<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR616349_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2019</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Delfzijl</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Delfzijl</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2018-270182">gmb-2018-270182</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening reinigingsheffingen 2019</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=229&amp;lid=1&amp;g=2018-09-19">artikel 229, eerste lid, van de Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0003245&amp;artikel=15.33&amp;g=2018-07-01">artikel 15.33 van de Wet milieubeheer</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2018-11-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2018-12-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2019</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>Nummer 5i </al><al/><al>De raad van de gemeente Delfzijl;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 13 november 2018;</al><al/><al>gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;</al><al/><al>besluit</al><al/><al>vast te stellen: </al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk I Algemene bepalingen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepaling</titel></kop><al>Krachtens deze verordening worden geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een afvalstoffenheffing;</al></li><li nr="b."><al>reinigingsrechten.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>“gebruik maken” in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin van artikel 15:33 Wet milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>Grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen welke door aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld.</al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel>Hoofdstuk II Afvalstoffenheffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aard van de belasting en belastbaar feit</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. </al></li><li nr="2."><al>De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven terzake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al></li><li nr="2."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht feitelijk gebruik maakt van het perceel;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan: degene die dat gedeelte ten gebruike heeft afgestaan.</al></li></lijst></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel worden geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></li><li nr="2."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven. </al></li><li nr="3."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven.</al></li><li nr="4."><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanslagen moeten worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.</al></li><li nr="2."><al>De belastingschuldige kan machtiging tot automatische incasso verlenen indien het totale bedrag van het gecombineerde aanslagbiljet gemeentelijke belastingen minder dan € 4.000,- bedraagt. Het minimum termijnbedrag bedraagt € 10,-. Ingeval een machtiging tot automatische incasso is verleend, wordt het aantal termijnen bepaald door het totale bedrag van het gecombineerde aanslagbiljet gemeentelijke belastingen te delen door het minimum termijnbedrag, met dien verstande dat het aantal termijnen niet meer dan tien bedraagt. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.</al></li><li nr="3."><al>De in het tweede lid bedoelde machtiging tot automatische incasso wordt geacht niet te zijn verleend indien twee van de tien termijnen niet zijn betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening van de belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen één maand na afschrijving zijn gestorneerd. Alsdan gelden de betaaltermijnen als bedoeld in het eerste lid.</al></li><li nr="4."><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de bovengenoemde termijnen.</al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel>Hoofdstuk III Reinigingsrechten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder de naam "Reinigingsrechten" worden rechten geheven zowel voor het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid bedoelde genot van diensten en het gebruik van bezittingen, werken of inrichtingen bestaat uit het periodiek verwijderen van bedrijfsafval van beperkte omvang of hoeveelheid.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><al>De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel worden geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></li><li nr="2."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven. </al></li><li nr="3."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven.</al></li><li nr="4."><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanslagen moeten worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.</al></li><li nr="2."><al>Ingeval het totaalbedrag van het aanslagbiljet waarop de aanslagen staan vermeld € 4.000,- of meer bedraagt, moet dit bedrag, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, worden betaald op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.</al></li><li nr="3."><al>De belastingschuldige kan machtiging tot automatische incasso verlenen indien het totale bedrag van het gecombineerde aanslagbiljet gemeentelijke belastingen minder dan € 4.000,- bedraagt. Het minimum termijnbedrag bedraagt € 10,-. Ingeval een machtiging tot automatische incasso is verleend, wordt het aantal termijnen bepaald door het totale bedrag van het gecombineerde aanslagbiljet gemeentelijke belastingen te delen door het minimum termijnbedrag, met dien verstande dat het aantal termijnen niet meer dan tien bedraagt. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.</al></li><li nr="4."><al>De in het derde lid bedoelde machtiging tot automatische incasso wordt geacht niet te zijn verleend indien twee van de tien termijnen niet zijn betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening van de belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen één maand na afschrijving zijn gestorneerd. Alsdan gelden de betaaltermijnen als bedoeld in het eerste lid.</al></li><li nr="5."><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de bovengenoemde termijnen.</al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel>Hoofdstuk IV Aanvullende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de reinigingsheffingen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Inwerkingtreding en citeerartikel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2018 van 30 november 2017, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening reinigingsheffingen 2019.</al></li></lijst><al/><al/><al>TARIEVENTABEL</al><al/><al>behorende bij de Verordening reinigingsheffingen 2019.</al><al/><al>Algemeen</al><al>De bedragen genoemd in deze tabel zijn inclusief omzetbelasting indien deze verschuldigd is.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing.</titel></kop><artikel><kop><label/><nr/><titel/></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="31*"/><colspec colname="col2" colwidth="31*"/><colspec colname="col3" colwidth="31*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.0</al></entry><entry colname="col2"><al>De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 132,60</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.1</al><al/></entry><entry colname="col2"><al>De belasting als bedoeld in onderdeel 1.0 wordt: </al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door één persoon vermeerderd met</al></entry><entry colname="col3"><al/><al/><al/><al/><al>€ 72,90</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door twee personen of meer vermeerderd met</al></entry><entry colname="col3"><al/><al/><al/><al/><al>€ 126,95</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>De belasting als bedoeld in onderdeel 1.0 en 1.1 wordt vermeerderd voor het op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, in bruikleen hebben van een extra (=boven hetgeen volgens de gemeentelijke afvalstoffenverordening aan het perceel is verstrekt):</al><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.2.1</al></entry><entry colname="col2"><al>container, bestemd voor groente, fruit- en tuinafval per extra container met</al></entry><entry colname="col3"><al/><al>€ 25,30</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.2.2</al></entry><entry colname="col2"><al>container, bestemd voor de overige huishoudelijke afvalstoffen, per extra container met</al></entry><entry colname="col3"><al/><al/><al>€ 93,40</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.3</al></entry><entry colname="col2"><al>In afwijking van onderdeel 1.1 wordt de belasting als bedoeld in onderdeel 1.0, indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht niet permanent mag worden bewoond, vermeerderd met</al></entry><entry colname="col3"><al/><al/><al/><al/><al/><al>€ 0,00</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Maatstaven en tarieven reinigingsrechten.</titel></kop><artikel><kop><label/><nr/><titel/></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="31*"/><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="31*"/><colspec colnum="3" colname="col3" colwidth="31*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>2.0</al></entry><entry colname="col2"><al>Het recht voor het periodiek verwijderen van bedrijfsafval van beperkte omvang en hoeveelheid bedraagt per belastingjaar per bedrijfspand: </al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.1</al></entry><entry colname="col2"><al>bij een hoeveelheid die overeenkomt met de inhoud van maximaal twee plastic zakken</al></entry><entry colname="col3"><al/><al>€ 243,70</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2</al></entry><entry colname="col2"><al>bij een hoeveelheid die overeenkomt met de inhoud van maximaal vijf plastic zakken</al></entry><entry colname="col3"><al/><al>€ 341,65</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.3</al></entry><entry colname="col2"><al>bij een hoeveelheid die overeenkomt met de inhoud van zes of meer plastic zakken</al></entry><entry colname="col3"><al/><al>€ 511,65</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al>Behoort bij raadsbesluit van 29 november 2018</al><al/><al>griffier.</al><al>(O. Rijkens)</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening><functie/><functie>Delfzijl, 29 november 2018</functie><functie/><functie>De raad voornoemd,</functie><functie/><functie/><functie>voorzitter.</functie><functie>(G. Beukema)</functie><functie/><functie/><functie>griffier.</functie><functie>(O. Rijkens)</functie></ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>