<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR61758_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Maatregelen- en handhavingsverordening Wet werk en bijstand 2010 gemeente Etten-Leur.</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Etten-Leur</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Etten-Leur</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Etten-Leurse Bode, 10-01-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Maatregelen- en handhavingsverordening Wet werk en bijstand 2010 gemeente Etten-Leur.</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0015703">Wet werk en bijstand, art. 8, lid 1 d</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0015703">Wet werk en bijstand, art. 8a </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0015703">Wet werk en bijstand, art. 18</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-12-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-05-21</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>SL</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Maatschappelijke zorg</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de maatregelen- en handhavingsverordening 2006</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Maatregelen- en handhavingsverordening Wet werk en bijstand 2010 gemeente
            Etten-Leur.</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Etten-Leur;</al><al>Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 10 november 2009,
                        met overneming van de daarin vermelde motieven;</al><al>Gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel b, artikel 8a en artikel 18 van de
                        Wet werk en bijstand;</al><al>B E S L U I T :</al><al>Vast te stellen: </al><al>De volgende Maatregelen- en handhavingsverordening Wet werk en bijstand 2010
                        gemeente Etten-Leur.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de Wet werk en bijstand (WWB).</al></li><li nr="b."><al>algemene bijstand: de bijstand bedoeld in artikel 5, onderdeel
                                    b, van de wet.</al></li><li nr="c."><al>bijzondere bijstand: de bijstand bedoeld in artikel 5, onderdeel
                                    d, van de wet.</al></li><li nr="d."><al>bijstand: algemene en bijzondere bijstand.</al></li><li nr="e."><al>bijstandsnorm: de bijstandsnorm bedoeld in artikel 5, onderdeel
                                    c, van de wet.</al></li><li nr="f."><al>maatregel: het verlagen van de bijstand op grond van artikel 18,
                                    tweede lid, van de wet. </al></li><li nr="g."><al>belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit
                                    is betrokken, waaronder mede het gezin wordt verstaan.</al></li><li nr="h."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Etten-Leur;</al></li><li nr="i."><al>benadelingsbedrag: het bruto bedrag dat ten onrechte als
                                    uitkering is verleend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Het opleggen van een maatregel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als de belanghebbende naar het oordeel van het college
                                tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de
                                voorziening in het bestaan dan wel de uit de wet of de artikelen 28,
                                tweede lid, of artikel 29, eerste lid, van de Wet structuur
                                uitvoerings-organisatie werk en inkomen voortvloeiende
                                verplichtingen niet of onvoldoende nakomt met inbegrip van de
                                verplichtingen die in de beschikking tot toekenning of voortzetting
                                van de bijstand zijn opgenomen, waaronder begrepen het zich jegens
                                het college zeer ernstig misdragen, wordt overeenkomstig deze
                                verordening een maatregel opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate
                                waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de
                                omstandigheden waarin hij verkeert. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Het besluit tot opleggen van een maatregel</titel></kop><al>In het besluit tot opleggen van een maatregel worden in ieder geval
                            vermeld: de reden van de maatregel, de duur van de maatregel, het bedrag
                            waarmee de bijstand wordt verlaagd en, als dit van toepassing is, de
                            reden om af te wijken van een standaardmaatregel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Afzien van het opleggen van een
                                maatregel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college ziet af van het opleggen van een maatregel als:</al><lijst><li nr="a."><al> elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of</al></li><li nr="b."><al> de gedraging meer dan één jaar vóór constatering van die
                                        gedraging door het college heeft plaatsgevonden, tenzij de
                                        gedraging een schending van de inlichtingenplicht inhoudt en
                                        als gevolg van die gedraging ten onrechte of teveel bijstand
                                        is verleend. Een maatregel wegens schending van de
                                        inlichtingenplicht wordt niet opgelegd na verloop van vijf
                                        jaren nadat de betreffende gedraging heeft
                                        plaatsgevonden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan afzien van het opleggen van een maatregel indien het
                                daarvoor dringende redenen aanwezig acht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als het college afziet van het opleggen van een maatregel op grond
                                van dringende redenen wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk
                                mededeling gedaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Ingangsdatum en tijdvak van de maatregel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De maatregel wordt opgelegd met ingang van de dag volgend op de
                                datum waarop het besluit tot het opleggen van de maatregel aan de
                                belanghebbende is bekendgemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van de op
                                dat tijdstip voor die belanghebbende geldende bijstandsnorm.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kan de maatregel met terugwerkende
                                kracht worden toegepast als de bijstandnorm over een periode in het
                                verleden nog niet is uitbetaald, dan wel het opleggen van een
                                maatregel in de toekomst niet of niet geheel mogelijk is wegens
                                beëindiging van de bijstand.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een maatregel wordt voor bepaalde tijd opgelegd. Een maatregel die
                                voor een periode van meer dan drie maanden wordt opgelegd, wordt
                                uiterlijk binnen drie maanden na het moment van oplegging
                                heroverwogen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Gedragingen die leiden tot een maatregel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><label>Indeling in categorieën bij niet of onvoldoende medewerking verlenen aan het verkrijgen of behouden van algemeen geaccepteerde arbeid</label></kop><al>Gedragingen van belanghebbenden waardoor de verplichting op grond van
                            artikel 9 van de wet niet of onvoldoende is nagekomen, worden
                            onderscheiden in de volgende categorieën:</al><al>Eerste categorie:</al><al>het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het
                            UWV-Werkbedrijf of het niet tijdig laten verlengen van die
                            registratie;3.</al><al>Tweede categorie:</al><lijst><li nr="a."><al>het in de periode voorafgaand aan de bijstandsverlening en/of de
                                    periode gedurende de bijstandsverlening niet naar vermogen
                                    trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen;</al></li><li nr="b."><al>het niet verschijnen op een oproep of het niet of in onvoldoende
                                    mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot
                                    arbeidsinschakeling.</al></li><li nr="c."><al>gedragingen die de inschakeling in de arbeid belemmeren;</al></li><li nr="d."><al>het in onvoldoende mate gebruik maken van een door het college
                                    aangeboden voor-ziening gericht op arbeidsinschakeling als
                                    bedoeld in artikel 9 eerste lid onderdeel b en artikel 10 eerste
                                    lid van de wet, waaronder begrepen sociale activering. </al><al>Derde categorie:</al><lijst><li nr="a."><al>het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid,
                                            waaronder tevens wordt begrepen het niet meewerken aan
                                            bemiddeling naar een concrete dienstbetrekking;</al></li><li nr="b."><al>het door eigen toedoen niet behouden van algemeen
                                            geaccepteerde arbeid;</al></li><li nr="c."><al>het door eigen toedoen niet gebruik maken van een door
                                            het college aangeboden voorziening gericht op
                                            arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 9 eerste lid
                                            onderdeel b en artikel 10 eerste lid van de wet,
                                            waaronder begrepen sociale activering.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Indien belanghebbende blijk heeft gegeven van verwijtbaar gedrag
                                dat niet nader is geregeld in deze verordening, wordt met
                                inachtneming van artikel 18 van de wet een maatregel opge-legd die
                                wordt afgestemd op de individuele situatie.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd artikel 2, tweede lid, van deze verordening wordt de
                                maatregel vastgesteld</al><al>op:</al><lijst><li nr="a."><al> € 50,00 gedurende 1 maand bij gedragingen van de eerste
                                        categorie;</al></li><li nr="b."><al>€ 200,00 gedurende 1 maand bij gedragingen van de tweede
                                        categorie;</al></li><li nr="c."><al>de gehele van toepassing zijnde bijstandsnorm gedurende 1
                                        maand bij gedragingen van de derde categorie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kan van het opleggen van een
                                maatregel worden afgezien en worden volstaan met het geven van een
                                schriftelijke waarschuwing, tenzij het niet of niet behoorlijk
                                nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van een
                                jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder een schriftelijke
                                waarschuwing is gegeven</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders passen periodiek de hoogte van de
                                maatregelen, genoemd in deze verordening, met uitzondering van de
                                maatregelen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder c, artikel
                                10, derde lid, en artikel 11 van deze verordening, aan aan de hand
                                van de prijsindexcijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek
                                (CBS). De bedragen na indexering worden afgerond op een veelvoud van
                                € 5. Het afdelingshoofd Samenleving is hiervoor gemandateerd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Niet tijdig verstrekken van gegevens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als een belanghebbende de verplichting op grond van artikel 17 van
                                de wet met inbegrip van de verplichtingen die in de beschikking tot
                                toekenning of voortzetting van de bijstand zijn opgenomen, niet is
                                nagekomen door informatie die van belang is voor de verlening van
                                bijstand of de voortzetting daarvan niet binnen de door het college
                                daartoe gestelde termijn te verstrekken, wordt met toepassing van
                                artikel 54 van de wet en onverminderd artikel 2, tweede lid, van
                                deze verordening, een maatregel opgelegd van € 100,00 gedu-rende één
                                maand.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van het opleggen van een maatregel als bedoeld in het eerste lid kan
                                worden afgezien en worden volstaan met een schriftelijke
                                waarschuwing ter zake het niet binnen de daartoe gestelde termijn
                                verstrekken van informatie, tenzij het niet tijdig verstrekken van
                                inlichtingen plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen
                                vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een schriftelijke
                                waarschuwing is gegeven met toepassing van het bepaalde in dit
                                artikellid of het bepaalde in artikel 9, vierde lid, van deze
                                verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht
                                bedoeld in artikel 17 van de wet met inbegrip van de verplichtingen
                                die in de beschikking tot toekenning of voortzetting van de bijstand
                                zijn opgenomen, heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog
                                bedrag verlenen van bijstand, wordt de maatregel afgestemd op de
                                hoogte van het benadelingsbedrag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd artikel 2, tweede lid, van deze verordening wordt de
                                maatregel op de volgende wijze vastgesteld:</al><lijst><li nr="a."><al> bij een benadelingsbedrag tot € 1.000,=: een maatregel van
                                        € 100,00;</al></li><li nr="b."><al>bij een benadelingsbedrag van € 1.000,= tot € 2.000,=: een
                                        maatregel van € 200,00;</al></li><li nr="c."><al> bij een benadelingsbedrag van € 2.000,= tot € 4.000,=: een
                                        maatregel van € 400,00;</al></li></lijst><al>bij een benadelingsbedrag van € 4.000,= of hoger: een maatregel van
                                € 1000,00. Is de maatregel van € 1000,00 genoemd onder d hoger dan
                                de van toepassing zijnde bijstandsnorm per maand, dan wordt de
                                maatregel beperkt tot de van toepassing zijnde bijstandnorm
                                gedurende één maand. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de
                                inlichtingenplicht op grond van het eerste lid niet heeft geleid tot
                                het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van bijstand
                                bedraagt de maatregel € 100,00 gedurende een maand.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Van het opleggen van een maatregel als bedoeld in het derde lid kan
                                worden afgezien en worden volstaan met een schriftelijke
                                waarschuwing, tenzij het niet of niet behoorlijk na-komen van de
                                inlichtingenplicht plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te
                                rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een
                                schriftelijke waarschuwing is gegeven met toepassing van het
                                bepaalde in dit artikellid of het bepaalde in artikel 8, tweede lid,
                                van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien de maatregel als bedoeld in dit artikel als gevolg van
                                beëindiging van de bijstand niet kan worden opgelegd op de wijze
                                zoals vermeld in artikel 5, eerste lid, van deze verordening kan het
                                besluit tot toekenning van bijstand op grond van artikel 54 derde
                                lid van de wet worden herzien. Bij de herziening wordt rekening
                                gehouden met het bedrag van de maatregel, alsmede met de
                                terugvordering van de daardoor teveel of ten onrechte verstrekte
                                bijstand. De herziening kan niet worden toegepast over een ander
                                tijdvak dan waarop de verwijtbare gedraging betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien de situatie als genoemd in het vijfde lid ertoe leidt dat
                                geen maatregel mogelijk is, omdat de verstrekte bijstand volledig
                                moet worden teruggevorderd, wordt geen maatregel opgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien belanghebbende een tekortschietend besef van
                                verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft
                                betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet wordt een
                                maatregel opgelegd die wordt afgestemd op de periode dat de
                                belangheb-bende als gevolg van zijn of haar gedraging eerder of
                                langer recht heeft op bijstand.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd artikel 2, tweede lid, van deze verordening wordt de
                                maatregel op de volgende wijze vastgesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>bij een periode van 3 maanden of korter: € 100,00 gedurende
                                        een maand;</al></li><li nr="b."><al> bij een periode van 3 tot 6 maanden: € 100,00 gedurende 3
                                        maanden;</al></li><li nr="c."><al> bij een periode van 6 maanden of langer: € 100,00 gedurende
                                        6 maanden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al> Indien de belanghebbende anderszins blijk heeft gegeven van een
                                tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening
                                in het bestaan en belanghebbende ver-zoekt als gevolg van deze
                                gedraging bijzondere bijstand wordt een maatregel opgelegd van de
                                gehele van toepassing zijnde bijstandsnorm gedurende 1 maand.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Zeer ernstige misdragingen</titel></kop><al>Indien een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover het
                            college of zijn ambte-naren, onder omstandigheden die rechtstreeks
                            verband houden met de uitvoering van de wet, als bedoeld in artikel 18,
                            tweede lid van de wet, wordt onverminderd artikel 2, tweede lid, van
                            deze verordening een maatregel opgelegd van de gehele van toepassing
                            zijnde bijstandsnorm gedurende een maand.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere verplichtingen</titel></kop><al>Indien aan belanghebbende een of meerdere verplichtingen als bedoeld in
                            artikel 55 van de wet zijn opgelegd en deze niet in voldoende mate
                            worden nagekomen, wordt onverminderd artikel 2, tweede lid, van deze
                            verordening een maatregel opgelegd van € 200,00 gedurende een
                            maand.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Overige gedragingen</titel></kop><al>Indien belanghebbende blijk heeft gegeven van verwijtbaar gedrag dat
                            niet nader is geregeld in deze verordening, wordt met inachtneming van
                            artikel 18 van de wet een maatregel opge-legd die wordt afgestemd op de
                            individuele situatie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Samenloop, recidive en herhaalde recidive</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Samenloop van gedragingen</titel></kop><al>Als een belanghebbende zich gelijktijdig schuldig maakt aan
                            verschillende gedragingen die het niet nakomen van een verplichting als
                            genoemd in artikel 2, eerste lid, inhouden, wordt voor het bepalen van
                            de hoogte van de maatregel uitgegaan van cumulatie van de genoem-de
                            bedragen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Recidive en herhaalde recidive bij niet of
                                onvoldoende medewerking verlenen aan het verkrijgen of behouden van
                                algemeen geaccepteerde arbeid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoogte van de maatregel als bedoeld in artikel 7 van deze
                                verordening wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen
                                twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij met
                                toepassing van het bepaalde in artikel 6 en 7 van deze verordening
                                een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een
                                verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere categorie als bedoeld
                                in artikel 6 van deze verordening. Met een besluit waarmee een
                                maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af
                                te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 4, tweede
                                lid, van deze verordening. Als een besluit in bezwaar of beroep
                                wordt herzien is het laatste in bezwaar of beroep genomen besluit
                                bepalend voor de recidive.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking
                                van het besluit waarbij de maatregel met toepassing van het eerste
                                lid van dit artikel in hoogte is verdub-beld opnieuw schuldig maakt
                                aan een verwijtbare gedraging van dezelfde categorie als bedoeld in
                                artikel 6 van deze verordening, wordt de hoogte van de bij het
                                laatste besluit opgelegde maatregel opnieuw verdubbeld. Dit totdat
                                de hoogte van de te verdubbelen maatregel gelijk is aan of (in
                                theorie) hoger is dan de bijstandsnorm.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking
                                van het besluit waarbij de maatregel met toepassing van het eerste
                                lid van dit artikel in hoogte is verdub-beld opnieuw schuldig maakt
                                aan een verwijtbare gedraging van hogere categorie als bedoeld in
                                artikel 6 van deze verordening, wordt de maatregel, die op grond van
                                de arti-kelen 6 en 7 van deze verordening is aangewezen op grond van
                                die gedraging, in hoogte verdubbeld. Indien sprake is van een
                                verwijtbare gedraging van de derde categorie, wordt de maatregel van
                                de gehele van toepassing zijnde bijstandsnorm gedurende een maand
                                die op grond van de artikelen 6 en 7 van deze verordening is
                                aangewezen op grond van die gedraging, in duur verdubbeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als door toepassing van het bepaalde in artikel 7 van deze
                                verordening een maatregel van de gehele van toepassing zijnde
                                bijstandsnorm is opgelegd, wordt de duur van de maatregel steeds met
                                één maand verhoogd, als de belanghebbende zich binnen twaalf maanden
                                na bekendmaking van een besluit waarbij een zodanige maatregel is
                                opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van
                                dezelfde of hogere categorie als bedoeld in artikel 6 van deze
                                verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Recidive en herhaalde recidive bij niet tijdig verstrekken van
                                gegevens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoogte van de maatregel als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van
                                deze verordening wordt verdubbeld, als de belanghebbende zich binnen
                                twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij met
                                toepassing van het bepaalde in artikel 8, eerste lid, van deze
                                verordening een maatregel is opgelegd opnieuw schuldig maakt aan een
                                verwijtbare gedraging als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van deze
                                verordening. Met een besluit waarmee een maatregel is toegepast
                                wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van
                                dringende redenen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van deze
                                verordening. Als een besluit in bezwaar of beroep wordt herzien is
                                het laatste in bezwaar of beroep genomen besluit bepalend voor de
                                recidive.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking
                                van het besluit waarbij de maatregel met toepassing van het eerste
                                lid van dit artikel in hoogte is verdub-beld opnieuw schuldig maakt
                                aan een verwijtbare gedraging als bedoeld in artikel 8, eerste lid,
                                van deze verordening wordt de hoogte van de bij het laatste besluit
                                opgelegde maatregel opnieuw verdubbeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Recidive en herhaalde recidive bij verstrekken van onjuiste of
                                onvolledige inlichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoogte van de maatregel als bedoeld in artikel 9, tweede en derde
                                lid wordt verdub-beld, als de belanghebbende binnen twaalf maanden
                                na bekendmaking van een besluit waarbij een met toepassing van
                                artikel 9 van deze verordening maatregel is opgelegd, opnieuw zijn
                                inlichtingenplicht niet of niet behoorlijk nakomt. Als een besluit
                                in bezwaar of beroep wordt herzien is het laatste in bezwaar of
                                beroep genomen besluit bepalend voor de recidive.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belanghebbende binnen twaalf maanden na bekendmaking van
                                het besluit waarbij de maatregel met toepassing van het eerste lid
                                van dit artikel in hoogte is verdub-beld opnieuw zijn
                                inlichtingenplicht niet of niet behoorlijk nakomt, wordt de hoogte
                                van de bij het laatste besluit opgelegde maatregel opnieuw
                                verdubbeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Recidive en herhaalde recidive bij zeer ernstige
                                misdragingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking
                                van het besluit waarbij met toepassing van artikel 11 van deze
                                verordening een maatregel is opgelegd opnieuw zeer ernstig misdraagt
                                als bedoeld in artikel 11 van deze verordening wordt de maatregel
                                van de gehele van toepassing zijnde bijstandsnorm in duur
                                verdubbeld. Als een besluit in bezwaar of beroep wordt herzien is
                                het laatste in bezwaar of beroep genomen besluit bepalend voor de
                                recidive.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking
                                van het besluit waarbij de maatregel met toepassing van het eerste
                                lid van dit artikel in hoogte is verdub-beld opnieuw zeer ernstig
                                misdraagt als bedoeld in artikel 11 van deze verordening, wordt de
                                duur van de bij het laatste besluit opgelegde maatregel opnieuw
                                verdubbeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Recidive en herhaalde recidive bij onvoldoende nakomen nadere
                                verplichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoogte van de maatregel als bedoeld in artikel 12 van deze
                                verordening wordt ver-dubbeld, als de belanghebbende binnen twaalf
                                maanden na bekendmaking van een besluit waarbij met toepassing van
                                het bepaalde in artikel 12 van deze verordening een maatregel is
                                opgelegd, de op grond van artikel 55 van de wet opgelegde
                                verplichtingen opnieuw in onvoldoende mate nakomt. Als een besluit
                                in bezwaar of beroep wordt herzien is het laatste in bezwaar of
                                beroep genomen besluit bepalend voor de recidive.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking
                                van het besluit waarbij de maatregel met toepassing van het eerste
                                lid van dit artikel in hoogte is verdub-beld opnieuw schuldig maakt
                                aan dezelfde als verwijtbaar aan te merken gedraging als bedoeld in
                                artikel 12 van deze verordening wordt de hoogte van de bij het
                                laatste besluit opgelegde maatregel opnieuw verdubbeld.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Handhavingsbeleid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gelet op het bepaalde in artikel 8a van de wet biedt het college
                                jaarlijks aan de raad een handhavingsplan aan met daarin het te
                                voeren beleid op het gebied van handhaving, bestrijding van misbruik
                                en oneigenlijk gebruik van de Wet werk en bijstand en de te
                                verwachten resultaten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als onderdeel van het verplichte verantwoordingsverslag over de
                                uitvoering van de wet, rapporteert het college jaarlijks aan de raad
                                of de gestelde doelstellingen zijn gereali-seerd en welke
                                middeleninzet daartoe is gedaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het college is bevoegd om nadere regels te stellen met betrekking tot de
                            uitvoering van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders is belast met de uitvoering
                            van deze verorde-ning. In gevallen waarin deze verordening niet
                            voorziet, beslist het college van burgemeester en wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie onder
                            gelijktijdige intrekking van de Maatregelen- en handhavingsverordening
                            Wet werk en bijstand 2006. Deze verordening is van toepassing op
                            gedragingen die plaatsvinden na de dag van publicatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Maatregelen- en
                            handhavingsverordening Wet werk en bijstand 2010 gemeente
                            Etten-Leur.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering</ondertekening><ondertekening>Van</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd.</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>drs. W.C.M. Voeten. Mw. H. van Rijnbach-de Groot.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>