</al><tussenkop> Lid 2</tussenkop><al>De zinsnede ‘voor zover van toepassing’ kan ook op de
                                        vergoeding betrekking hebben. Zo zijn er voorzieningen
                                        denkbaar waarvoor het niet nodig is om een bedrag
                                        beschikbaar te stellen. Hierbij kan worden gedacht aan
                                        medegebruik in een (onderwijs)gebouw dat geschikt is en
                                        waaraan dus geen aanpassingen hoeven plaats te vinden.</al><al>Een aanvrager die een voorziening geplaatst ziet op het
                                        programma, kan daaruit niet alleen afleiden dat de
                                        voorziening voor bekostiging in aanmerking komt, maar ook
                                        welke eventuele nadere voorwaarden er gelden rond
                                        ingebruikneming of buitengebruikstelling. Bijvoorbeeld: de
                                        uitbreiding van een hoofdgebouw gaat gepaard met het
                                        afstoten van een dislocatie.</al><al>Wanneer de vergoeding van een op het programma geplaatste
                                        voorziening op normatieve wijze is vastgesteld dan kan de
                                        aanvrager ook rechtstreeks uit de opneming op het programma
                                        afleiden voor welk bedrag de voorziening dient te worden
                                        gerealiseerd.</al><al>Indien het gaat om een voorziening waarvan de uiteindelijk
                                        vergoeding gebaseerd is op de feitelijke kosten, dan
                                        vermeldt het programma van welke raming is uitgegaan. Deze
                                        raming zal vervolgens als leidraad worden gehanteerd bij de
                                        vaststelling van het definitief vergoedingsbedrag aan de
                                        hand van door de aanvrager in het kader van de uitvoering te
                                        overleggen offertes.</al><tussenkop> Artikel 13 Inhoud overzicht</tussenkop><tussenkop> Lid 1</tussenkop><al>Een verwijzing naar artikel 12, eerste lid volstaat, omdat
                                        uit de toepassing van de daar genoemde criteria blijkt of
                                        een voorziening op het programma dan wel op het overzicht
                                        terechtkomt.</al><tussenkop> Lid 2</tussenkop><al>Deze bepaling is een direct uitvloeisel van het
                                        motiveringsbeginsel.</al><tussenkop> Artikel 14 Bekendmaking besluiten vaststelling bedrag,
                                    programma en overzicht</tussenkop><tussenkop> Lid 1</tussenkop><al>Volgens de toelichting op de wet moeten het programma en het
                                        overzicht worden opgevat als een bundel van beschikkingen.
                                        Deze beschikkingen moeten uiteraard ter kennis van de
                                        aanvragers worden gebracht. De termijn van twee weken is
                                        gekozen, omdat de wet bepaalt dat binnen vier weken na
                                        vaststelling van het programma overleg over de uitvoering
                                        plaatsvindt met burgemeester en wethouders. Ingevolge
                                            <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Algemene%20wet%20bestuursrecht%20/article=3%3A43">artikel 3:43 Awb</extref> dient de gemeente van het
                                        besluit mededeling toe doen aan degenen die bij de
                                        voorbereiding ervan hun zienswijze naar voren hebben
                                        gebracht. Gelet op het overleg met het totale scholenveld
                                        voorafgaande aan de vaststelling van het programma is er
                                        echter voor gekozen het besluit aan alle schoolbesturen toe
                                        te sturen. Hierbij doet dus niet terzake of het betrokken
                                        schoolbestuur in een eerder stadium een zienswijze naar
                                        voren heeft gebracht.</al><tussenkop> Lid 2</tussenkop><al>De wet bepaalt alleen iets over de ter inzage legging van
                                        het overzicht. Vanwege de samenhang tussen bedrag, programma
                                        en overzicht ligt het voor de hand het totaal ter inzage te
                                        leggen.</al><tussenkop> Artikel 15 Overleg wijze van uitvoering</tussenkop><tussenkop> Lid 1</tussenkop><al>Dit artikel geeft een nadere invulling aan het wettelijk
                                        voorgeschreven overleg over de wijze van uitvoering. Met
                                        deze invulling wordt beoogd dat de aanvrager en burgemeester
                                        een aantal praktische afspraken maken over aspecten die
                                        samenhangen met de realisering van de toegekende
                                        voorziening. Met dergelijke afspraken kunnen
                                        onduidelijkheden en misverstanden in het verdere
                                        uitvoeringstraject worden voorkomen.</al><al>In ieder geval zal hierbij volstrekt duidelijk moeten zijn
                                        wie als bouwheer optreedt. De wet gaat er weliswaar vanuit
                                        dat het bevoegd gezag optreedt als bouwheer, maar biedt de
                                        mogelijkheid dat het bevoegd gezag en burgemeester en
                                        wethouders overeenkomen dat de gemeente de voorziening tot
                                        stand brengt. Het moet duidelijk vaststaan of al dan niet
                                        gebruik wordt gemaakt van deze mogelijkheid.</al><al>De passage ‘voor zover van toepassing’ is opgenomen om niet
                                        alle voorkomende varianten op het bouwheerschap en de
                                        eigendomssituatie te hoeven beschrijven. Daarnaast is het
                                        bijvoorbeeld denkbaar dat geen nadere afspraken behoeven te
                                        worden gemaakt over het tijdstip van indiening van het
                                        bouwplan en de desbetreffende begroting, eenvoudigweg omdat
                                        burgemeester en wethouders in het kader van artikel 16,
                                        vierde lid hebben besloten dat dit achterwege kan blijven.
                                        Hetzelfde kan gelden voor de uitvoering van de toets of zich
                                        nieuwe feiten en omstandigheden voordoen.</al><al>In het kader van de controle en het afleggen van
                                        verantwoording over de besteding van de middelen kunnen
                                        nadere afspraken worden gemaakt over de wijze en momenten
                                        waarop burgemeester en wethouders geïnformeerd worden over
                                        de voortgang van de uitvoering van de voorziening, alsmede
                                        over de wijze waarop de finale verantwoording wordt
                                        afgelegd. Daarbij kan - zeker bij omvangrijke projecten -
                                        ook aan de orde zijn dat dit gepaard gaat met een
                                        accountantsverklaring.</al><tussenkop> Lid 2</tussenkop><al>Wanneer de vergoeding van de uitvoering van de voorziening
                                        gebaseerd is op de feitelijke kosten wordt in aanvulling op
                                        de afspraken die voortvloeien uit het bepaalde in lid 1, ook
                                        expliciet in het overleg aan de orde gesteld op welke wijze
                                        de aanvrager het werk wil gaan aanbesteden en wanneer de
                                        gemeente zicht krijgt op de offertes die op de aanbesteding
                                        worden uitgebracht (zie ook toelichting bij artikel 4). Bij
                                        de aanbesteding van het werk dient de aanvrager, voor zo ver
                                        dit gezien de aard van de voorziening nodig is, ingevolge
                                        het bepaalde in bijlage IV, deel B richtlijnen in acht te
                                        nemen. Overigens kan de aanvrager eerst tot aanbesteding
                                        overgaan wanneer burgemeester en wethouders hebben ingestemd
                                        met het bouwplan, tenzij een dergelijk plan naar het oordeel
                                        van burgemeester en wethouders eveneens gezien de aard van
                                        de voorziening niet vereist is (zie ook artikel 16, lid
                                        4).</al><tussenkop> Lid 3</tussenkop><al>Om te voorkomen dat in een later stadium misverstanden
                                        rijzen over de afspraken over de uitvoering is bepaald dat
                                        deze schriftelijk worden vastgelegd en ter instemming aan de
                                        aanvrager worden voorgelegd. Indien de aanvrager zijn
                                        instemming schriftelijk heeft verleend, dan is daarmee
                                        direct vastgelegd dat er overeenstemming bestaat over de
                                        wijze van uitvoering. Mocht de aanvrager niet instemmen met
                                        het verslag, dan zal in de praktijk meestal nader overleg
                                        plaatsvinden om alsnog overeenstemming te bereiken. Blijken
                                        partijen het niet eens te kunnen worden over de uitvoering
                                        van de voorziening dat wordt dit ook schriftelijk vastgelegd
                                        en van beide zijde geconstateerd.</al><tussenkop> Lid 4</tussenkop><al>Hierin is bepaald dat burgemeester en wethouders, in geval
                                        in het overleg is medegedeeld dat de indiening van een
                                        bouwplan en begroting achterwege kan blijven en/of er geen
                                        nadere toetsing aan wettelijke voorschriften of gewijzigde
                                        omstandigheden hoeft plaats te vinden (zie artikel 16,
                                        vierde lid), binnen vier weken nadat het overleg tot
                                        overeenstemming heeft geleid, de aanvrager uitsluitsel geven
                                        wanneer de bekostiging een aanvang neemt. Het zal daarbij in
                                        de regel voorzieningen betreffen waarvoor in een eerder
                                        stadium al een offerte is overgelegd, die weinig of geen
                                        voorbereidingstijd meer vergen. Hierbij kan bijvoorbeeld
                                        worden gedacht aan de vervanging van de dakbedekking van een
                                        basisschool (onderdeel van de huisvestingsvoorziening
                                        onderhoud).</al><tussenkop> Lid 5</tussenkop><al>Wanneer uit het ingevolge het derde lid vastgestelde verslag
                                        blijkt het overleg over de wijze van uitvoering uiteindelijk
                                        niet uitmondt in een overeenstemming tussen aanvrager en
                                        burgemeester en wethouders, dan zijn burgemeester en
                                        wethouders als bestuursorgaan de instantie die dit
                                        constateert en meedeelt aan het bevoegd gezag. Hierbij deelt
                                        het college mee wat de overwegingen zijn om niet in te
                                        stemmen met de door de aanvrager gewenste uitvoering. Deze
                                        mededeling is een besluit in de zin van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=algemene%20wet%20bestuursrecht">Awb</extref>, waartegen dan ook voor aanvrager de
                                        mogelijkheid van bezwaar en beroep openstaat.</al><tussenkop> Artikel 16 Goedkeuring bouwplannen en begroting; tijdstip
                                    aanvang bekostiging; toetsing wettelijke voorschriften en nieuwe
                                    feiten en omstandigheden; overlegging offertes</tussenkop><al>Dit artikel is voor een belangrijk deel een nadere uitwerking
                                    van de wettelijke bepaling, waarbij een schoolbestuur dat
                                    aanspraak heeft op een vergoeding van een voorziening en bij de
                                    uitvoering van de voorziening als bouwheer optreedt, een
                                    bouwplan en de daarbij behorende begroting ter goedkeuring moet
                                    indienen bij burgemeester en wethouders (zie bijvoorbeeld
                                        <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20het%20primair%20onderwijs/article=78">artikel 78 WBO</extref>). Tevens geeft de aanvrager daarbij
                                    aan op welk moment de bekostiging een aanvang dient te
                                    nemen.</al><al>Indien in het overleg over de uitvoering (zie artikel 15) in
                                    afwijking van het uitgangspunt dat de aanvrager optreedt als
                                    bouwheer, wordt afgesproken dat de gemeente het bouwheerschap op
                                    zich neemt, dan is het gestelde in het eerste lid uiteraard niet
                                    van toepassing.</al><al>De aanvrager moet alleen een begroting bij het bouwplan in te
                                    dienen wanneer het een voorziening betreft waarvoor de
                                    vergoeding op basis van de genormeerde benadering (bijlage IV,
                                    deel A) is vastgesteld. Deze begroting zal marginaal getoetst
                                    worden zolang de geraamde kosten de genormeerde vergoeding niet
                                    overschrijden.</al><al>Met het oog op een goede voortgang van de uitvoering en de
                                    duidelijkheid richting aanvrager is in het tweede lid voorzien
                                    in een fatale termijn (maximaal beslaat deze termijn negen
                                    weken) waarbinnen de gemeente het bouwplan en de begroting moet
                                    hebben goedgekeurd. Bij goedkeuring van het bouwplan en
                                    begroting stellen burgemeester en wethouders ook het tijdstip
                                    vast waarop de bekostiging een aanvang neemt. Hiermee wordt
                                    uitvoering gegeven aan de wettelijke opdracht om een dergelijk
                                    tijdstip vast te stellen (zie bijvoorbeeld <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20het%20primair%20onderwijs/article=73">artikel 73, eerste lid WBO</extref>). Wanneer de fatale
                                    termijn door burgemeester en wethouders wordt overschreden dan
                                    wordt het bouwplan en de begroting geacht te zijn goedgekeurd en
                                    dient de bekostiging aan te vangen op het tijdstip zoals door de
                                    aanvrager is aangegeven.</al><al>Het bepaalde in het derde lid markeert in de procedure rond de
                                    uitvoering van het programma het moment waarop wordt bezien of
                                    er zich na vaststelling van het programma nieuwe omstandigheden
                                    hebben aangediend, die het rechtvaardigen om de aanspraak op
                                    vergoeding te herzien. Het betreft hier een nadere invulling van
                                    wederom een wettelijke bepaling (zie bijvoorbeeld <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20het%20primair%20onderwijs/article=75">artikel 75 WBO</extref> in samenhang met <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20het%20primair%20onderwijs/article=73">artikel 73, eerste lid WBO</extref>). Het moment is zodanig
                                    gekozen dat door de aanvrager nog geen onomkeerbare stappen zijn
                                    gezet, zoals bijvoorbeeld het verlenen van een
                                    bouwopdracht.</al><al>De leden 5 en 6 zien op de besluitvorming over de uitvoering van
                                    aanvragen waarvoor de offertelijn geldt, of anders gezegd,
                                    waarbij de feitelijke kosten bepalend zijn voor de uiteindelijke
                                    vergoeding. Hierbij is geen sprake van een begroting, dus ook
                                    niet van een toets daarvan. De begroting is namelijk al bij de
                                    indiening van de aanvraag overgelegd en heeft toen alleen de
                                    functie gehad om te komen tot een bedrag ten behoeve van de
                                    vaststelling van het programma. Bij de uitvoering van een
                                    voorziening die volgens de offertelijn wordt gerealiseerd, nemen
                                    de offertes de rol over van de begroting.</al><tussenkop> Artikel 17 Aanvang bekostiging</tussenkop><al>Dit artikel is de uitwerking van de wettelijke opdracht zoals
                                    neergelegd in bijvoorbeeld <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20het%20primair%20onderwijs/article=76">artikel 76, vierde lid WBO</extref>. Er is gekozen voor een
                                    globale regeling waarin ruimte is voor variatie naar gelang de
                                    concrete omstandigheden. De opdracht aan de raad in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20het%20primair%20onderwijs/article=76">genoemde artikel van de WBO</extref> wordt gedelegeerd aan
                                    burgemeester en wethouders. Door de bepaling op te nemen dat de
                                    aanvrager altijd aan zijn financiële verplichtingen moet kunnen
                                    voldoen, is de bescherming van de aanvrager gewaarborgd.</al><tussenkop> Artikel 18 Vervallen aanspraak op vergoeding</tussenkop><tussenkop> Lid 1</tussenkop><al>De data van 1 en 15 oktober zijn gekozen met het oog op de
                                        vaststelling van de volgende gemeentebegroting. Het is van
                                        belang om op dat moment te weten of een toegekende
                                        voorziening eventueel in een volgend begrotingsjaar betaald
                                        moet worden. De bepaling over de toezending van onder meer
                                        de bouwopdracht binnen twee weken berust niet op de wet. Het
                                        is echter van belang om een dergelijke bepaling op te nemen,
                                        omdat de gemeente daarna actie in de richting van de
                                        aanvrager kan ondernemen. De term "door de aanvrager" is
                                        opgenomen om duidelijk te maken dat, indien de gemeente
                                        optreedt als bouwheer en de termijn wordt overschreden, er
                                        geen sprake is van het vervallen van het recht op een
                                        vergoeding. De aanvrager heeft dan immers recht op een
                                        voorziening.</al><tussenkop> Lid 2</tussenkop><al>Deze hardheidsclausule is, in aanvulling op de wet,
                                        opgenomen, omdat het denkbaar is dat, bijvoorbeeld door
                                        ruimtelijke ordeningprocedures, de termijn buiten de schuld
                                        van de aanvrager wordt overschreden.</al><tussenkop> Lid 3</tussenkop><al>De datum van 15 september is gekozen opdat de aanvrager bij
                                        afwijzing van het verzoek kan proberen vóór 1 oktober alsnog
                                        een bouwopdracht etc. te geven.</al><tussenkop> Artikelen 19 - 24 Spoedprocedure</tussenkop><al>In dit hoofdstuk van de modelverordening zijn nadere regels
                                    opgenomen over de indiening en beoordeling van aanvragen met een
                                    spoedeisend karakter. Deze aanvragen doorlopen niet de procedure
                                    die geldt voor het programma en zijn daarom niet gebonden aan
                                    een bepaalde indieningsdatum. De aanvragen kunnen dus het gehele
                                    jaar door worden ingediend. Het zou een misvatting zijn op grond
                                    hiervan te veronderstellen dat de spoedprocedure als een soort
                                    ‘ontsnappingsroute’ kan worden gebruikt. Een ontsnappingsroute
                                    die zou kunnen worden gevolgd wanneer een bevoegd gezag verzuimd
                                    tijdig - op grond van artikel 6 van de modelverordening - een
                                    aanvraag in te dienen voor het programma of wanneer een aanvraag
                                    niet op het programma is geplaatst wegens toepassing van de
                                    financiële weigeringsgrond. In dit laatste geval kan een bevoegd
                                    gezag in de verleiding komen de aanvraag opnieuw in te dienen
                                    via de spoedprocedure, omdat de financiële weigeringsgrond bij
                                    deze procedure niet kan worden gehanteerd door de gemeente.</al><al>Een andere optie is dat een bevoegd gezag op ‘twee paarden
                                    wedt’, namelijk: voor dezelfde voorziening een aanvraag indient
                                    voor de opneming in het programma én een aanvraag indient in het
                                    kader van de spoedprocedure.</al><al>Al deze procedurele opties lopen echter bij toepassing van de
                                    modelverordening spaak, omdat het uiteindelijk gaat om de inhoud
                                    van de aanvraag. Onomstotelijk moet blijken dat het bij een
                                    aanvraag met een spoedeisend karakter gaat om een calamiteit in
                                    de ware zins des woords. Een calamiteit die onvoorzienbaar was
                                    en volgens de wetgever zodanig moet zijn dat het treffen van een
                                    voorziening geen uitstel kan lijden, omdat anders het
                                    onderwijsproces geen doorgang meer kan vinden. Het meest voor de
                                    hand liggende voorbeeld daarbij is het afbranden van een
                                    schoolgebouw, waardoor het onderwijsproces (tijdelijk) in een
                                    andere accommodatie moet doorgaan.</al><al>Toepassing van de modelverordening leidt er toe dat in
                                    vergelijking met de situatie van voor de decentralisatie, het
                                    moment tussen indiening van een reguliere aanvraag en de
                                    beoordeling in het kader van het programma, aanzienlijk wordt
                                    bekort. Dit betekent dat het overgrote deel van de aanvragen
                                    voor huisvestingsvoorzieningen via deze procedure op adequate
                                    wijze kan worden afgehandeld. Ook de aanvragen die wellicht hoog
                                    zouden scoren bij de toepassing van de urgentiesystematiek, maar
                                    waarvan op moment van indiening en op het moment van
                                    programmavaststelling (nog) niet kan worden gesproken over de
                                    noodzaak om onverwijld de voorziening te treffen omdat anders
                                    het onderwijsproces stokt. Dit betekent ook dat mag worden
                                    verwacht dat de aanvragen die in het kader van de spoedprocedure
                                    worden ingediend ook écht spoedeisend zijn. Normaliter zal dit
                                    betekenen dat de toepassing, maar zeker ook de toewijzing in het
                                    kader van de spoedprocedure, eerder uitzondering dan regel zal
                                    zijn.</al><tussenkop> Artikel 19 Indiening aanvraag</tussenkop><al>Hoewel de mogelijkheid tot het indienen van aanvragen met een
                                    spoedeisend karakter in de wet is vastgelegd, is deze
                                    mogelijkheid voor de inzichtelijkheid opgenomen in de
                                    verordening.</al><tussenkop> Artikel 20 Inhoud aanvraag</tussenkop><tussenkop> Lid 1</tussenkop><al>In aanvulling op de basisgegevens die zouden moeten worden
                                        overgelegd indien het om een reguliere aanvraag zou gaan,
                                        dient in de aanvraag ook duidelijk het spoedeisende karakter
                                        (de calamiteit waardoor het onderwijsproces geen voortgang
                                        kan vinden) te worden toegelicht.</al><tussenkop> Lid 2</tussenkop><al>De termijnen voor het aanleveren van aanvullende gegevens
                                        zijn bewust kort gehouden. Dit is gerechtvaardigd, omdat het
                                        tenslotte gaat om het treffen van een voorziening die
                                        eigenlijk geen uitstel kan dulden. Iedereen, en zeker de
                                        school, is gebaat bij een snelle, maar zorgvuldige
                                        besluitvorming.</al><tussenkop> Artikel 21 Tijdstip beslissingen</tussenkop><al>Met het oog op de wenselijkheid van een snelle beslissing is in
                                    de modelverordening de beslissingsbevoegdheid over de
                                    spoedeisende aanvragen door de raad gedelegeerd aan burgemeester
                                    en wethouders. Ook hier is de termijn voor beslissing kort
                                    gehouden, met als extra waarborg voor de aanvrager dat
                                    overschrijding van deze termijn van rechtswege leidt tot
                                    inwilliging van de aanvraag.</al><tussenkop> Artikel 22 - 24 Inhoud en uitvoering beslissing; vervallen
                                    vergoeding</tussenkop><al>Bij de besluitvorming en de uitvoering daarvan ten aanzien van
                                    aanvragen met een spoedeisend karakter is, afgezien van
                                    afwijkende termijnen, de lijn gevolgd die ook van toepassing is
                                    ten aanzien van de vaststelling van het programma en
                                    overzicht.</al><al>Dit betekent dat met inachtneming van de in de wet opgenomen
                                    weigeringsgronden (zie bijvoorbeeld <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20het%20primair%20onderwijs/article=72">artikel 72 WBO</extref>), de toetsingscriteria worden
                                    toegepast overeenkomstig de bijlagen van de verordening. Extra
                                    dimensie die ten opzichte van de ‘reguliere lijn’ aan deze
                                    toetsing wordt toegevoegd is het element dat het treffen van de
                                    voorziening geen uitstel kan lijden in verband met de voortgang
                                    van het onderwijs. Tevens komt in de modelverordening tot uiting
                                    dat burgemeester en wethouders niet de financiële
                                    weigeringsgrond kunnen hanteren. Dit komt tot uiting doordat de
                                    urgentiecriteria zoals opgenomen in bijlage V buiten beschouwing
                                    blijven.</al><tussenkop> Artikelen 25 - 28 Vergoeding kosten bouwvoorbereiding</tussenkop><al>Gemeenten die geen mogelijkheid willen bieden voor het aanvragen
                                    en daarmee toekennen van vergoedingen voor de kosten van de
                                    bouwvoorbereiding, kunnen bij de vaststelling van de verordening
                                    de artikelen 3 en 25 t/m 28 achterwege laten. Met nadruk zij
                                    opgemerkt dat de aanvraag om een vergoeding van de kosten van
                                    bouwvoorbereiding van een andere orde is dan een aanvraag voor
                                    plaatsing op het programma. Eerstbedoelde aanvraag is bedoeld om
                                    de weg te plaveien naar de indiening van een aanvraag voor het
                                    programma. Het zal daarbij in de regel gaan om
                                    huisvestingsvoorzieningen die als omvangrijk moeten worden
                                    gekwalificeerd en die zich al enkele jaren van tevoren
                                    aankondigen (de nieuwbouw van een school is daarbij het meest
                                    voor de hand liggende voorbeeld). Met behulp van een
                                    bouwvoorbereidingskrediet kunnen de aanvragen voor het programma
                                    goed worden voorbereid. Dit heeft als voordeel dat wanneer
                                    dergelijke goed gedocumenteerde aanvragen verschijnen op het
                                    programma, de uitvoering vrij snel na vaststelling van het
                                    programma ter hand kan worden genomen. De gemeente heeft dan de
                                    zekerheid dat in het jaar waarvoor de middelen beschikbaar
                                    worden gesteld, ook de besteding zal plaatsvinden.</al><al>Een bouwvoorbereidingskrediet is bedoeld voor de bestrijding van
                                    salariskosten, die zijn gemoeid met de voorbereiding van een
                                    bouwproject. Onder voorbereiding worden de werkzaamheden
                                    verstaan tot aan het moment van aanbesteding. Het kan daarbij
                                    gaan om kosten van:</al><lijst><li nr="-"><al>architect;</al></li><li nr="-"><al>adviseur constructie;</al></li><li nr="-"><al>adviseur werktuigbouwkundige installatie;</al></li><li nr="-"><al>adviseur elektrotechnische installatie.</al></li></lijst><al>In bepaalde situaties kan het bovendien nuttig zijn adviseurs in
                                    te schakelen voor bijvoorbeeld het programma van eisen, het
                                    projectmanagement, de kostenbeheersing of de bouwfysica.</al><al>Inschakeling van laatstgenoemde adviseurs kan een beperking
                                    inhouden van de werkzaamheden van de architect en de
                                    eerstgenoemde overige adviseurs.</al><al>In het algemeen wordt de opdracht aan de architect geregeld met
                                    toepassing van de standaardvoorwaarden 1988 Rechtsverhouding
                                    opdrachtgever architect, opgesteld door de BNA (SR 1988).</al><al>In de Leidraad 1994 blijvende voorzieningen in de huisvesting
                                    voor scholen VO en BVE, een gezamenlijke uitgave van de
                                    ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en VROM
                                    (ISBN 90 346 2885 X), zijn in bijlage 8 nadere aanwijzingen
                                    gegeven omtrent de opdrachtverlening aan architect en
                                    adviseurs.</al><al>De bouwvoorbereiding is niet aangemerkt als een voorziening in
                                    de huisvesting, omdat het dat volgens de wet niet is. De
                                    toekenning van een vergoeding voor bouwvoorbereiding dient
                                    daardoor buiten het programma te blijven. Het bedrag voor het
                                    programma is immers bestemd voor huisvestingsvoorzieningen zoals
                                    bedoeld in de wet. Als een zodanige voorziening niet wordt
                                    toegekend omdat het bedrag niet voldoende is, en er wordt wel in
                                    dat kader bouwvoorbereiding toegekend (het kan daarbij om
                                    aanmerkelijke bedragen gaan), dan heeft de aanvrager die wordt
                                    afgewezen in beroep een gerede kans op succes. Het bedrag voor
                                    bouwvoorbereiding dient dus als apart bedrag te worden
                                    opgenomen.</al><al>Er is wel alles voor te zeggen om, gezien de budgettaire
                                    gevolgen voor de gemeentebegroting in het algemeen en voor de
                                    onderwijshuisvesting in het bijzonder, de beoordeling en
                                    afhandeling van verzoeken om bouwvoorbereiding in procedure
                                    gelijk te schakelen met die voor het programma. Voor deze
                                    benadering is dan ook gekozen in hoofdstuk 4 van de
                                    modelverordening. Dit betekent ook dat de raad het orgaan is dat
                                    beslist over het inwilligen van dergelijke verzoeken.</al><al>Toekenning van een vergoeding voor bouwvoorbereiding van een
                                    voorziening betekent niet dat de voorziening die met behulp van
                                    deze vergoeding wordt voorbereid per saldo meer kost dan een
                                    soortgelijke voorziening, die zonder een dergelijke vergoeding
                                    geplaatst wordt op het programma. In feite komt de toekenning
                                    van een vergoeding er op neer dat een deel van de kosten gemoeid
                                    met de huisvestingsvoorziening naar voren worden gehaald. Dit
                                    betekent ook dat wanneer een genormeerde vergoeding wordt
                                    toegekend ter realisering van de huisvestingsvoorziening zelf,
                                    de bouwvoorbereidingsvergoeding dan op de genormeerde vergoeding
                                    in mindering wordt gebracht.</al><al>Dit gebeurt omdat in de normatieve vergoedingsbedragen voor
                                    bouwactiviteiten zoals opgenomen in bijlage IV, deel A, de
                                    kosten van voorbereiding zijn inbegrepen.</al><al>De mogelijkheid om een bouwvoorbereidingskrediet aan te vragen
                                    is een nadere concretisering van de in de wet opgenomen
                                    mogelijkheid dat de raad een vergoeding voor bouwvoorbereiding
                                    kan toekennen. Bij de bepalingen inzake de beslissing op
                                    dergelijke verzoeken zijn de toetsingscriteria aangeduid,
                                    omwille van kenbaar bestuur en gelijke behandeling (zie artikel
                                    27). Daarbij is voorzien in een financiële weigeringsgrond.
                                    Voorts spreekt het voor zich dat de noodzaak van de voorziening
                                    waarvoor de bouwvoorbereiding is bestemd aanwezig moet zijn.
                                    Daarnaast zal ook, uit oogpunt van een gerichte en effectieve
                                    besteding van eventueel toe te kennen gelden voor de
                                    bouwvoorbereiding, een duidelijk perspectief aanwezig moeten
                                    zijn: wanneer de plannen zijn uitgewerkt, moet er ook binnen
                                    afzienbare termijn daadwerkelijk een aanvang mee worden
                                    gemaakt.</al><al>Dit is niet alleen afhankelijk van de vraag of het bevoegd gezag
                                    in het beoogde jaar de opdracht tot uitvoering kan verlenen,
                                    maar ook van een reële inschatting door de gemeente of het
                                    beoogde project voor dat jaar op een nog vast te stellen
                                    programma kan worden geplaatst. Het verstrekken van een
                                    bouwvoorbereidingskrediet geeft hierop weliswaar geen recht,
                                    maar het is weinig zinvol een dergelijk krediet toe te kennen en
                                    vervolgens bij de daarop volgende - met behulp van het krediet
                                    voorbereide - aanvraag voor plaatsing op het programma te moeten
                                    constateren dat de financiële ruimte niet aanwezig is voor de
                                    realisering van de voorziening. Iets dat zich natuurlijk altijd
                                    kan voordoen in geval van onvoorziene tegenvallers op de
                                    gemeentebegroting.</al><tussenkop> Artikelen 29 - 36 Medegebruik en verhuur</tussenkop><al>De <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20het%20primair%20onderwijs/article=76">artikelen 76 WBO</extref>, 84 ISOVSO en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20het%20voortgezet%20onderwijs/article=76m">76m WVO</extref> geven de opdracht aan de gemeenteraad om
                                    in de huisvestingsverordening een procedure voor het medegebruik
                                    en de verhuur van onderwijsgebouwen op te nemen. Wat het
                                    medegebruik betreft houdt de opdracht in feite in het vastleggen
                                    van de wijze waarop burgemeester en wethouders met het recht tot
                                    het vorderen van leegstaande ruimten omgaan. Dit vorderingsrecht
                                    kan betrekking hebben op medegebruik ten behoeve van onderwijs
                                    en educatie, maar ook ten behoeve van culturele,
                                    maatschappelijke of recreatieve doeleinden. Met nadruk zij
                                    gemeld dat het gaat om delen van gebouwen die leegstaan. Indien
                                    het gaat om een gebouw dat in zijn geheel leeg is of komt, is
                                    artikel 37, Einde gebruik gebouwen, van toepassing.</al><al>Het vorderingsrecht met betrekking tot gebouwen kan betrekking
                                    hebben op zowel het gebruik tijdens als na de schooltijden. Dit
                                    geldt ook voor sportterreinen die in eigendom zijn van een
                                    schoolbestuur voor voortgezet onderwijs. Het vorderingsrecht
                                    beperkt zich dan tot het vorderen ten behoeve van ander gebruik
                                    dan onderwijsgebruik (bijvoorbeeld voor sportverenigingen). Het
                                    recht van de gemeente om leegstand te bestemmen voor ander
                                    gebruik strekt zich uit over de wel en de niet door de gemeente
                                    in stand gehouden scholen. Het sluitstuk van de procedure - het
                                    vorderen - vindt echter niet plaats als het leegstand betreft in
                                    een gebouw van een school die de gemeente zelf in stand houdt.
                                    Dat neemt niet weg dat de criteria die in deze artikelen worden
                                    geformuleerd uiteraard ook gelden voor gebouwen van scholen die
                                    door de gemeente in stand worden gehouden.</al><al>Er is gekozen voor een iets verschillende benadering van
                                    medegebruik ten behoeve van onderwijs en medegebruik ten behoeve
                                    van andere activiteiten. Voor medegebruik ten behoeve van andere
                                    activiteiten mag van burgemeester en wethouders verlangd worden
                                    dat in het overleg met het bevoegd gezag expliciet, en ten
                                    aanzien van met name aangeduide onderwerpen, de gelegenheid
                                    wordt geboden om eventuele wensen aangaande het medegebruik te
                                    uiten, mede gelet op de vrijheid van richting en inrichting.
                                    Uiteraard bestaat die gelegenheid ook in het overleg over het
                                    onderwijsmedegebruik. Aangezien het dan echter altijd gaat om
                                    gebruik dat overeenkomt met de bestemming van het gebouw, zal
                                    het overleg daarover meer een praktisch dan een principieel
                                    karakter kunnen hebben.</al><al>De artikelen 29 t/m 33 worden toegepast als er een aanvraag van
                                    een bevoegd gezag voor plaatsing op het programma of voor de
                                    spoedprocedure is gedaan. Dat kan een aanvraag om medegebruik
                                    zijn, maar het kan ook een andere aanvraag zijn die wordt
                                    afgewezen en waarin door middel van medegebruik wordt
                                    voorzien.</al><al>Voorbeeld: er komt een aanvraag binnen om de uitbreiding van een
                                    basisschool op het programma te plaatsen. De bepalingen van
                                    artikel 12 (regels voor de vaststelling van het programma) zijn
                                    van toepassing op die aanvraag. In artikel 12 wordt onder meer
                                    verwezen naar bijlage I. In die bijlage is gesteld dat de
                                    uitbreiding niet wordt bekostigd als er binnen 2.000 meter
                                    hemelsbreed sprake is van leegstand waar medegebruik kan
                                    plaatsvinden. Binnen die afstand blijkt geschikte leegstand
                                    aanwezig te zijn, hetgeen wordt geconstateerd aan de hand van
                                    artikel 30 (omschrijving leegstand). Tevens wordt geconstateerd
                                    dat de situatie als bedoeld in artikel 31, lid 1 (de leegstand
                                    is al door het bevoegd gezag in medegebruik gegeven aan een
                                    andere school) zich niet voordoet. Die constatering kan
                                    plaatsvinden aan de hand van de gemeentelijke
                                    gegevensadministratie; op grond van artikel 5 moet een bevoegd
                                    gezag immers melden dat er sprake is van medegebruik.
                                    Burgemeester en wethouders delen in het overleg als bedoeld in
                                    artikel 10 (het overleg over het programma) mede dat zij
                                    voornemens zijn de raad voor te stellen om de wettelijke
                                    weigeringsgrond genoemd in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20het%20primair%20onderwijs/article=74">artikel 74, lid 1d WBO</extref> toe te passen (de aanvraag
                                    wordt geweigerd als er door middel van medegebruik in de
                                    huisvestingsbehoefte kan worden voorzien). Over dat voornemen
                                    wordt op grond van artikel 32 overleg gevoerd met het bevoegd
                                    gezag dat de aanvraag heeft ingediend en met het bevoegd gezag
                                    waarvan leegstand gevorderd zal worden. Dat overleg maakt deel
                                    uit van het overleg over het programma als bedoeld in artikel
                                    10. Er wordt voorzien in de aanvraag door toepassing te geven
                                    aan artikel 31 (volgorde van vorderen) en 32 (overleg en
                                    mededeling). De beschikking voor het bevoegd gezag dat de
                                    uitbreiding heeft aangevraagd (onderdeel van het programma)
                                    luidt als volgt: de aanvraag wordt afgewezen en in plaats
                                    daarvan wordt medegebruik in gebouw [...] toegekend. Het bevoegd
                                    gezag waarvan gevorderd wordt krijgt op grond van artikel 32 een
                                    vorderingsbeschikking, tenzij in het overleg is aangegeven dat
                                    er tegen de vordering geen bezwaar bestaat.</al><al>Wat de verhuur betreft kan de regeling in de verordening beperkt
                                    zijn; de wet regelt immers uitputtend wanneer wel en niet sprake
                                    kan zijn van verhuur.</al><tussenkop> Artikel 29 Aanduiding omstandigheden</tussenkop><al>In dit artikel is aangegeven dat er, alvorens burgemeester en
                                    wethouders kunnen overgaan tot vordering, eerst sprake moet zijn
                                    van een aanvraag om een huisvestingsvoorziening voor een school,
                                    en dat er bij die school ook een aantoonbaar tekort aan
                                    huisvesting is. Lid 1b ziet op de situatie dat er bijvoorbeeld
                                    sprake is van een omvangrijke onderhouds- of
                                    aanpassingsbehoefte, terwijl medegebruik daarvoor een
                                    alternatief vormt. De leden 1c en d regelen dat er sprake dient
                                    te zijn van leegstand.</al><tussenkop> Artikel 30 Omschrijving leegstand</tussenkop><tussenkop> Lid 1a</tussenkop><al>Vóór 1 januari 1997 was op grond van de wet- en regelgeving
                                        voor het primair onderwijs duidelijk wat er onder leegstand
                                        moest worden verstaan. Er werd uitgegaan van een strikt
                                        genormeerde benadering: als het aantal vierkante meters van
                                        een gebouw ruimte liet voor een extra groep leerlingen was
                                        er sprake van genormeerde leegstand. Of die leegstand wel of
                                        niet feitelijk aanwezig was of in gebruik was voor andere
                                        doeleinden deed niet ter zake. Aangezien de betreffende wet-
                                        en regelgeving niet langer van toepassing is, is het van
                                        belang een definitie van het begrip leegstand in de
                                        verordening op te nemen. Bij de begripsaanduiding is gekozen
                                        voor eenzelfde benaderingswijze als voorheen, zij het met de
                                        volgende uitzondering.</al><al>Omdat bij de capaciteitsbepaling van een gebouw ingevolge
                                        bijlage III, deel A wordt uitgegaan van lokalen, kan het
                                        niet meer voorkomen dat er weliswaar een overmaat aan
                                        vierkante meters geconstateerd wordt maar dat er geen lokaal
                                        over is.</al><al>Bij de capaciteitsbepaling worden ruimten die een bevoegd
                                        gezag eventueel voor eigen rekening heeft gerealiseerd en
                                        waar geen (rijks)vergoeding voor wordt verstrekt wel
                                        geregistreerd, maar niet als beschikbare capaciteit. Het
                                        vorderingsrecht strekt zich derhalve niet tot dergelijke
                                        ruimten uit. Voor de goede orde: de zogenaamde eigendom- en
                                        huurscholen vallen dus wel onder het vorderingsrecht.
                                        Hiervoor wordt immers wel een (rijks)vergoeding
                                        verstrekt.</al><al>In tegenstelling tot de volledig voor eigen rekening
                                        gefinancierde ruimten, strekt het vorderingsrecht zich wel
                                        uit tot leegstaande ruimten waaraan een bevoegd gezag een
                                        andere bestemming (bijvoorbeeld mediatheek, overblijflokaal)
                                        heeft gegeven. Deze handelwijze kan worden afgeleid uit de
                                        jurisprudentie onder de oude wetgeving waarin is vastgelegd
                                        dat, indien er sprake is van genormeerde leegstand waaraan
                                        een bevoegd gezag een andere bestemming heeft gegeven, deze
                                        bestemming moet wijken voor noodzakelijk
                                        onderwijsgebruik.</al><tussenkop> Lid 1b</tussenkop><al>Voor het voortgezet onderwijs kan niet van een zelfde,
                                        strikt genormeerde, benadering worden uitgegaan als bij het
                                        primair onderwijs. Het vertrekpunt is wel hetzelfde: met
                                        behulp van het ruimtelijke normeringssysteem ingevolge
                                        bijlage III, deel A wordt bezien of er een overschot aan
                                        ruimte is. Als dat overschot geconstateerd wordt, behoeft
                                        dat niet automatisch te betekenen dat er dan ook een
                                        geschikte ruimte vrij is op de gewenste tijd. Een bevoegd
                                        gezag van een school voor voortgezet onderwijs heeft
                                        namelijk het recht, binnen de rijksbekostiging, om meer of
                                        minder uren aan bepaalde vakken toe te delen. Deze keuzen
                                        hebben consequenties voor het lesrooster en de omvang van de
                                        groepen, en daarmee voor de beschikbaarheid van het gebouw.
                                        Daarom wordt bij een school voor voortgezet onderwijs
                                        vervolgens aan de hand van het lesrooster bekeken of er
                                        daadwerkelijk sprake is van leegstand.</al><al>Het gaat hier met nadruk om de vrijheid binnen de
                                        rijksbekostiging. Indien een bevoegd gezag extra middelen
                                        aanwendt en daarmee beslag op leegstand legt, is er sprake
                                        van eigen beleid dat dient te wijken voor noodzakelijk
                                        onderwijsgebruik.</al><tussenkop> Lid 2a</tussenkop><al>Voor de beoordeling of er ruimte is in een gymlokaal dat
                                        gebruikt wordt door het primair onderwijs wordt het aantal
                                        klokuren dat voor dat lokaal in gebruik is en waarvoor de
                                        gemeente goedkeuring heeft verleend, bij elkaar opgeteld. De
                                        capaciteit van het gebouw, verminderd met dit aantal, levert
                                        de leegstand op. Voor de capaciteit van het gebouw wordt
                                        uitgegaan van het maximum aantal uren dat een gebouw per
                                        week voor het onderwijs gebruikt kan worden. Het aantal van
                                        40 is dan reëel, gelet op de schooltijden voor het
                                        voortgezet onderwijs die de maximumgrens vormen. Het getal
                                        van 40 betekent uiteraard niet dat scholen voor primair
                                        onderwijs buiten hun reguliere schooltijden verwezen kunnen
                                        worden naar een gymnastiekruimte die nog geen 40 klokuren in
                                        gebruik is. Verwijzing kan alleen maar plaatsvinden binnen
                                        de voor de betreffende schoolsoort geldende reële
                                        schooltijden.</al><tussenkop> Lid 2b</tussenkop><al>De reden van de controle aan de hand van het lesrooster is
                                        dezelfde als bij lid 1b.</al><tussenkop> Artikel 31 Nalaten vordering; volgorde van vorderen</tussenkop><tussenkop> Lid 1</tussenkop><al>Door opneming van deze bepaling wordt recht gedaan aan de
                                        autonomie van scholen. Indien bevoegde gezagsorganen
                                        onderling medegebruik overeenkomen, is er geen reden voor de
                                        gemeente om dat te doorkruisen. Deze bepaling kan er
                                        mogelijk toe leiden dat in een enkel geval alsnog
                                        bijvoorbeeld een uitbreiding moet worden toegestaan omdat
                                        door de bevoegde gezagsorganen niet de meest optimale
                                        situatie is gecreëerd. Aangezien deze situatie
                                        waarschijnlijk alleen bij hoge uitzondering zal voorkomen,
                                        is dit geen reden om af te zien van deze bepaling.</al><al>Overigens kan deze bepaling uitgebreid worden naargelang de
                                        gemeente in het (brede) huisvestingsbeleid bepaalde accenten
                                        wil leggen. Als voorbeeld kan genoemd worden het niet
                                        vorderen van leegstand indien deze wordt benut als
                                        peuterspeelzaal.</al><tussenkop> Lid 2</tussenkop><al>Hierin is bepaald dat het onderling overeengekomen
                                        medegebruik alleen dan een reden is om niet tot vordering
                                        over te gaan, indien de eigen gebouwen van de school die
                                        medegebruikt, onvoldoende capaciteit hebben. Uiteraard wordt
                                        ook hier uitgegaan van de bepaling van de capaciteit en van
                                        het aantal groepen zoals bedoeld in bijlage III. Ook hier
                                        geldt dat eigen beleid van bevoegde gezagsorganen,
                                        bijvoorbeeld het verkleinen van het aantal groepen zodanig
                                        dat dit leidt tot een extra huisvestingsbehoefte, moet
                                        wijken voor noodzakelijk ander onderwijsgebruik.</al><tussenkop> Lid 3</tussenkop><al>De keuze voor deze volgorde van vorderen kan uiteraard
                                        gewijzigd worden. Het verdient echter aanbeveling om deze
                                        keuze wel vast te leggen. Indien er meerdere opties zijn
                                        moet immers gemotiveerd kunnen worden hoe burgemeester en
                                        wethouders tot een bepaalde keuze zijn gekomen. Het gestelde
                                        in dit lid zijn bij uitstek aangelegenheden die met de
                                        bevoegde gezagsorganen besproken moeten worden, alvorens ze
                                        vast te leggen. Dat geldt uiteraard ook voor a, zoals dat
                                        voor de hele verordening geldt. Uitgangspunt bij de
                                        vordering is dat een schoolbestuur dat ruimtegebrek heeft
                                        bij een van zijn scholen, eerst gaat kijken naar eventueel
                                        beschikbare ruimte binnen een van de onder zijn beheer
                                        staande gebouwen. Indien deze aanwezig is, zal het in de
                                        regel nog geen eens komen tot een aanvraag voor medegebruik
                                        bij de gemeente. Mocht dit wel zo zijn dan is de kans groot
                                        dat ingevolge lid 3a de gemeente het bestuur verwijst naar
                                        een van zijn eigen gebouwen. Voor a geldt echter ook dat het
                                        financiële consequenties kan hebben om niet als eerste optie
                                        van de - qua oppervlakte en indeling - geschiktste ruimte
                                        uit te gaan. Vandaar dat uit hoofde van een doelmatiger
                                        oplossing kan worden voorbijgegaan aan aanwezige leegstand
                                        in een van de gebouwen van het betrokken schoolbestuur. Het
                                        gestelde onder b is minder relevant als het gaat om
                                        gymnastiekruimten. Om redenen van eenvoud is er echter voor
                                        gekozen geen aparte volgorde voor gymnastiekruimten op te
                                        nemen. Bij de toepassing van lid 3c dient het openbaar
                                        onderwijs in dit verband ook als een richting te worden
                                        aangemerkt.</al><tussenkop> Lid 4</tussenkop><al>Deze bepaling voorkomt dat de volgorde zoals opgenomen in
                                        het derde lid te rigide gaat werken. Wanneer op lokaal
                                        niveau alle bij de vordering betrokken partijen het eens
                                        zijn over een oplossing die niet direct voortvloeit uit het
                                        derde lid, dan kan van de daarin neergelegde volgorde worden
                                        afgeweken.</al><tussenkop> Artikel 32 Overleg en mededeling</tussenkop><tussenkop> Lid 1</tussenkop><al>Het voeren van overleg is wettelijk verplicht. Om praktische
                                        redenen is ervoor gekozen dit te koppelen aan het overleg
                                        over het programma. In het kader van de vaststelling van het
                                        programma zal immers in de regel geconstateerd worden of er
                                        van medegebruik sprake kan zijn.</al><al>Ten aanzien van het voorgenomen besluit in het kader van het
                                        programma (dat is niet het besluit tot vordering maar het
                                        besluit om medegebruik toe te staan) is er voor beide
                                        bevoegde gezagsorganen de mogelijkheid een advies van de
                                        Onderwijsraad te vragen. Ook hebben zij beiden de
                                        mogelijkheid om bezwaar en beroep tegen de vaststelling van
                                        het programma in te stellen. Dit heeft geen opschortende
                                        werking.</al><tussenkop> Lid 2</tussenkop><al>De termijn van vier weken is uiteraard facultatief. Om een
                                        bevoegd gezag waarvan gevorderd gaat worden de gelegenheid
                                        te geven desgewenst tijdig (organisatorische) maatregelen te
                                        nemen, verdient het aanbeveling de termijn zo kort mogelijk
                                        te houden. Het bevoegd gezag is overigens op grond van het
                                        overleg ook al in de gelegenheid om zich voor te bereiden op
                                        het medegebruik. De mededeling dient schriftelijk plaats te
                                        vinden. Er is sprake van een beschikking waarop de
                                        rechtsbescherming van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=algemene%20wet%20bestuursrecht">Awb</extref> van toepassing is. Het instellen van
                                        bezwaar en/of beroep heeft geen opschortende werking.</al><al>De laatste volzin is toegevoegd om geen overbodige
                                        administratieve handelingen te hoeven uitvoeren indien er in
                                        het overleg is komen vast te staan dat er overeenstemming
                                        over de vordering bestaat.</al><tussenkop> Leden 3 en 4</tussenkop><al>In geval van een spoedprocedure is het niet goed mogelijk om
                                        termijnen op te nemen voor het overleg. De aard van de
                                        aanvragen kan namelijk met zich meebrengen dat een en ander
                                        op zeer korte termijn geregeld moet worden. Uiteraard geldt
                                        ook hier dat het ‘ontvangende’ bevoegde gezag redelijkerwijs
                                        de gelegenheid moet hebben om de nodige maatregelen te
                                        treffen.</al><tussenkop> Lid 5e</tussenkop><al>De vordering geschiedt voor een bepaalde periode, zodat het
                                        bevoegd gezag waarvan gevorderd wordt weet waar het aan toe
                                        is. Het ligt voor de hand de periode te baseren op de
                                        uitkomst van de prognose. De periode van vordering kan
                                        verlengd worden indien dat noodzakelijk is.</al><tussenkop> Artikel 33 Vergoeding</tussenkop><al>Voor het primair onderwijs is, als gevolg van de vereenvoudiging
                                    van het Londo stelsel, in de wet bepaald dat een bevoegd gezag
                                    dat gebruik maakt van een gebouw van een andere bevoegd gezag,
                                    de daarvoor ontvangen vergoeding doorbetaalt. Aangezien ‘de
                                    ontvangen’ vergoeding niet eenduidig te definiëren valt - de
                                    vergoeding is namelijk mede afhankelijk van de omvang van de
                                    school - dient daarover overleg tussen de bevoegde gezagsorganen
                                    plaats te vinden. Voor het voortgezet onderwijs geldt niet een
                                    dergelijke wettelijke bepaling, daar is overleg dus ook de
                                    aangewezen weg.</al><al>Omdat de belangen uiteenlopen, kan het voorkomen dat het overleg
                                    niet tot overeenstemming leidt. Omdat er dan geen wettelijk
                                    geregelde rechtsbescherming geldt, lijkt het verstandig om in de
                                    verordening een bepaling ten aanzien van de vergoedingen op te
                                    nemen voor het geval men er onverhoopt niet uitkomt. Een
                                    systematiek hiervoor is opgenomen in bijlage IV, deel C, en is
                                    afgeleid van de rijksvergoeding voor de materiële instandhouding
                                    voor de huisvesting van groepen in het basisonderwijs. Uiteraard
                                    kunnen andere bedragen worden opgenomen.</al><tussenkop> Artikel 34 Aanduiding omstandigheden</tussenkop><tussenkop> Onderdeel a</tussenkop><al>Zie de toelichting bij artikel 30.</al><tussenkop> Onderdeel b</tussenkop><al>De sportvelden zijn hier opgenomen vanwege de bepaling in
                                            <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20het%20voortgezet%20onderwijs%20/article=76r">artikel 76r WVO</extref> dat het vorderingsrecht zich
                                        ook daartoe uitstrekt.</al><tussenkop> Artikel 35 Overleg en mededeling</tussenkop><tussenkop> Lid 2</tussenkop><al>De reden dat hier expliciet is aangegeven wat in ieder geval
                                        in het overleg aan de orde dient te komen is gelegen in het
                                        feit dat het gaat om gebruik van een gebouw of terrein
                                        waarvoor het gebouw of terrein niet in eerste instantie is
                                        bedoeld. Dat betekent dat de positie van het bevoegd gezag
                                        met nog meer waarborgen omkleed moet worden dan wanneer het
                                        om onderwijsmedegebruik gaat. Het bevoegd gezag moet in de
                                        gelegenheid gesteld worden zich in het overleg een oordeel
                                        te vormen over de aard van de activiteit en de invloed van
                                        die activiteit op het onderwijsproces. Als gevolg daarvan
                                        kan ook afgesproken worden dat bepaalde maatregelen van de
                                        zijde van de gemeente of de medegebruiker genomen worden om
                                        hinder te voorkomen. Omdat het om verschillende vormen van
                                        medegebruik kan gaan is niet eenduidig vast te stellen welke
                                        vergoeding daartegenover dient te staan. Wel is het mogelijk
                                        om hierbij aan te sluiten op een vergoedingsbedrag in het
                                        kader van de programma’s van eisen materiële instandhouding
                                        basisonderwijs door middel van een verwijzing naar bijlage
                                        IV, deel C. Deze vergoeding dekt de variabele kosten en zal
                                        in het algemeen voldoende zijn; het gaat immers niet om
                                        huur.</al><al>Er is van afgezien de beoogde gebruiker in het overleg te
                                        betrekken. Er wordt van uitgegaan dat deze door burgemeester
                                        en wethouders vertegenwoordigd wordt. Desgewenst kan de
                                        beoogde gebruiker natuurlijk wel in het overleg betrokken
                                        worden. Het verdient in ieder geval aanbeveling dat het
                                        bevoegd gezag en de medegebruiker, voor de aanvang van het
                                        medegebruik, schriftelijk een aantal (praktische) afspraken
                                        vastleggen. Het kader voor die afspraken wordt gevormd door
                                        het besluit tot vordering door burgemeester en
                                        wethouders.</al><tussenkop> Lid 3</tussenkop><al>Indien het overleg niet tot overeenstemming leidt, nemen
                                        burgemeester en wethouders een beslissing inzake de
                                        openstaande punten. Voor deze formulering is gekozen om te
                                        voorkomen dat door een verschil van mening het
                                        vorderingsrecht niet geëffectueerd kan worden. De beslissing
                                        van burgemeester en wethouders is een beschikking, waarop de
                                        rechtsbescherming van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=algemene%20wet%20bestuursrecht">Awb</extref> van toepassing is.</al><tussenkop> Artikel 36 Toestemming burgemeester en wethouders</tussenkop><tussenkop> Leden 2 en 3</tussenkop><al>De aanduiding van de bestemming van de te verhuren ruimte is
                                        van belang voor de toetsing door burgemeester en wethouders
                                        aan de wet- en regelgeving die bepaalde bestemmingen niet
                                        toelaat. Zo is het bijvoorbeeld op grond van de
                                        onderwijswetgeving niet toegestaan om een onderwijsgebouw of
                                        terrein te verhuren als woon of bedrijfsruimte als bedoeld
                                        in artikel 1623a, tweede lid en 1624, tweede lid van het
                                        Burgerlijk Wetboek. Ook een bestemming die zich niet
                                        verdraagt met het onderwijs aan de school is in de
                                        onderwijswetgeving uitgesloten. Er is echter voor gekozen
                                        die afweging aan het bevoegd gezag te laten. Burgemeester en
                                        wethouders maken wel de afweging of er een andere school is
                                        die ruimte voor het onderwijs nodig heeft, op basis van
                                        eventueel binnengekomen verzoeken. In dat verband is gekozen
                                        voor een onmiddellijke noodzaak. Indien die noodzaak over
                                        enige tijd ontstaat, is dat geen reden voor weigering. Het
                                        verdient wel aanbeveling, indien burgemeester en wethouders
                                        een indicatie hebben dat de beoogde ruimte op korte termijn
                                        nodig zal zijn voor het onderwijs, dat zij dit aan het
                                        bevoegd gezag mededelen. Dat geldt evenzeer als burgemeester
                                        en wethouders voornemens zijn de ruimte te vorderen voor
                                        ander gebruik. Het bevoegd gezag kan dan een verantwoorde
                                        afweging maken of het wil overgaan tot verhuur. De risico’s
                                        voor verhuur en de eventuele schadeplicht die ontstaat bij
                                        voortijdige opzegging van het contract omdat burgemeester en
                                        wethouders gebruik maken van hun vorderingsrecht ligt
                                        ingevolge de wet bij het bevoegd gezag.</al><tussenkop> Artikel 37 Tijdstip beëindiging gebruik; staat van
                                    onderhoud</tussenkop><al>De wetgeving voor het primair onderwijs kende tot 1 januari 1997
                                    een bepaling waarin gesteld werd dat het gebruik van een
                                    dislocatie diende te worden beëindigd binnen drie maanden na
                                    beëindiging van de rijksbekostiging van dat gebouw. De
                                    rijksbekostiging werd beëindigd indien een dislocatie kon worden
                                    ‘leeggerekend’, dat wil zeggen indien het hoofdgebouw genormeerd
                                    zoveel ruimte bevatte dat alle groepen van de school daarin
                                    gehuisvest konden worden. Aangezien de rijksbekostiging niet
                                    langer gerelateerd is aan de gebouwen, is er geen sprake meer
                                    van ‘leegrekenen’ door het Rijk. Aan een bepaling omtrent de
                                    beëindiging van het gebruik van dislocaties is echter wel
                                    behoefte, vooral vanwege het feit dat gemeenten door hergebruik
                                    van onderwijsgebouwen een deel van de beoogde efficiency moeten
                                    realiseren. Het eindigen van het recht op het gebruik van
                                    hoofdgebouwen blijft in de wet gekoppeld aan de beëindiging van
                                    de bekostiging van de school, zie bijvoorbeeld <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20het%20primair%20onderwijs/article=109">artikel 109 WBO</extref>. De WVO kent weliswaar niet zo’n
                                    bepaling, maar het spreekt voor zich dat het recht op het
                                    gebruik van een gebouw eindigt wanneer de school die het gebouw
                                    gebruikt wordt opgeheven.</al><al>De <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20het%20primair%20onderwijs/article=76">artikelen 76 WBO</extref>, 84 ISOVSO en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20het%20voortgezet%20onderwijs/article=76m">76m WVO</extref> geven aan de gemeente opdracht om in de
                                    verordening een termijn op te nemen gedurende welke een gebouw
                                    nog ten hoogste kan worden gebruikt nadat, bij een gezamenlijke
                                    akte of door Gedeputeerde Staten, is bepaald dat de school heeft
                                    opgehouden of zal ophouden het gebouw te gebruiken. Tevens moet
                                    de gemeente een procedure vaststellen voor een eventueel op te
                                    maken staat van onderhoud ingeval van beëindiging van het
                                    gebruik.</al><al>Artikel 35 van de modelverordening voorziet in deze wettelijke
                                    opdracht. In het artikel wordt geen onderscheid gemaakt tussen
                                    hoofdgebouwen en dislocaties. Dat onderscheid is in dit kader
                                    ook niet relevant; ten aanzien van alle gebouwen moet duidelijk
                                    zijn op welk moment het gebruik uiterlijk beëindigd moet
                                    worden.</al><al>Het opmaken van de staat van onderhoud is gekoppeld aan de
                                    beëindiging van het gebruik van een gebouw. De wettelijke
                                    bepalingen over de beëindiging van het gebruik hebben alleen
                                    betrekking op niet door de gemeente in stand gehouden scholen.
                                    In formele zin zijn de bepalingen over het achterstallig
                                    onderhoud dus niet van toepassing op de scholen die door de
                                    gemeente in stand worden gehouden. Vanuit het oogpunt van
                                    gelijke behandeling is dit uiteraard in materiële zin wel het
                                    geval. Het volgen van eenzelfde handelwijze ligt dan ook voor de
                                    hand.</al><tussenkop> Lid 1</tussenkop><al>De datum van de beëindiging van het gebruik ligt in formele
                                        zin altijd na de datum waarop toepassing is gegeven aan
                                            <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20het%20primair%20onderwijs/article=84">artikel 84 WBO</extref>, 88d ISOVSO of <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20het%20voortgezet%20onderwijs/article=76u">76u WVO</extref>. Aan die artikelen wordt toepassing
                                        gegeven doordat burgemeester en wethouders en het bevoegd
                                        gezag in een gezamenlijke akte verklaren dat het gebruik van
                                        het gebouw beëindigd wordt of, ingeval van een geschil
                                        daarover, indien Gedeputeerde Staten daar een beslissing
                                        over nemen op verzoek van een der partijen. In materiële zin
                                        kan uiteraard sprake zijn van een beëindiging van het
                                        gebruik op een tijdstip dat ligt voor toepassing van eerder
                                        genoemde artikelen. Van belang is dan echter wel dat de
                                        eigendomsoverdracht dan nog niet heeft plaatsgevonden en dat
                                        het bevoegd gezag als eigenaar nog steeds verantwoordelijk
                                        is voor het gebouw.</al><al>Als datum is gekozen de datum die in de akte die bevoegd
                                        gezag en gemeente opstellen wordt genoemd. Als er een
                                        geschil over de akte ontstaat zullen Gedeputeerde Staten een
                                        beslissing nemen. In de meeste gevallen zal de datum aan het
                                        einde van het schooljaar liggen.</al><al>Om een en ander inderdaad aan het einde van het schooljaar
                                        te kunnen realiseren, is het nodig dat burgemeester en
                                        wethouders in een vroegtijdig stadium constateren dat een
                                        gebouw mogelijk niet meer nodig is voor een school. Die
                                        constatering kan in de regel plaatsvinden aan de hand van de
                                        leerlingtelling van 1 oktober. Als er sprake is van een
                                        voorgenomen fusie of opheffing, moet een bevoegd gezag
                                        daarvan mededeling doen aan de gemeente ingevolge artikel 5
                                        van de modelverordening. Direct na de telling van 1 oktober,
                                        of na de mededeling van het bevoegd gezag, kan de procedure
                                        voor de vaststelling van een gezamenlijke akte over het
                                        einde van het gebruik in gang worden gezet. Mocht daarover
                                        een geschil ontstaan, dan kan Gedeputeerde Staten om een
                                        beslissing worden verzocht. De beslissing van Gedeputeerde
                                        Staten is een beschikking, waarop de rechtsbescherming van
                                        de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=algemene%20wet%20bestuursrecht">Awb</extref> van toepassing is. Of het instellen van
                                        beroep in dit geval opschortende werking heeft, is niet
                                        eenduidig aan te geven. In het algemeen geldt dat het
                                        instellen van beroep geen opschortende werking heeft, tenzij
                                        de wet anders bepaalt. De wet bepaalt dat de
                                        eigendomsoverdracht, die pas kan plaatsvinden nadat is komen
                                        vast te staan dat de school het gebouw blijvend niet meer
                                        nodig heeft, niet eerder kan plaatsvinden dan nadat de
                                        beslissing van Gedeputeerde Staten onherroepelijk is
                                        geworden of nadat door de rechter in beroep is beslist. Ten
                                        aanzien van de eigendomsoverdracht heeft het instellen van
                                        beroep dus opschortende werking. Ten aanzien van de
                                        beslissing of een school heeft opgehouden het gebouw te
                                        gebruiken sec, bepaalt de wet niets. Ten aanzien van een
                                        mogelijk beroep tegen die beslissing zou dus gesteld kunnen
                                        worden dat het geen opschortende werking heeft. Mocht
                                        blijken dat dat wel zo is, dan kan overwogen worden een
                                        voorlopige voorziening bij de president van de rechtbank te
                                        vragen indien er sprake is van spoedeisende
                                        omstandigheden.</al><tussenkop> Lid 2</tussenkop><al>Met achterstallig onderhoud wordt in dit verband bedoeld het
                                        onderhoud dat, met het oog op de onderhoudsplicht van een
                                        bevoegd gezag, al uitgevoerd had moeten zijn. Het gaat er
                                        dus niet om dat een gebouw nog een extra opknapbeurt moet
                                        krijgen alvorens het buiten gebruik wordt gesteld. Als
                                        bijvoorbeeld de meerjarenonderhoudsplanning aangeeft dat er
                                        een schilderbeurt gepland is over één jaar, en uit de
                                        schouwing van het gebouw blijkt niet dat dit schilderwerk
                                        eigenlijk al had moeten plaatsvinden, dan is er geen sprake
                                        van achterstallig onderhoud.</al><al>Het is van belang de staat van het onderhoud op te maken,
                                        voordat de eigendomsoverdracht heeft plaatsgevonden. Alleen
                                        voor die tijd kan nog eenduidig worden vastgesteld aan wie
                                        het eventueel achterstallig onderhoud is toe te rekenen. Het
                                        spreekt voor zich dat het opmaken van de staat van onderhoud
                                        achterwege kan blijven indien er geen enkele aanleiding is
                                        om te veronderstellen dat er sprake is van achterstallig
                                        onderhoud dat tot de verantwoordelijkheid van het bevoegd
                                        gezag behoort.</al><tussenkop> Lid 3</tussenkop><al>De staat van onderhoud wordt opgemaakt in opdracht van
                                        burgemeester en wethouders. Hiervoor kunnen burgemeester en
                                        wethouders een ambtenaar met deskundigheid van bouwzaken
                                        aanwijzen of een derde, zoals een bouwkundig adviesbureau.
                                        Over de inhoud van de opdracht en over de persoon of
                                        instantie die dit uitvoert, hebben burgemeester en
                                        wethouders eerst overleg met het betrokken bevoegd gezag.
                                        Hiermee wordt voorkomen dat achteraf onnodige discussie c.q.
                                        meningsverschillen ontstaan over de inhoud van de opdracht
                                        en over de keuze van de uitvoerder. De positie van
                                        burgemeester en wethouders is in dit kader vergelijkbaar met
                                        die van de verhuurder, die bij de opzegging van de huur een
                                        inventarisatie maakt van datgene wat voor rekening van de
                                        huurder hersteld moet worden. Op grond van artikel 5 kunnen
                                        bepaalde inlichtingen van het bevoegd gezag gevraagd worden.
                                        Deze inlichtingen kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben op
                                        een meerjarenonderhoudsplanning (indien aanwezig) of uit
                                        bewijsstukken dat er geregeld onderhoud is uitgevoerd. Het
                                        spreekt voor zich dat bij het opmaken van de staat van
                                        onderhoud overleg plaatsvindt over het tijdstip waarop de
                                        schouwing plaatsvindt.</al><tussenkop> Lid 4</tussenkop><al>Burgemeester en wethouders voeren overleg met het bevoegd
                                        gezag over de uitkomsten van de staat van onderhoud. Het
                                        bevoegd gezag kan dan aangeven of men het daar wel of niet
                                        mee eens is. Als er achterstallig onderhoud is
                                        geconstateerd, geeft het bevoegd gezag in het overleg aan of
                                        het bereid is dit alsnog uit te voeren. Er kan ook
                                        overeengekomen worden dat het bedrag dat gemoeid is met het
                                        achterstallig onderhoud wordt betaald aan de gemeente.
                                        Indien partijen geen overeenstemming bereiken, bespreken ze
                                        hoe de vervolgprocedure zal zijn. Er kan bijvoorbeeld
                                        arbitrage overeengekomen worden, waarbij beide partijen
                                        afspreken zich te zullen neerleggen bij de uitkomst daarvan.
                                        Burgemeester en wethouders kunnen zich ook wenden tot de
                                        burgerlijke rechter, op grond van het feit dat het bevoegd
                                        gezag een onrechtmatige daad heeft gepleegd door zich niet
                                        te houden aan de wettelijke opdracht om een gebouw
                                        behoorlijk te gebruiken of te onderhouden. Gelet op de
                                        kosten en de moeite die dergelijke procedures voor beide
                                        partijen met zich meebrengen, verdient het veruit de
                                        voorkeur in gezamenlijk overleg een oplossing te
                                        bereiken.</al><tussenkop> Lid 5</tussenkop><al>Deze bepaling is opgenomen voor de situatie dat er weliswaar
                                        een vermoeden over achterstallig onderhoud bestaat, maar er
                                        geen reden is om dit nog te laten uitvoeren. Daarvan is
                                        bijvoorbeeld sprake als het gebouw gesloopt wordt.</al><tussenkop> Artikelen 38 en 39 Gebruik en vergoeding gymnastiekruimte
                                    primair onderwijs</tussenkop><al>In de artikelen 38 en 39 zijn het gebruik van en de vergoeding
                                    voor gymnastiekruimten voor het primair onderwijs nader
                                    geregeld.</al><al>De verlegging per 1 januari 1997 van de geldstroom ‘materiële
                                    instandhouding gymnastiek’ voor het primair onderwijs naar de
                                    gemeenten via het Gemeentefonds leidt tot de opdracht aan de
                                    gemeenteraad om na overleg met de schoolbesturen voor het
                                    onderwijs in lichamelijke opvoeding het aantal klokuren vast te
                                    stellen dat ten hoogste per groep leerlingen voor vergoeding in
                                    aanmerking komt. Deze wettelijke opdracht is nader uitgewerkt in
                                    artikel 38.</al><al>Aangezien de gemeente belast is met de bepaling van de omvang en
                                    de vergoeding van het onderwijsgebruik van gymnastiekruimten en
                                    - landelijk bezien - het overgrote deel van de gymnastiekruimten
                                    door of vanwege de gemeente worden beheerd, ligt het voor de
                                    hand dat de gemeente een coördinerende rol vervult bij de
                                    toedeling van dit gebruik. Dit is verder uitgewerkt in artikel
                                    39.</al><tussenkop> Artikel 38 Omvang en vergoeding gebruik</tussenkop><tussenkop> Lid 1</tussenkop><al>In het systeem in het primair onderwijs van voor de
                                        invoering van de decentralisatie werden de capaciteit en het
                                        gebruik van gymnastiekaccommodaties uitgedrukt in een aantal
                                        klokuren onderwijsgebruik. In lid 1 is ervoor gekozen deze
                                        systematiek ook na 1 januari 1997 te handhaven. Hiermee
                                        wordt voorkomen dat een onnodige breuk optreedt in de van
                                        overheidswege bekostigde omvang van het onderwijsgebruik van
                                        gymnastiekruimten.</al><al>De voor de bepaling van het aantal klokuren gymnastiek per
                                        schoolweek al voor het basisonderwijs en (voortgezet)
                                        speciaal onderwijs in het recente verleden ontwikkelde en
                                        toegepaste rekenregels zijn dan ook overgenomen in de
                                        verordening.</al><al>Hiertoe is in het eerste lid bepaald dat de gemeente voor
                                        het basisonderwijs ten hoogste 1,5 klokuur gymnastiek per
                                        bovenbouwgroep bekostigt; voor het (voortgezet) speciaal
                                        onderwijs is dit ten hoogste 2,25 klokuur per
                                        bovenbouwgroep. In een specifiek geval is het in het
                                        (voortgezet) speciaal onderwijs mogelijk om voor een groep
                                        leerlingen jonger dan zes jaar een vergoeding te verkrijgen
                                        voor het gebruik van een gymnastiekruimte voor ten hoogste
                                        3,75 klokuren per week. Deze mogelijkheid was al verankerd
                                        in de bekostigingsregels zoals deze golden voor 1 januari
                                        1997. De formulering ‘ten hoogste’ betekent dat de gemeente
                                        ook minder klokuren kan bekostigen wanneer op basis van het
                                        activiteitenplan van de school het gebruik van de
                                        gymnastiekruimte onder dit niveau ligt. De formulering sluit
                                        tevens uit dat het gebruik boven deze norm voor bekostiging
                                        van gemeentewege in aanmerking komt.</al><al>De wijze waarop het aantal groepen, waarvan de omvang van
                                        het gebruik wordt afgeleid, vastgesteld wordt, is neergelegd
                                        in bijlage III, deel B. Voor het basisonderwijs wordt
                                        hiervoor verwezen naar paragraaf 1.2; voor het (voortgezet)
                                        speciaal onderwijs naar paragraaf 2.2).</al><al>Niet uitgesloten is dat de in deze paragrafen opgenomen
                                        berekeningswijze op korte termijn nog verandering ondergaat.
                                        Dit hangt samen met de vereenvoudiging van het Londo
                                        stelsel, die eveneens per 1 januari 1997 ingaat. Als gevolg
                                        van deze vereenvoudiging zal de wijze van vaststelling van
                                        het aantal groepen dat voor een materiële rijksvergoeding in
                                        aanmerking komt verandering ondergaan. De inhoud van deze
                                        verandering is nog niet exact bekend. Deze zal uiteindelijk
                                        worden vastgelegd in een wijziging van de
                                        Bekostigingsbesluiten WBO en ISOVSO. Om bij de gemeentelijke
                                        materiële vergoeding voor het gymnastiekonderwijs
                                        aansluiting te houden met de materiële rijksvergoedingen op
                                        de andere exploitatieonderdelen van de scholen, is het aan
                                        te bevelen om bij de bepaling van het aantal groepen dat
                                        voor gymnastiek in aanmerking komt een naadloze aansluiting
                                        te houden met hetgeen daarover geregeld wordt in het Londo
                                        stelsel. Dit betekent dat wijzigingen op dit onderdeel in
                                        het stelsel dienen te worden gevolgd in de genoemde bijlage
                                        bij de verordening.</al><al>Met de vaststelling van de inhoud van lid 1 voldoet de
                                        gemeente aan de wettelijke opdracht uit <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20het%20primair%20onderwijs/article=86">artikel 86, eerste lid WBO</extref> en artikel 88f,
                                        eerste lid ISOVSO. Het in deze wettelijke bepalingen
                                        voorgeschreven overleg met de schoolbesturen kan geacht
                                        worden te zijn gevoerd in het kader van het op
                                        overeenstemming gerichte overleg dat is voorafgegaan aan de
                                        vaststelling van de verordening.</al><tussenkop> Leden 2 en 3</tussenkop><al>Deze leden zijn een nadere uitwerking van het gestelde in
                                            <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20het%20primair%20onderwijs/article=86">artikel 86, tweede lid WBO</extref> en artikel 88f,
                                        tweede lid ISOVSO. Hierin wordt de hoogte en wijze van
                                        vergoeding geregeld voor het gebruik door het primair
                                        onderwijs van gymnastiekruimten die in eigendom zijn van een
                                        schoolbestuur van een niet door de gemeente in stand
                                        gehouden school. Anders dan voor de gymnastiekruimten die
                                        door of vanwege de gemeente beschikbaar zijn voor het
                                        onderwijsgebruik, dient in dit geval een vergoeding aan het
                                        schoolbestuur te worden verstrekt.</al><al>Een school voor primair onderwijs welke een gemeentelijke
                                        accommodatie gebruikt als gymnastiekruimte krijgt hiervoor
                                        geen vergoeding. De gemeente bekostigt immers tot aan het
                                        genoemde maximum in lid 1 zelf de exploitatie van dit
                                        gebruik. Wanneer een schoolbestuur, niet zijnde de gemeente,
                                        eigenaar is van de accommodatie dan dient dit wel een
                                        vergoeding te ontvangen teneinde de kosten van het
                                        onderwijsgebruik te kunnen dekken.</al><tussenkop> Artikel 39 Mutaties aantal klokuren binnen beschikbare
                                    capaciteit; inroostering gebruik</tussenkop><al>Het gebruik door het primair onderwijs van gymnastiekruimten
                                    vindt meestal plaats in gemeentelijke accommodaties. Formeel
                                    beschouwd gaat het daarbij doorgaans om situaties van
                                    medegebruik en daarmee om een voorziening in de huisvesting als
                                    bedoeld in artikel 2 van de verordening.</al><al>Aangezien de omvang van dit medegebruik, uitgedrukt in het
                                    aantal klokuren, jaarlijks kan fluctueren door de veranderingen
                                    in het aantal leerlingen van een school, zou dat jaarlijks
                                    kunnen leiden tot aanvragen in het kader van het programma, dan
                                    wel spoedprocedure. Beide procedures zijn te zwaar en te
                                    omslachtig om jaarlijkse mutaties in het gebruik van
                                    gymnastiekaccommodaties aan te vragen. Dit geldt voor die
                                    mutaties die binnen de bestaande capaciteit kunnen worden
                                    opgevangen en dus niet leiden tot een uitbreiding of nieuwbouw
                                    van gymnastiekruimten. Zeker wanneer daarbij wordt bedacht dat
                                    de gemeente ingevolge de wet en artikel 36 gehouden is tot
                                    bekostiging van het genormeerde gymnastiekgebruik.</al><al>Tegen deze achtergrond is in artikel 37 voor een benadering
                                    gekozen waarbij de huisvestingsprocedures worden ontlast van
                                    aanvragen die samenhangen met mutaties in klokuren, voor zover
                                    deze mutaties binnen de voorhanden zijnde capaciteit kunnen
                                    worden ondergebracht. Formeel worden de jaarlijkse opgaven van
                                    schoolbesturen van het gewenste gebruik van de gymnastiekruimten
                                    weliswaar beschouwd als een aanvraag in het kader van de
                                    spoedprocedure, materieel worden zij echter buiten deze
                                    procedure om afgewikkeld. Hiervoor in de plaats komt de
                                    benadering uit artikel 37, die in essentie op het volgende
                                    neerkomt.</al><al>De gemeente heeft als lokale overheid zicht op het
                                    onderwijsgebruik van de sportaccommodaties (welke school geeft
                                    gymnastiekonderwijs in welk gebouw, wanneer en voor hoeveel
                                    uren, en wat is de capaciteit van het gebouw?).</al><al>De volgende elementen zorgen ervoor dat de gemeente voor het
                                    primair onderwijs dit inzicht heeft:</al><lijst><li nr="a."><al>inventarisatie van de accommodaties die geschikt zijn
                                            voor gymnastiekonderwijs, inclusief de
                                            eigendomssituatie;</al></li><li nr="b."><al>vaststelling van de capaciteit en feitelijk/genormeerd
                                            klokuurgebruik per onderwijsgebruiker (school);</al></li><li nr="c."><al>jaarlijkse registratie van de mutaties in
                                            feitelijk/genormeerd klokuurgebruik.</al></li><li nr="De"><al>mutaties zijn gebaseerd op: </al><lijst><li nr="-"><al>het aantal leerlingen op de teldatum t 1 voor de
                                                  vaststelling van het genormeerde gebruik voor het
                                                  daaropvolgende schooljaar;</al></li><li nr="-"><al>de opgaven van de schoolbesturen waarbij wordt
                                                  aangegeven voor hoeveel uur men feitelijk gebruik
                                                  wil maken van een gymnastiekruimte voor het
                                                  komende schooljaar.</al></li></lijst></li></lijst><al>Op basis van dit inzicht maakt de gemeente jaarlijks een
                                    voorstel tot inroostering van het onderwijsgebruik, waarbij
                                    indien nodig ook wordt bezien in hoeverre gebruik boven de norm
                                    kan plaatsvinden, gegeven de beschikbare capaciteit.</al><al>Dit voorstel wordt niet dan na overleg met de betrokken
                                    schoolbesturen vastgesteld.</al><al>De opgaven van het gewenste gebruik, het voorstel tot en het
                                    vaststellen van de inroostering vinden relatief kort voor het
                                    nieuwe schooljaar plaats. Dit omdat de meeste schoolbesturen
                                    over de exacte omvang van het gymnastiekgebruik pas uitspraken
                                    kunnen doen wanneer zicht bestaat op de omvang en inzet van de
                                    personeelsformatie voor het komende schooljaar.</al><tussenkop> Artikel 42 Indexering</tussenkop><al>Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat jaarlijks de
                                    verordening door de raad moet worden gewijzigd, louter om de
                                    ingevolge artikel 4 gehanteerde genormeerde vergoedingen aan de
                                    prijsontwikkeling aan te passen. Bijlage IV, deel A, waar deze
                                    normen hun basis hebben, vormt namelijk - net als de overige
                                    bijlagen - onderdeel van de verordening. Door de
                                    prijsbijstelling te delegeren aan burgemeester en wethouders
                                    wordt een dergelijke relatief zware procedure via de raad
                                    overbodig. Het kan nu via een lichtere procedure door op dit
                                    onderdeel burgemeester en wethouders de bevoegdheid tot
                                    wijziging te geven. Het wettelijk verplichte overleg met het
                                    onderwijsveld dat voorafgaat aan wijzigingen van de verordening,
                                    kan plaatsvinden door toezending van de voorgenomen
                                    prijsbijstellingen en het bieden van de mogelijkheid om hierop
                                    te reageren.</al><tussenkop> Artikel 43 Citeertitel; inwerkingtreding</tussenkop><al>Ingevolge het overgangsartikel XIX, eerste lid van de Wet
                                    decentralisatie huisvestingsvoorzieningen po/vo dient het
                                    bepaalde in hoofdstuk 8 van de verordening, dat het
                                    overgangsrecht regelt, vóór 1 januari 1997 door de gemeenteraad
                                    te worden vastgesteld. Het ‘structurele’ deel van de verordening
                                    op basis waarvan de gemeente haar huisvestingstaak vanaf 1
                                    januari 1997 uitoefent, dient volgens hetzelfde overgangsartikel
                                    XIX maar dan het tweede lid, ten minste acht weken voor het
                                    tijdstip waarop aanvragen voor het huisvestingsprogramma 1998
                                    bij de gemeente moeten zijn ingediend, door de gemeenteraad te
                                    zijn vastgesteld. Uitgaande van de in de modelverordening
                                    opgenomen indieningsdatum van 1 februari betekent dit dat de
                                    verordening vóór 7 december 1996 moet zijn vastgesteld.</al><al>Met andere woorden, wanneer de verordening vóór 7 december 1996
                                    wordt vastgesteld dan voldoet de gemeente aan de wettelijk
                                    gestelde eisen in artikel XIX, eerste en tweede lid.
                                    Inwerkingtreding van de verordening kan dan tegelijkertijd
                                    plaatsvinden met de inwerkingtreding van de nieuwe wettelijke
                                    bepalingen in de WBO, ISOVSO en WVO over de
                                    onderwijshuisvesting, en wel per 1 januari 1997. Wel verdient
                                    het aanbeveling dat de verordening zo spoedig mogelijk na
                                    vaststelling wordt bekendgemaakt, opdat de belanghebbenden
                                    hierover vóór de formele inwerkingtreding zijn
                                    geïnformeerd.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>BIJLAGE I</titel></kop><afdeling><kop><titel>2.4.1 Criteria voor beoordeling van aangevraagde
                                voorzieningen</titel></kop><structuurtekst><al>Per onderwijssector en per voorziening worden hieronder opgesomd de
                                nadere voorwaarden waaronder - behoudens de financiële toets - de
                                voorziening voor bekostiging in aanmerking komt. De criteria voor
                                beoordeling van aangevraagde voorzieningen vallen uiteen in twee
                                delen:</al><lijst><li nr="-"><al>deel A: lesgebouwen;</al></li><li nr="-"><al>deel B: voorzieningen voor lichamelijke oefening.</al></li></lijst><al>In deel A van deze bijlage staat op meerdere plaatsen aangegeven,
                                dat scholen bij een tekort aan ruimte verwezen wordt naar
                                beschikbare dan wel geschikte of geschikt te maken gebouwen binnen
                                een straal van hemelsbreed 2.000 meter van de vragende school. Bij
                                de beoordeling van aanvragen wordt deze bepaling voor het primair
                                onderwijs als volgt genuanceerd.</al><al>Primair onderwijsscholen, die een tekort aan leslokalen hebben voor
                                minimaal 4 schooljaren, worden verwezen naar leegstaande lokalen van
                                scholen in de buurt (straal 2.000 meter), mits:</al><lijst><li nr="-"><al>de buurtschool, waar plaats is, ook levensvatbaar is voor de
                                        tijd, dat medegebruik noodzakelijk is; aan de hand van
                                        leerlingenprognoses moet dit aangetoond worden;</al></li><li nr="-"><al>de buurtschool een af te zonderen gebouwdeel heeft, waar
                                        medegebruik voor zowel de vragende als de ontvangende school
                                        kan plaatshebben;</al></li><li nr="-"><al>de buurtschool in beginsel is gelegen in dezelfde wijk/buurt
                                        dan de vragende school; verwijzing naar leegstand in een
                                        aangrenzende wijk/buurt zal incidenteel worden beoordeeld,
                                        waarbij de afstand naar de ontvangende school bepalend
                                        is;</al></li><li nr="-"><al>het aantal dislocaties/dependances van de vragende school
                                        niet meer bedraagt dan 2;</al></li><li nr="-"><al>het medegebruik in principe niet richtingoverstijgend is,
                                        voor zolang er op de hoofdlocatie nog geen volwaardige
                                        basisschool van 8 groepen leerlingen aanwezig is.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>DEEL A Lesgebouwen</titel></kop><afdeling><kop><titel>1 School voor Basisonderwijs</titel></kop><structuurtekst><al>De voorzieningen genoemd onder 1.2, 1.3.1, 1.3.2a, 1.3.2b en 1.10 d
                                worden niet noodzakelijk geacht voor dislocaties met een permanente
                                bouwaard. Slechts in bijzondere omstandigheden is dat wel het geval,
                                zulks na overleg met het bevoegd gezag en ter beoordeling van het
                                college.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.1 Nieuwbouw</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van nieuwbouw blijkt uit:</al><lijst><li nr="a."><al>het feit dat de minister de desbetreffende school voor het
                                        eerst voor bekostiging in aanmerking brengt;</al></li><li nr="b1."><al>het feit dat de te huisvesten groepen leerlingen aanwezig
                                        zijn of zullen zijn en dat voor een voor blijvend gebruik
                                        bestemde voorziening, de prognose, die voldoet aan de
                                        vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste
                                        vijftien jaren deze groepen leerlingen kunnen worden
                                        verwacht of</al></li><li nr="b2."><al>het feit dat de te huisvesten groepen leerlingen aanwezig
                                        zijn of zullen zijn en dat voor een voor tijdelijk gebruik
                                        bestemde voorziening, de prognose, die voldoet aan de
                                        vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste
                                        vier jaren deze groepen leerlingen kunnen worden verwacht
                                        en</al></li><li nr="c."><al>het afwezig zijn van een beschikbaar (komend) en geschikt of
                                        geschikt te maken gebouw alsmede van mogelijkheden om door
                                        medegebruik binnen 2.000 meter hemelsbreed een passende
                                        huisvesting voor de school te realiseren.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.2 Vervangende bouw</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van vervangende bouw blijkt uit:</al><lijst><li nr="a."><al>het in zo’n slechte/matige conditie zijn van voldoende en
                                        voldoende zwaarwegende gebouwelementen volgens de
                                        bouwkundige opname als bedoeld in artikel 7, tweede lid
                                        onder c, zodat onderhoud en/of aanpassingen geen redelijk
                                        resultaat opleveren (in kosten ten opzichte van de
                                        levensduurverlenging);</al></li><li nr="b1."><al>het feit dat de te huisvesten groepen leerlingen aanwezig
                                        zijn (of zullen zijn) en dat voor een voor blijvend gebruik
                                        bestemde voorziening de prognose, die voldoet aan de
                                        vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste
                                        vijftien jaren deze groepen leerlingen kunnen worden
                                        verwacht of</al></li><li nr="b2."><al>het feit dat de te huisvesten groepen leerlingen aanwezig
                                        zijn en dat voor een voor tijdelijk gebruik bestemde
                                        voorziening, de prognose, die voldoet aan de vereisten uit
                                        bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste vier jaren
                                        deze groepen leerlingen kunnen worden verwacht en</al></li><li nr="c."><al>het afwezig zijn van een beschikbaar (komend) en geschikt of
                                        geschikt te maken gebouw alsmede van mogelijkheden om door
                                        medegebruik binnen 2.000 meter hemelsbreed een passende
                                        huisvesting voor de school te realiseren.</al></li></lijst><al>Daarnaast kan sprake zijn van vervangende bouw als:</al><lijst><li nr="a."><al>vervanging per saldo geen meerkosten met zich meebrengt,
                                        zulks ter beoordeling van het college;</al></li><li nr="b."><al>vervanging van een gebouw noodzakelijk is als gevolg van een
                                        herschikkingsoperatie;</al></li><li nr="c."><al>vervanging in verband met ontwikkelingen in de ruimtelijke
                                        ordening noodzakelijk is.</al></li></lijst><al>Indien het voor de realisering van de vervangende bouw noodzakelijk
                                is dat het oude gebouw moet worden gesloopt, vindt toekenning van
                                sloopkosten plaats.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.3 Uitbreiding</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.3.1 Uitbreiding met een of meer leslokalen</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak voor uitbreiding met een of meer leslokalen blijkt
                                uit:</al><lijst><li nr="a."><al>het feit dat er ten minste één groep leerlingen extra boven
                                        de capaciteit van het gebouw of de gebouwen als vastgesteld
                                        op grond van bijlage III, deel A, aanwezig is;</al></li><li nr="b1."><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit
                                        bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste vijftien jaren
                                        voor een voor blijvend gebruik bestemde uitbreiding deze
                                        groep(en) leerlingen kan (kunnen) worden verwacht of</al></li><li nr="b2."><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit
                                        bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste vier jaren
                                        voor een voor tijdelijk gebruik bestemde uitbreiding deze
                                        groep(en) leerlingen kan (kunnen) worden verwacht of</al></li><li nr="b3."><al>het feit dat de laatste teldatum voor het indienen van de
                                        aanvraag aantoont, dat er een of meer groepen leerlingen
                                        aanwezig zijn die niet voor maximaal vier jaren binnen het
                                        gebouw of de gebouwen kunnen worden gehuisvest en</al></li><li nr="c."><al>het afwezig zijn van een beschikbaar (komend) en geschikt of
                                        geschikt te maken gebouw alsmede van mogelijkheden om door
                                        medegebruik binnen 2.000 meter hemelsbreed een passende
                                        extra huisvesting voor de school te realiseren, terwijl</al></li><li nr="d."><al>evenmin tegen redelijke kosten, zulks ter beoordeling van
                                        het college, de mogelijkheid bestaat door gebruikmaking van
                                        een bestaand verschil in oppervlakte tussen de feitelijk
                                        aanwezige bruto-oppervlakte en de genormeerde
                                        bruto-oppervlakte, zoals is vastgesteld op grond van bijlage
                                        III, deel A, geheel of gedeeltelijk inpandig een of meer
                                        benodigde leslokalen te maken.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.3.2a Uitbreiding basisschool met een tweede speellokaal</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak voor uitbreiding met een tweede speellokaal blijkt
                                uit:</al><lijst><li nr="a."><al>het feit dat de basisschool ten minste vijf groepen jongste
                                        leerlingen (van vier en vijf jaar oud) van ten minste
                                        twintig leerlingen telt en dat de prognose, die voldoet aan
                                        de vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende ten
                                        minste vier jaren voor een voor tijdelijk gebruik bestemde
                                        voorziening en voor ten minste vijftien jaren voor een voor
                                        blijvend gebruik bestemde voorziening deze groepen
                                        leerlingen kunnen worden verwacht terwijl</al></li><li nr="b."><al>voor het spelen van (een deel van) de vier en vijfjarigen
                                        geen gebruik kan worden gemaakt van een gymnastiekruimte of
                                        van een speellokaal van een andere basisschool of school
                                        voor speciaal onderwijs binnen 300 meter hemelsbreed.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.3.2b Uitbreiding speciale school voor basisonderwijs met een
                                speellokaal</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak voor uitbreiding met een speellokaal blijkt uit:</al><lijst><li nr="a."><al>het feit dat tot de school minimaal twaalf kinderen jonger
                                        dan zes jaar worden toegelaten;</al></li><li nr="b."><al>het feit dat de school volgens de prognose die voldoet aan
                                        de vereisten uit bijlage II, aantoont dat de school ten
                                        minste vijftien jaren zal blijven bestaan, en</al></li><li nr="c."><al>het feit dat in het gebouw geen speellokaal aanwezig is,
                                        terwijl</al></li><li nr="d."><al>medegebruik van een speellokaal of gymnastiekruimte binnen
                                        300 meter hemelsbreed niet mogelijk is, en</al></li><li nr="e."><al>evenmin tegen redelijke kosten, zulks ter beoordeling van
                                        het college, de mogelijkheid bestaat door gebruikmaking van
                                        een bestaand verschil tussen de feitelijk aanwezige
                                        bruto-oppervlakte en de genormeerde bruto-oppervlakte, zoals
                                        is vastgesteld op grond van bijlage III, deel A, inpandig
                                        een speellokaal te maken.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.4 Ingebruikneming van een bestaand (nog niet bekostigd)
                                gebouw</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van ingebruikneming blijkt uit het feit, dat:</al><lijst><li nr="a1."><al>de minister de desbetreffende school voor het eerst voor
                                        bekostiging in aanmerking brengt of</al></li><li nr="a2."><al>het huidige gebouw, gelet op het gestelde bij 1.2 onder a,
                                        voor vervanging of uitbreiding in aanmerking komt,
                                        terwijl</al></li><li nr="b1."><al>de te huisvesten groepen leerlingen aanwezig zijn of zullen
                                        zijn en dat voor een voor blijvend gebruik bestemde
                                        voorziening de prognose, die voldoet aan de vereisten uit
                                        bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste vijftien jaren
                                        deze groepen leerlingen kunnen worden verwacht of</al></li><li nr="b2."><al>de te huisvesten groepen leerlingen aanwezig zijn of zullen
                                        zijn en dat voor een voor tijdelijk gebruik bestemde
                                        voorziening de prognose, die voldoet aan de vereisten uit
                                        bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste vier jaren
                                        deze groepen leerlingen kunnen worden verwacht en</al></li><li nr="c."><al>er binnen 2.000 meter hemelsbreed geen mogelijkheden zijn om
                                        door medegebruik een passende huisvesting voor de school te
                                        realiseren;</al></li><li nr="d."><al>er geen ander, beter geschikt of beter geschikt te maken
                                        gebouw aanwezig is of op korte termijn beschikbaar komt
                                        en</al></li><li nr="e."><al>de kosten van ingebruikneming inclusief aanpassingen in
                                        redelijke verhouding, zulks ter beoordeling van het college,
                                        staan ten opzichte van de kosten van vervangende bouw of
                                        uitbreiding.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.5 Verplaatsing bestaande noodlokalen</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van verplaatsing van noodlokalen blijkt uit het feit
                                dat:</al><lijst><li nr="a."><al>er op basis van een prognose die voldoet aan de eisen uit
                                        bijlage II een tijdelijke behoefte aan huisvesting voor ten
                                        minste vier jaren is, waarin beschikbare lege of leegkomende
                                        noodlokalen op een afstand van meer dan 2.000 meter
                                        hemelsbreed kunnen voorzien, terwijl</al></li><li nr="b."><al>er binnen 2.000 meter hemelsbreed geen mogelijkheden zijn om
                                        door medegebruik een passende huisvesting voor de school te
                                        realiseren en</al></li><li nr="c."><al>de kosten van verplaatsing redelijk zijn ten opzichte van de
                                        kosten van een nieuwe tijdelijke voorziening voor hetzelfde
                                        aantal groepen en dezelfde tijdsduur, zulks ter beoordeling
                                        van het college.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.6 Terrein</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van verwerving of uitbreiding van (een deel van) een
                                terrein blijkt uit het feit dat voor nieuwbouw, uitbreiding,
                                ingebruikneming of verplaatsing van noodlokalen toestemming wordt
                                gegeven en verwerving of uitbreiding van (een deel van) een terrein
                                noodzakelijk is om deze toestemming te effectueren, zodanig dat de
                                oppervlakte van het terrein voldoet aan de eisen gesteld in bijlage
                                III, deel D.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.7 Eerste inrichting onderwijsleerpakket</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak voor de eerste aanschaf van onderwijsleerpakket blijkt
                                uit het feit dat de school, op grond van de meest recente teldatum,
                                uitgebreid wordt met ten minste één groep leerlingen, en voor zo’n
                                uitbreiding in de periode vanaf 1 augustus 1985 nog niet eerder
                                bekostiging heeft plaatsgevonden.</al><al>Voor fusiescholen kan aanspraak worden gemaakt op een uitbreiding
                                van het onderwijsleerpakket voor het aantal groepen, waarmee het
                                overblijvende instituut wordt uitgebreid. Bij de bepaling van
                                inrichtingsbedrag wordt rekening gehouden met door schoolbesturen op
                                te bouwen reserves ter vervanging van onderwijsleerpakket via de
                                materiële instandhoudingsvergoeding.</al><al>De noodzaak voor een toeslag tweede speellokaal onderwijsleerpakket
                                blijkt uit het feit dat een basisschool uitgebreid wordt met een
                                tweede speellokaal.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.8 Eerste inrichting meubilair</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak voor eerste aanschaf van meubilair blijkt uit het feit
                                dat de school, op grond van de meest recente datum teldatum,
                                uitgebreid wordt met ten minste één groep leerlingen, en voor zo’n
                                uitbreiding in de periode vanaf 1 augustus 1985 nog niet eerder
                                bekostiging heeft plaatsgevonden.</al><al>Bij fusie van scholen kan er alleen sprake zijn van extra meubilair,
                                indien het aantal groepen ongewogen leerlingen na fusie groter is
                                dan dat van de aan de fusie deelnemende scholen.</al><al>De noodzaak voor een toeslag tweede speellokaal meubilair blijkt uit
                                het feit dat een basisschool uitgebreid wordt met een tweede
                                speellokaal.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.9 Medegebruik</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van medegebruik blijkt uit het feit dat er ten minste
                                één groep leerlingen extra boven de capaciteit van het gebouw als
                                vastgesteld op grond van bijlage III, deel A, aanwezig is.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.10 Aanpassing</titel></kop><structuurtekst><al>De voorziening aanpassing bestaat uit:</al><lijst><li nr="a."><al>wijzigingen bij ingebruikneming van een gebouw indien het
                                        gebouw anders niet geschikt is voor een school voor
                                        basisonderwijs, gelet op de eisen gesteld in bijlage III,
                                        delen A en D;</al></li><li nr="b."><al>een integratieverbouwing om een ander gebouw te kunnen
                                        afstoten of om, afgezien van een speellokaal, een gebouw van
                                        een speciale school voor basisonderwijs geschikt te maken
                                        voor kinderen jonger dan zes jaar;</al></li><li nr="c."><al>creëren (extra) leslokaal binnen het gebouw;</al></li><li nr="d."><al>creëren speellokaal binnen het gebouw;</al></li><li nr="e."><al>voorzieningen in verband met eisen voortkomend uit de wet-
                                        en regelgeving;</al></li><li nr="f."><al>vervangen van oliegestookte verwarmingsinstallaties en</al></li><li nr="g."><al>het terrein toegankelijk maken voor rolstoelgebruikers en/of
                                        het aanbrengen van een traplift bij meerlaagse
                                        schoolgebouwen;</al></li><li nr="h."><al>aanpassing als gevolg van onderwijskundige
                                        vernieuwingen.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Ad a</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het feit dat
                                ingebruikneming van het desbetreffende gebouw op basis van de
                                beoordelingscriteria, zoals genoemd onder 1.4, noodzakelijk is, doch
                                het gebouw niet voldoet aan de huisvestingseisen voor een school
                                voor basisonderwijs, terwijl deze wel tegen redelijke kosten, zulks
                                ter beoordeling van het college, te verwezenlijken zijn.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Ad b</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak voor een integratieverbouwing teneinde een schoolgebouw
                                te kunnen afstoten blijkt uit het feit dat door terugloop van het
                                aantal groepen leerlingen het gebruik van een gebouw kan of moet
                                worden beëindigd omdat binnen een of meer andere gebouwen in gebruik
                                bij de school voldoende ruimte aanwezig is, terwijl deze niet zijn
                                ingericht voor het onderwijs aan vier- en vijfjarigen of zes- tot
                                twaalfjarigen.</al><al>De noodzaak voor een integratieverbouwing in een gebouw van een
                                speciale school voor basisonderwijs blijkt uit het feit dat twaalf
                                kinderen jonger dan zes jaar worden toegelaten tot de school,
                                terwijl het gebouw niet geschikt is voor het onderwijs aan
                                leerlingen jonger dan zes jaar.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Ad c</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het feit dat er meer
                                groepen leerlingen aanwezig zijn dan waar het gebouw, als
                                vastgesteld op grond van bijlage III, deel A, ruimte voor biedt,
                                terwijl er tevens sprake is van een bruikbaar verschil tussen de
                                feitelijke bruto-oppervlakte en de genormeerde bruto-oppervlakte dat
                                het mogelijk maakt inpandig een of meer noodzakelijke extra
                                leslokalen te creëren. Bovendien dienen er geen
                                medegebruiksmogelijkheden aanwezig te zijn binnen een afstand van
                                2.000 meter hemelsbreed.</al><al>Indien het inpandig creëren van een leslokaal meer kost dan
                                uitbreiding, op grond van bijlage IV, deel A, wordt beslist alsof
                                uitbreiding de gevraagde voorziening is.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Ad d</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het feit dat de school
                                niet beschikt over een speellokaal en er geen ruimte groter dan 56
                                m² aanwezig is en er bovendien geen medegebruik van een speellokaal
                                van een school binnen 300 meter mogelijk is. Voor een speciale
                                school voor basisonderwijs is de noodzaak ook afhankelijk van het
                                feit dat tot de school minimaal twaalf kinderen jonger dan zes jaar
                                worden toegelaten.</al><al>Indien het inpandig creëren van een speellokaal meer kost dan een
                                uitbreiding, zulks ter beoordeling van het college, op grond van
                                bijlage IV, deel A, wordt beslist alsof uitbreiding de gevraagde
                                voorziening is.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Ad e</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het niet overeenkomen
                                van het gebouw met de geldende wet- en regelgeving, terwijl dat
                                verschil op korte termijn moet worden opgeheven.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Ad f</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het feit dat de
                                oliegestookte verwarmingsinstallatie in een zo slechte conditie
                                verkeert dat vervanging noodzakelijk is.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Ad g</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak voor deze activiteiten blijkt uit de aanwezigheid van
                                een gehandicapte leerling of leraar waarvoor vanwege de handicap de
                                betreffende voorziening noodzakelijk is. Voorzover het betreft het
                                aanbrengen van een traplift, dient het tevens niet mogelijk te zijn
                                om zodanige organisatorische maatregelen te treffen dat het
                                volledige onderwijsproces op de begane grond kan worden gevolgd,
                                respectievelijk kan worden gegeven.</al><al>Bovenstaande aanpassingen kunnen plaatsvinden indien zij
                                noodzakelijk zijn en indien de prognose, die voldoet aan de
                                vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste vijftien
                                jaren voldoende leerlingen om de school in stand te kunnen houden,
                                kunnen worden verwacht. Indien de betreffende aanpassing absoluut
                                noodzakelijk is voor de voortgang van het onderwijs, terwijl volgens
                                de prognose onvoldoende leerlingen worden verwacht, wordt de
                                aanpassing slechts goedgekeurd als er geen andere, goedkopere,
                                voorziening mogelijk is.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Ad h</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van deze aanpassing blijkt uit het feit, dat de
                                voorziening, na overleg met de schoolbesturen is opgenomen in het op
                                8 juli 2003 door het college van burgemeester en wethouders
                                goedgekeurde plan.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.11 Onderhoud</titel></kop><structuurtekst><al>De voorziening onderhoud bestaat uit:</al><lijst><li nr="a."><al>onderhoud aan de buitenzijde van het gebouw voorzover
                                        omschreven in het overzicht ‘onderhoud primair
                                        onderwijs’;</al></li><li nr="b."><al>(algehele) vervanging van binnenkozijnen en binnendeuren
                                        (inclusief hang- en sluitwerk);</al></li><li nr="c."><al>algehele vervanging van radiatoren, convectoren en leidingen
                                        voor centrale verwarming.</al></li></lijst><al>De noodzaak van onderhoud blijkt uit het feit dat het gevraagde
                                gebouwelement of een gedeelte daarvan ten minste in een matige
                                conditie verkeert volgens de bouwkundige opname zoals bedoeld in
                                artikel 7, tweede lid, onder c, terwijl regulier onderhoud door het
                                bevoegd gezag niet langer volstaat.</al><al>Gehuurde gebouwen komen niet in aanmerking voor onderhoud.</al><al>Noodzakelijk onderhoud aan permanente gebouwen komt voor bekostiging
                                in aanmerking indien op basis van een prognose, die voldoet aan de
                                in bijlage II gestelde vereisten, het gebouw nog ten minste vier
                                jaar voor de school nodig is.</al><al>Noodzakelijk onderhoud aan noodlokalen komt voor bekostiging in
                                aanmerking indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het noodlokaal op basis van een prognose, die voldoet aan de
                                        in bijlage II gestelde vereisten, nog ten minste vier jaar
                                        voor de school nodig is; en</al></li><li nr="b."><al>voor de aanwezige groepen leerlingen geen gebruik kan worden
                                        gemaakt van medegebruik binnen een straal van 2.000 meter
                                        hemelsbreed.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.12 Herstel van constructiefouten</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van herstel van constructiefouten blijkt uit een
                                bouwkundige rapportage waarin wordt vastgesteld dat het gaat om
                                (herstel van) een constructiefout.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.13 Vervanging of herstel van schade aan gebouw,
                                onderwijsleerpakket en meubilair in geval van bijzondere
                                omstandigheden</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van herstel of vervanging blijkt uit het feit dat door
                                de opgetreden bijzondere omstandigheid het onderwijs in het
                                desbetreffende gebouw wordt gehinderd.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2 School voor (voortgezet) speciaal onderwijs</titel></kop><structuurtekst><al>De voorzieningen genoemd onder 2.2, 2.3.1 en 2.3.2 worden niet
                                noodzakelijk geacht voor dislocaties met een permanente bouwaard. De
                                voorziening genoemd onder 2.3.2 wordt niet noodzakelijk geacht voor
                                nevenvestigingen. Slechts in bijzondere omstandigheden is dat wel
                                het geval, zulks na overleg met het bevoegd gezag en ter beoordeling
                                van het college.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.1 Nieuwbouw</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van nieuwbouw blijkt uit:</al><lijst><li nr="a."><al>het feit dat de minister de desbetreffende school of
                                        nevenvestiging voor het eerst voor bekostiging in aanmerking
                                        brengt;</al></li><li nr="b1."><al>het feit dat de te huisvesten groepen leerlingen aanwezig
                                        zijn of zullen zijn en dat voor een voor blijvend gebruik
                                        bestemde voorziening, de prognose, die voldoet aan de
                                        vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste
                                        vijftien jaren deze groepen leerlingen kunnen worden
                                        verwacht of</al></li><li nr="b2."><al>het feit dat de te huisvesten groepen leerlingen aanwezig
                                        zijn of zullen zijn en dat voor een voor tijdelijk gebruik
                                        bestemde voorziening de prognose, die voldoet aan de
                                        vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste
                                        vier jaren deze groepen leerlingen kunnen worden verwacht
                                        en</al></li><li nr="c."><al>het afwezig zijn van een beschikbaar (komend) en geschikt of
                                        geschikt te maken gebouw alsmede van mogelijkheden om door
                                        medegebruik binnen 2.000 meter hemelsbreed een passende
                                        huisvesting voor de school te realiseren.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.2 Vervangende bouw</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van vervangende bouw blijkt uit:</al><lijst><li nr="a."><al>het in zo’n slechte/matige conditie zijn van voldoende en
                                        voldoende zwaarwegende gebouwelementen volgens de
                                        bouwkundige opname zoals bedoeld in artikel 7, tweede lid
                                        onder c, dat onderhoud en/of aanpassingen geen redelijk
                                        resultaat opleveren (in kosten ten opzichte van de
                                        verlenging van de levensduur);</al></li><li nr="b1."><al>het feit dat de te huisvesten groepen leerlingen aanwezig
                                        zijn (of zullen zijn) en dat voor een voor blijvend gebruik
                                        bestemde voorziening de prognose, die voldoet aan de
                                        vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste
                                        vijftien jaren deze groepen leerlingen kunnen worden
                                        verwacht of</al></li><li nr="b2."><al>het feit dat de te huisvesten groepen leerlingen aanwezig
                                        zijn en dat voor een voor tijdelijk gebruik bestemde
                                        voorziening de prognose, die voldoet aan de vereisten uit
                                        bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste vier jaren
                                        deze groepen leerlingen kunnen worden verwacht en</al></li><li nr="c."><al>het afwezig zijn van een beschikbaar (komend) en geschikt of
                                        geschikt te maken gebouw alsmede van mogelijkheden om door
                                        medegebruik binnen 2.000 meter hemelsbreed een passende
                                        huisvesting voor de school te realiseren.</al></li></lijst><al>Daarnaast kan sprake zijn van vervangende bouw als:</al><lijst><li nr="a."><al>vervanging per saldo geen meerkosten met zich meebrengt,
                                        zulks ter beoordeling van het college;</al></li><li nr="b."><al>vervanging van een gebouw noodzakelijk is als gevolg van een
                                        herschikkingsoperatie;</al></li><li nr="c."><al>vervanging in verband met ontwikkelingen in de ruimtelijke
                                        ordening noodzakelijk is.</al></li></lijst><al>Indien het voor de realisering van de vervangende bouw noodzakelijk
                                is dat het oude gebouw moet worden gesloopt, vindt toekenning van
                                sloopkosten plaats.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.3 Uitbreiding</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.3.1 Uitbreiding met een of meer leslokalen</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak voor uitbreiding met een of meer leslokalen blijkt
                                uit:</al><lijst><li nr="a."><al>het feit dat er ten minste één groep leerlingen extra boven
                                        de capaciteit van het gebouw of de gebouwen als vastgesteld
                                        op grond van bijlage III, deel A aanwezig is;</al></li><li nr="b1."><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit
                                        bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste vijftien jaren
                                        voor een voor blijvend gebruik bestemde uitbreiding deze
                                        groep(en) leerlingen kan (kunnen) worden verwacht of</al></li><li nr="b2."><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit
                                        bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste vier jaren
                                        voor een voor tijdelijk gebruik bestemde uitbreiding deze
                                        groep(en) leerlingen kan (kunnen) worden verwacht of</al></li><li nr="b3."><al>het feit dat de laatste teldatum voor het indienen van de
                                        aanvraag aantoont dat er een of meer groepen leerlingen
                                        aanwezig zijn die niet voor maximaal vier jaren binnen het
                                        gebouw of de gebouwen kunnen worden gehuisvest;</al></li><li nr="c."><al>het afwezig zijn van een beschikbaar (komend) en geschikt of
                                        geschikt te maken gebouw alsmede van mogelijkheden om door
                                        medegebruik binnen 2.000 meter hemelsbreed een passende
                                        extra huisvesting voor de school te realiseren, terwijl</al></li><li nr="d."><al>evenmin tegen redelijke kosten, zulks ter beoordeling van
                                        het college, de mogelijkheid bestaat door gebruikmaking van
                                        een bestaand verschil tussen de feitelijk aanwezige
                                        bruto-oppervlakte en de genormeerde bruto-oppervlakte, zoals
                                        is vastgesteld op grond van bijlage III, deel A, geheel of
                                        gedeeltelijk inpandig een of meer benodigde leslokalen te
                                        maken.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.3.2 Uitbreiding met een speellokaal</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van uitbreiding met een speellokaal blijkt uit:</al><lijst><li nr="a."><al>het feit dat aan de school of afdeling kinderen jonger dan
                                        zes jaar worden toegelaten;</al></li><li nr="b."><al>het feit dat de school volgens de prognose die voldoet aan
                                        de vereisten uit bijlage II, aantoont dat de school ten
                                        minste vijftien jaren zal blijven bestaan en</al></li><li nr="c."><al>het feit dat in het gebouw geen speellokaal aanwezig is,
                                        terwijl</al></li><li nr="d."><al>medegebruik van een speellokaal, gymnastiekruimte of lokaal
                                        voor motorische therapie binnen 300 meter hemelsbreed niet
                                        mogelijk is en</al></li><li nr="e."><al>evenmin tegen redelijke kosten, zulks ter beoordeling van
                                        het college, de mogelijkheid bestaat door gebruikmaking van
                                        een bestaand verschil tussen de feitelijk aanwezige
                                        bruto-oppervlakte en de genormeerde bruto-oppervlakte, zoals
                                        is vastgesteld op grond van bijlage III, deel A, geheel of
                                        gedeeltelijk inpandig een speellokaal te maken.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.4 Ingebruikneming van een bestaand (nog niet bekostigd)
                                gebouw</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van ingebruikneming blijkt uit het feit dat:</al><lijst><li nr="a1."><al>de minister de desbetreffende school of nevenvestiging voor
                                        het eerst voor bekostiging in aanmerking brengt of</al></li><li nr="a2."><al>het huidige gebouw, gelet op het gestelde bij 2.2 onder a
                                        voor vervanging of uitbreiding in aanmerking komt,
                                        terwijl</al></li><li nr="b1."><al>de te huisvesten groepen leerlingen aanwezig zijn of zullen
                                        zijn en dat voor een voor blijvend gebruik bestemde
                                        voorziening de prognose, die voldoet aan de vereisten uit
                                        bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste vijftien jaren
                                        deze groepen leerlingen kunnen worden verwacht of</al></li><li nr="b2."><al>de te huisvesten groepen leerlingen aanwezig zijn of zullen
                                        zijn en dat voor een voor tijdelijk gebruik bestemde
                                        voorziening de prognose, die voldoet aan de vereisten uit
                                        bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste vier jaren
                                        deze groepen leerlingen kunnen worden verwacht en</al></li><li nr="c."><al>er binnen 2.000 meter hemelsbreed geen mogelijkheden zijn om
                                        door medegebruik een passende huisvesting voor de school te
                                        realiseren;</al></li><li nr="d."><al>er geen ander, beter geschikt of beter geschikt te maken
                                        gebouw aanwezig is of op korte termijn beschikbaar komt
                                        en</al></li><li nr="e."><al>de kosten van ingebruikneming inclusief aanpassingen in
                                        redelijke verhouding, zulks ter beoordeling van het college,
                                        staan ten opzichte van de kosten van vervangende bouw.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.5 Verplaatsing bestaande noodlokalen</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van verplaatsing van noodlokalen blijkt uit het feit
                                dat:</al><lijst><li nr="a."><al>er op basis van een prognose die voldoet aan de eisen uit
                                        bijlage II een tijdelijke behoefte aan huisvesting voor ten
                                        minste vier jaren is, waarin beschikbare lege of leegkomende
                                        noodlokalen op een afstand van meer dan 2.000 meter
                                        hemelsbreed kunnen voorzien, terwijl</al></li><li nr="b."><al>er binnen 2.000 meter hemelsbreed geen mogelijkheden zijn om
                                        door medegebruik een passende huisvesting voor de school te
                                        realiseren en</al></li><li nr="c."><al>de kosten van verplaatsing redelijk zijn ten opzichte van de
                                        kosten voor een nieuwe tijdelijke voorziening voor hetzelfde
                                        aantal groepen en dezelfde tijdsduur, zulks ter beoordeling
                                        van het college.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.6 Terrein</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van verwerving of uitbreiding van (een deel van) een
                                terrein blijkt uit het feit dat voor nieuwbouw, uitbreiding,
                                ingebruikneming of verplaatsing van noodlokalen toestemming wordt
                                gegeven en verwerving of uitbreiding van (een deel van) een terrein
                                noodzakelijk is om deze toestemming te effectueren, zodanig dat de
                                oppervlakte van het terrein voldoet aan de eisen gesteld in bijlage
                                III, deel D.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.7 Eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak voor de eerste aanschaf van onderwijsleerpakket en
                                meubilair blijkt uit het feit dat de school of nevenvestiging, op
                                grond van de meest recente teldatum, uitgebreid wordt met ten minste
                                één groep leerlingen, en voor zo’n uitbreiding in de periode vanaf 1
                                januari 1988 nog niet eerder bekostiging heeft plaatsgevonden.</al><al>Voor fusiescholen kan aanspraak worden gemaakt op een uitbreiding
                                van het onderwijsleerpakket voor het aantal groepen, waarmee het
                                overblijvende instituut wordt uitgebreid.</al><al>De noodzaak van eerste inrichting voor een gekozen vak in het
                                voortgezet speciaal onderwijs blijkt uit het feit dat het
                                desbetreffende vak voor het eerst in de school wordt gegeven op
                                basis van een door de onderwijsinspecteur goedgekeurd
                                schoolwerkplan.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.8 Medegebruik</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van medegebruik blijkt uit het feit dat er ten minste
                                één groep leerlingen extra boven de capaciteit van het gebouw als
                                vastgesteld op grond van bijlage III, deel A, aanwezig is.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.9 Aanpassing</titel></kop><structuurtekst><al>De voorziening aanpassing bestaat, uit:</al><lijst><li nr="a."><al>wijzigingen bij ingebruikneming van een gebouw indien het
                                        gebouw anders niet geschikt is voor het (voortgezet)
                                        speciaal onderwijs gelet op de eisen als gesteld in bijlage
                                        III, delen A en D;</al></li><li nr="b."><al>verbouwing om een dislocatie te kunnen afstoten;</al></li><li nr="c."><al>creëren van een extra lesruimte;</al></li><li nr="d."><al>verbouwing van een dislocatie tot hoofdgebouw;</al></li><li nr="e."><al>functieverandering van vaklokalen als gevolg van de keuze
                                        voor een ander vak (alleen voortgezet speciaal
                                        onderwijs);</al></li><li nr="f."><al>voorzieningen in verband met eisen voortkomend uit de wet-
                                        en regelgeving;</al></li><li nr="g."><al>vervangen van een oliegestookte verwarmingsinstallatie
                                        en</al></li><li nr="h."><al>het terrein toegankelijk maken voor rolstoelgebruikers en/of
                                        het aanbrengen van een traplift bij meerlaagse
                                        schoolgebouwen.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Ad a</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het feit dat
                                ingebruikneming van het desbetreffende gebouw op basis van de
                                beoordelingscriteria, zoals genoemd onder 2.4, noodzakelijk is, doch
                                het gebouw niet voldoet aan de huisvestingseisen voor het
                                (voortgezet) speciaal onderwijs, terwijl deze wel tegen redelijke
                                kosten, zulks ter beoordeling van het college, te verwezenlijken
                                zijn.</al><al>De noodzaak voor deze activiteit kan ook aanwezig zijn indien een
                                gebouw in gebruik wordt genomen door een andere onderwijssoort. De
                                voorzieningen die dan noodzakelijk zijn, zijn de specifieke
                                voorzieningen voor die onderwijssoort, die nog niet in het gebouw
                                aanwezig zijn.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Ad b</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het feit dat het aantal
                                groepen leerlingen zodanig terugloopt dat het gebruik van een gebouw
                                moet worden beëindigd omdat binnen het (hoofd)gebouw voldoende
                                ruimte aanwezig is, terwijl dit gebouw niet is ingericht voor het
                                desbetreffende onderwijs.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Ad c</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het feit dat er meer
                                groepen leerlingen aanwezig zijn dan waar het gebouw als vastgesteld
                                op grond van bijlage III, deel A, ruimte voor biedt, terwijl er
                                tevens sprake is van een bruikbaar verschil tussen de feitelijke
                                bruto-oppervlakte en de genormeerde bruto-oppervlakte dat het
                                mogelijk maakt inpandig een of meer noodzakelijke extra leslokalen
                                te creëren. Bovendien dienen er geen medegebruiksmogelijkheden
                                aanwezig te zijn binnen een afstand van 2.000 meter
                                hemelsbreed.</al><al>Indien het inpandig creëren van een leslokaal meer kost dan
                                uitbreiding, wordt beslist alsof uitbreiding de gevraagde
                                voorziening is.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Ad d</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit de aanwezigheid van meer
                                dan zestig leerlingen SO of meer dan 42 leerlingen VSO, terwijl
                                volgens de prognose als vereist volgens bijlage II deze leerlingen
                                ten minste vijftien jaren aanwezig zullen zijn en de dislocatie voor
                                vijftien jaren of meer - gelet op de bouwkundige staat - als
                                hoofdgebouw kan dienen.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Ad e</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het feit dat de keuze
                                voor een ander vak op het schoolwerkplan door de onderwijsinspecteur
                                is goedgekeurd.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Ad f</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het niet overeenkomen
                                van het gebouw met de geldende wet- en regelgeving, terwijl dat
                                verschil op korte termijn moet worden opgeheven.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Ad g</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het feit dat de
                                oliegestookte verwarmingsinstallatie in een zo slechte conditie
                                verkeert dat vervanging noodzakelijk is.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Ad h</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak voor deze activiteiten blijkt uit de aanwezigheid van
                                een gehandicapte leerling of leraar waarvoor vanwege de handicap de
                                betreffende voorziening noodzakelijk is. Voorzover het betreft het
                                aanbrengen van een traplift, dient het tevens niet mogelijk te zijn
                                om zodanige organisatorische maatregelen te treffen dat het
                                volledige onderwijsproces op de begane grond kan worden gevolgd,
                                respectievelijk gegeven.</al><al>Bovenstaande aanpassingen kunnen plaatsvinden indien zij
                                noodzakelijk zijn en indien de prognose, die voldoet aan de
                                vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste vijftien
                                jaren voldoende leerlingen om de school in stand te kunnen houden,
                                kunnen worden verwacht. Indien de betreffende aanpassing absoluut
                                noodzakelijk is voor de voortgang van het onderwijs, terwijl volgens
                                de prognose onvoldoende leerlingen worden verwacht, wordt de
                                aanpassing slechts goedgekeurd als er geen andere, goedkopere,
                                voorziening mogelijk is.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.10 Onderhoud</titel></kop><structuurtekst><al>De voorziening onderhoud bestaat uit:</al><lijst><li nr="a."><al>onderhoud aan de buitenzijde van het gebouw voorzover
                                        omschreven in het overzicht ‘onderhoud primair
                                        onderwijs’;</al></li><li nr="b."><al>(algehele) vervanging van binnenkozijnen en binnendeuren
                                        (inclusief hang- en sluitwerk);</al></li><li nr="c."><al>algehele vervanging van radiatoren, convectors en leidingen
                                        voor centrale verwarming.</al></li></lijst><al>De noodzaak van onderhoud blijkt uit het feit dat het gevraagde
                                gebouwelement of een gedeelte daarvan ten minste in een matige
                                conditie verkeert volgens de bouwkundige opname zoals bedoeld in
                                artikel 7, tweede lid, onder c, terwijl regulier onderhoud door het
                                bevoegd gezag niet langer volstaat.</al><al>Gehuurde gebouwen komen niet in aanmerking voor onderhoud.</al><al>Noodzakelijk onderhoud aan permanente gebouwen komt voor bekostiging
                                in aanmerking indien op basis van een prognose, die voldoet aan de
                                vereisten gesteld in bijlage II, het gebouw nog ten minste vier jaar
                                voor de school nodig is.</al><al>Noodzakelijk onderhoud aan noodlokalen komt voor bekostiging in
                                aanmerking indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de noodlokalen op basis van een prognose, die voldoet aan de
                                        vereisten gesteld in bijlage II, het gebouw nog ten minste
                                        vier jaar voor de school nodig zijn; en</al></li><li nr="b."><al>voor de aanwezige groepen leerlingen geen gebruik kan worden
                                        gemaakt van medegebruik elders.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.11 Herstel van constructiefouten</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van herstel van constructiefouten blijkt uit een
                                bouwkundige rapportage waarin wordt vastgesteld dat het gaat om
                                (herstel van) een constructiefout.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.12 Vervanging of herstel van schade aan gebouw,
                                onderwijsleerpakket en meubilair in geval van bijzondere
                                omstandigheden</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van herstel of vervanging blijkt uit het feit dat door
                                de opgetreden bijzondere omstandigheid het onderwijs in het
                                desbetreffende gebouw wordt gehinderd.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3 School voor voortgezet onderwijs</titel></kop><structuurtekst><al>De voorzieningen genoemd onder 3.2 en 3.3 worden niet noodzakelijk
                                geacht voor dislocaties met een permanente bouwaard. Slechts in
                                bijzondere omstandigheden is dat wel het geval, zulks na overleg met
                                het bevoegd gezag en ter beoordeling van het college.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.1 Nieuwbouw</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van nieuwbouw blijkt uit:</al><lijst><li nr="a."><al>het feit dat de minister de desbetreffende school voor het
                                        eerst voor bekostiging in aanmerking brengt;</al></li><li nr="b1."><al>het feit dat de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn of
                                        zullen zijn en dat voor een voor blijvend gebruik bestemde
                                        voorziening, de prognose, die voldoet aan de vereisten uit
                                        bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste vijftien jaren
                                        deze leerlingen kunnen worden verwacht of</al></li><li nr="b2."><al>het feit dat de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn of
                                        zullen zijn en dat voor een voor tijdelijk gebruik bestemde
                                        voorziening de prognose, die voldoet aan de vereisten uit
                                        bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste vier jaren
                                        deze leerlingen kunnen worden verwacht en</al></li><li nr="c."><al>het afwezig zijn van een beschikbaar (komend) en geschikt of
                                        geschikt te maken gebouw alsmede van mogelijkheden om door
                                        medegebruik binnen 2.000 meter hemelsbreed een passende
                                        huisvesting voor de school te realiseren.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.2 Vervangende bouw</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van vervangende bouw blijkt uit het feit dat:</al><lijst><li nr="a."><al>voldoende en voldoende zwaarwegende gebouwelementen volgens
                                        de bouwkundige opname zoals bedoeld in artikel 7, tweede lid
                                        onder c, in zo’n slechte/matige conditie zijn dat onderhoud
                                        en/of aanpassingen geen redelijk resultaat opleveren (in
                                        kosten ten opzichte van de levensduurverlenging);</al></li><li nr="b1."><al>de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn of zullen zijn en
                                        dat voor een voor blijvend gebruik bestemde voorziening de
                                        prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage II,
                                        aantoont dat gedurende ten minste vijftien jaren deze
                                        leerlingen kunnen worden verwacht of</al></li><li nr="b2."><al>de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn en dat voor een
                                        voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening de prognose, die
                                        voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat
                                        gedurende ten minste vier jaren dit aantal leerlingen kan
                                        worden verwacht en</al></li><li nr="c."><al>het afwezig zijn van een beschikbaar (komend) en geschikt of
                                        geschikt te maken gebouw alsmede van mogelijkheden om door
                                        medegebruik binnen 2.000 meter hemelsbreed een passende
                                        huisvesting voor de school te realiseren.</al></li></lijst><al>Daarnaast kan sprake zijn van vervangende bouw als:</al><lijst><li nr="a."><al>vervanging per saldo geen meerkosten met zich meebrengt,
                                        zulks ter beoordeling van het college;</al></li><li nr="b."><al>vervanging van een gebouw noodzakelijk is als gevolg van een
                                        herschikkingsoperatie;</al></li><li nr="c."><al>vervanging in verband met ontwikkelingen in de ruimtelijke
                                        ordening noodzakelijk is.</al></li><li nr="Indien"><al>het voor de realisering van de vervangende bouw noodzakelijk
                                        is dat het oude gebouw gesloopt wordt, vindt toekenning van
                                        sloopkosten plaats.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.3 Uitbreiding</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak voor uitbreiding blijkt uit:</al><lijst><li nr="a."><al>het feit dat er meer te huisvesten leerlingen aanwezig zijn
                                        dan de met tien procent verhoogde capaciteit van het gebouw
                                        of de gebouwen, vastgesteld volgens de regels in bijlage
                                        III, deel A - voor de aanwezige capaciteit - en bijlage III,
                                        deel B - voor de ruimtebehoefte -, aangeeft en de prognose,
                                        die voldoet aan de vereisten uit bijlage II, aantoont dat
                                        gedurende ten minste vijftien jaren voor een voor blijvend
                                        gebruik bestemde uitbreiding of gedurende ten minste vier
                                        jaren voor uitbreiding met een voor tijdelijk gebruik
                                        bestemde voorziening deze aantallen leerlingen kunnen worden
                                        verwacht en</al></li><li nr="b."><al>het afwezig zijn van een beschikbaar (komend) en geschikt of
                                        geschikt te maken gebouw alsmede van mogelijkheden om door
                                        medegebruik binnen 2.000 meter hemelsbreed een passende
                                        huisvesting voor de school te realiseren.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.4 Ingebruikneming van een bestaand (nog niet bekostigd)
                                gebouw</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van ingebruikneming blijkt uit het feit, dat:</al><lijst><li nr="a1."><al>de minister de desbetreffende school voor het eerst voor
                                        bekostiging in aanmerking brengt of</al></li><li nr="a2."><al>het huidige gebouw, gelet op het gestelde bij 3.2 onder a
                                        voor vervanging of uitbreiding in aanmerking komt,
                                        terwijl</al></li><li nr="b1."><al>de te huisvesten groepen leerlingen aanwezig zijn of zullen
                                        zijn en dat voor een voor blijvend gebruik bestemde
                                        voorziening de prognose, die voldoet aan de vereisten uit
                                        bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste vijftien jaren
                                        deze groepen leerlingen kunnen worden verwacht of</al></li><li nr="b2."><al>de te huisvesten groepen leerlingen aanwezig zijn of zullen
                                        zijn en dat voor een voor tijdelijk gebruik bestemde
                                        voorziening de prognose, die voldoet aan de vereisten uit
                                        bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste vier jaren
                                        deze groepen leerlingen kunnen worden verwacht en</al></li><li nr="c."><al>er binnen 2.000 meter hemelsbreed geen mogelijkheden zijn om
                                        door medegebruik een passende huisvesting voor de school te
                                        realiseren;</al></li><li nr="d."><al>er geen ander, beter geschikt of beter geschikt te maken
                                        gebouw aanwezig is of op korte termijn beschikbaar komt
                                        en</al></li><li nr="e."><al>de kosten van ingebruikneming inclusief aanpassingen in
                                        redelijke verhouding, zulks ter beoordeling van het college,
                                        staan ten opzichte van de kosten van vervangende bouw.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.5 Verplaatsing bestaande noodlokalen</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van verplaatsing van noodlokalen blijkt uit het feit
                                dat:</al><lijst><li nr="a."><al>er op basis van een prognose die voldoet aan de eisen uit
                                        bijlage II een tijdelijke behoefte aan huisvesting van ten
                                        minste vier jaren is, waarin beschikbare lege of leegkomende
                                        noodlokalen op een afstand van meer dan 2.000 meter
                                        hemelsbreed kunnen voorzien, terwijl</al></li><li nr="b."><al>er binnen 2.000 meter hemelsbreed geen mogelijkheden zijn om
                                        door medegebruik een passende huisvesting voor de school te
                                        realiseren en</al></li><li nr="c."><al>de kosten van verplaatsing redelijk zijn ten opzichte van de
                                        kosten voor een nieuwe tijdelijke voorziening voor hetzelfde
                                        aantal leerlingen en dezelfde tijdsduur, zulks ter
                                        beoordeling van het college.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.6 Terrein</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van verwerving of uitbreiding van (een deel van) een
                                terrein blijkt uit het feit dat voor nieuwbouw, uitbreiding,
                                ingebruikneming of verplaatsing van noodlokalen toestemming wordt
                                gegeven en verwerving of uitbreiding van (een deel van) een terrein
                                noodzakelijk is om deze toestemming te effectueren, zodanig dat de
                                oppervlakte van het terrein voldoet aan de eisen gesteld in bijlage
                                III, deel D.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.7 Eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en meubilair</titel></kop><structuurtekst><al>Aanspraak op eerste inrichting van leer- en hulpmiddelen en
                                meubilair bestaat wanneer er sprake is van toekenning van een
                                voorziening in de huisvesting en daarbij sprake is van uitbreiding
                                van de totale huisvestingscapaciteit van de school.</al><al>Tevens bestaat aanspraak op een tegemoetkoming in de eerste
                                inrichting leer- en hulpmiddelen en meubilair indien door middel van
                                een inpandige aanpassing een andere ruimtesoort wordt
                                gecreëerd.</al><al>Bij fusie van scholen kan er alleen sprake zijn van extra leer- en
                                hulpmiddelen en meubilair, indien het aantal leerlingen na de fusie
                                groter is dan het totaal aantal leerlingen van de afzonderlijke aan
                                de fusie deelnemende scholen.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.8 Medegebruik</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van medegebruik blijkt uit het feit dat de school een
                                aantal leerlingen heeft waarvoor binnen de bestaande huisvesting
                                geen capaciteit is. De capaciteit wordt bepaald op de wijze zoals
                                beschreven is bij 3.3.a.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.9 Herstel van constructiefouten</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van herstel van constructiefouten blijkt uit een
                                bouwkundige rapportage waarin wordt vastgesteld dat het gaat om
                                (herstel van) een constructiefout.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.10 Vervanging of herstel van schade aan gebouw, leer en
                                hulpmiddelen en meubilair in geval van bijzondere
                                omstandigheden</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van herstel of vervanging blijkt uit het feit dat door
                                de opgetreden bijzondere omstandigheid het onderwijs in het
                                desbetreffende gebouw wordt gehinderd.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>DEEL B Voorzieningen voor lichamelijke oefening</titel></kop><afdeling><kop><titel>1 School voor basisonderwijs</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.1 Nieuwbouw</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van nieuwbouw blijkt uit:</al><al>het feit dat de minister de desbetreffende school voor het eerst
                                voor bekostiging in aanmerking brengt en</al><al>het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 1 km hemelsbreed bij
                                noodzakelijk gebruik van ten minste 20 klokuren, 3,5 km hemelsbreed
                                bij noodzakelijk gebruik van ten minste 15 klokuren of 7,5 km
                                hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik van ten minste 5 klokuren
                                gebruik te maken van een of meer gymnastiekruimten dan wel van
                                binnen een redelijke termijn beschikbaar komende gymnastiekruimten
                                en</al><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage
                                II, aantoont dat gedurende ten minste vijftien jaren de groepen
                                leerlingen waarvoor het door de gemeente vastgestelde aantal
                                klokuren noodzakelijk is aanwezig (zullen) zijn.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.2 Vervangende bouw</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van vervangende bouw blijkt uit:</al><al>het in zo’n slechte/matige conditie zijn van voldoende en voldoende
                                zwaarwegende gebouwelementen volgens de bouwkundige opname zoals
                                bedoeld in artikel 7, tweede lid onder c, dat onderhoud en/of
                                aanpassingen geen redelijk resultaat opleveren (in kosten en ten
                                opzichte van de levensduurverlenging) en</al><al>het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 1 km hemelsbreed bij
                                noodzakelijk gebruik van ten minste 20 klokuren, 3,5 km hemelsbreed
                                bij noodzakelijk gebruik van ten minste 15 klokuren of 7,5 km
                                hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik van ten minste 5 klokuren
                                gebruik te maken van een of meer gymnastiekruimten dan wel van
                                binnen een redelijke termijn beschikbaar komende gymnastiekruimten
                                en</al><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage
                                II, aantoont dat gedurende ten minste vijftien jaren de groepen
                                leerlingen waarvoor het door de gemeente vastgestelde aantal
                                klokuren noodzakelijk is aanwezig (zullen) zijn.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.3 Uitbreiding</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van uitbreiding van de oefenruimte blijkt uit:</al><al>het feit dat de oppervlakte van de zaal (oefenvloer) kleiner is dan
                                140 m² en het effectief gebruik van de gymnastiekruimte daardoor
                                belemmerd wordt en</al><al>het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 1 km hemelsbreed bij
                                noodzakelijk gebruik van ten minste 20 klokuren, 3,5 km hemelsbreed
                                bij noodzakelijk gebruik van ten minste 15 klokuren of 7,5 km
                                hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik van ten minste 5 klokuren
                                gebruik te maken van een of meer gymnastiekruimten dan wel van
                                binnen redelijke termijn beschikbaar komende gymnastiekruimten
                                en</al><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage
                                II, aantoont dat gedurende ten minste vijftien jaren de groepen
                                leerlingen waarvoor het door de gemeente vastgestelde aantal
                                klokuren noodzakelijk is aanwezig (zullen) zijn.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.4 Ingebruikneming van een gymnastiekruimte</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van ingebruikneming blijkt uit:</al><al>het feit dat de minister de school voor het eerst voor bekostiging
                                in aanmerking brengt of</al><al>het feit dat het huidige gebouw voor vervanging, conform het
                                gestelde bij 1.2 onder a, in aanmerking komt en</al><al>het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 1 km hemelsbreed bij
                                noodzakelijk gebruik van ten minste 20 klokuren, 3,5 km hemelsbreed
                                bij noodzakelijk gebruik van ten minste 15 klokuren of 7,5 km
                                hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik van ten minste 5 klokuren
                                gebruik te maken van een of meer gymnastiekruimten dan wel van
                                binnen een redelijke termijn beschikbaar komende gymnastiekruimten
                                en</al><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage
                                II, aantoont dat gedurende ten minste vijftien jaren het door de
                                gemeente vastgestelde aantal klokuren aanwezig (zullen) zijn en</al><al>de kosten van ingebruikneming inclusief aanpassingen in redelijke
                                verhouding, zulks ter beoordeling van het college, staan ten
                                opzichte van de kosten van vervangende bouw.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.5 Terrein</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van verwerving of uitbreiding van (een deel van) een
                                terrein blijkt uit het feit dat voor de realisering van de nieuwbouw
                                of de uitbreiding geen dan wel onvoldoende terrein aanwezig is.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.6 Eerste inrichting onderwijsleerpakket</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van eerste inrichting onderwijsleerpakket blijkt
                                uit:</al><al>het feit dat nieuwbouw van een gymnastiekruimte voor de
                                desbetreffende school is of wordt goedgekeurd en</al><al>het feit dat voor de desbetreffende groepen leerlingen nog niet
                                eerder eerste inrichting onderwijsleerpakket voor bewegingsonderwijs
                                is verstrekt.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.7 Eerste inrichting meubilair</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van eerste inrichting meubilair blijkt uit:</al><al>het feit dat nieuwbouw van een gymnastiekruimte voor de
                                desbetreffende school is of wordt goedgekeurd en</al><al>het feit dat voor de desbetreffende groepen leerlingen nog niet
                                eerder eerste inrichting meubilair voor bewegingsonderwijs is
                                verstrekt.</al><al>De noodzaak van aanvullende eerste inrichting meubilair blijkt
                                uit:</al><al>het feit dat uitbreiding of ingebruikneming van een gymnastiekruimte
                                voor de desbetreffende school is of wordt goedgekeurd en</al><al>het feit dat voor de desbetreffende groepen leerlingen nog niet
                                eerder (een deel van) het noodzakelijke meubilair is verstrekt.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.8 Medegebruik</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van medegebruik blijkt uit het feit dat het door de
                                gemeente vastgestelde aantal klokuren gymnastiek noodzakelijk is en
                                waarvoor binnen de momenteel in gebruik zijnde gymnastiekruimte(n)
                                geen plaats is.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.9 Aanpassing</titel></kop><structuurtekst><al>De aanpassingen bestaan uit:</al><al>het maken van voldoende wasgelegenheid waar deze bij de
                                gymnastiekruimte ontbreekt en dit belemmerend werkt op het effectief
                                gebruik, dan wel de mogelijkheden tot medegebruik, van de
                                gymnastiekruimte;</al><al>het maken van voldoende kleedgelegenheid waar deze bij de
                                gymnastiekruimte ontbreekt en dit belemmerend werkt op het effectief
                                gebruik, dan wel de mogelijkheden tot medegebruik, van de
                                gymnastiekruimte;</al><al>wijzigingen bij ingebruikneming van een gebouw indien het gebouw
                                anders niet geschikt is voor het primair onderwijs gelet op de eisen
                                gesteld in bijlage III, delen A en D;</al><al>voorzieningen voor eisen voortkomend uit wet- en regelgeving;</al><al>vervangen van oliegestookte verwarmingsinstallaties.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Ad 1</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak blijkt uit het feit dat er geen twee wasgelegenheden
                                zijn.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Ad 2</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak blijkt uit het feit dat er geen twee kleedruimten
                                zijn.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Ad 3</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak blijkt uit het feit dat ingebruikneming van het
                                desbetreffende gebouw op basis van de beoordelingscriteria, zoals
                                genoemd onder 1.4, noodzakelijk is, doch het gebouw niet voldoet aan
                                de inrichtingseisen voor gymnastiekruimten voor het basisonderwijs,
                                terwijl deze wel tegen redelijke kosten, zulks ter beoordeling van
                                het college, te verwezenlijken zijn.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Ad 4</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het niet overeenkomen
                                van het gebouw met de geldende wet- en regelgeving, terwijl
                                onontkoombaar is dat dit verschil op korte termijn moet worden
                                opgeheven.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Ad 5</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het feit dat de
                                oliegestookte verwarmingsinstallatie in een zo slechte conditie
                                verkeert dat vervanging noodzakelijk is.</al><al>Bovenstaande aanpassingen kunnen plaatsvinden indien zij
                                noodzakelijk zijn en indien de prognose, die voldoet aan de
                                vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste vijftien
                                jaren voldoende leerlingen om de school in stand te kunnen houden,
                                kunnen worden verwacht. Indien de betreffende aanpassing absoluut
                                noodzakelijk is voor de voortgang van het onderwijs, terwijl volgens
                                de prognose onvoldoende leerlingen worden verwacht, wordt de
                                aanpassing slechts goedgekeurd, als er geen andere, goedkopere,
                                voorziening mogelijk is.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.10 Onderhoud</titel></kop><structuurtekst><al>De voorziening onderhoud bestaat uit:</al><al>onderhoud aan de buitenzijde van het gebouw voorzover omschreven in
                                het overzicht ‘onderhoud primair onderwijs’;</al><al>(algehele) vervanging van binnenkozijnen en binnendeuren (inclusief
                                hang- en sluitwerk);</al><al>algehele vervanging van radiatoren, convectors en leidingen voor
                                centrale verwarming.</al><al>De noodzaak van onderhoud blijkt uit het feit dat het gevraagde
                                gebouwelement of een gedeelte daarvan ten minste in een matige
                                conditie verkeert volgens de bouwkundige opname zoals bedoeld in
                                artikel 7, tweede lid, onder c, terwijl regulier onderhoud door het
                                gebouw gezag niet langer volstaat.</al><al>Gehuurde gebouwen komen niet in aanmerking voor onderhoud.</al><al>Noodzakelijk onderhoud aan permanente gebouwen komt voor bekostiging
                                in aanmerking indien op basis van een prognose, die voldoet aan de
                                in bijlage II gestelde vereisten, het gebouw nog ten minste vier
                                jaar voor de school nodig is.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.11 Herstel constructiefouten</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van het herstel van constructiefouten blijkt uit een
                                bouwkundige rapportage waarin wordt vastgesteld dat het gaat om
                                (herstel van) een constructiefout.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.12 Herstel of vervanging van schade aan gebouw,
                                onderwijsleerpakket en meubilair in geval van bijzondere
                                omstandigheden</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van herstel of vervanging blijkt uit het feit dat door
                                de opgetreden bijzondere omstandigheid het onderwijs in het
                                desbetreffende gebouw wordt gehinderd.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2 School voor (voortgezet) speciaal onderwijs</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.1 Nieuwbouw</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van nieuwbouw blijkt uit:</al><al>het feit dat de minister de desbetreffende school of nevenvestiging
                                voor het eerst voor bekostiging in aanmerking brengt en</al><al>het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 1 km hemelsbreed bij
                                noodzakelijk gebruik door ten minste 10 groepen speciaal onderwijs,
                                2 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door ten minste 10 groepen
                                voortgezet speciaal onderwijs, 3,5 km hemelsbreed bij noodzakelijk
                                gebruik door ten minste 6 groepen speciaal onderwijs of 7,5 km
                                hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door ten minste 3 groepen
                                speciaal onderwijs gebruik te maken van een of meer
                                gymnastiekruimten dan wel van binnen een redelijke termijn
                                beschikbaar komende gymnastiekruimten en</al><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage
                                II, aantoont dat gedurende ten minste vijftien jaren de groepen
                                leerlingen waarvoor het door de gemeente vastgestelde aantal
                                klokuren noodzakelijk is aanwezig (zullen) zijn.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.2 Vervangende bouw</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van vervangende bouw blijkt uit:</al><al>het in zo’n slechte/matige conditie zijn van voldoende en voldoende
                                zwaarwegende gebouwelementen volgens de bouwkundige opname zoals
                                bedoeld in artikel 7, tweede lid onder d, dat onderhoud en/of
                                aanpassingen geen redelijk resultaat opleveren (in kosten en ten
                                opzichte van de levensduurverlenging) en</al><al>het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 1 km hemelsbreed bij
                                noodzakelijk gebruik door ten minste 10 groepen speciaal onderwijs,
                                2 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door ten minste 10 groepen
                                voortgezet speciaal onderwijs, 3,5 km hemelsbreed bij noodzakelijk
                                gebruik door ten minste 6 groepen speciaal onderwijs of 7,5 km
                                hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door ten minste 3 groepen
                                speciaal onderwijs gebruik te maken van een of meer
                                gymnastiekruimten dan wel van binnen een redelijke termijn
                                beschikbaar komende gymnastiekruimten en</al><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage
                                II, aantoont dat gedurende ten minste vijftien jaren de groepen
                                leerlingen waarvoor het door de gemeente vastgestelde aantal
                                klokuren noodzakelijk is aanwezig (zullen) zijn.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.3 Uitbreiding</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van uitbreiding blijkt uit:</al><al>het feit dat de oppervlakte van de zaal (oefenvloer) kleiner is dan
                                140 m² en daardoor het effectief gebruik van de gymnastiekruimte
                                belemmerd wordt en</al><al>het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 1 km hemelsbreed bij
                                noodzakelijk gebruik door ten minste 10 groepen speciaal onderwijs,
                                2 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door ten minste 10 groepen
                                voortgezet speciaal onderwijs, 3,5 km hemelsbreed bij noodzakelijk
                                gebruik door ten minste 6 groepen speciaal onderwijs of 7,5 km
                                hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door ten minste 3 groepen
                                speciaal onderwijs gebruik te maken van een of meer
                                gymnastiekruimten dan wel van binnen een redelijke termijn
                                beschikbaar komende gymnastiekruimten en</al><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage
                                II, aantoont dat gedurende ten minste vijftien jaren de groepen
                                leerlingen waarvoor het door de gemeente vastgestelde aantal
                                klokuren noodzakelijk is aanwezig (zullen) zijn.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.4 Ingebruikneming van een gymnastiekruimte</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van ingebruikneming blijkt uit:</al><al>het feit dat de minister de desbetreffende school of nevenvestiging
                                voor het eerst voor bekostiging in aanmerking brengt of</al><al>het feit dat het huidige gebouw voor vervanging, conform het
                                gestelde in 2.2 onder a, in aanmerking komt en</al><al>het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 1 km hemelsbreed bij
                                noodzakelijk gebruik door ten minste 10 groepen speciaal onderwijs,
                                2 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door ten minste 10 groepen
                                voortgezet speciaal onderwijs, 3,5 km hemelsbreed bij noodzakelijk
                                gebruik door ten minste 6 groepen speciaal onderwijs of 7,5 km
                                hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door ten minste 3 groepen
                                speciaal onderwijs gebruik te maken van een of meer
                                gymnastiekruimten dan wel van binnen een redelijke termijn
                                beschikbaar komende gymnastiekruimten en</al><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage
                                II, aantoont dat gedurende ten minste vijftien jaren het door de
                                gemeente vastgestelde aantal klokuren aanwezig (zullen) zijn en</al><al>de kosten van ingebruikneming inclusief aanpassingen in redelijke
                                verhouding, zulks ter beoordeling van het college, staan ten
                                opzichte van de kosten van vervangende bouw.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.5 Terrein</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van verwerving of uitbreiding van (een deel van) een
                                terrein blijkt uit het feit dat voor de realisering van de nieuwbouw
                                of de uitbreiding geen dan wel onvoldoende terrein aanwezig is.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.6 Eerste inrichting onderwijsleerpakket</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van eerste inrichting onderwijsleerpakket blijkt
                                uit:</al><al>het feit dat nieuwbouw van een gymnastiekruimte voor de
                                desbetreffende school of nevenvestiging is of wordt goedgekeurd
                                en</al><al>het feit dat voor de desbetreffende groepen leerlingen nog niet
                                eerder eerste onderwijsleerpakket is verstrekt.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.7 Eerste inrichting meubilair</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van eerste inrichting meubilair blijkt uit:</al><al>het feit dat nieuwbouw van een gymnastiekruimte voor de
                                desbetreffende school of nevenvestiging is of wordt goedgekeurd
                                en</al><al>het feit dat voor de desbetreffende groepen leerlingen nog niet
                                eerder eerste inrichting meubilair is verstrekt.</al><al>De noodzaak van aanvullende eerste inrichting meubilair blijkt
                                uit:</al><al>het feit dat uitbreiding of ingebruikneming van een gymnastiekruimte
                                voor de desbetreffende school of nevenvestiging is of wordt
                                goedgekeurd en</al><al>het feit dat voor de desbetreffende groepen leerlingen nog niet
                                eerder het specifiek noodzakelijk meubilair is verstrekt.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.8 Medegebruik</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van medegebruik blijkt uit het feit dat het door de
                                gemeente getoetste aantal klokuren gymnastiek noodzakelijk is en
                                waarvoor binnen de huidig in gebruik zijnde gymnastiekruimte(s) geen
                                ruimte is.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.9 Aanpassing</titel></kop><structuurtekst><al>De aanpassingen bestaan uit:</al><al>het maken van voldoende wasgelegenheid waar deze bij de
                                gymnastiekruimte ontbreekt en dit belemmerend werkt op het effectief
                                gebruik, dan wel de mogelijkheden tot medegebruik, van de
                                gymnastiekruimte;</al><al>het maken van voldoende kleedgelegenheid waar deze bij de
                                gymnastiekruimte ontbreekt en dit belemmerend werkt op het effectief
                                gebruik, dan wel de mogelijkheden tot medegebruik, van de
                                gymnastiekruimte;</al><al>wijzigingen bij ingebruikneming van een gebouw indien het gebouw
                                anders niet geschikt is voor het primair onderwijs gelet op de eisen
                                gesteld in bijlage III, delen A en D;</al><al>voorzieningen voor eisen voortkomend uit wet- en regelgeving;</al><al>vervangen van oliegestookte verwarmingsinstallaties.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Ad 1</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak blijkt uit het feit dat er geen twee wasgelegenheden
                                zijn.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Ad 2</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak blijkt uit het feit dat er geen twee kleedruimten
                                zijn.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Ad 3</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het feit dat
                                ingebruikneming van het desbetreffende gebouw op basis van de
                                beoordelingscriteria, zoals genoemd onder 2.4, noodzakelijk is, doch
                                het gebouw niet voldoet aan de inrichtingseisen voor
                                gymnastiekruimten voor het (voortgezet) speciaal onderwijs, terwijl
                                deze wel tegen redelijke kosten, zulks ter beoordeling van het
                                college, te verwezenlijken zijn.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Ad 4</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het niet overeenkomen
                                van het gebouw met de geldende wet- en regelgeving, terwijl
                                onontkoombaar is dat dit verschil op korte termijn moet worden
                                opgeheven.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Ad 5</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak voor deze activiteit blijkt uit het feit dat de
                                oliegestookte verwarmingsinstallatie in een zo slechte conditie
                                verkeert dat vervanging noodzakelijk is.</al><al>Bovenstaande aanpassingen kunnen plaatsvinden indien zij
                                noodzakelijk zijn en indien de prognose, die voldoet aan de
                                vereisten uit bijlage II, aantoont dat gedurende ten minste vijftien
                                jaren voldoende leerlingen om de school in stand te kunnen houden,
                                kunnen worden verwacht. Indien de betreffende aanpassing absoluut
                                noodzakelijk is voor de voortgang van het onderwijs, terwijl volgens
                                de prognose onvoldoende leerlingen worden verwacht, wordt de
                                aanpassing slechts goedgekeurd, als er geen andere, goedkopere,
                                voorziening mogelijk is.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.10 Onderhoud</titel></kop><structuurtekst><al>De voorziening onderhoud bestaat uit:</al><al>onderhoud aan de buitenzijde van het gebouw voorzover omschreven in
                                het overzicht ‘onderhoud primair onderwijs’;</al><al>(algehele) vervanging van binnenkozijnen en binnendeuren (inclusief
                                hang- en sluitwerk);</al><al>algehele vervanging van radiatoren, convectors en leidingen voor
                                centrale verwarming.</al><al>De noodzaak van onderhoud blijkt uit het feit dat het gevraagde
                                gebouwelement of een gedeelte daarvan ten minste in een matige
                                conditie verkeert volgens de bouwkundige opname zoals bedoeld in
                                artikel 7, tweede lid, onder c, terwijl regulier onderhoud door het
                                bevoegd gezag niet langer volstaat.</al><al>Gehuurde gebouwen komen niet in aanmerking voor onderhoud.</al><al>Noodzakelijk onderhoud aan permanente gebouwen komt voor bekostiging
                                in aanmerking indien op basis van een prognose, die voldoet aan de
                                vereisten gesteld in bijlage II, het gebouw nog ten minste vier jaar
                                voor de school nodig is.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.11 Herstel constructiefouten</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van het herstel van constructiefouten blijkt uit een
                                bouwkundige rapportage waarin wordt vastgesteld dat het gaat om
                                (herstel van) een constructiefout.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.12 Herstel of vervanging van schade aan gebouw,
                                onderwijsleerpakket en meubilair in geval van bijzondere
                                omstandigheden</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van herstel of vervanging blijkt uit het feit dat door
                                de opgetreden bijzondere omstandigheid het onderwijs in het
                                desbetreffende gebouw wordt gehinderd.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3 School voor voortgezet onderwijs</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.1 Nieuwbouw</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van nieuwbouw blijkt uit:</al><al>het feit dat de minister de desbetreffende school voor het eerst
                                voor bekostiging in aanmerking brengt en</al><al>het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 2.000 meter hemelsbreed
                                gebruik te maken van een of meer gymnastiekruimten dan wel van
                                binnen redelijke termijn beschikbaar komende gymnastiekruimten
                                en</al><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage
                                II, aantoont dat gedurende ten minste vijftien jaren de leerlingen
                                waarvoor het gymnastiekonderwijs noodzakelijk is, aanwezig (zullen)
                                zijn.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.2 Vervangende bouw</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van vervangende bouw blijkt uit:</al><al>het in zo’n slechte/matige conditie zijn van voldoende en voldoende
                                zwaarwegende gebouwelementen volgens de bouwkundige opname zoals
                                bedoeld in artikel 7, tweede lid onder c, dat onderhoud en/of
                                aanpassingen geen redelijk resultaat opleveren (in kosten en ten
                                opzichte van de levensduurverlenging) en</al><al>het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 2.000 meter hemelsbreed
                                gebruik te maken van een of meer gymnastiekruimten dan wel van
                                binnen redelijke termijn beschikbaar komende gymnastiekruimten
                                en</al><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage
                                II, aantoont dat gedurende ten minste vijftien jaren de leerlingen
                                waarvoor het gymnastiekonderwijs noodzakelijk is, aanwezig
                                zijn.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.3 Uitbreiding</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van uitbreiding blijkt uit:</al><al>het feit dat de oppervlakte van de zaal (oefenvloer) kleiner is dan
                                140 m² en daardoor het effectief gebruik van de gymnastiekruimte
                                belemmerd wordt en</al><al>het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 2.000 meter hemelsbreed
                                gebruik te maken van een of meer gymnastiekruimten dan wel van
                                binnen redelijke termijn beschikbaar komende gymnastiekruimten
                                en</al><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage
                                II, aantoont dat gedurende ten minste vijftien jaren de leerlingen
                                waarvoor het gymnastiekonderwijs noodzakelijk is, aanwezig
                                zijn.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.4 Ingebruikneming van een gymnastiekruimte</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van ingebruikneming blijkt uit:</al><al>het feit dat de minister de school voor het eerst voor bekostiging
                                in aanmerking brengt of</al><al>het feit dat het huidige gebouw voor vervanging, conform het
                                gestelde bij 3.2 onder a, in aanmerking komt en</al><al>het afwezig zijn van mogelijkheden om binnen 2.000 meter hemelsbreed
                                gebruik te maken van een of meer gymnastiekruimten dan wel van
                                binnen redelijke termijn beschikbaar komende gymnastiekruimten
                                en</al><al>het feit dat de prognose, die voldoet aan de vereisten uit bijlage
                                II, aantoont dat gedurende ten minste vijftien jaren de leerlingen
                                waarvoor het gymnastiekonderwijs noodzakelijk is, aanwezig zijn
                                en</al><al>het feit dat de kosten van ingebruikneming inclusief aanpassingen in
                                redelijke verhouding, zulks ter beoordeling van het college, staan
                                ten opzichte van de kosten van vervangende bouw.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.5 Terrein</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van verwerving of uitbreiding van (een deel van) een
                                terrein blijkt uit het feit dat voor de realisering van de nieuwbouw
                                of de uitbreiding geen dan wel onvoldoende terrein aanwezig is.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.6 Eerste inrichting voor bewegingsonderwijs</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van eerste inrichting voor bewegingsonderwijs blijkt
                                uit:</al><al>het feit dat nieuwbouw van een gymnastiekruimte voor de
                                desbetreffende school is of wordt goedgekeurd en</al><al>het feit dat voor de desbetreffende leerlingen nog niet eerder
                                eerste inrichting voor bewegingsonderwijs is verstrekt.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.7 Medegebruik</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.7.1 Medegebruik gymnastiekruimte</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van medegebruik van een gymnastiekruimte blijkt uit het
                                feit dat klokuren gymnastiek noodzakelijk zijn waarvoor binnen de
                                momenteel in gebruik zijnde gymnastiekruimte(s) geen ruimte is.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.7.2 Huur van een sportterrein</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van huur van een sportveld blijkt uit:</al><al>het feit dat het lesrooster buitensport vermeldt, terwijl het
                                bevoegd gezag niet beschikt over een eigen sportveld en</al><al>er geen mogelijkheden zijn tot gebruik van een sportveld van een
                                ander bevoegd gezag.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.8 Herstel constructiefouten</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van het herstel van constructiefouten blijkt uit een
                                bouwkundige rapportage waarin wordt vastgesteld dat het gaat om
                                (herstel van) een constructiefout.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.9 Herstel of vervanging van schade aan gebouw,
                                onderwijsleerpakket en meubilair in geval van bijzondere
                                omstandigheden</titel></kop><structuurtekst><al>De noodzaak van herstel of vervanging blijkt uit het feit dat door
                                de opgetreden bijzondere omstandigheid het onderwijs in het
                                desbetreffende gebouw wordt gehinderd.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>I 1 Overzicht ‘Onderhoud PO’</titel></kop><structuurtekst><al>Activiteiten die behoren tot het onderhoud:</al><lijst><li nr="-"><al>vervangen dakbedekking inclusief aanbrengen isolatie,
                                        hemelwaterafvoer, dakrand, daklichten;</al></li><li nr="-"><al>vervangen buitenberging c.q. dak buitenberging;</al></li><li nr="-"><al>vervangen rijwielstalling c.q. rijwielstaanders;</al></li><li nr="-"><al>vervangen brandtrap;</al></li><li nr="-"><al>vervangen erfscheiding;</al></li><li nr="-"><al>vervangen/herstellen riolering/bestrating schoolplein;</al></li><li nr="-"><al>vervangen binnenkozijnen inclusief hang- en sluitwerk
                                        (renovatie activiteit);</al></li><li nr="-"><al>vervangen buitenkozijnen inclusief dubbel glas en hang- en
                                        sluitwerk (renovatie activiteit);</al></li><li nr="-"><al>vervangen radiatoren, convectoren, leidingen (renovatie
                                        activiteit);</al></li><li nr="-"><al>vervangen dakpannen inclusief houtwerk, dakrand en
                                        goten;</al></li><li nr="-"><al>vervangen boeiboorden.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>TOELICHTING</titel></kop><afdeling><kop><titel>Algemeen</titel></kop><structuurtekst><al>De wet geeft in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20het%20primair%20onderwijs/article=74">artikel 74 WBO</extref>, artikel 82 ISOVSO en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=wet%20op%20het%20voortgezet%20onderwijs/article=76k">artikel 76k WVO</extref> expliciet aan op grond waarvan een
                                voorziening kan worden geweigerd. Voor toepassing van de
                                weigeringsgronden dienen deze artikelen nog nader te worden
                                uitgewerkt. Dat vindt in deze bijlage plaats door per voorziening de
                                beoordelingscriteria te beschrijven. Ze hebben betrekking op eisen
                                qua aanwezigheid van leerlingen, prognoses, oppervlakten/capaciteit
                                van gebouwen, bouwkundige staat van een gebouw enzovoort. De
                                noodzaak van de aangevraagde voorziening(en) - of van mogelijke
                                alternatieve voorzieningen - voor de desbetreffende school wordt
                                vastgesteld op basis van de beoordelingscriteria. Na toepassing van
                                de beoordelingscriteria kan er antwoord worden gegeven op de vraag:
                                ‘Is de voorziening noodzakelijk?’</al><al>De noodzaak van een voorziening zal in het algemeen afhangen
                                van:</al><lijst><li nr="-"><al>de capaciteit van het gebouw of de gebouwen die door de
                                        school worden gebruikt;</al></li><li nr="-"><al>de (onderhouds)staat van het gebouw of de gebouwen;</al></li><li nr="-"><al>het leerlingaantal nu en op korte en/of lange termijn;</al></li><li nr="-"><al>de mogelijkheid via andere en eenvoudiger voorzieningen
                                        adequaat de noodzaak van de gevraagde voorziening op te
                                        heffen.</al></li></lijst><al>Veel voorzieningen vragen een forse investering. Een gebruik
                                gedurende ten minste een bepaalde periode voorkomt dat de
                                investering als desinvestering gaat gelden. De minimaal gewenste
                                termijn van zekerheid over het aantal leerlingen en daarmee het
                                gebruik van de voorziening, is evenredig met de zwaarte van de
                                voorziening in financiële zin. De prognose die wordt gevraagd, dient
                                ertoe het verwachte aantal leerlingen voor een aantal jaren zo
                                nauwkeurig mogelijk te voorspellen.</al><al>Toekenning van huisvestingsvoorzieningen - behalve bij
                                onderwijsleerpakket/leer- en hulpmiddelen en meubilair, bij
                                medegebruik, bij constructiefouten en bij vervanging of herstel van
                                schade in geval van bijzondere omstandigheden - kan plaatsvinden,
                                indien volgens de prognose, die voldoet aan de prognosecriteria (in
                                bijlage II), voldoende duidelijkheid bestaat over het voortbestaan
                                van het instituut of de nevenvestiging voor een termijn van minimaal
                                vier jaren.</al><al>Indien de gevraagde voorziening een voor blijvend gebruik bestemde
                                voorziening (nieuwbouw, uitbreiding, ingebruikneming of aanpassing)
                                betreft, is de termijn voor de prognose in elk geval vijftien jaren
                                te rekenen vanaf het gewenste jaar van bekostiging.</al><al>Voor nieuwbouw en voor uitbreiding kan de voorziening - afhankelijk
                                van de verwachte duur van het gebruik en de mogelijkheden van
                                medegebruik of ingebruikname van een bestaand gebouw - in tijdelijke
                                vorm (noodbouw en dergelijke) of in permanente vorm worden
                                gerealiseerd. Nieuwbouw is slechts aan de orde indien het gaat om
                                een nieuw instituut of om een nieuwe afdeling. In alle andere
                                gevallen gaat het om vervangende bouw, voor het hele instituut of
                                voor een deel daarvan, of om uitbreiding, bijvoorbeeld ter
                                vervanging van een bouwkundig slecht gebouw.</al><al>Indien het huidige leerlingaantal niet kan worden ondergebracht in
                                de school (eventueel gehuisvest in meerdere gebouwen), ontstaat er
                                in principe aanspraak op een voorziening waarmee het tekort aan
                                huisvestingscapaciteit kan worden opgeheven.</al><al>In welke vorm de extra capaciteit voor het desbetreffende instituut
                                ter beschikking komt, hangt af van de mogelijkheden van burgemeester
                                en wethouders om gebruik te maken van beschikbare capaciteit bij
                                andere scholen. Dit beperkt zich in principe tot de gebouwen in
                                gebruik bij het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs. Bij
                                medegebruik is geen lange termijnprognose nodig. Voor inzicht in de
                                periode van medegebruik is wel een indicatie van de duur nodig
                                alsmede inzicht in de eventuele ontwikkeling van de leegstand in het
                                gebouw van de hoofdgebruiker.</al><al>Bij medegebruik van leegstand elders verdient het de voorkeur zoveel
                                mogelijk de leerlingen naar één ander gebouw te verwijzen om te
                                voorkomen dat de school over (te) veel locaties wordt verspreid.
                                Overigens wordt het aantal locaties vrijgelaten.</al><al>De mogelijkheden voor benutting van de beschikbare capaciteit hangen
                                af van de ligging en de geschiktheid van de feitelijke
                                leegstand.</al><al>De verwijsafstand - die de ligging ten opzichte van andere gebouwen
                                aangeeft - is hier vastgelegd door te werken met een vaste straal
                                (een maximale hemelsbrede afstand). Daar waar het verkeer geen
                                verwijzing toelaat, is het aan het aanvragende schoolbestuur
                                daarvoor de argumenten op tafel te leggen.</al><al>De andere mogelijkheid om met de ligging van andere gebouwen
                                rekening te houden, is die van vaststelling van verwijsgebieden.
                                Verwijsgebieden kunnen worden bepaald door te letten op de
                                wijkgebondenheid van scholen. De grenzen van het verwijsgebied
                                moeten - om gemakkelijk een prognose te kunnen maken - samenvallen
                                met de sociaal geografische grenzen. Eventueel kan dit per
                                onderwijssector. Binnen de gebieden kan wel worden verwezen, maar
                                daarbuiten niet.</al><al>Het geschikt zijn van de leegstand blijkt uit de capaciteit van het
                                betreffende lokaal, zoals in de nulmeting (zie bijlage III, deel A)
                                is aangegeven. Als uitgangspunt kan dienen dat onderwijsruimten
                                (speellokalen, vaklokalen, werkplaatsen, etc., gymnastieklokalen)
                                die niet gedurende de gehele werkweek in gebruik zijn bij de school
                                die (hoofd)gebruiker van het gebouw is, kunnen worden gebruikt door
                                scholen die onvoldoende ruimte hebben in hun eigen huisvesting.</al><al>Voor het primair onderwijs is feitelijke leegstand binnen het
                                primair onderwijs per definitie geschikt. Voor het voortgezet
                                onderwijs is het moeilijker feitelijke leegstand vast te stellen.
                                Voor zover lokalen niet noodzakelijk zijn, kunnen zij worden
                                gebruikt door andere scholen.</al><al>Leegstand die in feite niet aanwezig is, omdat het gebouw minder
                                lokalen telt (zoals in de nulmeting geconstateerd) dan op basis van
                                de normering mag worden aangenomen, telt niet mee voor de
                                mogelijkheden van medegebruik. Dit geldt eveneens voor ruimten die
                                een bevoegd gezag volledig met eigen middelen heeft gerealiseerd en
                                waarvoor geen (rijks)vergoeding wordt genoten. Hieronder vallen dus
                                niet de zogenaamde eigendom- en huurscholen.</al><al>Medegebruik is voor gemeenten een belangrijk instrument als het gaat
                                om het realiseren van de benodigde doelmatigheid.</al><al>Indien binnen redelijke termijn een ander geschikt gebouw vrijkomt,
                                kan worden bezien of gebruik maken van het vrijkomende gebouw een
                                goede oplossing biedt voor het huisvestingsprobleem. Ervan uitgaande
                                dat door toepassing van een meerjarenplanning samen met de
                                schoolbesturen er optimaal zicht bestaat op het vrijkomen van
                                (onderwijs)gebouwen, kan hergebruik voor andere scholen worden
                                gekoppeld aan de meerjarenplanning. Overigens kan de gemeente in het
                                kader van ander beleid beslissen dat een vrijkomend schoolgebouw
                                niet opnieuw voor onderwijs wordt gebruikt, maar bijvoorbeeld voor
                                kinderopvang gaat dienen of wordt afgebroken opdat aan die plaats
                                een andere bestemming kan worden gegeven.</al><al>De minimaal benodigde gebruiksduur om in aanmerking te kunnen komen
                                voor (extra) huisvesting is nu geharmoniseerd tussen primair
                                onderwijs en voortgezet onderwijs. Voor een voor blijvend gebruik
                                bestemde huisvesting is die periode vijftien jaren. Voor tijdelijke
                                huisvesting is deze periode vier jaren of meer. Voor gebruik van
                                minder dan vier jaren wordt uitgegaan van opvang binnen het
                                bestaande gebouw, bijvoorbeeld in de gemeenschapsruimte. Slechts
                                indien dit onmogelijk is, wordt een andere voorziening goedgekeurd.
                                Daartoe is onder uitbreiding in het basisonderwijs en in het
                                (voortgezet) speciaal onderwijs een beoordelingscriterium
                                opgenomen.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Deel A</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Lesgebouwen</tussenkop><al>Vervangende bouw komt in het algemeen voort uit de slechte
                                    conditie van een gebouw. Om uitspraken te kunnen doen over de
                                    (slechte) bouwkundige staat en om verschillen in de bouwkundige
                                    toestand van verschillende gebouwen in een volgorde te kunnen
                                    plaatsen, is het noodzakelijk één techniek van schouwing voor
                                    alle gebouwen te hebben, waaruit subjectieve factoren zo veel
                                    mogelijk zijn geëlimineerd. Deze techniek, kan worden
                                    vastgesteld door burgemeester en wethouders.</al><al>Vervangende bouw om andere dan bouwkundige redenen kan
                                    betrekking hebben op een budgettair neutrale oplossing, een
                                    herschikkingsoperatie of verband houden met ontwikkelingen in de
                                    ruimtelijke ordening.</al><al>Budgettair neutrale vervanging van een gebouw betekent dat
                                    daarvoor geen extra kosten worden gemaakt. De kosten voor de
                                    gemeente mogen niet hoger zijn dan de huidige kosten. Daarnaast
                                    kunnen - in overeenstemming met het aanvragende schoolbestuur -
                                    eventuele gelden voor exploitatie, aanpassingen (VO) en
                                    onderhoud (VO) van het schoolbestuur worden ingezet.</al><al>Fusies kunnen aanleiding geven tot een herschikkingsoperatie,
                                    maar ook bijvoorbeeld een flink overschot aan gymnastiekruimten.
                                    Doel van een herschikkingsplan is in elk geval het realiseren
                                    van een optimale huisvestingssituatie en een grotere
                                    doelmatigheid.</al><al>Bij de ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening valt
                                    bijvoorbeeld te denken aan stadsvernieuwing en het realiseren
                                    van een centrumplan, waarvoor het noodzakelijk is dat het gebouw
                                    vervangen wordt.</al><al>Uit de nulmeting kan naar voren komen dat de feitelijke
                                    oppervlakte groter is dan de genormeerde oppervlakte voor het
                                    aantal groepen dat in het gebouw kan worden gehuisvest. In zo’n
                                    geval is er sprake van een zogenaamde verschiloppervlakte. Bij
                                    een aanvraag voor uitbreiding zal in dat geval worden bezien of
                                    de verschiloppervlakte niet kan worden betrokken bij de omvang
                                    van de uitbreiding, met andere woorden, of niet (deels) inpandig
                                    de benodigde extra capaciteit is te realiseren. Indien dit te
                                    duur is ten opzichte van uitbreiding, dan wordt er van uitgegaan
                                    dat uitbreiding wordt gerealiseerd (zie ook bijlage III, deel
                                    A).</al><al>In het voortgezet onderwijs bestaat pas de noodzaak de
                                    capaciteit uit te breiden, als ook met een 10% hogere
                                    gebruiksduur van de bestaande capaciteit er onvoldoende
                                    capaciteit voor de school aanwezig is.</al><al>De wijze waarop de voorziening - na goedkeuring - wordt
                                    gerealiseerd, hangt af van de normering die in bijlage III, deel
                                    C, is uitgewerkt.</al><al>Voor de uitbreiding met een tweede speellokaal in het
                                    basisonderwijs is aangegeven, wanneer dit noodzakelijk is. Nieuw
                                    ten opzichte van de eerder geldende regelgeving is ten eerste
                                    het loslaten van de automatische uitbreiding met een tweede
                                    speellokaal bij het vormen van de veertiende groep. Koppeling
                                    aan het aantal groepen - van een zekere omvang - jongste
                                    leerlingen (in nieuwbouwwijken vaak een aanzienlijk deel van de
                                    leerlingen) maakt meer maatwerk mogelijk. Ten tweede is om een
                                    efficiënt gebruik van gebouwen te bevorderen, een
                                    verwijzingsmogelijkheid naar een op korte afstand aanwezig
                                    speellokaal of gymnastiekruimte waar nog ruimte is, opgenomen.
                                    Op het punt van afstand heeft harmonisatie met het speciaal
                                    onderwijs plaatsgevonden.</al><al>Bij mogelijke ingebruikneming van een bestaand gebouw of een
                                    gedeelte daarvan spelen bij de toekenning, naast de ligging, ook
                                    de omvang en de kwaliteit een belangrijke rol. Voor de ligging
                                    zij verwezen naar hetgeen hiervoor is gesteld. De omvang maakt
                                    een nauwkeurige beoordeling van de noodzakelijke aanpassingen
                                    nodig (tenzij het een gebouw betreft dat reeds voor onderwijs
                                    geschikt is). Indien de kosten samen met de (eventuele)
                                    verwervingskosten te hoog zijn (het ministerie van Onderwijs,
                                    Cultuur en Wetenschappen hield daarvoor 70% van de kosten van
                                    nieuwbouw aan), is de vraag gerechtvaardigd of vervangende bouw
                                    niet een betere optie is. Natuurlijk staat het de gemeente vrij
                                    hiertoe te besluiten (en daarmee af te wijken van dit
                                    percentage), bijvoorbeeld in verband met de locatie, het
                                    (monumentale) gebouw of het ontbreken van alternatieve
                                    mogelijkheden voor huisvesting binnen de wijk. Ook ontstaat hier
                                    -evenals bijvoorbeeld bij het bijbouwen van noodlokalen - een
                                    onderhandelingssituatie, waarbij alternatieven worden bezien en
                                    gewaardeerd.</al><al>Het automatisme bij de toewijzing van terrein in het primair
                                    onderwijs is verlaten. Indien terrein noodzakelijk is, wordt
                                    daar bij de eventuele toestemming voor een andere
                                    huisvestingsvoorziening rekening mee gehouden.</al><al>Voor het primair onderwijs gaat het bij eerste inrichting
                                    onderwijsleerpakket (en meubilair) om het aantal groepen
                                    leerlingen. Bij fusie van scholen kan er enkel sprake zijn van
                                    een extra onderwijsleerpakket en meubilair, indien het aantal
                                    groepen groter is dan het totaal bekostigde onderwijsleerpakket
                                    en meubilair van de aan de fusie deelnemende scholen. De
                                    bestaande scheiding tussen onderwijsleerpakket en meubilair
                                    (enkel onderwijsleerpakket voor wegingsgroepen in het
                                    basisonderwijs) - aangebracht tijdens de periode van de
                                    Tijdelijke wet beperking huisvestingsvoorzieningen - blijft
                                    bestaan.</al><al>Voor de eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair is
                                    ook de nulmeting van belang. Op 1 augustus 1985 voor het
                                    basisonderwijs en op 1 januari 1988 voor het (voortgezet)
                                    speciaal onderwijs werden alle scholen geacht voldoende te zijn
                                    ingericht. Daar waar dat niet het geval was, kon via
                                    overgangsartikelen aanvullende eerste inrichting worden
                                    verkregen. Voor de nulmeting impliceert dit dat alle
                                    toekenningen tot aan 1 augustus 1985 resp. 1 januari 1988 ook
                                    worden begrepen onder de aanwezige eerste inrichting.</al><al>De aanspraak op eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en
                                    meubilair in het voortgezet onderwijs is gekoppeld aan de
                                    toekenning van een voorziening in de huisvesting met dien
                                    verstande dat die voorziening een uitbreiding van de totale
                                    huisvestingscapaciteit van de school tot gevolg moet
                                    hebben.</al><al>Aanpassingen komen voort uit gewijzigde eisen of wensen. In elk
                                    geval zullen aanpassingen die noodzakelijk zijn om te voldoen
                                    aan (nieuwe) wettelijke vereisten (bijvoorbeeld volgend uit het
                                    Bouwbesluit of uit de regelgeving op het gebied van de
                                    arbeidsomstandigheden) tot toekenningen leiden, voor zover niet
                                    in overgangsbepalingen bij dergelijke regelingen een
                                    (tijdelijke) vrijstelling is verleend.</al><al>Voor het primair onderwijs zijn de aanpassingen uitgezonderd
                                    waarvoor een schoolbestuur rechtstreeks van het Rijk een
                                    vergoeding ontvangt. Het betreft het aanbrengen van een
                                    gehandicaptentoilet en het geschikt maken van het gebouw voor
                                    gehandicapten.</al><al>Voor het voortgezet onderwijs vergoedt de gemeente slechts
                                    aanvragen voor aanpassingen binnenzijde gebouw voor zover deze
                                    het bedrag van ƒ 600,00 [1] per leerling van de school te boven
                                    gaan. Bij de beoordeling van dergelijke aanpassingen moet worden
                                    nagegaan of er geen onderhoud in de aanvraag is opgenomen.
                                    Immers, in het voortgezet onderwijs krijgt het bevoegd gezag
                                    daarvoor rechtstreeks inkomsten van het Rijk. Een lijst van
                                    ‘activiteiten onderhoud VO’, waarvoor het bevoegd gezag zelf een
                                    vergoeding ontvangt, is bij deze toelichting gevoegd.</al><al>Aanpassingen om een gebouw (vaak de dislocatie) te kunnen
                                    afstoten, bestaan uit het aanbrengen van die voorzieningen in
                                    het gebouw die niet aanwezig zijn, maar wel aanwezig waren in de
                                    dislocatie en die noodzakelijk zijn om het onderwijs aan de
                                    leerlingen uit het af te stoten gebouw te kunnen geven. Een
                                    integratieverbouwing kan dan bijvoorbeeld bestaan uit:</al><lijst><li nr="-"><al>samenvoegen van twee lokalen of één lokaal en een
                                            aangrenzende ruimte tot speellokaal inclusief
                                            berging;</al></li><li nr="-"><al>veranderen van leslokalen in werklokalen;</al></li><li nr="-"><al>plaatsen van kleutertoiletten en maken
                                            toezichtraam;</al></li><li nr="-"><al>maken zandbak en buitenberging;</al></li><li nr="-"><al>aanpassing deel van de buitenspeelplaats.</al></li></lijst><al>In het primair onderwijs is geen specifieke aanpassing opgenomen
                                    die het mogelijk moet maken eenmaal in de levenscyclus van een
                                    permanent gebouw voor primair onderwijs te besluiten de
                                    inrichting te optimaliseren. Ten eerste is moeilijk een
                                    sluitende lijst van activiteiten hiervoor aan te geven en ten
                                    tweede bieden de aanpassingen om te voldoen aan eisen
                                    voortkomend uit wet- en regelgeving een kapstok om de
                                    noodzakelijke aanpassingen te kunnen beoordelen.</al><al>Onderhoud is conform de wet enkel een voorziening in het primair
                                    onderwijs. Ook hier geldt dat door het bevoegd gezag moet worden
                                    aangetoond dat het onderhoud noodzakelijk is en dat regulier
                                    onderhoud, waarvoor het bevoegd gezag in de materiële
                                    instandhouding een vergoeding ontvangt, niet langer
                                    volstaat.</al><al>Voordat onderhoud aan noodlokalen wordt toegekend, zal worden
                                    nagegaan of de desbetreffende noodlokalen nog noodzakelijk zijn
                                    voor in elk geval meer dan vier jaar. Indien de groepen uit de
                                    noodlokalen elders in medegebruik kunnen worden ondergebracht,
                                    zal voor die optie worden gekozen.</al><al>Bij herstel van constructiefouten is het van (groot) belang
                                    daadwerkelijk vast te stellen dat het gaat om een
                                    constructiefout.</al><al>In het voortgezet onderwijs is de gemeente alleen aan te spreken
                                    op constructiefouten aan de buitenzijde van het gebouw en op die
                                    aan de binnenzijde voor zover die laatste het bedrag van ƒ
                                    600,00 [1] per leerling van de school te boven gaan.</al><al>Vervanging of herstel van schade in geval van bijzondere
                                    omstandigheden</al><al>Bij bepaling van de omvang van de vervanging of het herstel van
                                    schade in geval van bijzondere omstandigheden kan rekening
                                    worden gehouden met de situatie van de school. Bij vervanging na
                                    brand kan bijvoorbeeld een totaal afgebrande school met acht
                                    lokalen worden vervangen door een kleiner gebouw met zes
                                    lokalen, omdat de school zes groepen leerlingen telt, terwijl
                                    uit de prognose blijkt dat het onwaarschijnlijk is dat de school
                                    de eerste vijftien jaren meer dan zes groepen zal krijgen.
                                    Indien de schade is verzekerd, doet de gemeente er verstandig
                                    aan eerst na te gaan op welke basis de verzekeraar tot uitkering
                                    overgaat.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Deel B</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Gymnastiekruimten</tussenkop><al>Bij de voorzieningen voor de lichamelijke oefening is steeds
                                    sprake van gymnastiekruimte. De definitie van gymnastiekruimte
                                    omvat niet enkel het traditionele gymnastieklokaal bij het
                                    schoolgebouw maar ook het gebruik van de (gemeentelijke)
                                    sporthal. De verwijzing strekt zich niet enkel uit over de
                                    aanwezige ruimten, maar ook over de ruimten die binnenkort
                                    worden gerealiseerd. Zo kan bijvoorbeeld in een nieuwbouwwijk
                                    het aanvragende schoolbestuur voor het bewegingsonderwijs worden
                                    verwezen naar de sporthal die de gemeente daar op korte termijn
                                    gaat bouwen. Op deze wijze kan optimaal gebruik worden gemaakt
                                    van de aanwezige ruimte. In feite wordt voorafgaand aan elke
                                    beslissing - nieuwbouw, uitbreiding en ingebruikneming - bezien
                                    of niet door medegebruik de gevraagde voorziening overbodig is.
                                    Overigens laat de praktijk zien dat - zeker in de
                                    plattelandsgemeenten - eventueel vervoer naar een verder weg
                                    gelegen gymnastiekruimte een goed alternatief kan zijn.
                                    uiteraard is hiervoor overleg met het bevoegd gezag
                                    noodzakelijk.</al><al>Voor het (voortgezet) speciaal onderwijs wordt met
                                    gymnastiekruimte tevens bedoeld een lokaal voor motorische
                                    therapie en een schoolbad (watergewenningsbad of
                                    hydrotherapiebad). Vanzelfsprekend deze laatste twee enkel voor
                                    de onderwijssoorten waarvoor een dergelijke ruimte verplicht
                                    is.</al><al>Een hydrotherapiebad is noodzakelijk voor een school voor
                                    (voortgezet) speciaal onderwijs ten behoeve van lichamelijk
                                    gehandicapte kinderen en voor een school voor (voortgezet)
                                    speciaal onderwijs ten behoeve van meervoudig gehandicapte
                                    kinderen met een lichamelijke handicap.</al><al>Een watergewenningsbad is noodzakelijk voor een school voor
                                    (voortgezet) speciaal onderwijs ten behoeve van zeer moeilijk
                                    lerende kinderen en een school voor (voortgezet) speciaal
                                    onderwijs ten behoeve van meervoudig gehandicapten met zeer
                                    moeilijk lerende kinderen.</al><al>Bij andere vormen van (voortgezet) speciaal onderwijs worden
                                    deze baden niet noodzakelijk geacht en komen ze niet voor.</al><al>Om vast te stellen of er daadwerkelijk medegebruik mogelijk is,
                                    wordt gekeken naar de klokuurnorm zoals de gemeenteraad die voor
                                    het primair onderwijs heeft vastgesteld en naar het rooster.
                                    Voor het voortgezet onderwijs is enkel het rooster van
                                    belang.</al><al>In tegenstelling tot de situatie voor 1997 wordt het maken van
                                    was en kleedgelegenheden in gymnastiekruimten niet meer als
                                    uitbreiding gezien maar als aanpassing. Dit ondanks het feit dat
                                    het maken van deze ruimtes fysiek meestal een uitbreiding van
                                    het gebouw tot gevolg heeft.</al><al>Het maken van douches in plaats van wasbakken in
                                    gymnastiekruimten behoort ook tot de aanpassingen, met name tot
                                    het voldoen aan wet- en regelgeving (eisen met betrekking tot
                                    hygiëne).</al><al>Aanvullend meubilair voor het bewegingsonderwijs kan als eerste
                                    inrichting worden verstrekt, wanneer men gaat van een kleine
                                    zaal (oefenvloer) naar een grote en wanneer nog niet eerder het
                                    complete meubilair is verstrekt.</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><thead><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Lijst ‘activiteiten onderhoud VO’ (voor
                                                  rekening bevoegd gezag)</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>Goten</al></entry><entry colname="col2"><al>vervangen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hemelwaterafvoeren</al></entry><entry colname="col2"><al>vervangen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Schoorstenen</al></entry><entry colname="col2"><al>vervangen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tegels</al></entry><entry colname="col2"><al>herstraten</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Klinkers</al></entry><entry colname="col2"><al>herstraten</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Asfalt</al></entry><entry colname="col2"><al>nieuwe laag aanbrengen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gazon</al></entry><entry colname="col2"><al>maaien</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Beplanting</al></entry><entry colname="col2"><al>verzorgen en vervangen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Sportvelden</al></entry><entry colname="col2"><al>maaien etc.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Terreinmeubilair</al></entry><entry colname="col2"><al>vervangen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hout binnen en binnen/buiten</al></entry><entry colname="col2"><al>schilderen, beitsen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Staal buiten en binnen/buiten</al></entry><entry colname="col2"><al>schilderen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Steen en beton buiten</al></entry><entry colname="col2"><al>schilderen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Daken, bitumenlaag, grind</al></entry><entry colname="col2"><al>nieuwe laag, vervangen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Daken, kunststoflaag, grind</al></entry><entry colname="col2"><al>vervangen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Isolatie onder dakbedekking</al></entry><entry colname="col2"><al>vervangen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cv ketel en toebehoren</al></entry><entry colname="col2"><al>vervangen, geregeld onderhoud</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kachels</al></entry><entry colname="col2"><al>vervangen, geregeld onderhoud</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Ventilatoren (incl. specifieke
                                                  installaties)</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Voor werkplaatsen en specifieke
                                                  vaklokalen</al></entry><entry colname="col2"><al>vervangen, geregeld onderhoud</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Warmwatertoestel</al></entry><entry colname="col2"><al>vervangen, geregeld onderhoud</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Brandblusvoorzieningen</al></entry><entry colname="col2"><al>vervangen, geregeld onderhoud</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Belinstallatie</al></entry><entry colname="col2"><al>vervangen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Intercom</al></entry><entry colname="col2"><al>vervangen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Liften</al></entry><entry colname="col2"><al>vervangen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Klein en dagelijks onderhoud buiten</al></entry><entry colname="col2"><al>schilderen, beitsen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hout en staal binnen</al></entry><entry colname="col2"><al>schilderen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Sauswerk</al></entry><entry colname="col2"><al>nieuwe laag aanbrengen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vloerbedekking (incl. gymzaal)</al></entry><entry colname="col2"><al>vervangen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Industrieparket schuren,</al></entry><entry colname="col2"><al>nieuwe laklaag</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gietasfalt</al></entry><entry colname="col2"><al>schuren, nieuwe toplaag</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Spijkerribbenvloer (metsellokaal)</al></entry><entry colname="col2"><al>vervangen spijkerribben</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Verlichting</al></entry><entry colname="col2"><al>vervangen lampen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Diverse inventaris goederen</al></entry><entry colname="col2"><al>vervangen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Klein en dagelijks onderhoud binnen</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>BIJLAGE II</titel></kop><afdeling><kop><titel>2.4.2 Criteria voor opstelling en toetsing van
                                leerlingprognoses</titel></kop><structuurtekst><al>De prognose van het aantal te verwachten leerlingen van de school
                                als bedoeld in artikel 7, tweede lid onder a, artikel 20, eerste lid
                                onder c, en artikel 25, derde lid onder f, wordt gemaakt voor een
                                periode van ten minste vijftien jaren te starten met het gewenste
                                jaar van bekostiging.</al><al>In bijlage I is voor de voorzieningen aanpassing en onderhoud
                                aangegeven van welke prognosetermijn moet worden uitgegaan. Leidraad
                                hierbij is geweest dat voor (meer) ingrijpende voorzieningen een
                                lange termijnprognose vereist is, terwijl voor voorzieningen met
                                minder financieel gevolg die noodzakelijk zijn om het gebouw te
                                kunnen blijven gebruiken, volstaan kan worden met een
                                korte-termijnprognose.</al><al>De prognose geeft per jaar inzicht in het aantal te verwachten
                                leerlingen van de school of nevenvestigingen door in elk geval
                                rekening te houden met:</al><lijst><li nr="a."><al>het voedingsgebied of de voedingsgebieden;</al></li><li nr="b."><al>de aanwezige bevolking, verdeeld in relevante
                                        leeftijdsgroepen;</al></li><li nr="c."><al>de woningvoorraad en wijzigingen daarin inclusief een
                                        eventuele uitbreiding van het voedingsgebied;</al></li><li nr="d."><al>de veranderingen in de onderscheiden leeftijdsgroepen van de
                                        bevolking als gevolg van migratie, sterfte en geboorte;</al></li><li nr="e."><al>de veranderingen in de bevolking als gevolg van wijzigingen
                                        in de woningvoorraad;</al></li><li nr="f."><al>de verdeling van de leerlingen als gevolg van de
                                        belangstelling voor de school en</al></li><li nr="g."><al>het onderwijs dat wordt gegeven.</al></li></lijst><al>De prognose is niet meer dan twee jaar oud.</al><al>De prognose omvat in elk geval de bovenstaande gegevens a t/m g voor
                                een periode van 6 jaar (de analyseperiode) met als laatste jaar het
                                jaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag.</al><al>Het voedingsgebied van de school omvat het gebied waaruit het
                                overgrote deel van de leerlingen afkomstig is (of bij
                                nieuwbouwwijken: zal zijn). Voor een basisschool wordt bij de
                                prognose in ieder geval een beschrijving geleverd van het
                                voedingsgebied op wijkniveau. Voor een speciale school voor
                                basisonderwijs, het (voortgezet) speciaal onderwijs en het
                                voortgezet onderwijs kan, indien het voedingsgebied zich over de
                                gemeentegrens uitstrekt, worden volstaan met een opsomming van de
                                gemeenten die tot het voedingsgebied worden gerekend.</al><al>Bij aanlevering van een prognose dienen de relevante gegevens en
                                berekeningen over de analyse- en prognoseperiode op papier te zijn
                                afgedrukt.</al><al>Bij deze levering worden in elk geval de gebruikte programmatuur en
                                de aannames/assumpties met betrekking tot het gestelde onder d t/m
                                g, waarop de prognose is gebaseerd, aangegeven en onderbouwd.</al><al>Het college is bevoegd onderscheiden naar onderwijssoort nadere
                                regels te stellen betreffende de criteria waaraan een prognose moet
                                voldoen. Voorafgaand aan de vaststelling door het college vormen de
                                nadere regels onderwerp van overleg aangaande het lokaal
                                onderwijsbeleid als bedoeld in artikel 2, tweede lid onder b van de
                                Verordening overleg lokaal onderwijsbeleid gemeente Venlo.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>TOELICHTING</titel></kop><structuurtekst><al>Bij de prognosemodellen is de keuze gemaakt zo veel mogelijk aan te
                            sluiten bij de bestaande prognosemodellen. De achtergrond van de keuze
                            ligt in het feit dat deze modellen al een aantal jaren functioneren en
                            de modellen zijn breed beschikbaar. Voor het voortgezet onderwijs is het
                            model niet formeel vastgelegd. Wel bestaat er tussen het ministerie van
                            Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en de
                            deelplanorganisaties/besturenorganisaties consensus over de methode van
                            berekenen. Die methode is vastgelegd in deze bijlage.</al><al>Omdat prognoses zowel voor huisvesting als voor stichting worden geëist,
                            vindt overleg plaats met Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen/Cƒi over
                            een gemeenschappelijke evaluatie van de modellen. Zodra daaruit
                            wijzigingen voortkomen, zal dit worden bekendgemaakt en vindt
                            bijstelling van deze bijlage plaats.</al><al>De omschrijving laat het toe toekomstige leeftijdsgroepen, bijvoorbeeld
                            afkomstig uit de PRIMOS prognoses, in het model in te voeren. Dit
                            gebeurt al in het model LASSO 3.2 en in de prognoses voor het voortgezet
                            onderwijs. Leeftijdsgroepen zoals gebruikt voor de eigen gemeentelijke
                            prognose kunnen daar eventueel ook voor dienen.</al><al>Tevens is het met deze omschrijving mogelijk vanuit de situatie in het
                            uitgangsjaar zelf berekeningen te maken voor de prognosejaren.
                            Essentieel is steeds het goed in beeld brengen van de ontwikkelingen die
                            van invloed zijn op de leerlingaantallen. Naast migratie (verhuizingen)
                            is daarbij woningbouw de belangrijkste factor. Uitbreiding van de
                            woningvoorraad door nieuwbouw levert vooral in het begin extra
                            leerlingen in het basisonderwijs op. Later verplaatst deze piek zich
                            naar het voortgezet onderwijs, ofschoon deze daar meestal minder hoog is
                            vanwege de spreiding van de leerlingen over een groter aantal
                            scholen.</al><al>Ten aanzien van een specifieke, afwijkende toepassing van de
                            prognosemodellen voor de zgn. ‘kleine richtingen’ in het onderwijs wordt
                            verwezen naar hetgeen hierover is opgemerkt in de algemene toelichting
                            (onderdeel B, paragraaf 2.2.6.6).</al><al>De prognosemodellen voor het primair onderwijs als vastgesteld in deze
                            bijlage zijn breed verspreid. Vele gemeenten en alle
                            besturenorganisaties bezitten deze softwarepakketten.</al><al>Voor het prognosemodel huisvesting VO kan volstaan worden met het op
                            papier aanleveren van de prognose. Voor het prognosemodel huisvesting VO
                            geldt dat, indien een bevoegd gezag een afwijkende prognose indient, die
                            ook aan de eisen van deugdelijkheid voldoet, er afwijkingen in de
                            invulling van het berekeningsformulier kunnen ontstaan.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>BIJLAGE III</titel></kop><afdeling><kop><titel>2.4.3 Criteria voor oppervlakte en indeling</titel></kop><structuurtekst><al>De criteria voor oppervlakte en indeling vallen uiteen in vier
                                delen:</al><lijst><li nr="-"><al>deel A: de bepaling van de capaciteit;</al></li><li nr="-"><al>deel B: wijze van bepalen van de ruimtebehoefte;</al></li><li nr="-"><al>deel C: de bepaling van de omvang van de toekenning;</al></li><li nr="-"><al>deel D: minimumnormen bij realisering van nieuwe
                                        voorzieningen.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>DEEL A De bepaling van de capaciteit</titel></kop><afdeling><kop><titel>1 School voor basisonderwijs</titel></kop><structuurtekst><al>De capaciteit van de gebouwen voor het basisonderwijs wordt volgens
                                onderstaande methodiek vastgesteld.</al><al>Het college kan in overeenstemming met het bevoegd gezag van de
                                school besluiten tot vermindering van de met onderstaande methodiek
                                vastgestelde capaciteit indien de hiertoe beschikbaar komende
                                ruimten worden ingezet ten behoeve van onderwijskundige, culturele,
                                maatschappelijke en recreatieve doeleinden.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.1 Gebouwen van hoofd en nevenvestigingen (inclusief de
                                T&amp;B-dislocaties [1] met een permanente of tijdelijke
                                bouwaard</titel></kop><structuurtekst><al>De bruto-vloeroppervlakte (verder aan te duiden als bvo) van een
                                gebouw is de bvo zoals bepaald aan de hand van het gestelde in
                                III-1, de ‘Meetinstructie voor het vaststellen van de
                                bruto-vloeroppervlakte van het schoolgebouw in het primair
                                onderwijs’.</al><al>Basisschool</al><al>De capaciteit van een gebouw voor een basisschool wordt vastgesteld
                                in het aantal groepen waarvoor het gebouw geschikt is. Het aantal
                                groepen is gelijk aan het aantal lokalen in het desbetreffende
                                gebouw. Het aantal lokalen in een gebouw betreft het aantal
                                lesruimten, inclusief het handvaardigheidslokaal, groter dan of
                                gelijk aan 42 m². De speellokalen worden niet meegeteld.</al><al>Indien een deel van een gebouw is gerealiseerd met andere dan
                                overheidsmiddelen en hiervoor geen (rijks)vergoeding wordt genoten,
                                wordt dit deel niet tot de capaciteit van het gebouw gerekend. Dit
                                deel wordt wel geregistreerd.</al><al>Om te kunnen bepalen of een gebouw is ‘overgedimensioneerd’, dient
                                een relatie te worden gelegd tussen de capaciteitsbepaling van een
                                gebouw op basis van het aantal groepen en normatieve
                                capaciteitsvaststelling.</al><al>Het aantal groepen waarvoor een gebouw normatief geschikt is, wordt,
                                op basis van de bvo, vastgesteld met behulp van tabel 1, 2 en 3
                                hieronder voor respectievelijk huisvesting met een permanente
                                bouwaard en huisvesting met een tijdelijke bouwaard.</al><tussenkop> Tabel 1 Gebouwen met een permanente bouwaard</tussenkop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><thead><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Permanente gebouwen voor een basisschool
                                                  waarin meer dan 30 leerlingen worden
                                                  gehuisvest</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>Aantal groepen leerlingen</al></entry><entry colname="col2"><al>Minimale bvo (inclusief m² bvo voor
                                                  onderwijskundige vernieuwingen)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>350</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3</al></entry><entry colname="col2"><al>465</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al>580</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5</al></entry><entry colname="col2"><al>785</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6</al></entry><entry colname="col2"><al>900</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7</al></entry><entry colname="col2"><al>1.015</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8</al></entry><entry colname="col2"><al>1.130</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9</al></entry><entry colname="col2"><al>1.245</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10</al></entry><entry colname="col2"><al>1.360</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11</al></entry><entry colname="col2"><al>1.475</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12</al></entry><entry colname="col2"><al>1.590</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13</al></entry><entry colname="col2"><al>1.705</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>En vervolgens te verhogen met 115 m² ten
                                                  behoeve van één groep leerlingen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Indien het gebouw beschikt over een tweede
                                                  speellokaal, wordt de minimale bvo opgehoogd met
                                                  90 m²</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><thead><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Permanente gebouwen voor een basisschool
                                                  waarin meer dan 31 leerlingen worden
                                                  gehuisvest</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>Aantal groepen leerlingen</al></entry><entry colname="col2"><al>Minimale bvo (inclusief m² bvo voor
                                                  onderwijskundige vernieuwingen)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>330</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop> Tabel 2 Gebouwen met een tijdelijke bouwaard, zelfstandige
                                    huisvesting</tussenkop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Aantal groepen leerlingen</al></entry><entry colname="col2"><al> Minimale bvo</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al> 305</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3</al></entry><entry colname="col2"><al> 410</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al> 515</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5</al></entry><entry colname="col2"><al>710</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al> 6</al></entry><entry colname="col2"><al>815 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7</al></entry><entry colname="col2"><al> 920</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8</al></entry><entry colname="col2"><al> 1.025</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>En vervolgens telkens te verhogen met 105 m²
                                                  ten behoeve van één groep leerlingen</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop> Tabel 3 Gebouwen met een tijdelijke bouwaard, aanvullende
                                    huisvesting</tussenkop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Aantal groepen leerlingen</al></entry><entry colname="col2"><al>Minimale bvo</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>1</al></entry><entry colname="col2"><al> 100 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al> 180</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3</al></entry><entry colname="col2"><al> 260</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al> 340</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5</al></entry><entry colname="col2"><al> 420</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>En vervolgens telkens te verhogen met 80 m²
                                                  ten behoeve van één groep leerlingen</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Indien het werkelijke aantal lokalen in een gebouw afwijkt van
                                    het aantal groepen zoals vastgesteld op basis van tabel 1, 2 of
                                    3, is het aantal lokalen de capaciteit van het gebouw. In het
                                    geval dat het aantal lokalen kleiner is dan het aantal groepen
                                    zoals vastgesteld op basis van tabel 1, 2 of 3, wordt de
                                    zogenaamde verschiloppervlakte bepaald tussen de werkelijke bvo
                                    en normatieve bvo behorend bij het aantal groepen waarvoor het
                                    gebouw geschikt. Deze verschiloppervlakte is het aantal waarmee
                                    de bvo van het gebouw is overgedimensioneerd. De registratie
                                    vindt plaats vanwege het mogelijk verwerken van deze
                                    overdimensionering van de bvo op het moment dat het gebouw ten
                                    behoeve van de vergroting van de capaciteit moet worden
                                    uitgebreid.</al><al>Speciale school voor basisonderwijs</al><al>De capaciteit van een gebouw voor een speciale school voor
                                    basisonderwijs wordt vastgelegd in het aantal groepen waarvoor
                                    een gebouw geschikt is. Dit aantal groepen is het aantal
                                    lokalen, verminderd met één. Het aantal lokalen wordt verminderd
                                    met twee indien het gebouw bestaat uit meer dan 13 lokalen. Het
                                    aantal lokalen wordt verminderd met drie indien het gebouw
                                    bestaat uit meer dan 26 lokalen om het aantal groepen te bepalen
                                    waarvoor het gebouw geschikt is. Het aantal lokalen in een
                                    gebouw betreft het aantal lesruimten, inclusief de vaklokalen,
                                    groter dan of gelijk aan 42 m². De speellokalen worden niet
                                    meegeteld.</al><al>Indien een deel van een gebouw is gerealiseerd met andere dan
                                    overheidsmiddelen en hiervoor geen (rijks)vergoeding wordt
                                    genoten, wordt dit deel niet tot de capaciteit van het gebouw
                                    gerekend. Dit deel wordt wel geregistreerd.</al><al>Om te kunnen bepalen of een gebouw is overgedimensioneerd, dient
                                    er relatie te worden gelegd tussen de capaciteitsbepaling van
                                    een gebouw op basis van het aantal groepen en normatieve
                                    capaciteitsvaststelling.</al><al>Het aantal groepen waarvoor een gebouw normatief geschikt is,
                                    wordt, op basis van de bvo, vastgesteld met behulp van tabel 4
                                    hieronder voor huisvesting met een permanente bouwaard. Voor
                                    huisvesting met een tijdelijke bouwaard wordt gebruikgemaakt van
                                    tabel 2 en 3.</al><tussenkop> Tabel 4 Gebouwen met een permanente bouwaard</tussenkop><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/><thead><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al>Permanente gebouwen voor een speciaal school
                                                  voor basisonderwijs</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>Vaste voet m²</al></entry><entry colname="col2"><al>Inclusief</al></entry><entry colname="col3"><al>m² per groep</al></entry><entry colname="col4"><al>Toeslag extra ruimte</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>670</al></entry><entry colname="col2"><al>4</al></entry><entry colname="col3"><al>105</al></entry><entry colname="col4"><al>125</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>De vaste voet aan bvo is inclusief ruimten voor een bepaald
                                    aantal groepen. Dit aantal is in de kolom ‘inclusief’
                                    aangegeven.</al><al>De toeslag extra ruimte omvat een aantal extra m² voor het
                                    creëren van een extra lokaal, niet zijnde een speellokaal
                                    (hiervoor geldt een aparte toeslag). De toeslag extra ruimte
                                    wordt toegekend bij het vormen van de 12e groep.</al><al>Indien het werkelijke aantal lokalen in een gebouw afwijkt van
                                    het aantal groepen zoals vastgesteld op basis van tabel 2, 3 of
                                    4, is het aantal lokalen de capaciteit van het gebouw. In het
                                    geval dat het aantal lokalen kleiner is dan het aantal groepen
                                    zoals vastgesteld op basis van tabel 2, 3 of 4, wordt de
                                    zogenaamde verschiloppervlakte bepaald tussen de werkelijke bvo
                                    en normatieve bvo, behorend bij het aantal groepen waarvoor het
                                    gebouw geschikt is. Deze verschiloppervlakte is het aantal m²
                                    waarmee de bvo van het gebouw is overgedemisioneerd. De
                                    registratie vindt plaats vanwege het mogelijk verwerken van deze
                                    overdimensionering van de bvo op het moment dat het gebouw ten
                                    behoeve van de vergroting van de capaciteit moet worden
                                    uitgebreid.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.2 Dislocaties, gebouwen met een permanente of tijdelijke
                                bouwaard</titel></kop><structuurtekst><al>Basisschool</al><al>Voor het bepalen van de capaciteit van dislocaties voor basisscholen
                                geldt het gestelde onder 1.1 met uitzondering van de verwijzing naar
                                de tabellen 1, 2 en 3. Voor de bepaling van het aantal te huisvesten
                                groepen leerlingen wordt uitgegaan van 115 m² BVO per groep
                                leerlingen indien sprake is van een gebouw met een permanente
                                bouwaard en van 80 m² per groep leerlingen indien sprake is van een
                                gebouw met een tijdelijke bouwaard.</al><al>Speciaal school voor basisonderwijs</al><al>De capaciteit van dislocaties voor speciale scholen voor
                                basisonderwijs wordt vastgelegd in het aantal groepen waarvoor het
                                gebouw geschikt is. Dit aantal groepen is gelijk aan het aantal
                                lokalen in het desbetreffende gebouw. Het aantal lokalen betreft het
                                aantal lesruimten, inclusief de vaklokalen, groter dan of gelijk aan
                                42 m². De speellokalen worden niet meegeteld. Voor dislocaties voor
                                speciale scholen voor basisonderwijs is de 'overdimensionalisering'
                                niet te bepalen.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.3 Rangorde hoofdgebouwen en dislocaties</titel></kop><structuurtekst><al>De vaststelling van de rangorde geschiedt om te kunnen bepalen van
                                welk gebouw als eerste het gebruik beëindigd wordt als er sprake is
                                van een daling van het aantal leerlingen. Dit is het gebouw met het
                                hoogste rangordenummer.</al><al>Indien een voorziening in de huisvesting bestaat uit een hoofdgebouw
                                (van een school, een hoofdvestiging of een nevenvestiging) en een of
                                meer dislocaties, wordt de rangorde tussen deze gebouwen
                                vastgesteld. Dit is de rangorde zoals deze is vastgelegd in de
                                gegevensadministratie van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en
                                Wetenschappen. Indien de rangorde opnieuw moet worden vastgesteld,
                                doordat nieuwe gebouwen moeten worden toegevoegd, wordt de rangorde
                                als volgt vastgesteld. Het hoofdgebouw is het gebouw dat qua
                                oppervlakte, indeling en bouwkundige staat het meest geschikt is om
                                als het enige gebouw voor de school te dienen. Dit is in de regel
                                het grootste gebouw. Het hoofdgebouw krijgt nummer 1, vervolgens
                                vindt doornummering plaats voor de dislocaties met een permanente
                                bouwaard te beginnen met de dislocatie met de grootste capaciteit en
                                vervolgens de dislocaties met een tijdelijke bouwaard te beginnen
                                met de dislocatie met de grootste capaciteit.</al><al>Bij een fusie van twee of meer scholen wordt het gebouw van de
                                overblijvende school het hoofdgebouw. Indien de overige gebouwen van
                                de bij de fusie betrokken scholen noodzakelijk zijn voor de
                                huisvesting van de gefuseerde scholen, gelet op de capaciteit van
                                het hoofdgebouw, dan krijgen zij als dislocatie een plaats in de
                                rangorde zoals hiervoor omschreven.</al><al>De vaststelling van de rangorde vindt plaats conform het
                                vorenstaande tenzij na overleg tussen het bevoegd gezag van de
                                school en het college, het college anders beslist.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.4 Terrein</titel></kop><structuurtekst><al>Onder terrein dient te worden verstaan het kadastraal perceel of de
                                kadastrale percelen waarop het schoolgebouw met toebehoren zich
                                bevindt. De terreinoppervlakte is gelijk aan de grootte in de
                                kadastrale registratie van het Kadaster.</al><al>Indien de kadastrale perceelgrenzen niet overeenkomen met de grenzen
                                van het schoolterrein dan wordt het met overheidsmiddelen bekostigde
                                deel van de terreinoppervlakte vastgelegd.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.5 Inventaris</titel></kop><structuurtekst><al>Met de inventarisgegevens worden de gegevens bedoeld, waarmee het
                                aantal groepen van de desbetreffende school wordt vastgesteld,
                                waarvoor het onderwijsleerpakket en meubilair aanwezig is. De
                                aanwezigheid van het onderwijsleerpakket en de aanwezigheid van het
                                meubilair worden afzonderlijk vastgelegd.</al><al>a. Onderwijsleerpakket</al><al>Het aantal groepen waarvoor onderwijsleerpakket aanwezig is, wordt
                                bepaald aan de hand van de volgende twee stappen:</al><al>- het aantal groepen waarvoor onderwijsleerpakket aanwezig is, is
                                gelijk aan het aantal groepen waarvoor onderwijsleerpakket
                                noodzakelijk is bij aanvang van het schooljaar 2001/2002. Indien in
                                het verleden, na inwerkingtreding van de WBO, voor meer groepen
                                onderwijsleerpakket is verstrekt, toont het college dit aan door
                                middel van de door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en
                                Wetenschappen afgegeven beschikkingen, dan wel door middel van de
                                correspondentie tussen burgemeester en wethouders en het
                                desbetreffende schoolbestuur. Van het laatste is sprake indien het
                                college, zonder tussenkomst van het ministerie, zelf heeft voorzien
                                in de eerste aanschaf van onderwijsleerpakket. Indien in het
                                verleden, na inwerkingtreding van de WBO, voor minder groepen
                                onderwijsleerpakket is verstrekt, toont het bevoegd gezag van de
                                school dit aan;</al><al>- het bovenstaand aantal groepen onderwijsleerpakket dient te worden
                                geconverteerd met behulp van onderstaande omrekentabel.</al><tussenkop> Omrekentabel onderwijsleerpakket</tussenkop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Oud</al></entry><entry colname="col2"><al>Nieuw</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3</al></entry><entry colname="col2"><al>3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al> 4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5</al></entry><entry colname="col2"><al> 5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6</al></entry><entry colname="col2"><al> 6</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7</al></entry><entry colname="col2"><al> 7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8</al></entry><entry colname="col2"><al> 8</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9</al></entry><entry colname="col2"><al>10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10</al></entry><entry colname="col2"><al> 11</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11</al></entry><entry colname="col2"><al> 12</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12</al></entry><entry colname="col2"><al>13</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13</al></entry><entry colname="col2"><al> 14</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>14</al></entry><entry colname="col2"><al> 15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>15</al></entry><entry colname="col2"><al> 16</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>16</al></entry><entry colname="col2"><al>17</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>17</al></entry><entry colname="col2"><al> 19</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>18</al></entry><entry colname="col2"><al> 20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>19</al></entry><entry colname="col2"><al> 20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>20</al></entry><entry colname="col2"><al>21</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>21</al></entry><entry colname="col2"><al> 23</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>22</al></entry><entry colname="col2"><al> 24</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>23</al></entry><entry colname="col2"><al> 25</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>24</al></entry><entry colname="col2"><al> 26</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>25</al></entry><entry colname="col2"><al> 28</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>26</al></entry><entry colname="col2"><al>28</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>27</al></entry><entry colname="col2"><al> 30</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>28</al></entry><entry colname="col2"><al> 30</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>29</al></entry><entry colname="col2"><al> 32</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>30</al></entry><entry colname="col2"><al> 33</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>b. Meubilair</al><al>Het aantal groepen waarvoor meubilair aanwezig is, wordt bepaald
                                    aan de hand van de volgende twee stappen:</al><al>- het aantal groepen waarvoor meubilair aanwezig is, is gelijk
                                    aan het aantal groepen waarvoor meubilair noodzakelijk is bij
                                    aanvang van het schooljaar 2001/2002. Indien in het verleden, na
                                    inwerkingtreding van de WBO, voor meer groepen meubilair is
                                    verstrekt, toont het college dit aan door middel van de door het
                                    ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen afgegeven
                                    beschikkingen, dan wel door middel van de correspondentie tussen
                                    burgemeester en wethouders en het desbetreffende schoolbestuur.
                                    Van het laatste is sprake indien het college, zonder tussenkomst
                                    van het ministerie, zelf heeft voorzien in de eerste aanschaf
                                    van meubilair. Indien in het verleden, na inwerkingtreding van
                                    de WBO, voor minder groepen meubilair is verstrekt, toont het
                                    bevoegd gezag van de school dit aan;</al><al>- het bovenstaand aantal groepen meubilair dient te worden
                                    geconverteerd met behulp van onderstaande omrekentabel:</al><tussenkop> Omrekentabel onderwijsleerpakket</tussenkop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Oud</al></entry><entry colname="col2"><al> Nieuw</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3</al></entry><entry colname="col2"><al>3 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al>4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5</al></entry><entry colname="col2"><al> 5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6</al></entry><entry colname="col2"><al> 7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7</al></entry><entry colname="col2"><al> 8</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8</al></entry><entry colname="col2"><al> 9</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9</al></entry><entry colname="col2"><al>11</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10 </al></entry><entry colname="col2"><al>12 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11</al></entry><entry colname="col2"><al> 13</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12</al></entry><entry colname="col2"><al> 14</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13</al></entry><entry colname="col2"><al> 15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>14</al></entry><entry colname="col2"><al> 17</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>15</al></entry><entry colname="col2"><al> 18</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>16</al></entry><entry colname="col2"><al> 19</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>17</al></entry><entry colname="col2"><al> 20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>18</al></entry><entry colname="col2"><al> 22</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>19</al></entry><entry colname="col2"><al> 23</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>20</al></entry><entry colname="col2"><al> 24</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>21</al></entry><entry colname="col2"><al> 25</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>22</al></entry><entry colname="col2"><al> 26</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>23</al></entry><entry colname="col2"><al>27</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>24</al></entry><entry colname="col2"><al> 29</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>25</al></entry><entry colname="col2"><al>30</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>26</al></entry><entry colname="col2"><al> 31</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>27</al></entry><entry colname="col2"><al> 32</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>28</al></entry><entry colname="col2"><al> 33</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>29</al></entry><entry colname="col2"><al> 34</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>30</al></entry><entry colname="col2"><al> 36</al></entry></row></tbody></tgroup></table></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.6 Gymnastiekruimten</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.6.1 Gymnastiekruimte</titel></kop><structuurtekst><al>De capaciteit van een gymnastiekruimte voor het basisonderwijs
                                bedraagt 40 klokuren.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.6.2 Terrein</titel></kop><structuurtekst><al>De terreinoppervlakte is de oppervlakte zoals vastgelegd bij het
                                Kadaster. Slechts de terreinoppervlakte van de vrijstaande
                                gymnastiekruimten gelegen op eigen terrein, los van het terrein van
                                het lesgebouw, wordt geregistreerd.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.6.3 Inventaris</titel></kop><structuurtekst><al>De inventaris aanwezig op 1 januari 1997 wordt geacht voldoende te
                                zijn.</al><al>2 School voor (voortgezet) speciaal onderwijs</al><al>De capaciteit van de gebouwen voor een school voor (voortgezet)
                                speciaal onderwijs wordt volgens onderstaande methodiek
                                vastgesteld.</al><al>Het college kan in overeenstemming met het bevoegd gezag van de
                                school besluiten tot verminderen van de met onderstaande methodiek
                                vastgestelde capaciteit, indien de hierdoor beschikbaar komende
                                ruimten worden ingezet ten behoeve van culturele, maatschappelijke
                                of recreatieve doeleinden.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.1 Hoofdgebouwen met een permanente of tijdelijke
                                bouwaard</titel></kop><structuurtekst><al>De bruto-vloeroppervlakte (verder aan te duiden als BVO) van een
                                gebouw is de BVO zoals bepaald aan de hand van het gestelde in III 1
                                'De meetinstructie voor het vaststellen van de
                                bruto-vloeroppervlakte van de schoolgebouwen in het primair
                                onderwijs'.</al><al>De capaciteit van een gebouw wordt vastgelegd in het aantal groepen
                                waarvoor een gebouw geschikt is. Dit aantal groepen is het aantal
                                lokalen verminderd met 1. In het speciaal onderwijs wordt het aantal
                                lokalen verminderd met 2 indien het gebouw bestaat uit meer dan 13
                                lokalen en wordt het aantal lokalen verminderd met 3 indien het
                                gebouw bestaat uit meer dan 26 lokalen om het aantal groepen te
                                bepalen waarvoor het gebouw geschikt is. In het voortgezet speciaal
                                onderwijs wordt het aantal lokalen verminderd met 2 indien het
                                gebouw bestaat uit meer dan 14 lokalen en wordt het aantal lokalen
                                verminderd met 3 indien het gebouw bestaat uit meer dan 28 lokalen
                                om het aantal groepen te bepalen waarvoor het gebouw geschikt
                                is.</al><al>Indien het een school betreft voor het (voortgezet) speciaal
                                onderwijs wordt de capaciteit van het gebouw berekend door het
                                aantal mogelijk te huisvesten groepen voor het speciaal onderwijs en
                                het voortgezet speciaal onderwijs afzonderlijk te bepalen.</al><al>Het aantal lokalen in een gebouw betreft het aantal lesruimten,
                                inclusief de vaklokalen, groter dan of gelijk aan 42 m². De
                                speellokalen worden niet meegeteld. Indien een deel van een gebouw
                                is gerealiseerd met andere dan overheidsmiddelen en hiervoor geen
                                (rijks)vergoeding wordt genoten, wordt dit deel niet tot de
                                capaciteit van het gebouw gerekend. Dit deel wordt wel
                                geregistreerd.</al><al>Om te kunnen bepalen of een gebouw is overgedimensioneerd dient een
                                relatie te worden gelegd tussen de capaciteitsbepaling van een
                                gebouw op basis van het aantal groepen en normatieve
                                capaciteitsvaststelling.</al><al>Het aantal groepen, waarvoor een gebouw normatief geschikt is,
                                wordt, op basis van de BVO, vastgesteld met behulp van de
                                oppervlakteformules, voor gebouwen met een permanente bouwaard, van
                                tabel 4 ‘Ruimtenormering (V)SO’. Voor de vaststelling van het aantal
                                groepen, waarvoor een gebouw normatief geschikt is voor gebouwen met
                                een tijdelijke bouwaard worden de tabellen 2 ‘Gebouwen met een
                                tijdelijke bouwaard, zelfstandige huisvesting’ en tabel 3 ‘Gebouwen
                                met een tijdelijke bouwaard, aanvullende huisvesting’
                                gehanteerd.</al><tussenkop> Tabel 4 Ruimtenormering (V)SO</tussenkop><table><tgroup cols="7"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="14*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="14*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="14*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="14*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="14*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="14*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="14*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Schoolsoort</al></entry><entry colname="col2"><al>Vaste voet m²</al></entry><entry colname="col3"><al> Incl.</al></entry><entry colname="col4"><al>m² per groep</al></entry><entry colname="col5" nameend="col6" namest="col5"><al>Correctie m² VSO</al></entry><entry colname="col7"><al>Toeslag m² extra ruimte</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>SO doven</al></entry><entry colname="col2"><al>775</al></entry><entry colname="col3"><al> 7</al></entry><entry colname="col4"><al>75</al></entry><entry colname="col5" nameend="col6" namest="col5"><al/></entry><entry colname="col7"><al>105</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>VSO doven</al></entry><entry colname="col2"><al> 800</al></entry><entry colname="col3"><al>7</al></entry><entry colname="col4"><al>84</al></entry><entry colname="col5" nameend="col6" namest="col5"><al/></entry><entry colname="col7"><al>60</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5" nameend="col6" namest="col5"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SO sh/esm</al></entry><entry colname="col2"><al>628</al></entry><entry colname="col3"><al>4</al></entry><entry colname="col4"><al>95</al></entry><entry colname="col5" nameend="col6" namest="col5"><al/></entry><entry colname="col7"><al> 130</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SO visg</al></entry><entry colname="col2"><al> 727</al></entry><entry colname="col3"><al>4</al></entry><entry colname="col4"><al>96</al></entry><entry colname="col5" nameend="col6" namest="col5"><al/></entry><entry colname="col7"><al> 116</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SO lg</al></entry><entry colname="col2"><al>850</al></entry><entry colname="col3"><al>4</al></entry><entry colname="col4"><al>134</al></entry><entry colname="col5" nameend="col6" namest="col5"><al/></entry><entry colname="col7"><al>150</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SO lz</al></entry><entry colname="col2"><al>638</al></entry><entry colname="col3"><al>4</al></entry><entry colname="col4"><al>100</al></entry><entry colname="col5" nameend="col6" namest="col5"><al/></entry><entry colname="col7"><al>105</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SO lom/mlk</al></entry><entry colname="col2"><al>600</al></entry><entry colname="col3"><al>4</al></entry><entry colname="col4"><al>95</al></entry><entry colname="col5" nameend="col6" namest="col5"><al/></entry><entry colname="col7"><al>125</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SO zmlk</al></entry><entry colname="col2"><al> 585</al></entry><entry colname="col3"><al>4</al></entry><entry colname="col4"><al>95</al></entry><entry colname="col5" nameend="col6" namest="col5"><al/></entry><entry colname="col7"><al>100</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SO zmok</al></entry><entry colname="col2"><al>585</al></entry><entry colname="col3"><al>4</al></entry><entry colname="col4"><al>95</al></entry><entry colname="col5" nameend="col6" namest="col5"><al/></entry><entry colname="col7"><al>105</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SO pi</al></entry><entry colname="col2"><al>575</al></entry><entry colname="col3"><al>4</al></entry><entry colname="col4"><al>95</al></entry><entry colname="col5" nameend="col6" namest="col5"><al/></entry><entry colname="col7"><al>92</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SO mg</al></entry><entry colname="col2"><al>733</al></entry><entry colname="col3"><al>4</al></entry><entry colname="col4"><al>110</al></entry><entry colname="col5" nameend="col6" namest="col5"><al/></entry><entry colname="col7"><al>132</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>VSO sh/esm</al></entry><entry colname="col2"><al>563</al></entry><entry colname="col3"><al>4</al></entry><entry colname="col4"><al>84</al></entry><entry colname="col5" nameend="col6" namest="col5"><al/></entry><entry colname="col7"><al>65</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>VSO visg</al></entry><entry colname="col2"><al>660</al></entry><entry colname="col3"><al>4</al></entry><entry colname="col4"><al>88</al></entry><entry colname="col5" nameend="col6" namest="col5"><al/></entry><entry colname="col7"><al>45</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>VSO lg</al></entry><entry colname="col2"><al>725</al></entry><entry colname="col3"><al>4</al></entry><entry colname="col4"><al>110</al></entry><entry colname="col5" nameend="col6" namest="col5"><al/></entry><entry colname="col7"><al>70</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>VSO lz</al></entry><entry colname="col2"><al>575</al></entry><entry colname="col3"><al>4</al></entry><entry colname="col4"><al>80</al></entry><entry colname="col5" nameend="col6" namest="col5"><al/></entry><entry colname="col7"><al>90</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>VSO zmlk</al></entry><entry colname="col2"><al>600</al></entry><entry colname="col3"><al>4</al></entry><entry colname="col4"><al>93</al></entry><entry colname="col5" nameend="col6" namest="col5"><al/></entry><entry colname="col7"><al>80</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>VSO zmok</al></entry><entry colname="col2"><al>600</al></entry><entry colname="col3"><al>4</al></entry><entry colname="col4"><al>80</al></entry><entry colname="col5" nameend="col6" namest="col5"><al/></entry><entry colname="col7"><al>102</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>VSO pi</al></entry><entry colname="col2"><al>535</al></entry><entry colname="col3"><al>4</al></entry><entry colname="col4"><al>80</al></entry><entry colname="col5" nameend="col6" namest="col5"><al/></entry><entry colname="col7"><al>75</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>VSO mg</al></entry><entry colname="col2"><al>725</al></entry><entry colname="col3"><al>4</al></entry><entry colname="col4"><al>113</al></entry><entry colname="col5" nameend="col6" namest="col5"><al/></entry><entry colname="col7"><al>60</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5" nameend="col6" namest="col5"><al>Correctie m²</al></entry><entry colname="col7"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al>SO</al></entry><entry colname="col6"><al>VSO</al></entry><entry colname="col7"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>sg doven</al></entry><entry colname="col2"><al>775</al></entry><entry colname="col3"><al>6</al></entry><entry colname="col4"><al>77 </al></entry><entry colname="col5"><al>7 </al></entry><entry colname="col6"><al>105</al></entry><entry colname="col7"><al>60 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>sg sh/esm</al></entry><entry colname="col2"><al>628 </al></entry><entry colname="col3"><al> 3</al></entry><entry colname="col4"><al>96 </al></entry><entry colname="col5"><al>-12</al></entry><entry colname="col6"><al>115</al></entry><entry colname="col7"><al>60 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>sg visg</al></entry><entry colname="col2"><al>727 </al></entry><entry colname="col3"><al>3 </al></entry><entry colname="col4"><al>96 </al></entry><entry colname="col5"><al> -10 </al></entry><entry colname="col6"><al>116</al></entry><entry colname="col7"><al>45 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>sg lg</al></entry><entry colname="col2"><al>850 </al></entry><entry colname="col3"><al>3</al></entry><entry colname="col4"><al>135 </al></entry><entry colname="col5"><al>-27 </al></entry><entry colname="col6"><al>135</al></entry><entry colname="col7"><al>70 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>sg lz</al></entry><entry colname="col2"><al>638</al></entry><entry colname="col3"><al>3</al></entry><entry colname="col4"><al>99</al></entry><entry colname="col5"><al>-14</al></entry><entry colname="col6"><al>120</al></entry><entry colname="col7"><al>65</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>sg mlk</al></entry><entry colname="col2"><al>600</al></entry><entry colname="col3"><al>3</al></entry><entry colname="col4"><al>102</al></entry><entry colname="col5"><al>8</al></entry><entry colname="col6"><al>105</al></entry><entry colname="col7"><al>50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>sg zmlk</al></entry><entry colname="col2"><al>585</al></entry><entry colname="col3"><al>3</al></entry><entry colname="col4"><al>97</al></entry><entry colname="col5"><al> -2</al></entry><entry colname="col6"><al>100</al></entry><entry colname="col7"><al>80</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>sg zmok</al></entry><entry colname="col2"><al>585</al></entry><entry colname="col3"><al>3</al></entry><entry colname="col4"><al>105</al></entry><entry colname="col5"><al>-19</al></entry><entry colname="col6"><al>55</al></entry><entry colname="col7"><al>85</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>sg lom</al></entry><entry colname="col2"><al>600</al></entry><entry colname="col3"><al>3</al></entry><entry colname="col4"><al>104</al></entry><entry colname="col5"><al>5</al></entry><entry colname="col6"><al>75</al></entry><entry colname="col7"><al>70</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>sg pi</al></entry><entry colname="col2"><al>575</al></entry><entry colname="col3"><al>3</al></entry><entry colname="col4"><al>95</al></entry><entry colname="col5"><al>-12</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>92</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>sg mg</al></entry><entry colname="col2"><al>733</al></entry><entry colname="col3"><al>3</al></entry><entry colname="col4"><al>108</al></entry><entry colname="col5"><al>5</al></entry><entry colname="col6"><al>132</al></entry><entry colname="col7"><al>50</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>De vaste voet aan bruto-vloeroppervlakte is inclusief ruimten
                                    voor een bepaald aantal groepen. Dit aantal groepen is in de
                                    kolom ‘incl.’ gegeven. De relatie tussen de vaste voet en de
                                    minimum opheffingsnorm voor de scholen is hiermee in stand
                                    gebleven.</al><al>In de bruto-vloeroppervlakte voor SOVSO scholen is uitgegaan van
                                    dezelfde vaste voet als voor de SO component. Het aantal m² per
                                    groep, alsmede de extra toe te kennen ruimte kan anders zijn dan
                                    bij categoriale SO of VSO scholen. Tevens wordt op het aantal
                                    vierkante meters per groep een correctie toegepast voor het
                                    aantal aanwezige VSO groepen.</al><al>Een voorbeeld van de berekening van het aantal m² is in de
                                    toelichting opgenomen.</al><al>De toeslag voor extra ruimte (ER) omvat een aantal extra m² voor
                                    het creëren van een extra lokaal, niet zijnde een speellokaal
                                    (hiervoor geldt een aparte toeslag). In het speciaal onderwijs
                                    wordt de toeslag ER toegekend bij het vormen van de 12e groep,
                                    in het voortgezet speciaal onderwijs bij het vormen van de 13e
                                    groep.</al><al>Indien het aantal groepen waarvoor het gebouw normatief geschikt
                                    is, zoals vastgesteld op basis van de tabel ruimtenormering
                                    (V)SO, groter is dan het aantal groepen, zijnde de capaciteit op
                                    basis van het aantal lokalen, wordt de zogenaamde
                                    verschiloppervlakte bepaald tussen de werkelijke BVO en de BVO
                                    behorend bij het aantal groepen waarvoor het gebouw geschikt is.
                                    Deze verschiloppervlakte is het aantal m² waarmee het gebouw is
                                    ‘overgedimensioneerd’ en wordt als zodanig geregistreerd. De
                                    registratie vindt plaats vanwege het mogelijk verwerken van deze
                                    ‘overdimensionering’ van de BVO op het moment dat het gebouw ten
                                    behoeve van de vergroting van de capaciteit moet worden
                                    uitgebreid.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.2 Dislocaties of nevenvestigingen, gebouwen met een permanente
                                of een tijdelijke bouwaard</titel></kop><structuurtekst><al>De capaciteit van een gebouw wordt vastgelegd in het aantal groepen
                                waarvoor het gebouw geschikt is. Per groep met leerlingen jonder dan
                                6 jaar wordt uitgegaan van maximaal 3,75 klokuur gymnastiek indien
                                de school of nevenvestiging niet de beschikking heeft over een
                                speellokaal. Per groep met leerlingen van 6 jaar en ouder wordt
                                uigegaan van maximaal 2,25 klokuur gymnastiek. De speellokalen
                                worden niet meegeteld.</al><al>Voor de bepaling van de overdimensionering van een nevenvestiging
                                wordt de normatieve capaciteit van een nevenvestiging bepaald met
                                behulp van tabel 3 ‘gebouwen met een tijdelijke bouwaard,
                                aanvullende huisvesting’ uit hoofdstuk 1 van deze bijlage.</al><al>N.B.: Voor dislocaties is de ‘overdimensionering’ niet te
                                bepalen.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.3 Rangorde hoofdgebouwen en dislocaties</titel></kop><structuurtekst><al>De vaststelling van de rangorde geschiedt om te kunnen bepalen van
                                welk gebouw als eerste het gebruik beëindigd wordt als er sprake is
                                van een daling van het aantal leerlingen. Dit is het gebouw met het
                                hoogste rangordenummer.</al><al>Indien een voorziening in de huisvesting bestaat uit een hoofdgebouw
                                en een of meerdere dislocaties, wordt de rangorde tussen deze
                                gebouwen vastgesteld. Dit is de rangorde zoals deze is vastgelegd in
                                de gegevensadministratie van het ministerie van Onderwijs, Cultuur
                                en Wetenschappen. Indien de rangorde opnieuw moet worden
                                vastgesteld, omdat nieuwe gebouwen moeten worden toegevoegd, wordt
                                de rangorde als volgt vastgesteld.</al><al>Het hoofdgebouw krijgt nummer 1, vervolgens vindt doornummering
                                plaats voor de dislocaties met een permanente bouwaard te beginnen
                                met de dislocatie met de grootste capaciteit en vervolgens de
                                dislocaties met een tijdelijk bouwaard te beginnen met de dislocatie
                                met de grootste capaciteit.</al><al>Het hoofdgebouw is het gebouw dat qua oppervlakte, indeling en
                                bouwkundige staat, het meest geschikt is om als het enige gebouw
                                voor de school te dienen. Dit is in de regel het grootste
                                gebouw.</al><al>De vaststelling van de rangorde vindt plaats conform het
                                vorenstaande tenzij na overleg tussen het bevoegd gezag van de
                                school en burgemeester en wethouders, het college anders
                                beslist.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.4 Terrein</titel></kop><structuurtekst><al>Onder terrein dient te worden verstaan het kadastraal perceel of de
                                kadastrale percelen waarop het schoolgebouw met toebehoren zich
                                bevindt. De terreinoppervlakte is gelijk aan de grootte in de
                                kadastrale registratie van het Kadaster.</al><al>Indien de kadastrale perceelgrenzen niet overeenkomen met de grenzen
                                van het schoolterrein dan wordt het met overheidsmiddelen bekostigde
                                deel van de terreinoppervlakte vastgelegd.</al><tussenkop> 2.5 Inventaris</tussenkop><al>De inventarisgegevens betreffen de gegevens ter vaststelling van
                                    het aantal groepen van de desbetreffende school waarvoor het
                                    onderwijsleerpakket en meubilair aanwezig is. Het aantal groepen
                                    waarvoor inventaris aanwezig is, is gelijk aan het aantal
                                    groepen waarvoor huisvesting noodzakelijk is bij aanvang van het
                                    schooljaar 1996/1997. Indien in het verleden voor meer groepen
                                    inventaris is verstrekt, toont het college dit aan door middel
                                    van de door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en
                                    Wetenschappen afgegeven beschikkingen, dan wel door middel van
                                    de correspondentie tussen het college en het desbetreffende
                                    schoolbestuur. Van het laatste is sprake indien het college,
                                    zonder tussenkomst van het ministerie, zelf hebben voorzien in
                                    de eerste aanschaf van onderwijsleerpakket en meubilair. Indien
                                    in het verleden, na inwerkingtreding van de ISOVSO, voor minder
                                    groepen inventaris is verstrekt, toont het bevoegd gezag van de
                                    school dit aan.</al><al>De aanwezigheid van het onderwijsleerpakket en de aanwezigheid
                                    van het meubilair worden afzonderlijk vastgelegd.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.6 Gymnastiekruimten</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.6.1 Gymnastiekruimte</titel></kop><structuurtekst><al>De capaciteit van een gymnastiekruimte voor het (voortgezet)
                                speciaal onderwijs bedraagt 40 klokuren.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.6.2 Terrein</titel></kop><structuurtekst><al>De terreinoppervlakte is de oppervlakte zoals vastgelegd bij het
                                Kadaster. Slechts de terreinoppervlakte van de vrijstaande
                                gymnastiekruimten gelegen op eigen terrein, los van het terrein van
                                het lesgebouw, wordt geregistreerd.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.6.3 Inventaris</titel></kop><structuurtekst><al>De inventaris aanwezig op 1 januari 1997 wordt geacht voldoende te
                                zijn.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3 School voor voortgezet onderwijs</titel></kop><structuurtekst><al>De capaciteit van de gebouwen voor een school voor voortgezet
                                onderwijs wordt vastgelegd in gegevens over:</al><lijst><li nr="-"><al>oppervlakte directie- en nevenruimten;</al></li><li nr="-"><al>het aantal specifieke ruimten</al></li><li nr="-"><al>het aantal werkplaatsen;</al></li><li nr="-"><al>het aantal lesruimten;</al></li></lijst><al>Het college kan in overeenstemming met het bevoegd gezag van de
                                school besluiten tot vermindering van de met onderstaande methodiek
                                vastgestelde capaciteit, indien de hierdoor beschikbaar komende
                                ruimten worden ingezet ten behoeve van culturele, maatschappelijke
                                of recreatieve doeleinden.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.1 Hoofdgebouwen, nevenvestigingen en dislocaties met een
                                permanente of een tijdelijke bouwaard</titel></kop><structuurtekst><al>De bruto-vloeroppervlakte (verder aan te duiden als BVO) van een
                                gebouw is de BVO zoals bepaald aan de hand van het gestelde in III-2
                                ‘De meetinstructie voor het vaststellen van de BVO van de
                                schoolgebouwen in het voortgezet onderwijs’.</al><al>Naast de bruto-vloeroppervlakte zal het gegeven ‘aantal
                                gymnastieklokalen’ moeten worden vastgelegd, evenals het gegeven
                                ‘aantal specifieke ruimten en werkplaatsen’ indien en voorzover deze
                                noodzakelijk zijn in het kader van aanvragen betreffende uitbreiding
                                dan wel medegebruik. Bij het gegeven ‘aantal specifieke ruimten en
                                werkplaatsen’ moeten de ruimtesoorten worden onderscheiden zoals
                                deze binnen het Ruimtebehoeftemodel zijn opgenomen.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.2 Rangorde hoofdgebouwen en dislocaties</titel></kop><structuurtekst><al>De vaststelling van de rangorde geschiedt om te kunnen bepalen van
                                welk gebouw als eerste het gebruik beëindigd wordt als er sprake is
                                van een daling van het aantal leerlingen. Dit is het gebouw met het
                                hoogste rangordenummer. Indien een voorziening in de huisvesting
                                bestaat uit een hoofdgebouw (of nevenvestiging) en een of meer
                                dislocaties, wordt de rangorde tussen deze gebouwen vastgesteld. Dit
                                is de rangorde zoals vastgelegd in de Basisregistratie Huisvesting
                                van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Indien
                                de rangorde opnieuw moet worden vastgesteld, doordat nieuwe gebouwen
                                moeten worden toegevoegd, wordt de rangorde als volgt
                                vastgesteld.</al><al>Het hoofdgebouw krijgt nummer 1, vervolgens vindt doornummering
                                plaats voor de dislocaties met een permanente bouwaard te beginnen
                                met de dislocatie met de grootste capaciteit en vervolgens de
                                dislocaties met een tijdelijke bouwaard te beginnen met de
                                dislocatie met de grootste capaciteit.</al><al>De vaststelling van de rangorde vindt plaats conform het
                                bovenstaande tenzij, na overleg tussen het bevoegd gezag van de
                                school en het college, het college anders beslist.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.3 Terrein</titel></kop><structuurtekst><al>De terreinoppervlakte is de oppervlakte zoals is vastgelegd in de
                                Basisregistratie Huisvesting (BRHU) van het ministerie van
                                Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. De terreinoppervlakte behorende
                                bij nieuw in de bekostiging op te nemen gebouwen of uitbreiding van
                                gebouwen wordt vastgelegd conform de bij het kadaster vastgelegde
                                gegevens.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.4 Inventaris</titel></kop><structuurtekst><al>Voor de inventaris is het uitgangspunt dat op 1 januari 1997 alle
                                instellingen voor voortgezet onderwijs zijn voorzien van een
                                inventaris.</al><al>De bruto-vloeroppervlakte algemene ruimten en het aantal specifieke
                                ruimten en werkplaatsen als zodanig is de basis voor de vaststelling
                                van de omvang van de aanwezige inventaris.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.5 Gymnastiekruimten</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.5.1 Gymnastiekruimte</titel></kop><structuurtekst><al>De capaciteit van een gymnastiekruimte voor het voortgezet onderwijs
                                bedraagt 40 uur.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.5.2 Terrein</titel></kop><structuurtekst><al>Onder terrein dient te worden verstaan het kadastraal perceel of de
                                kadastrale percelen waarop het schoolgebouw met toebehoren zich
                                bevindt. De terreinoppervlakte is gelijk aan de grootte in de
                                kadastrale registratie van het Kadaster.</al><al>Indien de kadastrale perceelgrenzen niet overeenkomen met de grenzen
                                van het schoolterrein dan wordt het met overheidsmiddelen bekostigde
                                deel van de terreinoppervlakte vastgelegd.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.5.3 Inventaris</titel></kop><structuurtekst><al>De inventaris aanwezig op 1 januari 1997 wordt geacht voldoende te
                                zijn.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>DEEL B Wijze van bepalen van de ruimtebehoefte</titel></kop><afdeling><kop><titel>1 School voor basisonderwijs</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.1 Lesgebouwen</titel></kop><structuurtekst><al>Basisschool</al><al>Voor een basisschool is het aantal groepen bepalend voor de
                                huisvestingsbehoefte. Het bepalen van de huisvestingsbehoefte als
                                gevolg van een aanvraag voor opneming op het programma, is
                                afhankelijk van de vraag of een voor blijvend gebruik bestemde
                                voorziening dan wel een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening
                                wordt toegekend. Ten behoeve van de bepaling van de omvang van een
                                voor blijvend gebruik bestemde voorziening voor een basisschool
                                wordt voor de bepaling van de ruimtebehoefte van de school uitgegaan
                                van de formule onder a. Ten behoeve van de bepaling van de omvang
                                van een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening voor een
                                basisschool wordt voor de bepaling van de ruimtebehoefte van de
                                school uitgegaan van de formule onder b.</al><al>De formatie die aan basisscholen wordt toegekend is opgebouwd uit de
                                bestanddelen formatie onderbouw (A), formatie bovenbouw (B), kleine
                                scholentoeslag (C) en schoolgewicht (D).</al><al>a. Formule ten behoeve van de bepaling van de omvang van een voor
                                blijvend gebruik bestemde voorziening voor een basisschool:</al><al>G = (A + B + C) / 179</al><al>waarbij:</al><al>G = de ruimtebehoefte van de school uitgedrukt in een aantal
                                groepen.</al><al>Het verkregen getal G wordt rekenkundig afgerond op een geheel
                                aantal groepen;</al><al>A = het aantal leerlingen van 4 tot en met 7 jaar dat op 1 oktober
                                voorafgaande aan elk jaar waarop de prognose betrekking heeft op de
                                school zal zijn ingeschreven, vermenigvuldigd met 9.</al><al>Het verkregen getal A wordt niet afgerond;</al><al>B = het aantal leerlingen van 8 jaar en ouder dat op 1 oktober
                                voorafgaande aan elk jaar waarop de prognose betrekking heeft op de
                                school zal zijn ingeschreven, vermenigvuldigd met 6,17.</al><al>Het verkregen getal B wordt niet afgerond.</al><al>C = 280 minus (het totaal aantal leerlingen dat op 1 oktober
                                voorafgaande aan elk jaar waarop de prognose betrekking heeft op de
                                school zal zijn ingeschreven, vermenigvuldigd met 2,06. Indien de
                                uitkost van deze berekening negatief is wordt de factor C op 0
                                bepaald.</al><al>Het verkregen getal C wordt niet afgerond.</al><al>b. Formule ten behoeve van de bepaling van de omvang van een voor
                                tijdelijk gebruik bestemde voorziening voor een basisschool:</al><al>G = (A + B + C + D) / 179 + E + 0,5F</al><al>Waarbij:</al><al>G = de ruimtebehoefte van de school uitgedrukt in een aantal
                                groepen. Het verkregen getal G wordt rekenkundig afgerond op een
                                geheel aantal groepen.</al><al>A=a Het aantal leerlingen van 4 tot en met 7 jaar dat op de meest
                                recente teldatum 1 oktober op de school is ingeschreven,
                                vermenigvuldigd met 9.</al><al>b (indien de formatie opnieuw wordt berekend bij een toename van het
                                aantal leerlingen zoals bedoeld in het Besluit bekostiging WPO) het
                                aantal leerlingen van 4 tot en met 7 jaar dat op de datum van de
                                meest recente telling op de school is ingeschreven, vermenigvuldigd
                                met 9.</al><al>Het verkregen getal wordt niet afgerond.</al><al>B=a Het aantal leerlingen van 8 jaar en ouder dat op de meest
                                recente teldatum 1 oktober op de school is ingeschreven,
                                vermenigvuldigd met 6,17.</al><al>b (indien de formatie opnieuw wordt berekend bij een toename van het
                                aantal leerlingen zoals bedoeld in het Besluit bekostiging WPO) het
                                aantal leerlingen van 8 jaar en ouder dat op de datum van de meest
                                recente telling op de school is ingeschreven, vermenigvuldigd met
                                6,17.</al><al>Het verkregen getal wordt niet afgerond.</al><al>C=a 280 minus (het totaal aantal leerlingen dat op de meest recente
                                teldatum 1 oktober op de school is ingeschreven, vermenigvuldigd met
                                2,06).</al><al>b (indien de formatie opnieuw wordt berekend bij een toename van het
                                aantal leerlingen zoals bedoeld in het Besluit bekostiging WPO) 280
                                minus (het totaal aantal leerlingen dat op de datum van de meest
                                recente telling op de school is ingeschreven, vermenigvuldigd met
                                2,06).</al><al>Indien de uitkomst van deze berekening negatief is, wordt de factor
                                C op 0 bepaald.</al><al>Het verkregen getal wordt niet afgerond.</al><al>D=a Som van de gewichten op basis van het totaal aantal leerlingen
                                dat op de meest recente teldatum 1 oktober op de school is
                                ingeschreven, verminderd met 8,35% van het totaal aantal leerlingen
                                dat op de meest recente teldatum 1 oktober op de school is
                                ingeschreven. Indien het schoolgewicht D hoger is dan 80% van het
                                aantal op de meest recente teldatum 1 oktober ingeschreven
                                leerlingen van de school, wordt het schoolgewicht D vastgesteld op
                                80% van het aantal op de meest recente teldatum 1 oktober op de
                                school ingeschreven leerlingen. Het verkregen getal wordt
                                rekenkundig afgerond op een geheel getal. Dit gehele getal wordt
                                vervolgens vermenigvuldigd met 3,2.</al><al>b (indien de formatie opnieuw wordt berekend bij een toename van het
                                aantal leerlingen zoals bedoeld in het Besluit bekostiging WPO) som
                                van de gewichten op basis van het totaal aantal leerlingen dat op de
                                datum van de meest recente telling op de school is ingeschreven,
                                verminderd met 8,35% van het totaal aantal leerlingen dat op de
                                datum van de meest recente telling op de school is ingeschreven.
                                Indien het schoolgewicht D hoger is dan 80% van het aantal op de
                                meest recente telling ingeschreven leerlingen van de school, wordt
                                het schoolgewicht D vastgesteld op 80% van het aantal op de meest
                                recente telling op de school ingeschreven leerlingen. Het verkregen
                                getal wordt rekenkundig afgerond op een geheel getal. Dit gehele
                                getal wordt vervolgens vermenigvuldigd met 3,2. Indien de uitkomst
                                van deze berekening negatief is, wordt de factor D op 0 bepaald. Het
                                verkregen getal wordt niet afgerond.</al><al>E= Aanvullende formatie op grond van bijzondere omstandigheden,
                                toegekend op basis van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20het%20primair%20onderwijs/article=120%20">artikel 120 vijfde lid van de Wet op het primair
                                    onderwijs</extref>.</al><al>F= Het aantal formatieplaatsen onderwijsachterstandenbestrijding dat
                                door de gemeente wordt bekostigd vanuit de specifieke
                                uitkering.</al><al>Speciale school voor basisonderwijs</al><al>Voor een speciale school voor basisonderwijs is het aantal groepen
                                bepalend voor de omvang van de permanente en voor de omvang van de
                                tijdelijke voorziening. Het aantal groepen wordt bepaald door het
                                aantal leerlingen te delen door de ‘N-factor’. De N-factor voor een
                                speciale school voor basisonderwijs is 15. Het verkregen getal wordt
                                alleen naar boven afgerond indien het cijfer achter de komma groter
                                is dan 5. In het andere geval wordt het getal naar beneden
                                afgerond.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.2 Gymnastiekruimten</titel></kop><structuurtekst><al>Basisschool</al><al>Voor een basisschool is het aantal groepen bepalend voor het aantal
                                klokuren gymnastiek.</al><al>Per groep 6-12-jarigen wordt uitgegaan van maximaal 1,5 klokuur
                                gymnastiek. Het aantal groepen is afhankelijk van het aantal
                                formatieplaatsen. Ten behoeve van de bepaling van het aantal
                                formatieplaatsen wordt uitgegaan van de formule</al><al>G = (A + B + C + D) / 179</al><al>De componenten G, A, B, C en D zijn identiek aan de componenten
                                zoals opgenomen in de formule voor tijdelijk gebruik bestemde
                                voorzieningen in bijlage III, deel B, onder 1.1.</al><al>Voor het bepalen van het aantal groepen 6-12-jarigen wordt
                                aangesloten bij het normatieve overzicht ‘splitsing aantal groepen
                                leerlingen’ zoals weergegeven in tabel 5</al><tussenkop> Tabel 5 ‘Splitsingstabel aantal groepen leerlingen
                                    (G)’</tussenkop><al>Deze tabel geeft inzicht in de genormeerde splitsing van het
                                    aantal groepen leerlingen (G) in groepen 4- en 5-jarigen en
                                    groepen 6- tot en met 12-jarigen ten behoeve van het onderwijs
                                    in de lichamelijke oefening. Vanaf 2002 wordt uitgegaan van de
                                    volledige doorvoering van de groepsgrootteverkleining.</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Aantal groepen per school (G)</al></entry><entry colname="col2"><al>Aantal groepen 4/5-jarigen</al></entry><entry colname="col3"><al>Aantal groepen 6/12-jarigen</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>1</al></entry><entry colname="col3"><al>1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3</al></entry><entry colname="col2"><al>1</al></entry><entry colname="col3"><al>2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al>2</al></entry><entry colname="col3"><al>2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5</al></entry><entry colname="col2"><al>2</al></entry><entry colname="col3"><al>3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6</al></entry><entry colname="col2"><al>2</al></entry><entry colname="col3"><al>4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7</al></entry><entry colname="col2"><al>3</al></entry><entry colname="col3"><al>4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8</al></entry><entry colname="col2"><al>3</al></entry><entry colname="col3"><al>5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9</al></entry><entry colname="col2"><al>3</al></entry><entry colname="col3"><al>6</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10</al></entry><entry colname="col2"><al>3</al></entry><entry colname="col3"><al>7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11</al></entry><entry colname="col2"><al>4</al></entry><entry colname="col3"><al>7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12</al></entry><entry colname="col2"><al>4</al></entry><entry colname="col3"><al>8</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13</al></entry><entry colname="col2"><al>4</al></entry><entry colname="col3"><al>9</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>14</al></entry><entry colname="col2"><al>5</al></entry><entry colname="col3"><al>9</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>15</al></entry><entry colname="col2"><al>5</al></entry><entry colname="col3"><al>10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>16</al></entry><entry colname="col2"><al>5</al></entry><entry colname="col3"><al>11</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>17</al></entry><entry colname="col2"><al>6</al></entry><entry colname="col3"><al>11</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>18</al></entry><entry colname="col2"><al>6</al></entry><entry colname="col3"><al>12</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>19</al></entry><entry colname="col2"><al>6</al></entry><entry colname="col3"><al>13</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>20</al></entry><entry colname="col2"><al>6</al></entry><entry colname="col3"><al>14</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>21</al></entry><entry colname="col2"><al>7</al></entry><entry colname="col3"><al>14</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>22</al></entry><entry colname="col2"><al>7</al></entry><entry colname="col3"><al>15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>23</al></entry><entry colname="col2"><al>7</al></entry><entry colname="col3"><al>16</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>24</al></entry><entry colname="col2"><al>8</al></entry><entry colname="col3"><al>16</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>25</al></entry><entry colname="col2"><al>8</al></entry><entry colname="col3"><al>17</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>26</al></entry><entry colname="col2"><al>8</al></entry><entry colname="col3"><al>18</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>27</al></entry><entry colname="col2"><al>9</al></entry><entry colname="col3"><al>18</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>28</al></entry><entry colname="col2"><al>9</al></entry><entry colname="col3"><al>19</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>29</al></entry><entry colname="col2"><al>9</al></entry><entry colname="col3"><al>20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>30</al></entry><entry colname="col2"><al>9</al></entry><entry colname="col3"><al>21</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>31</al></entry><entry colname="col2"><al>10</al></entry><entry colname="col3"><al>21</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>32</al></entry><entry colname="col2"><al>10</al></entry><entry colname="col3"><al>22</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>33 </al></entry><entry colname="col2"><al>10 </al></entry><entry colname="col3"><al>23</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>34</al></entry><entry colname="col2"><al>11</al></entry><entry colname="col3"><al>23</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>35</al></entry><entry colname="col2"><al>11</al></entry><entry colname="col3"><al>24</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>36</al></entry><entry colname="col2"><al>11</al></entry><entry colname="col3"><al>25</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>37</al></entry><entry colname="col2"><al>11</al></entry><entry colname="col3"><al>26</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>38</al></entry><entry colname="col2"><al>12</al></entry><entry colname="col3"><al>26</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>39</al></entry><entry colname="col2"><al>12</al></entry><entry colname="col3"><al>27</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>40</al></entry><entry colname="col2"><al>12</al></entry><entry colname="col3"><al>28</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>41</al></entry><entry colname="col2"><al>13</al></entry><entry colname="col3"><al>28</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>42</al></entry><entry colname="col2"><al>13</al></entry><entry colname="col3"><al>29</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>43</al></entry><entry colname="col2"><al>13</al></entry><entry colname="col3"><al>30</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>44</al></entry><entry colname="col2"><al>14</al></entry><entry colname="col3"><al>30</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>45</al></entry><entry colname="col2"><al>14</al></entry><entry colname="col3"><al>31</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>46</al></entry><entry colname="col2"><al>14</al></entry><entry colname="col3"><al>32</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>47</al></entry><entry colname="col2"><al>14</al></entry><entry colname="col3"><al>33</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>48</al></entry><entry colname="col2"><al>15</al></entry><entry colname="col3"><al>33</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>49</al></entry><entry colname="col2"><al>15</al></entry><entry colname="col3"><al>34</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>50</al></entry><entry colname="col2"><al>15</al></entry><entry colname="col3"><al>35</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Voor de vaststelling van de structurele noodzaak van een nieuwe
                                    accommodatie voor een basisschool, wordt het aantal groepen
                                    bepaald door het aantal leerlingen dat op 1 oktober voorafgaand
                                    aan elk jaar waarop de prognose, als bedoeld in bijlage II,
                                    betrekking heeft op de school zal zijn ingeschreven.</al><al>Speciaal school voor basisonderwijs</al><al>Voor een speciale school voor basisonderwijs is het aantal
                                    groepen bepalend voor het aantal klokuren gymnastiek. Per groep
                                    met leerlingen jonger dan 6 jaar wordt uitgegaan van maximaal
                                    3,75 klokuur gymnastiek indien de school niet de beschikking
                                    heeft over een speellokaal. Per groep met leerlingen van 6 jaar
                                    en ouder wordt uitgegaan van maximaal 2,25 klokuur
                                    gymnastiek.</al><al>Het aantal groepen wordt bepaald door het aantal leerlingen te
                                    delen door de ‘N-factor’. De ‘N-factor’ is bepalend voor de
                                    groepsgrootte. De N-factor voor een speciale school voor
                                    onderwijs is 15. Het verkregen getal wordt alleen naar boven
                                    afgerond indien het cijfer achter de komma groter is dan 5. In
                                    het andere geval wordt het getal naar beneden afgerond.</al><al>Voor de vaststelling van de structurele noodzaak van een nieuwe
                                    accommodatie voor een speciale school voor basisonderwijs, wordt
                                    het aantal groepen bepaald aan de hand van de prognose als
                                    bedoeld in bijlage II.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.3 Bepaling aantal groepen ten behoeve van (uitbreiding van)
                                eerste aanschaf onderwijsleerpakket en meubilair</titel></kop><structuurtekst><al>Basisonderwijs</al><al>De inrichting van een basisschool bestaat uit de volgende
                                componenten:</al><lijst><li nr="a."><al>onderwijsleerpakket;</al></li><li nr="b."><al>meubilair.</al></li></lijst><al>a. Onderwijsleerpakket</al><al>Ten behoeve van de bepaling van de omvang van de voor blijvend
                                gebruik bestemde voorziening, dan wel de voor tijdelijk gebruik
                                bestemde voorziening eerste aanschaf van het onderwijsleerpakket,
                                dan wel uitbreiding van de eerste aanschaf van het
                                onderwijsleerpakket, wordt voor de bepaling van het aantal groepen
                                uitgegaan van de onderstaande formule:</al><al>G = (A + B + C + D) / 179 + E</al><al>De componenten G, A, B, C, D en E zijn identiek aan de componenten
                                zoals opgenomen in de formule voor tijdelijk gebruik bestemde
                                voorzieningen in bijlage III, deel B, onder 1.1.</al><al>b. Meubilair</al><al>Ten behoeve van de bepaling van de omvang van de voor blijvend
                                gebruik bestemde voorziening, dan wel de voor tijdelijk gebruik
                                bestemde voorziening eerste aanschaf van het meubilair, dan wel
                                uitbreiding van de eerste aanschaf van het meubilair, wordt voor de
                                bepaling van het aantal groepen uitgegaan van de onderstaande
                                formule:</al><al>G = (A + B + C) / 179</al><al>De componenten G, A, B, C, D en E zijn identiek aan de componenten
                                zoals opgenomen in de formule voor permanent gebruik bestemde
                                voorzieningen in bijlage III, deel B, onder 1.1.</al><al>Speciale school voor basisonderwijs</al><al>Het aantal groepen onderwijsleerpakket en meubilair wordt bepaald
                                door het aantal leerlingen te delen door de ‘N-factor’. De N-factor
                                is bepalend voor de groepsgrootte. De N-factor voor een speciale
                                school voor basisonderwijs is 15. Het verkregen getal wordt alleen
                                naar boven afgerond indien het cijfer achter de komma groter is dan
                                5. In andere geval wordt het getal naar beneden afgerond.</al><tussenkop> Tabel 5a ‘Schema formatieplaatsen’</tussenkop><al>De formatie wordt berekend aan de hand van onderstaand
                                    schema:</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>(On)gewogen aantal leerlingen</al></entry><entry colname="col2"><al>Formatieplaatsen</al></entry><entry colname="col3"><al>(On)gewogen aantal leerlingen</al></entry><entry colname="col4"><al>Formatieplaatsen</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>1 tot en met 30</al></entry><entry colname="col2"><al>2,0</al></entry><entry colname="col3"><al>252 tot en met 260</al></entry><entry colname="col4"><al>8,9</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>31 tot en met 36</al></entry><entry colname="col2"><al>2,2</al></entry><entry colname="col3"><al>261 tot en met 268</al></entry><entry colname="col4"><al>9,2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>37 tot en met 42</al></entry><entry colname="col2"><al>2,4</al></entry><entry colname="col3"><al>269 tot en met 277</al></entry><entry colname="col4"><al>9,5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>43 tot en met 49</al></entry><entry colname="col2"><al>2,6</al></entry><entry colname="col3"><al>278 tot en met 285</al></entry><entry colname="col4"><al>9,8</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>50 tot en met 56</al></entry><entry colname="col2"><al>2,8</al></entry><entry colname="col3"><al>286 tot en met 293</al></entry><entry colname="col4"><al>10,1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>57 tot en met 63</al></entry><entry colname="col2"><al>3,0</al></entry><entry colname="col3"><al>294 tot en met 302</al></entry><entry colname="col4"><al>10,4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>64 tot en met 70</al></entry><entry colname="col2"><al>3,2</al></entry><entry colname="col3"><al>303 tot en met 310</al></entry><entry colname="col4"><al>10,7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>71 tot en met 77</al></entry><entry colname="col2"><al>3,4</al></entry><entry colname="col3"><al>311 tot en met 319</al></entry><entry colname="col4"><al>11,0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>78 tot en met 84 </al></entry><entry colname="col2"><al>3,6</al></entry><entry colname="col3"><al>320 tot en met 327 </al></entry><entry colname="col4"><al>11,3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>85 tot en met 91 </al></entry><entry colname="col2"><al>3,8 </al></entry><entry colname="col3"><al>328 tot en met 335 </al></entry><entry colname="col4"><al>11,6</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>92 tot en met 98</al></entry><entry colname="col2"><al>4,0</al></entry><entry colname="col3"><al>336 tot en met 344</al></entry><entry colname="col4"><al>11,9</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>99 tot en met 105</al></entry><entry colname="col2"><al>4,2</al></entry><entry colname="col3"><al>345 tot en met 352</al></entry><entry colname="col4"><al>12,2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>106 tot en met 116</al></entry><entry colname="col2"><al>4,4</al></entry><entry colname="col3"><al>353 tot en met 361</al></entry><entry colname="col4"><al>12,5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>117 tot en met 126</al></entry><entry colname="col2"><al>4,7</al></entry><entry colname="col3"><al>362 tot en met 369</al></entry><entry colname="col4"><al>12,8</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>127 tot en met 137</al></entry><entry colname="col2"><al>5,0</al></entry><entry colname="col3"><al>370 tot en met 377</al></entry><entry colname="col4"><al>13,1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>138 tot en met 147</al></entry><entry colname="col2"><al>5,3</al></entry><entry colname="col3"><al>378 tot en met 386</al></entry><entry colname="col4"><al>13,4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>148 tot en met 158</al></entry><entry colname="col2"><al>5,6</al></entry><entry colname="col3"><al>387 tot en met 394</al></entry><entry colname="col4"><al>13,7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>159 tot en met 168</al></entry><entry colname="col2"><al>5,9</al></entry><entry colname="col3"><al>395 tot en met 403</al></entry><entry colname="col4"><al>14,0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>169 tot en met 179</al></entry><entry colname="col2"><al>6,2</al></entry><entry colname="col3"><al>404 tot en met 411</al></entry><entry colname="col4"><al>14,3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>180 tot en met 189</al></entry><entry colname="col2"><al>6,5</al></entry><entry colname="col3"><al>412 tot en met 419</al></entry><entry colname="col4"><al>14,6</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>190 tot en met 199</al></entry><entry colname="col2"><al>6,8</al></entry><entry colname="col3"><al>420 tot en met 428</al></entry><entry colname="col4"><al>14,9</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>200 tot en met 209</al></entry><entry colname="col2"><al>7,1</al></entry><entry colname="col3"><al>429 tot en met 436</al></entry><entry colname="col4"><al>15,2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>210 tot en met 218</al></entry><entry colname="col2"><al>7,4</al></entry><entry colname="col3"><al>437 tot en met 445</al></entry><entry colname="col4"><al>15,5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>219 tot en met 226</al></entry><entry colname="col2"><al>7,7</al></entry><entry colname="col3"><al>446 tot en met 453</al></entry><entry colname="col4"><al>15,8</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>227 tot en met 235</al></entry><entry colname="col2"><al>8,0</al></entry><entry colname="col3"><al>454 tot en met 461</al></entry><entry colname="col4"><al>16,1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>236 tot en met 243</al></entry><entry colname="col2"><al>8,3</al></entry><entry colname="col3"><al>462 tot en met 470</al></entry><entry colname="col4"><al>16,4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>244 tot en met 251</al></entry><entry colname="col2"><al>8,6</al></entry><entry colname="col3"><al>471 tot en met 478</al></entry><entry colname="col4"><al>16,7</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>en vervolgens boven het aantal van 478 (on)gewogen leerlingen
                                    telkens voor achtereenvolgens 9, 8, 8, 9 en 8 (on)gewogen
                                    leerlingen verhoogd met 0,3 formatieplaats.</al><al>Voor een speciale school voor basisonderwijs is het aantal
                                    groepen bepalend voor het aantal klokuren gymnastiek. Per groep
                                    met leerlingen jonger dan 6 jaar wordt, indien de school niet de
                                    beschikking heeft over een speellokaal, maximaal 3,75 klokuur
                                    gymnastiek vergoed. Per groep met leerlingen van 6 jaar en ouder
                                    wordt maximaal 2,25 klokuur gymnastiek vergoed.</al><al>Het aantal groepen wordt bepaald door het aantal leerlingen te
                                    delen door de ‘N-factor’. De ‘N-factor’ is bepalend voor de
                                    groepsgrootte. De N-factor voor een speciale school voor
                                    basisonderwijs is 15. Het verkregen getal wordt alleen naar
                                    boven afgerond indien het cijfer achter de komma groter is dan
                                    5. In het andere geval wordt het getal naar beneden
                                    afgerond.</al><al>Voor de vaststelling van de structurele noodzaak van een nieuwe
                                    accommodatie voor een speciale school voor basisonderwijs, wordt
                                    het aantal groepen bepaald aan de hand van de prognose als
                                    bedoeld in bijlage II.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2 School voor (voortgezet) speciaal onderwijs</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.1 Lesgebouwen</titel></kop><structuurtekst><al>Voor een school of nevenvestiging voor (voortgezet) speciaal
                                onderwijs is het aantal groepen bepalend voor de omvang van de
                                permanente en voor de omvang van de tijdelijke voorziening. Het
                                aantal groepen wordt bepaald door het aantal leerlingen te delen
                                door de ‘N factor’. De N factor bepaalt de maximale groepsgrootte.
                                In onderstaande tabel 6, ‘N factor’, is de groepsgrootte per
                                onderwijssoort en per schooltype weergegeven (artikel 14
                                Formatiebesluit WEC). Het getal wordt alleen naar boven afgerond
                                indien het cijfer achter de komma groter is dan 5. In het andere
                                geval wordt het getal naar beneden afgerond.</al><tussenkop> Tabel 6 ‘N factor’</tussenkop><table><tgroup cols="10"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="10*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="10*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="10*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="10*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="10*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="10*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="10*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="10*"/><colspec colname="col9" colnum="9" colwidth="10*"/><colspec colname="col10" colnum="10" colwidth="10*"/><thead><row><entry colname="col1" nameend="col6" namest="col1"><al>Onderwijssoort</al></entry><entry colname="col7" nameend="col8" namest="col7"><al>N factor SO</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al>N factor VSO</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col6" namest="col1"><al>Dove kinderen (DO)</al></entry><entry colname="col7" nameend="col8" namest="col7"><al>6</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al> 6</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col6" namest="col1"><al>Slechthorende kinderen (SH)</al></entry><entry colname="col7" nameend="col8" namest="col7"><al>12</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al>7</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col6" namest="col1"><al>Kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden die
                                                  niet tevens behoren tot dove of slechthorende
                                                  kinderen (ES)</al></entry><entry colname="col7" nameend="col8" namest="col7"><al>12</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al>7</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col6" namest="col1"><al>Visueel gehandicapte kinderen (VISG)</al></entry><entry colname="col7" nameend="col8" namest="col7"><al> 12</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al>7</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col6" namest="col1"><al>Lichamelijk gehandicapte kinderen (LG)</al></entry><entry colname="col7" nameend="col8" namest="col7"><al>12</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al>7</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col6" namest="col1"><al>Langdurig zieke kinderen (LZ)</al></entry><entry colname="col7" nameend="col8" namest="col7"><al>13</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al> 7</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col6" namest="col1"><al>Zeer moeilijk lerende kinderen (ZMLK)</al></entry><entry colname="col7" nameend="col8" namest="col7"><al>12</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al> 12</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col6" namest="col1"><al>Zeer moeilijk opvoedbare kinderen (ZMOK)</al></entry><entry colname="col7" nameend="col8" namest="col7"><al>12</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al>7</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col6" namest="col1"><al>Kinderen in scholen verbonden aan pedologische
                                                  instituten (PI)</al></entry><entry colname="col7" nameend="col8" namest="col7"><al>10</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al>7</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col6" namest="col1"><al>Meervoudig gehandicapte kinderen (MG)</al></entry><entry colname="col7" nameend="col8" namest="col7"><al> 7*</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al>7*</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col6" namest="col1"><al/></entry><entry colname="col7" nameend="col8" namest="col7"><al>SO</al></entry><entry colname="col9" nameend="col10" namest="col9"><al>SVO</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>* tenzij bij beschikking van de minister van Onderwijs, Cultuur
                                    en Wetenschappen anders is vastgesteld.</al><al>De bepaling van het aantal groepen van een SOVSO school of een
                                    SO school waaraan een of meer afdelingen zijn verbonden, vindt
                                    voor de verschillende schooltypen afzonderlijk plaats, waarna de
                                    afzonderlijk vastgestelde ruimtebehoeften worden
                                    gesommeerd.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.2 Gymnastiekruimten</titel></kop><structuurtekst><al>Het aantal groepen is bepalend voor het aantal klokuren gymnastiek.
                                Per groep met leerlingen jonger dan 6 jaar wordt, indien de school
                                of nevenvestiging niet de beschikking heeft over een speellokaal,
                                maximaal 3,75 klokuur gymnastiek vergoed. Per groep met leerlingen
                                van 6 jaar en ouder wordt maximaal 2,25 klokuur gymnastiek
                                vergoed.</al><al>Het aantal groepen is afhankelijk van het aantal leerlingen. Het
                                aantal groepen wordt bepaald door het aantal leerlingen te delen
                                door de ‘N factor’. De ‘N factor’ is bepalend voor de groepsgrootte.
                                In tabel 6 is de ‘N factor’ weergegeven. Het verkregen getal wordt
                                alleen naar boven afgerond indien het cijfer achter de komma hoger
                                is dan 5. In het andere geval wordt het getal naar beneden
                                afgerond.</al><al>Voor de vaststelling van de structurele noodzaak van een nieuwe
                                accommodatie wordt het aantal groepen bepaald aan de hand van de
                                prognose als bedoeld in bijlage II. De bepaling van het aantal
                                groepen van een SOVSO school of een SO school waaraan een of meer
                                afdelingen zijn verbonden, vindt voor de verschillende schooltypen
                                afzonderlijk plaats.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3 School voor voortgezet onderwijs</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.1 Lesgebouwen</titel></kop><structuurtekst><al>Voor een school voor voortgezet onderwijs wordt met behulp van het
                                Ruimtebehoeftemodel (RBM) de ruimtebehoefte bepaald. Het totale
                                ruimtebeslag van een instelling voor voortgezet onderwijs is een
                                optelling van twee componenten, te weten:</al><lijst><li nr="1."><al>een leerlinggebonden component;</al></li><li nr="2."><al>een vaste voet.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Ad 1 Een leerlinggebonden component</titel></kop><structuurtekst><al>Deze wordt bepaald door aan de hand van in tabel 7.1.a “Berekening
                                van de leerlingafhankelijke ruimtebehoefte voortgezet onderwijs”
                                opgenomen bruto-vloeroppervlakten per leerling te vermenigvuldigen
                                met het aantal leerlingen. De leerlinggebonden componenten is
                                afhankelijk van de soort onderwijs, leerweg of sector die de
                                leerling volgt.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Ad 2 Een vaste voet</titel></kop><structuurtekst><al>De vaste voet wordt bepaald aan de hand van in tabel 7.1.b
                                “Berekening van de vaste voet per instelling ten behoeve van de
                                ruimtebehoefte voortgezet onderwijs” opgenomen bruto-
                                vloeroppervlakten per instelling of sector. De vaste voet is
                                afhankelijk van de aard van de vestiging en van het onderwijsaanbod
                                binnen de beroepsgerichte leerweg.</al><al>Vermenigvuldiging van het aantal leerlingen per onderwijssoort met
                                de bijbehorende normoppervlakten en verhoging met de vaste voet per
                                instelling en, indien van toepassing, een vaste voet per sector
                                geeft, uitgedrukt in bruto vierkante meters, de totale
                                ruimtebehoefte van de instelling.</al><al>Het RBM voorziet in een normering voor praktijkonderwijs.</al><al>Het RBM voorziet niet in een afzonderlijke normering voor een
                                orthopedagogisch didactisch centrum (OPDC). Het OPDC levert diensten
                                ter ondersteuning van leerlingen op de scholen die het
                                samenwerkingsverband zijn aangegaan. De leerlingen die gebruikmaken
                                van de diensten van het OPDC zijn derhalve in alle gevallen
                                ingeschreven bij reguliere scholen voor voortgezet onderwijs.</al><al>Voor een onderbouwing van de in tabel 7.1.a en 7.1.b opgenomen
                                bruto-normoppervlakten wordt verwezen naar de toelichting van deze
                                bijlage. Indien noodzakelijk voor het bepalen van de omvang van de
                                toekenning, kan op basis van deze onderbouwing de leegstand in
                                onderwijsruimten binnen een gebouw voor voortgezet onderwijs worden
                                bepaald.</al><tussenkop> Tabel 7.1.a Berekening van de leerlingafhankelijke
                                    ruimtebehoefte voortgezet onderwijs</tussenkop><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Onderwijssoort</al></entry><entry colname="col2"><al>Leerweg</al></entry><entry colname="col3"><al>Ruimtetype</al></entry><entry colname="col4"><al>BVO/Ieerling</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>Onderbouw (leerjaar 1 en 2)</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al> Algemeen</al></entry><entry colname="col4"><al> 6,18</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bovenbouw AVO/VWO</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col4"><al>5,85</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bovenbouw theoretische leerweg</al></entry><entry colname="col2"><al>TLW</al></entry><entry colname="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col4"><al>6,41</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>LWOO</al></entry><entry colname="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col4"><al>7,07</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bovenbouw techniek</al></entry><entry colname="col2"><al>GLW</al></entry><entry colname="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col4"><al>5,98</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col4"><al>5,47</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>BLW</al></entry><entry colname="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col4"><al>4,69</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col4"><al>8,99</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>LWOO</al></entry><entry colname="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col4"><al>4,44</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bovenbouw economie</al></entry><entry colname="col2"><al>GLW</al></entry><entry colname="col3"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col4"><al>12,72</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col4"><al>5,95</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col4"><al>0,89</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>BLW</al></entry><entry colname="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col4"><al>5,56</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col4"><al>2,25</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>LWOO</al></entry><entry colname="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col4"><al>5,85</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col4"><al>3,06</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bovenbouw zorg/welzijn</al></entry><entry colname="col2"><al>GLW</al></entry><entry colname="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col4"><al>5,33</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col4"><al>2,10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>BLW</al></entry><entry colname="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col4"><al>4,71</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col4"><al>4,22</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>LWOO</al></entry><entry colname="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col4"><al>4,85</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col4"><al>5,53</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Onderwijssoort</al></entry><entry colname="col2"><al>Leerweg</al></entry><entry colname="col3"><al>Ruimtetype</al></entry><entry colname="col4"><al>BVO/leerling</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>Bovenbouw landbouw</al></entry><entry colname="col2"><al>GLW</al></entry><entry colname="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col4"><al>5,94</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col4"><al>0,78</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>BLW</al></entry><entry colname="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col4"><al>5,37</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col4"><al>2,34</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>LWOO</al></entry><entry colname="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col4"><al>5,03</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col4"><al>4,69</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Praktijkonderwijs</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col4"><al>4,41</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col4"><al>7,72</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Legenda:</al><al>TLW: theoretische leerweg</al><al>LWOO: leerwegondersteunend onderwijs</al><al>GLW : gemengde leerweg</al><al>BLW: beroepsgerichte leerweg (basis- of kader-)</al><tussenkop> Tabel 7.1.b. Berekening van de vaste voet per instelling ten
                                    behoeve van de ruimtebehoefte voortgezet onderwijs</tussenkop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Onderwijssoort</al></entry><entry colname="col2"><al>Ruimtetype</al></entry><entry colname="col3"><al>Vaste voet</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>Hoofdvestiging</al></entry><entry colname="col2"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col3"><al>980</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Nevenvestiging met spreidingsnoodzaak</al></entry><entry colname="col2"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col3"><al>550</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Nevenvestiging zonder spreidingsnoodzaak</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>VMBO-techniek BLW</al></entry><entry colname="col2"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col3"><al>299</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>VMBO-techniek BLW</al></entry><entry colname="col2"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col3"><al>196</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>VMBO-zorg/welzijn BLW</al></entry><entry colname="col2"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col3"><al>168</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>VMBO-landbouw BLW</al></entry><entry colname="col2"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col3"><al>117</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Praktijkonderwijs</al></entry><entry colname="col2"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col3"><al>306</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Legenda:</al><al>BLW: beroepsgerichte leerweg (basis- of kader-)</al><al>De vaste voet per instelling is 980 m² bruto vloeroppervlakte
                                    (BVO) welke wordt toegekend aan de hoofdvestiging van de
                                    instelling. Voor een nevenvestiging die op grond van een
                                    ministeriële beschikking in aanmerking komt voor aanvullende
                                    bekostiging in verband met spreidingsnoodzaak, geldt een
                                    aanvullende vaste voet van 550 m² BVO. De vaste voet voor een
                                    hoofdvestiging of nevenvestiging met spreidingsnoodzaak is niet
                                    van toepassing op een zelfstandige school voor
                                    praktijkonderwijs. Indien van toepassing worden vaste voeten
                                    behorende bij die sectoren waar de beroepsgerichte leerweg wordt
                                    aangeboden. Tevens geldt een vaste voet voor die vestiging waar
                                    praktijkonderwijs aanwezig is.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.2 Gymnastiekruimten</titel></kop><structuurtekst><al>De in onderstaande tabel 7.2 ‘Berekening van de ruimtebehoefte
                                gymnastiekaccommodatie voortgezet onderwijs’ vermelde bruto
                                vloeroppervlakten vormen de grondslag voor de bepaling van de omvang
                                van de voorzieningen in de huisvesting ten behoeve van
                                gymnastiekonderwijs.</al><tussenkop> Tabel 7.2 Berekening van de ruimtebehoefte
                                    gymnastiekaccommodatie Voortgezet Onderwijs</tussenkop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Onderwijssoort</al></entry><entry colname="col2"><al>Leerweg</al></entry><entry colname="col3"><al>BVO/Ieerling</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>Onderbouw (leerjaar 1 en 2)</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>1,66</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bovenbouw AVO/VWO</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>0,78</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bovenbouw theoretische leerweg</al></entry><entry colname="col2"><al>TLW</al></entry><entry colname="col3"><al>1,11</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>LWOO</al></entry><entry colname="col3"><al>1,26</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bovenbouw techniek</al></entry><entry colname="col2"><al>GLW</al></entry><entry colname="col3"><al>1,11</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>BLW</al></entry><entry colname="col3"><al>1,38</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>LWOO</al></entry><entry colname="col3"><al>1,57</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bovenbouw economie</al></entry><entry colname="col2"><al>GLW</al></entry><entry colname="col3"><al>1,11</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>BLW</al></entry><entry colname="col3"><al>1,38</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>LWOO</al></entry><entry colname="col3"><al>1,57</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bovenbouw zorg/welzijn</al></entry><entry colname="col2"><al> GLW</al></entry><entry colname="col3"><al>1,11</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>BLW</al></entry><entry colname="col3"><al>1,38</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>LWOO</al></entry><entry colname="col3"><al>1,57</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bovenbouw landbouw</al></entry><entry colname="col2"><al>GLW</al></entry><entry colname="col3"><al>1,11</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>BLW</al></entry><entry colname="col3"><al>1,38</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>LWOO</al></entry><entry colname="col3"><al>1,57</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Praktijkonderwijs</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al> 1,99</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Legenda:</al><al>TLW: theoretische leerweg</al><al>LWOO: leerwegondersteunend onderwijs</al><al>GLW: gemengde leerweg</al><al>BLW: beroepsgerichte leerweg (basis- of kader-)</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>DEEL C De bepaling van de omvang van de toekenning</titel></kop><structuurtekst><al>De bepaling van de omvang van een inhoudelijk goedgekeurde voorziening
                            is noodzakelijk om op basis van bijlage IV, de financiële normering, de
                            financiële consequenties vast te stellen.</al></structuurtekst><afdeling><kop><titel>1 School voor basisonderwijs</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.1 Voor blijvend gebruik bestemde voorzieningen</titel></kop><structuurtekst><al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde
                                voorziening, nieuwbouw, dan wel vervangende nieuwbouw, wordt bepaald
                                aan de hand van het aantal groepen waarvoor huisvesting ten minste
                                vijftien jaar noodzakelijk is. Het aantal groepen wordt bepaald
                                zoals beschreven in deel B van deze bijlage: ‘Wijze van bepalen van
                                de ruimtebehoefte’.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde
                                voorziening uitbreiding, dan wel uitbreiding ter vervanging van een
                                bestaand gebouw, wordt bepaald door het verschil tussen het aantal
                                groepen waarvoor huisvesting ten minste vijftien jaar noodzakelijk
                                is en het aantal groepen waarvoor huisvesting aanwezig is. Het
                                verschil is minimaal 1 groep. Het aantal groepen wordt bepaald zoals
                                beschreven in deel B van deze bijlage: ‘Wijze van bepalen van de
                                ruimtebehoefte’.</al><al>Indien in de gegevensadministratie van de gemeente een zogenaamde
                                verschiloppervlakte is opgenomen, zijnde het verschil tussen het
                                werkelijk aanwezige aantal m² en het aantal m² behorende bij de
                                geregistreerde capaciteit van het uit te breiden gebouw, wordt
                                bezien in hoeverre de noodzakelijke uitbreiding van de capaciteit
                                van het gebouw kan worden gerealiseerd door aanpassing of door
                                aanpassing in combinatie met uitbreiding van het bestaande gebouw.
                                Het betreft de verschiloppervlakte zoals omschreven in deel A van
                                deze bijlage: ‘De bepaling van de capaciteit’.</al><al>Uitbreiding van het gebouw vindt plaats indien de kosten van
                                aanpassing van het gebouw, dan wel aanpassing en uitbreiding van het
                                gebouw, hoger zijn dan de kosten van uitbreiding sec van het
                                gebouw.</al><al>Een toeslag voor een afzonderlijk speellokaal wordt toegekend indien
                                de omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde
                                voorzieningen nieuwbouw, vervangende nieuwbouw, uitbreiding dan wel
                                uitbreiding ter vervanging van een bestaand gebouw, de vijfde groep
                                omvat. Indien de voorziening in de huisvesting een uitbreiding dan
                                wel een uitbreiding ter vervanging van een bestaand gebouw betreft,
                                geldt tevens als voorwaarde dat het bestaande gebouw geen
                                speellokaal bevat. Een tweede toeslag voor een afzonderlijk
                                speellokaal wordt toegekend indien de omvang van de goedgekeurde
                                voor blijvend gebruik bestemde voorzieningen nieuwbouw dan wel
                                vervangende nieuwbouw de veertiende groep omvat.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde
                                voorziening ingebruikneming wordt bepaald door de omvang van het
                                gebouw of gebouwgedeelte dat noodzakelijk is voor het aantal groepen
                                waarvoor huisvesting ten minste vijftien jaar noodzakelijk is. Het
                                aantal groepen wordt bepaald zoals beschreven in deel B van deze
                                bijlage: ‘Wijze van bepalen van de ruimtebehoefte’.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor permanent gebruik bestemde
                                voorziening in de huisvesting medegebruik wordt bepaald door het
                                verschil tussen het aantal groepen waarvoor huisvesting noodzakelijk
                                is en het aantal groepen waarvoor huisvesting aanwezig is.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.2 Voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen</titel></kop><structuurtekst><al>De omvang van de goedgekeurde voor tijdelijk gebruik bestemde
                                voorziening nieuwbouw, dan wel vervangende nieuwbouw, wordt bepaald
                                door het aantal groepen waarvoor huisvesting noodzakelijk is ten
                                minste vier jaar en korter dan vijftien jaar. Het aantal groepen
                                wordt bepaald zoals beschreven in deel B van deze bijlage: ‘Wijze
                                van bepalen van de ruimtebehoefte’.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor tijdelijk gebruik bestemde
                                voorziening, uitbreiding, dan wel uitbreiding ter vervanging van een
                                bestaand gebouw, wordt bepaald door het verschil tussen het aantal
                                groepen waarvoor huisvesting ten minste vier jaar en korter dan
                                vijftien jaar noodzakelijk is en het aantal groepen waarvoor
                                huisvesting aanwezig is. Het verschil is minimaal 1 groep.</al><al>Het aantal groepen wordt bepaald zoals beschreven in deel B van deze
                                bijlage: ‘Wijze van bepalen van de ruimtebehoefte’.</al><al>Een tijdelijke voorziening voor één groep extra ten behoeve van een
                                speellokaal wordt toegekend indien de omvang van de goedgekeurde
                                voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen nieuwbouw, vervangende
                                nieuwbouw, uitbreiding dan wel uitbreiding ter vervanging van een
                                bestaand gebouw, de vijfde groep omvat. Indien de voorziening in de
                                huisvesting een uitbreiding dan wel een uitbreiding ter vervanging
                                van een bestaand gebouw betreft, geldt tevens als voorwaarde dat het
                                bestaande gebouw geen speellokaal bevat. Een tweede tijdelijke
                                voorziening voor één groep extra ten behoeve van een speellokaal
                                wordt toegekend indien de omvang van de goedgekeurde voor tijdelijk
                                gebruik bestemde voorzieningen nieuwbouw dan wel vervangende
                                nieuwbouw de veertiende groep omvat.</al><al>Indien in de gegevensadministratie van de gemeente een zogenaamde
                                verschiloppervlakte is opgenomen, zijnde het verschil tussen het
                                werkelijk aanwezige aantal m² en het aantal m² behorende bij de
                                geregistreerde capaciteit van het uit te breiden gebouw, wordt
                                bezien in hoeverre de noodzakelijke uitbreiding van de capaciteit
                                van het gebouw kan worden gerealiseerd door aanpassing van het
                                bestaande gebouw. Het betreft de verschiloppervlakte zoals
                                omschreven in deel A van deze bijlage: ‘De bepaling van de
                                capaciteit’.</al><al>Uitbreiding van het gebouw vindt plaats indien de kosten van
                                aanpassing van het gebouw, hoger zijn dan de kosten van uitbreiding
                                sec van het gebouw.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor tijdelijk gebruik bestemde
                                voorziening ingebruikneming wordt bepaald door de omvang van het
                                gebouw of gebouwgedeelte dat noodzakelijk is voor het aantal groepen
                                waarvoor huisvesting ten minste vier jaar en korter dan vijftien
                                jaar noodzakelijk is. Het aantal groepen wordt bepaald zoals
                                beschreven in deel B van deze bijlage: ‘Wijze van bepalen van de
                                ruimtebehoefte’.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor tijdelijk gebruik bestemde
                                voorziening in de huisvesting medegebruik wordt bepaald door het
                                verschil tussen het aantal groepen waarvoor huisvesting, ten minste
                                vier jaar en korter dan vijftien jaar, noodzakelijk is en het aantal
                                groepen waarvoor huisvesting aanwezig is.</al><al>De omvang van de voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening
                                verplaatsing van noodlokalen wordt bepaald door het aantal groepen
                                waarvoor huisvesting noodzakelijk is ten minste vier jaar en korter
                                dan vijftien jaar. Het aantal groepen wordt bepaald zoals beschreven
                                in deel B van deze bijlage: ‘Wijze van bepalen van de
                                ruimtebehoefte’.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.3 Overige voor blijvend gebruik dan wel voor tijdelijk gebruik
                                bestemde voorzieningen</titel></kop><structuurtekst><al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde
                                voorziening, dan wel voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening
                                terrein, dan wel uitbreiding van het terrein, wordt bepaald door de
                                minimaal noodzakelijke terreinoppervlakte om het schoolgebouw te
                                realiseren met inachtneming van de bij of krachtens de wet gestelde
                                eisen ten aanzien van de terreinoppervlakte en het gestelde in
                                bijlage III, deel D.</al><al>Voor een basisschool wordt de omvang van de goedgekeurde voor
                                blijvend gebruik bestemde voorziening, dan wel voor tijdelijk
                                gebruik bestemde voorziening eerste aanschaf van het
                                onderwijsleerpakket, dan wel uitbreiding van de eerste aanschaf van
                                het onderwijsleerpakket, wordt bepaald door het verschil tussen het
                                aantal groepen waarvoor reeds eerste aanschaf van het
                                onderwijsleerpakket is bekostigd en de normatief noodzakelijke
                                eerste aanschaf van het onderwijsleerpakket voor het aantal groepen,
                                op basis van het aantal gewogen leerlingen, zoals normatief kan
                                worden gevormd op de meest recente teldatum. Het aantal groepen
                                wordt bepaald zoals beschreven in paragraaf 1.3 van deel B van deze
                                bijlage.</al><al>Voor een basisschool wordt de omvang van de goedgekeurde voor
                                blijvend gebruik bestemde voorziening, dan wel voor tijdelijk
                                gebruik bestemde voorziening eerste aanschaf van het meubilair, dan
                                wel uitbreiding van de eerste aanschaf van het meubilair, wordt
                                bepaald door het verschil tussen het aantal groepen waarvoor eerste
                                aanschaf van het meubilair is bekostigd en de normatief
                                noodzakelijke eerste aanschaf van het meubilair voor het aantal
                                groepen, op basis van het aantal ongewogen leerlingen, zoals
                                normatief kan worden gevormd op de, voor het indienen van de
                                aanvraag, meest recente teldatum. Het aantal groepen wordt bepaald
                                zoals beschreven in paragraaf 1.3 van deel B van deze bijlage.</al><al>Voor een basisschool wordt een toeslag onderwijsleerpakket tweede
                                speellokaal toegekend indien er sprake is van een uitbreiding van
                                een tweede speellokaal.</al><al>Voor een basisschool wordt een toeslag meubilair tweede speellokaal
                                toegekend indien er sprake is van een uitbreiding met een tweede
                                speellokaal.</al><al>Voor een speciale school voor basisonderwijs wordt de omvang van de
                                goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde voorziening, dan wel
                                voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening, eerste aanschaf van het
                                onderwijsleerpakket en meubilair, dan wel uitbreiding van de eerste
                                aanschaf van het onderwijsleerpakket en meubilair, wordt bepaald
                                door het verschil tussen het aantal groepen waarvoor reeds eerste
                                aanschaf van het onderwijsleerpakket en meubilair is bekostigd en de
                                normatief noodzakelijke eerste aanschaf van onderwijsleerpakket en
                                meubilair voor het aantal groepen zoals normatief kan worden
                                gevormd, op basis van de, voor het indienen van de aanvraag, meest
                                recente teldatum.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde
                                voorziening, dan wel voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening
                                aanpassing anders dan een aanpassing als gevolg van onderwijskundige
                                vernieuwingen wordt bepaald door de activiteiten die minimaal
                                noodzakelijk zijn om het gebouw geschikt te maken voor het
                                onderwijs, dan wel noodzakelijk zijn voor de voortgang van het
                                onderwijs.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde
                                voorziening, dan wel voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening
                                onderhoud wordt bepaald door de activiteiten die minimaal
                                noodzakelijk zijn voor de voortgang van het onderwijs.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde
                                voorziening aanpassing als gevolg van onderwijskundige vernieuwingen
                                wordt bepaald door de verschiloppervlakte tussen het aantal
                                genormeerde m² bvo behorend bij de minimumnormen zoals deze golden
                                voor 1 januari 2003 en het aantal genormeerde m² bvo behorend bij de
                                minimumnormen (zie bijlage III, deel A) bij het aantal groepen dat
                                bepaald is aan de hand van de bepaling van de omvang van een voor
                                blijvend gebruik bestemde voorziening zoals beschreven in deel B van
                                deze bijlage: ‘Wijze van bepalen van de ruimtebehoefte’ met als
                                maximum het aantal groepen van de school waarvoor de school over
                                permanente huisvesting beschikt.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend, dan wel voor tijdelijk
                                gebruik bestemde voorziening herstel van constructiefouten en
                                herstel van schade aan het gebouw, onderwijsleerpakket/leer en
                                hulpmiddelen en meubilair in geval van bijzondere omstandigheden
                                wordt bepaald door de activiteiten die minimaal noodzakelijk zijn
                                voor de voortgang van het onderwijs.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.4 Gymnastiekruimten</titel></kop><structuurtekst><al>De omvang van de goedgekeurde nieuwbouw, dan wel vervangende
                                nieuwbouw, wordt bepaald door de minimumnormen bij de realisering
                                zoals aangegeven in onderdeel D van deze bijlage.</al><al>De omvang van de goedgekeurde uitbreiding van een gymnastiekruimte
                                wordt bepaald door de goedgekeurde onderdelen zoals aangegeven bij
                                de criteria voor de beoordeling van een voorziening in lichamelijke
                                oefening, het onderdeel uitbreiding (bijlage I).</al><al>De omvang van de goedgekeurde aanpassing wordt bepaald door de
                                activiteiten die minimaal noodzakelijk zijn om het gebouw geschikt
                                te maken voor het onderwijs, dan wel voor de voortgang van het
                                onderwijs.</al><al>De omvang van het goedgekeurde terrein, dan wel uitbreiding van het
                                terrein, wordt bepaald door de minimaal noodzakelijke
                                terreinoppervlakte om de gymnastiekruimte, dan wel de uitbreiding
                                van de gymnastiekruimte te realiseren met inachtneming van de bij of
                                krachtens de wet gestelde eisen met betrekking tot de
                                terreinoppervlakte.</al><al>De omvang van de goedgekeurde aanvulling op de eerste aanschaf van
                                het meubilair, in geval van ingebruikneming of uitbreiding van de
                                gymnastiekruimte, wordt bepaald door de noodzakelijke eerste
                                aanschaf van het meubilair voor andere leerlingen dan waarvoor de
                                gymnastiekruimte oorspronkelijk is bedoeld.</al><al>De omvang van het goedgekeurde onderhoud aan de gymnastiekruimte
                                wordt bepaald door de activiteiten die minimaal noodzakelijk zijn
                                voor de voortgang van het onderwijs.</al><al>De omvang van het goedgekeurde herstel van constructiefouten en het
                                herstel van schade aan gebouw, onderwijsleerpakket en meubilair in
                                geval van bijzondere omstandigheden, wordt bepaald door de
                                activiteiten die minimaal noodzakelijk zijn voor de voortgang van
                                het onderwijs.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2 School voor (voortgezet) speciaal onderwijs</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.1 Voor blijvend gebruik bestemde voorzieningen</titel></kop><structuurtekst><al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde
                                voorziening nieuwbouw, dan wel vervangende nieuwbouw, wordt bepaald
                                aan de hand van het aantal groepen waarvoor huisvesting ten minste
                                vijftien jaar noodzakelijk is. Het aantal groepen wordt bepaald
                                zoals beschreven in deel B van deze bijlage: ‘Wijze van bepalen van
                                de ruimtebehoefte’.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde
                                voorziening uitbreiding, dan wel uitbreiding ter vervanging van een
                                bestaand gebouw, wordt bepaald door het verschil tussen het aantal
                                groepen waarvoor huisvesting ten minste vijftien jaar noodzakelijk
                                is en het aantal groepen waarvoor huisvesting aanwezig is. Het
                                verschil is minimaal 1 groep. Het aantal groepen wordt bepaald zoals
                                beschreven in deel B van deze bijlage: ‘Wijze van bepalen van de
                                ruimtebehoefte’.</al><al>Indien in de gegevensadministratie van de gemeente een zogenaamde
                                verschiloppervlakte is opgenomen, zijnde het verschil tussen het
                                werkelijk aanwezige aantal m² en het aantal m² behorende bij de
                                geregistreerde capaciteit van het uit te breiden gebouw, wordt
                                bezien in hoeverre de noodzakelijke uitbreiding van de capaciteit
                                van het gebouw kan worden gerealiseerd door aanpassing of door
                                aanpassing in combinatie met uitbreiding van het bestaande gebouw.
                                Het betreft de verschiloppervlakte zoals omschreven in deel A van
                                deze bijlage: ‘De bepaling van de capaciteit’.</al><al>Uitbreiding van het gebouw vindt plaats indien de kosten van
                                aanpassing van het gebouw, dan wel aanpassing en uitbreiding van het
                                gebouw, hoger zijn dan de kosten van uitbreiding sec van het
                                gebouw.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde
                                voorziening ingebruikneming wordt bepaald door de omvang van het
                                gebouw of gebouwgedeelte dat noodzakelijk is voor het aantal groepen
                                waarvoor huisvesting ten minste vijftien jaar noodzakelijk is. Het
                                aantal groepen wordt bepaald zoals beschreven in deel B van deze
                                bijlage: ‘Wijze van bepalen van de ruimtebehoefte’.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor permanent gebruik bestemde
                                voorziening in de huisvesting medegebruik wordt bepaald door het
                                verschil tussen het aantal groepen waarvoor huisvesting noodzakelijk
                                is en het aantal groepen waarvoor huisvesting aanwezig is.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.2 Voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen</titel></kop><structuurtekst><al>De omvang van de goedgekeurde voor tijdelijk gebruik bestemde
                                voorziening nieuwbouw, dan wel vervangende nieuwbouw, wordt bepaald
                                aan de hand van het aantal groepen waarvoor huisvesting noodzakelijk
                                is ten minste vier jaar en korter dan vijftien jaar. Het aantal
                                groepen wordt bepaald zoals beschreven in deel B van deze bijlage:
                                ‘Wijze van bepalen van de ruimtebehoefte’.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor tijdelijk gebruik bestemde
                                voorziening uitbreiding, dan wel uitbreiding ter vervanging van een
                                bestaand gebouw, wordt bepaald door het verschil tussen het aantal
                                groepen waarvoor huisvesting ten minste vier jaar en korter dan
                                vijftien jaar noodzakelijk is en het aantal groepen waarvoor
                                huisvesting aanwezig is. Het verschil is minimaal 1 groep. Het
                                aantal groepen wordt bepaald zoals beschreven in deel B van deze
                                bijlage: ‘Wijze van bepalen van de ruimtebehoefte’.</al><al>Indien in de gegevensadministratie van de gemeente een zogenaamde
                                verschiloppervlakte is opgenomen, zijnde het verschil tussen het
                                werkelijk aanwezige aantal m² en het aantal m² behorende bij de
                                geregistreerde capaciteit van het uit te breiden gebouw, wordt
                                bezien in hoeverre de noodzakelijke uitbreiding van de capaciteit
                                van het gebouw kan worden gerealiseerd door aanpassing van het
                                bestaande gebouw. Het betreft de verschiloppervlakte zoals
                                omschreven in deel A van deze bijlage: ‘De bepaling van de
                                capaciteit’.</al><al>Uitbreiding van het gebouw vindt plaats indien de kosten van
                                aanpassing van het gebouw hoger zijn dan de kosten van uitbreiding
                                sec van het gebouw.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor tijdelijk gebruik bestemde
                                voorziening ingebruikneming wordt bepaald door de omvang van het
                                gebouw of gebouwgedeelte dat noodzakelijk is voor het aantal groepen
                                waarvoor huisvesting ten minste vier jaar en korter dan vijftien
                                jaar noodzakelijk is. Het aantal groepen wordt bepaald zoals
                                beschreven in deel B van deze bijlage: ‘Wijze van bepalen van de
                                ruimtebehoefte’.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor tijdelijk gebruik bestemde
                                voorziening in de huisvesting, medegebruik, wordt bepaald door het
                                verschil tussen het aantal groepen waarvoor huisvesting, ten minste
                                vier jaar en korter dan vijftien jaar, noodzakelijk is en het aantal
                                groepen waarvoor huisvesting aanwezig is.</al><al>De omvang van de voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening
                                verplaatsing van noodlokalen wordt bepaald aan de hand van het
                                aantal groepen waarvoor huisvesting noodzakelijk is ten minste vier
                                jaar en korter dan vijftien jaar.</al><al>Het aantal groepen wordt bepaald zoals beschreven onder B van deze
                                bijlage: ‘Wijze van bepalen van de ruimtebehoefte’.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.3 Overige voor blijvend gebruik dan wel voor tijdelijk gebruik
                                bestemde voorzieningen</titel></kop><structuurtekst><al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde
                                voorziening, dan wel voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening,
                                terrein, dan wel uitbreiding van het terrein, wordt bepaald door de
                                minimaal noodzakelijke terreinoppervlakte om het schoolgebouw te
                                realiseren met inachtneming van de bij of krachtens de wet gestelde
                                eisen zoals gesteld ten aanzien van de terreinoppervlakte en het
                                gestelde in bijlage III, deel D.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde
                                voorziening, dan wel voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening,
                                eerste aanschaf van het onderwijsleerpakket en meubilair, dan wel
                                uitbreiding van de eerste aanschaf van het onderwijsleerpakket en
                                meubilair, wordt bepaald door het verschil tussen het aantal groepen
                                waarvoor reeds eerste aanschaf van het onderwijsleerpakket en
                                meubilair is bekostigd en de normatief noodzakelijke eerste aanschaf
                                van onderwijsleerpakket en meubilair voor het aantal groepen zoals
                                normatief kan worden gevormd, op basis van de meest recente
                                teldatum.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde
                                voorziening, dan wel voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening
                                aanpassing wordt bepaald door de activiteiten die minimaal
                                noodzakelijk zijn om het gebouw geschikt te maken voor het
                                onderwijs, dan wel noodzakelijk zijn voor de voortgang van het
                                onderwijs.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde
                                voorziening, dan wel voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening,
                                onderhoud wordt bepaald door de activiteiten die minimaal
                                noodzakelijk zijn voor de voortgang van het onderwijs.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend, dan wel voor tijdelijk
                                gebruik bestemde voorziening, herstel van constructiefouten en
                                herstel van schade aan het gebouw, onderwijsleerpakket/leer- en
                                hulpmiddelen en meubilair in geval van bijzondere omstandigheden
                                wordt bepaald door de activiteiten die minimaal noodzakelijk zijn
                                voor de voortgang van het onderwijs.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.4 Gymnastiekruimten</titel></kop><structuurtekst><al>De omvang van de goedgekeurde nieuwbouw, dan wel vervangende
                                nieuwbouw, wordt bepaald door de minimumnormen bij realisering zoals
                                aangegeven in onderdeel D van deze bijlage.</al><al>De omvang van de goedgekeurde uitbreiding van een gymnastiekruimte
                                wordt bepaald door de goedgekeurde onderdelen zoals aangegeven bij
                                de criteria voor de beoordeling van een voorziening in lichamelijke
                                oefening, het onderdeel uitbreiding (bijlage I).</al><al>De omvang van de goedgekeurde aanpassing wordt bepaald door de
                                activiteiten die minimaal noodzakelijk zijn om het gebouw geschikt
                                te maken voor het onderwijs, dan wel voor de voortgang van het
                                onderwijs.</al><al>De omvang van het goedgekeurde terrein, dan wel uitbreiding van het
                                terrein, wordt bepaald door de minimaal noodzakelijke
                                terreinoppervlakte om de gymnastiekruimte, dan wel de uitbreiding
                                van de gymnastiekruimte te realiseren met inachtneming van de bij of
                                krachtens de wet gestelde eisen met betrekking tot de
                                terreinoppervlakte.</al><al>De omvang van de goedgekeurde aanvulling op de eerste aanschaf van
                                het meubilair, in geval van ingebruikneming of uitbreiding van de
                                gymnastiekruimte, wordt bepaald door de noodzakelijke eerste
                                aanschaf van het meubilair voor andere leerlingen dan voor wie de
                                gymnastiekruimte oorspronkelijk is bedoeld.</al><al>De omvang van het goedgekeurde onderhoud aan de gymnastiekruimte
                                wordt bepaald door de activiteiten die minimaal noodzakelijk zijn
                                voor de voortgang van het onderwijs.</al><al>De omvang van het goedgekeurde herstel van constructiefouten en het
                                herstel van schade aan gebouw, onderwijsleerpakket en meubilair in
                                geval van bijzondere omstandigheden, wordt bepaald door de
                                activiteiten die minimaal noodzakelijk zijn voor de voortgang van
                                het onderwijs.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3 School voor voortgezet onderwijs</titel></kop><structuurtekst><al/></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.1 Voor blijvend gebruik bestemde voorzieningen</titel></kop><structuurtekst><al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde
                                voorzieningen nieuwbouw, dan wel vervangende nieuwbouw, wordt
                                bepaald aan de hand van het aantal leerlingen, waarvoor huisvesting
                                ten minste 15 jaar noodzakelijk is. De hieruit voortkomende
                                ruimtebehoefte wordt bepaald aan de hand van het
                                Ruimtebehoeftemodel, zoals beschreven in de toelichting van deze
                                bijlage.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde
                                voorziening uitbreiding, dan wel uitbreiding ter vervanging van een
                                bestaand gebouw of uitbreiding door middel van ingebruikneming wordt
                                bepaald door het verschil tussen de ruimtebehoefte behorende bij het
                                aantal leerlingen waarvoor huisvesting ten minste 15 jaar
                                noodzakelijk is en de huisvesting die aanwezig is.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde
                                voorziening ingebruikneming wordt bepaald door de omvang van het
                                gebouw of gebouwgedeelte dat noodzakelijk is voor het aantal
                                leerlingen, waarvoor huisvesting ten minste 15 jaar noodzakelijk is.
                                De ruimtebehoefte wordt bepaald met het Ruimtebehoeftemodel, zoals
                                beschreven in deel B van deze bijlage: ‘Wijze van bepalen van de
                                ruimtebehoefte.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor permanent gebruik bestemde
                                voorziening in de huisvesting medegebruik wordt bepaald door het
                                verschil tussen de ruimtebehoefte behorende bij het aantal
                                leerlingen aanwezig op de laatst bekende teldatum voor het indienen
                                van de aanvraag en de met 10% verhoogde capaciteit van de
                                beschikbare ruimte. Aan de hand van het feitelijke lesrooster kan
                                vervolgens het overschot aan beschikbare onderwijsruimte worden
                                bepaald. Medegebruik wordt gegeven in de vorm van in te roosteren
                                lessen.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.2 Voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen</titel></kop><structuurtekst><al>De omvang van de goedgekeurde voor tijdelijk gebruik bestemde
                                voorziening nieuwbouw, dan wel vervangende nieuwbouw, wordt bepaald
                                door het aantal leerlingen waarvoor huisvesting ten minste vier jaar
                                doch korter dan vijftien jaar noodzakelijk is. De ruimtebehoefte
                                wordt bepaald met behulp van het Ruimtebehoeftemodel zoals
                                beschreven in deel B van deze bijlage: ‘‘Wijze van bepalen van de
                                ruimtebehoefte’.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor tijdelijk gebruik bestemde
                                voorziening uitbreiding, dan wel uitbreiding ter vervanging van een
                                bestaand gebouw, wordt bepaald door het verschil tussen de
                                ruimtebehoefte behorende bij het aantal leerlingen waarvoor
                                huisvesting ten minste vier jaar doch korter dan vijftien jaar
                                noodzakelijk is en de met 10% verhoogde capaciteit van de
                                beschikbare huisvesting. Het verschil is minimaal 100 m²
                                bruto-vloeroppervlakte. De ruimtebehoefte wordt bepaald met behulp
                                van het Ruimtebehoeftemodel zoals beschreven in deel B van deze
                                bijlage: ‘Wijze van bepalen van de ruimtebehoefte’.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor tijdelijk gebruik bestemde
                                voorziening ingebruikneming wordt bepaald door de omvang van het
                                gebouw of gebouwgedeelte dat noodzakelijk is voor het aantal
                                leerlingen, waarvoor huisvesting ten minste vier jaar en korter dan
                                vijftien jaar noodzakelijk is en de met 10% verhoogde capaciteit van
                                de beschikbare huisvesting. De ruimtebehoefte wordt bepaald met het
                                Ruimtebehoeftemodel, zoals beschreven in deel B van deze bijlage:
                                ‘Wijze van bepalen van de ruimtebehoefte’.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor tijdelijk gebruik bestemde
                                voorziening in de huisvesting medegebruik wordt bepaald door het
                                verschil tussen de ruimtebehoefte behorende bij het aantal
                                leerlingen aanwezig op de laatst bekende teldatum voor het indienen
                                van de aanvraag en de met 10% verhoogde capaciteit van de
                                beschikbare ruimte. Aan de hand van het feitelijke lesrooster kan
                                vervolgens het overschot aan beschikbare onderwijsruimte worden
                                bepaald. Medegebruik wordt gegeven in de vorm van in te roosteren
                                lessen.</al><al>De omvang van de voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening in de
                                huisvesting verplaatsing van noodlokalen wordt bepaald door het
                                aantal leerlingen waarvoor huisvesting ten minste vier jaar doch
                                korter dan vijftien jaar noodzakelijk is en de met 10% capaciteit
                                van de beschikbare huisvesting. De ruimtebehoefte wordt bepaald met
                                behulp van het Ruimtebehoeftemodel zoals beschreven in deel B van
                                deze bijlage: ‘Wijze van bepalen van de ruimtebehoefte’.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.3 Overige voor blijvend gebruik dan wel voor tijdelijk gebruik
                                bestemde voorzieningen</titel></kop><structuurtekst><al>De omvang van de voor blijvend, dan wel voor tijdelijk gebruik
                                bestemde voorziening terrein, dan wel uitbreiding van het terrein,
                                wordt bepaald door de minimaal noodzakelijk oppervlakte om het
                                schoolgebouw te realiseren met inachtneming van de bij of krachtens
                                de wet gestelde eisen ten aanzien van de terreinoppervlakte.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde
                                voorziening, dan wel voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening
                                eerste aanschaf van leer- en hulpmiddelen en meubilair, dan wel
                                uitbreiding van de eerste aanschaf van leer- en hulpmiddelen en
                                meubilair, is gekoppeld aan de omvang van de toegekende voorziening
                                in de huisvesting.</al><al>De omvang van de tegemoetkoming in eerste inrichting leer- en
                                hulpmiddelen en meubilair als er sprake is van een inpandige
                                aanpassing waarbij algemene of specifieke ruimte wordt omgezet in
                                specifieke en/of werkplaatsruimte bedraagt het verschil tussen de
                                vergoeding voor eerste inrichting van de bestaande ruimte en de
                                vergoeding voor de eerste inrichting van de te creëren ruimte.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend, dan wel voor tijdeljik
                                gebruik bestemde voorziening herstel van constructiefouten en
                                herstel van schade aan het gebouw, onderwijsleerpakket/leer- en
                                hulpmiddelen en meubilair in geval van bijzondere omstandigheden
                                wordt bepaald door de activiteiten die minimaal noodzakelijk zijn
                                voor de voortgang van het onderwijs.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.4 Gymnastiekruimten</titel></kop><structuurtekst><al>De omvang van de goedgekeurde nieuwbouw, dan wel vervangende
                                nieuwbouw, wordt bepaald aan de hand van het ruimtebehoeftemodel,
                                zoals beschreven in de toelichting bij deze bijlage. De omvang van
                                de goedgekeurde uitbreiding van een gymnastiekruimte wordt bepaald
                                door het verschil tussen de ruimtebehoefte behorende bij het aantal
                                leerlingen, waarvoor gymnastiekruimte langer dan 15 jaar
                                noodzakelijk is (te bepalen met behulp van het ruimtebehoeftemodel)
                                en de gymnastiekruimte die aanwezig is.</al><al>De omvang van het goedgekeurde terrein, dan wel uitbreiding van
                                terrein, wordt bepaald door de minimaal noodzakelijke
                                terreinoppervlakte om de gymnastiekruimte, dan wel de uitbreiding
                                van de gymnastiekruimte te realiseren met inachtneming van de bij of
                                krachtens de wet gestelde eisen met betrekking tot de
                                terreinoppervlakte.</al><al>De omvang van de goedgekeurde aanvulling op de eerste aanhef van het
                                meubilair, in geval van ingebruikneming of uitbreiding van de
                                gymnastiekruimte, wordt bepaald door de noodzakelijke eerste
                                aanschaf van het meubilair voor andere leerlingen dan waarvoor de
                                gymanstiekruimte oorspronkelijk is bedoeld.</al><al>De omvang van het goedgekeurde herstel van constructiefouten en het
                                herstel van schade aan gebouw, onderwijsleerpakket en meubilair in
                                geval van bijzondere omstandigheden, wordt bepaald door de
                                activiteiten die minimaal noodzakelijk zijn voor de voortgang van
                                het onderwijs.</al><al>De omvang van de goedgekeurde voorziening medegebruik
                                gymnastiekruimte wordt uitgedrukt in lestijden. Het aantal lestijden
                                gymnastiek wordt bepaald met behulp van het lesrooster met als
                                maximum het met toepassing van tabel 7.2 van het ruimtebehoeftemodel
                                berekende aantal:</al><al>(aantal leerlingen x 32 x m² bvo gym) : 460.</al><al>Voor het Lwoo en Praktijkonderwijs wordt een aangepaste formule
                                gehanteerd:</al><al>(aantal leerlingen x 32 x m² bvo gym) : 322.</al><al>Hierop wordt het aantal in eigen accommodatie te verzorgen lessen in
                                mindering gebracht (zie Deel A, paragraaf 3.5.1).</al><al>De omvang van de goedgekeurde voorziening huur sportterrein bedraagt
                                ten hoogste 8 weken per kalenderjaar. Het aantal lestijden waarvoor
                                vergoeding wordt gegeven wordt bepaald aan de hand van het
                                lesrooster met als maximum het met toepassing van tabel 7.2 van het
                                ruimtebehoeftemodel berekende aantal:</al><al>(aantal leerlingen x 32 x m² bvo gym) / 460.</al><al>Voor het Lwoo en Praktijkonderwijs wordt een aangepaste formule
                                gehanteerd:</al><al>(aantal leerlingen x 32 x m² bvo gym) / 322.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>DEEL D Minimumnormen bij realisering van nieuwe voorzieningen</titel></kop><afdeling><kop><titel>School voor basisonderwijs</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="-"><al>Minimum terreinoppervlakte betrekking hebbende op het
                                        verharde gedeelte: 3 m²/ll met een minimum van 300 m² netto,
                                        vanaf 200 leerlingen kan worden volstaan met 600 m²
                                        netto.</al></li><li nr="-"><al>1 Speellokaal per school met een minimum netto-oppervlakte
                                        van 84 m², vanaf de veertiende groep een tweede speellokaal
                                        met een minimum netto oppervlakte van 84 m².</al></li><li nr="-"><al>Minimumoppervlakte leslokaal: 42 m² netto.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2 School voor (voortgezet) speciaal onderwijs</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="-"><al>Minimum terreinoppervlakte betrekking hebbende op het
                                        verharde gedeelte: 3 m²/ll met een minimum van 300 m² netto,
                                        vanaf 200 leerlingen kan worden volstaan met 600 m²
                                        netto.</al></li><li nr="-"><al>Een speellokaal heeft een minimum netto-oppervlakte van 84
                                        m².</al></li><li nr="-"><al>Minimum oppervlakte leslokaal: 42 m² netto.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3 School voor voortgezet onderwijs</titel></kop><structuurtekst><al>Minimum afmetingen, uitgedrukt in netto m²:</al><lijst><li nr="-"><al>theorielokaal: 42 m²</al></li><li nr="-"><al>theorievaklokaal: 50 m²</al></li><li nr="-"><al>vaklokaal natuurkunde: 50 m²</al></li><li nr="-"><al>vaklokaal biologie: 50 m²</al></li><li nr="-"><al>vaklokaal scheikunde: 60 m²</al></li><li nr="-"><al>vaklokaal handvaardigheid: 60 m²</al></li><li nr="-"><al>vaklokaal overig: 80 m²</al></li><li nr="-"><al>specifiek vaklokaal lassen: 50 m²</al></li><li nr="-"><al>specifiek vaklokaal meten: 50 m²</al></li><li nr="-"><al>werkplaats: 115 m²</al></li><li nr="-"><al>restaurant: 80 m²</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>4 Gymnastiekruimten</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="-"><al>De oefenruimte is minimaal 252 m² netto.</al></li><li nr="-"><al>De hoogte van de oefenruimte is minimaal 5 m.</al></li><li nr="-"><al>Het gymnastiekgebouw bevat ten minste 2 kleedruimten met een
                                        was-/douchegelegenheid.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>III 1 Overzicht ‘Meetinstructie voor het vaststellen van de
                                bruto-vloeroppervlakte van de schoolgebouwen in het primair
                                onderwijs’</titel></kop><structuurtekst><al>De vaststelling van de bruto-vloeroppervlakte van een
                                schoolgebouw:</al><al>De bruto-vloeroppervlakte van een gebouw is de som van de
                                bruto-vloeroppervlakten van alle onderwijsruimten en andere ruimten
                                op alle vloerniveaus.</al><al>De bruto-vloeroppervlakte van ieder vloerniveau wordt begrensd door
                                de buitenomtrek c.q. het buitenvlak van de begrenzing van het gebouw
                                op vloerhoogte.</al><al>De oppervlakte van trappen en liften dient op ieder vloerniveau tot
                                de bruto-vloeroppervlakte te worden gerekend.</al><al>De oppervlakte van verbindende ruimten tussen in of aanpandige
                                gymnastieklokalen wordt toegerekend aan het lesgebouw.</al><al>Bij scheidingswanden tussen het lesgebouw en in of aanpandig gelegen
                                gymnastieklokalen wordt de bruto-vloeroppervlakte gerekend tot het
                                hart van de scheidingsconstructie.</al><al>Tot de bruto-vloeroppervlakte wordt niet gerekend een schalmgat of
                                een vide, voor zover de oppervlakte daarvan groter is dan 4 m².</al><al>Uitzonderingen:</al><al>In en aangebouwde fietsenstallingen en bergingen die uitsluitend van
                                buitenaf bereikbaar zijn, worden niet tot de bruto-vloeroppervlakte
                                gerekend.</al><al>Indien de bruto-vloeroppervlakte niet of moeilijk te bepalen is,
                                mogen de netto-oppervlakten van alle ruimten worden opgeteld. De
                                bruto-vloeroppervlakte wordt dan verkregen door de gevonden
                                netto-vloeroppervlakte te vermenigvuldigen met de factor 1,1.</al><al>Bij zolderruimten, kelders of souterrains in gebruik als
                                onderwijsruimte of andere ruimte, wordt de bruto-vloeroppervlakte
                                bepaald door de netto-vloeroppervlakte van dat deel van de ruimte
                                met een vrije hoogte &gt; 2,60 m te vermenigvuldigen met de factor
                                1,1.</al><al>Voor zover een zolderruimte, kelder of souterrain wordt gebruikt als
                                berging, keuken, stencilruimte of werkkast telt deze niet mee voor
                                de berekening van de bruto-vloeroppervlakte.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>III 2 Overzicht ‘Meetinstructie voor het vaststellen van de
                                bruto-vloeroppervlakte van de schoolgebouwen in het voortgezet
                                onderwijs’</titel></kop><structuurtekst><al>Deze meetinstructie is bedoeld voor nieuwe (gedeelten van) gebouwen
                                of voor situaties waar gekozen wordt voor het niet overnemen van
                                gegevens van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en
                                Wetenschappen.</al><al>De bruto-oppervlakte van een gebouw is de som van de bruto
                                vloeroppervlakte van alle tot het gebouw behorende ‘beloopbare’
                                binnenruimten. De bruto-vloeroppervlakte wordt gemeten op
                                vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande
                                buitenconstructies, die de ruimten omhullen.</al><al>Tot de bruto-oppervlakte behoort eveneens:</al><lijst><li nr="-"><al>de oppervlakte van trapgaten, liftschachten, en
                                        leidingschachten op elk vloerniveau;</al></li><li nr="-"><al>de oppervlakte van vrijstaande uitwendige kolommen, voor
                                        zover groter dan 0,5 m².</al></li></lijst><al>Uitzonderingen:</al><lijst><li nr="-"><al>de oppervlakten van overdekte niet door vaste
                                        buitenbegrenzingen omsloten ruimten worden niet tot de
                                        bruto-vloeroppervlakte gerekend, ongeacht de
                                        vloerconstructie of wijze van verharding. Dit betreft
                                        luifels, dakoverstekken, de ruimte onder op kolommen staande
                                        verdiepingen, fietsenstallingen (al dan niet overdekt) en
                                        dergelijke;</al></li><li nr="-"><al>open brand of vluchttrappen aan de buitenzijde van een
                                        gebouw worden bij de bepaling van de bruto-oppervlakte niet
                                        meegerekend;</al></li><li nr="-"><al>niet beloopbare kelders en/of zolders worden niet
                                        meegerekend.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Toelichting</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Deel A De bepaling van de capaciteit</titel></kop><afdeling><kop><titel>Basisonderwijs</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Capaciteit van de gebouwen</tussenkop><al>De vaststelling van de capaciteit van de gebouwen, ten behoeve
                                    van de nulmeting en later, is van belang om aanvragen voor
                                    uitbreiding te kunnen beoordelen maar ook om de leegstand te
                                    kunnen bepalen ten behoeve van mogelijk medegebruik. De
                                    capaciteit van de gebouwen wordt vastgelegd in een aantal
                                    groepen. De eerste keer geschiedt dit in de nulmeting. Lang niet
                                    alle gebouwen voldoen aan de voor de decentralisatie gehanteerde
                                    oppervlaktenormering, vooral veel oudere gebouwen hebben meer m²
                                    BVO dan behoort bij het aantal groepen waarvoor het gebouw
                                    geschikt is. Indien een dergelijk gebouw moet worden uitgebreid
                                    is het reëel naar de mogelijkheid te kijken of met de
                                    uitbreiding de ‘overdimensionering’ van het gebouw kan worden
                                    teruggedrongen. Van belang daarbij is onder andere de BVO van
                                    het gebouw. De BVO is een gegeven dat is vastgelegd in de
                                    gegevensadministratie van het ministerie van Onderwijs, Cultuur
                                    en Wetenschappen en als zodanig meermaals geverifieerd.</al><al>De capaciteit van het gebouw is ook een bij het ministerie van
                                    Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen vastliggend gegeven, maar is
                                    normatief, aan de hand van oppervlaktetabellen vastgesteld. De
                                    werkelijkheid kan afwijkend zijn van de registratie. Om deze
                                    reden is gekozen voor een nieuwe vaststelling van de capaciteit
                                    van de gebouwen. De capaciteit van een gebouw in groepen is
                                    gelijk aan het aantal lokalen in het gebouw. Indien de
                                    normatieve BVO behorend bij het vastgestelde aantal groepen dat
                                    in het gebouw kan worden gehuisvest, lager is dan de werkelijke
                                    BVO, is het gebouw ‘overgedimensioneerd’. Het aantal m² van deze
                                    ‘overdimensionering’ is van belang op het moment dat een gebouw
                                    moet worden uitgebreid. Op dat moment kan worden bezien in
                                    hoeverre de fysieke uitbreiding van het gebouw kan worden
                                    beperkt, terwijl de noodzakelijke capaciteitsvergroting van het
                                    gebouw wordt gerealiseerd. De vermindering van de
                                    ‘overdimensionering’ van de BVO van het gebouw is van belang om
                                    een gunstiger uitgangspunt te creëren voor de vergoeding van de
                                    materiële exploitatie.</al><tussenkop> Rangordebepaling</tussenkop><al>Indien de school beschikt over meerdere gebouwen, een
                                    hoofdgebouw en dislocaties, wordt een rangorde vastgesteld voor
                                    het geval dat het leerlingaantal terugloopt, en als gevolg
                                    daarvan moet worden bepaald of en zo ja, welke gebouwen kunnen
                                    worden afgestoten. Het hoofdgebouw heeft vanzelfsprekend het
                                    laagste nummer: wordt dus als laatste afgestoten. De dislocaties
                                    die een permanente bouwaard hebben worden later afgestoten dan
                                    dislocaties met een tijdelijke bouwaard. Vervolgens hebben de
                                    kleinste gebouwen het hoogste rangnummer omdat deze gebouwen
                                    eerder zullen kunnen worden afgestoten dan grotere gebouwen. De
                                    rangorde is nu bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en
                                    Wetenschappen vastgelegd en wordt als zodanig overgenomen. Er
                                    zijn redenen denkbaar om voor een andere rangorde te kiezen.
                                    Bijvoorbeeld een kleinere dislocatie kan structureel voldoende
                                    huisvesting bieden en door de rangorde aan te passen kan de
                                    grotere dislocatie worden afgestoten. In een dergelijk geval
                                    stellen burgemeester en wethouders, na overleg met het bevoegd
                                    gezag, een andere volgorde van de dislocaties vast.</al><tussenkop> Terrein</tussenkop><al>De terreinoppervlakte in het basisonderwijs wordt voor de eerste
                                    keer geregistreerd. De gegevens zoals deze bij het Kadaster zijn
                                    vastgelegd, zijn maatgevend voor de gemeentelijke administratie.
                                    Voor het openbaar onderwijs is in niet alle gevallen de
                                    terreinoppervlakte geregistreerd die hoort bij het
                                    onderwijsgebouw. Het kan zijn dat de terreinoppervlakte van het
                                    openbaar groen en andere openbare gebouwen als één geheel is
                                    geregistreerd. In die gevallen wordt geen terreinoppervlakte
                                    geregistreerd.</al><tussenkop> Inventaris</tussenkop><al>De hoeveelheid inventaris die is verstrekt is van belang voor
                                    het moment dat uitbreiding hiervan wordt gevraagd. Er wordt van
                                    uitgegaan dat een inventaris is verstrekt voor het aantal
                                    groepen waarvoor voor het schooljaar 1996/1997 huisvesting zou
                                    kunnen worden gevraagd. Vaststaat dat voor dit aantal groepen
                                    ook een onderwijsleerpakket en meubilair aangevraagd had kunnen
                                    worden op basis van de oktobertelling 1995 of op basis van de
                                    buitenreguliere telling augustus 1996. Op deze aanvragen is nog
                                    door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen
                                    beslist. Het kan zijn dat in het verleden voor meer groepen
                                    onderwijsleerpakket en meubilair is verstrekt dan het aantal
                                    groepen waarvoor voor het schooljaar 1996/1997 huisvesting kan
                                    worden gevraagd. De gemeente kan dit aantonen aan de hand van de
                                    hiertoe afgegeven beschikkingen door het ministerie van
                                    Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. In een aantal gevallen
                                    hebben burgemeester en wethouders, zonder een goedkeurende
                                    beschikking van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, zelf
                                    gezorgd voor de uitbreiding van het onderwijsleerpakket en
                                    meubilair. Ook dit is aantoonbaar door middel van de daartoe
                                    gevoerde correspondentie tussen burgemeester en wethouders en
                                    het bevoegd gezag van de school. In beide gevallen is het
                                    hoogste aantal groepen waarvoor een onderwijsleerpakket en
                                    meubilair is verstrekt het uitgangspunt voor het beoordelen van
                                    de omvang van de noodzakelijke uitbreiding van het
                                    onderwijsleerpakket en meubilair.</al><al>De periode waarnaar wordt gekeken, is de periode na
                                    inwerkingtreding van de WBO. In de OWBO is bepaald dat de
                                    inventaris aanwezig op het moment van inwerkingtreding van de
                                    wet wordt geacht te voldoen. Verder terugkijken in de tijd heeft
                                    dus geen zin.</al><tussenkop> Gymnastiekruimten</tussenkop><al>De vaststelling van de capaciteit van de gymnastiekruimten is
                                    van belang vanwege aanvragen voor uitbreiding van het aantal
                                    klokuren dat gebruik wordt gemaakt van een gymnastiekruimte maar
                                    ook vanwege de bepaling van leegstand ten behoeve van mogelijk
                                    medegebruik. De capaciteit van de gymnastiekruimten wordt
                                    vastgelegd in een aantal klokuren. Een gymnastiekruimte
                                    behorende tot een school voor basisonderwijs kan 40 klokuren
                                    worden gebruikt. Een school voor het basisonderwijs kan gezien
                                    de schooltijden van de school echter niet meer dan 26 klokuren
                                    gebruik maken van de gymnastiekruimte. Indien een school
                                    aanspraak maakt (kan maken) op klokuren gebruik van een andere
                                    gymnastiekruimte dan behorende bij de school dan is de
                                    capaciteit van deze gymnastiekruimte ten behoeve van de
                                    betreffende school bepaald door het aantal uren dat deze
                                    gymnastiekruimte beschikbaar is gedurende de schooltijden van de
                                    school waarvoor de klokuren noodzakelijk zijn. Het betreft een
                                    gymnastiekruimte behorend bij een andere school in het primair
                                    of voortgezet onderwijs, een sportaccommodatie van de gemeente
                                    of een sportaccommodatie beheerd door derden.</al><al>De terreinoppervlakte van een gymnastiekruimte is de oppervlakte
                                    zoals deze is geregistreerd bij het Kadaster. In veel gevallen
                                    zal de gymnastiekruimte gelegen zijn op het terrein van de
                                    school en als zodanig opgenomen zijn in de terreinoppervlakte
                                    van het lesgebouw. In dat geval heeft het geen zin de
                                    terreinoppervlakte voor de gymnastiekruimte afzonderlijk te
                                    registreren omdat bij een eventuele aanvraag voor uitbreiding
                                    van het terrein van de gymnastiekruimte, bijvoorbeeld omdat het
                                    gebouw wordt uitgebreid met een kleedruimte, de totale
                                    terreinoppervlakte van het lesgebouw en de gymnastiekruimte
                                    wordt bekeken ter beoordeling van een noodzakelijke uitbreiding
                                    van het terrein. In het enkele geval dat de gymnastiekruimte op
                                    een afzonderlijk terrein is gelegen, los van het terrein van het
                                    lesgebouw, wordt de terreinoppervlakte geregistreerd.</al><al>Ten aanzien van de inventaris van de gymnastiekruimten is
                                    bepaald dat deze wordt geacht voldoende te zijn. Dit impliceert
                                    dat slechts voor nieuw te realiseren gymnastiekruimten een
                                    aanvraag voor eerste aanschaf van het onderwijsleerpakket en
                                    meubilair kan worden gesanctioneerd. In het enkele geval dat
                                    voor de invulling van het noodzakelijke aantal klokuren
                                    gymnastiek wordt verwezen naar medegebruik van een beschikbare
                                    gymnastiekruimte kan, indien vaststaat dat het meubilair niet
                                    geschikt is voor de groep leerlingen die de gymnastiekruimte in
                                    gebruik gaat nemen, aanvullend meubilair worden verstrekt.</al><tussenkop> (Voortgezet) speciaal onderwijs</tussenkop><tussenkop> Capaciteit van de gebouwen</tussenkop><al>De vaststelling van de capaciteit van de gebouwen is van belang
                                    om aanvragen voor uitbreiding te kunnen beoordelen maar ook om
                                    de leegstand te kunnen bepalen ten behoeve van mogelijk
                                    medegebruik. De capaciteit van de gebouwen wordt bepaald aan de
                                    hand van het aantal groepen. De eerste keer geschiedt dit in de
                                    nulmeting. Lang niet alle gebouwen voldoen aan de voor de
                                    decentralisatie gehanteerde oppervlaktenormering, vooral veel
                                    oudere gebouwen hebben meer m² BVO dan behoort bij het aantal
                                    groepen waarvoor het gebouw geschikt is. Indien een dergelijk
                                    gebouw moet worden uitgebreid is het reëel naar de mogelijkheid
                                    te kijken of met de uitbreiding van de zogenaamde
                                    ‘overdimensionering’ van het gebouw kan worden teruggedrongen.
                                    Van belang daarbij is onder andere de BVO van het gebouw. De BVO
                                    is een gegeven dat is vastgelegd in de gegevensadministratie van
                                    het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en als
                                    zodanig meermaals geverifieerd.</al><al>De capaciteit van het gebouw is ook een bij het ministerie van
                                    Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen vastliggend gegeven, maar is
                                    normatief, aan de hand van het aanwezige aantal lokalen
                                    vastgesteld. De werkelijkheid kan afwijkend zijn van deze
                                    registratie. Om deze reden is gekozen voor een nieuwe
                                    vaststelling van de capaciteit van de gebouwen. De capaciteit
                                    van een gebouw, vastgesteld aan de hand van het aantal groepen,
                                    is gelijk aan het aantal lokalen in het gebouw verminderd met 1.
                                    In het speciaal onderwijs wordt het aantal lokalen verminderd
                                    met 2 indien het gebouw bestaat uit meer dan 13 lokalen en wordt
                                    het aantal lokalen verminderd met 3 indien het gebouw bestaat
                                    uit meer dan 26 lokalen om het aantal groepen te bepalen
                                    waarvoor het gebouw normatief geschikt is. In het voortgezet
                                    speciaal onderwijs wordt het aantal lokalen verminderd met 2
                                    indien het gebouw bestaat uit meer dan 14 lokalen en wordt het
                                    aantal lokalen verminderd met 3 indien het gebouw bestaat uit
                                    meer dan 28 lokalen om het aantal groepen te bepalen waarvoor
                                    het gebouw normatief geschikt is.</al><al>Indien de normatieve BVO behorend bij het vastgestelde aantal
                                    groepen dat in het gebouw kan worden gehuisvest, lager is dan de
                                    werkelijke BVO, is het gebouw ‘overgedimensioneerd’. Het aantal
                                    m² van deze ‘overdimensionering’ is van belang op het moment dat
                                    een gebouw moet worden uitgebreid. Op dat moment kan worden
                                    bezien in hoeverre de fysieke uitbreiding van het gebouw kan
                                    worden beperkt, terwijl de noodzakelijke capaciteitsvergroting
                                    van het gebouw wordt gerealiseerd. De vermindering van de
                                    ‘overdimensionering’ van de BVO van het gebouw is van belang om
                                    een gunstiger uitgangspunt te creëren voor de vergoeding van de
                                    materiële exploitatie.</al><al>In tabel 4, Ruimtenormering (V)SO, is de genormeerde BVO
                                    weergegeven onderscheiden naar de verschillende schoolsoorten.
                                    De bepaling van de genormeerde BVO voor een scholengemeenschap
                                    van 6 groepen speciaal onderwijs en 5 groepen voortgezet
                                    speciaal onderwijs voor visueel gehandicapten is als volgt:</al><lijst><li nr="-"><al>vaste voet voor een scholengemeenschap visueel
                                            gehandicapten 727 m²;</al></li><li nr="-"><al>het totaal aantal groepen is 11 waarvan 3 in de vaste
                                            voet zijn opgenomen dus voor 8 groepen geldt het aantal
                                            m² per groep: 8 * 96 = 768 m²;</al></li><li nr="-"><al>ten behoeve van de groepen van het VSO dient een
                                            correctie te worden gemaakt:</al></li><li nr=""><al>5 * 10 = 50 m²;</al></li><li nr="-"><al>totaal 727 + 768 + ( 50) = 1.445 m².</al></li></lijst><tussenkop> Rangordebepaling</tussenkop><al>Indien de school beschikt over meerdere gebouwen, een
                                    hoofdgebouw en dislocaties, wordt een rangorde vastgesteld voor
                                    het geval dat het leerlingaantal terugloopt, en als gevolg
                                    daarvan moet worden bepaald of en zo ja, welke gebouwen kunnen
                                    worden afgestoten. Het hoofdgebouw heeft vanzelfsprekend het
                                    laagste nummer: wordt dus als laatste afgestoten. De dislocaties
                                    die een permanente bouwaard hebben worden later afgestoten dan
                                    dislocaties met een tijdelijke bouwaard. Vervolgens hebben de
                                    kleinste gebouwen het hoogste rangnummer omdat deze gebouwen
                                    eerder zullen kunnen worden afgestoten dan grotere gebouwen. De
                                    rangorde is nu bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en
                                    Wetenschappen vastgelegd en wordt als zodanig overgenomen. Er
                                    zijn redenen denkbaar om voor een andere rangorde te kiezen.
                                    Bijvoorbeeld: kan een kleinere dislocatie structureel voldoende
                                    huisvesting bieden en kan door de rangorde aan te passen de
                                    grotere dislocatie worden afgestoten? In een dergelijk geval
                                    stellen burgemeester en wethouders, na overleg met het bevoegd
                                    gezag, een andere volgorde van de dislocaties vast.</al><tussenkop> Terrein</tussenkop><al>De terreinoppervlakte in het (voortgezet) speciaal onderwijs
                                    wordt voor de eerste keer geregistreerd. De gegevens zoals deze
                                    bij het Kadaster zijn vastgelegd, zijn maatgevend voor de
                                    gemeentelijke administratie. Voor het openbaar onderwijs is niet
                                    in alle gevallen de terreinoppervlakte geregistreerd die behoort
                                    bij het onderwijsgebouw. Het kan zijn dat de terreinoppervlakte
                                    van het openbaar groen en andere openbare gebouwen als één
                                    geheel is geregistreerd. In die gevallen wordt geen
                                    terreinoppervlakte geregistreerd.</al><tussenkop> Inventaris</tussenkop><al>De inventaris die is verstrekt is van belang voor het moment dat
                                    uitbreiding hiervan wordt gevraagd. Er wordt van uitgegaan dat
                                    de inventaris is verstrekt voor het aantal groepen waarvoor voor
                                    het schooljaar 1996/1997 huisvesting zou kunnen worden gevraagd.
                                    Vaststaat dat voor dit aantal groepen ook een
                                    onderwijsleerpakket en meubilair aangevraagd hadden kunnen
                                    worden op basis van de oktobertelling 1995. Op deze aanvragen is
                                    nog door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen
                                    beslist. Het kan zijn dat in het verleden voor meer groepen een
                                    onderwijsleerpakket en meubilair is verstrekt dan het aantal
                                    groepen waarvoor voor het schooljaar 1996/1997 huisvesting kan
                                    worden gevraagd. De gemeente kan dit aantonen aan de hand van de
                                    hiertoe afgegeven beschikkingen door het ministerie van
                                    Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. In een aantal gevallen
                                    hebben burgemeester en wethouders, zonder een goedkeurende
                                    beschikking van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, zelf
                                    gezorgd voor de uitbreiding van het onderwijsleerpakket en
                                    meubilair. Ook dit is aantoonbaar door middel van de daartoe
                                    gevoerde correspondentie tussen burgemeester en wethouders en
                                    het bevoegd gezag van de school. In beide gevallen is het
                                    hoogste aantal groepen waarvoor onderwijsleerpakket en meubilair
                                    is verstrekt het uitgangspunt voor het beoordelen van de omvang
                                    van de noodzakelijke uitbreiding van onderwijsleerpakket en
                                    meubilair.</al><al>De periode waarnaar wordt gekeken, is de periode na
                                    inwerkingtreding van de ISOVSO. In de OISOVSO is bepaald dat de
                                    inventaris aanwezig op het moment van inwerkingtreding van de
                                    wet wordt geacht te voldoen. Verder terugkijken in de tijd heeft
                                    dus geen zin.</al><tussenkop> Gymnastiekruimten</tussenkop><al>Het is van belang de capaciteit van de gymnastiekruimten vast te
                                    stellen vanwege aanvragen voor uitbreiding van het aantal
                                    klokuren gebruik van een gymnastiekruimte maar ook vanwege de
                                    bepaling van leegstand ten behoeve van mogelijk medegebruik. De
                                    capaciteit van de gymnastiekruimten wordt vastgelegd in een
                                    aantal klokuren. Een gymnastiekruimte behorende tot een school
                                    voor (voortgezet) speciaal onderwijs kan 40 klokuren worden
                                    gebruikt. Een school voor het (voortgezet) speciaal onderwijs
                                    kan gezien de schooltijden van de school echter niet meer dan 26
                                    klokuren gebruik maken van de gymnastiekruimte. Indien een
                                    school aanspraak maakt (kan maken) op klokuren gebruik van een
                                    andere gymnastiekruimte dan behorende bij de school wordt de
                                    capaciteit van deze gymnastiekruimte ten behoeve van de
                                    desbetreffende school bepaald door het aantal uren dat deze
                                    gymnastiekruimte beschikbaar is gedurende de schooltijden van de
                                    school waarvoor de klokuren noodzakelijk zijn. Het betreft een
                                    gymnastiekruimte behorend bij een andere school in het primair
                                    of voortgezet onderwijs, een sportaccommodatie van de gemeente
                                    of een accommodatie beheerd door derden.</al><al>De terreinoppervlakte van een gymnastiekruimte betreft de
                                    oppervlakte zoals deze is geregistreerd bij het Kadaster. In
                                    veel gevallen zal de gymnastiekruimte gelegen zijn op het
                                    terrein van de school en als zodanig opgenomen zijn in de
                                    terreinoppervlakte van het lesgebouw. In dat geval heeft het
                                    geen zin de terreinoppervlakte voor de gymnastiekruimte
                                    afzonderlijk te registreren omdat bij een eventuele aanvraag
                                    voor uitbreiding van het terrein van de gymnastiekruimte,
                                    bijvoorbeeld omdat het gebouw wordt uitgebreid met een
                                    kleedruimte, de totale terreinoppervlakte van het lesgebouw en
                                    de gymnastiekruimte wordt bekeken. In het enkele geval dat de
                                    gymnastiekruimte op een afzonderlijk terrein is gelegen, los van
                                    het terrein van het lesgebouw, wordt de terreinoppervlakte
                                    geregistreerd.</al><al>Ten aanzien van de inventaris van de gymnastiekruimten is
                                    bepaald dat deze wordt geacht voldoende te zijn. Dit impliceert
                                    dat slechts voor nieuw te realiseren gymnastiekruimten een
                                    aanvraag voor eerste aanschaf van het onderwijsleerpakket en
                                    meubilair kan worden gesanctioneerd. In het enkele geval dat
                                    voor de invulling van het noodzakelijke aantal klokuren
                                    gymnastiek wordt verwezen naar medegebruik van een beschikbare
                                    gymnastiekruimte kan, indien vaststaat dat het meubilair niet
                                    geschikt is voor de groep leerlingen die de gymnastiekruimte in
                                    gebruik gaat nemen, aanvullend meubilair worden verstrekt.</al><tussenkop> School voor voortgezet onderwijs</tussenkop><al>De nulmeting beperkt zich in het voortgezet onderwijs waar het
                                    de gebouwen betreft tot een opname, c.q. overname van BRHU
                                    gegevens, van de bruto vloeroppervlakte. In het voortgezet
                                    onderwijs kan de belangstelling van leerlingen voor de
                                    verschillende onderwijssoorten/studierichtingen binnen
                                    instellingen sterk variëren, ook zonder dat het totale volume
                                    wijzigt. Dat heeft van tijd tot tijd wijzigingen van de functies
                                    van ruimten tot gevolg. Onder meer om deze reden is gekozen voor
                                    een eigen verantwoordelijkheid voor schoolbesturen, waar het de
                                    bouwkundige aanpassingen betreft aan de binnenzijde van de
                                    gebouwen (tot het drempelbedrag van ƒ 600,00 [1] per
                                    leerling).</al><al>Een momentopname van gebouwgegevens op een niveau van
                                    afzonderlijke (les)ruimten is, gelet op deze eigen
                                    verantwoordelijkheid van schoolbesturen, niet zinvol.</al><tussenkop> Inventaris</tussenkop><al>De toekenning van inventaris is in het voortgezet onderwijs
                                    vanaf de invoeringsdatum van de decentralisatie gekoppeld aan de
                                    toekenning van een voorziening in de huisvesting. Deze methodiek
                                    wijkt fundamenteel af van de door Onderwijs, Cultuur en
                                    Wetenschappen gehanteerde systematiek, waarbij
                                    inventaristoekenningen juist niet gerelateerd waren aan
                                    toekenningen in de huisvesting.</al><al>Bij de start van de nieuwe systematiek wordt ervan uitgegaan,
                                    dat alle scholen voor voortgezet onderwijs zijn voorzien van
                                    inventaris.</al><tussenkop> Gymnastieklokalen</tussenkop><al>Het gegeven ‘aantal gymnastieklokalen in eigendom’ heeft de
                                    gemeente nodig om bij een aanvraag voor toewijzing van klokuren
                                    gymnastiek door een VO instelling te kunnen beoordelen hoeveel
                                    uren de school in de eigen huisvesting kan verzorgen.</al><al>De vaststelling van de capaciteit van de gymnastiekruimten is
                                    van belang vanwege aanvragen voor uitbreiding van het aantal
                                    klokuren dat gebruik wordt gemaakt van een gymnastiekruimte maar
                                    ook vanwege de bepaling van leegstand ten behoeve van mogelijk
                                    medegebruik. De capaciteit van de gymnastiekruimten wordt
                                    vastgelegd in een aantal lesuren. Een gymnastiekruimte behorende
                                    tot een school voor voortgezet onderwijs kan 40 lesuren worden
                                    gebruikt. Indien een school aanspraak maakt (kan maken)
                                    gedurende een aantal lesuren op het gebruik van een andere
                                    gymnastiekruimte dan behorende bij de school dan is de
                                    capaciteit van deze gymnastiekruimte het aantal uren dat deze
                                    gymnastiekruimte beschikbaar is gedurende de schooltijden van de
                                    school waarvoor de lesuren noodzakelijk zijn. Het betreft een
                                    gymnastiekruimte behorend bij een andere school in het primair
                                    of voortgezet onderwijs, een sportaccommodatie van de gemeente
                                    of een sportaccommodatie beheerd door derden.</al><al>De terreinoppervlakte van een gymnastiekruimte is de oppervlakte
                                    zoals deze is geregistreerd bij het Kadaster. In veel gevallen
                                    zal de gymnastiekruimte gelegen zijn op het terrein van de
                                    school en als zodanig opgenomen zijn in de terreinoppervlakte
                                    van het lesgebouw. In dat geval heeft het geen zin de
                                    terreinoppervlakte voor de gymnastiekruimte afzonderlijk te
                                    registreren omdat bij een eventuele aanvraag voor uitbreiding
                                    van het terrein van de gymnastiekruimte, bijvoorbeeld omdat het
                                    gebouw wordt uitgebreid met een kleedruimte, de totale
                                    terreinoppervlakte van het lesgebouw en de gymnastiekruimte
                                    wordt bekeken ter beoordeling van een noodzakelijke uitbreiding
                                    van het terrein. In het enkele geval dat de gymnastiekruimte op
                                    een afzonderlijk terrein is gelegen, los van het terrein van het
                                    lesgebouw, wordt de terreinoppervlakte geregistreerd.</al><al>Ten aanzien van de inventaris van de gymnastiekruimten is
                                    bepaald dat deze wordt geacht voldoende te zijn. Dit impliceert
                                    dat slechts voor nieuw te realiseren gymnastiekruimten een
                                    aanvraag voor eerste aanschaf van leer- en hulpmiddelen en
                                    meubilair kan worden gesanctioneerd. In het enkele geval dat
                                    voor de invulling van het noodzakelijke aantal lesuren
                                    gymnastiek wordt verwezen naar medegebruik van een beschikbare
                                    gymnastiekruimte kan, indien vaststaat dat het meubilair niet
                                    geschikt is voor de groep leerlingen die de gymnastiekruimte in
                                    gebruik gaat nemen, aanvullend meubilair worden verstrekt.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Deel B Wijze van bepalen van de ruimtebehoefte</titel></kop><afdeling><kop><titel>Basisonderwijs</titel></kop><structuurtekst><al>Het bepalen van de ruimtebehoefte van een school in het
                                basisonderwijs houdt in dat wordt bezien hoe groot de
                                capaciteitsbehoefte van de desbetreffende school is in relatie tot
                                de eventueel reeds aanwezige capaciteit. De omvang van de
                                noodzakelijke capaciteit of uitbreiding van de capaciteit wordt
                                uitgedrukt in groepen, zijnde het aantal formatieplaatsen in de
                                basisformatie. Er is onderscheid gemaakt in het bepalen van de
                                ruimtebehoefte voor tijdelijke en voor permanente voorzieningen. Bij
                                de bepaling van de ruimtebehoefte voor een tijdelijke voorziening
                                wordt wel rekening gehouden met de gewogen leerlingen, bij de
                                bepaling van de ruimtebehoefte voor een permanente voorziening wordt
                                hiermee geen rekening gehouden.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>(Voortgezet) speciaal onderwijs</titel></kop><structuurtekst><al>Het bepalen van de ruimtebehoefte van een school voor (voortgezet)
                                speciaal onderwijs houdt in dat wordt bezien hoe groot de
                                capaciteitsbehoefte van de desbetreffende school is in relatie tot
                                de eventueel reeds aanwezige capaciteit. De omvang van de
                                noodzakelijke capaciteit of uitbreiding van de capaciteit wordt
                                uitgedrukt in groepen.</al><al>De bepaling van de ruimtebehoefte van een SO school, een VSO school,
                                een SOVSO school, een SO school met een of meer afdelingen of een
                                SOVSO school met een of meer afdelingen is afhankelijk van het
                                totaal aantal groepen van de desbetreffende school. Het aantal
                                groepen van de SO en de VSO component en van de afdelingen wordt per
                                afzonderlijke component vastgesteld. Het aantal groepen van een of
                                meer afdelingen wordt bij het aantal groepen van de SO component
                                opgeteld. De bepaling van het genormeerd aantal m²
                                bruto-vloeroppervlakte of de bepaling van de genormeerde
                                stichtingskosten is afhankelijk van het aantal groepen SO, het
                                aantal groepen VSO of het aantal groepen SOVSO.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>School voor voortgezet onderwijs</titel></kop><structuurtekst><al>Het bepalen van de ruimtebehoefte in het voortgezet onderwijs gaat
                                aan de hand van het Ruimtebehoeftemodel. In dit model wordt op basis
                                van een tweetal componenten de ruimtebehoefte bepaald. De
                                ruimtebehoefte is enerzijds afhankelijk van het aantal leerlingen
                                dat de school bezoekt en anderzijds afhankelijk van kenmerken van de
                                school (zoals de aard van de vestiging en het onderwijsaanbod).</al><al>Met behulp van tabel 7.1.a kan op basis van het aantal leerlingen
                                per onderwijssoort de zogenaamde leerlinggebonden component worden
                                bepaald.</al><al>Een voorbeeld Het Lokale Lyceum</al><table><tgroup cols="6"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="16*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="16*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="16*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="16*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="16*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="16*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Ruimtesoort</al></entry><entry colname="col2"><al>Leerweg</al></entry><entry colname="col3"><al>Ruimtetype</al></entry><entry colname="col4"><al>BVO/II</al></entry><entry colname="col5"><al>Aantal II</al></entry><entry colname="col6"><al>BVO</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>Onderbouw</al></entry><entry colname="col2"><al>-</al></entry><entry colname="col3"><al>Alg. Ruimte</al></entry><entry colname="col4"><al>6,02</al></entry><entry colname="col5"><al>100</al></entry><entry colname="col6"><al>602</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Avo/Vwo</al></entry><entry colname="col2"><al>-</al></entry><entry colname="col3"><al>Alg. Ruimte</al></entry><entry colname="col4"><al>5,69</al></entry><entry colname="col5"><al>200</al></entry><entry colname="col6"><al>1.138</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al> Totaal</al></entry><entry colname="col2" morerows="1"><al/></entry><entry colname="col3" morerows="1"><al> Alg. Ruimte</al></entry><entry colname="col4" morerows="1"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry></row><row><entry colname="col5"><al>300</al></entry><entry colname="col6"><al>1.740</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Daarna wordt de vaste voet van de instelling berekend aan de hand
                                van tabel 7.1.b.</al><al>De school uit het voorbeeld, Het Lokale Lyceum is een hoofdvestiging
                                en heeft geen afdeling waarin de beroepsgerichte leerweg wordt
                                aangeboden. De vaste voet van Het Lokale Lyceum bedraagt dus 980
                                vierkante meter Algemene Ruimte. Het totale ruimtebeslag van Het
                                Lokale Lyceum komt dus op 2.720 m² bruto-vloeroppervlakte Algemene
                                Ruimte.</al><al>De school komt in aanmerking voor een vaste voet per afdeling als op
                                deze school de beroepsgerichte leerweg voor deze afdeling wordt
                                aangeboden. Uitgangspunt daarbij is dat de vestiging waar de
                                beroepsgerichte leerweg wordt aangeboden zo veel mogelijk wordt
                                gefaciliteerd ten behoeve van het beroepsgericht onderwijs. Pas als
                                op de instelling de beroepsgerichte leerweg van een bepaalde
                                afdeling of sector wordt aangeboden, mag voor die afdeling of sector
                                ook een leerwegondersteunende of de gemengde leerweg worden
                                aangeboden.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Deel C De bepaling van de omvang van de toekenning</titel></kop><afdeling><kop><titel>Basisonderwijs</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Voor blijvend gebruik bestemde voorzieningen</tussenkop><al>De omvang van (vervangende) nieuwbouw of uitbreiding is
                                    afhankelijk van het aantal groepen zoals vastgesteld volgens de
                                    berekeningswijze voor permanente voorzieningen. In het geval van
                                    uitbreiding is de reeds beschikbare huisvesting van belang voor
                                    het bepalen van de omvang van de capaciteitsvermeerdering.
                                    Indien het bestaande gebouw groter is (meer m²) dan de norm
                                    behorend bij de capaciteit van het gebouw aangeeft, wordt bezien
                                    in hoeverre de noodzakelijke capaciteitsvermeerdering, geheel of
                                    gedeeltelijk, kan plaatsvinden door een interne aanpassing van
                                    het gebouw. De kosten van deze aanpassing zijn belangrijk:
                                    indien de aanpassing duurder is dan een uitbreiding van het
                                    gebouw, wordt het gebouw uitgebreid.</al><al>De omvang van de ingebruikneming is eveneens afhankelijk van het
                                    aantal groepen zoals vastgesteld volgens de berekeningswijze
                                    voor permanente voorzieningen. Afhankelijk van de benodigde
                                    capaciteit kan een gebouw volledig dan wel gedeeltelijk in
                                    gebruik worden gegeven.</al><al>De omvang van medegebruik wordt bepaald door het aantal groepen
                                    waarvoor huisvesting noodzakelijk is en het aantal groepen
                                    waarvoor huisvesting aanwezig is.</al><tussenkop> Voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen</tussenkop><al>De omvang van (vervangende) nieuwbouw of uitbreiding is
                                    afhankelijk van het aantal groepen zoals vastgesteld volgens de
                                    berekeningswijze voor tijdelijke voorzieningen. In het geval van
                                    uitbreiding is de reeds beschikbare huisvesting van belang voor
                                    het bepalen van de omvang van de capaciteitsvermeerdering.
                                    Indien het bestaande gebouw groter is (meer m²) dan de norm
                                    behorend bij de capaciteit van het gebouw aangeeft, wordt bezien
                                    in hoeverre de noodzakelijke capaciteitsvermeerdering, geheel of
                                    gedeeltelijk, kan plaatsvinden door een interne aanpassing van
                                    het gebouw. De kosten van deze aanpassing zijn belangrijk:
                                    indien de aanpassing duurder is dan een uitbreiding van het
                                    gebouw, wordt het gebouw uitgebreid.</al><al>De omvang van medegebruik wordt bepaald door het aantal groepen
                                    waarvoor huisvesting noodzakelijk is en het aantal groepen
                                    waarvoor huisvesting aanwezig is.</al><al>De omvang van de verplaatsing van noodlokalen wordt bepaald door
                                    het aantal groepen waarvoor de huisvesting noodzakelijk is en de
                                    kosten in verhouding tot de verwachte gebruiksduur van de
                                    lokalen. Indien mogelijkheden van medegebruik aanwezig zijn, zal
                                    in eerste instantie hiernaar worden verwezen.</al><al>Overige voor blijvend dan wel voor tijdelijk gebruik bestemde
                                    voorzieningen</al><al>De omvang van (de uitbreiding van) het terrein wordt bepaald
                                    door de minimaal noodzakelijke oppervlakte op grond van de
                                    daartoe in bijlage III, deel D, gestelde eisen met inachtneming
                                    van de bij of krachtens de wet gestelde eisen. De situatie op
                                    zich zal ook van invloed zijn op de omvang van de
                                    terreinoppervlakte ten behoeve van het schoolgebouw.</al><al>De omvang van de eerste aanschaf van het onderwijsleerpakket of
                                    de uitbreiding hiervan wordt bepaald door het aantal groepen, op
                                    basis van het gewogen leerlingenaantal, waarvoor deze
                                    voorziening noodzakelijk is. In het geval van uitbreiding geldt
                                    dat het verschil in groepen wordt bepaald door het aantal
                                    groepen zoals aanwezig was op de laatste teldatum voor het
                                    indienen van de aanvraag en het aantal groepen waarvoor reeds
                                    eerste aanschaf van het onderwijsleerpakket is bekostigd. Het
                                    aantal groepen waarvoor de eerste aanschaf van het
                                    onderwijsleerpakket reeds is bekostigd, wordt bepaald door het
                                    aantal groepen dat wordt bekostigd bij de aanvang van het
                                    schooljaar 1996/1997, tenzij burgemeester en wethouders kunnen
                                    aantonen dat voor meer groepen eerste inrichting van het
                                    onderwijsleerpakket is gegeven.</al><al>De omvang van de eerste aanschaf van het meubilair of
                                    uitbreiding hiervan wordt op dezelfde wijze bepaald als de
                                    eerste aanschaf of de uitbreiding van het onderwijsleerpakket.
                                    De verstrekking of de bekostiging van het meubilair wordt echter
                                    bepaald door het aantal groepen op basis van het ongewogen
                                    leerlingenaantal.</al><al>De omvang van de aanpassing wordt bepaald door de activiteiten
                                    die strikt noodzakelijk zijn om het gebouw geschikt te maken
                                    voor het geven van onderwijs. Dit houdt in dat slechts die
                                    activiteiten voor bekostiging in aanmerking komen die de normale
                                    eisen te stellen aan het gebouw voor het geven van onderwijs
                                    niet overschrijden. De aanpassing kan noodzakelijk zijn omdat
                                    een gebouw in gebruik wordt genomen of omdat de capaciteit van
                                    het gebouw moet worden vergroot voor het creëren van een extra
                                    les of speellokaal. Activiteiten die noodzakelijk zijn als
                                    gevolg van specifieke wet- en regelgeving, bijvoorbeeld Arbo
                                    eisen, kunnen eveneens voor bekostiging in aanmerking komen. Als
                                    een oliegestookte verwarmingsinstallatie moet worden vervangen
                                    door een gasgestookte installatie komen de meerkosten ten
                                    opzichte van het vervangen van een gasgestookte installatie door
                                    een gasgestookte installatie voor bekostiging in aanmerking. De
                                    meerkosten zullen in de meeste gevallen betrekking hebben op de
                                    noodzakelijke verplaatsing van de installatie.</al><al>De omvang van het onderhoud wordt bepaald door de activiteiten
                                    die noodzakelijk zijn aan de buitenzijde van het gebouw zoals
                                    deze zijn omschreven in het overzicht ‘onderhoud primair
                                    onderwijs’, door de vervanging van de binnenkozijnen en
                                    binnendeuren of door de vervanging van radiatoren, convectoren
                                    en leidingen voor de centrale verwarming of door het totaal van
                                    verschillende van deze activiteiten.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>(Voortgezet) speciaal onderwijs</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Voor blijvend gebruik bestemde voorzieningen</tussenkop><al>De omvang van (vervangende) nieuwbouw of uitbreiding is
                                    afhankelijk van het aantal groepen zoals vastgesteld volgens de
                                    berekeningswijze voor permanente voorzieningen. In het geval van
                                    uitbreiding is de reeds beschikbare huisvesting van belang voor
                                    het bepalen van de omvang van de capaciteitsvermeerdering.
                                    Indien het bestaande gebouw groter is (meer m²) dan de norm
                                    behorend bij de capaciteit van het gebouw aangeeft, wordt bezien
                                    in hoeverre de noodzakelijke capaciteitsvermeerdering, geheel of
                                    gedeeltelijk, kan plaatsvinden door een interne aanpassing van
                                    het gebouw. De kosten van deze aanpassing zijn belangrijk:
                                    indien de aanpassing duurder is dan een uitbreiding van het
                                    gebouw, wordt het gebouw uitgebreid.</al><al>De omvang van de ingebruikneming is eveneens afhankelijk van het
                                    aantal groepen zoals vastgesteld volgens de berekeningswijze
                                    voor permanente voorzieningen. Afhankelijk van de benodigde
                                    capaciteit kan een gebouw volledig dan wel gedeeltelijk in
                                    gebruik worden gegeven.</al><al>De omvang van medegebruik wordt bepaald door het aantal groepen
                                    waarvoor huisvesting noodzakelijk is en het aantal groepen
                                    waarvoor huisvesting aanwezig is.</al><tussenkop> Voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen</tussenkop><al>De omvang van (vervangende) nieuwbouw of uitbreiding is
                                    afhankelijk van het aantal groepen zoals vastgesteld volgens de
                                    berekeningswijze voor tijdelijke voorzieningen. In het geval van
                                    uitbreiding is de reeds beschikbare huisvesting van belang voor
                                    het bepalen van de omvang van de capaciteitsvermeerdering.
                                    Indien het bestaande gebouw groter is (meer m²) dan de norm
                                    behorend bij de capaciteit van het gebouw aangeeft, wordt bezien
                                    in hoeverre de noodzakelijke capaciteitsvermeerdering, geheel of
                                    gedeeltelijk, kan plaatsvinden door een interne aanpassing van
                                    het gebouw. De kosten van deze aanpassing zijn belangrijk:
                                    indien de aanpassing duurder is dan een uitbreiding van het
                                    gebouw, wordt het gebouw uitgebreid.</al><al>De omvang van medegebruik wordt bepaald door het aantal groepen
                                    waarvoor huisvesting noodzakelijk is en het aantal groepen
                                    waarvoor huisvesting aanwezig is.</al><al>De omvang van de verplaatsing van noodlokalen wordt bepaald door
                                    het aantal groepen waarvoor de huisvesting noodzakelijk is en de
                                    kosten in verhouding tot de verwachte gebruiksduur van de
                                    lokalen. Indien mogelijkheden van medegebruik aanwezig zijn, zal
                                    in eerste instantie hiernaar worden verwezen.</al><tussenkop> Overige voor blijvend dan wel voor tijdelijk gebruik bestemde
                                    voorzieningen</tussenkop><al>De omvang van (de uitbreiding van) het terrein wordt bepaald
                                    door de minimaal noodzakelijke oppervlakte op grond van de
                                    daartoe in bijlage III, deel D, gestelde eisen met inachtneming
                                    van de bij of krachtens de wet gestelde eisen. De situatie op
                                    zich zal ook van invloed zijn op de omvang van de
                                    terreinoppervlakte ten behoeve van het schoolgebouw.</al><al>De omvang van de eerste aanschaf van het onderwijsleerpakket of
                                    de uitbreiding hiervan wordt bepaald door het aantal groepen
                                    waarvoor deze voorziening noodzakelijk is. In het geval van
                                    uitbreiding geldt dat het verschil in groepen wordt bepaald door
                                    het aantal groepen zoals aanwezig was op de laatste teldatum
                                    voor het indienen van de aanvraag en het aantal groepen waarvoor
                                    reeds eerste aanschaf van het onderwijsleerpakket is bekostigd.
                                    Het aantal groepen waarvoor de eerste aanschaf van het
                                    onderwijsleerpakket is bekostigd, wordt bepaald door het aantal
                                    groepen dat wordt bekostigd bij de aanvang van het schooljaar
                                    1996/1997, tenzij burgemeester en wethouders kunnen aantonen dat
                                    voor meer groepen eerste inrichting van het onderwijsleerpakket
                                    is gegeven.</al><al>De omvang van de eerste aanschaf van het meubilair of de
                                    uitbreiding hiervan wordt op dezelfde wijze bepaald als de
                                    eerste aanschaf of de uitbreiding van het
                                    onderwijsleerpakket.</al><al>De omvang van de aanpassing wordt bepaald door de activiteiten
                                    die strikt noodzakelijk zijn om het gebouw geschikt te maken
                                    voor het geven van onderwijs. Dit houdt in dat slechts die
                                    activiteiten voor bekostiging in aanmerking komen die de normale
                                    eisen te stellen aan het gebouw voor het geven van onderwijs
                                    niet overschrijden. De aanpassing kan noodzakelijk zijn omdat
                                    een gebouw in gebruik wordt genomen of omdat de capaciteit van
                                    het gebouw moet worden vergroot voor het creëren van een extra
                                    les of speellokaal. De aanpassing kan ook noodzakelijk zijn
                                    omdat een dislocatie wordt afgestoten en specifieke
                                    voorzieningen die in de dislocatie aanwezig waren in het
                                    hoofdgebouw moeten worden gerealiseerd. Ook kan het zijn dat een
                                    dislocatie, als gevolg van een stijging van het aantal
                                    leerlingen, de status hoofdgebouw krijgt en als gevolg hiervan
                                    moet worden aangepast. Indien de school een ander vak opneemt in
                                    het schoolwerkplan en het schoolwerkplan wordt als zodanig door
                                    de inspectie goedgekeurd, dan kan een noodzakelijke aanpassing
                                    van een lokaal tot het desbetreffende vaklokaal worden
                                    goedgekeurd. Activiteiten die noodzakelijk zijn als gevolg van
                                    specifieke wet- en regelgeving, bijvoorbeeld Arbo eisen, kunnen
                                    eveneens voor bekostiging in aanmerking komen. In het geval dat
                                    een oliegestookte verwarmingsinstallatie moet worden vervangen
                                    door een gasgestookte installatie komen de meerkosten van het
                                    vervangen van de oliegestookte installatie ten opzichte van het
                                    vervangen van een oliegestookte installatie door een
                                    gasgestookte installatie voor bekostiging in aanmerking. De
                                    meerkosten zullen in de meeste gevallen betrekking hebben op de
                                    noodzakelijke verplaatsing van de installatie.</al><al>De omvang van het onderhoud wordt bepaald door de activiteiten
                                    die noodzakelijk zijn aan de buitenzijde van het gebouw zoals
                                    deze zijn omschreven in het overzicht ‘onderhoud primair
                                    onderwijs’, door de vervanging van de binnenkozijnen en
                                    binnendeuren of door de vervanging van radiatoren, convectoren
                                    en leidingen voor de centrale verwarming of door het totaal van
                                    verschillende van deze activiteiten.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>School voor voortgezet onderwijs</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Voor blijvend gebruik bestemde voorzieningen</tussenkop><al>De ruimtebehoefte voor een school voor voortgezet onderwijs
                                    wordt bepaald met behulp van het Ruimtebehoeftemodel, dat staat
                                    beschreven in deel B van deze bijlage en het bijbehorende
                                    gedeelte van de toelichting.</al><al>In de toekenningscriteria (Bijlage I) is bepaald, dat voor de
                                    beoordeling of een instelling voor een voor blijvend gebruik
                                    bestemde voorziening in aanmerking komt de beschikbare
                                    capaciteit met tien procent wordt verhoogd. Vervolgens wordt
                                    bezien of de ruimtebehoefte op basis van de leerlingprognose
                                    voor langer dan vijftien jaar deze verhoogde capaciteit
                                    overschrijdt.</al><al>Indien zulks het geval is wordt de omvang van de voorziening
                                    bepaald door vaststelling van het verschil tussen de werkelijk
                                    beschikbare capaciteit (100%) en de uitkomst van het
                                    Ruimtebehoeftemodel (tabellen 7.1.a en 7.1.b).</al><al>Met behulp van het RBM kan geen normatief lokalenplan worden
                                    opgesteld. Om te bepalen wat de leegstand binnen de
                                    onderwijsruimten is, zal een toets moeten plaatsvinden of er
                                    binnen het huidige lesrooster sprake is van onderbezetting. In
                                    geval van medegebruik door een andere school voor voortgezet
                                    onderwijs moet bekeken worden of de lesroosters van de scholen
                                    zo op elkaar kunnen worden afgestemd dat overschotten en
                                    tekorten elkaar ophebben. In geval van medegebruik door een
                                    school voor primair onderwijs zal gekeken moeten worden of
                                    binnen het lesrooster een of meer lokalen leeggeroosterd kunnen
                                    worden.</al><al>Het lesrooster en het feitelijke lokalenplan zijn bepalend bij
                                    de bepaling van de leegstand. Het is nu van belang om enerzijds
                                    te toetsen of het lesrooster redelijk is. Is het aantal
                                    ingeroosterde lessen bijvoorbeeld niet hoog in verhouding tot
                                    het aantal leerlingen? Aan de hand van een aantal criteria kan
                                    het lesrooster getoetst worden, bijvoorbeeld dat het gemiddeld
                                    aantal lessen in de week niet boven de 29 uur uitkomt en dat een
                                    theorielokaal minimaal voor 32 uur in de week ingeroosterd kan
                                    worden. Aan de hand van het lokalenplan (bij voorkeur een
                                    plattegrond van de school) kan bepaald worden of alle lokalen
                                    wel ingeroosterd zijn of waarom in bepaalde lokalen de bezetting
                                    maximaal 16 is in plaats van 26 leerlingen.</al><al>Om nu te bezien of het feitelijk lesrooster redelijk is, in
                                    verhouding tot de bepaling van de ruimtebehoefte van de
                                    instelling, wordt het aan de hand van de volgende criteria
                                    getoetst:</al><lijst><li nr="-"><al>aantal lessen per week komt niet boven de 29 lesuur per
                                            week (excl. gym);</al></li><li nr="-"><al>het aantal lessen lichamelijke oefening komt niet boven
                                            de 3 lesuur per week;</al></li><li nr="-"><al>de gemiddelde groepsgrootte is 26 leerlingen.
                                            Uitzondering vormen het praktijkonderwijs (14 leerlingen
                                            en het leerwegondersteunend onderwijs 16
                                            leerlingen);</al></li><li nr="-"><al>het normatieve gebruik per week ligt voor algemene
                                            ruimten op 32 uur per week. Voor specifieke lokalen en
                                            werkplaatsen ligt het normatieve gebruik op 24 uur per
                                            week;</al></li><li nr="-"><al>gemiddeld past een hele groep (klas in een
                                            onderwijsruimte. Alleen ruimten voor machinale
                                            houtbewerking en de lasserij zijn geschikt voor maximaal
                                            8 leerlingen;</al></li><li nr="-"><al>een lesuur duurt 50 minuten. Wordt uitgegaan van lesuren
                                            van 45 minuten dan het aantal lessen per week naar rato
                                            verhoogd.</al></li></lijst><al>Voor de bepaling van de omvang van de voor blijvend gebruik
                                    bestemde voorziening medegebruik wordt de beschikbare capaciteit
                                    verhoogd met 10%.</al><al>Voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen</al><al>Met behulp van het Ruimtebehoeftemodel (tabel 7.1) wordt op
                                    basis van het leerlingenaantal, dat voortvloeit uit de
                                    leerlingprognose voor een periode langer dan vier jaar en korter
                                    dan vijftien jaar de ruimtebehoefte bepaald. Vergelijking van
                                    deze ruimtebehoefte met de met 10% verhoogde beschikbare
                                    capaciteit geeft als resultaat de omvang van de goedgekeurde
                                    tijdelijke voorziening, uitgedrukt in m²
                                    bruto-vloeroppervlakte.</al><al>Voor tijdelijke voorzieningen wordt deze oppervlakte niet naar
                                    lokaalsoort toegedeeld. De toekenning vindt plaats op het niveau
                                    bruto m²’s lesruimte per instelling. Als drempel voor toekenning
                                    wordt 1 lokaal gehanteerd, dat wil zeggen dat het geconstateerde
                                    ruimtetekort minimaal 58 m² bruto (= 42 m² netto, zie deel D)
                                    moet bedragen om voor toekenning van een voor tijdelijk gebruik
                                    bestemde voorziening in aanmerking te komen.</al><al>Voor de bepaling van de voor tijdelijk gebruik bestemde
                                    voorziening medegebruik wordt de beschikbare capaciteit verhoogd
                                    met 10%.</al><al>Overige voor blijvend gebruik dan wel voor tijdelijk gebruik
                                    bestemde voorzieningen.</al><al>De voorziening eerste aanschaf van leer en hulpmiddelen is
                                    rechtstreeks gekoppeld aan de toekenning van voorzieningen in de
                                    huisvesting, die een vergroting van de totale capaciteit tot
                                    gevolg hebben (zie ook bijlage I, paragraaf 3.7)</al><tussenkop> Gymnastiekruimten</tussenkop><al>De bepaling van de omvang van de verschillende voorzieningen in
                                    de huisvesting, die gymnastiekruimte betreffen, verloopt, onder
                                    toepassing van het Ruimtebehoeftemodel, analoog aan de bepaling
                                    van de omvang van toekenningen voor lesgebouwen.</al><al>Voor de bepaling van het aantal in medegebruik te geven lessen
                                    gymnastiek is het lesrooster maatgevend. Het maximale aantal
                                    lestijden gymnastiek kan met de in paragraaf 3.4 gegeven formule
                                    worden berekend.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Deel D Minimumnormen bij realisering van nieuwe voorzieningen</titel></kop><structuurtekst><al>De wet geeft de opdracht aan gemeenten om in de verordening bepalingen
                            op te nemen met betrekking tot de oppervlakte en de indeling van
                            schoolgebouwen. In de modelverordening is gekozen voor een beperkt
                            aantal bepalingen. Enerzijds omdat op die wijze de autonomie van een
                            schoolbestuur zo groot mogelijk is, anderzijds omdat naar aanleiding van
                            de tweede fase van het Bouwbesluit VROM reeds een aantal centrale eisen
                            aan schoolgebouwen gesteld zullen worden.</al><al>Ook de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen zal, door middel
                            van een Algemene maatregel van bestuur, enkele minimale oppervlakte
                            eisen stellen. Deze betreffen echter niet de specifieke ruimten, doch
                            het totale gebouw, dan wel alle bij een school in gebruik zijnde
                            gebouwen.</al><al>In aanvulling op de centrale eisen bepaalt de modelverordening alleen
                            iets over de oppervlakte en de indeling uit het oogpunt van
                            functionaliteit van ruimten, met name in verband met de mogelijkheden
                            voor medegebruik.</al></structuurtekst><afdeling><kop><titel>3. Tabellen voor de ruimtebehoefte per onderwijssoort, c.q.
                                afdeling en directie- en nevenruimten</titel></kop><structuurtekst><table><tgroup cols="8"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="12*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="12*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="12*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="12*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="12*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="12*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="12*"/><thead><row><entry colname="col1" nameend="col8" namest="col1"><al>Ruimtebehoeftemodel onderbouw</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Ruimte soort</al></entry><entry colname="col3"><al>Norm gebruik per week</al></entry><entry colname="col4"><al>Norm gem. bez.</al></entry><entry colname="col5"><al>Norm bvo/ lokaal in m²</al></entry><entry colname="col6"><al>Aantal lessen 1 + 2</al></entry><entry colname="col7"><al>Norm bvo/ leerling in m²</al></entry><entry colname="col8"><al>Vaste voet bvo (m²)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>[1]</al></entry><entry colname="col2"><al>[2]</al></entry><entry colname="col3"><al> [3]</al></entry><entry colname="col4"><al>[4]</al></entry><entry colname="col5"><al>[5]</al></entry><entry colname="col6"><al>[6]</al></entry><entry colname="col7"><al> [7]</al></entry><entry colname="col8"><al>[8]</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Theorie</al></entry><entry colname="col2"><al>t</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>99.37</al></entry><entry colname="col6"><al>34.00</al></entry><entry colname="col7"><al>2.03</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Aardrijkskunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>3.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.26</al></entry><entry colname="col8"><al>58</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Biologie</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.25</al></entry><entry colname="col7"><al>0.09</al></entry><entry colname="col8"><al>15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Informatica</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.08</al></entry><entry colname="col8"><al> 58</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kennis der natuur</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.08</al></entry><entry colname="col8"><al>15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Muziek</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>2.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.15</al></entry><entry colname="col8"><al> 58</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.11</al></entry><entry colname="col8"><al>15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Scheikunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.08</al></entry><entry colname="col8"><al>15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tekenen</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>187.04</al></entry><entry colname="col6"><al>3.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.34</al></entry><entry colname="col8"><al>86</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Biologie</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>163.66</al></entry><entry colname="col6"><al>1.25</al></entry><entry colname="col7"><al>0.12</al></entry><entry colname="col8"><al>37</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Handvaardigheid</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>150.30</al></entry><entry colname="col6"><al>2.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.18</al></entry><entry colname="col8"><al>35</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>163.66</al></entry><entry colname="col6"><al>1.50</al></entry><entry colname="col7"><al> 0.15</al></entry><entry colname="col8"><al>18</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Scheikunde</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>200.40</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.12</al></entry><entry colname="col8"><al>23</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Techniek</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>213.76</al></entry><entry colname="col6"><al>4.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.51</al></entry><entry colname="col8"><al> 47</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onderwijs-ruimten</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>58.00</al></entry><entry colname="col7"><al>4.30</al></entry><entry colname="col8"><al>480</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="8"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="12*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="12*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="12*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="12*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="12*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="12*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="12*"/><thead><row><entry colname="col1" nameend="col8" namest="col1"><al>Ruimtebehoeftemodel bovenbouw MAVO </al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Ruimte soort</al></entry><entry colname="col3"><al>Norm gebruik per week</al></entry><entry colname="col4"><al>Norm gem. bez.</al></entry><entry colname="col5"><al>Norm bvo/ lokaal in m²</al></entry><entry colname="col6"><al>Aantal lessen 1 + 2</al></entry><entry colname="col7"><al>Norm bvo/ leerling in m²</al></entry><entry colname="col8"><al>Vaste voet bvo (m²)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>[1]</al></entry><entry colname="col2"><al> [2]</al></entry><entry colname="col3"><al> [3]</al></entry><entry colname="col4"><al> [4]</al></entry><entry colname="col5"><al> [5]</al></entry><entry colname="col6"><al> [6]</al></entry><entry colname="col7"><al> [7]</al></entry><entry colname="col8"><al> [8]</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Theorie</al></entry><entry colname="col2"><al>t</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>99.37</al></entry><entry colname="col6"><al>37.10</al></entry><entry colname="col7"><al>2.00</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Aardrijkskunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>3.72</al></entry><entry colname="col7"><al>0.28</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Biologie</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.70</al></entry><entry colname="col7"><al>0.13</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Informatica</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.08</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Muziek</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.08</al></entry><entry colname="col7"><al>0.08</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.64</al></entry><entry colname="col7"><al>0.12</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Scheikunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.44</al></entry><entry colname="col7"><al>0.11</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tekenen</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>187.04</al></entry><entry colname="col6"><al>1.68</al></entry><entry colname="col7"><al>0.19</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Biologie</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>163.66</al></entry><entry colname="col6"><al>1.70</al></entry><entry colname="col7"><al>0.17</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Handvaardigheid</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>150.30</al></entry><entry colname="col6"><al>2.64</al></entry><entry colname="col7"><al>0.24</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>163.66</al></entry><entry colname="col6"><al>1.64</al></entry><entry colname="col7"><al>0.16</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Scheikunde</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>200.40</al></entry><entry colname="col6"><al>1.44</al></entry><entry colname="col7"><al>0.17</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Techniek</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>213.76</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.13</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onderwijs-ruimten</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>57.78</al></entry><entry colname="col7"><al>4.08</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="8"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="12*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="12*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="12*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="12*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="12*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="12*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="12*"/><thead><row><entry colname="col1" nameend="col8" namest="col1"><al>Ruimtebehoeftemodel bovenbouw HAVO </al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Ruimte soort</al></entry><entry colname="col3"><al>Norm gebruik per week</al></entry><entry colname="col4"><al>Norm gem. bez.</al></entry><entry colname="col5"><al>Norm bvo/ lokaal in m²</al></entry><entry colname="col6"><al>Aantal lessen 1 + 2</al></entry><entry colname="col7"><al>Norm bvo/ leerling in m²</al></entry><entry colname="col8"><al>Vaste voet bvo (m²)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>[1]</al></entry><entry colname="col2"><al> [2]</al></entry><entry colname="col3"><al> [3]</al></entry><entry colname="col4"><al> [4]</al></entry><entry colname="col5"><al> [5]</al></entry><entry colname="col6"><al> [6]</al></entry><entry colname="col7"><al> [7]</al></entry><entry colname="col8"><al> [8]</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Theorie</al></entry><entry colname="col2"><al>t</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>99.37</al></entry><entry colname="col6"><al>57.16</al></entry><entry colname="col7"><al>2.28</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Aardrijkskunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>3.58</al></entry><entry colname="col7"><al>0.18</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Biologie</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>2.98</al></entry><entry colname="col7"><al>0.15</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Informatica</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.05</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Muziek</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.20</al></entry><entry colname="col7"><al>0.06</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>3.30</al></entry><entry colname="col7"><al>0.17</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Scheikunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>2.75</al></entry><entry colname="col7"><al>0.14</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tekenen</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>187.04</al></entry><entry colname="col6"><al>0.90</al></entry><entry colname="col7"><al>0.07</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Biologie</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>163.66</al></entry><entry colname="col6"><al>2.98</al></entry><entry colname="col7"><al>0.20</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Handvaardigheid</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>150.30</al></entry><entry colname="col6"><al>1.90</al></entry><entry colname="col7"><al>0.11</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>163.66</al></entry><entry colname="col6"><al>3.30</al></entry><entry colname="col7"><al>0.22</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Scheikunde</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>200.40</al></entry><entry colname="col6"><al>2.75</al></entry><entry colname="col7"><al>0.22</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Techniek</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>213.76</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.09</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onderwijs-ruimten</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>84.80</al></entry><entry colname="col7"><al>3.94</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="8"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="12*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="12*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="12*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="12*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="12*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="12*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="12*"/><thead><row><entry colname="col1" nameend="col8" namest="col1"><al>Ruimtebehoeftemodel bovenbouw Atheneum </al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Ruimte soort</al></entry><entry colname="col3"><al>Norm gebruik per week</al></entry><entry colname="col4"><al>Norm gem. bez.</al></entry><entry colname="col5"><al>Norm bvo/ lokaal in m²</al></entry><entry colname="col6"><al>Aantal lessen 1 + 2</al></entry><entry colname="col7"><al>Norm bvo/ leerling in m²</al></entry><entry colname="col8"><al>Vaste voet bvo (m²)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>[1]</al></entry><entry colname="col2"><al>[2]</al></entry><entry colname="col3"><al>[3]</al></entry><entry colname="col4"><al>[4]</al></entry><entry colname="col5"><al>[5]</al></entry><entry colname="col6"><al>[6]</al></entry><entry colname="col7"><al>[7]</al></entry><entry colname="col8"><al>[8]</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al> Theorie</al></entry><entry colname="col2"><al>t </al></entry><entry colname="col3"><al>32.00 </al></entry><entry colname="col4"><al>26.00 </al></entry><entry colname="col5"><al>99.37 </al></entry><entry colname="col6"><al>75.15 </al></entry><entry colname="col7"><al>2.24 </al></entry><entry colname="col8"><al>0 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al> Aardrijkskunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv </al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00 </al></entry><entry colname="col5"><al>125.25 </al></entry><entry colname="col6"><al>5.90 </al></entry><entry colname="col7"><al>0.22 </al></entry><entry colname="col8"><al> 0 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al> Biologie</al></entry><entry colname="col2"><al>tv </al></entry><entry colname="col3"><al>32.00 </al></entry><entry colname="col4"><al>26.00 </al></entry><entry colname="col5"><al>125.25 </al></entry><entry colname="col6"><al>3.50 </al></entry><entry colname="col7"><al>0.13 </al></entry><entry colname="col8"><al> 0 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al> Informatica</al></entry><entry colname="col2"><al> tv </al></entry><entry colname="col3"><al>32.00 </al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00 </al></entry><entry colname="col5"><al> 125.25 </al></entry><entry colname="col6"><al>1.00 </al></entry><entry colname="col7"><al>0.04 </al></entry><entry colname="col8"><al>0 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al> Muziek</al></entry><entry colname="col2"><al>tv </al></entry><entry colname="col3"><al>32.00 </al></entry><entry colname="col4"><al>26.00 </al></entry><entry colname="col5"><al>125.25 </al></entry><entry colname="col6"><al>1.30 </al></entry><entry colname="col7"><al>0.05 </al></entry><entry colname="col8"><al>0 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al> Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al> tv </al></entry><entry colname="col3"><al>32.00 </al></entry><entry colname="col4"><al>26.00 </al></entry><entry colname="col5"><al>125.25 </al></entry><entry colname="col6"><al>5.48 </al></entry><entry colname="col7"><al>0.21 </al></entry><entry colname="col8"><al> 0 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al> Scheikunde</al></entry><entry colname="col2"><al> tv </al></entry><entry colname="col3"><al>32.00 </al></entry><entry colname="col4"><al>26.00 </al></entry><entry colname="col5"><al>125.25 </al></entry><entry colname="col6"><al>4.50 </al></entry><entry colname="col7"><al> 0.17 </al></entry><entry colname="col8"><al>0 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tekenen</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>187.04</al></entry><entry colname="col6"><al>2.20</al></entry><entry colname="col7"><al>0.12</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Biologie</al></entry><entry colname="col2"><al> v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>163.66</al></entry><entry colname="col6"><al>3.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.17</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Handvaardigheid</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>150.30</al></entry><entry colname="col6"><al>1.50</al></entry><entry colname="col7"><al> 0.07</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al> v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>163.66</al></entry><entry colname="col6"><al>5.48</al></entry><entry colname="col7"><al> 0.27</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Scheikunde</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>200.40</al></entry><entry colname="col6"><al>4.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.27</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Techniek</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>213.76</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al> 0.06</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onderwijs-ruimten</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>115.00</al></entry><entry colname="col7"><al>4.02</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="8"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="12*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="12*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="12*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="12*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="12*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="12*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="12*"/><thead><row><entry colname="col1" nameend="col8" namest="col1"><al>Ruimtebehoeftemodel bovenbouw Gymnasium </al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>[1]</al></entry><entry colname="col2"><al>[2]</al></entry><entry colname="col3"><al>[3]</al></entry><entry colname="col4"><al>[4]</al></entry><entry colname="col5"><al>[5]</al></entry><entry colname="col6"><al>[6]</al></entry><entry colname="col7"><al>[7]</al></entry><entry colname="col8"><al>[8]</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Theorie</al></entry><entry colname="col2"><al>t</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>99.37</al></entry><entry colname="col6"><al>81.70</al></entry><entry colname="col7"><al>2.44</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Aardrijkskunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al> 4.80</al></entry><entry colname="col7"><al> 0.18</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Biologie</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.75</al></entry><entry colname="col7"><al>0.07</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Informatica</al></entry><entry colname="col2"><al> tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al> 0.04</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al> tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>6.00</al></entry><entry colname="col7"><al> 0.23</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Scheikunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al> 6.00</al></entry><entry colname="col7"><al> 0.23</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Biologie</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>163.66</al></entry><entry colname="col6"><al> 1.75</al></entry><entry colname="col7"><al>0.09</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al> v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>163.66</al></entry><entry colname="col6"><al>6.00 </al></entry><entry colname="col7"><al>0.30</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Scheikunde</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>200.40</al></entry><entry colname="col6"><al> 6.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.36</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al> Techniek</al></entry><entry colname="col2"><al>v </al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00 </al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00 </al></entry><entry colname="col5"><al>213.76 </al></entry><entry colname="col6"><al>1.00 </al></entry><entry colname="col7"><al>0.06 </al></entry><entry colname="col8"><al>0 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al> Onderwijs-ruimten</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>116.00 </al></entry><entry colname="col7"><al> 4.00</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="8"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="12*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="12*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="12*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="12*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="12*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="12*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="12*"/><thead><row><entry colname="col1" nameend="col8" namest="col1"><al>Ruimtebehoeftemodel bovenbouw Lyceum </al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Ruimte soort</al></entry><entry colname="col3"><al>Norm gebruik per week</al></entry><entry colname="col4"><al>Norm gem. bez.</al></entry><entry colname="col5"><al>Norm bvo/ lokaal in m²</al></entry><entry colname="col6"><al>Aantal lessen 1 + 2</al></entry><entry colname="col7"><al>Norm bvo/ leerling in m²</al></entry><entry colname="col8"><al>Vaste voet bvo (m²)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>[1]</al></entry><entry colname="col2"><al>[2]</al></entry><entry colname="col3"><al>[3]</al></entry><entry colname="col4"><al>[4]</al></entry><entry colname="col5"><al>[5]</al></entry><entry colname="col6"><al> [6]</al></entry><entry colname="col7"><al> [7]</al></entry><entry colname="col8"><al> [8]</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Theorie</al></entry><entry colname="col2"><al>t</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>99.37</al></entry><entry colname="col6"><al>76.50</al></entry><entry colname="col7"><al>2.28</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Aardrijkskunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>6.40</al></entry><entry colname="col7"><al>0.24</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Biologie</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>2.58</al></entry><entry colname="col7"><al>0.10</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al> I nformatica</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.04</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Muziek</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.30</al></entry><entry colname="col7"><al>0.05</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>4.98</al></entry><entry colname="col7"><al>0.19</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Scheikunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>4.70</al></entry><entry colname="col7"><al>0.18</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tekenen</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>187.04</al></entry><entry colname="col6"><al>2.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.11</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Biologie</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>163.66</al></entry><entry colname="col6"><al>2.58</al></entry><entry colname="col7"><al>0.13</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Handvaardigheid</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>150.30</al></entry><entry colname="col6"><al>2.30</al></entry><entry colname="col7"><al>0.10</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>163.66</al></entry><entry colname="col6"><al>4.98</al></entry><entry colname="col7"><al>0.24</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Scheikunde</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>200.40</al></entry><entry colname="col6"><al>4.70</al></entry><entry colname="col7"><al>0.28</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Techniek</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 213.76</al></entry><entry colname="col6"><al> 1.00</al></entry><entry colname="col7"><al> 0.06</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onderwijs-ruimten</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>115.00</al></entry><entry colname="col7"><al>4.01</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="8"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="12*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="12*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="12*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="12*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="12*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="12*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="12*"/><thead><row><entry colname="col1" nameend="col8" namest="col1"><al>Ruimtebehoeftemodel bovenbouw Bouwtechniek</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Ruimte soort </al></entry><entry colname="col3"><al>Norm gebruik per week </al></entry><entry colname="col4"><al>Norm gem. bez.</al></entry><entry colname="col5"><al>Norm bvo/ lokaal in m2</al></entry><entry colname="col6"><al>Aantal lessen 1 + 2</al></entry><entry colname="col7"><al>Norm bvo/ leerling in m2</al></entry><entry colname="col8"><al>Vaste voet bvo (m2)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>[1]</al></entry><entry colname="col2"><al> [2]</al></entry><entry colname="col3"><al> [3]</al></entry><entry colname="col4"><al> [4]</al></entry><entry colname="col5"><al> [5]</al></entry><entry colname="col6"><al> [6]</al></entry><entry colname="col7"><al> [7]</al></entry><entry colname="col8"><al> [8]</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Aardrijkskunde </al></entry><entry colname="col2"><al>Ruimte</al></entry><entry colname="col3"><al>gebruik</al></entry><entry colname="col4"><al>Norm.</al></entry><entry colname="col5"><al>Norm.</al></entry><entry colname="col6"><al>Aantal</al></entry><entry colname="col7"><al>Leerling</al></entry><entry colname="col8"><al>Vaste</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Theorie</al></entry><entry colname="col2"><al>t</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 99.37</al></entry><entry colname="col6"><al> 23.00</al></entry><entry colname="col7"><al> 1.37</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Aardrijkskunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 125.25</al></entry><entry colname="col6"><al> 1.00</al></entry><entry colname="col7"><al> 0.08</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Informatica</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 125.25</al></entry><entry colname="col6"><al> 1.00</al></entry><entry colname="col7"><al> 0.08</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kennis der natuur</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 125.25</al></entry><entry colname="col6"><al> 1.00</al></entry><entry colname="col7"><al> 0.08</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 125.25</al></entry><entry colname="col6"><al> 0.50</al></entry><entry colname="col7"><al> 0.04</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tekenen</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 187.04</al></entry><entry colname="col6"><al> 4.00</al></entry><entry colname="col7"><al> 0.45</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 163.66</al></entry><entry colname="col6"><al> 0.50</al></entry><entry colname="col7"><al> 0.05</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Techniek</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 213.76</al></entry><entry colname="col6"><al> 1.00</al></entry><entry colname="col7"><al> 0.13</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bouwtechniek</al></entry><entry colname="col2"><al>sv</al></entry><entry colname="col3"><al> 24.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 425.04</al></entry><entry colname="col6"><al> 21.00</al></entry><entry colname="col7"><al> 7.15</al></entry><entry colname="col8"><al>213</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>sv</al></entry><entry colname="col3"><al> 24.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 6.50</al></entry><entry colname="col5"><al> 171.12</al></entry><entry colname="col6"><al> 4.00</al></entry><entry colname="col7"><al> 2.19</al></entry><entry colname="col8"><al>86</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onderwijs-ruimten</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>57.00</al></entry><entry colname="col7"><al> 11.62</al></entry><entry colname="col8"><al>299</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="8"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="12*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="12*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="12*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="12*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="12*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="12*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="12*"/><thead><row><entry colname="col1" nameend="col8" namest="col1"><al>Ruimtebehoeftemodel bovenbouw Consumptieve
                                                  techniek</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Ruimte soort</al></entry><entry colname="col3"><al>Norm gebruik per week</al></entry><entry colname="col4"><al>Norm gem. bez.</al></entry><entry colname="col5"><al>Norm bvo/ lokaal in m²</al></entry><entry colname="col6"><al>Aantal lessen 1 + 2</al></entry><entry colname="col7"><al>Norm bvo/ leerling in m²</al></entry><entry colname="col8"><al>Vaste voet bvo (m²)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>[1]</al></entry><entry colname="col2"><al> [2]</al></entry><entry colname="col3"><al>[3]</al></entry><entry colname="col4"><al> [4]</al></entry><entry colname="col5"><al> [5]</al></entry><entry colname="col6"><al> [6]</al></entry><entry colname="col7"><al> [7]</al></entry><entry colname="col8"><al> [8]</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Theorie</al></entry><entry colname="col2"><al>t</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>99.37</al></entry><entry colname="col6"><al>26.00</al></entry><entry colname="col7"><al>1.55</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Aardrijkskunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.08</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Informatica</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.08</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kennis der natuur</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.08</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 125.25</al></entry><entry colname="col6"><al> 0.50</al></entry><entry colname="col7"><al> 0.04</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tekenen</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 187.04</al></entry><entry colname="col6"><al> 4.00</al></entry><entry colname="col7"><al> 0.45</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 163.66</al></entry><entry colname="col6"><al> 0.50</al></entry><entry colname="col7"><al> 0.05</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Techniek</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 213.76</al></entry><entry colname="col6"><al> 1.00</al></entry><entry colname="col7"><al> 0.13</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Consumptieve techniek</al></entry><entry colname="col2"><al>sv</al></entry><entry colname="col3"><al> 24.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 391.92</al></entry><entry colname="col6"><al> 22.00</al></entry><entry colname="col7"><al> 6.91</al></entry><entry colname="col8"><al> 196</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onderwijs-ruimten</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>57.00</al></entry><entry colname="col7"><al> 9.37</al></entry><entry colname="col8"><al> 196</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="8"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="12*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="12*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="12*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="12*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="12*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="12*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="12*"/><thead><row><entry colname="col1" nameend="col8" namest="col1"><al>Ruimtebehoeftemodel bovenbouw
                                                  Elekrotechniek</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Ruimte soort</al></entry><entry colname="col3"><al>Norm gebruik per week</al></entry><entry colname="col4"><al>Norm gem. bez.</al></entry><entry colname="col5"><al>Norm bvo/ lokaal in m²</al></entry><entry colname="col6"><al>Aantal lessen 1 + 2</al></entry><entry colname="col7"><al>Norm bvo/ leerling in m²</al></entry><entry colname="col8"><al>Vaste voet bvo (m²)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>[1]</al></entry><entry colname="col2"><al> [2]</al></entry><entry colname="col3"><al>[3]</al></entry><entry colname="col4"><al> [4]</al></entry><entry colname="col5"><al> [5]</al></entry><entry colname="col6"><al> [6]</al></entry><entry colname="col7"><al> [7]</al></entry><entry colname="col8"><al> [8]</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Theorie</al></entry><entry colname="col2"><al>t</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 99.37</al></entry><entry colname="col6"><al>26.00</al></entry><entry colname="col7"><al>1.55</al></entry><entry colname="col8"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Aardrijkskunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.08</al></entry><entry colname="col8"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Informatica</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.08</al></entry><entry colname="col8"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kennis der natuur</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.08</al></entry><entry colname="col8"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.04</al></entry><entry colname="col8"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tekenen</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>187.04</al></entry><entry colname="col6"><al>4.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.45</al></entry><entry colname="col8"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>163.66</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.05</al></entry><entry colname="col8"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Techniek</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>213.76</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.13</al></entry><entry colname="col8"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Meten</al></entry><entry colname="col2"><al>sv</al></entry><entry colname="col3"><al>24.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>109.02</al></entry><entry colname="col6"><al>4.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.35</al></entry><entry colname="col8"><al>55</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Elektrotechniek</al></entry><entry colname="col2"><al>sv</al></entry><entry colname="col3"><al> 24.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 231.84</al></entry><entry colname="col6"><al> 18.00</al></entry><entry colname="col7"><al>3.34</al></entry><entry colname="col8"><al> 116</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onderwijs-ruimten</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>57.00</al></entry><entry colname="col7"><al>6.15</al></entry><entry colname="col8"><al>171</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="8"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="12*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="12*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="12*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="12*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="12*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="12*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="12*"/><thead><row><entry colname="col1" nameend="col8" namest="col1"><al>Ruimtebehoeftemodel bovenbouw Grafische
                                                  techniek</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Ruimte soort</al></entry><entry colname="col3"><al>Norm gebruik per week</al></entry><entry colname="col4"><al>Norm gem. bez.</al></entry><entry colname="col5"><al>Norm bvo/ lokaal in m²</al></entry><entry colname="col6"><al>Aantal lessen 1 + 2</al></entry><entry colname="col7"><al>Norm bvo/ leerling in m²</al></entry><entry colname="col8"><al>Vaste voet bvo (m²)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>[1]</al></entry><entry colname="col2"><al> [2]</al></entry><entry colname="col3"><al>[3]</al></entry><entry colname="col4"><al> [4]</al></entry><entry colname="col5"><al> [5]</al></entry><entry colname="col6"><al> [6]</al></entry><entry colname="col7"><al> [7]</al></entry><entry colname="col8"><al> [8]</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Theorie</al></entry><entry colname="col2"><al>t</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 99.37</al></entry><entry colname="col6"><al>27.00</al></entry><entry colname="col7"><al>1.61</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Aardrijkskunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.08</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Informatica</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.08</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kennis der natuur</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.08</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.04</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tekenen</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>187.04</al></entry><entry colname="col6"><al>4.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.45</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>163.66</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.05</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Techniek</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>24.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>213.76</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.13</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>sv</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al>331.20</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>5.57</al></entry><entry colname="col8"><al>166</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onderwijs-ruimten</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>57.00</al></entry><entry colname="col7"><al>8.09</al></entry><entry colname="col8"><al>166</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="8"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="12*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="12*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="12*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="12*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="12*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="12*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="12*"/><thead><row><entry colname="col1" nameend="col8" namest="col1"><al>Ruimtebehoeftemodel bovenbouw Installatie
                                                  techniek</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Ruimte soort</al></entry><entry colname="col3"><al>Norm gebruik per week</al></entry><entry colname="col4"><al>Norm gem. bez.</al></entry><entry colname="col5"><al>Norm bvo/ lokaal in m²</al></entry><entry colname="col6"><al>Aantal lessen 1 + 2</al></entry><entry colname="col7"><al>Norm bvo/ leerling in m²</al></entry><entry colname="col8"><al>Vaste voet bvo (m²)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>[1]</al></entry><entry colname="col2"><al> [2]</al></entry><entry colname="col3"><al>[3]</al></entry><entry colname="col4"><al> [4]</al></entry><entry colname="col5"><al> [5]</al></entry><entry colname="col6"><al> [6]</al></entry><entry colname="col7"><al> [7]</al></entry><entry colname="col8"><al> [8]</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Theorie</al></entry><entry colname="col2"><al>t</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 99.37</al></entry><entry colname="col6"><al>27.00</al></entry><entry colname="col7"><al>1.61</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Aardrijkskunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.08</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Informatica</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.08</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kennis der natuur</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.08</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.04</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tekenen</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>187.04</al></entry><entry colname="col6"><al>4.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.45</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>163.66</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.05</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Techniek</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>213.76</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.13</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Installatietechniek</al></entry><entry colname="col2"><al>sv</al></entry><entry colname="col3"><al>24.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>331.20</al></entry><entry colname="col6"><al>21.00</al></entry><entry colname="col7"><al>5.57</al></entry><entry colname="col8"><al>166</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onderwijs-ruimten</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>57.00</al></entry><entry colname="col7"><al>8.09</al></entry><entry colname="col8"><al>166</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="8"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="12*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="12*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="12*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="12*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="12*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="12*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="12*"/><thead><row><entry colname="col1" nameend="col8" namest="col1"><al>Ruimtebehoeftemodel bovenbouw Mechanische
                                                  techniek</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Ruimte soort</al></entry><entry colname="col3"><al>Norm gebruik per week</al></entry><entry colname="col4"><al>Norm gem. bez.</al></entry><entry colname="col5"><al>Norm bvo/ lokaal in m²</al></entry><entry colname="col6"><al>Aantal lessen 1 + 2</al></entry><entry colname="col7"><al>Norm bvo/ leerling in m²</al></entry><entry colname="col8"><al>Vaste voet bvo (m²)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>[1]</al></entry><entry colname="col2"><al> [2]</al></entry><entry colname="col3"><al>[3]</al></entry><entry colname="col4"><al> [4]</al></entry><entry colname="col5"><al> [5]</al></entry><entry colname="col6"><al> [6]</al></entry><entry colname="col7"><al> [7]</al></entry><entry colname="col8"><al> [8]</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Theorie</al></entry><entry colname="col2"><al>t</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 99.37</al></entry><entry colname="col6"><al>24.00</al></entry><entry colname="col7"><al>1.43</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Aardrijkskunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.08</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Informatica</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.08</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kennis der natuur</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.08</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.04</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tekenen</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>187.04</al></entry><entry colname="col6"><al>4.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.45</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>163.66</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.05</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Techniek</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>213.76</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.13</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Lasserij</al></entry><entry colname="col2"><al>sv</al></entry><entry colname="col3"><al>24.00</al></entry><entry colname="col4"><al>8.67</al></entry><entry colname="col5"><al>118.68</al></entry><entry colname="col6"><al>4.00</al></entry><entry colname="col7"><al>1.14</al></entry><entry colname="col8"><al>59</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Mechanische techniek</al></entry><entry colname="col2"><al>sv</al></entry><entry colname="col3"><al>24.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>342.24</al></entry><entry colname="col6"><al>20.00</al></entry><entry colname="col7"><al>5.48</al></entry><entry colname="col8"><al>171</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onderwijs-ruimten</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>57.00</al></entry><entry colname="col7"><al>8.96</al></entry><entry colname="col8"><al>230</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="8"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="12*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="12*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="12*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="12*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="12*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="12*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="12*"/><thead><row><entry colname="col1" nameend="col8" namest="col1"><al>Ruimtebehoeftemodel bovenbouw
                                                  Motorvoertuigentechniek</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Ruimte soort</al></entry><entry colname="col3"><al>Norm gebruik per week</al></entry><entry colname="col4"><al>Norm gem. bez.</al></entry><entry colname="col5"><al>Norm bvo/ lokaal in m²</al></entry><entry colname="col6"><al>Aantal lessen 1 + 2</al></entry><entry colname="col7"><al>Norm bvo/ leerling in m²</al></entry><entry colname="col8"><al>Vaste voet bvo (m²)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>[1]</al></entry><entry colname="col2"><al> [2]</al></entry><entry colname="col3"><al>[3]</al></entry><entry colname="col4"><al> [4]</al></entry><entry colname="col5"><al> [5]</al></entry><entry colname="col6"><al> [6]</al></entry><entry colname="col7"><al> [7]</al></entry><entry colname="col8"><al> [8]</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Theorie</al></entry><entry colname="col2"><al>t</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 99.37</al></entry><entry colname="col6"><al>29</al></entry><entry colname="col7"><al>1.55</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Aardrijkskunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.08</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Informatica</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.08</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kennis der natuur</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.08</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.04</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tekenen</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>187.04</al></entry><entry colname="col6"><al>4.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.45</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>163.66</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.05</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Techniek</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>213.76</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.13</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Motorvoertuigtechniek</al></entry><entry colname="col2"><al>sv</al></entry><entry colname="col3"><al>24.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>391.92</al></entry><entry colname="col6"><al>22.00</al></entry><entry colname="col7"><al>6.91</al></entry><entry colname="col8"><al>196</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onderwijs-ruimten</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>57.00</al></entry><entry colname="col7"><al>9.37</al></entry><entry colname="col8"><al>196</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="8"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="12*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="12*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="12*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="12*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="12*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="12*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="12*"/><thead><row><entry colname="col1" nameend="col8" namest="col1"><al>Ruimtebehoeftemodel bovenbouw Bouwtechniek
                                                  individueel</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Ruimte soort</al></entry><entry colname="col3"><al>Norm gebruik per week</al></entry><entry colname="col4"><al>Norm gem. bez.</al></entry><entry colname="col5"><al>Norm bvo/ lokaal in m²</al></entry><entry colname="col6"><al>Aantal lessen 1 + 2</al></entry><entry colname="col7"><al>Norm bvo/ leerling in m²</al></entry><entry colname="col8"><al>Vaste voet bvo (m²)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>[1]</al></entry><entry colname="col2"><al> [2]</al></entry><entry colname="col3"><al>[3]</al></entry><entry colname="col4"><al> [4]</al></entry><entry colname="col5"><al> [5]</al></entry><entry colname="col6"><al> [6]</al></entry><entry colname="col7"><al> [7]</al></entry><entry colname="col8"><al> [8]</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Theorie</al></entry><entry colname="col2"><al>t</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>69.56</al></entry><entry colname="col6"><al>15.00</al></entry><entry colname="col7"><al>1.02</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Aardrijkskunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.09</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Informatica</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.09</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kennis der natuur</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.09</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.04</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tekenen</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>130.93</al></entry><entry colname="col6"><al>4.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.51</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>114.56</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.06</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Techniek</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>149.63</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.15</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bouwtechniek</al></entry><entry colname="col2"><al>sv</al></entry><entry colname="col3"><al>24.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>297.53</al></entry><entry colname="col6"><al>29.00</al></entry><entry colname="col7"><al>11.23</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Machinale hout- bewerking</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>24.00</al></entry><entry colname="col4"><al>8.00</al></entry><entry colname="col5"><al>171.12</al></entry><entry colname="col6"><al>4.00</al></entry><entry colname="col7"><al>1.78</al></entry><entry colname="col8"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onderwijs-ruimten</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>57.00</al></entry><entry colname="col7"><al>15.06</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="8"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="12*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="12*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="12*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="12*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="12*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="12*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="12*"/><thead><row><entry colname="col1" nameend="col8" namest="col1"><al>Ruimtebehoeftemodel bovenbouw Mechanische
                                                  techniek individueel</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Ruimte soort</al></entry><entry colname="col3"><al>Norm gebruik per week</al></entry><entry colname="col4"><al>Norm gem. bez.</al></entry><entry colname="col5"><al>Norm bvo/ lokaal in m²</al></entry><entry colname="col6"><al>Aantal lessen 1 + 2</al></entry><entry colname="col7"><al>Norm bvo/ leerling in m²</al></entry><entry colname="col8"><al>Vaste voet bvo (m²)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>[1]</al></entry><entry colname="col2"><al> [2]</al></entry><entry colname="col3"><al>[3]</al></entry><entry colname="col4"><al> [4]</al></entry><entry colname="col5"><al> [5]</al></entry><entry colname="col6"><al> [6]</al></entry><entry colname="col7"><al> [7]</al></entry><entry colname="col8"><al> [8]</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Theorie</al></entry><entry colname="col2"><al>t</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>69.56</al></entry><entry colname="col6"><al>15.00</al></entry><entry colname="col7"><al>1.02</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Aardrijkskunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.09</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Informatica</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.09</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kennis der natuur</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.09</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.04</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tekenen</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>130.93</al></entry><entry colname="col6"><al>4.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.51</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>114.56</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.06</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Techniek</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>149.63</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.15</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Lasserij</al></entry><entry colname="col2"><al>sv</al></entry><entry colname="col3"><al>24.00</al></entry><entry colname="col4"><al>8.00</al></entry><entry colname="col5"><al>118.68</al></entry><entry colname="col6"><al>4.00</al></entry><entry colname="col7"><al>1.24</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Mechanische techniek</al></entry><entry colname="col2"><al>sv</al></entry><entry colname="col3"><al>24.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>239.57</al></entry><entry colname="col6"><al>29.00</al></entry><entry colname="col7"><al>9.05</al></entry><entry colname="col8"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onderwijs-ruimten</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>57.00</al></entry><entry colname="col7"><al>12.34</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="8"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="12*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="12*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="12*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="12*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="12*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="12*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="12*"/><thead><row><entry colname="col1" nameend="col8" namest="col1"><al>Ruimtebehoeftemodel bovenbouw Consumptieve
                                                  techniek individueel</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Ruimte soort</al></entry><entry colname="col3"><al>Norm gebruik per week</al></entry><entry colname="col4"><al>Norm gem. bez.</al></entry><entry colname="col5"><al>Norm bvo/ lokaal in m²</al></entry><entry colname="col6"><al>Aantal lessen 1 + 2</al></entry><entry colname="col7"><al>Norm bvo/ leerling in m²</al></entry><entry colname="col8"><al>Vaste voet bvo (m²)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>[1]</al></entry><entry colname="col2"><al> [2]</al></entry><entry colname="col3"><al>[3]</al></entry><entry colname="col4"><al> [4]</al></entry><entry colname="col5"><al> [5]</al></entry><entry colname="col6"><al> [6]</al></entry><entry colname="col7"><al> [7]</al></entry><entry colname="col8"><al> [8]</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Theorie</al></entry><entry colname="col2"><al>t</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>69.56</al></entry><entry colname="col6"><al>19.00</al></entry><entry colname="col7"><al>1.29</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Aardrijkskunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.09</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Informatica</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.09</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kennis der natuur</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.09</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.04</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tekenen</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>130.93</al></entry><entry colname="col6"><al>4.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.51</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>114.56</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.06</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Techniek</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>149.63</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.15</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Consumptieve techniek</al></entry><entry colname="col2"><al>sv</al></entry><entry colname="col3"><al>24.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>274.34</al></entry><entry colname="col6"><al>29.00</al></entry><entry colname="col7"><al>10.36</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onderwijs-ruimten</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>57.00</al></entry><entry colname="col7"><al>12.68</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="8"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="12*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="12*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="12*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="12*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="12*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="12*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="12*"/><thead><row><entry colname="col1" nameend="col8" namest="col1"><al>Ruimtebehoeftemodel bovenbouw Verzorging</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Ruimte soort</al></entry><entry colname="col3"><al>Norm gebruik per week</al></entry><entry colname="col4"><al>Norm gem. bez.</al></entry><entry colname="col5"><al>Norm bvo/ lokaal in m²</al></entry><entry colname="col6"><al>Aantal lessen 1 + 2</al></entry><entry colname="col7"><al>Norm bvo/ leerling in m²</al></entry><entry colname="col8"><al>Vaste voet bvo (m²)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>[1]</al></entry><entry colname="col2"><al> [2]</al></entry><entry colname="col3"><al>[3]</al></entry><entry colname="col4"><al> [4]</al></entry><entry colname="col5"><al> [5]</al></entry><entry colname="col6"><al> [6]</al></entry><entry colname="col7"><al> [7]</al></entry><entry colname="col8"><al> [8]</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Theorie</al></entry><entry colname="col2"><al>t</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>99.37</al></entry><entry colname="col6"><al>21.00</al></entry><entry colname="col7"><al>1.25</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Aardrijkskunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.08</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gezondheidskunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>8.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.60</al></entry><entry colname="col8"><al> 31</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Informatica</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.08</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kennis der natuur</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>2.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.15</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.04</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tekenen</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>187.04</al></entry><entry colname="col6"><al>4.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.45</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Handvaardigheid</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>150.30</al></entry><entry colname="col6"><al>2.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.18</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Huishoudkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>sv</al></entry><entry colname="col3"><al>24.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>273.88</al></entry><entry colname="col6"><al>16.00</al></entry><entry colname="col7"><al>3.51</al></entry><entry colname="col8"><al>137</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>3.200</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>163.66</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.05</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Techniek</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>213.76</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.13</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onderwijs-ruimten</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>57.00</al></entry><entry colname="col7"><al>6.52</al></entry><entry colname="col8"><al>148</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="8"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="12*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="12*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="12*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="12*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="12*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="12*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="12*"/><thead><row><entry colname="col1" nameend="col8" namest="col1"><al>Ruimtebehoeftemodel bovenbouw Uiterlijke
                                                  verzorging</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Ruimte soort</al></entry><entry colname="col3"><al>Norm gebruik per week</al></entry><entry colname="col4"><al>Norm gem. bez.</al></entry><entry colname="col5"><al>Norm bvo/ lokaal in m²</al></entry><entry colname="col6"><al>Aantal lessen 1 + 2</al></entry><entry colname="col7"><al>Norm bvo/ leerling in m²</al></entry><entry colname="col8"><al>Vaste voet bvo (m²)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>[1]</al></entry><entry colname="col2"><al> [2]</al></entry><entry colname="col3"><al>[3]</al></entry><entry colname="col4"><al> [4]</al></entry><entry colname="col5"><al> [5]</al></entry><entry colname="col6"><al> [6]</al></entry><entry colname="col7"><al> [7]</al></entry><entry colname="col8"><al> [8]</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Theorie</al></entry><entry colname="col2"><al>t</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>99.37</al></entry><entry colname="col6"><al>21.00</al></entry><entry colname="col7"><al>1.25</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Aardrijkskunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.08</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gezondheidskunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>8.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.60</al></entry><entry colname="col8"><al> 31</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Informatica</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.08</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kennis der natuur</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>2.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.15</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.04</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tekenen</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>187.04</al></entry><entry colname="col6"><al>4.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.45</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Handvaardigheid</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>150.30</al></entry><entry colname="col6"><al>2.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.18</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>3.200</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>163.66</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.05</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Techniek</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>213.76</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.13</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Uiterlijke verzorging</al></entry><entry colname="col2"><al>sv</al></entry><entry colname="col3"><al>24.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>233.80</al></entry><entry colname="col6"><al>16.00</al></entry><entry colname="col7"><al>3.00</al></entry><entry colname="col8"><al>117</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onderwijs-ruimten</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>57.00</al></entry><entry colname="col7"><al>6.01</al></entry><entry colname="col8"><al>148</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="8"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="12*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="12*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="12*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="12*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="12*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="12*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="12*"/><thead><row><entry colname="col1" nameend="col8" namest="col1"><al>Ruimtebehoeftemodel bovenbouw Mode en
                                                  kleding</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Ruimte soort</al></entry><entry colname="col3"><al>Norm gebruik per week</al></entry><entry colname="col4"><al>Norm gem. bez.</al></entry><entry colname="col5"><al>Norm bvo/ lokaal in m²</al></entry><entry colname="col6"><al>Aantal lessen 1 + 2</al></entry><entry colname="col7"><al>Norm bvo/ leerling in m²</al></entry><entry colname="col8"><al>Vaste voet bvo (m²)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>[1]</al></entry><entry colname="col2"><al> [2]</al></entry><entry colname="col3"><al>[3]</al></entry><entry colname="col4"><al> [4]</al></entry><entry colname="col5"><al> [5]</al></entry><entry colname="col6"><al> [6]</al></entry><entry colname="col7"><al> [7]</al></entry><entry colname="col8"><al> [8]</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Theorie</al></entry><entry colname="col2"><al>t</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>99.37</al></entry><entry colname="col6"><al>21.00</al></entry><entry colname="col7"><al>1.25</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Aardrijkskunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.08</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Informatica</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.08</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kennis der natuur</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>2.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.15</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.04</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tekenen</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>187.04</al></entry><entry colname="col6"><al>4.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.45</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Handvaardigheid</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>150.30</al></entry><entry colname="col6"><al>2.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.18</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Mode en kleding</al></entry><entry colname="col2"><al>sv</al></entry><entry colname="col3"><al>24.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>247.16</al></entry><entry colname="col6"><al>24.00</al></entry><entry colname="col7"><al>4.75</al></entry><entry colname="col8"><al>124</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>3.200</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>163.66</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.05</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Techniek</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>213.76</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.13</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onderwijs-ruimten</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>57.00</al></entry><entry colname="col7"><al>7.16</al></entry><entry colname="col8"><al>124</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="8"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="12*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="12*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="12*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="12*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="12*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="12*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="12*"/><thead><row><entry colname="col1" nameend="col8" namest="col1"><al>Ruimtebehoeftemodel bovenbouw Verkoop</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Ruimte soort</al></entry><entry colname="col3"><al>Norm gebruik per week</al></entry><entry colname="col4"><al>Norm gem. bez.</al></entry><entry colname="col5"><al>Norm bvo/ lokaal in m²</al></entry><entry colname="col6"><al>Aantal lessen 1 + 2</al></entry><entry colname="col7"><al>Norm bvo/ leerling in m²</al></entry><entry colname="col8"><al>Vaste voet bvo (m²)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>[1]</al></entry><entry colname="col2"><al> [2]</al></entry><entry colname="col3"><al>[3]</al></entry><entry colname="col4"><al> [4]</al></entry><entry colname="col5"><al> [5]</al></entry><entry colname="col6"><al> [6]</al></entry><entry colname="col7"><al> [7]</al></entry><entry colname="col8"><al> [8]</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Theorie</al></entry><entry colname="col2"><al>t</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>99.37</al></entry><entry colname="col6"><al>31.00</al></entry><entry colname="col7"><al>1.85</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Aardrijkskunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.08</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Informatica</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.08</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kennis der natuur</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>2.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.15</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.04</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tekenen</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>187.04</al></entry><entry colname="col6"><al>4.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.45</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Verkooppraktijk</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>161.99</al></entry><entry colname="col6"><al>14.00</al></entry><entry colname="col7"><al>1.36</al></entry><entry colname="col8"><al>81</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Handvaardigheid</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>150.30</al></entry><entry colname="col6"><al>2.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.18</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>3.200</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>163.66</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.05</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>213.76</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.13</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onderwijs-ruimten</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>57.00</al></entry><entry colname="col7"><al>4.37</al></entry><entry colname="col8"><al>81</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="8"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="12*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="12*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="12*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="12*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="12*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="12*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="12*"/><thead><row><entry colname="col1" nameend="col8" namest="col1"><al>Ruimtebehoeftemodel bovenbouw Administratie</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Ruimte soort</al></entry><entry colname="col3"><al>Norm gebruik per week</al></entry><entry colname="col4"><al>Norm gem. bez.</al></entry><entry colname="col5"><al>Norm bvo/ lokaal in m²</al></entry><entry colname="col6"><al>Aantal lessen 1 + 2</al></entry><entry colname="col7"><al>Norm bvo/ leerling in m²</al></entry><entry colname="col8"><al>Vaste voet bvo (m²)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>[1]</al></entry><entry colname="col2"><al> [2]</al></entry><entry colname="col3"><al>[3]</al></entry><entry colname="col4"><al> [4]</al></entry><entry colname="col5"><al> [5]</al></entry><entry colname="col6"><al> [6]</al></entry><entry colname="col7"><al> [7]</al></entry><entry colname="col8"><al> [8]</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Theorie</al></entry><entry colname="col2"><al>t</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>99.37</al></entry><entry colname="col6"><al>31.00</al></entry><entry colname="col7"><al>1.85</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Aardrijkskunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.08</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Informatica</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.08</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kantoorpraktijk</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>161.99</al></entry><entry colname="col6"><al>4.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.39</al></entry><entry colname="col8"><al>41</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kennis der natuur</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>2.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.15</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Machineschrijven</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>10.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.75</al></entry><entry colname="col8"><al>31</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.04</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tekenen</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 187.04</al></entry><entry colname="col6"><al>4.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.45</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Handvaardigheid</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>3.200</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>150.30</al></entry><entry colname="col6"><al>2.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.18</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>163.66</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.05</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Techniek</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>213.76</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.13</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onderwijs-ruimten</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>57.00</al></entry><entry colname="col7"><al>4.15</al></entry><entry colname="col8"><al>72</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="8"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="12*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="12*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="12*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="12*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="12*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="12*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="12*"/><thead><row><entry colname="col1" nameend="col8" namest="col1"><al>Ruimtebehoeftemodel bovenbouw Handel</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Ruimte soort</al></entry><entry colname="col3"><al>Norm gebruik per week</al></entry><entry colname="col4"><al>Norm gem. bez.</al></entry><entry colname="col5"><al>Norm bvo/ lokaal in m²</al></entry><entry colname="col6"><al>Aantal lessen 1 + 2</al></entry><entry colname="col7"><al>Norm bvo/ leerling in m²</al></entry><entry colname="col8"><al>Vaste voet bvo (m²)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>[1]</al></entry><entry colname="col2"><al> [2]</al></entry><entry colname="col3"><al>[3]</al></entry><entry colname="col4"><al> [4]</al></entry><entry colname="col5"><al> [5]</al></entry><entry colname="col6"><al> [6]</al></entry><entry colname="col7"><al> [7]</al></entry><entry colname="col8"><al> [8]</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Theorie</al></entry><entry colname="col2"><al>t</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>99.37</al></entry><entry colname="col6"><al>31.00</al></entry><entry colname="col7"><al>1.85</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Aardrijkskunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.08</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Informatica</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.08</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kennis der natuur</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>2.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.15</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.04</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tekenen</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>187.04</al></entry><entry colname="col6"><al>4.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.45</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Verkooppraktijk</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>161.99</al></entry><entry colname="col6"><al>10.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.97</al></entry><entry colname="col8"><al>81</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Etaleren</al></entry><entry colname="col2"><al>sv</al></entry><entry colname="col3"><al>24.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 200.40</al></entry><entry colname="col6"><al>4.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.64</al></entry><entry colname="col8"><al>100</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Handvaardigheid</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>3.200</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>150.30</al></entry><entry colname="col6"><al>2.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.18</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>163.66</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.05</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Techniek</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>213.76</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.13</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onderwijs-ruimten</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>57.00</al></entry><entry colname="col7"><al>4.62</al></entry><entry colname="col8"><al>181</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="8"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="12*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="12*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="12*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="12*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="12*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="12*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="12*"/><thead><row><entry colname="col1" nameend="col8" namest="col1"><al>Ruimtebehoeftemodel bovenbouw Verzorging
                                                  individueel</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Ruimte soort</al></entry><entry colname="col3"><al>Norm gebruik per week</al></entry><entry colname="col4"><al>Norm gem. bez.</al></entry><entry colname="col5"><al>Norm bvo/ lokaal in m²</al></entry><entry colname="col6"><al>Aantal lessen 1 + 2</al></entry><entry colname="col7"><al>Norm bvo/ leerling in m²</al></entry><entry colname="col8"><al>Vaste voet bvo (m²)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>[1]</al></entry><entry colname="col2"><al> [2]</al></entry><entry colname="col3"><al>[3]</al></entry><entry colname="col4"><al> [4]</al></entry><entry colname="col5"><al> [5]</al></entry><entry colname="col6"><al> [6]</al></entry><entry colname="col7"><al> [7]</al></entry><entry colname="col8"><al> [8]</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Theorie</al></entry><entry colname="col2"><al>t</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>69.56</al></entry><entry colname="col6"><al>17.00</al></entry><entry colname="col7"><al>1.15</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Aardrijkskunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.09</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gezondheids- kunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>8.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.69</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Informatica</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.09</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kennis der Natuur</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>3.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.26</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.04</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tekenen</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>130.93</al></entry><entry colname="col6"><al>4.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.51</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Handvaardigheid</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>3.200</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 105.21</al></entry><entry colname="col6"><al>2.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.21</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Huishoudkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>sv</al></entry><entry colname="col3"><al>24.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>191.72</al></entry><entry colname="col6"><al>19.00</al></entry><entry colname="col7"><al>4.74</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>114.56</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.06</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Techniek</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>149.63</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.15</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onderwijs-ruimten</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>57.00</al></entry><entry colname="col7"><al>7.99</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="8"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="12*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="12*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="12*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="12*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="12*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="12*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="12*"/><thead><row><entry colname="col1" nameend="col8" namest="col1"><al>Ruimtebehoeftemodel bovenbouw Uiterlijke
                                                  verzorging individueel</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Ruimte soort</al></entry><entry colname="col3"><al>Norm gebruik per week</al></entry><entry colname="col4"><al>Norm gem. bez.</al></entry><entry colname="col5"><al>Norm bvo/ lokaal in m²</al></entry><entry colname="col6"><al>Aantal lessen 1 + 2</al></entry><entry colname="col7"><al>Norm bvo/ leerling in m²</al></entry><entry colname="col8"><al>Vaste voet bvo (m²)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>[1]</al></entry><entry colname="col2"><al> [2]</al></entry><entry colname="col3"><al>[3]</al></entry><entry colname="col4"><al> [4]</al></entry><entry colname="col5"><al> [5]</al></entry><entry colname="col6"><al> [6]</al></entry><entry colname="col7"><al> [7]</al></entry><entry colname="col8"><al> [8]</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Theorie</al></entry><entry colname="col2"><al>t</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>69.56</al></entry><entry colname="col6"><al>17.00</al></entry><entry colname="col7"><al>1.15</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Aardrijkskunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.09</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gezondheids- kunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>8.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.69</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Informatica</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.09</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kennis der Natuur</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>3.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.26</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.04</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tekenen</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>130.93</al></entry><entry colname="col6"><al>4.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.51</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Handvaardigheid</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>3.200</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al> 105.21</al></entry><entry colname="col6"><al>2.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.21</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>24.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>114.56</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.06</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Techniek</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>149.63</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.15</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Uiterlijke verzorging</al></entry><entry colname="col2"><al>sv</al></entry><entry colname="col3"><al>24.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>163.66</al></entry><entry colname="col6"><al>19.00</al></entry><entry colname="col7"><al>4.05</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onderwijs-ruimten</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>57.00</al></entry><entry colname="col7"><al>7.30</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="8"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="12*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="12*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="12*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="12*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="12*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="12*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="12*"/><thead><row><entry colname="col1" nameend="col8" namest="col1"><al>Ruimtebehoeftemodel bovenbouw Mode en
                                                  kleding</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Ruimte soort</al></entry><entry colname="col3"><al>Norm gebruik per week</al></entry><entry colname="col4"><al>Norm gem. bez.</al></entry><entry colname="col5"><al>Norm bvo/ lokaal in m²</al></entry><entry colname="col6"><al>Aantal lessen 1 + 2</al></entry><entry colname="col7"><al>Norm bvo/ leerling in m²</al></entry><entry colname="col8"><al>Vaste voet bvo (m²)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>[1]</al></entry><entry colname="col2"><al> [2]</al></entry><entry colname="col3"><al>[3]</al></entry><entry colname="col4"><al> [4]</al></entry><entry colname="col5"><al> [5]</al></entry><entry colname="col6"><al> [6]</al></entry><entry colname="col7"><al> [7]</al></entry><entry colname="col8"><al> [8]</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Theorie</al></entry><entry colname="col2"><al>t</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>69.56</al></entry><entry colname="col6"><al>17.00</al></entry><entry colname="col7"><al>1.15</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Aardrijkskunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.09</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Informatica</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.09</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kennis der Natuur</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>3.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.26</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.04</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tekenen</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>130.93</al></entry><entry colname="col6"><al>4.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.51</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Handvaardigheid</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>105.21</al></entry><entry colname="col6"><al>2.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.21</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Mode en kleding</al></entry><entry colname="col2"><al>sv</al></entry><entry colname="col3"><al>24.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>173.01 </al></entry><entry colname="col6"><al>27.00</al></entry><entry colname="col7"><al>6.08</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>114.56</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.06</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Techniek</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>149.63</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.15</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onderwijs-ruimten</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>57.00</al></entry><entry colname="col7"><al>8.64</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="8"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="12*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="12*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="12*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="12*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="12*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="12*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="12*"/><thead><row><entry colname="col1" nameend="col8" namest="col1"><al>Ruimtebehoeftemodel bovenbouw Verkoop
                                                  individueel</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Ruimte soort</al></entry><entry colname="col3"><al>Norm gebruik per week</al></entry><entry colname="col4"><al>Norm gem. bez.</al></entry><entry colname="col5"><al>Norm bvo/ lokaal in m²</al></entry><entry colname="col6"><al>Aantal lessen 1 + 2</al></entry><entry colname="col7"><al>Norm bvo/ leerling in m²</al></entry><entry colname="col8"><al>Vaste voet bvo (m²)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>[1]</al></entry><entry colname="col2"><al> [2]</al></entry><entry colname="col3"><al>[3]</al></entry><entry colname="col4"><al> [4]</al></entry><entry colname="col5"><al> [5]</al></entry><entry colname="col6"><al> [6]</al></entry><entry colname="col7"><al> [7]</al></entry><entry colname="col8"><al> [8]</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Theorie</al></entry><entry colname="col2"><al>t</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>69.56</al></entry><entry colname="col6"><al>27.00</al></entry><entry colname="col7"><al>1.83</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Aardrijkskunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.09</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Informatica</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.09</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kennis der Natuur</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>2.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.17</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.04</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tekenen</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>130.93</al></entry><entry colname="col6"><al>4.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.51</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Verkooppraktijk</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>113.39</al></entry><entry colname="col6"><al>18.00</al></entry><entry colname="col7"><al>1.99</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Handvaardigheid</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>105.21</al></entry><entry colname="col6"><al>2.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.21</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>114.56</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.06</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Techniek</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>149.63</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.15</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onderwijs-ruimten</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>57.00</al></entry><entry colname="col7"><al>5.14</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="8"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="12*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="12*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="12*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="12*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="12*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="12*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="12*"/><thead><row><entry colname="col1" nameend="col8" namest="col1"><al>Ruimtebehoeftemodel bovenbouw Administratie
                                                  individueel</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Ruimte soort</al></entry><entry colname="col3"><al>Norm gebruik per week</al></entry><entry colname="col4"><al>Norm gem. bez.</al></entry><entry colname="col5"><al>Norm bvo/ lokaal in m²</al></entry><entry colname="col6"><al>Aantal lessen 1 + 2</al></entry><entry colname="col7"><al>Norm bvo/ leerling in m²</al></entry><entry colname="col8"><al>Vaste voet bvo (m²)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>[1]</al></entry><entry colname="col2"><al> [2]</al></entry><entry colname="col3"><al>[3]</al></entry><entry colname="col4"><al> [4]</al></entry><entry colname="col5"><al> [5]</al></entry><entry colname="col6"><al> [6]</al></entry><entry colname="col7"><al> [7]</al></entry><entry colname="col8"><al> [8]</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Theorie</al></entry><entry colname="col2"><al>t</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>69.56</al></entry><entry colname="col6"><al>27.00</al></entry><entry colname="col7"><al>1.83</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Aardrijkskunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.09</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Informatica</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.09</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kantoorpraktijk</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>113.39</al></entry><entry colname="col6"><al>4.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.44</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kennis der Natuur</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>2.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.17</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Machineschrijven</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>14.00</al></entry><entry colname="col7"><al>120</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.04</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tekenen</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>130.93</al></entry><entry colname="col6"><al>4.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.51</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Handvaardigheid</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>105.21</al></entry><entry colname="col6"><al>2.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.21</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>114.56</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.06</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Techniek</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>149.63</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.15</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onderwijs-ruimten</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>57.00</al></entry><entry colname="col7"><al>4.79</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="8"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="12*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="12*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="12*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="12*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="12*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="12*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="12*"/><thead><row><entry colname="col1" nameend="col8" namest="col1"><al>Ruimtebehoeftemodel bovenbouw Algemene
                                                  voorbereiding maatschappij en beroep (avmb)</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Ruimte soort</al></entry><entry colname="col3"><al>Norm gebruik per week</al></entry><entry colname="col4"><al>Norm gem. bez.</al></entry><entry colname="col5"><al>Norm bvo/ lokaal in m²</al></entry><entry colname="col6"><al>Aantal lessen 1 + 2</al></entry><entry colname="col7"><al>Norm bvo/ leerling in m²</al></entry><entry colname="col8"><al>Vaste voet bvo (m²)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>[1]</al></entry><entry colname="col2"><al> [2]</al></entry><entry colname="col3"><al>[3]</al></entry><entry colname="col4"><al> [4]</al></entry><entry colname="col5"><al> [5]</al></entry><entry colname="col6"><al> [6]</al></entry><entry colname="col7"><al> [7]</al></entry><entry colname="col8"><al> [8]</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Theorie</al></entry><entry colname="col2"><al>t</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>69.56</al></entry><entry colname="col6"><al>33.00</al></entry><entry colname="col7"><al>2.24</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Aardrijkskunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.09</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Informatica</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.09</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kennis der Natuur</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>2.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.17</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.04</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tekenen</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>130.93</al></entry><entry colname="col6"><al>4.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.51</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Handvaardigheid</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>105.21</al></entry><entry colname="col6"><al>2.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.12</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Avmb</al></entry><entry colname="col2"><al>sv</al></entry><entry colname="col3"><al> 24.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>205.74</al></entry><entry colname="col6"><al>12.00</al></entry><entry colname="col7"><al>3.12</al></entry><entry colname="col8"><al>103</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>114.56</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.06</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Techniek</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>149.63</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.15</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onderwijs-ruimten</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>57.00</al></entry><entry colname="col7"><al>6.77</al></entry><entry colname="col8"><al>103</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="8"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="12*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="12*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="12*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="12*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="12*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="12*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="12*"/><thead><row><entry colname="col1" nameend="col8" namest="col1"><al>Ruimtebehoeftemodel bovenbouw agrarisch</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Ruimte soort</al></entry><entry colname="col3"><al>Norm gebruik per week</al></entry><entry colname="col4"><al>Norm gem. bez.</al></entry><entry colname="col5"><al>Norm bvo/ lokaal in m²</al></entry><entry colname="col6"><al>Aantal lessen 1 + 2</al></entry><entry colname="col7"><al>Norm bvo/ leerling in m²</al></entry><entry colname="col8"><al>Vaste voet bvo (m²)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>[1]</al></entry><entry colname="col2"><al> [2]</al></entry><entry colname="col3"><al>[3]</al></entry><entry colname="col4"><al> [4]</al></entry><entry colname="col5"><al> [5]</al></entry><entry colname="col6"><al> [6]</al></entry><entry colname="col7"><al> [7]</al></entry><entry colname="col8"><al> [8]</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Theorie</al></entry><entry colname="col2"><al>t</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>99.37</al></entry><entry colname="col6"><al>33.00</al></entry><entry colname="col7"><al>1.97</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Aardrijkskunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>0.05</al></entry><entry colname="col7"><al>0.04</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Biologie</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.11</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Informatica</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00 </al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.08</al></entry><entry colname="col8"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kennis der Natuur</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00 </al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.08</al></entry><entry colname="col8"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.08</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Scheikunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>125.25</al></entry><entry colname="col6"><al>0.75</al></entry><entry colname="col7"><al>0.06</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tekenen</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>187.04</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.11</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Biologie</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>163.66</al></entry><entry colname="col6"><al>1.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.15</al></entry><entry colname="col8"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Handvaardigheid</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>150.30</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.05</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>163.66</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.10</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Scheikunde</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>200.40</al></entry><entry colname="col6"><al>0.75</al></entry><entry colname="col7"><al>0.09</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Techniek</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>213.76</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.13</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vbo-groen praktijk</al></entry><entry colname="col2"><al>sv</al></entry><entry colname="col3"><al> 24.00</al></entry><entry colname="col4"><al>26.00</al></entry><entry colname="col5"><al>233.80</al></entry><entry colname="col6"><al>12.50</al></entry><entry colname="col7"><al>2.34</al></entry><entry colname="col8"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onderwijs-ruimten</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>57.00</al></entry><entry colname="col7"><al>5.39</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="8"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="12*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="12*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="12*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="12*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="12*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="12*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="12*"/><thead><row><entry colname="col1" nameend="col8" namest="col1"><al>Ruimtebehoeftemodel bovenbouw agrarisch
                                                  individueel</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Ruimte soort</al></entry><entry colname="col3"><al>Norm gebruik per week</al></entry><entry colname="col4"><al>Norm gem. bez.</al></entry><entry colname="col5"><al>Norm bvo/ lokaal in m²</al></entry><entry colname="col6"><al>Aantal lessen 1 + 2</al></entry><entry colname="col7"><al>Norm bvo/ leerling in m²</al></entry><entry colname="col8"><al>Vaste voet bvo (m²)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>[1]</al></entry><entry colname="col2"><al> [2]</al></entry><entry colname="col3"><al>[3]</al></entry><entry colname="col4"><al> [4]</al></entry><entry colname="col5"><al> [5]</al></entry><entry colname="col6"><al> [6]</al></entry><entry colname="col7"><al> [7]</al></entry><entry colname="col8"><al> [8]</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Theorie</al></entry><entry colname="col2"><al>t</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>69.56</al></entry><entry colname="col6"><al>25.00</al></entry><entry colname="col7"><al>1.70</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Aardrijkskunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.04</al></entry><entry colname="col8"><al> 0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Biologie</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>2.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.17</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Informatica</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.09</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kennis der Natuur</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.09</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.04</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Scheikunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al> 32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>0.25</al></entry><entry colname="col7"><al>0.02</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tekenen</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>130.93</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.06</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Biologie</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>114.56</al></entry><entry colname="col6"><al>2.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.22</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Handvaardigheid</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>105.21</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.05</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al> 16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>114.56</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.06</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Scheikunde</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>140.28</al></entry><entry colname="col6"><al>0.25</al></entry><entry colname="col7"><al>0.03</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Techniek</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>149.63</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.15</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vbo-groen praktijk</al></entry><entry colname="col2"><al>sv</al></entry><entry colname="col3"><al> 24.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>163.66</al></entry><entry colname="col6"><al>22.00</al></entry><entry colname="col7"><al>4.69</al></entry><entry colname="col8"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onderwijs-ruimten</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>57.00</al></entry><entry colname="col7"><al>7.41</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="8"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="12*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="12*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="12*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="12*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="12*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="12*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="12*"/><thead><row><entry colname="col1" nameend="col8" namest="col1"><al>Ruimtebehoeftemodel bovenbouw agrarisch
                                                  individueel</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Ruimte soort</al></entry><entry colname="col3"><al>Norm gebruik per week</al></entry><entry colname="col4"><al>Norm gem. bez.</al></entry><entry colname="col5"><al>Norm bvo/ lokaal in m²</al></entry><entry colname="col6"><al>Aantal lessen 1 + 2</al></entry><entry colname="col7"><al>Norm bvo/ leerling in m²</al></entry><entry colname="col8"><al>Vaste voet bvo (m²)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>[1]</al></entry><entry colname="col2"><al> [2]</al></entry><entry colname="col3"><al>[3]</al></entry><entry colname="col4"><al> [4]</al></entry><entry colname="col5"><al> [5]</al></entry><entry colname="col6"><al> [6]</al></entry><entry colname="col7"><al> [7]</al></entry><entry colname="col8"><al> [8]</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Theorie</al></entry><entry colname="col2"><al>t</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>69.56</al></entry><entry colname="col6"><al>25.00</al></entry><entry colname="col7"><al>1.70</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Aardrijkskunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.04</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Biologie</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>2.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.17</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Informatica</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.09</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kennis der Natuur</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.09</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.04</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Scheikunde</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>87.68</al></entry><entry colname="col6"><al>0.25</al></entry><entry colname="col7"><al>0.02</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tekenen</al></entry><entry colname="col2"><al>tv</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>130.93</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.06</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Biologie</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>114.56</al></entry><entry colname="col6"><al>2.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.22</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Handvaardigheid</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>105.21</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.05</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Natuurkunde</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>114.56</al></entry><entry colname="col6"><al>0.50</al></entry><entry colname="col7"><al>0.06</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Scheikunde</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>140.28</al></entry><entry colname="col6"><al>0.25</al></entry><entry colname="col7"><al>0.03</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Techniek</al></entry><entry colname="col2"><al>v</al></entry><entry colname="col3"><al>32.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>149.63</al></entry><entry colname="col6"><al>1.00</al></entry><entry colname="col7"><al>0.15</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vbo-groen praktijk</al></entry><entry colname="col2"><al>sv</al></entry><entry colname="col3"><al>24.00</al></entry><entry colname="col4"><al>16.00</al></entry><entry colname="col5"><al>163.66</al></entry><entry colname="col6"><al>22.00</al></entry><entry colname="col7"><al>4.69</al></entry><entry colname="col8"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onderwijs-ruimten</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al>57.00</al></entry><entry colname="col7"><al>7.41</al></entry><entry colname="col8"><al>0</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="8"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="12*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="12*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="12*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="12*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="12*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="12*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="12*"/><thead><row><entry colname="col1" nameend="col8" namest="col1"><al>Ruimtebehoeftemodel bovenbouw Directie- en
                                                  nevenruimten</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Ruimte soort</al></entry><entry colname="col3"><al>Norm bvo per 250 ll.</al></entry><entry colname="col4"><al>Toewijzing per aantal leerlingen </al></entry><entry colname="col5"><al>Toewijzing per leerling</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>Norm bvo/ leerling in m²</al></entry><entry colname="col8"><al>Vaste voet bvo (m²)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>[1]</al></entry><entry colname="col2"><al> [2]</al></entry><entry colname="col3"><al>[3]</al></entry><entry colname="col4"><al> [4]</al></entry><entry colname="col5"><al> [5]</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al> [7]</al></entry><entry colname="col8"><al> [8]</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Adjunct directeur</al></entry><entry colname="col2"><al>d</al></entry><entry colname="col3"><al>33.40</al></entry><entry colname="col4"><al>250</al></entry><entry colname="col5"><al>0.134</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>0.134</al></entry><entry colname="col8"><al>23.4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Administratie</al></entry><entry colname="col2"><al>d</al></entry><entry colname="col3"><al>5.81</al></entry><entry colname="col4"><al>250</al></entry><entry colname="col5"><al>0.023</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>0.023</al></entry><entry colname="col8"><al>41.0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Archief</al></entry><entry colname="col2"><al>d</al></entry><entry colname="col3"><al>4.18</al></entry><entry colname="col4"><al>250</al></entry><entry colname="col5"><al>0.017</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>0.017</al></entry><entry colname="col8"><al>8.4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Assistent arts</al></entry><entry colname="col2"><al>d</al></entry><entry colname="col3"><al>33.40</al></entry><entry colname="col4"><al>vast</al></entry><entry colname="col5"><al>0.000</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>0.000</al></entry><entry colname="col8"><al>33.4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Decaan/arts</al></entry><entry colname="col2"><al>d</al></entry><entry colname="col3"><al>30.06</al></entry><entry colname="col4"><al>vast</al></entry><entry colname="col5"><al>0.000</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>0.000</al></entry><entry colname="col8"><al>30.1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Directeur</al></entry><entry colname="col2"><al>d</al></entry><entry colname="col3"><al>41.75</al></entry><entry colname="col4"><al>vast</al></entry><entry colname="col5"><al>0.000</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>0.000</al></entry><entry colname="col8"><al>41.8</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Docentenkamer</al></entry><entry colname="col2"><al>d</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al>0.130</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>0.130</al></entry><entry colname="col8"><al>16.7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Reprografie</al></entry><entry colname="col2"><al>d</al></entry><entry colname="col3"><al>20.04</al></entry><entry colname="col4"><al>vast</al></entry><entry colname="col5"><al>0.000</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>0.000</al></entry><entry colname="col8"><al>20.0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Subtotaal Directieruimten</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>0.304</al></entry><entry colname="col8"><al>214.7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Amanuensis</al></entry><entry colname="col2"><al>n</al></entry><entry colname="col3"><al>3.26</al></entry><entry colname="col4"><al>250</al></entry><entry colname="col5"><al>0.013</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>0.013</al></entry><entry colname="col8"><al>52.6</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bibliotheek</al></entry><entry colname="col2"><al>n</al></entry><entry colname="col3"><al>6.49</al></entry><entry colname="col4"><al>250</al></entry><entry colname="col5"><al>0.026</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>0.026</al></entry><entry colname="col8"><al>83.0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Conciërge</al></entry><entry colname="col2"><al>n</al></entry><entry colname="col3"><al>10.02</al></entry><entry colname="col4"><al>250</al></entry><entry colname="col5"><al>0.040</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>0.040</al></entry><entry colname="col8"><al>10.0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Garderobe</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>leerlingen</al></entry><entry colname="col2"><al>n</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al>per II.</al></entry><entry colname="col5"><al>0.468</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>0.468</al></entry><entry colname="col8"><al>0.0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Garderobe</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>personeel</al></entry><entry colname="col2"><al>n</al></entry><entry colname="col3"><al>0.028</al></entry><entry colname="col4"><al>per II.</al></entry><entry colname="col5"><al>0.028</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>0.028</al></entry><entry colname="col8"><al>0.0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hulppersoneel</al></entry><entry colname="col2"><al>n</al></entry><entry colname="col3"><al>2.51</al></entry><entry colname="col4"><al>250</al></entry><entry colname="col5"><al>0.010</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>0.010</al></entry><entry colname="col8"><al>16.7</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Keuken</al></entry><entry colname="col2"><al>n </al></entry><entry colname="col3"><al>7.42</al></entry><entry colname="col4"><al>250</al></entry><entry colname="col5"><al>0.030</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>0.030</al></entry><entry colname="col8"><al>22.8</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Kleedkamers</al></entry><entry colname="col2"><al>n</al></entry><entry colname="col3"><al>100.20</al></entry><entry colname="col4"><al>vast</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>0.000</al></entry><entry colname="col8"><al>100.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Overblijfruimte</al></entry><entry colname="col2"><al>n</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al>per II.</al></entry><entry colname="col5"><al>0.668</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>0.668</al></entry><entry colname="col8"><al>0.0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Toneel</al></entry><entry colname="col2"><al>n</al></entry><entry colname="col3"><al>33.40</al></entry><entry colname="col4"><al>250</al></entry><entry colname="col5"><al>0.134</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>0.134</al></entry><entry colname="col8"><al>0.0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Subtotaal directieruimten</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al> 1.416</al></entry><entry colname="col8"><al> 285.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>TOTAAL DIRECTIE- EN NEVENRUIMTEN</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al>1.720</al></entry><entry colname="col8"><al>500</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="8"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="12*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="12*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="12*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="12*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="12*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="12*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="12*"/><thead><row><entry colname="col1" nameend="col8" namest="col1"><al>Ruimtebehoeftemodel Directie- en nevenruimten
                                                  Nevenvestiging met spreidingsnoodzaak</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>[1]</al></entry><entry colname="col2"><al> [2]</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al>[7]</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Adjunct directeur</al></entry><entry colname="col2"><al>d</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al>1.2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Docentenkamer</al></entry><entry colname="col2"><al>d</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al>18.9</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Reprografie</al></entry><entry colname="col2"><al>n</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al>10.0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Conciërge</al></entry><entry colname="col2"><al>n</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al>10.4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Garderobe-</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>personeel</al></entry><entry colname="col2"><al>n</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al>3.3</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hulppersoneel</al></entry><entry colname="col2"><al>n</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al>6.0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Keuken</al></entry><entry colname="col2"><al>n</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al>20.0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Totaal afgerond 70 m²</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry><entry colname="col6"><al/></entry><entry colname="col7"><al/></entry><entry colname="col8"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>2.4.4 BIJLAGE IV Financiële normering</titel></kop><structuurtekst><al>De financiële normering valt uiteen in vier delen:</al><lijst><li nr="-"><al>deel A: vergoeding op basis van normbedragen;</al></li><li nr="-"><al>deel B: vergoeding op basis van feitelijke kosten;</al></li><li nr="-"><al>deel C: bepaling medegebruikstarief.</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>DEEL A Vergoeding op basis van normbedragen</titel></kop><structuurtekst><al>In onderstaande normbedragen voor (vervangende) nieuwbouw en uitbreiding
                            (paragrafen 1.1, 1.2, 2.1, 2.2, en 3.1) is tevens een vergoeding voor
                            bouwvoorbereiding opgenomen. Deze vergoeding omvat 8% (bij projecten tot
                            een bruto-vloeroppervlakte van 2.500 m²) respectievelijk 5% (bij grotere
                            projecten) van het aangegeven normbedrag. Bij de uiteindelijke
                            genormeerde vergoeding van een op het programma geplaatste voorziening
                            voor (vervangende) nieuwbouw en uitbreiding wordt de toegekende
                            genormeerde vergoeding voor de kosten van de bouwvoorbereiding in
                            mindering gebracht.</al></structuurtekst><afdeling><kop><titel>1 School voor basisonderwijs</titel></kop><structuurtekst><al>In dit hoofdstuk zijn genormeerde bedragen opgenomen voor:</al><lijst><li nr="-"><al>nieuwbouw (paragraaf 1.1);</al></li><li nr="-"><al>uitbreiding (paragraaf 1.2);</al></li><li nr="-"><al>tijdelijke voorziening (paragraaf 1.3);</al></li><li nr="-"><al>eerste inrichting met onderwijsleerpakket en meubilair
                                        (paragraaf 1.4);</al></li><li nr="-"><al>aanpassing (paragraaf 1.5) en</al></li><li nr="-"><al>gymnastiek (paragraaf 1.6).</al></li></lijst><al>De in dit hoofdstuk opgenomen normbedragen zijn bijgesteld ten
                                behoeve van de vergoedingen voor 2007. De bedragen zijn gebaseerd op
                                het prijspeil van 1 juli 2006 en voorzien van het MEV-indezcijver
                                voor 2007 (1,75% voor de huisvestingsvoorzieningen nieuwbouw en
                                uitbreiding en 2,5% voor onderhoud, eerste inrichting en
                                klokuurvergoeding gymnastiek). De systematiek van prijsbijstelling
                                en indexering is opgenomen in hoofdstuk 4.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.1 Nieuwbouw (permanente bouwaard)</titel></kop><structuurtekst><al>De financiële normering voor nieuwbouw valt uiteen in een vijftal
                                kostencomponenten, te weten:</al><lijst><li nr="-"><al>kosten voor terrein;</al></li><li nr="-"><al>bouwkosten;</al></li><li nr="-"><al>toeslag voor paalfundering;</al></li><li nr="-"><al>toeslag voor het realiseren van een afzonderlijk
                                        speellokaal;</al></li><li nr="-"><al>toeslag voor sloopkosten, herstel van terreinen maken en
                                        verhuiskosten bij vervangende bouw.</al></li></lijst><al>In het geval van vervangende nieuwbouw waarbij sprake is van
                                uitbreiding van een gebouw ter vervanging van een ander gebouw,
                                gelden de bedragen zoals opgenomen in de financiële normering voor
                                uitbreiding (permanente bouwaard).</al><tussenkop> Kosten voor terreinen</tussenkop><al>Er is geen genormeerd bedrag per vierkante meter opgenomen,
                                    aangezien de gemeente het terrein om niet beschikbaar (eventueel
                                    na aankoop) stelt en het juridisch eigendom overdraagt aan het
                                    schoolbestuur. Indien een terrein dient te worden aangekocht,
                                    zullen de kosten zichtbaar moeten worden gemaakt ten behoeve van
                                    het programma. Ook bij het beschikbaar stellen van gemeentelijke
                                    terreinen kan het, ten behoeve van de interne verrekening tussen
                                    de gemeentelijke diensten, wenselijk zijn om de kosten van de
                                    terreinen zichtbaar te maken. Voor de bepaling van de kosten
                                    voor het terrein wordt aangesloten bij de in de gemeente
                                    gangbare wijze van waardevaststelling van terreinen. Voor de
                                    minimaal benodigde oppervlakte van het terrein wordt verwezen
                                    naar bijlage III, deel D.</al><tussenkop> Bouwkosten</tussenkop><al>De bouwkosten omvatten de bouwkosten van het gebouw, inclusief
                                    fundering op staal, alsmede aanleg en inrichting van het
                                    schoolterrein. De vergoeding bestaat uit een vast bedrag en een
                                    bedrag per groep. Met deze vergoedingsbedragen kan de in bijlage
                                    III aangegeven bruto- vloeroppervlakte worden gerealiseerd.</al><al>De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de
                                    volgende bedragen:</al><lijst><li nr="-"><al>vaste voet (inclusief twee groepen): € 695.712,26</al></li><li nr="-"><al>elke volgende groep: € 136.110,32</al></li></lijst><al>De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt
                                    bepaald op basis van de volgende bedragen:</al><lijst><li nr="-"><al>vaste voet (inclusief vier groepen): € 1.126.666,07</al></li><li nr="-"><al>elke volgende groep: € 130.508,35</al></li><li nr="-"><al>bedrag toeslag extra ruimte: € 155.366,73</al></li></lijst><al>Toeslag voor paalfundering</al><al>Bij de hiervoor genoemde bouwkosten is rekening gehouden met
                                    fundering van het gebouw op staal. In een aantal gevallen zal
                                    fundering op palen nodig zijn. De kosten variëren met de lengte
                                    van de paalfundering; er zijn drie categorieën, te weten 1 tot
                                    15 meter, 15 tot 20 meter en 20 meter en langer. De vergoeding
                                    is uitgedrukt in een vast bedrag (inclusief twee groepen) en een
                                    bedrag per groep.</al><al>De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de
                                    volgende bedragen:</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/><thead><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>1 &lt; 15 m</al></entry><entry colname="col3"><al> 15 &lt; 20 m</al></entry><entry colname="col4"><al>≥20 m</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>- Vaste voet (incl. twee groepen) - Elke
                                                  volgende groep</al></entry><entry colname="col2"><al> € 9.794,84 € 1.983,58</al></entry><entry colname="col3"><al> € 14.246,26 € 3.355,07</al></entry><entry colname="col4"><al> € 22.741,25 € 6.004,89</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt
                                    bepaald op basis van de volgende bedragen:</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/><thead><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>1 &lt; 15 m</al></entry><entry colname="col3"><al> 15 &lt; 20 m</al></entry><entry colname="col4"><al>≥20 m</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>- Vaste voet (incl. twee groepen) - Elke
                                                  volgende groep - Bedrag toeslag extra ruimte</al></entry><entry colname="col2"><al> € 15.371,62 € 1.820,62 € 2.167,56</al></entry><entry colname="col3"><al> € 23.680,38 € 3.079,49 € 3.665,87 </al></entry><entry colname="col4"><al> € 39.621,66 € 5.510,15 € 6.559,59</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop> Toeslag voor een afzonderlijk speellokaal</tussenkop><al>In de hiervoor genoemde bedragen is geen rekening gehouden met
                                    de toewijzing van een speellokaal. De toeslag bestaat uit een
                                    vast bedrag per ruimte, afhankelijk van de lengte van de
                                    paalfundering, waarmee 90 m² ruimte gerealiseerd kan
                                    worden.</al><al>De vergoeding voor zowel een basisschool als een speciale school
                                    voor basisonderwijs wordt bepaald op basis van de volgende
                                    bedragen:</al><lijst><li nr="-"><al>geen paalfundering nodig: € 106.521,94</al></li><li nr="-"><al>lengte paalfundering 1 &lt; 15 meter: € 108.073,73</al></li><li nr="-"><al>lengte paalfundering 15 &lt; 20 meter: € 109.147,16</al></li><li nr="-"><al>lengte paalfundering ï‚³ 20 meter: € 111.220,42</al></li></lijst><tussenkop> Toeslag voor sloopkosten, herstel van terrein en
                                    verhuiskosten bij vervangende bouw</tussenkop><al>Indien vervangende nieuwbouw plaatsvindt bestaat de mogelijkheid
                                    dat het oude schoolgebouw gesloopt dient te worden. Het
                                    desbetreffende terrein moet daarna worden hersteld en, indien de
                                    vervangende nieuwbouw op dezelfde plaats wordt gerealiseerd,
                                    dienen de leerlingen te verhuizen naar een tijdelijke,
                                    vervangende locatie.</al><al>De genormeerde vergoeding voor sloopkosten (inclusief eventuele
                                    verhuiskosten) zoals hieronder opgenomen, is gebaseerd op een
                                    vast bedrag per groep, afhankelijk van het type huisvesting dat
                                    gesloopt dient te worden.</al><al>De vergoeding voor zowel een basisschool als een speciale school
                                    voor basisonderwijs wordt bepaald op basis van de volgende
                                    bedragen:</al><lijst><li nr="-"><al>permanente bouw: € 5.405,67 per groep;</al></li><li nr="-"><al>tijdelijke bouw: € 2.703,98 per groep.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.2 Uitbreiding (permanente bouwaard)</titel></kop><structuurtekst><al>Voor uitbreiding van de huisvesting in permanente bouwaard tot 1.035
                                m² bruto-vloeroppervlakte (maximaal 9 groepen) is onderstaand de
                                financiële normering weergegeven. Bij grotere uitbreidingen dient te
                                worden uitgegaan van de financiële normering voor nieuwbouw
                                (permanente bouwaard) (paragraaf 1.1).</al><tussenkop> Kosten voor terrein</tussenkop><al>Er is geen genormeerd bedrag per vierkante meter opgenomen.
                                    Indien uitbreiding van het terrein noodzakelijk is, wordt bij de
                                    bepaling van de kosten voor het terrein dezelfde systematiek
                                    gevolgd als bij nieuwbouw (paragraaf 1.1).</al><tussenkop> Bouwkosten</tussenkop><al>De bouwkosten omvatten de bouwkosten van het lokaal, inclusief
                                    fundering op staal, alsmede extra aanleg en inrichting van een
                                    deel van het schoolterrein. De vergoeding bestaat uit een vast
                                    bedrag en een bedrag per groep. Met deze vergoedingsbedragen kan
                                    de in bijlage III aangegeven bruto-vloeroppervlakte worden
                                    gerealiseerd.</al><al>De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de
                                    volgende bedragen:</al><lijst><li nr="-"><al>vaste voet: € 98.231,61</al></li><li nr="-"><al>bedrag per groep: € 157.464,92</al></li></lijst><al>De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt
                                    bepaald op basis van de volgende bedragen:</al><lijst><li nr="-"><al>vaste voet: € 101.128,04</al></li><li nr="-"><al>bedrag per groep: € 146.670,26</al></li><li nr="-"><al>bedrag toeslag extra ruimte: € 174.607,40</al></li></lijst><tussenkop> Toeslag voor paalfundering</tussenkop><al>Bij de hiervoor genoemde bouwkosten is rekening gehouden met
                                    fundering van de uitbreiding van het gebouw op staal. In een
                                    aantal gevallen zal echter fundering op palen nodig zijn. De
                                    kosten variëren met de lengte van de paalfundering; er zijn drie
                                    categorieën, te weten 1 tot 15 meter, 15 tot 20 meter en 20
                                    meter en langer. De vergoeding is uitgedrukt in een vast bedrag
                                    en een bedrag per groep.</al><al>De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de
                                    volgende bedragen:</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/><thead><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>1 &lt; 15 m</al></entry><entry colname="col3"><al>15 &lt; 20 m</al></entry><entry colname="col4"><al>≥20 m</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>- Vaste voet</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 4.397,24</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 5.734,74</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 9.200,62</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- Elke volgende groep</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 695,82</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.803,48</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 3.646,00</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt
                                    bepaald op basis van de volgende bedragen:</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/><thead><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>1 &lt; 15 m</al></entry><entry colname="col3"><al>15 &lt; 20 m</al></entry><entry colname="col4"><al>≥20 m</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>- Vaste voet</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 4.437,48</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 5.787,23</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 9.284,84</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- Elke volgende groep</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 634,20</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.646,51</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 3.329,22</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- Bedrag toeslag extra ruimte</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 755,48</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.960,58</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 3.963,70</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>1 &lt; 15 m 15 &lt; 20 m ï‚³ 20 m</al><tussenkop> Toeslag voor een afzonderlijk speellokaal</tussenkop><al>In de hiervoor genoemde bedragen is geen rekening gehouden met
                                    de toewijzing van een speellokaal. De toeslag bestaat uit een
                                    vast bedrag per ruimte, afhankelijk van de lengte van de
                                    paalfundering, waarmee 90 m² ruimte gerealiseerd kan worden.
                                    Hierbij wordt ervan uitgegaan dat een afzonderlijk speellokaal
                                    steeds in combinatie met een uitbreiding van ten minste één
                                    groep (lokaal) plaatsvindt.</al><al>De vergoeding voor zowel een basisschool als een speciale school
                                    voor basisonderwijs wordt bepaald op basis van de volgende
                                    bedragen:</al><lijst><li nr="-"><al>geen paalfundering nodig: € 123.233,98</al></li><li nr="-"><al>lengte paalfundering 1 &lt; 15 meter: € 123.777,88</al></li><li nr="-"><al>lengte paalfundering 15 &lt; 20 meter: € 124.644,91</al></li><li nr="-"><al>lengte paalfundering ï‚³ 20 meter: € 126.087,45</al></li></lijst><al>In geval van uitbreiding met alleen een speellokaal zonder
                                    gelijktijdige toekenning van een ander lokaal, wordt voor zowel
                                    een basisschool als een speciale school voor basisonderwijs de
                                    vergoeding op basis van de volgende bedragen bepaald:</al><lijst><li nr="-"><al>geen paalfundering nodig: € 221.433,54</al></li><li nr="-"><al>lengte paalfundering 1 &lt; 15 meter: € 227.780,97</al></li><li nr="-"><al>lengte paalfundering 15 &lt; 20 meter: € 229.167,18</al></li><li nr="-"><al>lengte paalfundering ï‚³ 20 meter: € 230.292,35</al></li></lijst><al>Toeslag voor sloopkosten, herstel van terrein en verhuiskosten
                                    bij vervangende bouw</al><al>Hiervoor gelden dezelfde bedragen als bij nieuwbouw (permanente
                                    bouwaard).</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.3 Tijdelijke voorziening</titel></kop><structuurtekst><al>De hierna genoemde bedragen zijn afgestemd op de investeringslasten
                                ten behoeve van voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen.
                                Hierbij is onderscheid gemaakt tussen nieuwbouw van een voor
                                tijdelijk gebruik bestemd gebouw als hoofdlocatie, uitbreiding van
                                een (permanente) hoofdlocatie met een voor tijdelijk gebruik bestemd
                                gebouw en uitbreiding van bestaande voor tijdelijk gebruik bestemde
                                gebouwen. Daarnaast wordt ingegaan op realisering van een tijdelijke
                                voorziening door middel van huur van een voor tijdelijk gebruik
                                bestemd gebouw. Wat betreft grondkosten wordt ervan uitgegaan dat
                                een tijdelijke voorziening in principe op het aanwezige terrein kan
                                worden gerealiseerd. Is dit niet het geval dan geldt voor de
                                beschikbaarstelling van terrein dezelfde procedure als bij nieuwbouw
                                (paragraaf 1.1).</al><tussenkop> Nieuwbouw als hoofdlocatie/uitbreiding van permanente
                                    hoofdlocatie</tussenkop><al>Bij de berekening van de hieronder genoemde bedragen voor
                                    nieuwbouw van noodlokalen is uitgegaan van de volgende
                                    bruto-vloeroppervlakte:</al><al>per groep: 80 m²;</al><al>toeslag voor eerste groep: 20 m²;</al><al>toeslag voor nieuwbouw als hoofdlocatie: 160 m².</al><al>Elk voor tijdelijk gebruik bestemd gebouw heeft een aantal
                                    standaardvoorzieningen nodig (entree en dergelijke). In verband
                                    hiermee wordt voor het eerste lokaal een toeslag gegeven.
                                    Hiernaast dienen voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen,
                                    die als hoofdgebouw gaan fungeren, ook te beschikken over een
                                    aantal ruimten, die normaliter ook in een permanent hoofdgebouw
                                    aanwezig zijn (lerarenkamer, administratieruimte en dergelijke).
                                    Hiervoor wordt eveneens een toeslag gegeven.</al><al>De vergoeding bestaat uit een vast bedrag, een bedrag per groep
                                    alsmede bedragen voor de beide toeslagen. In deze bedragen zijn
                                    begrepen de bouwkosten, de toeslag voor paalfundering, de
                                    toeslag voor herstel en inrichting van terreinen alsmede
                                    eenmalige aansluitkosten op nutsvoorzieningen. Tussen haakjes
                                    staan de bedragen indien paalfundering niet noodzakelijk
                                    is.</al><al>De vergoeding voor zowel een basisschool als een speciale school
                                    voor basisonderwijs wordt bepaald op basis van de volgende
                                    bedragen:</al><lijst><li nr="-"><al>vast bedrag: € 40.430,98 (€ 40.057,27)</al></li><li nr="-"><al>bedrag per groep: € 79.486,12 (€ 74.933,67)</al></li><li nr="-"><al>toeslag eerste groep: € 19.871,39 (€ 18.733,56)</al></li><li nr="-"><al>toeslag hoofdlocatie: € 158.971,66 (€ 149.867,34)</al></li></lijst><tussenkop> Uitbreiding van bestaande tijdelijke voorzieningen</tussenkop><al>Ook bij uitbreiding van tijdelijke voorzieningen wordt wat
                                    betreft de bruto-vloeroppervlakte uitgegaan van 80 m² per groep.
                                    De vergoeding bestaat uit een vast bedrag en een bedrag per
                                    groep. In deze bedragen zijn begrepen de bouwkosten, de toeslag
                                    voor paalfundering en de toeslag voor herstel en inrichting van
                                    terreinen (tussen haakjes staan de bedragen indien paalfundering
                                    niet noodzakelijk is).</al><al>De vergoeding voor zowel een basisschool als een speciale school
                                    voor basisonderwijs wordt bepaald op basis van de volgende
                                    bedragen:</al><lijst><li nr="-"><al>vast bedrag: € 22.726,58 (€ 18.248,88)</al></li><li nr="-"><al>bedrag per groep: € 83.288,25 (€ 81.199,46)</al></li></lijst><tussenkop> Huur van voor tijdelijk gebruik bestemde gebouwen</tussenkop><al>Naast aankoop kan een voor tijdelijk gebruik bestemd gebouw ook
                                    worden gehuurd. In principe zijn er twee typen huur mogelijk:
                                    huur van een noodlokaal en huur van een bestaand gebouw. Beide
                                    soorten huur worden vergoed op basis van de werkelijke kosten
                                    (zie deel B: vergoeding op basis van feitelijke kosten)</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.4 Eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Basisschool</tussenkop><al>De bedragen voor eerste inrichting vallen uiteen in bedragen
                                    voor onderwijsleerpakket (OLP) en bedragen voor meubilair. De
                                    hierna opgenomen bedragen zijn investeringsbedragen per school
                                    met een gegeven aantal groepen. Bij uitbreiding wordt het uit te
                                    keren bedrag bepaald aan de hand van het verschil tussen de
                                    investeringsbedragen van de school met en zonder
                                    uitbreiding.</al><al>Voor nieuwe instituten geldt dat op de hierna genoemde bedragen,
                                    bij eerste aanschaf van het totale onderwijsleerpakket en
                                    meubilair, een korting wordt toegepast van 10%.</al><al>De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de
                                    volgende bedragen:</al><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="20*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="20*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="20*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="20*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="20*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Aantal groepen</al></entry><entry colname="col2"><al>OLP</al></entry><entry colname="col3"><al>Meubilair</al></entry><entry colname="col4"><al>Totaal</al></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>2 incl. speellokaal</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 41.782,02</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 24.937,81</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 66.719,83</al></entry><entry colname="col5"><al>incl. speellokaal</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 47.546,84</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 33.511,63</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 81.058,47</al></entry><entry colname="col5"><al>incl. speellokaal</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 59.167,98</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 42.353,75</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 101.521,72</al></entry><entry colname="col5"><al>incl. speellokaal</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 65.144,74</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 50.928,09</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 116.072,82</al></entry><entry colname="col5"><al>incl. speellokaal</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Elke volgende groep</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 6.328,28</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 5.982,96</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 12.311,24</al></entry><entry colname="col5"><al>excl. speellokaal</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Toeslag tweede speellokaal</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 825,02</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 5.722,43</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 6.547,45</al></entry><entry colname="col5"><al>zowel OLP als meubilair</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop> Speciaal school voor basisonderwijs</tussenkop><al>De vergoeding voor eerste inrichting voor onderwijsleerpakket en
                                    meubilair voor een speciale school voor basisonderwijs bestaat
                                    uit: een vaste voet inclusief vier groepen, een bedrag voor elke
                                    volgende groep en een toeslag bij de vorming van de 12e
                                    groep.</al><al>- Vaste voet (inclusief vier groepen) € 123.153,68.</al><al>- Elke volgende groep € 12.851,08</al><al>- Toeslag bij de twaalfde groep € 16.559,26</al><al>Indien de toekenning van het aantal groepen eerste inrichting en
                                    meubilair één of meer van de eerste vier groepen omvat, wordt de
                                    vaste voet naar rato toegekend.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.5 Aanpassing</titel></kop><structuurtekst><al>Alle aanpassingen met uitzondering van de aanpassing als gevolg van
                                onderwijskundige vernieuwingen worden vergoed op basis van
                                werkelijke kosten (zie deel B: vergoeding op basis van feitelijke
                                kosten).</al><al>Aanpassing als gevolg van onderwijskundige vernieuwingen. Voor zowel
                                een basisschool als een speciale school voor basisonderwijs wordt de
                                normvergoeding bepaald op basis van de verschiloppervlakte tussen
                                het aantal genormeerde m² bvo behorend bij de minimumnormen zoals
                                deze golden voor 1 januari 2003 en het aantal genormeerde m² bvo
                                behorend bij de minimumnormen (zie bijlage III, deel A) bij het
                                aantal groepen dat bepaald is van de hand van de bepaling van de
                                omvang van de permanente ruimtebehoefte van de school (uitgedrukt in
                                groepen).</al><al>De bedragen zijn inclusief een component voor de eerste
                                inrichting.</al><al>Wanneer het bevoegd gezag van een basisschool of speciale school
                                voor basisonderwijs ervoor kiest om als gevolg van onderwijskundige
                                vernieuwingen in de aanpassingen te voorzien door het op de
                                capaciteit van een gebouw in mindering brengen van een leegstaand
                                lokaal, wordt op het hieronder bepaalde bedrag € 55.220,15 in
                                mindering gebracht.</al><tussenkop> Vergoeding school voor basisonderwijs</tussenkop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Aantal groepen</al></entry><entry colname="col2"><al>Verschil oppervlakte (in m² bvo)</al></entry><entry colname="col3"><al> Bedrag</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>35</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 55.220,15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3</al></entry><entry colname="col2"><al>45</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 70.997,34</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al>55</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 86.774,52</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5</al></entry><entry colname="col2"><al>65</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 102.551,71</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6</al></entry><entry colname="col2"><al>75</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 118.328,90</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7</al></entry><entry colname="col2"><al>85</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 134.106,08</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8</al></entry><entry colname="col2"><al>95</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 149.883,27</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9</al></entry><entry colname="col2"><al>105</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 165.660,45</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10</al></entry><entry colname="col2"><al>115</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 181.437,64</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11</al></entry><entry colname="col2"><al>125</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 197.214,83</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12</al></entry><entry colname="col2"><al>135</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 212.992,01</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>13</al></entry><entry colname="col2"><al>145</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 228.769,20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>en vervolgens telkens te verhogen met €
                                                  15.777,19 ten behoeve van één groep
                                                  leerlingen</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop> Vergoeding speciale school voor basisonderwijs</tussenkop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Aantal groepen</al></entry><entry colname="col2"><al>Verschil oppervlakte (in m² bvo)</al></entry><entry colname="col3"><al> Bedrag</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al>70</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 110.440,30</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5</al></entry><entry colname="col2"><al>80</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 126.217,49</al></entry></row></tbody></tgroup></table></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>1.6 Gymnastiek</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Bouwkosten nieuwbouw/uitbreiding</tussenkop><tussenkop> Nieuwbouw</tussenkop><al>De vergoeding van de bouwkosten voor nieuwbouw van een
                                    gymnastiekzaal voor zowel een basisschool als een speciale
                                    school voor basisonderwijs met een bruto-vloeroppervlakte van
                                    455 m² bedraagt € 746.345,83 (op het schoolterrein)
                                    respectievelijk € 761.441,11 (op afzonderlijk terrein). Deze
                                    vergoeding omvat tevens de kosten van fundering op staal,
                                    alsmede de inrichting van het terrein. De grondkosten zijn
                                    hierin niet begrepen.</al><al>Indien paalfundering noodzakelijk is, wordt een toeslag gegeven
                                    afhankelijk van de benodigde paallengte.</al><al>De vergoeding wordt bepaald op basis van de volgende
                                    bedragen:</al><lijst><li nr="-"><al>paallengte 1 &lt; 15 meter: € 15.011,92</al></li><li nr="-"><al>paallengte 15 &lt; 20 meter: € 20.694,71</al></li><li nr="-"><al>paallengte ï‚³ 20 meter: € 29.064,82</al></li></lijst><tussenkop> Uitbreiding</tussenkop><al>Bij uitbreiding van gymnastiekruimte wordt in eerste instantie
                                    aangesloten bij de vergoeding voor nieuwbouw van een
                                    gymnastiekzaal met een bruto vloeroppervlakte van 455 m².</al><al>Bij kleine gymnastiekzalen, waarvan de oefenvloer een
                                    oppervlakte heeft van 140 m² of minder, kan de oefenvloer worden
                                    uitgebreid tot een oppervlakte van 252 m². Afhankelijk van de
                                    benodigde uitbreiding zien de bedragen voor zowel een
                                    basisschool als een speciale school voor basisonderwijs er als
                                    volgt uit:</al><lijst><li nr="-"><al>uitbreiding met 112 t/m 120 m²: € 173.404,03</al></li><li nr="-"><al>uitbreiding met 121 t/m 150 m²: € 210.796,41</al></li></lijst><al>Indien bij de uitbreiding van de oefenvloer paalfundering
                                    noodzakelijk is, wordt een toeslag gegeven afhankelijk van de
                                    benodigde paallengte.</al><al>De vergoeding wordt bepaald op basis van de volgende
                                    bedragen:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><thead><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>112 - 120 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>121 - 150m²</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>- paallengte 1 &lt; 15 meter:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 6.720,58</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 8.403,45</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- paallengte 15 &lt; 20 meter:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 11.640,42</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 14.546,78</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- paallengte ï‚³ 20 meter:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 19.030,81</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 23.788,51</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop> OLP/meubilair</tussenkop><al>De vergoeding voor de eerste inrichting met OLP/meubilair voor
                                    een gymnastiekzaal bedraagt voor zowel een basisschool als een
                                    speciale school voor basisonderwijs € 45.039,69.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2 School voor (voortgezet) speciaal onderwijs</titel></kop><structuurtekst><al>In dit hoofdstuk zijn genormeerde bedragen opgenomen voor:</al><lijst><li nr="-"><al>nieuwbouw (paragraaf 2.1);</al></li><li nr="-"><al>uitbreiding (paragraaf 2.2);</al></li><li nr="-"><al>tijdelijke voorziening (paragraaf 2.3);</al></li><li nr="-"><al>eerste inrichting met onderwijsleerpakket en meubilair
                                        (paragraaf 2.4);</al></li><li nr="-"><al>gymnastiek (paragraaf 2.5).</al></li></lijst><al>Bij toekenning van nieuwbouw of uitbreiding van een nevenvestiging
                                zijn deze normbedragen niet van toepassing. Deze voorzieningen
                                worden toegekend op basis van deel B van deze bijlage.</al><al>Daar waar in de financiële normering voor het (voortgezet) speciaal
                                onderwijs sprake is van een 'bedrag vaste voet' is dit bedrag mede
                                bestemd voor het aantal groepsruimten dat onderdeel is van de vaste
                                voet aan bruto-vloeroppervlakte zoals weergegeven in tabel 4
                                ruimtenormering (v)so. Het 'bedrag per groep' in de financiële
                                normering is het bedrag dat wordt vergoed voor iedere groep bovenop
                                het aantal groepen dat onderdeel is van de vaste voet.</al><al>De in dit hoofdstuk opgenomen normbedragen zijn op basis van de
                                prijsbijstellingsfactoren omgezet naar prijspeil 2002 en omgerekend
                                naar euro’s. Uitgangspunt hierbij is de officiële waardeverhouding €
                                1 = ƒ 2,20371. De zo omgerekende bedragen zijn afgerond op twee
                                decimalen (dit volgt uit verordening 1103/97 van de Europese
                                Unie).</al><al>De systematiek van prijsbijstelling en indexering is opgenomen in
                                hoofdstuk 4.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.1 Nieuwbouw (permanente bouwaard)</titel></kop><structuurtekst><al>De financiële normering valt uiteen in een zestal kostencomponenten,
                                te weten:</al><lijst><li nr="-"><al>kosten voor terrein;</al></li><li nr="-"><al>bouwkosten;</al></li><li nr="-"><al>toeslag voor paalfundering;</al></li><li nr="-"><al>toeslag voor het realiseren van een afzonderlijk
                                        speellokaal;</al></li><li nr="-"><al>toeslag voor het aanbrengen van een liftinstallatie;</al></li><li nr="-"><al>toeslag voor sloopkosten, herstel van terreinen en
                                        verhuiskosten bij vervangende bouw.</al></li></lijst><al>In het geval van vervangende nieuwbouw waarbij sprake is van
                                uitbreiding van een gebouw ter vervanging van een ander gebouw,
                                gelden de bedragen zoals opgenomen in de financiële normering voor
                                uitbreiding (permanente bouwaard).</al><tussenkop> Kosten voor terreinen</tussenkop><al>Er is geen genormeerd bedrag per vierkante meter opgenomen,
                                    aangezien de gemeente het terrein om niet beschikbaar (eventueel
                                    na aankoop) stelt en het juridisch eigendom overdraagt aan het
                                    schoolbestuur. Indien een terrein dient te worden aangekocht
                                    zullen de kosten zichtbaar moeten worden gemaakt ten behoeve van
                                    het programma. Bij het beschikbaar stellen van gemeentelijke
                                    terreinen kan het, ten behoeve van de interne verrekening tussen
                                    de gemeentelijke diensten, wenselijk zijn om de kosten van de
                                    terreinen zichtbaar te maken. Voor de bepaling van de kosten
                                    voor het terrein wordt aangesloten bij de in de gemeente
                                    gangbare wijze van waardevaststelling van terreinen. Voor de
                                    bepaling van de minimale omvang van het terrein wordt verwezen
                                    naar bijlage III, deel D.</al><tussenkop> Bouwkosten</tussenkop><al>De bouwkosten omvatten de bouwkosten van het gebouw, inclusief
                                    fundering op staal, alsmede aanleg en inrichting van het
                                    schoolterrein. De vergoeding bestaat uit een vast bedrag en een
                                    bedrag per groep. Per schoolsoort is er een
                                    schoolsoortspecifieke correctiefactor. Met deze
                                    vergoedingsbedragen kan de in bijlage III aangegeven bruto
                                    vloeroppervlakte worden gerealiseerd.</al><al>De vergoeding wordt bepaald op basis van de volgende bedragen
                                    (in €):</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/><thead><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Bedrag vaste voet</al></entry><entry colname="col3"><al>Bedrag per groep</al></entry><entry colname="col4"><al>Bedrag toeslag ER</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>SO-doven</al></entry><entry colname="col2"><al>1.186.994,17</al></entry><entry colname="col3"><al>90.556,76</al></entry><entry colname="col4"><al>126.779,12</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SO-sh/esm</al></entry><entry colname="col2"><al>1.019.400,58</al></entry><entry colname="col3"><al>115.829,79</al></entry><entry colname="col4"><al>158.503,65</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SO-visg</al></entry><entry colname="col2"><al>1.151.176,00</al></entry><entry colname="col3"><al>118.185,36</al></entry><entry colname="col4"><al>142.806,97</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SO-lg</al></entry><entry colname="col2"><al>1.302.600,88</al></entry><entry colname="col3"><al>164.966,65</al></entry><entry colname="col4"><al>184.664,40</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SO-lz</al></entry><entry colname="col2"><al>1.031.592,95</al></entry><entry colname="col3"><al>121.925,97</al></entry><entry colname="col4"><al>128.022,16</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SO-zmlk</al></entry><entry colname="col2"><al>985.748,82</al></entry><entry colname="col3"><al>118.078,99</al></entry><entry colname="col4"><al>124.293,61</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SO-zmok</al></entry><entry colname="col2"><al>985.748,82</al></entry><entry colname="col3"><al>118.078,99</al></entry><entry colname="col4"><al>130.508,24</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SO-pi</al></entry><entry colname="col2"><al>954.779,77</al></entry><entry colname="col3"><al>115.829,79</al></entry><entry colname="col4"><al>112.171,96</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SO-mg</al></entry><entry colname="col2"><al>1.147.422,73</al></entry><entry colname="col3"><al>134.118,34</al></entry><entry colname="col4"><al>160.942,01</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>VSO-doven</al></entry><entry colname="col2"><al>1.205.247,08</al></entry><entry colname="col3"><al>100.429,21</al></entry><entry colname="col4"><al>71.735,23</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>VSO-sh/esm</al></entry><entry colname="col2"><al>921.893,26</al></entry><entry colname="col3"><al>100.429,21</al></entry><entry colname="col4"><al>77.712,97</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>VSO-visg</al></entry><entry colname="col2"><al>1.058.416,61</al></entry><entry colname="col3"><al>107.294,67</al></entry><entry colname="col4"><al>54.866,80</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>VSO-LG</al></entry><entry colname="col2"><al>1.126.623,38</al></entry><entry colname="col3"><al>132.816,08</al></entry><entry colname="col4"><al>84.519,22</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>VSO-lz</al></entry><entry colname="col2"><al>936.240,54</al></entry><entry colname="col3"><al>95.646,78</al></entry><entry colname="col4"><al>107.602,27</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>VSO-zmlk</al></entry><entry colname="col2"><al>985.261,26</al></entry><entry colname="col3"><al>113.390,86</al></entry><entry colname="col4"><al>97.540,66</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>VSO-zmok</al></entry><entry colname="col2"><al>975.695,83</al></entry><entry colname="col3"><al>96.593,72</al></entry><entry colname="col4"><al>123.156,94</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>VSO-pi</al></entry><entry colname="col2"><al>888.416,86</al></entry><entry colname="col3"><al>95.646,78</al></entry><entry colname="col4"><al>89.669,04</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>VSO-mg</al></entry><entry colname="col2"><al>1.115.578,04</al></entry><entry colname="col3"><al>135.100.93</al></entry><entry colname="col4"><al>71.735,23</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Voor SOVSO scholen gelden de volgende bedragen (in €):</al><al/><al><extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/files/voorzieningenHuisvestingPdfTabelVergoedingBouwkosten.pdf">voorzieningenHuisvestingPdfTabelVergoedingBouwkosten.pdf
                                        (versie geldig sinds: 15-01-2009; PDF-bestand; grootte:
                                        37.82 KB)</extref></al><tussenkop> Toeslag voor paalfundering</tussenkop><al>Bij de hiervoor genoemde bouwkosten is rekening gehouden met
                                    fundering van het gebouw op staal. In veel gevallen zal echter
                                    ook fundering op palen nodig zijn. De kosten variëren met de
                                    lengte van de paalfundering; er zijn drie categorieën, te weten
                                    1 tot 15 meter, 15 tot 20 meter en 20 meter en langer. De
                                    vergoeding is uitgedrukt in een vast bedrag (inclusief het
                                    aantal bijbehorende groepen), een bedrag voor elke extra groep
                                    alsmede een bedrag voor de toekenning van extra ruimte.</al><al>De vergoeding wordt bepaald op basis van de volgende bedragen
                                    (in €):</al><al/><al><extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/files/Vergoeding%20paalfundering.pdf">Vergoeding paalfundering.pdf (versie geldig sinds:
                                        15-01-2009; PDF-bestand; grootte: 37.44 KB)</extref></al><al>De volgende bedragen vormen de toeslag voor de paalfundering
                                    voor SOVSO scholen. Naast deze bedragen hebben SOVSO scholen ook
                                    recht op een bedrag voor de vaste voet. Dit bedrag is gelijk aan
                                    het bedrag voor de vaste voet van de SO component van de SOVSO
                                    school.</al><al/><al><extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/files/Vergoeding%20paalfundering%20SOVSO%20scholen.pdf">Vergoeding paalfundering SOVSO scholen.pdf (versie geldig
                                        sinds: 15-01-2009; PDF-bestand; grootte: 36.63
                                    KB)</extref></al><tussenkop> Toeslag voor een speellokaal</tussenkop><al>In de hierboven genoemde bedragen is geen rekening gehouden met
                                    de toewijzing van een speellokaal. De toeslag bestaat uit een
                                    vast bedrag per ruimte, afhankelijk van de lengte van de
                                    paalfundering, waarmee 90 m² ruimte gerealiseerd kan
                                    worden.</al><al>De vergoeding wordt bepaald op basis van de volgende
                                    bedragen:</al><lijst><li nr="-"><al>geen paalfundering nodig: € 106.521,94</al></li><li nr="-"><al>lengte paalfundering 1 &lt; 15 meter: € 108.073,73</al></li><li nr="-"><al>lengte paalfundering 15 &lt; 20 meter: € 109.147,16</al></li><li nr="-"><al>lengte paalfundering ï‚³ 20 meter: € 111.220,42</al></li></lijst><tussenkop> Toeslag voor liftinstallatie</tussenkop><al>Indien bij nieuwbouw van een school een liftinstallatie wordt
                                    aangebracht geldt het volgende vergoedingsbedrag:</al><al>- lift, inclusief aanbrengen schacht: € 107.280,30</al><tussenkop> Toeslag voor sloopkosten, herstel van terrein en
                                    verhuiskosten bij vervangende bouw</tussenkop><al>Indien vervangende nieuwbouw plaatsvindt, bestaat de
                                    mogelijkheid dat het oude schoolgebouw gesloopt dient te worden.
                                    Het desbetreffende terrein moet daarna worden hersteld en indien
                                    de vervangende nieuwbouw op dezelfde plaats wordt gerealiseerd,
                                    dienen de leerlingen te verhuizen naar een tijdelijke,
                                    vervangende locatie. De genormeerde vergoeding zoals hieronder
                                    opgenomen is gebaseerd op een vast bedrag per groep, afhankelijk
                                    van het type huisvesting dat gesloopt dient te worden.</al><al>De genormeerde vergoeding voor sloopkosten (inclusief eventuele
                                    verhuiskosten) wordt bepaald op basis van de volgende
                                    bedragen:</al><lijst><li nr="-"><al>permanente bouw: € 5.405,67 per groep;</al></li><li nr="-"><al>tijdelijke bouw: € 2.703,98 per groep.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.2 Uitbreiding (permanente bouwaard)</titel></kop><structuurtekst><al>Voor uitbreiding van de huisvesting in een permanente bouwaard tot
                                1.000 m² bruto-vloeroppervlakte is onderstaand de financiële
                                normering weergegeven. Bij grotere uitbreidingen dient te worden
                                uitgegaan van de financiële normering voor nieuwbouw (permanente
                                bouwaard) (paragraaf 2.1).</al><tussenkop> Kosten voor terreinen</tussenkop><al>Er is geen genormeerd bedrag per vierkante meter opgenomen.
                                    Indien uitbreiding van het terrein noodzakelijk is, wordt bij de
                                    bepaling van de kosten voor het terrein dezelfde systematiek
                                    gevolgd als bij nieuwbouw (paragraaf 2.1).</al><tussenkop> Bouwkosten</tussenkop><al>De bouwkosten omvatten de bouwkosten van het lokaal, inclusief
                                    fundering op staal, alsmede aanleg en inrichting van een deel
                                    van het schoolterrein. De vergoeding bestaat uit een vast
                                    bedrag, een bedrag per groep en, indien van toepassing, een
                                    toeslag voor extra ruimte. Met deze vergoedingsbedragen kan de
                                    in bijlage III aangegeven bruto vloeroppervlakte worden
                                    gerealiseerd.</al><al>De vergoeding wordt bepaald op basis van de volgende bedragen
                                    (in €)</al><al/><al><extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/files/Vergoeding%20uitbreiding.pdf">Vergoeding uitbreiding.pdf (versie geldig sinds:
                                        15-01-2009; PDF-bestand; grootte: 28.23 KB)</extref></al><al>De vergoeding wordt bepaald op basis van de volgende bedragen
                                    (in €):</al><al/><al><extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/files/vergoeding%20uitbreiding%202.pdf">vergoeding uitbreiding 2.pdf (versie geldig sinds:
                                        15-01-2009; PDF-bestand; grootte: 29.92 KB)</extref></al><tussenkop> Toeslag voor paalfundering</tussenkop><al>Bij de hiervoor genoemde bouwkosten is rekening gehouden met
                                    fundering van het gebouw op staal. In een aantal gevallen zal
                                    echter fundering op palen nodig zijn. De kosten variëren met de
                                    lengte van de paalfundering; er zijn drie categorieën, te weten
                                    1 tot 15 meter, 15 tot 20 meter en 20 meter en langer. De
                                    vergoeding is uitgedrukt in een vast bedrag, een bedrag voor
                                    elke groep alsmede een bedrag voor de toekenning van extra
                                    ruimte (ER).</al><al>De vergoeding wordt bepaald op basis van de volgende bedragen
                                    (in €):</al><al/><al><extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/files/vergoeding%20paalfundering%202.pdf">vergoeding paalfundering 2.pdf (versie geldig sinds:
                                        15-01-2009; PDF-bestand; grootte: 33.96 KB)</extref></al><al>De volgende bedragen vormen de toeslag voor de paalfundering
                                    voor SOVSO-scholen. Naast deze bedragen hebben de scholen ook
                                    recht op de hiervoor genoemde vaste bedragen.</al><al/><al><extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/files/vergoeding%20paalfundering%20SOVSO%20scholen%202.pdf">vergoeding paalfundering SOVSO scholen 2.pdf (versie geldig
                                        sinds: 15-01-2009; PDF-bestand; grootte: 37.86
                                    KB)</extref></al><tussenkop> Toeslag liftinstallatie</tussenkop><al>Indien bij uitbreiding van het gebouw tevens een liftinstallatie
                                    wordt aangebracht kan aanspraak worden gemaakt op de volgende
                                    vergoeding:</al><al>- lift, inclusief aanbrengen schacht: € 128.948,97</al><tussenkop> Toeslag voor een speellokaal</tussenkop><al>In de hiervoor genoemde bedragen is geen rekening gehouden met
                                    toewijzing van een speellokaal. De vergoeding voor een
                                    speellokaal bestaat uit een vast bedrag per ruimte, afhankelijk
                                    van de lengte van de paalfundering, waarmee 90 m² ruimte kan
                                    worden gerealiseerd.</al><al>Voor een speellokaal in combinatie met een uitbreiding van ten
                                    minste één groep (lokaal) geldt de toeslag zoals die is
                                    opgenomen in paragraaf 2.1.</al><al>In geval van uitbreiding met alleen een speellokaal zonder
                                    gelijktijdige toekenning van een ander lokaal, wordt de
                                    vergoeding op basis van de volgende bedragen bepaald:</al><lijst><li nr="-"><al>geen paalfundering nodig: € 221.433,54</al></li><li nr="-"><al>lengte paalfundering 1 &lt; 15 meter: € 227,780,97</al></li><li nr="-"><al>lengte paalfundering 15 &lt; 20 meter: € 229.167,18</al></li><li nr="-"><al>lengte paalfundering ï‚³ 20 meter: € 230.292,35</al></li></lijst><tussenkop> Toeslag voor sloopkosten, herstel van terrein en
                                    verhuiskosten bij vervangende bouw</tussenkop><al>Voor deze toeslag gelden dezelfde voorwaarden en bedragen als
                                    bij nieuwbouw (permanente bouwaard).</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.3 Tijdelijke voorziening</titel></kop><structuurtekst><al>De hierna genoemde bedragen zijn afgestemd op de investeringslasten
                                ten behoeve van voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen.
                                Hierbij is onderscheid gemaakt in nieuwbouw van een voor tijdelijk
                                gebruik bestemd gebouw als hoofdlocatie, uitbreiding van een
                                (permanente) hoofdlocatie met een voor tijdelijk gebruik bestemd
                                gebouw en uitbreiding van bestaande voor tijdelijk gebruik bestemde
                                gebouwen. Daarnaast wordt ingegaan op realisering van een tijdelijke
                                voorziening door middel van huur van een voor tijdelijke gebruik
                                bestemde voorziening. Wat betreft grondkosten wordt ervan uitgegaan
                                dat een tijdelijke voorziening in principe op het aanwezige terrein
                                kan worden gerealiseerd. Is dit niet het geval dan geldt voor de
                                beschikbaarstelling van terrein dezelfde procedure als bij nieuwbouw
                                (paragraaf 2.1).</al><tussenkop> Nieuwbouw als hoofdlocatie/uitbreiding van permanente
                                    hoofdlocatie</tussenkop><al>Bij de berekening van de hieronder genoemde bedragen voor
                                    nieuwbouw van noodlokalen is uitgegaan van de volgende
                                    bruto-vloeroppervlakte:</al><lijst><li nr="-"><al>per groep: 80 m²;</al></li><li nr="-"><al>toeslag voor eerste groep: 20 m²;</al></li><li nr="-"><al>toeslag voor nieuwbouw als hoofdlocatie: 160 m².</al></li></lijst><al>Elk voor tijdelijk gebruik bestemd gebouw heeft een aantal
                                    standaardvoorzieningen nodig (entree en dergelijke). In verband
                                    hiermee wordt voor de eerste groep een toeslag gegeven.
                                    Hiernaast dienen voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen
                                    die als hoofdlocatie gaan fungeren, ook te beschikken over een
                                    aantal ruimten, die normaliter in een permanent hoofdgebouw
                                    aanwezig zijn (lerarenkamer, administratieruimte en dergelijke).
                                    Hiervoor wordt eveneens een toeslag gegeven.</al><al>De vergoeding bestaat uit een vast bedrag en een bedrag per
                                    groep. In deze bedragen zijn begrepen de bouwkosten, de toeslag
                                    voor paalfundering alsmede eenmalige aansluitkosten op
                                    nutsvoorzieningen. Indien paalfundering niet noodzakelijk is,
                                    dient een aftrek plaats te vinden van de volgende bedragen:</al><al/><al><extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/files/vergoeding%20tijdelijke%20voorziening.pdf">vergoeding tijdelijke voorziening.pdf (versie geldig sinds:
                                        15-01-2009; PDF-bestand; grootte: 28.97 KB)</extref></al><al>Voor sloopkosten van het oude gebouw, herstel en inrichting van
                                    terreinen alsmede voor tijdelijke verhuizing van de leerlingen
                                    kan een aparte toeslag worden gegeven. Voor de bedragen wordt
                                    verwezen naar de toeslag bij nieuwbouw (paragraaf 2.1).</al><tussenkop> Uitbreiding tijdelijke voorziening</tussenkop><al>Ook bij uitbreiding van tijdelijke voorzieningen wordt wat
                                    betreft de bruto-vloeroppervlakte uitgegaan van 80 m² per groep.
                                    De vergoeding bestaat uit een vast bedrag en een bedrag per
                                    groep. In deze bedragen zijn begrepen de bouwkosten en de
                                    toeslag voor de paalfundering. Indien geen paalfundering
                                    noodzakelijk is, dient het bedrag voor de vaste voet te worden
                                    verminderd met € 4.477,70 en het bedrag per groep met €
                                    2.088,79.</al><al>De vergoeding wordt bepaald op basis van de volgende bedragen
                                    (in €):</al><al/><al><extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/files/vergoeding%20uitbreiding%20tijdelijke%20voorziening.pdf">vergoeding uitbreiding tijdelijke voorziening.pdf (versie
                                        geldig sinds: 15-01-2009; PDF-bestand; grootte: 26.77
                                        KB)</extref></al><al>Voor sloopkosten van het oude gebouw, herstel en inrichting van
                                    terreinen alsmede voor tijdelijke verhuizing van de leerlingen
                                    kan een aparte toeslag worden gegeven. Voor de bedragen wordt
                                    verwezen naar de toeslag bij nieuwbouw (paragraaf 2.1).</al><tussenkop> Huur van voor tijdelijk gebruik bestemde gebouwen</tussenkop><al>Naast aankoop kan een voor tijdelijk gebruik bestemd gebouw ook
                                    worden gehuurd. In principe zijn er twee typen huur mogelijk:
                                    huur van een noodlokaal en huur van een bestaand gebouw. Beide
                                    soorten huur worden vergoed op basis van de werkelijke kosten
                                    (zie deel B: vergoeding op basis van feitelijke kosten).</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.4 Eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair</titel></kop><structuurtekst><al>De vergoeding voor 1e inrichting voor onderwijsleerpakket en
                                meubilair bestaat uit:</al><al/><al><extref doc="http://venlo.regelingenbank.nl/files/vergoeding%20eerste%20inrichting.pdf">vergoeding eerste inrichting.pdf (versie geldig sinds:
                                    15-01-2009; PDF-bestand; grootte: 28.85 KB)</extref></al><al>Indien de toekenning van het aantal groepen 1e inrichting en
                                meubilair één of meer van de eerste vier groepen omvat, wordt de
                                vaste voet naar rato toegekend. Voor een nevenvestiging wordt per
                                groep het bedrag voor elke volgende groep toegekend.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.5 Gymnastiek</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Bouwkosten nieuwbouw/uitbreiding</tussenkop><tussenkop> Nieuwbouw</tussenkop><al>De vergoeding van de bouwkosten voor nieuwbouw van een
                                    gymnastiekzaal met een bruto- vloeroppervlakte van 455 m²
                                    bedraagt € 746.345,83 (op het schoolterrein) en € 761.441,11 (op
                                    afzonderlijk terrein). Deze vergoeding omvat tevens de kosten
                                    van fundering op staal, alsmede de inrichting van het terrein.
                                    De grondkosten zijn hierin niet begrepen.</al><al>Voor LG-scholen en MG-scholen met een LG- of MLK/ZMLK-component
                                    is er een toeslag van 50 m² (grotere entree en kleed- en
                                    doucheruimte). Met deze toeslag is een bedrag gemoeid van €
                                    74.869,28.</al><al>Indien paalfundering noodzakelijk is, wordt een toeslag gegeven.
                                    Indien extra ruimte voor LG en MG-scholen van 50 m² beschikbaar
                                    is gesteld, geldt een hogere toeslag (tussen haakjes vermeld).
                                    De vergoeding wordt bepaald op basis van de volgende
                                    bedragen:</al><lijst><li nr="-"><al>paallengte 1 &lt; 15 meter: € 15.011,92 (€
                                            18.927,89)</al></li><li nr="-"><al>paallengte 15 &lt; 20 meter: € 20.694,71 (€
                                            26.213,65)</al></li><li nr="-"><al>paallengte ï‚³ 20 meter: € 29.064,82 (€ 37.725,85)</al></li></lijst><tussenkop> Uitbreiding</tussenkop><al>Bij uitbreiding van gymnastiekruimte wordt in eerste instantie
                                    aangesloten bij de vergoeding voor nieuwbouw van een
                                    gymnastiekzaal met een bruto vloeroppervlakte van 455 m².</al><al>Bij kleine gymnastiekzalen, waarvan de oefenvloer een
                                    oppervlakte heeft van 140 m² of minder, kan de oefenvloer worden
                                    uitgebreid tot een oppervlakte van 252 m². Afhankelijk van de
                                    benodigde uitbreiding zien de bedragen er als volgt uit:</al><lijst><li nr="-"><al>uitbreiding met 112 t/m 120 m²: € 173.404,03;</al></li><li nr="-"><al>uitbreiding met 121 t/m 150 m²: € 210.796,41.</al></li></lijst><al>Indien bij de uitbreiding van de oefenvloer paalfundering
                                    noodzakelijk is, wordt een toeslag gegeven afhankelijk van de
                                    benodigde paallengte.</al><al>De vergoeding wordt bepaald op basis van de volgende
                                    bedragen.</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><thead><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>112 - 120 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>121 - 150 m²</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>- Paallengte 1 &lt; 15 meter:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 6.720,58</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 8.403,45</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- Paallengte 15 &lt; 20 meter:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 11.640,42</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 14.546,78</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- Paallengte ï‚³ 20 meter:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 19.030,81</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 23.788,51</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop> OLP/meubilair</tussenkop><al>De vergoeding voor de eerste inrichting met OLP/meubilair voor
                                    een gymnastiekzaal voor (voortgezet) speciaal onderwijs ziet er
                                    als volgt uit:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Schoolsoort</al></entry><entry colname="col2"><al>Bedrag</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>SO doven</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 36.128,34</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SO sh/esm</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 35.916,40</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SO visg</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 43.482,21</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SO lg/mg</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 47.630,58</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SO lz/pi</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 34.163,48</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SO zmlk</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 34.163,48</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SO zmok</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 34.093,18</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>VSO doven</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 42.356,33</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>VSO sh/esm</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 43.461,53</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>VSO visg</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 51.705,04</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>VSO lg/mg</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 53.044,41</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>VSO lz/pi</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 41.744,28</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>VSO zmlk</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 41.744,28</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>VSO zmok</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 37.264,56</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SOVSO doven</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 43.863,19</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SOVSO sh/esm</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 47.020,60</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SOVSO visg</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 53.656,45</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SOVSO lg/mg</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 54.488,20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SOVSO lz/pi</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 45,302,32</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SOVSO zmlk</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 45.302,32</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SOVSO zmok</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 37.687,41</al></entry></row></tbody></tgroup></table></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3 School voor voortgezet onderwijs</titel></kop><structuurtekst><al>De financiële normering voor het voortgezet onderwijs is
                                onderverdeeld in:</al><lijst><li nr="-"><al>nieuwbouw/uitbreiding (paragraaf 3.1);</al></li><li nr="-"><al>tijdelijke voorzieningen (paragraaf 3.2);</al></li><li nr="-"><al>eerste inrichting leer en hulpmiddelen en meubilair
                                        (paragraaf 3.3); en</al></li><li nr="-"><al>gymnastiek (paragraaf 3.4).</al></li></lijst><al>De in dit hoofdstuk opgenomen normbedragen zijn bijgesteld ten
                                behoeve van de vergoedingen voor 2007. De bedragen zijn gebaseerd op
                                het prijspeil van 1 juli 2006 en voorzien van het MEV indexcijfer
                                voor 2007 (1,75% voor de huisvestingsvoorzieningen nieuwbouw,
                                uitbreiding en huur sportvelden en 2,5% voor de
                                huisvestingvoorziening 1e inrichting). De systematiek van
                                prijsbijstelling en indexering is opgenomen in hoofdstuk 4.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.1 Nieuwbouw en uitbreiding</titel></kop><structuurtekst><al>Er bestaat geen onderscheid in de normbedragen tussen nieuwbouw en
                                uitbreiding. Bij uitbreiding vindt veelal ook aanpassing van het
                                bestaande gebouw plaats (zie voor de vaststelling van het bedrag
                                voor de component ‘aanpassing’ deel B).</al><al>De financiële normering voor nieuwbouw en uitbreiding valt uiteen in
                                een tweetal kostencomponenten:</al><lijst><li nr="-"><al>kosten van terreinen;</al></li><li nr="-"><al>bouwkosten.</al></li></lijst><tussenkop> Kosten van terreinen</tussenkop><al>Er is geen genormeerd bedrag per vierkante meter opgenomen,
                                    aangezien de gemeente het terrein om niet beschikbaar (eventueel
                                    na aankoop) stelt en het juridisch eigendom overdraagt aan het
                                    schoolbestuur. Indien een terrein dient te worden aangekocht
                                    zullen de kosten zichtbaar moeten worden gemaakt ten behoeve van
                                    het programma. Bij het beschikbaar stellen van gemeentelijke
                                    terreinen kan het, ten behoeve van de interne verrekening tussen
                                    de gemeentelijke diensten, wenselijk zijn om de kosten van de
                                    terreinen zichtbaar te maken. Voor de bepaling van de kosten
                                    voor het terrein wordt aangesloten bij de in de gemeente
                                    gangbare wijze van waardevaststelling van terreinen.</al><tussenkop> Bouwkosten</tussenkop><al>Bouwkosten omvatten de bouwkosten van het gebouw, inclusief
                                    fundering op staal, alsmede de aanleg en inrichting van het
                                    schoolterrein. De bouwkosten bestaan uit de component ‘vaste
                                    normkosten’, waarvoor het bedrag altijd wordt toegekend, en de
                                    component ‘aanvullende normkosten’, waarvoor het bedrag
                                    afhankelijk van de lokale omstandigheden wordt toegekend.</al><tussenkop> Vaste normkosten</tussenkop><al>In het bedrag voor de vaste normkosten wordt een tweetal
                                    vergoedingen onderscheiden, te weten een vergoeding voor de
                                    ruimte-afhankelijke kosten en een vergoeding voor de
                                    sectie-afhankelijke kosten. De ruimte-afhankelijke kosten
                                    bestaan uit bedragen per m² bruto-vloeroppervlak voor de
                                    afzonderlijke ruimtesoorten van een schoolgebouw. De indeling
                                    van deze bedragen geschiedt aan de hand van de hoofdindeling van
                                    de ruimtelijke normering naar type ruimte zoals opgenomen in
                                    Bijlage III, 'III-3 De toepassing van het
                                    Ruimtebehoeftemodel'.</al><al>De sectie-afhankelijke kosten bestaan voor projecten vanaf 460
                                    m² bruto-vloeroppervlakte uit een vast bedrag per
                                    huisvestingsvoorziening, alsmede een vast bedrag per sectie.
                                    Voor kleinere projecten worden geen sectie-afhankelijke kosten
                                    per project toegekend. Deze kosten zijn namelijk opgenomen in de
                                    bedragen voor de ruimte-afhankelijke kosten per m²
                                    bruto-vloeroppervlakte.</al><al>De bedragen zijn opgenomen in onderstaande tabel met vaste
                                    bedragen per m² bruto-vloeroppervlakte en vaste bedragen per
                                    voorziening. Voor de berekening van de vergoeding voor de
                                    ruimte-afhankelijke kosten worden de benodigde aantallen m² per
                                    type ruimte van de goedgekeurde huisvestingsvoorziening,
                                    berekend op basis van Bijlage III, Deel C, vermenigvuldigd met
                                    onderstaande bedragen per ruimtesoort. Berekening van de
                                    vergoeding voor de sectie-afhankelijke kosten geschiedt door
                                    optelling van de algemene vaste voet en de vaste voet voor de
                                    algemene sectie of de werkplaatssectie, dan wel beide,
                                    afhankelijk van de secties waaruit de op basis van Bijlage III
                                    goedgekeurde huisvestingsvoorziening bestaat. De vergoeding voor
                                    de ruimte-afhankelijke kosten en de vergoeding voor de
                                    sectie-afhankelijke kosten vormen tezamen de totale vergoeding
                                    voor de vaste normkosten.</al><al>Bedragen voor ruimte-afhankelijke kosten per bruto m²</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/><thead><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>&lt; 460 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>&gt; 460 en &lt; 2.500 m²</al></entry><entry colname="col4"><al>&gt; 2.500 m²</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>Algemene en specifieke ruimte</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 1.900,78</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.128,05</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 1.101,03</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Werkplaatsen</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 1.856,51</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.501,77</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 1.501,77</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Werkplaatsen consumptief</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 2.254,37</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.899,63</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 1.899,63</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Specifieke ruimte:</al><lijst><li nr="-"><al>(uiterlijke) verzorging/mode en commercie:
                                            huishoudkunde, gezondheidskunde, uiterlijke verzorging,
                                            mode en commercie;</al></li><li nr="-"><al>handel/verkoop/administratie: verkooppraktijk,
                                            etaleren.</al></li></lijst><al>Werkplaatsen:</al><lijst><li nr="-"><al>techniek algemeen: bouwtechniek, machinale
                                            houtbewerking, meten, elektrotechniek,
                                            installatietechniek, lasserij, metaal en
                                            voertuigentechniek;</al></li><li nr="-"><al>consumptief: werkplaats consumptieve techniek;</al></li><li nr="-"><al>grafische techniek: werkplaats grafische techniek;</al></li><li nr="-"><al>landbouw: groen-praktijk.</al></li></lijst><al>De overige ruimte is algemene ruimte.</al><al>Bedragen voor de sectie-afhankelijke kosten per voorziening</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>&lt; 460 m²</al></entry><entry colname="col2"><al>&gt;460 &lt;2.500 m²</al></entry><entry colname="col3"><al>&gt;=2.500 m²</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>Vaste voet algemeen</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 119.934,92</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 119.934,92</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vaste voet algemene sectie</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 235.423,19</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 328,704,64</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vaste voet werkplaatssectie</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 43.530,.53</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 43.530,53</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Tot de werkplaatssectie behoren de volgende werkplaatsen:
                                    bouwtechniek, machinale houtbewerking, consumptieve techniek,
                                    meten, elektrotechniek, grafische techniek, installatietechniek,
                                    lasserij, mechanische techniek en motorvoertuigentechniek. De
                                    specifieke en algemene ruimten behoren tot de algemene sectie.
                                    De overige theorie-, theorievak- en (specifieke) vaklokalen en
                                    tevens de directie- en nevenruimten behoren tot de categorie
                                    algemeen.</al><tussenkop> Aanvullende normkosten</tussenkop><al>Bij de onderbouwing van het bedrag voor de vaste normkosten is
                                    uitgegaan van een standaardlocatie. Echter, als gevolg van
                                    plaatselijke omstandigheden kunnen extra kosten optreden. Voor
                                    een beperkt aantal omstandigheden wordt een aanvullend bedrag
                                    beschikbaar gesteld. Dit beperkt zich tot een tweetal aspecten,
                                    te weten fundering en bemaling.</al><al>In de hiervoor genoemde vergoedingsbedragen is uitgegaan van
                                    fundering op staal. In veel gevallen zal echter paalfundering
                                    noodzakelijk zijn. Het criterium voor toekenning van een bedrag
                                    voor (paal)fundering is het op te stellen
                                    sonderingsrapport.</al><al>De vergoeding is afhankelijk van de benodigde paallengte en de
                                    omvang van de bouw in bruto-vloeroppervlakte (A). De vergoeding
                                    kan worden berekend aan de hand van de volgende formules:</al><al>Nieuwbouw en uitbreiding &gt; 1.000 m²:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><thead><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>- Paallengte 1 &lt; 15 meter:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 3.496,26</al></entry><entry colname="col3"><al>+ (€ 18.35 * A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- Paallengte 15 &lt; 20 meter:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 3.722,22</al></entry><entry colname="col3"><al>+ (€ 31,03 * A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- Paallengte ï‚³ 20 meter:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 4.155,73</al></entry><entry colname="col3"><al>+ (€ 55,53 * A)</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Uitbreiding ï‚£ 1.000 m²:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><thead><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>- Paallengte 1 &lt; 15 meter:</al></entry><entry colname="col2"><al>€4.269,57</al></entry><entry colname="col3"><al>+ (€ 6,43 * A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- Paallengte 15 &lt; 20 meter:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 5.568,96</al></entry><entry colname="col3"><al>+ (€ 16,67 * A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- Paallengte ï‚³ 20 meter:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 8.456,92</al></entry><entry colname="col3"><al>+ (€ 33,72 * A)</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Om in aanmerking te komen voor een aanvullende bedrag voor
                                    bemaling is de grondwaterstand maatgevend. Indien deze
                                    grondwaterstand minder dan 1 meter onder het maaiveld ligt, is
                                    bemaling noodzakelijk en wordt een bedrag per m² goedgekeurde
                                    terreinoppervlakte toegekend.</al><al>Het vergoeding bedraagt € 11,91 per m² terrein.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.2 Tijdelijke voorziening</titel></kop><structuurtekst><al>Naast aankoop kan een voor tijdelijk gebruik bestemd gebouw ook
                                worden gehuurd. In principe zijn er twee typen huur mogelijk: huur
                                van een noodlokaal en huur van een bestaand gebouw. Beide soorten
                                huur worden vergoed op basis van de werkelijke kosten (zie deel B:
                                vergoeding op basis van feitelijke kosten).</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.3 Eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en meubilair</titel></kop><structuurtekst><al>De toekenning van een vergoeding voor eerste inrichting met
                                inventaris (leer- en hulpmiddelen en meubilair) is gekoppeld aan de
                                huisvestingsvoorzieningen nieuwbouw (niet zijnde vervangende
                                nieuwbouw), uitbreiding en ingebruikneming (niet zijnde
                                ingebruikneming ter vervanging van een bestaand gebouw) waarbij de
                                eerste inrichting nog niet eerder van overheidswege is bekostigd.
                                Indien bij uitbreiding wordt verwezen naar medegebruik is toekenning
                                van inventaris slechts van toepassing indien inventaris in de voor
                                medegebruik aangewezen ruimte ontbreekt dan wel niet geschikt
                                is.</al><al>De hoogte van de vergoeding is afhankelijk van het type ruimte dat
                                wordt gerealiseerd.</al><al>Door het verschil te bepalen tussen de aanwezige
                                bruto-vloeroppervlakte per ruimtetype en het te realiseren
                                bruto-vloeroppervlakte per ruimtetype wordt de hoogte van de
                                vergoeding bepaald aan de hand van de in onderstaande tabel genoemde
                                bedragen.</al><al>Normbedragen inventaris per ruimtetype (in euro’s)</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Ruimtetype</al></entry><entry colname="col2"><al>Functie</al></entry><entry colname="col3"><al>Inventaris/m²</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>139,57</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Specifiek (Uiterlijke) verzorging/mode en
                                                  commercie</al></entry><entry colname="col3"><al>326,19</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Handel/verkoop/administratie</al></entry><entry colname="col3"><al>199,54</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Praktijkonderwijs</al></entry><entry colname="col3"><al>267,91</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Werkplaatsen</al></entry><entry colname="col2"><al>Techniek algemeen</al></entry><entry colname="col3"><al>342,21</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Consumptief</al></entry><entry colname="col3"><al>662,71</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Grafische techniek</al></entry><entry colname="col3"><al>1.267,00</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Landbouw</al></entry><entry colname="col3"><al>0,00</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Specifieke ruimte:</al><lijst><li nr="-"><al>(uiterlijke) verzorging/mode en commercie: huishoudkunde,
                                        gezondheidskunde, uiterlijke verzorging, mode en
                                        commercie;</al></li><li nr="-"><al>handel/verkoop/administratie: verkooppraktijk,
                                        etaleren.</al></li><li nr="-"><al>praktijkonderwijs: praktijkwerkplekken.</al></li></lijst><al>Werkplaatsen:</al><lijst><li nr="-"><al>techniek algemeen: bouwtechniek, machinale houtbewerking,
                                        meten, elektrotechniek, installatietechniek, lasserij,
                                        metaal en voertuigentechniek;</al></li><li nr="-"><al>consumptief: werkplaats consumptieve techniek;</al></li><li nr="-"><al>grafische techniek: werkplaats grafische techniek;</al></li><li nr="-"><al>landbouw: groen-praktijk.</al></li></lijst><al>De overige ruimte is algemene ruimte.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3.4 Gymnastiek voortgezet onderwijs</titel></kop><structuurtekst><tussenkop> Bouwkosten nieuwbouw/uitbreiding</tussenkop><al>De vergoeding van de bouwkosten voor nieuwbouw van een
                                    gymnastiekzaal met een bruto- vloeroppervlakte van 455 m²
                                    bedraagt € 746.345,83 (op het schoolterrein) respectievelijk €
                                    761.441,11 (op afzonderlijk terrein).</al><al>De vergoeding voor de bouwkosten van een gymnastiekzaal omvat
                                    alle schaal- en ruimteafhankelijke kosten, alsmede kosten voor
                                    de inrichting van het terrein. De kosten voor de aankoop van
                                    grond zijn hierin niet begrepen.</al><al>Indien paalfundering noodzakelijk is, wordt een toeslag gegeven
                                    afhankelijk van de benodigde paallengte. De vergoeding wordt
                                    bepaald op basis van de volgende bedragen:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><thead><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>- paallengte 1&lt;15 meter:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 15.011,92</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- paallengte 15&lt;20 meter:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 20.694,71</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- paallengte ï‚³ 20 meter:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 29.064,82</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop> Medegebruik/huur van een niet-eigen lokaal</tussenkop><al>Naast gymnastiek in een eigen ruimte van de school is er tevens
                                    gymnastiek mogelijk in een bestaande gymnastiekaccommodatie door
                                    middel van medegebruik van een gymnastiekaccommodatie van een
                                    andere school, de gemeente of een commerciële exploitant.
                                    Afhankelijk van de eigenaar van de accommodatie is de school
                                    voor voortgezet onderwijs de volgende vergoeding
                                    verschuldigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de gymnastiekruimte van een andere school voor
                                            voortgezet onderwijs wordt gebruikt, wordt het variabele
                                            en het vaste deel van het klokuurbedrag vergoed voor het
                                            aantal lesuren medegebruik. Voor de hoogte van de
                                            vergoeding wordt aangesloten bij het vaste en variabele
                                            deel van de klokuurvergoeding in het primair
                                            onderwijs.</al></li><li nr=""><al>Indien de gymnastiekruimte van een school voor primair
                                            onderwijs wordt gebruikt, wordt in ieder geval het
                                            variabele deel van het klokuurbedrag vergoed voor het
                                            aantal lesuren medegebruik. Als de gebruiksduur van de
                                            gymnastiekruimte vanwege het medegebruik door de
                                            VO-school boven de 26 klokuren uitkomt, dient de
                                            VO-school voor het aantal uren dat boven de 26 klokuren
                                            ligt ook het vaste deel van het klokuurbedrag te
                                            vergoeden;</al></li><li nr="b."><al>indien een gymnastiekaccommodatie van de gemeente wordt
                                            gebruikt, is de school voor voortgezet onderwijs de
                                            gemeente een bedrag aan exploitatiekosten verschuldigd
                                            voor het aantal lesuren gebruik. Voor de hoogte van de
                                            vergoeding wordt aangesloten bij het vaste en variabele
                                            deel van de klokuurvergoeding in het primair
                                            onderwijs;</al></li><li nr="c."><al>indien een gymnastiekaccommodatie van een commerciële
                                            exploitant wordt gebruikt, betaalt de school voor
                                            voortgezet onderwijs de huurprijs (stichtingskosten en
                                            materiële instandhouding). De gemeente betaalt aan de
                                            school een stichtingskostenvergoeding als onderdeel van
                                            de huur. De hoogte van deze stichtingskostenvergoeding
                                            bedraagt het verschil tussen huurbedrag en het vaste en
                                            variabele deel van de klokuurbedrag voor het aantal uren
                                            gebruik. Voor de hoogte van het klokuurbedrag wordt
                                            aangesloten bij het vaste en variabele deel van de
                                            klokuurvergoeding in het primair onderwijs.</al></li></lijst><al>Voor de hoogte van het vaste deel van het klokuurbedrag onder
                                    a., b., en c. wordt het vaste bedrag, zoals genoemd in de
                                    beleidsregel voor bekostiging gymnastiekruimte voor
                                    basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs onderdeel
                                    ‘Vergoeding per klokuur’, gedeeld door 26.</al><al>Vermenigvuldiging van het op deze wijze verkregen bedrag met het
                                    aantal uren resulteert in het totale vaste deel van de
                                    klokuurvergoeding dat een school voor voortgezet onderwijs moet
                                    vergoeden.</al><tussenkop> Huur sportvelden</tussenkop><al>Gedurende maximaal 8 weken per jaar kan een school aanspraak
                                    maken op een vergoeding van de huur van een sportveld. De
                                    vergoeding voor deze kosten bedraagt € 18,49 per klokuur.</al><tussenkop> Eerste inrichting leer- en hulpmiddelen/meubilair</tussenkop><al>In geval van nieuwbouw (als eerste voorziening), uitbreiding en
                                    ingebruikneming (niet zijnde ingebruikneming ter vervanging van
                                    een bestaand gebouw) waarbij de eerste inrichting nog niet
                                    eerder van overheidswege is bekostigd, bestaat aanspraak op
                                    vergoeding voor eerste inrichting met leer- en
                                    hulpmiddelen/meubilair. Bij de voorzieningen vervangende
                                    nieuwbouw en medegebruik bestaat geen aanspraak op eerste
                                    inrichting met leer- en hulpmiddelen/meubilair. De vergoeding,
                                    afhankelijk van het type toegekende gymnastiekaccommodatie wordt
                                    bepaald op basis van de volgende bedragen:</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="25*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="25*"/><thead><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Meubilair</al></entry><entry colname="col3"><al>L.h.m.</al></entry><entry colname="col4"><al>Totaal</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>Eerste lokaal</al></entry><entry colname="col2"><al>956,84</al></entry><entry colname="col3"><al>57.058,38</al></entry><entry colname="col4"><al>58.016,25</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tweede lokaal</al></entry><entry colname="col2"><al>956.84</al></entry><entry colname="col3"><al>44.509,87</al></entry><entry colname="col4"><al>45.466,71</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Derde lokaal</al></entry><entry colname="col2"><al>956,84</al></entry><entry colname="col3"><al>19.350,81</al></entry><entry colname="col4"><al>20.307,65</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Oefenplaats 1</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>12.601,24</al></entry><entry colname="col4"><al>12.601,24</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Oefenplaats 2</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>1.454,65</al></entry><entry colname="col4"><al>1.454,65</al></entry></row></tbody></tgroup></table></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>4 Indexering</titel></kop><structuurtekst><al>De in deze bijlage genoemde normbedragen zijn afgeleid van het
                                prijspeil van 1 juli 1996. Jaarlijks worden door het college de
                                werkelijke prijsontwikkeling in het afgelopen jaar en de verwachte
                                prijsontwikkeling ten behoeve van het vaststellen van de hoogte van
                                de vergoeding in het jaar van uitvoering van het programma
                                bekendgemaakt.</al><tussenkop> Werkelijke prijsontwikkeling</tussenkop><al>Jaarlijks worden de normbedragen aangepast aan de werkelijke
                                    prijsontwikkeling tot 1 juli van het lopende jaar. Om te
                                    voorkomen dat elk jaar alle tabellen aangepast zouden moeten
                                    worden, wordt jaarlijks na 1 juli het prijsbijstellingscijfer
                                    bekendgemaakt.</al><al>Voor de voorzieningen nieuwbouw en uitbreiding wordt als
                                    prijsbijstellingscijfer aangehouden het verschil tussen het
                                    CBS-indexcijfer ‘Nieuwbouwwoningen; outputindex 2.000 = 100
                                    (inclusief BTW)’, gepubliceerd in de ‘Maandstatistiek
                                    bouwnijverheid’ van het CBS over het 2e kwartaal van het lopende
                                    jaar en het 2e kwartaal van het daaraan voorafgaande jaar.</al><al>Voor de voorzieningen onderhoud, eerste inrichting leer- en
                                    hulpmiddelen en meubilair en de klokuurvergoeding gymnastiek
                                    wordt als prijsbijstellingscijfer aangehouden het verschil
                                    tussen het CBS-indexcijfer ‘Consumentenindex van alle
                                    huishoudens’ (NR-reeks), gepubliceerd in de ‘Maandstatistiek van
                                    de prijzen’ van het CBS over de maand juli van het lopende jaar
                                    en de maand juli van het daaraan voorafgaande jaar.</al><al>Indien de CBS-indexcijfers ‘Nieuwbouwwoningen’outputindex 2.000
                                    = 100’ over het tweede kwartaal van het lopend jaar niet
                                    (tijdig) beschikbaar zijn, worden de CBS-cijfers over het eerste
                                    kwartaal van het lopende én het tweede kwartaal van het daaraan
                                    voorafgaande jaar gehanteerd.</al><al>Verwachte prijsontwikkeling ten behoeve van het programma</al><al>Naast de bijstelling van de prijzen tot 1 juli van het jaar
                                    waarin het programma wordt vastgesteld is het noodzakelijk om
                                    een inschatting te maken van het werkelijk prijsniveau in het
                                    jaar van uitvoering van het programma. Dit is noodzakelijk om de
                                    hoogte van de vergoeding bij vaststelling van het programma en
                                    het moment van vergoeding vast te stellen.</al><al>Voor de voorzieningen nieuwbouw en uitbreiding geldt als
                                    prijsindexcijfer het MEV-cijfer (Macro-economische verkenningen)
                                    ‘bruto investeringen door bedrijven in woningen’, zoals
                                    bekendgemaakt op de derde dinsdag in september.</al><al>Voor de voorzieningen onderhoud, eerste inrichting leer- en
                                    hulpmiddelen en meubilair en de klokuurvergoeding gymnastiek
                                    geldt als prijsindexcijfer het MEV-cijfer ‘prijsmutatie van de
                                    netto-materiële overheidsconsumptie’, zoals bekendgemaakt op de
                                    derde dinsdag in september.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>DEEL B Vergoeding op basis van feitelijke kosten</titel></kop><structuurtekst><al>In artikel 4 van deze verordening is aangegeven welke voorzieningen
                            worden vergoed op basis van normbedragen en welke voorzieningen worden
                            vergoed op basis van feitelijke kosten. Indien goedgekeurde
                            huisvestingsvoorzieningen, ingevolge artikel 4, 3e lid laatste volzin,
                            worden vergoed op basis van feitelijke kosten, dient aan de in dit deel
                            van de bijdrage opgenomen aanbestedingsregels te worden voldaan.</al></structuurtekst><afdeling><kop><titel>Europese aanbesteding</titel></kop><structuurtekst><al>Indien de omvang van een opdracht of contract boven een bepaald
                                bedrag uitkomt, worden ingevolge het Besluit overheidsaanbestedingen
                                de richtlijnen van de Europese Unie (2004/18/EG) toegepast.</al><al>Deze richtlijnengelden vanaf de volgende bedragen:</al><lijst><li nr="•"><al>€ 211.000 (exclusief BTW) voor leveringen en diensten;</al></li><li nr="•"><al>€ 5.278.000 (exclusief BTW) voor werken.</al></li></lijst><al>Bouwactiviteiten, zoals nieuwbouw, uitbreiding en dergelijke, vallen
                                onder de definitie ‘werken’. Aankoop van bijvoorbeeld meubilair of
                                onderwijsleerpakket valt onder ‘leveringen’. Bij aankoop van
                                gebouwen en terreinen is de richtlijn uiteraard niet van
                                toepassing.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Opdrachten onder het Europees drempelbedrag</titel></kop><structuurtekst><al>Op opdrachten onder het Europees drempelbedrag zijn de richtlijnen,
                                zoals vastgelegd in het Besluit overheidsaanbestedingen, van
                                toepassing.</al><al>Ingevolge artikel 15, tweede lid, van de verordening worden
                                afspraken gemaakt over de wijze van aanbesteding. Als uitgangspunt
                                hierbij geldt dat op basis van het vastgestelde gemeentelijk beleid
                                bepaald wordt op welke wijze een opdracht wordt aanbesteed, tenzij
                                het college na overleg anders beslist.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>DEEL C Bepaling medegebruikstarieven</titel></kop><structuurtekst><al>Een bevoegd gezag van een school voor basisonderwijs, voor (voortgezet)
                            speciaal onderwijs, voor voortgezet onderwijs alsmede een instelling als
                            bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs betaalt voor het
                            onderwijsgebruik van een lokaal, niet zijnde een gymnastiekruimte, een
                            vergoeding. Deze vergoeding is gelijk aan het bedrag dat voor elke groep
                            bij meer dan zes groepen ter beschikking wordt gesteld binnen de
                            groepsafhankelijke programma's van eisen voor basisonderwijs, zoals
                            jaarlijks wordt bekendgemaakt door het ministerie van Onderwijs, Cultuur
                            en Wetenschappen.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>TOELICHTING</titel></kop><structuurtekst><al>In deze bijlage is de systematiek opgenomen op basis waarvan toegekende
                            voorzieningen worden bekostigd. De bijlage valt uiteen in twee mogelijke
                            vergoedingsmethoden, namelijk:</al><lijst><li nr="-"><al>vergoeding op basis van normbedragen (deel A);</al></li><li nr="-"><al>vergoeding op basis van feitelijke kosten (deel B).</al></li></lijst><al>In deel C is vervolgens de systematiek weergegeven op basis waarvan
                            medegebruikstarieven kunnen worden vastgesteld.</al><al>De keuze tussen vergoeding op basis van normbedragen en vergoeding op
                            basis van feitelijke kosten dient vooraf te worden vastgelegd in artikel
                            4 van de verordening. In deze modelverordening zijn zoveel mogelijk
                            vergoedingen genormeerd. Slechts indien normering niet mogelijk is, dan
                            wel tot irreële uitkomsten leidt, is afgezien van normering. Afhankelijk
                            van de lokale situatie kan de keuze tussen vergoeding op basis van
                            normbedragen en vergoeding op basis van feitelijke kosten een andere
                            zijn.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Deel A Vergoeding op basis van normbedragen</titel></kop><afdeling><kop><titel>1 Basisonderwijs</titel></kop><structuurtekst><al>In dit hoofdstuk zijn voor de voorzieningen nieuwbouw, uitbreiding,
                                tijdelijke voorziening, eerste inrichting met
                                onderwijsleerpakket/meubilair, onderhoud en gymnastiek genormeerde
                                bedragen opgenomen. Alle genoemde bedragen zijn herleid tot het
                                prijspeil 1 juli 1996. Ten behoeve van de vergoeding van
                                voorzieningen in 1997 dienen deze bedragen nog te worden geïndexeerd
                                met het MEV-cijfer. In de opgenomen bedragen is dit, behalve de
                                bedragen voor klokuren gymnastiek, door middel van een verwacht
                                MEV-cijfer van 2,25% respectievelijk 1,25%, reeds gerealiseerd.
                                Alleen voor de vergoeding per klokuur gymnastiek in 1997 dient het
                                MEV-cijfer voor 1997 nog verwerkt te worden. Indien de MEV 1997
                                afwijkt van het verwachte MEV-cijfer dient de vergoeding van een
                                toegekende huisvestingsvoorziening te worden gecorrigeerd.</al><tussenkop> Nieuwbouw/uitbreiding</tussenkop><al>Voor nieuwbouw en uitbreiding van een permanent gebouw is zoveel
                                    mogelijk genormeerd op een bedrag voor een vaste voet en een
                                    bedrag per groep. Hiernaast kunnen, afhankelijk van de
                                    beoordeling, toeslagen worden gegeven voor fundering, inrichting
                                    van het terrein, het realiseren van een speellokaal en
                                    sloopkosten. Kosten voor de verwerving van een terrein zijn niet
                                    opgenomen, aangezien deze kosten met de ligging sterk kunnen
                                    variëren.</al><tussenkop> Tijdelijke voorziening</tussenkop><al>Tijdelijke voorziening kan worden gerealiseerd in de vorm van
                                    nieuwbouw van noodaccommodatie, uitbreiding van een bestaande
                                    noodaccommodatie dan wel door middel van huur van een noodlokaal
                                    of bestaande huisvesting. Bij de afweging tussen aankoop en huur
                                    van een noodlokaal kunnen aspecten als de verwachte
                                    gebruiksduur, verwerving van eigendom en multifunctioneel
                                    gebruik een rol spelen.</al><al>Bij de verwerving van tijdelijke lokalen wordt onderscheid
                                    gemaakt tussen tijdelijke lokalen als eerste voorziening
                                    (nieuwbouw), het uitbreiden van een permanent hoofdgebouw door
                                    middel van tijdelijke lokalen en uitbreiding van een bestaande
                                    noodaccommodatie. Bij tijdelijke lokalen als eerste voorziening
                                    is er geen permanent hoofdgebouw aanwezig, zodat er een extra
                                    toeslag moet worden gegeven om voorzieningen als
                                    directieruimten, lerarenkamer, conciërgeruimte en dergelijke
                                    (toeslag hoofdlocatie) te kunnen realiseren. Indien er wel een
                                    permanent hoofdgebouw aanwezig is, maar nog geen tijdelijke
                                    voorziening, komt de aanvrager bij plaatsing van het eerste
                                    noodlokaal in aanmerking voor een toeslag t.b.v. een entree en
                                    een garderobe (toeslag eerste lokaal). Indien er reeds een
                                    noodaccommodatie aanwezig is, die moet worden uitgebreid, kan
                                    worden volstaan met de toekenning van de bedragen (gebaseerd op
                                    80 m²) exclusief de toeslagen.</al><al>Indien tijdelijke voorziening voor een kortere periode nodig is,
                                    kan het aantrekkelijk zijn om in plaats van een
                                    investeringsvergoeding voor een noodlokaal een huurvergoeding te
                                    geven. Met de huurvergoeding kan een schoolbestuur een
                                    noodlokaal huren dan wel ruimte in een bestaand gebouw huren.
                                    Bij huur van een bestaand gebouw wordt de feitelijke huurprijs
                                    vergoed (zie deel B: vergoeding op basis van feitelijke
                                    kosten).</al><al>De huurvergoeding wordt gebaseerd op de genormeerde
                                    investeringskosten voor een noodlokaal. Hierdoor kan ook qua
                                    kosten een afweging worden gemaakt tussen aankoop en huur van
                                    een noodlokaal. Over het algemeen zal aankoop van een noodlokaal
                                    aantrekkelijker zijn als de tijdelijke voorziening 11 jaar of
                                    langer nodig is. Na 11 jaar huur is de totaal betaalde
                                    huurvergoeding al gelijk aan de stichtingskosten bij aankoop van
                                    een noodlokaal.</al><al>Voor de berekening van de hoogte van de huurvergoeding zijn de
                                    volgende uitgangspunten van belang:</al><lijst><li nr="-"><al>naarmate de huurperiode langer wordt, neemt de hoogte
                                            van de jaarlijkse huurvergoeding af, immers de
                                            afschrijvingscomponent in de huurprijs wordt over
                                            meerdere jaren verdeeld;</al></li><li nr="-"><al>de afschrijvingscomponent wordt niet gebaseerd op de
                                            totale investeringskosten voor een noodlokaal, maar
                                            slechts op een percentage daarvan
                                            (netto-investeringswaarde). Er wordt derhalve rekening
                                            mee gehouden dat het noodlokaal bij een huurperiode
                                            korter dan 15 jaar een restwaarde houdt;</al></li><li nr="-"><al>afschrijving van een noodlokaal is niet rechtsevenredig
                                            met de lengte van de huurperiode. Bij kortere
                                            huurperioden is de jaarlijkse afschrijving relatief
                                            groter dan bij langere huurperioden. Bij de bepaling van
                                            de netto-investeringswaarde wordt verondersteld dat het
                                            verband tussen de afschrijving en de lengte van de
                                            huurperioden een logaritmisch verloop kent.</al></li></lijst><al>Met deze uitgangspunten kan vervolgens de hoogte van de
                                    huurvergoeding worden bepaald. Allereerst is de bepaling van de
                                    huurperiode conform de prognosesystematiek in bijlage II van
                                    belang. Uit de tabel kan vervolgens de netto-investeringswaarde
                                    per type benodigde noodaccommodatie worden bepaald. Deze
                                    netto-investeringswaarde wordt vervolgens op lineaire wijze
                                    afgeschreven over de vastgestelde huurperiode met een vast
                                    rentepercentage, gebaseerd op het rentepercentage dat normaliter
                                    ook bij de opstelling van de gemeentebegroting wordt gehanteerd.
                                    De hierbij behorende gemiddelde lasten aan rente en aflossing
                                    bepalen de hoogte van de vergoeding.</al><al>Voorbeeld: een schoolbestuur wil gedurende zeven jaar voor twee
                                    groepen noodaccommodatie huren. Het schoolbestuur heeft nu
                                    alleen de beschikking over een permanent gebouw en wil de
                                    noodaccommodatie op het terrein plaatsen. De investeringswaarde
                                    voor deze noodaccommodatie omvat dus de investeringswaarde
                                    nieuwbouw voor twee groepen plus de toeslag voor de 1e groep;
                                    derhalve ƒ 52.251,00 + (2 x ƒ 102.336,00) + ƒ 25.584,00 = ƒ
                                    282.507,00. De netto-investeringswaarde bedraagt voor 7 jaar 79%
                                    en bedraagt dus in dit geval 0,79 * ƒ 282.507,00 = ƒ 223.181,00.
                                    De jaarlijkse huurvergoeding aan het schoolbestuur kan
                                    vervolgens op eenvoudige wijze worden bepaald aan de hand van de
                                    gemiddelde kosten voor rente en aflossing volgens lineaire
                                    afschrijving.</al><al>Naast de huurvergoeding kan, indien dat noodzakelijk is, ook bij
                                    plaatsing van de noodaccommodatie een vergoeding worden gegeven
                                    voor de paalfundering, de kosten voor inrichting en herstel van
                                    het terrein en de aansluitkosten.</al><al>De op deze wijze vastgestelde huurvergoeding geldt in principe
                                    voor de gehele huurperiode. Het ligt echter voor de hand om
                                    periodiek de noodzaak van de huurvergoeding te toetsen aan de
                                    daadwerkelijke leerlingontwikkeling. Indien uit de periodieke
                                    toetsing blijkt dat de noodzaak tot het verstrekken van een
                                    huurvergoeding vanwege de leerlingontwikkeling niet meer
                                    aanwezig is, wordt de huurvergoeding stopgezet. Aangezien de
                                    jaarlijkse huurvergoeding bij een korte huurperiode hoger is dan
                                    bij een langere ontstaat er bij een tussentijdse stopzetting van
                                    de huurvergoeding een financieel tekort bij het schoolbestuur.
                                    Het verschil tussen de vergoedingen, gesommeerd over de
                                    afgelopen huurperiode, wordt dan voldaan. Hiermee zijn alle
                                    kosten met betrekking tot netto-investeringswaarde en restwaarde
                                    van het noodlokaal voor de verhuurder vergoed.</al><al>Voorbeeld: in eerste instantie was voor een periode van acht
                                    jaar een huurvergoeding toegekend. De huurvergoeding voor deze
                                    periode was vastgesteld op ƒ 15.000,00 per jaar.</al><al>Na 5 jaar wordt echter vanwege de leerlingontwikkeling de
                                    huurvergoeding stopgezet. Bij een huurperiode van 5 jaar hoort
                                    echter een jaarlijkse huurvergoeding ƒ 20.000,00. Gedurende deze
                                    vijf jaar is dus 5 x ƒ 5.000,00 = ƒ 25.000,00 tekort vergoed.
                                    Door dit bedrag te vergoeden loopt het schoolbestuur geen
                                    risico’s, krijgt de verhuurder een adequate vergoeding en is er
                                    voor de gemeente sprake van budgettaire neutraliteit.</al><al>Een andere mogelijkheid is dat na de vastgestelde huurperiode er
                                    nog steeds noodzaak is voor tijdelijke voorziening. Uiteraard
                                    wordt de huurvergoeding dan niet op dezelfde basis voortgezet,
                                    maar wordt nog slechts het verschil vergoed tussen de tot dan
                                    toe betaalde huurvergoeding, gesommeerd over de afgelopen
                                    huurperiode, en de gesommeerde huurvergoeding over de totale
                                    verlengde huurperiode. Deze verlengde huurperiode is ten hoogste
                                    15 jaar, de totale investeringskosten worden dan geacht te zijn
                                    vergoed en het noodlokaal te zijn afgeschreven. Indien op dat
                                    moment het gebouw door een nieuw gebouw vervangen wordt, begint
                                    de huurperiode opnieuw.</al><al>Voorbeeld: in eerste instantie was voor een periode van acht
                                    jaar een huurvergoeding toegekend. De huurvergoeding voor deze
                                    periode was vastgesteld op ƒ 15.000,00 per jaar. Na 8 jaar
                                    blijkt echter dat vanwege de leerlingontwikkeling een
                                    huurvergoeding nog voor twee jaar noodzakelijk is. Als
                                    oorspronkelijk de huurvergoeding op 10 jaar was gebaseerd, was
                                    de jaarlijkse huurvergoeding op ƒ 13.000,00 geweest. Na 10 jaar
                                    zou een bedrag van ƒ 130.000,00 vergoed zijn. Er is echter in de
                                    eerste 8 jaar al 8 x ƒ 15.000,00 = ƒ 120.000,00 vergoed. In de
                                    jaren 9 en 10 wordt derhalve per jaar ƒ 5.000,00 vergoed.</al><tussenkop> Eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair</tussenkop><al>De vergoeding voor eerste inrichting kan per toegekende groep
                                    verschillen. Daardoor kan niet worden volstaan met een eenvoudig
                                    bedrag per groep. Opgenomen zijn bedragen voor het inrichten van
                                    een nieuwe school met een gegeven aantal groepen. Bij
                                    uitbreiding dient derhalve het bedrag voor eerste inrichting te
                                    worden bepaald uit het verschil tussen het inrichtingsbedrag van
                                    de school na en voor uitbreiding.</al><al>Indien een nieuwe school wordt ingericht, kan vanwege de omvang
                                    van de benodigde eerste inrichting een korting worden toegepast
                                    van 10%.</al><al>Er zijn geen aparte normvergoedingen voor de eerste inrichting
                                    van een speellokaal opgenomen in de modelverordening. De
                                    vergoeding voor de eerste inrichting van een speellokaal maakt
                                    deel uit van de bedragen voor de eerste inrichting
                                    onderwijsleerpakket en meubilair die een school bij een
                                    uitbreiding met een extra groep ontvangt. De totale eerste
                                    inrichting voor een speellokaal in het basisonderwijs (zowel
                                    onderwijsleerpakket als meubilair) kost afgerond ï‚¦ 11.600,00
                                    (prijspeil 1999).</al><tussenkop> Onderhoud</tussenkop><al>Opgenomen zijn bedragen voor onderhoudsactiviteiten die, conform
                                    bijlage I, voor vergoeding door de gemeente in aanmerking komen.
                                    Het gaat hier om grootschaliger onderhoudsactiviteiten, immers
                                    het dagelijks onderhoud wordt door middel van de vergoeding voor
                                    preventief onderhoud door het ministerie aan het bevoegd gezag
                                    vergoed. De vergoeding valt uiteen in een vast bedrag en een
                                    bedrag per vierkante meter bruto-vloeroppervlakte van het gebouw
                                    (ook voor buitenberging en terreinen!). Alleen bij de vergoeding
                                    voor het vervangen van de pannen, de goten en het houtwerk bij
                                    een hellend dak dient nog een correctiefactor te worden
                                    toegepast. Deze factor kan worden vastgesteld bij de
                                    nulmeting.</al><tussenkop> Gymnastiek</tussenkop><al>De vergoeding voor gymnastiek valt uiteen in bedragen voor
                                    nieuwbouw en uitbreiding van een gymnastiekaccommodatie, eerste
                                    inrichting met onderwijsleerpakket/meubilair en onderhoud.
                                    Hiernaast zijn bedragen opgenomen voor de klokuurvergoeding
                                    (materiële exploitatie), welke van toepassing zijn bij gebruik
                                    van een ‘eigen’ gymnastiekzaal en bij medegebruik en huur van
                                    een gymnastiekaccommodatie. De klokuurbedragen moeten voor 1997
                                    nog worden geïndexeerd.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2 (Voortgezet) speciaal onderwijs</titel></kop><structuurtekst><al>In dit hoofdstuk zijn voor de voorzieningen nieuwbouw, uitbreiding,
                                tijdelijke voorziening, eerste inrichting met
                                onderwijsleerpakket/meubilair, onderhoud en gymnastiek genormeerde
                                bedragen opgenomen. Alle genoemde bedragen zijn herleid tot het
                                prijspeil 1 juli 1996. Ten behoeve van de vergoeding van
                                voorzieningen in 1997 dienen deze bedragen nog te worden geïndexeerd
                                met het MEV-cijfer. In de opgenomen bedragen is dit, behalve de
                                bedragen voor eerste inrichting met onderwijsleerpakket/meubilair en
                                klokuren gymnastiek, door middel van een verwacht MEV-cijfer van
                                2,25% respectievelijk 1,25%, reeds gerealiseerd. Alleen voor de
                                vergoeding voor eerste inrichting en de vergoeding per klokuur
                                gymnastiek in 1997 dient het MEV-cijfer voor 1997 nog verwerkt te
                                worden. Indien de MEV 1997 afwijkt van het verwachte MEV-cijfer
                                dient de vergoeding van een toegekende huisvestingsvoorziening te
                                worden gecorrigeerd.</al><tussenkop> Nieuwbouw/uitbreiding</tussenkop><al>Voor nieuwbouw en uitbreiding van een permanent gebouw is zoveel
                                    mogelijk genormeerd op een bedrag voor een vaste voet en een
                                    bedrag per groep. Hiernaast kunnen, afhankelijk van de
                                    beoordeling, toeslagen worden gegeven voor fundering, het
                                    realiseren van een speellokaal en sloopkosten. Kosten voor de
                                    verwerving van een terrein zijn niet opgenomen, aangezien deze
                                    kosten met de ligging sterk kunnen variëren.</al><al>De bouwkosten en de toeslag voor de paalfundering variëren al
                                    naar gelang de schoolsoort. Deze variatie is van belang gezien
                                    de schoolsoortspecifieke technische eisen. In bepaalde
                                    omstandigheden, afhankelijk van de omvang van de school, wordt
                                    een toeslag gegeven voor een extra ruimte. In het VSO kan
                                    hiermee een vaklokaal worden gerealiseerd. De vergoeding voor
                                    SOVSO-scholen voorziet hiernaast nog in een bedrag als gevolg
                                    van de correctiefactor in de oppervlakteberekening. Voor elke
                                    groep VSO wordt bij nieuwbouw en uitbreiding het
                                    investeringsbedrag met het ‘bedrag correctie SOVSO’
                                    gecorrigeerd.</al><tussenkop> Tijdelijke voorziening</tussenkop><al>Tijdelijke voorziening kan worden gerealiseerd in de vorm van
                                    nieuwbouw van noodaccommodatie, uitbreiding van een bestaande
                                    noodaccommodatie dan wel door middel van huur van een noodlokaal
                                    of bestaande huisvesting. Bij de afweging tussen aankoop en huur
                                    van een noodlokaal kunnen aspecten als de verwachte
                                    gebruiksduur, verwerving van eigendom en multifunctioneel
                                    gebruik een rol spelen.</al><al>Bij de verwerving van tijdelijke lokalen wordt onderscheid
                                    gemaakt tussen tijdelijke lokalen als eerste voorziening
                                    (nieuwbouw), het uitbreiden van een permanent hoofdgebouw door
                                    middel van tijdelijke lokalen en uitbreiding van een bestaande
                                    noodaccommodatie. Bij tijdelijke lokalen als eerste voorziening
                                    is er geen permanent hoofdgebouw aanwezig, zodat er een extra
                                    toeslag moet worden gegeven om voorzieningen als
                                    directieruimten, lerarenkamer, conciërgeruimte en dergelijke
                                    (toeslag hoofdlocatie) te kunnen realiseren. Indien er wel een
                                    permanent hoofdgebouw aanwezig is, maar nog geen tijdelijke
                                    voorziening, komt de aanvrager bij plaatsing van het eerste
                                    noodlokaal in aanmerking voor een toeslag t.b.v. een entree en
                                    een garderobe (toeslag eerste lokaal). Indien er reeds een
                                    noodaccommodatie aanwezig is, die moet worden uitgebreid, kan
                                    worden volstaan met de toekenning van de bedragen (gebaseerd op
                                    80 m²) exclusief de toeslagen.</al><al>Indien tijdelijke voorziening voor een kortere periode nodig is,
                                    kan het aantrekkelijk zijn om in plaats van een
                                    investeringsvergoeding voor een noodlokaal een huurvergoeding te
                                    geven. Met de huurvergoeding kan een schoolbestuur een
                                    noodlokaal huren dan wel ruimte in een bestaand gebouw huren.
                                    Bij huur van een bestaand gebouw wordt de feitelijke huurprijs
                                    vergoed (zie deel B: vergoeding op basis van feitelijke
                                    kosten).</al><al>De huurvergoeding wordt gebaseerd op de genormeerde
                                    investeringskosten voor een noodlokaal. Hierdoor kan ook qua
                                    kosten een afweging worden gemaakt tussen aankoop en huur van
                                    een noodlokaal. Over het algemeen zal aankoop van een noodlokaal
                                    aantrekkelijker zijn als de tijdelijke voorziening 11 jaar of
                                    langer nodig is. Na 11 jaar huur is de totaal betaalde
                                    huurvergoeding al gelijk aan de stichtingskosten bij aankoop van
                                    een noodlokaal.</al><al>Voor de berekening van de hoogte van de huurvergoeding zijn de
                                    volgende uitgangspunten van belang:</al><lijst><li nr="-"><al>naarmate de huurperiode langer wordt, neemt de hoogte
                                            van de jaarlijkse huurvergoeding af, immers de
                                            afschrijvingscomponent in de huurprijs wordt over
                                            meerdere jaren verdeeld;</al></li><li nr="-"><al>de afschrijvingscomponent wordt niet gebaseerd op de
                                            totale investeringskosten voor een noodlokaal, maar
                                            slechts op een percentage daarvan
                                            (netto-investeringswaarde). Er wordt derhalve rekening
                                            mee gehouden dat het noodlokaal bij een huurperiode
                                            korter dan 15 jaar een restwaarde houdt;</al></li><li nr="-"><al>afschrijving van een noodlokaal is niet rechtsevenredig
                                            met de lengte van de huurperiode. Bij kortere
                                            huurperioden is de jaarlijkse afschrijving relatief
                                            groter dan bij langere huurperioden. Bij de bepaling van
                                            de netto-investeringswaarde wordt verondersteld dat het
                                            verband tussen de afschrijving en de lengte van de
                                            huurperioden een logaritmisch verloop kent.</al></li></lijst><al>Met deze uitgangspunten kan vervolgens de hoogte van de
                                    huurvergoeding worden bepaald. Allereerst is de bepaling van de
                                    huurperiode conform de prognosesystematiek in bijlage II van
                                    belang. Uit de tabel kan vervolgens de netto-investeringswaarde
                                    per type benodigde noodaccommodatie worden bepaald. Deze
                                    netto-investeringswaarde wordt vervolgens op lineaire wijze
                                    afgeschreven over de vastgestelde huurperiode met een vast
                                    rentepercentage, gebaseerd op het rentepercentage dat normaliter
                                    ook bij de opstelling van de gemeentebegroting wordt gehanteerd.
                                    De hierbij behorende gemiddelde lasten aan rente en aflossing
                                    bepalen de hoogte van de vergoeding.</al><al>Naast de huurvergoeding kan, indien dat noodzakelijk is, ook bij
                                    plaatsing van de noodaccommodatie een vergoeding worden gegeven
                                    voor de paalfundering, de kosten voor inrichting en herstel van
                                    het terrein en de aansluitkosten.</al><al>De op deze wijze vastgestelde huurvergoeding geldt in principe
                                    voor de gehele huurperiode. Het ligt echter voor de hand om
                                    periodiek de noodzaak van de huurvergoeding te toetsen aan de
                                    daadwerkelijke leerlingontwikkeling. Indien uit de periodieke
                                    toetsing blijkt dat de noodzaak tot het verstrekken van een
                                    huurvergoeding vanwege de leerlingontwikkeling niet meer
                                    aanwezig is, wordt de huurvergoeding stopgezet. Aangezien de
                                    jaarlijkse huurvergoeding bij een korte huurperiode hoger is dan
                                    bij een langere ontstaat er bij een tussentijdse stopzetting van
                                    de huurvergoeding een financieel tekort bij het schoolbestuur.
                                    Het verschil tussen de vergoedingen, gesommeerd over de
                                    afgelopen huurperiode, wordt dan voldaan. Hiermee zijn alle
                                    kosten met betrekking tot netto-investeringswaarde en restwaarde
                                    van het noodlokaal voor de verhuurder vergoed.</al><al>Voorbeeld: in eerste instantie was voor een periode van acht
                                    jaar een huurvergoeding toegekend. De huurvergoeding voor deze
                                    periode was vastgesteld op ƒ 15.000,00 per jaar. Na 5 jaar wordt
                                    echter vanwege de leerlingontwikkeling de huurvergoeding
                                    stopgezet. Bij een huurperiode van 5 jaar hoort echter een
                                    jaarlijkse huurvergoeding ƒ 20.000,00. Gedurende deze vijf jaar
                                    is dus 5 x ƒ 5.000,00 = ƒ 25.000,00 tekort vergoed. Door dit
                                    bedrag te vergoeden loopt het schoolbestuur geen risico’s,
                                    krijgt de verhuurder een adequate vergoeding en is er voor de
                                    gemeente sprake van budgettaire neutraliteit.</al><al>Een andere mogelijkheid is dat na de vastgestelde huurperiode er
                                    nog steeds noodzaak is voor tijdelijke voorziening. Uiteraard
                                    wordt de huurvergoeding dan niet op dezelfde basis voortgezet,
                                    maar wordt nog slechts het verschil vergoed tussen de tot dan
                                    toe betaalde huurvergoeding, gesommeerd over de afgelopen
                                    huurperiode, en de gesommeerde huurvergoeding over de totale
                                    verlengde huurperiode. Deze verlengde huurperiode is ten hoogste
                                    15 jaar, de totale investeringskosten worden dan geacht te zijn
                                    vergoed en het noodlokaal te zijn afgeschreven. Indien op dat
                                    moment het gebouw door een nieuw gebouw vervangen wordt, begint
                                    de huurperiode opnieuw.</al><al>Voorbeeld: in eerste instantie was voor een periode van acht
                                    jaar een huurvergoeding toegekend. De huurvergoeding voor deze
                                    periode was vastgesteld op ƒ 15.000,00 per jaar. Na 8 jaar
                                    blijkt echter dat vanwege de leerlingontwikkeling een
                                    huurvergoeding nog voor twee jaar noodzakelijk is. Als
                                    oorspronkelijk de huurvergoeding op 10 jaar was gebaseerd, was
                                    de jaarlijkse huurvergoeding op ƒ 13.000,00 geweest. Na 10 jaar
                                    zou een bedrag van ƒ 130.000,00 vergoed zijn. Er is in echter in
                                    de eerste 8 jaar al 8 x ƒ 15.000,00 = ƒ 120.000,00 vergoed. In
                                    de jaren 9 en 10 wordt derhalve per jaar ƒ 5.000,00
                                    vergoed.</al><tussenkop> Eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair</tussenkop><al>De vergoeding voor eerste inrichting met onderwijsleerpakket en
                                    meubilair verschilt per schoolsoort, naar type lokaal en de
                                    omvang van de school. Gezien de omvang van de bijbehorende
                                    tabellen is ervoor gekozen in deze modelverordening geen
                                    bedragen op te nemen. Tevens wordt de berekeningssystematiek per
                                    1 januari 1997 vereenvoudigd. Vooralsnog wordt voor het
                                    vaststellen van de vergoeding voor eerste inrichting verwezen
                                    naar de tabellen in het ‘programma van eisen 1996’ van het
                                    bekostigingsstelsel voor het (voortgezet) speciaal onderwijs. De
                                    hierin genoemde bedragen dienen ten behoeve van 1997 nog te
                                    worden geïndexeerd.</al><al>In deze tabellen wordt voor het VSO onderscheid gemaakt tussen
                                    theorielokalen en vaklokalen. In principe zijn alle
                                    uitbreidingen theorielokalen, slechts indien de toeslag voor
                                    extra ruimte wordt toegekend kan een vaklokaal worden
                                    gerealiseerd. Afhankelijk van het schoolwerkplan van de school
                                    wordt het type vaklokaal vastgesteld.</al><tussenkop> Onderhoud</tussenkop><al>Opgenomen zijn bedragen voor onderhoudsactiviteiten die, conform
                                    bijlage I, voor vergoeding door de gemeente in aanmerking komen.
                                    Het gaat hier om grootschaliger onderhoudsactiviteiten, immers
                                    het dagelijks onderhoud wordt door middel van de vergoeding voor
                                    preventief onderhoud door het ministerie aan het bevoegd gezag
                                    vergoed. De vergoeding valt uiteen in een vast bedrag en een
                                    bedrag per vierkante meter bruto-vloeroppervlakte van het gebouw
                                    (ook voor buitenberging en terreinen!). Alleen bij de vergoeding
                                    voor het vervangen van de pannen, de goten en het houtwerk bij
                                    een hellend dak dient nog een correctiefactor te worden
                                    toegepast. Deze factor kan worden vastgesteld bij de
                                    nulmeting.</al><tussenkop> Gymnastiek</tussenkop><al>De vergoeding voor gymnastiek valt uiteen in bedragen voor
                                    nieuwbouw en uitbreiding van een gymnastiekaccommodatie, eerste
                                    inrichting met onderwijsleerpakket/meubilair en onderhoud. Voor
                                    LG- en MG-scholen is er een extra toeslag voor het vergroten van
                                    de entree en de was- en kleedruimte. Bij de voorziening ‘bad
                                    voor watergewenning en bewegingstherapie’ is slechts medegebruik
                                    van toepassing. Indien nieuwbouw van een dergelijke voorziening
                                    noodzakelijk is vindt vergoeding op basis van feitelijke kosten
                                    plaats (zie deel B).</al><al>Hiernaast zijn bedragen opgenomen voor de klokuurvergoeding
                                    (materiële exploitatie), welke van toepassing zijn bij gebruik
                                    van een ‘eigen’ gymnastiekzaal en bij medegebruik/huur van een
                                    gymnastiekaccommodatie. De klokuurbedragen moeten voor 1997 nog
                                    worden geïndexeerd.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>3 Voortgezet onderwijs</titel></kop><structuurtekst><al>In dit hoofdstuk zijn voor de voorzieningen nieuwbouw, uitbreiding,
                                tijdelijke voorziening, eerste inrichting met leer- en
                                hulpmiddelen/meubilair en gymnastiek genormeerde bedragen opgenomen.
                                Alle genoemde bedragen zijn herleid tot het prijspeil 1 juli 1996.
                                Ten behoeve van de vergoeding van voorzieningen in 1997 dienen deze
                                bedragen nog te worden geïndexeerd met het MEV-cijfer.</al><tussenkop> Nieuwbouw/uitbreiding</tussenkop><al>De kosten voor nieuwbouw en uitbreiding van een permanent zijn
                                    genormeerd op een bedragen per vierkante meter
                                    bruto-vloeroppervlakte. Er wordt onderscheid gemaakt tussen
                                    ruimte-afhankelijke kosten (lokaalspecifiek) en
                                    schaalafhankelijke kosten (sectie-specifiek). Hiernaast kan,
                                    afhankelijk van de beoordeling, een vergoeding voor aanvullende
                                    normkosten (fundering en bemaling) worden gegeven. Kosten voor
                                    de verwerving van een terrein zijn niet opgenomen, aangezien
                                    deze kosten met de ligging sterk kunnen variëren.</al><tussenkop> Tijdelijke voorziening</tussenkop><al>Tijdelijke voorziening kan worden gerealiseerd in de vorm van
                                    nieuwbouw van noodaccommodatie, uitbreiding van een bestaande
                                    noodaccommodatie dan wel door middel van huur van een noodlokaal
                                    of bestaande huisvesting. Bij de afweging tussen aankoop en huur
                                    van een noodlokaal kunnen aspecten als de verwachte
                                    gebruiksduur, verwerving van eigendom en multifunctioneel
                                    gebruik een rol spelen.</al><al>Bij de verwerving van tijdelijke lokalen wordt geen onderscheid
                                    gemaakt tussen nieuwbouw van tijdelijke lokalen als eerste
                                    voorziening en uitbreiding van een bestaande noodaccommodatie.
                                    Met de op basis van bijlage III goedgekeurde oppervlakte kan
                                    door middel van de formule het investeringsbedrag worden
                                    berekend. Dit investeringsbedrag omvat tevens alle bijkomende
                                    kosten, zoals eventuele kosten voor fundering, aansluitkosten,
                                    terreininrichting en dergelijke.</al><al>Indien tijdelijke voorziening voor een kortere periode nodig is,
                                    kan het aantrekkelijk zijn om in plaats van een
                                    investeringsvergoeding voor een noodlokaal een huurvergoeding te
                                    geven. Met de huurvergoeding kan een schoolbestuur een
                                    noodlokaal huren dan wel ruimte in een bestaand gebouw huren.
                                    Bij huur van een bestaand gebouw wordt de feitelijke huurprijs
                                    vergoed (zie deel B: vergoeding op basis van feitelijke
                                    kosten).</al><al>De huurvergoeding wordt gebaseerd op de genormeerde
                                    investeringskosten voor een noodlokaal. Hierdoor kan ook qua
                                    kosten een afweging worden gemaakt tussen aankoop en huur van
                                    een noodlokaal. Over het algemeen zal aankoop van een noodlokaal
                                    aantrekkelijker zijn als de tijdelijke voorziening 11 jaar of
                                    langer nodig is. Na 11 jaar huur is de totaal betaalde
                                    huurvergoeding al gelijk aan de stichtingskosten bij aankoop van
                                    een noodlokaal.</al><al>Voor de berekening van de hoogte van de huurvergoeding zijn de
                                    volgende uitgangspunten van belang:</al><lijst><li nr="-"><al>naarmate de huurperiode langer wordt, neemt de hoogte
                                            van de jaarlijkse huurvergoeding af, immers de
                                            afschrijvingscomponent in de huurprijs wordt over
                                            meerdere jaren verdeeld;</al></li><li nr="-"><al>de afschrijvingscomponent wordt niet gebaseerd op de
                                            totale investeringskosten voor een noodlokaal, maar
                                            slechts op een percentage daarvan
                                            (netto-investeringswaarde). Er wordt derhalve rekening
                                            mee gehouden dat het noodlokaal bij een huurperiode
                                            korter dan 15 jaar een restwaarde houdt;</al></li><li nr="-"><al>afschrijving van een noodlokaal is niet rechtsevenredig
                                            met de lengte van de huurperiode. Bij kortere
                                            huurperioden is de jaarlijkse afschrijving relatief
                                            groter dan bij langere huurperioden. Bij de bepaling van
                                            de netto-investeringswaarde wordt verondersteld dat het
                                            verband tussen de afschrijving en de lengte van de
                                            huurperioden een logaritmisch verloop kent.</al></li></lijst><al>Met deze uitgangspunten kan vervolgens de hoogte van de
                                    huurvergoeding worden bepaald. Allereerst is de bepaling van de
                                    huurperiode conform de prognosesystematiek in bijlage II van
                                    belang. Uit de tabel kan vervolgens de netto-investeringswaarde
                                    per type benodigde noodaccommodatie worden bepaald. Deze
                                    netto-investeringswaarde wordt vervolgens op lineaire wijze
                                    afgeschreven over de vastgestelde huurperiode met een vast
                                    rentepercentage, gebaseerd op het rentepercentage dat normaliter
                                    ook bij de opstelling van de gemeentebegroting wordt gehanteerd.
                                    De hierbij behorende gemiddelde lasten aan rente en aflossing
                                    bepalen de hoogte van de vergoeding.</al><al>De op deze wijze vastgestelde huurvergoeding geldt in principe
                                    voor de gehele huurperiode. Het ligt echter voor de hand om
                                    periodiek de noodzaak van de huurvergoeding te toetsen aan de
                                    daadwerkelijke leerlingontwikkeling. Indien uit de periodieke
                                    toetsing blijkt dat de noodzaak tot het verstrekken van een
                                    huurvergoeding vanwege de leerlingontwikkeling niet meer
                                    aanwezig is, wordt de huurvergoeding stopgezet. Aangezien de
                                    jaarlijkse huurvergoeding bij een korte huurperiode hoger is dan
                                    bij een langere ontstaat er bij een tussentijdse stopzetting van
                                    de huurvergoeding een financieel tekort bij het schoolbestuur.
                                    Het verschil tussen de vergoedingen, gesommeerd over de
                                    afgelopen huurperiode, wordt dan voldaan. Hiermee zijn alle
                                    kosten met betrekking tot netto-investeringswaarde en restwaarde
                                    van het noodlokaal voor de verhuurder vergoed.</al><al>Voorbeeld: in eerste instantie was voor een periode van acht
                                    jaar een huurvergoeding toegekend. De huurvergoeding voor deze
                                    periode was vastgesteld op ƒ 15.000,00 per jaar. Na 5 jaar wordt
                                    echter vanwege de leerlingontwikkeling de huurvergoeding
                                    stopgezet. Bij een huurperiode van 5 jaar hoort echter een
                                    jaarlijkse huurvergoeding ƒ 20.000,00. Gedurende deze vijf jaar
                                    is dus 5 x ƒ 5.000,00 = ƒ 25.000,00 tekort vergoed. Door dit
                                    bedrag te vergoeden loopt het schoolbestuur geen risico’s,
                                    krijgt de verhuurder een adequate vergoeding en is er voor de
                                    gemeente sprake van budgettaire neutraliteit.</al><al>Een andere mogelijkheid is dat na de vastgestelde huurperiode er
                                    nog steeds noodzaak is voor tijdelijke voorziening. Uiteraard
                                    wordt de huurvergoeding dan niet op dezelfde basis voortgezet,
                                    maar wordt nog slechts het verschil vergoed tussen de tot dan
                                    toe betaalde huurvergoeding, gesommeerd over de afgelopen
                                    huurperiode, en de gesommeerde huurvergoeding over de totale
                                    verlengde huurperiode. Deze verlengde huurperiode is ten hoogste
                                    15 jaar, de totale investeringskosten worden dan geacht te zijn
                                    vergoed en het noodlokaal te zijn afgeschreven. Indien op dat
                                    moment het gebouw door een nieuw gebouw vervangen wordt, begint
                                    de huurperiode opnieuw.</al><al>Voorbeeld: in eerste instantie was voor een periode van acht
                                    jaar een huurvergoeding toegekend. De huurvergoeding voor deze
                                    periode was vastgesteld op ƒ 15.000,00 per jaar. Na 8 jaar
                                    blijkt echter dat vanwege de leerlingontwikkeling een
                                    huurvergoeding nog voor twee jaar noodzakelijk is. Als
                                    oorspronkelijk de huurvergoeding op 10 jaar was gebaseerd, was
                                    de jaarlijkse huurvergoeding op ƒ 13.000,00 geweest. Na 10 jaar
                                    zou een bedrag van ƒ 130.000,00 vergoed zijn. Er is in echter in
                                    de eerste 8 jaar al 8 x ƒ 15.000,00 = ƒ 120.000,00 vergoed. In
                                    de jaren 9 en 10 wordt derhalve per jaar ƒ 5.000,00
                                    vergoed.</al><tussenkop> Eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en meubilair</tussenkop><al>Om de normvergoeding van de investeringskosten te kunnen
                                    berekenen is het noodzakelijk te weten met hoeveel vierkante
                                    meters BVO de verschillende ruimtesoorten moeten worden
                                    uitgebreid of teruggebracht. Het huidige gebouw zal daarom eerst
                                    moeten worden opgemeten. Dit kan in drie stappen gebeuren:</al><lijst><li nr="1."><al>opmeten van de netto vierkante meters van de specifieke
                                            ruimten. Door vermenigvuldiging van de netto vierkante
                                            meters van deze ruimten met de bruto/netto factor van
                                            1,67 wordt de BVO van deze ruimten verkregen;</al></li><li nr="2."><al>opmeten van de netto vierkante meters van de
                                            werkplaatsen. Ter verkrijging van de BVO van deze
                                            werkplaatsen kunnen deze netto vierkante meters worden
                                            vermenigvuldigd met de bruto/netto factor van 1,38;</al></li><li nr="3."><al>de vierkante meters BVO van de algemene ruimte zijn nu:
                                            BVO van het gebouw minus BVO specifieke ruimten en BVO
                                            werkplaatsen. Oftewel: </al><lijst><li nr="Bestaande"><al>BVO totaal … m²</al></li><li nr="-"><al>BVO specifieke ruimte (netto m² x 1,67) …
                                                  m²</al></li><li nr="-"><al>BVO werkplaatsen consumptief (netto m² x 1,38) …
                                                  m²</al></li><li nr="="><al>Algemene ruimte … m²</al></li></lijst></li></lijst><al>Het tekort of overschot per ruimtesoort wordt daarop
                                    vermenigvuldigd met het bedrag per vierkante meter BVO. Door
                                    sommering van deze positieve en negatieve bedragen wordt het
                                    totaal bedrag aan normvergoeding voor
                                    investeringskosten/inventaris verkregen. Dit bedrag per
                                    vierkante meter BVO verschilt overigens per omvang van de goed
                                    te keuren uitbreiding of nieuwbouw (zie deel A, 3.1 van bijlage
                                    IV).</al><al>Bij het in de vorige alinea berekende bedrag moeten vervolgens
                                    ook nog de vergoedingen voor de sectie-afhankelijke- en de
                                    aanvullende kosten worden opgeteld.</al><al>Tot slot wordt nog de normvergoeding voor inventaris berekend.
                                    Dit gebeurt door het tekort of overschot per ruimtesoort te
                                    vermenigvuldigen met het normatieve bedrag per m² wat voor deze
                                    ruimte is opgenomen hierbij gaat de vergelijking echter iets
                                    verder:</al><al>Bestaande BVO totaal m²</al><lijst><li nr="-"><al>BVO specifieke ruimte Handel/verkoop administratie
                                            (netto m² x 1,67) m²</al></li><li nr="-"><al>BVO specifieke ruimte (Uiterlijke verzorging/mode en
                                            commercie (netto m² x 1,67) m²</al></li><li nr="-"><al>BVO werkplaatsen Techniek Algemeen (netto m² x 1,38)
                                            m²</al></li><li nr="-"><al>BVO werkplaatsen Grafische techniek (netto m² x 1,38)
                                            m²</al></li><li nr="-"><al>BVO werkplaatsen Landbouw (netto m² x 1,38) m²</al></li><li nr="-"><al>BVO werkplaatsen AMVB (netto m² x 1,38) m²</al></li><li nr="-"><al>BVO werkplaatsen consumptief (netto m² x 1,38) m²</al></li><li nr="="><al>Algemene ruimte m²</al></li></lijst><al>Het bovenstaande betekent voor inventaris dat als een school
                                    goedkope ruimte moet ombouwen voor dure ruimte, het verschil in
                                    inventariskosten wordt gecompenseerd. Dit kan gebeuren als
                                    algemene ruimte verbouwd wordt tot werkplaats of specifieke
                                    ruimte.</al><al>Andersom kan ook voorkomen, dat de school gekort wordt op het
                                    bedrag voor inventaris als werkplaatsen of specifieke ruimte
                                    wordt verbouwd tot algemene ruimte. Bij dit laatste kan het in
                                    uitzonderlijke gevallen voorkomen dat het totaalbedrag negatief
                                    wordt. In dit uitzonderlijke geval wordt het bedrag voor
                                    inventaris op nul gezet.</al><al>Voor gymnastiek wordt een aparte vergelijking gemaakt tussen het
                                    aantal gymzalen waar normatief recht op bestaat en het aantal
                                    aanwezige zalen. Bij uitbreiding van een oefenvloer tot 252 m²
                                    kan het normbedrag aan inventaris/investeringskosten worden
                                    berekend door:</al><lijst><li nr="-"><al>vermenigvuldiging van de netto m² met 1,3 tot BVO;</al></li><li nr="-"><al>door vermenigvuldiging van deze BVO met het aantal
                                            normbedrag per vierkante meter voor
                                            inventaris/investeringskosten.</al></li></lijst><tussenkop> Gymnastiek</tussenkop><al>De vergoeding voor gymnastiek valt uiteen in bedragen voor
                                    nieuwbouw en uitbreiding van een gymnastiekaccommodatie alsmede
                                    voor eerste inrichting met leer- en hulpmiddelen/meubilair.
                                    Hiernaast wordt aangegeven wanneer en op welke wijze vergoeding
                                    worden gegeven of ontvangen als een school voor VO geen eigen
                                    gymnastiekzaal gebruikt. De klokuurbedragen moeten voor 1997 nog
                                    worden geïndexeerd.</al><al>Scholen voor voortgezet onderwijs kunnen voor maximaal acht
                                    weken per schooljaar in aanmerking komen voor huur van een
                                    sportveld van derden (bijvoorbeeld een gemeentelijk sportveld of
                                    een sportveld van een sportvereniging). Indien de school een
                                    eigen sportveld heeft, dan wel gebruik kan maken van het
                                    sportveld van een andere school, bestaat geen recht op
                                    vergoeding.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>4 Indexering</titel></kop><structuurtekst><al>Op grond van artikel 76, derde lid, WBO; artikel 84, derde lid,
                                ISOVSO en artikel 76m, derde lid, WVO, is de gemeente verplicht
                                normen vast te stellen aan de hand waarvan bedragen kunnen worden
                                vastgesteld voor de toegekende voorzieningen in de huisvesting. Een
                                aantal voorzieningen, zoals onderhoud en aanpassing, zal worden
                                bekostigd nadat een offerte is uitgebracht en beoordeeld. Deze
                                voorzieningen zijn gezien de enorme verscheidenheid niet of
                                nauwelijks zinvol te normeren. Voorzieningen als nieuwbouw en
                                uitbreiding kunnen op basis van normbedragen worden bekostigd. De
                                vastgestelde normbedragen zullen jaarlijks moeten worden aangepast
                                aan het geldende prijspeil.</al><al>Met het bijstellen aan de hand van een indexcijfer wordt het
                                normbedrag op een actueel prijspeil gebracht.</al><al>Ten behoeve van bijvoorbeeld de begrotingsvoorbereiding kan dan
                                worden uitgegaan van vaststaande cijfers in het volgende jaar door
                                met behulp van zogenaamde MEV-cijfers het prijspeil voor een volgend
                                jaar te prognosticeren. Door deze methodiek van toepassing te
                                verklaren, liggen de vergoedingen voor de voorzieningen vast. Het
                                vorenstaande betreft de methodiek die momenteel wordt gehanteerd in
                                het primair onderwijs. Jaarlijks wordt het prijsniveau gepubliceerd
                                van het daaropvolgende jaar. Voor iedere volgende prijsbijstelling
                                zal het gepubliceerde prijsniveau eerst moeten worden herleid naar
                                het werkelijk prijspeil, dus een ‘terugcorrectie’ met het MEV
                                cijfer.</al><al>De keuze van indexcijfer is vrij. Het is echter wel van belang deze
                                keuze vast te leggen.</al><al>De vaststelling van de index is jaarlijks. De vaststelling kan
                                tegelijkertijd plaatsvinden met de vaststelling van het programma en
                                het overzicht. Gezien het tijdstip van vaststellen van het programma
                                en het overzicht kan zonder problemen ook het MEV cijfer worden
                                gehanteerd omdat dit cijfer definitief bekend wordt gemaakt op de
                                derde dinsdag in september.</al><al>Een alternatief voor het hanteren van de MEV cijfers is het gebruik
                                maken van een inflatiecomponent zoals deze wordt gehanteerd ten
                                behoeve van de gemeentebegroting; ook kan het percentage waarmee het
                                Gemeentefonds wordt aangepast van toepassing worden verklaard bij de
                                bijstelling van de normbedragen.</al><al>De eerste vastlegging van het prijspeil is gebaseerd op de
                                normbedragen zoals deze nu worden gehanteerd door het ministerie van
                                Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Dit prijspeil heeft een directe
                                relatie met de ruimtenormen die de grondslag vormen van de
                                vergoedingen.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Deel B Vergoeding op basis van feitelijke kosten</titel></kop><structuurtekst><al>In deze modelverordening is getracht zoveel mogelijk vergoedingen te
                            normeren (deel A). Voor een beperkt aantal voorzieningen is echter geen
                            genormeerde vergoeding opgenomen. Deze voorzieningen dienen derhalve op
                            basis van feitelijke kosten te worden vergoed. Uiteraard kan op lokaal
                            niveau een andere scheiding tussen de genormeerde vergoeding en
                            vergoeding op basis van feitelijke kosten worden gemaakt. Deze keuze
                            dient echter wel vastgelegd te worden in artikel 4 van de
                            verordening.</al><al>In aanvulling op deel A is vergoeding op basis van feitelijke kosten,
                            volgens deze modelverordening, van toepassing op de volgende
                            voorzieningen:</al><lijst><li nr="-"><al>verplaatsing van noodlokalen c.q. sloop van noodlokalen;</al></li><li nr="-"><al>nieuwbouw van een bad voor watergewenning of bewegingstherapie
                                    (V)SO;</al></li><li nr="-"><al>aanpassingen aan gebouwen;</al></li><li nr="-"><al>herstel van constructiefouten;</al></li><li nr="-"><al>herstel van schade;</al></li><li nr="-"><al>kosten van bouwvoorbereiding;</al></li></lijst><al>alsmede</al><lijst><li nr="-"><al>gehele of gedeeltelijke ingebruikneming van een bestaand
                                    gebouw;</al></li><li nr="-"><al>aankoop van terreinen;</al></li><li nr="-"><al>huur van gymnastiekruimten van derden;</al></li><li nr="-"><al>huur van bestaande gebouwen.</al></li></lijst><al>Bij vergoeding op basis van feitelijke kosten zijn de
                            aanbestedingsregels, zoals vastgelegd in deze verordening, van
                            toepassing. Dit geldt uiteraard niet voor aankoop c.q. huur van gebouwen
                            en terreinen. Voor deze voorzieningen worden de overeengekomen aankoop-
                            of huurprijs vergoed.</al></structuurtekst><afdeling><kop><titel>Procedure vergoeding op basis van feitelijke kosten</titel></kop><structuurtekst><al>Vergoeding op basis van feitelijke kosten betekent dat de hoogte van
                                de vergoeding wordt gebaseerd op de daadwerkelijke geoffreerde prijs
                                van de uit te voeren voorziening. Omdat offertes over het algemeen
                                een beperkte geldigheidsduur hebben moet in de procedure voor de
                                vaststelling van het programma worden gewerkt met een kostenraming.
                                In eerste instantie dient de aanvrager deze kostenraming bij de
                                aanvraag te voegen. Ten behoeve van de vaststelling van het bedrag
                                en het programma wordt deze kostenraming beoordeeld en zonodig door
                                de gemeente bijgesteld c.q. geactualiseerd. Dit bedrag wordt na
                                vaststelling van het programma in de beschikking voor de aanvrager
                                vermeld. Dit bedrag is echter geen taakstellend budget (er kunnen
                                derhalve geen rechten aan worden ontleend). De daadwerkelijke hoogte
                                van de vergoeding wordt bepaald aan de hand van de laagste
                                geoffreerde prijs. Dat kan derhalve leiden tot meer- of minderkosten
                                ten opzichte van de raming. Deze meer- of minderkosten hebben geen
                                invloed meer op de voorzieningen, die op het reeds vastgestelde
                                programma en overzicht zijn geplaatst.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Aanbestedingsregels[1]</titel></kop><structuurtekst><al>Aangezien de daadwerkelijke hoogte van de vergoeding wordt gebaseerd
                                op de laagst geoffreerde prijs is het van belang dat het vragen van
                                offertes door middel van een aanbestedingsprocedure op zeer
                                zorgvuldige wijze gebeurt. Alhoewel het schoolbestuur in principe
                                bouwheer is, mag de gemeente, met het oog op de gewenste
                                zorgvuldigheid en de prijsvorming, eisen stellen aan de te volgen
                                aanbestedingsprocedure. In het overleg tussen aanvrager en gemeente
                                ingevolge artikel 15 worden nadere afspraken gemaakt over de te
                                volgen aanbestedingsprocedure.</al><al>Een aanbestedingsprocedure heeft tot doel de rechtsverhouding tussen
                                opdrachtgever enerzijds en de gegadigde(n) voor de opdracht
                                anderzijds goed te regelen. De in ons land meest gehanteerde
                                aanbestedingsprocedures zijn het Uniforme aanbestedingsreglement
                                1986 (UAR 1986) en, voor opdrachten die onder de EG-richtlijn
                                vallen, het Uniform aanbestedingsreglement-EG 1991 (UAR-EG 1991).
                                Beide reglementen zijn na uitvoerig overleg tussen de verschillende
                                betrokkenen in de bouwwereld tot stand gekomen. Beide reglementen
                                voldoen tevens aan de algemene beginselen van behoorlijk
                                bestuur.</al><al>Slechts de rijksoverheid is verplicht om beide reglementen toe te
                                passen. Veel gemeenten hebben echter het UAR 1986 op zichzelf van
                                toepassing verklaard, dan wel mede op basis hiervan een eigen
                                aanbestedingsbeleid geformuleerd. Als er van een eigen
                                aanbestedingsbeleid sprake is, kan ook dit beleid, in plaats van het
                                UAR 1986, van toepassing worden verklaard op opdrachten in het kader
                                van deze verordening. Voorzover hierover in de gemeente nog niets is
                                geregeld, verdient het aanbeveling om het UAR 1986 op de opdrachten
                                in het kader van de onderwijshuisvesting van toepassing te
                                verklaren. Het UAR 1986 biedt een viertal mogelijke
                                aanbestedingsprocedures, die afhankelijk van de omvang van de
                                opdracht en de lokale omstandigheden kunnen worden toegepast, te
                                weten:</al><lijst><li nr="1."><al>de openbare aanbesteding: de aanbesteding wordt algemeen
                                        bekend gemaakt en ieder gegadigde kan een offerte
                                        indienen;</al></li><li nr="2."><al>de aanbesteding met voorafgaande selectie: de aanbesteding
                                        wordt algemeen bekend gemaakt en gegadigden kunnen zich
                                        melden. Een beperkt aantal geselecteerde gegadigden wordt
                                        uitgenodigd een offerte in te dienen;</al></li><li nr="3."><al>de onderhandse aanbesteding: voor de aanbesteding wordt een
                                        beperkt aantal gegadigden (ten minste 2) uitgenodigd om
                                        offerte uit te brengen; en</al></li><li nr="4."><al>de onderhandse aanbesteding na selectie: voor de
                                        aanbesteding wordt een beperkt aantal gegadigden (ten minste
                                        2) uitgenodigd om deel te nemen aan een selectie. De
                                        geselecteerde gegadigde wordt uitgenodigd offerte uit te
                                        brengen.</al></li></lijst><al>Aspecten die bij de keuze voor een van de procedures een rol spelen
                                zijn bijvoorbeeld de openbaarheid, de optimale prijsvorming door
                                concurrentie, de kwaliteit van de aannemer, de kostendeskundigheid
                                van de opdrachtgever, de mogelijkheden tot adequate directievoering
                                van de opdrachtgever en dergelijke. Bij kleine en middelgrote
                                projecten verdient het aanbeveling de procedure van de onderhandse
                                aanbesteding dan wel de procedure van aanbesteding met voorafgaande
                                selectie te volgen. Bij grote projecten, onder het EG-drempelbedrag,
                                ligt de procedure van de openbare aanbesteding het meest voor de
                                hand.</al><al>Naast deze in het UAR 1986 aangegeven wijzen van aanbesteding, kan
                                er ook op basis van enkelvoudige uitnodiging worden gegund. Hierbij
                                wordt vooraf een gegadigde, bijvoorbeeld een plaatselijke aannemer,
                                uitgezocht en gevraagd offerte uit te brengen. Hierbij wordt
                                derhalve afgezien van mogelijke voordelen van concurrentie en brede
                                oriëntatie op de markt. Het vraagt tevens grote kostendeskundigheid
                                van de opdrachtgever om tot reële prijsvorming te komen. Ook zullen
                                er vele afspraken moeten worden vastgelegd bij de gunning,
                                bijvoorbeeld t.a.v. termijnen, afstandsverklaring en dergelijke.
                                Gezien het karakter van de enkelvoudige uitnodiging dient zeer
                                terughoudend met deze mogelijkheid te worden omgegaan. Slechts bij
                                zeer kleine opdrachten, dan wel bij zeer gespecialiseerde
                                werkzaamheden kan overwogen worden van de enkelvoudige uitnodiging
                                gebruik te maken.</al></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>DEEL C Bepaling medegebruikstarieven</titel></kop><structuurtekst><al>Medegebruik is in eerste instantie de competentie van de schoolbesturen.
                            Indien medegebruik plaatsvindt maken de schoolbesturen onderling
                            afspraken over een aantal zaken, waaronder de vergoeding die de
                            medegebruikende school aan de eigenaar geeft. Mocht hierover geen
                            overeenstemming ontstaan, kan de gemeente de hoogte van de vergoeding
                            bepalen.</al><al>Het medegebruikstarief voorziet in een vergoeding voor de
                            gebouwafhankelijke kosten, zoals gas, water, licht en dergelijke. In het
                            bekostigingsstelsel voor de materiële instandhouding voor het
                            basisonderwijs is dit bedrag vormgegeven in het bedrag van de vaste voet
                            voor de zevende groep. Dit bedrag is tevens van toepassing voor
                            medegebruik in het (voortgezet) speciaal onderwijs en het voortgezet
                            onderwijs.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>2.4.5 BIJLAGE V Criteria voor de urgentie van de aangevraagde
                            voorzieningen</titel></kop><afdeling><kop><titel>1 Volgorde van hoofdprioriteiten</titel></kop><structuurtekst><al>Huisvestingsvoorzieningen aangevraagd voor hetzelfde jaar die
                                voldoen aan de criteria, als bedoeld in artikel 12, eerste lid,
                                onderdelen a, b en c worden ter samenstelling van het programma en
                                het overzicht gerangschikt in volgorde van prioriteit.</al><al>Ten eerste vindt de rangschikking plaats naar hoofdprioriteit:</al><lijst><li nr="1."><al>voorzieningen om capaciteitstekorten als bepaald op basis
                                        van bijlage III op te heffen;</al></li><li nr="2."><al>voorzieningen noodzakelijk om een adequaat onderhoudsniveau
                                        te handhaven i.c. onderhoud van gebouwen voor primair
                                        onderwijs;</al></li><li nr="3."><al>voorzieningen noodzakelijk om te voldoen aan bij of
                                        krachtens de wet gestelde verplichtingen bestaande uit
                                        aanpassingen voor zover deze geen capaciteitsuitbreiding
                                        inhouden;</al></li><li nr="4."><al>voorzieningen die wenselijk zijn als gevolg van nieuwe
                                        onderwijskundige inzichten en/of gewenste bouwkundige
                                        aanpassingen om gebouwen aan te passen aan de eigentijdse
                                        eisen van het onderwijs.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Ad 1</titel></kop><structuurtekst><al>Hieronder vallen nieuwbouw, uitbreiding, eerste inrichting (los van
                                andere voorzieningen aangevraagd), verplaatsing noodlokalen,
                                medegebruik en het inpandig of deels inpandig creëren van
                                lesruimten, inclusief (voor zover van toepassing) het daarbij
                                horende terrein en de eerste inrichting. Ook vergroting van de
                                capaciteit voor onderwijs in de lichamelijke oefening bijvoorbeeld
                                door nieuwbouw van een gymnastiekruimte behoort tot deze
                                hoofdprioriteit. Vervangende bouw en ingebruikneming van een gebouw
                                inclusief de noodzakelijke aanpassingen vallen slechts in deze
                                hoofdprioriteit, indien zij dienen om een tekort aan capaciteit op
                                te heffen.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Ad 2</titel></kop><structuurtekst><al>Vervangende bouw, ingebruikneming van een gebouw ter vervanging van
                                een ander gebouw inclusief de noodzakelijke aanpassingen, onderhoud
                                in het primair onderwijs, herstel van constructiefouten, herstel of
                                vervanging van schade in bijzondere omstandigheden en de aanpassing
                                ‘vervanging van een oliegestookte verwarmingsinstallatie’ in het
                                primair onderwijs vormen de tweede hoofdprioriteit.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Ad 3</titel></kop><structuurtekst><al>Aanpassingen van gebouwen voor primair onderwijs met uitzondering
                                van het (deels) inpandig creëren van lesruimten en vervanging van
                                een oliegestookte verwarming onder hoofdprioriteit 3.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>Ad 4</titel></kop><structuurtekst><al>Invulling van hoofdprioriteit 4 zal afhangen van de gevolgen van
                                nieuwe onderwijskundige inzichten voor gebouwen. Daarnaast vallen
                                hieronder de activiteiten van aanpassingen van meer algemene aard en
                                herstel of vervanging van schade in bijzondere omstandigheden voor
                                zover dit niet spoedeisend is.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2 Nadere volgorde binnen de hoofdprioriteiten: de
                                subprioriteiten</titel></kop><structuurtekst><al>Vervolgens wordt binnen elke hoofdprioriteit op basis van de
                                subprioriteit de nadere volgorde bepaald. Daarbij wordt voor enige
                                hoofdprioriteiten, namelijk de hoofdprioriteiten 2, 3 en 4, de
                                subprioriteit bepaald afhankelijk van de functie die een ruimte
                                heeft. Indien meerdere voorzieningen voor plaatsing op het programma
                                in aanmerking komen, worden de subprioriteiten steeds per
                                voorziening opnieuw toegepast.</al><al>Onder lesruimten vallen: theorielokalen/leslokalen,
                                vaklokalen/speellokalen en gymnastiekruimten.</al><al>Onder niet lesruimten vallen: kabinetten, personeelsruimten en
                                overige nevenruimten binnen het gebouw.</al><al>Onder het begrip overige ruimte vallen: bergingen, fietsenstallingen
                                en voorzieningen aan het terrein.</al></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.1 Binnen de hoofdprioriteit ‘voorzieningen om
                                capaciteitstekorten als bepaald op basis van bijlage III op te
                                heffen’ komt voor plaatsing op het programma in aanmerking:</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="a."><al>als eerste die voorziening die relatief gezien een zo groot
                                        mogelijk kwantitatief tekort opheft in een situatie met
                                        herschikking van schoolgebouwen;</al></li><li nr="b."><al>vervolgens die voorziening die relatief gezien een zo groot
                                        mogelijk kwantitatief tekort opheft in een situatie zonder
                                        herschikking van schoolgebouwen en</al></li><li nr="c."><al>vervolgens die voorziening die relatief gezien een zo groot
                                        mogelijk kwantitatief tekort aan gymnastiekruimten
                                        opheft.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.2 Binnen de hoofdprioriteit ‘voorzieningen noodzakelijk om een
                                adequaat onderhoudsniveau te handhaven’ komt voor plaatsing op het
                                programma in aanmerking:</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="a."><al>als eerste die voorziening aan een gebouw waarbij volgens
                                        het bouwkundige rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid 2
                                        onder c, de laagste score qua kwaliteit wordt
                                        toegekend;</al></li><li nr="b."><al>vervolgens die voorziening aan een theorielokaal/leslokaal
                                        waarbij volgens het bouwkundige rapport zoals bedoeld in
                                        artikel 7, lid 2 onder c, de laagste score qua kwaliteit
                                        wordt toegekend;</al></li><li nr="c."><al>vervolgens die voorziening aan een
                                        vaklokaal/speellokaal/gymnastiekruimte waarbij volgens het
                                        bouwkundige rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid 2 onder
                                        c, de laagste score qua kwaliteit wordt toegekend;</al></li><li nr="d."><al>vervolgens die voorziening aan een niet lesruimte waarbij
                                        volgens het bouwkundige rapport zoals bedoeld in artikel 7,
                                        lid 2 onder c, de laagste score qua kwaliteit wordt
                                        toegekend;</al></li><li nr="e."><al>vervolgens die voorziening aan een overige ruimte waarbij
                                        volgens het bouwkundige rapport zoals bedoeld in artikel 7,
                                        lid 2 onder c, de laagste score qua kwaliteit wordt
                                        toegekend.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.3 Binnen de hoofdprioriteit ‘voorzieningen noodzakelijk om te
                                voldoen aan bij of krachtens de wet gestelde verplichtingen
                                waaronder aanpassingen voor zover deze geen capaciteitsuitbreiding
                                betreffen’ komt voor plaatsing op het programma in
                                aanmerking:</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="a."><al>als eerste de voorziening aan een gebouw dat niet voldoet
                                        aan de wet- en regelgeving en waarbij de bouwkundige
                                        conditie volgens het rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid
                                        2 onder c, de minste is;</al></li><li nr="b."><al>vervolgens de voorziening aan een theorielokaal/leslokaal
                                        dat niet voldoet aan de wet- en regelgeving en waarbij de
                                        bouwkundige conditie volgens het rapport zoals bedoeld in
                                        artikel 7, lid 2 onder c, de minste is;</al></li><li nr="c."><al>vervolgens de voorziening aan een
                                        vaklokaal/speellokaal/gymnastiekruimte dat niet voldoet aan
                                        de wet- en regelgeving en waarbij de bouwkundige conditie
                                        volgens het rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid 2 onder
                                        c, de minste is;</al></li><li nr="d."><al>vervolgens de voorziening aan een niet lesruimte die niet
                                        voldoet aan de wet- en regelgeving en waarbij de bouwkundige
                                        conditie volgens het rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid
                                        2 onder c, de minste is; en</al></li><li nr="e."><al>vervolgens de voorziening aan een overige ruimte die niet
                                        voldoet aan de wet- en regelgeving en waarbij de bouwkundige
                                        conditie volgens het rapport zoals bedoeld in artikel 7, lid
                                        2 onder c, de minste is.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling><afdeling><kop><titel>2.4 Binnen de hoofdprioriteit ‘voorzieningen die wenselijk zijn
                                als gevolg van nieuwe onderwijskundige inzichten en/of gewenste
                                bouwkundige aanpassingen om gebouwen aan te passen aan de
                                eigentijdse eisen van het onderwijs’ komt voor plaatsing op het
                                programma in aanmerking:</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="a."><al>als eerste de voorziening voor theorielokalen/leslokalen
                                        waarbij het percentage leerlingen waarvoor het nieuwe
                                        onderwijskundige beleid geldt het hoogst is;</al></li><li nr="b."><al>vervolgens de voorziening voor
                                        vaklokalen/speellokalen/gymnastiekruimten waarbij het
                                        percentage leerlingen waarvoor het nieuwe onderwijskundige
                                        beleid geldt het hoogst is;</al></li><li nr="c."><al>vervolgens de voorziening aan niet lesruimte die als
                                        lesruimte in gebruik wordt genomen waarbij het percentage
                                        leerlingen waarvoor nieuw onderwijskundig beleid geldt het
                                        hoogst is;</al></li><li nr="d."><al>vervolgens herstel of vervanging van schade in bijzondere
                                        omstandigheden, waarbij de ernst van de schade het hoogst
                                        is; en</al></li><li nr="e."><al>vervolgens de activiteit ten behoeve van aanpassingen van
                                        meer algemene aard, waarbij de ouderdom van het niet
                                        aangepaste gebouw het hoogste is.</al></li></lijst></structuurtekst></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>TOELICHTING</titel></kop><structuurtekst><al>Voor de vaststelling van het programma moet in de situatie dat het
                            beschikbaar gestelde of beschikbaar te stellen budget onvoldoende is
                            voor alle potentiële toekenningen – alle aanvragen voor voorzieningen
                            die voldoen aan de beoordelingscriteria en die niet een spoedeisend zijn
                            – een nadere en eenduidige volgorde worden vastgesteld. De
                            urgentiecriteria zijn dan nodig om te bepalen welke voorzieningen
                            achtereenvolgens als eerste in aanmerking komen voor bekostiging. Indien
                            het budget ruim genoeg is, behoeven de urgentiecriteria niet te worden
                            toegepast en volstaat het toepassen van de beoordelingscriteria en de
                            toekenning van een bedrag, dus de beschreven regels in de bijlagen I tot
                            en met IV.</al><al>Indien het vast te stellen budget onvoldoende ruimte biedt, ontkomt de
                            gemeente niet aan toepassing van de urgentiecriteria. Exacte en daarmee
                            correcte toepassing is zeer belangrijk, omdat de aandacht van de
                            gemeenteraad zeker zal uitgaan naar de voorzieningen waarvoor geen
                            budget meer is.</al><al>Voor het staande houden van een budgettaire afwijzing in beroep is het
                            nodig de criteria die de volgorde bepalen, eenduidig vast te leggen en
                            in de uitvoering daaraan strikt de hand te houden. Met de hieronder
                            gehanteerde indeling in hoofd en subprioriteiten is dit mogelijk.</al><al>De zorg voor adequate huisvesting volgens de wet betekent concreet dat
                            het vastgestelde bedrag voor het programma minimaal zo groot dient te
                            zijn dat:</al><lijst><li nr="a."><al>elke groep een dak boven het hoofd kan worden geboden
                                    (medegebruik/nieuwbouw/uitbreiding; blijvend of tijdelijk);</al></li><li nr="b."><al>vervanging en onderhoud/aanpassing (bouwkundige calamiteiten,
                                    constructiefouten, herstel en vervanging van schade in verband
                                    met bijzondere omstandigheden) absoluut noodzakelijk om de
                                    voortgang van het onderwijs niet in gevaar te brengen, worden
                                    vergoed;</al></li><li nr="c."><al>voor alle aanwezige leerlingen eerste aanschaf van
                                    onderwijsleerpakket/leer- en hulpmiddelen en meubilair wordt
                                    vergoed.</al></li></lijst><al>Deze voorzieningen zullen altijd moeten worden toegekend los van het
                            feit of het budget het op dat moment toelaat of niet. Dat kan invloed
                            hebben op het budget voor de volgende programma’s en op de mogelijkheden
                            andere, minder urgente voorzieningen toe te kennen.</al><al>Bij twee of meer aanvragen die in één categorie voor bekostiging in
                            aanmerking komen, dient in de hoofdprioriteit nadere invulling plaats te
                            vinden om te bepalen welke aanvraag steeds als eerste op het programma
                            wordt geplaatst. De volgorde van subprioriteit is bepalend voor de
                            volgorde van de lijst van goed te keuren voorzieningen.</al><al>In de subprioriteiten is met enkelvoudige criteria gewerkt om de
                            bewerkingen niet nodeloos gecompliceerd te maken.</al><al>De gemeente kan één integraal budget vaststellen voor alle drie de
                            onderwijssectoren tezamen. Dit zorgt voor een integrale afweging. Van
                            die systematiek is in de modelverordening uitgegaan. De gemeente kan ook
                            deelbudgetten vaststellen. Dat dient dan echter vóór de beoordeling van
                            de voorzieningen plaats te vinden. Een dergelijke handelwijze komt
                            overeen met die van het ministerie vóór 1997.</al><al>Indien een gemeente een bepaald beleid wil prioriteren, dan dient dit in
                            de systematiek van de modelverordening te geschieden door een wijziging
                            van de urgentiecriteria, en dus door een wijziging van de
                            verordening.</al><al>De voorzieningen die in het kader van dat beleid aan de orde zijn worden
                            opgenomen als hoofdprioriteit 1. Desgewenst kunnen daarbinnen nog
                            subprioriteiten worden onderscheiden.</al><al>(Eerste) nieuwbouw, ingebruikneming, uitbreidingen en aanpassingen die
                            capaciteitstoevoegingen inhouden voor hetzelfde relatieve aandeel,
                            worden gelijkgeschakeld qua prioriteit ongeacht de onderwijssector, de
                            benodigde oppervlakte en de kosten. De prioriteit is hier dus hoger
                            naarmate de voorziening bestemd is voor een groter deel van de school
                            (de prioriteit wordt dus in een percentage uitgedrukt).</al><al>Herschikking levert altijd een extra waarde op ten opzichte van de som
                            van individuele nieuwbouw en uitbreidingen. In de fase van de
                            beoordeling moet scherp gelet worden op de noodzakelijkheid van elk van
                            de in de herschikking gevraagde voorzieningen om te voorkomen dat er een
                            sluiproute ontstaat voor individuele aanvragen.</al><al>De afweging van de volgorde bij de voorzieningen voor een adequaat
                            onderhoudsniveau wordt op basis van de conditie van het onderdeel of de
                            onderdelen gemaakt. Er wordt gewerkt met scores van het bouwkundig
                            onderzoek en de hoogte van de scores bepaalt de volgorde. De slechtste
                            conditie wordt als eerste gehonoreerd. In de subprioriteit bij de
                            hoofdprioriteiten 2 en 3 is een volgorde qua gewicht bepaald: eerst
                            voorzieningen als het hele gebouw een zekere mate van
                            onderhoud/aanpassingen nodig heeft; vervolgens voorzieningen voor
                            (bepaalde) lesruimten en eindigend met overige ruimten/niet
                            lesgebouwen.</al><al>De aanpassingen om te voldoen aan wettelijke verplichtingen
                            (bijvoorbeeld Bouwbesluit, Arbo, brandweereisen) vallen onder
                            hoofdprioriteit 3. Voor zover sancties dreigen, die leiden tot sluiting
                            van het schoolgebouw op korte termijn indien niet aan het vereiste wordt
                            voldaan, is er sprake van een voorziening die spoedeisend is.</al><al>Samenvatting urgentiecriteria:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Hoofdprioriteiten</al></entry><entry colname="col2"><al>Subprioriteiten</al></entry><entry colname="col3"><al>Rangorde bepaling door:</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>1. capaciteitstekorten</al></entry><entry colname="col2"><al>a. met herschikking</al></entry><entry colname="col3"><al>percentage capaciteitstekort</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b. zonder herschikking</al></entry><entry colname="col3"><al>percentage capaciteitstekort</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>c. bij gymnastiekruimten</al></entry><entry colname="col3"><al>percentage capaciteitstekort</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2. adequaat</al></entry><entry colname="col2"><al>a. gebouw</al></entry><entry colname="col3"><al>score bouwkundige kwaliteit</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>onderhoudsniveau</al></entry><entry colname="col2"><al>b. theorie/leslokaal</al></entry><entry colname="col3"><al>score bouwkundige kwaliteit</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>c. vak/speellokaal</al></entry><entry colname="col3"><al>score bouwkundige kwaliteit</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>d. niet lesruimte</al></entry><entry colname="col3"><al>score bouwkundige kwaliteit</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>e. overige ruimte</al></entry><entry colname="col3"><al>score bouwkundige kwaliteit</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3. voldoen aan wettelijke</al></entry><entry colname="col2"><al>a. gebouw</al></entry><entry colname="col3"><al>score bouwkundige kwaliteit</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>verplichtingen</al></entry><entry colname="col2"><al>b. theorie/leslokaal</al></entry><entry colname="col3"><al>score bouwkundige kwaliteit</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>c. vak/speellokaal</al></entry><entry colname="col3"><al>score bouwkundige kwaliteit</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>d. niet lesruimte score bouwkundige kwaliteit</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>e. overige ruimte score bouwkundige kwaliteit</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4. nieuwe onderwijskundige inzichten c.a.</al></entry><entry colname="col2"><al>a. voor theorie /leslokalen</al></entry><entry colname="col3"><al>percentage leerlingen waarvoor nieuw onderwijskundig
                                                beleid geldt</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b. voor vak/speellokalen</al></entry><entry colname="col3"><al>percentage leerlingen waarvoor nieuw onderwijskundig
                                                beleid geldt</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>c. overige (toekomstige) onderwijsruimten</al></entry><entry colname="col3"><al>percentage leerlingen waarvoor nieuw onderwijskundig
                                                beleid geldt</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>d. herstel/vervanging schade in bijzondere
                                                omstandigheden, voor zover niet spoedeisend</al></entry><entry colname="col3"><al>mate van ernst van de schade</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>e. overige activiteiten</al></entry><entry colname="col3"><al>ouderdom van het gebouw</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Voorbeeld:</al><al>Na toepassing van de beoordelingscriteria blijken er in de gemeente X
                            zeven aanvragen te zijn, die potentieel voor goedkeuring in aanmerking
                            komen. Het totale bedrag, dat hiermee gemoeid is bedraagt ƒ
                            730.000,00.</al><al>Het gaat om de volgende aanvragen:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Onderwerp:</al></entry><entry colname="col2"><al>Bedrag:</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>a. Aanpassingen t.b.v. studiehuis V.O.</al></entry><entry colname="col2"><al>ƒ 220.000,00</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b. ARBO aanpassing lokaal B.O.</al></entry><entry colname="col2"><al>ƒ 10.000,00</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c. ARBO aanpassing lokaal B.O.</al></entry><entry colname="col2"><al>ƒ 40.000,00</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d. Uitbreiding 1 groep</al></entry><entry colname="col2"><al>ƒ 50.000,00</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e. Uitbreiding oefenvloer</al></entry><entry colname="col2"><al>ƒ 300.000,00</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f. Onderhoud dak B.O.</al></entry><entry colname="col2"><al>ƒ 30.000,00</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g. Onderhoud erfscheiding V.S.O.</al></entry><entry colname="col2"><al>ƒ 80.000,00</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Totaal</al></entry><entry colname="col2"><al>ƒ 730.000,00</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Deze zeven aanvragen worden allereerst ingedeeld in hoofd- en
                            subprioriteiten, vervolgens voorzien van de score en ten slotte in
                            volgorde van de urgentiecriteria gezet. Daar waar meerdere aanvragen in
                            dezelfde hoofd en subprioriteit voorkomen komt als eerste de aanvraag
                            met de hoogste score.</al><al>De score wordt als volgt bepaald:</al><lijst><li nr="-"><al>voor de aanvragen in hoofdprioriteit 1 door het relatieve tekort
                                    aan capaciteit.</al></li><li nr=""><al>Bij aanvraag d is het tekort bijvoorbeeld 1 groepsruimte op een
                                    aanwezige capaciteit voor 8 groepen. De 55% score bij aanvraag e
                                    komt tot stand omdat de bestaande oefenvloer van 140 m² wordt
                                    uitgebreid tot 252 m²;</al></li><li nr="-"><al>voor de aanvragen in de hoofdprioriteiten 2 en 3 door de
                                    uitkomst van de bouwtechnische opname. Hoe hoger de score hoe
                                    meer noodzaak het probleem aan te pakken;</al></li><li nr="-"><al>voor de aanvragen in hoofdprioriteit 4 door het relatieve
                                    gebruik van de onderwijskundige vernieuwing.</al></li></lijst><al>Bij aanvraag a is de score bijvoorbeeld 33%, omdat de vernieuwing voor
                            de bovenste twee leerjaren van een zes leerjaren tellende opleiding is
                            bedoeld.</al><al>Het resultaat van deze exercitie is de volgende lijst:</al><table><tgroup cols="9"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="11*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="11*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="11*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="11*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="11*"/><colspec colname="col6" colnum="6" colwidth="11*"/><colspec colname="col7" colnum="7" colwidth="11*"/><colspec colname="col8" colnum="8" colwidth="11*"/><colspec colname="col9" colnum="9" colwidth="11*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Rang- Orde</al></entry><entry colname="col2"><al>Aan- vraag</al></entry><entry colname="col3"><al>Onderwerp</al></entry><entry colname="col4"><al>Hoofd</al></entry><entry colname="col5"><al>Sub</al></entry><entry colname="col6"><al>Score</al></entry><entry colname="col7"><al>Bedrag</al></entry><entry colname="col8"><al>Cumu- latief</al></entry><entry colname="col9"><al/></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>1</al></entry><entry colname="col2"><al>D</al></entry><entry colname="col3"><al>Uitbreiding 1 groep</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al>1</al></entry><entry colname="col6"><al>b</al></entry><entry colname="col7"><al>12%</al></entry><entry colname="col8"><al>50.000</al></entry><entry colname="col9"><al>50.000</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2</al></entry><entry colname="col2"><al>e</al></entry><entry colname="col3"><al>Uitbreiding oefenvloer</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al>1</al></entry><entry colname="col6"><al>c</al></entry><entry colname="col7"><al>55%</al></entry><entry colname="col8"><al>300.000</al></entry><entry colname="col9"><al>350.000</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3</al></entry><entry colname="col2"><al>g</al></entry><entry colname="col3"><al>Onderhoud erfscheiding</al></entry><entry colname="col4"><al>VSO</al></entry><entry colname="col5"><al>2</al></entry><entry colname="col6"><al>a</al></entry><entry colname="col7"><al>96</al></entry><entry colname="col8"><al>80.000</al></entry><entry colname="col9"><al>430.000</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4</al></entry><entry colname="col2"><al>f</al></entry><entry colname="col3"><al>Onderhoud dak BO</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al>2</al></entry><entry colname="col6"><al>a</al></entry><entry colname="col7"><al>84</al></entry><entry colname="col8"><al>30.000</al></entry><entry colname="col9"><al>460.000</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5</al></entry><entry colname="col2"><al>c</al></entry><entry colname="col3"><al> ARBO aanpassing lokaal</al></entry><entry colname="col4"><al>BO</al></entry><entry colname="col5"><al>3</al></entry><entry colname="col6"><al>b</al></entry><entry colname="col7"><al>67</al></entry><entry colname="col8"><al> 40.000</al></entry><entry colname="col9"><al>500.000 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6</al></entry><entry colname="col2"><al>b</al></entry><entry colname="col3"><al>ARBO aanpassing lokaal</al></entry><entry colname="col4"><al>BO</al></entry><entry colname="col5"><al>3</al></entry><entry colname="col6"><al>b</al></entry><entry colname="col7"><al>62</al></entry><entry colname="col8"><al> 10.000</al></entry><entry colname="col9"><al>510.000 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7</al></entry><entry colname="col2"><al>a</al></entry><entry colname="col3"><al>Aanpassing studiehuis</al></entry><entry colname="col4"><al>VO</al></entry><entry colname="col5"><al>4</al></entry><entry colname="col6"><al>b</al></entry><entry colname="col7"><al>33%</al></entry><entry colname="col8"><al> 220.000</al></entry><entry colname="col9"><al>730.000 </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Afhankelijk van de hoogte van het huisvestingsbudget komt de grens
                            tussen goedkeuring en weigering op financiële gronden hoger of lager te
                            liggen.</al><al>De gemeenteraad van X kan op grond van bovenstaande lijst het programma
                            met het daarbij behorende huisvestingsbudget vaststellen. Als de raad er
                            bijvoorbeeld voor kiest het huisvestingsbudget vast te stellen op ƒ
                            510.000,00, dan kan en zal aanvraag a op financiële gronden worden
                            afgewezen. </al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>