<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR616195_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2019</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Assen</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Assen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2018-269062">gmb-2018-269062</dcterms:isFormatOf><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2018-11-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2019</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Assen;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van    ;</al><al>gelet op art. 228 a Gemeentewet;</al><al/><al>b e s l u i t:</al><al>vast te stellen de volgende:</al><al/><al>VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN RIOOLHEFFING 2019</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><al>a. perceel : een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig    gedeelte daarvan;</al><al>b. gemeentelijke riolering : een voorziening of combinatie van voorzieningen    voor inzameling, verwerking, zuivering of transport    van afvalwater, hemelwater of grondwater, in     eigendom, in beheer of in onderhoud bij de     gemeente;</al><al>c. verbruiksperiode : de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf    betrekking heeft;</al><al>d. water : huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater,     hemelwater, grondwater of oppervlaktewater;</al><al>e. incidentele lozing : incidentele afvoer van water van beperkte duur, zoals    afvoer in verband met bronbemaling en      bodemzuivering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><al>a. de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en  bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater;</al><al>en</al><al>b. de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het  ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde  structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond  gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><al>1. De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit  water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd.</al><al>2. Met betrekking tot de belasting als bedoeld in het eerste lid wordt als  gebruiker aangemerkt: </al><al> a.  degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet   krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; b.  ingeval een gedeelte van een perceel -  niet een gedeelte als bedoeld   in artikel 4 – voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor   gebruik heeft afgestaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Zelfstandige gedeelten </titel></kop><al>Als gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat als twee of meer van die gedeelten tezamen als een geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><al>1. De belasting wordt geheven naar:</al><al> a. een vast bedrag per perceel en</al><al> b. het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd.</al><al>2. Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters  leidingwater en grondwater dat twee jaar voorafgaand aan het belastingjaar  naar het perceel is toegevoerd of is opgepompt. </al><al>3. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid wordt de belasting voor   incidentele lozingen geheven naar kubieke meters water dat in het  belastingjaar op de gemeentelijke riolering is afgevoerd.</al><al>4. Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die  pompinstallatie zijn voorzien van:</al><al> a. watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden    afgelezen</al><al> of</al><al> b. bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met    een vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste   volzin is niet van toepassing als vaststelling van de hoeveelheid     opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke    bepaling.</al><al>5. De op de voet van het tweede lid berekende hoeveelheid toegevoerd of  opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is  afgevoerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Tarieven</titel></kop><al>De rioolheffing wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de Tarieventabel behorende bij belastingen, heffingen en rechten, met inachtneming van het overige in deze verordening bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt door middel van een aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><al>1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, als dit later  is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al><al>2. Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting  verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten als er na de aanvang van de  belastingplicht in dat jaar nog volle kalendermaanden overblijven.</al><al>3. Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat  aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar  verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht  nog volle kalendermaanden overblijven. </al><al>4. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing als de belastingplichtige  binnen de gemeente verhuist en daar een ander perceel in gebruik neemt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><al>1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de  aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt  één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en de volgende twee  maanden na de eerste termijn.</al><al>2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één  aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag  bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 50,00 en zolang de verschuldigde  bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden  afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke  termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het  aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand later.</al><al>3. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid  gestelde termijnen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>1. Het in dit artikel bepaalde geldt in aanvulling op de gronden in artikel 26 van  de Invorderingswet 1990 ten aanzien van het verlenen van kwijtschelding.</al><al>2. Met betrekking tot een verzoek om kwijtschelding van gemeentelijke  belastingen verschuldigd door een natuurlijk persoon die een bedrijf of  zelfstandig beroep uitoefent, zijn de afdelingen 1, 2 en 5 van Hoofdstuk II van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 van overeenkomstige toepassing als de belastingen geen verband houden met de uitoefening van dat bedrijf of beroep.</al><al>3. Bij de berekening van het bedrag van de kwijtschelding worden de kosten van  het bestaan gesteld op 100% van de genormeerde bijstandsuitkering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Intrekking en overgangsrecht </titel></kop><al>De “Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2018”  van            21 december 2017, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 14, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van  de bekendmaking.</al><al>2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening rioolheffing 2019”.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening><functie>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 22 november 2018</functie><functie/><functie>De raad voornoemd,  </functie><functie/><functie/><functie>M.L.J. Out, voorzitter </functie><functie/><functie/><functie>I. Rozema, griffier</functie><functie/><functie/></ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>