<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR61746_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Maatregelen- en handhavingsverordening Wet investeren in jongeren 2010 gemeente Etten-Leur</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Etten-Leur</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Etten-Leur</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Etten-Leurse Bode, 11-01-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Maatregelen- en handhavingsverordening Wet investeren in jongeren 2010 gemeente Etten-Leur</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=147, lid 1">Gemeentewet, art. 147, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0026054&amp;artikel=12, lid 1">Wet investeren in jongeren, art. 12, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0026054&amp;artikel=41, lid 1">Wet investeren in jongeren, art. 41, lid 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-12-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-11</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>SL/Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Maatschappelijke zorg</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Maatregelen- en handhavingsverordening Wet investeren in jongeren 2010 gemeente
            Etten-Leur</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Etten-Leur;</al><al/><al>Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 10 november 2009,
                        met overneming van de daarin vermelde motieven; </al><al/><al>Gelet op artikel 147, eerste lid, van de Gemeentewet en de artikelen 12,
                        eerste lid, onderdeel b en onderdeel c, en 41, eerste lid, van de Wet
                        investeren in jongeren;</al><al/><al>B E S L U I T :</al><al/><al>Vast te stellen:</al><al/><al>De volgende Maatregelen- en handhavingsverordening Wet investeren in
                        jongeren 2010 gemeente Etten-Leur.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>wet: de Wet investeren in jongeren (WIJ);</al></li><li nr="b."><al>WIJ-norm: de op grond van hoofdstuk 4 van de wet op de jongere
                                    van toepassing zijnde norm, vermeerderd of verminderd met de op
                                    grond van dat hoofdstuk door het college vastgestelde verhoging
                                    of verlaging; </al></li><li nr="c."><al>maatregel: de verlaging van de inkomensvoorziening op grond van
                                    artikel 41, eerste lid WIJ;</al></li><li nr="d."><al>benadelingsbedrag: het bruto bedrag dat als gevolg van het niet
                                    of niet behoorlijk nakomen van een inlichtingenverplichting ten
                                    nrechte is verleend als inkomensvoorziening op grond van de
                                    wet;</al></li><li nr="e."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Etten-Leur.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Het opleggen van een maatregel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd artikel 42 van de wet, verlaagt het college,
                                overeenkomstig deze verordening, het bedrag van de aan de jongere
                                toegekende inkomensvoorziening, indien de jongere naar het oordeel
                                van het college de op hem rustende verplichtingen, bedoeld in
                                hoofdstuk 5 van de wet, of de uit artikel 30c, tweede lid of derde
                                lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
                                voortvloeiende verplichtingen, niet of onvoldoende nakomt, dan wel
                                zich jegens het college zeer ernstig misdraagt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate
                                van verwijtbaarheid en de omstandigheden van de jongere en kan
                                daarom afwijken van de in deze verordening genormeerde
                                maatregelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Berekeningsgrondslag</titel></kop><al>De maatregel wordt toegepast op de voor de jongere van toepassing zijnde
                            WIJ-norm. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Het besluit tot opleggen van een maatregel</titel></kop><al>In het besluit tot opleggen van een maatregel worden in ieder geval
                            vermeld: de reden van de maatregel, de duur van de maatregel, het bedrag
                            waarmee de inkomensvoorziening wordt verlaagd en, indien van toepassing,
                            de reden om af te wijken van een standaardmaatregel. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Afzien van het opleggen van een maatregel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd artikel 41, tweede lid, van de wet, ziet het college af
                                van het opleggen van een maatregel indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de gedraging meer dan één jaar vóór constatering van die
                                        gedraging door het college heeft plaatsgevonden, tenzij de
                                        gedraging een schending van de inlichtingenplicht inhoudt en
                                        als gevolg van die gedraging ten onrechte
                                        inkomensvoorziening is verleend. Een maatregel wegens
                                        schending van de inlichtingenplicht wordt niet opgelegd na
                                        verloop van vijf jaren nadat de betreffende gedraging heeft
                                        plaatsgevonden;</al></li><li nr="b."><al>het college dringende redenen aanwezig acht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het college afziet van het opleggen van een maatregel op
                                grond van dringende redenen, wordt de jongere daarvan schriftelijk
                                mededeling gedaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Ingangsdatum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De maatregel wordt opgelegd met ingang van de dag volgend op de
                                datum waarop het besluit tot het opleggen van de maatregel aan de
                                jongere is bekendgemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van de op dat
                                tijdstip voor de jongere geldende WIJ-norm.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kan de maatregel met terugwerkende
                                kracht worden opgelegd, als de inkomensvoorziening over een periode
                                in het verleden nog niet is uitbetaald, dan wel het opleggen van een
                                maatregel in de toekomst niet of niet geheel mogelijk is wegens
                                beëindiging van de inkomensvoorziening. Oplegging van een maatregel
                                met terugwerkende kracht is slechts mogelijk voorzover de
                                ingangsdatum daardoor niet voor de datum van de gesanctioneerde
                                gedraging komt te liggen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>GEDRAGINGEN DIE LEIDEN TOT EEN MAATREGEL</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Niet nakomen van de verplichtingen bedoeld in artikel 45 van de
                                wet</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij een gedraging inhoudende schending van een verplichting als
                                bedoeld in artikel 45 van de wet wordt de maatregel vastgesteld op
                                20 procent van de WIJ-norm. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De duur van de maatregel wordt vastgesteld op een maand.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kan van het opleggen van een
                                maatregel worden afgezien en worden volstaan met het geven van een
                                schriftelijke waarschuwing, tenzij het niet of niet behoorlijk
                                nakomen van de verplichting als bedoeld in artikel 45 van de wet
                                plaatsvindt binnen een periode van een jaar te rekenen vanaf de
                                datum waarop eerder aan de jongere een schriftelijke waarschuwing is
                                gegeven. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Schending inlichtingenplicht zonder benadeling gemeente</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het niet, niet tijdig of niet behoorlijk nakomen van de
                                inlichtingenplicht, bedoeld in artikel 44, eerste lid, van de wet,
                                niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag
                                verlenen van de inkomensvoorziening, wordt een maatregel opgelegd
                                van 5 procent van de WIJ-norm,</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De duur van de maatregel bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld
                                op een maand.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kan van het opleggen van een
                                maatregel worden afgezien en worden volstaan met het geven van een
                                schriftelijke waarschuwing, tenzij het niet of niet behoorlijk
                                nakomen van de inlichtingenplicht, bedoeld in artikel 44, eerste
                                lid, van de wet, plaatsvindt binnen een periode van een jaar te
                                rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de jongere een
                                schriftelijke waarschuwing is gegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Schending inlichtingenplicht met benadeling gemeente</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de
                                inlichtingenplicht, bedoeld in artikel 44, eerste lid, van de wet
                                heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen
                                van de inkomensvoorziening, wordt de maatregel afgestemd op de
                                hoogte van het benadelingsbedrag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De maatregel bedoeld in het eerste lid wordt op de volgende wijze
                                vastgesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>bij een benadelingsbedrag tot € 1000,-: 10 % van de
                                        Wij-norm;</al></li><li nr="b."><al>bij een benadelingsbedrag van € 1000,- tot € 2000,-: 20% van
                                        de Wij-norm;</al></li><li nr="c."><al>bij een benadelingsbedrag van € 2000,- tot € 4000,-: 40% van
                                        de Wij-norm;</al></li><li nr="d."><al>bij een benadelingsbedrag van € 4000,- of meer: 100% van de
                                        Wij-norm.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De duur van de maatregel, bedoeld in het eerste lid, wordt
                                vastgesteld op een maand.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de maatregel als gevolg van beëindiging van de
                                inkomensvoorziening niet kan worden opgelegd op de wijze als bedoeld
                                in artikel 6, eerste lid, van deze verordening wordt het besluit tot
                                vaststelling van de inkomensvoorziening op grond van artikel 40,
                                derde lid, van de wet herzien. Bij de herziening wordt rekening
                                gehouden met het bedrag van de maatregel, alsmede met de
                                terugvordering van de daardoor teveel of ten onrechte verstrekte
                                inkomensvoorziening. De herziening kan niet worden toegepast over
                                een ander tijdvak dan waarop de verwijtbare gedraging betrekking
                                heeft.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien de situatie als genoemd in het vierde lid ertoe leidt dat
                                geen maatregel mogelijk is, omdat de verstrekte inkomensvoorziening
                                volledig moet worden teruggevorderd, wordt geen maatregel
                                opgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Zeer ernstige misdragingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de jongere zich tegenover het college of zijn ambtenaren zeer
                                ernstig misdraagt als bedoeld in artikel 41, eerste lid van de wet,
                                wordt een maatregel opgelegd van 100% van de WIJ-norm.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De duur van de maatregel, bedoeld in het eerste lid, wordt
                                vastgesteld op een maand.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>SAMENLOOP, RECIDIVE EN HERHAALDE RECIDIVE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Samenloop</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien sprake is van een gedraging die schending oplevert van
                                meerdere in de wet genoemde verplichtingen, wordt één maatregel
                                opgelegd. Indien voor schending van die verplichtingen maatregelen
                                van verschillende hoogten gelden, wordt de hoogste maatregel
                                opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien sprake is van meerdere gedragingen die schending opleveren
                                van één of meerdere in de wet genoemde verplichtingen, wordt voor
                                iedere gedraging een afzonderlijke maatregel opgelegd. Deze
                                maatregelen worden gelijktijdig opgelegd, tenzij dit gelet op
                                artikel 2, tweede lid, van deze verordening niet verantwoord
                                is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Opnieuw niet nakomen van de verplichtingen bedoeld in artikel 45
                                van de wet</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 7, eerste lid, van deze
                                verordening kan de hoogte van de maatregel worden verdubbeld, indien
                                de jongere binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit
                                waarbij een maatregel is opgelegd met toepassing van artikel 7 van
                                deze verordening, opnieuw één van de verplichtingen bedoeld in
                                artikel 45 van de wet schendt. Met een besluit waarbij een maatregel
                                is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op
                                grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 5, tweede lid. Als
                                een besluit in bezwaar of beroep wordt herzien is het laatste in
                                bezwaar of beroep genomen besluit bepalend voor de recidive.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de jongere binnen twaalf maanden na bekendmaking van het
                                besluit waarbij de maatregel met toepassing van het eerste lid van
                                dit artikel in hoogte is verdubbeld, opnieuw één van de
                                verplichtingen bedoeld in artikel 45 van de wet schendt, wordt de
                                hoogte van de bij het laatste besluit opgelegde maatregel opnieuw
                                verdubbeld. Dit totdat de hoogte van de te verdubbelen maatregel
                                gelijk is aan of (in theorie) hoger is dan de Wij-norm.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Opnieuw schenden van de inlichtingenplicht zonder benadeling
                                gemeente</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 8, eerste lid, van deze
                                verordening kan de hoogte van de maatregel worden verdubbeld, indien
                                de jongere zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een
                                besluit waarbij met toepassing van artikel 8 van deze verordening
                                een maatregel is opgelegd opnieuw schuldig maakt aan dezelfde als
                                verwijtbare aan te merken gedraging als bedoeld in artikel 8, eerste
                                lid, van deze verordening. Met een besluit waarbij een maatregel is
                                opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op
                                grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 5, tweede lid. Als
                                een besluit in bezwaar of beroep wordt herzien is het laatste in
                                bezwaar of beroep genomen besluit bepalend voor de recidive.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de jongere zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van het
                                besluit waarbij de maatregel met toepassing van het eerste lid van
                                dit artikel in hoogte is verdubbeld, opnieuw schuldig maakt aan
                                dezelfde als verwijtbaar aan te merken gedraging als bedoeld in
                                artikel 8, eerste lid, van deze verordening, wordt de hoogte van de
                                bij het laatste besluit opgelegde maatregel opnieuw verdubbeld. Dit
                                totdat de hoogte van de te verdubbelen maatregel gelijk is aan of
                                (in theorie) hoger is dan de Wij-norm.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Opnieuw schenden van de inlichtingenplicht met benadeling van de
                                gemeente</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De duur van de maatregel als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van
                                deze verordening wordt verdubbeld, indien de jongere zich binnen
                                twaalf maanden na bekendmaking van het besluit waarbij met
                                toepassing van het bepaalde in artikel 9, eerste, tweede en derde
                                lid, van deze verordening een maatregel is opgelegd, opnieuw de
                                inlichtingenplicht als bedoeld in artikel 44, eerste lid van de wet
                                niet of niet behoorlijk nakomt. Als een besluit in bezwaar of beroep
                                wordt herzien, is het laatste in bezwaar of beroep genomen besluit
                                bepalend voor de recidive.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de jongere binnen twaalf maanden na bekendmaking van het
                                besluit waarbij de maatregel met toepassing van het eerste lid van
                                dit artikel in duur is verdubbeld, opnieuw de inlichtingenplicht als
                                bedoeld in artikel 44, eerste lid, van de wet niet of niet
                                behoorlijk nakomt, wordt de duur van de bij het laatste besluit
                                opgelegde maatregel opnieuw verdubbeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de maatregel als gevolg van beëindiging van de
                                inkomensvoorziening niet kan worden opgelegd op de wijze als bedoeld
                                in artikel 6, eerste lid, van deze verordening wordt het besluit tot
                                vaststelling van de inkomensvoorziening op grond van artikel 40,
                                derde lid, van de wet herzien. Bij de herziening wordt rekening
                                gehouden met het bedrag van de maatregel, alsmede met de
                                terugvordering van de daardoor teveel of ten onrechte verstrekte
                                inkomensvoorziening. De herziening kan niet worden toegepast over
                                een ander tijdvak dan waarop de verwijtbare gedraging betrekking
                                heeft. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Opnieuw ernstig misdragen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de jongere zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van het
                                besluit waarbij met toepassing van artikel 10 van deze verordening
                                een maatregel is opgelegd opnieuw zeer ernstig misdraagt als bedoeld
                                in artikel 41, eerste lid, van de wet wordt de maatregel - in
                                afwijking van het bepaalde in artikel 10, tweede lid, van deze
                                verordening – in duur verdubbeld. Als een besluit in bezwaar of
                                beroep wordt herzien, is het laatste in bezwaar of beroep genomen
                                besluit bepalend voor de recidive.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de jongere zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van het
                                besluit waarbij de maatregel met toepassing van het eerste lid van
                                dit artikel in duur is verdubbeld opnieuw zeer ernstig misdraagt als
                                bedoeld in artikel 41, eerste lid, van de wet wordt de duur van de
                                bij het laatste besluit opgelegde maatregel opnieuw verdubbeld.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK 4. SLOTBEPALINGEN</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Handhavingsbeleid</titel></kop><al>Gelet op het bepaalde in artikel 12, onderdeel c, van de wet biedt het
                            college jaarlijks aan de raad een handhavingsplan aan met het daarin te
                            voeren beleid op het gebied van handhaving, bestrijding van misbruik en
                            oneigenlijk gebruik van de Wet investeren in jongeren en de te
                            verwachten resultaten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het college is bevoegd om nadere regels te stellen met betrekking tot de
                            uitvoering van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders is belast met de uitvoering
                            van deze verordening. In gevallen waarin deze verordening niet voorziet,
                            beslist het college van burgemeester en wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie. Deze
                            verordening is van toepassing op gedragingen die plaatsvinden na de dag
                            van publicatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: de Maatregelen- en
                            handhavingsverordening Wet investeren in jongeren 2010 Gemeente
                            Etten-Leur.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering</ondertekening><ondertekening>Van</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd.</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>drs. W.C.M. Voeten. Mw. H. van Rijnbach-de Groot.</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>