<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR61672_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Bomenverordening gemeente Loppersum</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Loppersum</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Loppersum</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Ommelander Courant; 08-01-2001</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Bomenverordening gemeente Loppersum</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art.147 lid1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet; artikel 148</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2000-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2001-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-07-19</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>BOMENVERORDENING GEMEENTE LOPPERSUM</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>Vastgesteld 18 december 2000</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 7 december
                        2000;</al><al/><al>overwegende dat het wenselijk is voorschriften vast te stellen voor het
                        bewaren en beschermen van houtopstanden in het belang van natuur en milieu,
                        landschap, cultuurhistorie, stads- en dorpsschoon, recreatie en
                        leefbaarheid;</al><al/><al>gelet op het bepaalde in artikel 15 van de Boswet, artikel 149 van de
                        Gemeentewet en de Algemene Wet Bestuursrecht</al><al/><al><vet>b e s l u i t:</vet></al><al/><al>vast te stellen de</al><al><vet>“BOMENVERORDENING GEMEENTE LOPPERSUM”</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/><nr>1.</nr><titel>HOUTOPSTANDEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>boom: </cursief>een houtachtig, overblijvend gewas
                                        met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 10
                                        centimeter op 1,30 meter hoogte boven het maaiveld. In geval
                                        van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste
                                        stam. In het kader van een herplant- of instandhoudingplicht
                                        kunnen voorschriften gesteld en maatregelen genomen worden
                                        voor bomen kleiner dan 10 centimeter dwarsdoorsnede op 1,30
                                        meter boven het maaiveld. Ook een dode boom valt onder het
                                        begrip boom;</al></li><li nr="b."><al><cursief>houtopstand: </cursief>één of meer bomen, hakhout,
                                        een houtwal, een grotere (lint-) begroeiing van heesters en
                                        struiken, een beplanting van bosplantsoen;</al></li><li nr="c."><al><cursief>hakhout: </cursief>één of meer bomen of
                                        boomvormers, die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk
                                        uitlopen;</al></li><li nr="d."><al><cursief>knotten/kandelaberen: </cursief>het tot op de oude
                                        snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij
                                        knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek
                                        noodzakelijk onderhoud;</al></li><li nr="e."><al><cursief>bebouwde kom: </cursief>de bebouwde kom van de
                                        gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van
                                        de Boswet;</al></li><li nr="f."><al><cursief>boomwaarde: </cursief>het bedrag dat wordt gevonden
                                        door het product van de volgende factoren:</al><lijst><li nr="-"><al>de geïndexeerde eenheidsprijs per cm2
                                                stamoppervlakte per soortklasse;</al></li><li nr="-"><al>de stamoppervlakte in cm2 van de dwarsdoorsnede op
                                                1,30 meter boven het maaiveld;</al></li><li nr="-"><al>de stand plaatsfactor;</al></li><li nr="-"><al>de plantwijzefactor;</al></li><li nr="-"><al>de afschrijvingsfactor;</al></li><li nr="-"><al>de onderhoudsindicatie;</al></li><li nr="-"><al>de conditie- / levensverwachtingswaarde;</al></li><li nr="-"><al>de herplantindicatie.</al></li></lijst></li><li nr="g."><al><cursief>burgemeester en wethouders: </cursief>het college
                                        van burgemeester en wethouders van de gemeente
                                        Loppersum.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan
                                                rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het
                                                verrichten van handelingen, zowel boven- als
                                                ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of
                                                ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen
                                                hebben.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:</nr><titel>Kapverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders
                            houtopstand te vellen of te doen vellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor houtopstanden
                            buiten de bebouwde kom in de zin van de Boswet, indien het betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>populieren en wilgen als wegbeplantingen en éénrijige
                                    beplantingen op of langs landbouwgronden, tenzij deze zijn
                                    geknot;</al></li><li nr="b."><al>fruitbomen en windschermen om boomgaarden;</al></li><li nr="c."><al>fijnsparren of andere coniferen, niet ouder dan twaalf jaar,
                                    bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in
                                    het bijzonder bestemde terreinen;</al></li><li nr="d."><al>kweekgoed;</al></li><li nr="e."><al>houtopstand, die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap
                                    geregistreerde bosbouwondernemingen en niet gelegen is binnen
                                    een bebouwde kom tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid
                                    vormt en, ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are,
                                    ofwel in geval van rijbeplanting, gerekend over het totale
                                    aantal rijen, niet meer bomen omvat dan 20.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gesteld verbod geldt verder niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>houtopstand die moet worden geveld krachtens de
                                    Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving of last van
                                    Burgemeester en Wethouders, zulks onverminderd het bepaalde in
                                    de artikelen 9 en 12 van deze verordening;</al></li><li nr="b."><al>het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het
                                    reguliere onderhoud;</al></li><li nr="c."><al>het periodiek knotten of kandelaberen als cultuurmaatregel bij
                                    daarvoor geschikte boomsoorten.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:</nr><titel>Aanvraag vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning moet schriftelijk gemotiveerd onder bijvoeging van een
                            situatieschets, worden aangevraagd door of namens dan wel met
                            schriftelijke toestemming van degene, die krachtens zakelijk recht, of
                            door diegene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid, gerechtigd is
                            over de houtopstand te beschikken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer de teammanager van de Landelijke Service bij Regelingen (LASER)
                            van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij aan
                            Burgemeester en Wethouders een afschrift heeft gezonden van de
                            ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 2 van de Boswet, beschouwen
                            burgemeester en wethouders dit afschrift mede als een
                            vergunningaanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:</nr><titel>Weigering ex lege</titel></kop><al>De vergunning wordt geacht te zijn geweigerd, indien geen beslissing is
                        genomen binnen de wettelijke beslistermijn (acht weken).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning weigeren dan wel onder
                            voorschriften verlenen in het belang van onder meer:</al><lijst><li nr="-"><al>natuur- en milieuwaarden;</al></li><li nr="-"><al>landschappelijke waarden;</al></li><li nr="-"><al>cultuurhistorische waarden;</al></li><li nr="-"><al>waarden van stads- en dorpsschoon;</al></li><li nr="-"><al>waarden voor recreatie en leefbaarheid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen bij het weigeren of onder
                            voorschriften verlenen van een vergunning tevens de boomwaarde als
                            motivering hanteren. Zij verwijzen zoveel mogelijk naar gemeentelijke
                            bestemmings-, groen-, bomen- of landschapsplannen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan toestemming geven tot direct vellen, indien sprake
                            is van grote gevaarzetting of vergelijkbaar spoedeisend belang.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:</nr><titel>Openbaarmaking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning is ingediend, wordt deze direct
                            openbaar gemaakt in een lokaal dag- of nieuwsblad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een vergunning wordt verleend, wordt deze beslissing direct
                            openbaar gemaakt in een lokaal dag- of nieuwsblad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7:</nr><titel>Standaardvoorwaarde van niet-gebruik</titel></kop><al>Een vergunning wordt verleend onder de standaardvoorwaarde van feitelijk
                        niet-gebruik van de vergunning tot het moment van definitief worden van de
                        vergunning, oftewel tot het moment dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de bezwaar- of beroepstermijn voor derden is verstreken zonder dat er
                        bezwaar of beroep is ingediend;</al></li><li nr="b."><al>beslist is op een verzoek om een voorlopige voorziening;</al></li><li nr="c."><al>beslist is op het beroep van derden en geen verzoek tot voorlopige
                                voorziening is gedaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8:</nr><titel>Vervaltermijn vergunning</titel></kop><al>De definitieve vergunning als bedoeld in het vorig artikel vervalt, indien
                        daarvan niet binnen maximaal één jaar na afgifte volledig gebruik is
                        gemaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9:</nr><titel>Bijzondere vergunningvoorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het
                            voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door
                            burgemeester en wethouders te geven aanwijzingen moet worden herplant.
                            Indien het gemeentelijk beleid of een bestemmings-, bomen-, groen-, of
                            landschapsplan de te vellen houtopstand direct of indirect als waardevol
                            omschrijft, wordt, zo veel mogelijk, een herplantplicht opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan kan
                            daarbij tevens worden bepaald op welke wijze en binnen welke termijn
                            niet-geslaagde beplanting moet worden vervangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kunnen behoren
                            aanwijzingen ter bescherming van in en rond de houtopstand voorkomende
                            flora en fauna.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10:</nr><titel>Herplant- / instandhoudingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze
                                verordening van toepassing is, zonder vergunning van burgemeester en
                                wethouders is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan,
                                kunnen burgemeester en wethouders aan de zakelijk gerechtigde van de
                                grond waarop zich de houtopstand bevond, dan wel aan degene die uit
                                andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de
                                verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door hen te
                                geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn.</al></li><li nr="2."><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan
                                kan daarbij tevens worden bepaald op welke wijze en binnen welke
                                termijn na herbeplanting niet-geslaagde beplanting moet worden
                                vervangen.</al></li><li nr="3."><al>Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
                                deze verordening van toepassing is, in het voortbestaan ernstig
                                wordt bedreigd, kunnen burgemeester en wethouders bij nalatigheid of
                                opzet aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de
                                houtopstand bevindt, dan wel aan degenen die uit andere hoofde tot
                                het treffen van voorzieningen bevoegd zijn, de verplichting opleggen
                                om overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door
                                hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die
                                bedreiging wordt weggenomen.</al></li><li nr="4."><al>Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste, tweede of
                                derde lid is opgelegd alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht
                                daaraan te voldoen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11:</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders beslissen op een verzoek om schadevergoeding op
                        grond van artikel 17, juncto artikel 13 vierde lid, van de Boswet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12:</nr><titel>Afstand van de erfgrenslijn</titel></kop><al>De afstand als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek wordt vastgesteld
                        op 0,50 meter voor bomen en op nihil voor heggen en heesters.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13:</nr><titel>Bestrijding van iepziekte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit artikel verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>iepziekte: </cursief>de aantasting van iepen door de
                                    schimmel <cursief>Ophiostoma ulmi </cursief>(Buism.) Nannf.
                                    (syn. <cursief>Ceratocystis ulmi </cursief>(Buism.) C.
                                    Moreau);</al></li><li nr="b."><al><cursief>iepenspintkever: </cursief>het insect, in elk
                                    ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten <cursief>Scolytus
                                        scolytus (F.) </cursief>en <cursief>Scolytus multistratus
                                    </cursief>(Marsch) en <cursief>Scolytus pygmaeus.</cursief></al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien zich op een terrein één of meer iepen bevinden die naar het
                            oordeel van Burgemeester en Wethouders gevaar opleveren van verspreiding
                            van de iepziekte of voor vermeerdering van de iepenspintkevers, is de
                            rechthebbende, indien hij daartoe door Burgemeester en wethouders is
                            aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving vast te stellen
                            termijn:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;</al></li><li nr="b."><al>de iepen te ontbasten en de bast te vernietigen;</al></li><li nr="c."><al>de niet ontbaste iepen of delen daarvan te vernietigen of
                                    zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt
                                    voorkomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>a. het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voorhanden of in
                            voorraad te hebben of te vervoeren;</al><lijst><li nr="b."><al>het verbod is niet van toepassing op geheel ontbast iepenhout en
                                    op iepenhout met een doorsnede kleiner dan 4 centimeter;</al></li><li nr="c."><al>burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het
                                    onder a. van dit lid gestelde verbod.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het niet voldoen aan de in het tweede lid bedoelde aanschrijving biedt
                            een basis voor de toepassing van bestuursdwang, waarbij de noodzakelijke
                            werkzaamheden, voor risico en voor rekening van aangeschrevene, door of
                            namens de gemeente kunnen worden verricht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14:</nr><titel>Verhouding tussen kap- en bouw- of aanlegvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stemmen de procedures betreffende
                            kapvergunning en aanleg-en bouwvergunning in het ontwerpstadium op
                            elkaar af.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kap-, bouw- en aanlegvergunningen worden zoveel mogelijk per project
                            gelijktijdig afgegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een kapvergunning kan worden geweigerd op de enkele grond dat de bouw-
                            of aanlegplannen nog niet definitief zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een kapvergunning kan worden geweigerd, nadat een bouw- of
                            aanlegvergunning is verleend, indien de rechthebbende aanvrager van een
                            kapvergunning niet, of niet tijdig, of niet volledig de aanwezigheid
                            heeft gemeld van een beeldbepalende of anderszins waardevolle
                            houtopstand aan burgemeester en wethouders.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15:</nr><titel>Monumentale bomen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeente bezit een lijst met monumentale bomen en houtopstanden,
                            waarvoor in beginsel geen kapvergunning wordt afgegeven, tenzij sprake
                            is van een ernstige bedreiging van de openbare veiligheid, noodtoestand
                            of andere uitzonderlijke situaties.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid genoemde lijst kan drie categorieën van monumentale
                            bomen en houtopstanden bevatten, namelijk:</al><lijst><li nr="-"><al>nationaal geregistreerde;</al></li><li nr="-"><al>lokale;</al></li><li nr="-"><al>toekomstige.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De regelmatig bijgewerkte lijst met monumentale bomen omvat in ieder
                            geval een voor ieder goed herkenbare omschrijving, de standplaats, het
                            kadastrale perceelsnummer, de eigenaar en / of zakelijk gerechtigde en
                            de reden van registratie van iedere houtopstand.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De gemeente bezit een bijzondere onderhoudsplicht voor de eigen
                            monumentale houtopstand zoals een goed beheerder betaamt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De gemeente verleent aan de standplaatsen van monumentale bomen de
                            bestemming “groeiplaats boom”, onder vermelding van de stam- en
                            kroonprojectie van deze bomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16:</nr><titel>Bescherming bomen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden om houtopstanden, die openbaar eigendom zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>te beschadigen, te bekladden of te beplakken;</al></li><li nr="-"><al>daaraan snoeiwerk te verrichten behoudens door ambtenaren
                                        ter uitoefening van de hun opgedragen boomverzorgende
                                        taak.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het is verboden om één of meer voorwerpen in of aan een openbare
                                houtopstand aan te brengen of anderszins te bevestigen, behoudens
                                vergunning van Burgemeester en Wethouders.</al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>2.</nr><titel>STRAF- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17:</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene aan wie een voorschrift als bedoeld in artikel 5, eerste of
                            tweede lid, of in artikel 9, eerste of tweede lid, is gegeven,
                            onderscheidenlijk een verplichting als bedoeld in artikel 10 is
                            opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is gehouden dienovereenkomstig
                            te handelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hij die handelt in strijd met artikel 2, eerste lid, dan wel een
                            voorschrift onderscheidenlijk een verplichting als bedoeld in het vorige
                            lid niet nakomt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee
                            maanden of geldboete van de tweede categorie. Tevens kan een
                            rechterlijke veroordeling op grond van dit artikel openbaar gemaakt
                            worden. Bij de strafmaatbepaling kan rekening worden gehouden met de
                            boomwaarde.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene, die handelt in strijd met het voorschrift als bedoeld in artikel
                            13, tweede, derde of vierde lid, of in artikel 16, eerste of tweede lid,
                            wordt bestraft met een hechtenis van ten hoogste twee maanden of een
                            boete van de tweede categorie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De op grond van dit artikel ingestelde strafvervolging laat onverlet de
                            mogelijkheid tot het instellen door burgemeester en wethouders van een
                            privaatrechtelijke vordering tot schadevergoeding wegens schade aan
                            bomen of houtopstanden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18:</nr><titel>Opsporing</titel></kop><al>Met de opsporing van de in deze afdeling strafbaar gestelde feiten zijn
                        behalve de ambtenaren, genoemd in artikel 141 van het Wetboek van
                        Strafvordering, belast de daartoe door Burgemeester en Wethouders aangewezen
                        ambtenaren.</al><al>Zo dikwijls de zorg voor de naleving van enig voorschrift van deze
                        verordening dit vereist, wordt hierbij aan hen die met de zorg voor de
                        naleving daarvan zijn belast of daaraan moeten meewerken, de last verstrekt
                        gebouwen, niet zijnde woningen, en terreinen te betreden, desnoods tegen de
                        wil van de rechthebbende.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20:</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>De kapvergunningaanvragen, die zijn ingediend voor de in artikel 21, tweede
                        lid, genoemde datum van inwerkingtreding, vallen onder de regelgeving die
                        van kracht was voorafgaande aan deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21:</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Bomenverordening
                                gemeente Loppersum.</al></li><li nr="2."><al>Zij treedt in werking met ingang van 1 januari 2001. Op datzelfde
                                tijdstip vervalt hoofdstuk 4, afdeling 5, Het bewaren van houtopstanden, van de Algemene Plaatselijke
                        Verordening van de gemeente Loppersum.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Loppersum
                        gehouden op 18 december 2000, nr. 13.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>, voorzitter.</ondertekening><ondertekening>, secretaris.</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>