<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR61556_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Subsidieverordening Gemeente Middelburg 2007</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Middelburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-02-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Middelburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Faam, 04-04-2007</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Subsidieverordening Gemeente Middelburg 2007</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 147</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet Bestuursrecht, titel 4.2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-11-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENINGGEMEENTE MIDDELBURG 2007</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>budgetsubsidie: een subsidie voor de duur van één of meerdere
                                    jaren op grondslag van producten en prestaties;</al></li><li nr="2."><al>prestatiesubsidie: een subsidie die wordt toegekend om het
                                    exploitatietekort te dekken van een instelling die activiteiten
                                    ontplooit die de subsidieverlener in stand wil houden; in het
                                    activiteitenplan is opgenomen welke prestaties worden
                                    nagestreefd; </al></li><li nr="3."><al>waarderingssubsidie: een stimuleringsbijdrage in een activiteit
                                    of activiteiten, ongeacht de feitelijke kosten van deze
                                    activiteiten;</al></li><li nr="4."><al>investeringssubsidie: een subsidie in de kosten van aankoop,
                                    stichting of verbouwing van accommodaties binnen de gemeente of
                                    voor het treffen van bijzondere voorzieningen;</al></li><li nr="5."><al>eenmalige subsidie: een subsidie die wordt toegekend ten behoeve
                                    van een eenmalige activiteit en/of experiment;</al></li><li nr="6."><al>instelling: een rechtspersoonlijkheid bezittende organisatie,
                                    die zich ten doel stelt zonder winstoogmerk producten te leveren
                                    en prestaties/ activiteiten te verrichten ten behoeve van de
                                    ingezetenen van de gemeente Middelburg;</al></li><li nr="7."><al>prestatie: het resultaat van de activiteiten dat controleerbaar
                                    en meetbaar is en een bijdrage levert aan het realiseren van een
                                    beleidsdoel;</al></li><li nr="8."><al>Awb: de Algemene wet bestuursrecht;</al></li><li nr="9."><al>algemene reserve: een reserve bedoeld voor het dekken van
                                    exploitatierisico’s;</al></li><li nr="10."><al>bestemmingsreserve: een reserve waaraan een concrete bestemming
                                    is verbonden;</al></li><li nr="11."><al>voorziening: een van het eigen vermogen afgescheiden gedeelte,
                                    gevormd om eventuele verplichtingen af te dekken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Rechtspersoonlijkheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidie kan slechts worden verleend aan rechtspersonen met
                                volledige rechtsbevoegdheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In bijzondere gevallen kan het college van burgemeester en
                                wethouders, in afwijking van het gestelde in het eerste lid,
                                subsidie verlenen aan instellingen zonder volledige
                                rechtsbevoegdheid of natuurlijke personen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Reikwijdte van de verordening</titel></kop><al>Deze verordening is van toepassing op de subsidiëring van alle
                            activiteiten die door aanvragers in het gemeentelijk belang worden
                            uitgevoerd en waarvoor geen andere gemeentelijke subsidieverordening
                            geldt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Inhoudelijk beleid</titel></kop><al>De gemeenteraad stelt per programma of hoofdfunctie de
                            beleidsdoelstellingen en/of nota’s vast, waarin wordt bepaald welke
                            producten/prestaties/activiteiten en/of een verzameling hiervan voor
                            subsidie in aanmerking komen en welke specifieke voorschriften van
                            toepassing zijn. De hoofdzaken uit de beleidsstukken worden opgenomen in
                            het subsidiebeleidskader.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Subsidiebeleidskader</titel></kop><lid><lidnr/><al>Onder deze verordening vallen de subsidies die vastgelegd zijn in
                                het subsidiebeleidskader. Dit overzicht wordt eens in de vier jaar
                                door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin worden opgenomen:</al><al>- de doelstellingen van de subsidie;</al><al>- het door de raad beschikbaar gestelde budget;</al><al>- de voor subsidie in aanmerking komende activiteiten;</al><al>- de subsidiecriteria;</al><al>- de subsidienormen;</al><al>- de subsidievorm en eventueel (mits van toepassing):</al><al>- het subsidieplafond en de verdeelregels. </al><al>Burgemeester en wethouders zijn belast met de uitvoering van het
                                subsidiebeleidskader en verlenen de (meer)jaarlijkse beschikkingen
                                en verstrekkingen.</al><al>De gemeenteraad kan tussentijds wijzigingen aanbrengen in het
                                subsidiebeleidskader.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel><vet>Uitvoering</vet></titel></kop><al>Burgemeester en wethouders zijn belast met de uitvoering van deze
                            verordening. Uitvoering houdt mede in het nemen van besluiten op
                            aanvragen, het aangaan van prestatiesubsidie-overeenkomsten, het nemen
                            van verdagingsbesluiten, besluiten omtrent bevoorschotting en het
                            intrekken en/of wijzigen van subsidieverlenings- en/of
                            vaststellingsbesluiten.</al><al>Verdagingsbesluiten worden schriftelijk meegedeeld aan de betrokken
                            instellingen, onder vermelding van de reden en geven daarbij de termijn
                            waarbinnen de beslissing kan worden tegemoetgezien.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenteraad kan voor een bepaald tijdvak, met het vaststellen
                                van de gemeentebegroting, subsidieplafonds vaststellen; van een
                                subsidieplafond is sprake indien voor deze subsidies verdeelregels
                                zijn vastgelegd, in het subsidiebeleidskader, beleidsregels of
                                bijzondere verordeningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verdelen het beschikbare subsidiebedrag
                                volgens een in het subsidiebeleidskader op te nemen
                                verdeelregel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Evaluatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien dit noodzakelijk is om inzicht te krijgen of te vergroten in
                                de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie evalueren
                                burgemeester en wethouders de gesubsidieerde activiteiten, tenzij de
                                kosten van evaluatie onevenredig zouden zijn in verhouding tot het
                                daarmee gediende belang.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Evaluatie heeft, afhankelijk van de duur van de subsidie, alsmede de
                                daarmee beoogde effecten, eenmalig danwel periodiek plaats.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen toezichthouders als bedoeld in artikel
                            5:11 van de Awb aanwijzen, die zijn belast met het toezicht op de
                            naleving van de verplichtingen die zijn opgelegd aan de
                            subsidieontvanger. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Democratisering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuur van een instelling betrekt deelnemers, vrijwilligers,
                                cliënten en beroepskrachten bij het beleid van de instelling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde betrokkenheid wordt geregeld in de
                                statuten, het huishoudelijk reglement of een afzonderlijk
                                bestuursbesluit van de instelling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Toegankelijkheid accommodaties voor lichamelijk
                                gehandicapten</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen de instelling die subsidie ontvangt,
                            verplichten ervoor te zorgen, dat de accommodatie bereikbaar,
                            toegankelijk en bruikbaar is voor lichamelijk gehandicapten.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>BUDGETSUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag om budgetsubsidie dient voor 1 april van het jaar
                                voorafgaande aan het eerste subsidiejaar bij burgemeester en
                                wethouders te worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de indiening van de aanvraag dienen te worden overgelegd:</al><lijst><li nr="a."><al>een meerjarig activiteitenplan;</al></li><li nr="b."><al>een meerjarige begroting per activiteit of cluster van
                                        activiteiten, waarbij alle kosten en opbrengsten aan de
                                        activiteit of cluster van activiteiten zijn toegerekend,
                                        inclusief personeelslasten en accommodatielasten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij een eerste aanvraag legt de instelling tevens over:</al><lijst><li nr="a."><al>een afschrift van de statuten van de instelling;</al></li><li nr="b."><al>een beschrijving van de organisatievorm voor zover deze niet
                                        reeds in de statuten is vervat;</al></li><li nr="c."><al>een balans en een staat van baten en lasten en een
                                        toelichting daarop van het voorgaande jaar.</al></li><li nr="d."><al>een opgave van de bestuurssamenstelling, blijkende uit (een
                                        kopie van) het uittreksel van de Kamer van Koophandel;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat ook andere dan in dit
                                artikel bedoelde gegevens en bescheiden, die voor het beoordelen van
                                de aanvraag van belang zijn, worden overgelegd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen met betrekking tot de in te dienen
                                bescheiden aanwijzingen geven en modellen voorschrijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Activiteitenplan</titel></kop><al>Het activiteitenplan behelst een overzicht van de activiteiten waarvoor
                            subsidie wordt aangevraagd en de daarmee nagestreefde doelstellingen en
                            vermeldt per activiteit de daarvoor benodigde personele en materiële
                            middelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Beslistermijn en toetsing aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen schriftelijk op de aanvraag op
                                een zodanig tijdstip dat zij hun besluit bekend kunnen maken
                                uiterlijk op 31 december voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag
                                betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de beslissing als bedoeld in het
                                eerste lid uiterlijk zeventien weken verdagen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien niet op een aanvraag is beslist voor 31 december van het jaar
                                voorafgaand aan het jaar waarvoor de subsidie is aangevraagd, is de
                                aanvrager bevoegd uitgaven te doen tot ten hoogste een derde deel
                                van de bedragen die op de overeenkomstige posten van de
                                laatstgegeven subsidiebeschikking zijn vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders toetsen de aanvraag aan:</al><lijst><li nr="a)"><al>deze verordening;</al></li><li nr="b)"><al>het gemeentelijk beleid;</al></li><li nr="c)"><al>het door de raad vastgestelde subsidieplafond per programma
                                        of hoofdfunctie.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Besluit tot subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de verlening van subsidie kan er rekening mee worden gehouden of
                                en in hoeverre een instelling op andere wijze de beschikking heeft
                                dan wel kan krijgen over de voor haar activiteiten benodigde
                                geldmiddelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beschikking tot subsidieverlening houdt een omschrijving in van
                                de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend en het bedrag van
                                de subsidie dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beschrijving van de activiteiten kan ook in de vorm van een
                                bijlage aan de beschikking worden toegevoegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Budgetsubsidie-overeenkomsten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ter uitvoering van een subsidieverleningsbesluit kan als
                                privaatrechtelijke uitvoeringsovereenkomst tussen de gemeente en de
                                instelling een budgetsubsidie-overeenkomst worden afgesloten. Per
                                overeenkomst worden specifieke bepalingen opgenomen over de te
                                leveren producten en prestaties alsmede financieel-technische
                                aspecten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Budgetsubsidie-overeenkomsten kunnen voor een periode van maximaal
                                vier jaar worden afgesloten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Aanvraag tot subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De instelling dient uiterlijk voor 1 april van het jaar volgend op
                                het subsidiejaar een aanvraag tot vaststelling van de subsidie
                                in.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag gaat vergezeld van:</al><lijst><li nr="a)"><al>een verslag over het afgelopen subsidiejaar. Dit verslag
                                        bevat in ieder geval een vergelijking tussen de nagestreefde
                                        en de gerealiseerde doelstellingen en activiteiten en een
                                        toelichting op de verschillen;</al></li><li nr="b)"><al>een overzicht van de aan de activiteiten verbonden uitgaven
                                        en inkomsten;</al></li><li nr="c)"><al>een verklaring van een accountant inzake de rekening en
                                        verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de
                                        daaraan verbonden uitgaven en inkomsten;</al></li><li nr="d)"><al>een balans naar de toestand aan het einde van het afgelopen
                                        jaar met een toelichting daarop.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Besluit tot subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen de subsidie vast binnen vijftien
                                weken nadat de aanvraag is ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de beslissing als bedoeld in het
                                eerste lid uiterlijk vijf weken verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger is verplicht de producten/prestaties zoals deze
                                zijn opgenomen in de budgetsubsidie-overeenkomst te verrichten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidieontvanger voert een zodanig ingerichte administratie, dat
                                daaruit te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie van
                                belang zijnde rechten en verplichtingen alsmede de betalingen en de
                                ontvangsten kunnen worden nagegaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De administratie en de daartoe behorende bescheiden worden gedurende
                                tien jaren bewaard.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen naast de in dit artikel bedoelde
                                verplichtingen nadere voorwaarden opleggen aan de
                                subsidieontvanger.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Algemene reserve</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een instelling in enig jaar meer inkomsten dan uitgaven
                                heeft, dienen de overschotten gestort te worden in een algemene
                                reserve.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoogte van de algemene reserve mag niet meer bedragen dan 10% van
                                de totale inkomsten in een jaar van de instelling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de hoogte van de algemene reserve de in lid 2 genoemde 10%
                                overschrijdt, is artikel 53 van deze verordening van
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het genoemde
                                percentage in lid 3 indien het bedrijfsrisico naar het oordeel van
                                burgemeester en wethouders hiertoe aanleiding geeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Bestemmingsreserves en voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een instelling die een bestemmingsreserve of voorziening wil vormen
                                dient hiervoor vooraf schriftelijk toestemming te vragen aan
                                burgemeester en wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een verzoek tot het vormen van een bestemmingsreserve of voorziening
                                dient vergezeld te gaan van:</al><lijst><li nr="a)"><al>het doel van de reserve;</al></li><li nr="b)"><al>een meerjarig investeringsplan of onderhoudsplan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien toestemming tot het vormen van een bestemmingsreserve of
                                voorziening is verkregen, mag een instelling niet afwijken van
                                vastgelegde stortingen, ook al is er sprake van een negatief
                                exploitatieresultaat.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Liquidatiesaldo</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestemming van een eventueel batig liquidatiesaldo bij ontbinding
                                van een subsidieontvanger behoeft de voorafgaande goedkeuring van
                                burgemeester en wethouders. Burgemeester en wethouders houden
                                daarbij rekening met de herkomst en samenstelling van het
                                liquidatiesaldo.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders nemen een besluit binnen acht weken na
                                ontvangst van het voorstel van de instelling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien burgemeester en wethouders het voorstel van de instelling
                                afwijzen, geven zij tevens een aanwijzing met betrekking tot de
                                gewenste bestemming.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de instelling binnen een door burgemeester en wethouders te
                                bepalen termijn geen gevolg geeft aan de aanwijzing, kunnen
                                burgemeester en wethouders bepalen dat gehele of gedeeltelijke
                                storting in de gemeentekas plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij het vaststellen of wijzigen van de statuten van de instelling
                                wordt rekening gehouden met het bepaalde in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Toestemmingsvereiste</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college van
                                burgemeester en wethouders voor de handelingen bedoeld in artikel
                                4:71, eerste lid, onderdelen a, b, c, d, f, i, en j van de Awb.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen vier weken omtrent de
                                toestemming.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beslissing kan eenmaal voor ten hoogste vier weken worden
                                verdaagd. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>PRESTATIESUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag om prestatiesubsidie dient voor 1 april van het jaar
                                voorafgaande aan het subsidiejaar bij burgemeester en wethouders te
                                worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de indiening van de aanvraag dienen te worden overgelegd:</al><lijst><li nr="a)"><al>een activiteitenplan;</al></li><li nr="b)"><al>een begroting voor het komende jaar;</al></li><li nr="c)"><al>een balans en een staat van baten en lasten en een
                                        toelichting daarop over het voorgaande jaar.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij een eerste aanvraag legt de instelling tevens over:</al><lijst><li nr="a)"><al>een afschrift van de statuten van de instelling;</al></li><li nr="b)"><al>een beschrijving van de organisatievorm voor zover deze niet
                                        reeds in de statuten is vervat;</al></li><li nr="c)"><al>een opgave van de bestuurssamenstelling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat ook andere dan in dit
                                artikel bedoelde gegevens en bescheiden, die voor het beoordelen van
                                de aanvraag van belang zijn, worden overgelegd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen met betrekking tot de in te dienen
                                bescheiden aanwijzingen geven en modellen voorschrijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Activiteitenplan</titel></kop><al>Het activiteitenplan behelst een overzicht van de activiteiten waarvoor
                            subsidie wordt aangevraagd en de daarmee nagestreefde doelstellingen en
                            vermeldt per activiteit de daarvoor benodigde personele en materiële
                            middelen.</al><al>Ook is aangegeven welke prestaties met de activiteiten wordt
                            nagestreefd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De begroting behelst een overzicht van de geraamde inkomsten en
                                uitgaven van de instelling, voor zover deze betrekking hebben op de
                                activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De begrotingsposten worden ieder afzonderlijk van een toelichting
                                voorzien.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tenzij voor de activiteiten waarop de aanvraag betrekking heeft nog
                                niet eerder subsidie werd verstrekt, behelst de begroting een
                                vergelijking met de begroting van het lopende boekjaar en de
                                gerealiseerde inkomsten en uitgaven van het jaar, voorafgaande aan
                                het lopende boekjaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Beslistermijn en toetsing aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen schriftelijk op de aanvraag op
                                een zodanig tijdstip dat zij hun besluit bekend kunnen maken
                                uiterlijk op 31 december voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag
                                betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de beslissing als bedoeld in het
                                eerste lid uiterlijk zeventien weken verdagen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien niet op een aanvraag is beslist voor 31 december van het jaar
                                voorafgaand aan het jaar waarvoor de subsidie is aangevraagd, is de
                                aanvrager bevoegd uitgaven te doen tot ten hoogste een derde deel
                                van de bedragen die op de overeenkomstige posten van de
                                laatstgegeven subsidiebeschikking zijn vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders toetsen de aanvraag aan:</al><lijst><li nr="a)"><al>deze verordening;</al></li><li nr="b)"><al>het gemeentelijk beleid ;</al></li><li nr="c)"><al>het door de raad vastgestelde subsidieplafond per
                                        hoofdfunctie.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Besluit tot subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de verlening van subsidie kan er rekening mee worden gehouden of
                                en in hoeverre een instelling op andere wijze de beschikking heeft
                                dan wel kan krijgen over de voor haar activiteiten benodigde
                                geldmiddelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beschikking tot subsidieverlening houdt een omschrijving in van
                                de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend en het bedrag van
                                de subsidie dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beschrijving van de activiteiten kan ook in de vorm van een
                                bijlage aan de beschikking worden toegevoegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Aanvraag tot subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De instelling dient uiterlijk voor 1 april van het jaar volgend op
                                het subsidiejaar een aanvraag tot vaststelling van de subsidie
                                in.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag gaat vergezeld van:</al><lijst><li nr="a)"><al>een verslag over het afgelopen subsidiejaar. Dit verslag
                                        bevat in ieder geval een vergelijking tussen de nagestreefde
                                        en de gerealiseerde doelstellingen en activiteiten en een
                                        toelichting op de verschillen;</al></li><li nr="b)"><al>een overzicht van de aan de activiteiten verbonden uitgaven
                                        en inkomsten;</al></li><li nr="c)"><al>een verklaring van een accountant inzake de rekening en
                                        verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de
                                        daaraan verbonden uitgaven en inkomsten.</al></li><li nr="d)"><al>een balans naar de toestand aan het einde van het afgelopen
                                        jaar met een toelichting daarop.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen de subsidie binnen vijftien weken
                                vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de beslissing als bedoeld in het
                                eerste lid uiterlijk vijf weken verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al/><al>De subsidieontvanger is verplicht tot het verrichten van de in de
                                beschikking vermelde activiteiten;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al/><al>De subsidieontvanger voert een zodanig ingerichte administratie, dat
                                daaruit te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie van
                                belang zijnde rechten en verplichtingen alsmede de betalingen en de
                                ontvangsten kunnen worden nagegaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De administratie en de daartoe behorende bescheiden worden gedurende
                                tien jaren bewaard.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen naast de in dit artikel bedoelde
                                verplichtingen nadere voorwaarden opleggen aan de
                                subsidieontvanger.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Liquidatiesaldo</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestemming van een eventueel batig liquidatiesaldo bij ontbinding
                                van een subsidieontvanger behoeft de voorafgaande goedkeuring van
                                burgemeester en wethouders. Burgemeester en wethouders houden
                                daarbij rekening met de herkomst en samenstelling van het
                                liquidatiesaldo.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders nemen een besluit binnen acht weken na
                                ontvangst van het voorstel van de instelling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien burgemeester en wethouders het voorstel van de instelling
                                afwijzen, geven zij tevens een aanwijzing met betrekking tot de
                                gewenste bestemming.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de instelling binnen een door burgemeester en wethouders te
                                bepalen termijn geen gevolg geeft aan de aanwijzing, kunnen
                                burgemeester en wethouders bepalen dat gehele of gedeeltelijke
                                storting in de gemeentekas plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij het vaststellen of wijzigen van de statuten van de instelling
                                wordt rekening gehouden met het bepaalde in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Toestemmingsvereiste</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college van
                                burgemeester en wethouders voor de handelingen bedoeld in artikel
                                4:71, eerste lid, onderdelen a, b, c, d, f, i, en j van de Awb.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen binnen vier weken omtrent de
                                toestemming.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beslissing kan eenmaal voor ten hoogste vier weken worden
                                verdaagd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>WAARDERINGSSUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag om waarderingssubsidie dient voor 1 april van het jaar
                                voorafgaande aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft bij
                                burgemeester en wethouders te worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de indiening van de aanvraag dienen te worden overlegd:</al><lijst><li nr="a)"><al>een activiteitenplan;</al></li><li nr="b)"><al>een begroting voor het komende jaar;</al></li><li nr="c)"><al>een balans en een staat van baten en lasten met een
                                        toelichting daarop over het voorgaande jaar.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij een eerste aanvraag legt de instelling tevens over:</al><lijst><li nr="a)"><al>een afschrift van de statuten van de instelling;</al></li><li nr="b)"><al>een beschrijving van de organisatievorm voor zover deze niet
                                        reeds in de statuten is vervat;</al></li><li nr="c)"><al>een opgave van de bestuurssamenstelling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat ook andere dan in dit
                                artikel bedoelde gegevens en bescheiden, die voor het beoordelen van
                                de aanvraag van belang zijn, worden overgelegd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen met betrekking tot de in te dienen
                                bescheiden aanwijzingen geven en modellen voorschrijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Activiteitenplan</titel></kop><al>Het activiteitenplan behelst een overzicht van de activiteiten waarvoor
                            subsidie wordt aangevraagd en de daarmee nagestreefde doelstellingen en
                            vermeldt per activiteit de daarvoor benodigde personele en materiële
                            middelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De begroting behelst een overzicht van de geraamde inkomsten en
                                uitgaven van de instelling, voor zover deze betrekking hebben op de
                                activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De begrotingsposten worden ieder afzonderlijk van een toelichting
                                voorzien.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tenzij voor de activiteiten waarop de aanvraag betrekking heeft nog
                                niet eerder subsidie werd verstrekt, behelst de begroting een
                                vergelijking met de begroting van het lopende boekjaar en de
                                gerealiseerde inkomsten en uitgaven van het jaar, voorafgaande aan
                                het lopende boekjaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Beslistermijn en toetsing aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen schriftelijk op de aanvraag
                                voor waarderingssubsidie op een zodanig tijdstip dat zij hun besluit
                                bekend kunnen maken uiterlijk op 31 december voorafgaand aan het
                                jaar waarop de aanvraag betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de beslissing als bedoeld in het
                                eerste lid uiterlijk zeventien weken verdagen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders toetsen de aanvraag aan:</al><al/><lijst><li nr="1."><al>deze verordening;</al></li><li nr="2."><al>het gemeentelijk beleid;</al></li><li nr="3."><al>het door de raad vastgestelde subsidieplafond per
                                        hoofdfunctie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>a)</lidnr><al>deze verordening;</al></lid><lid><lidnr>b)</lidnr><al>het gemeentelijk beleid;</al></lid><lid><lidnr>c)</lidnr><al>het door de raad vastgestelde subsidieplafond per hoofdfunctie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Besluit tot subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat de
                                uitgevoerde activiteiten van de aanvrager passen binnen het
                                subsidiebeleid, besluiten zij tot het vaststellen van de
                                subsidie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het vaststellen van subsidie kan er rekening mee worden gehouden
                                of en in hoeverre een instelling op andere wijze de beschikking
                                heeft dan wel kan krijgen over de voor haar activiteiten benodigde
                                geldmiddelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beschikking tot subsidievaststelling bevat een aanduiding van de
                                activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt, alsmede het
                                bedrag van de subsidie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieontvanger is verplicht tot het verrichten van de in de
                                beschikking vermelde activiteiten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidieontvanger is verplicht voor 1 april na afloop van het
                                subsidiejaar een jaarverslag in te dienen waaruit blijkt dat de
                                activiteiten zijn uitgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen met
                                betrekking tot de inrichting van de administratieve
                                organisatie.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>INVESTERINGSSUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag om investeringssubsidie dient te worden ingediend
                                uiterlijk twintig weken voor het tijdstip waarop een aanvang wordt
                                gemaakt met de realisering van de voorgenomen activiteit of
                                voorziening waarvoor subsidie wordt aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van de in het eerste lid genoemde termijn kunnen burgemeester en
                                wethouders in bijzondere gevallen ontheffing verlenen;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de indiening van de aanvraag dienen te worden overlegd:</al></lid><lid><lidnr>a)</lidnr><al>een afschrift van de statuten van de instelling;</al></lid><lid><lidnr>b)</lidnr><al>een opgave van de bestuurssamenstelling;</al></lid><lid><lidnr>c)</lidnr><al>een overzicht van de exploitatie van de afgelopen drie jaar;</al></lid><lid><lidnr>d)</lidnr><al>een kostenspecificatie of kostenraming van de voorgenomen
                                investering met een dekkingsplan;</al></lid><lid><lidnr>e)</lidnr><al>een balans van het voorgaande jaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat ook andere dan in dit
                                artikel bedoelde gegevens en bescheiden, die voor het beoordelen van
                                de aanvraag van belang zijn, worden overgelegd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen met betrekking tot de in te dienen
                                bescheiden aanwijzingen geven en modellen voorschrijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Beslistermijn en toetsing aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders maken de beslissing op de aanvraag bekend
                                binnen twintig weken nadat de aanvraag voor investeringssubsidie is
                                ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen het verlenen van de beschikking
                                als bedoeld in het eerste lid uiterlijk tien weken verdagen;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanvraag wordt getoetst aan:</al></lid><lid><lidnr>a)</lidnr><al>deze verordening;</al></lid><lid><lidnr>b)</lidnr><al>het gemeentelijk beleid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel>Besluit tot subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders geven in de beschikking tot
                                subsidieverlening in ieder geval aan:</al></lid><lid><lidnr>a)</lidnr><al>welk bedrag ten hoogste voor de investering beschikbaar wordt
                                gesteld, dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald;</al></lid><lid><lidnr>b)</lidnr><al>voor welke investering het bedrag is bedoeld;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de beschikking tot subsidieverlening kan er rekening mee worden
                                gehouden of en in hoeverre een instelling op andere wijze de
                                beschikking heeft dan wel kan krijgen over de voor haar investering
                                benodigde geldmiddelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr><titel>Aanvraag tot subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De instelling dient binnen twintig weken nadat de activiteit heeft
                                plaatsgehad dan wel de voorziening is gerealiseerd waarvoor subsidie
                                is verleend, een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag gaat vergezeld van een overzicht van de aan de
                                investering verbonden uitgaven en inkomsten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen het overleggen van andere
                                bescheiden dan de in lid 2 genoemde eisen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr><titel>Subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen binnen tien weken na ontvangst
                                van de aanvraag de subsidie vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de beslissing als bedoeld in het
                                eerste lid uiterlijk vijf weken verdagen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>EENMALIGE SUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag voor een eenmalige subsidie moet uiterlijk zeventien
                                weken voor het tijdstip waarop een aanvang wordt gemaakt met de
                                realisering van de voorgenomen activiteiten waarvoor subsidie wordt
                                gevraagd, te worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag dient vergezeld te gaan van een:</al></lid><lid><lidnr>a)</lidnr><al>gespecificeerde begroting met toelichting;</al></lid><lid><lidnr>b)</lidnr><al>een beschrijving van de geplande activiteiten;</al></lid><lid><lidnr>c)</lidnr><al>een mededeling of tevens subsidie is aangevraagd bij één of meer
                                andere bestuursorganen en/of fondsen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen met betrekking tot de in te dienen
                                bescheiden nadere aanwijzingen geven en modellen voorschrijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr><titel>Beslistermijn en toetsing aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag voor eenmalige
                                subsidie binnen uiterlijk tien weken na ontvangst van de
                                aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de beslissing als bedoeld in het
                                eerste lid uiterlijk vijf weken verdagen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen omtrent de
                                aard en de hoogte van de eenmalige subsidie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders toetsen deze aanvraag aan:</al></lid><lid><lidnr>a)</lidnr><al>deze verordening;</al></lid><lid><lidnr>b)</lidnr><al>het gemeentelijk beleid;</al></lid><lid><lidnr>c)</lidnr><al>het door de raad vastgestelde subsidieplafond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47</nr><titel>Besluit tot subsidieverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de verlening van subsidie wordt er rekening mee gehouden of en
                                in hoeverre een instelling op andere wijze de beschikking heeft dan
                                wel kan krijgen over de voor haar activiteiten benodigde
                                geldmiddelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beschikking tot subsidieverlening houdt een omschrijving in van
                                de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend en het bedrag van
                                de subsidie dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48</nr><titel>Aanvraag tot subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De instelling dient binnen dertien weken nadat de activiteiten
                                waarvoor subsidie is verleend hebben plaatsgevonden een aanvraag tot
                                vaststelling van de subsidie in.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag gaat vergezeld van:</al></lid><lid><lidnr>a)</lidnr><al>een verslag van de activiteiten;</al></lid><lid><lidnr>b)</lidnr><al>een overzicht van de aan de activiteiten verbonden uitgaven en
                                inkomsten;</al></lid><lid><lidnr>c)</lidnr><al>een balans van het voorgaande jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen het overleggen van andere dan de
                                in lid 2 genoemde gegevens en bescheiden eisen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49</nr><titel>Subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen de subsidie binnen tien weken na
                                ontvangst van de aanvraag vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen de beslissing als bedoeld in het
                                eerste lid uiterlijk vijf weken verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>50</nr><titel>Subsidievaststelling ineens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen, bijvoorbeeld indien de hoogte van
                                de subsidie zich daartoe leent, op een aanvraag voor een eenmalige
                                subsidie gelijk een besluit tot subsidievaststelling nemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het vaststellen van de subsidie kan er rekening mee worden
                                gehouden of en in hoeverre een instelling op andere wijze de
                                beschikking heeft dan wel kan krijgen over de voor haar activiteiten
                                benodigde geldmiddelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beschikking tot subsidievaststelling bevat een aanduiding van de
                                activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt, alsmede het
                                bedrag van de subsidie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>51</nr><titel>Verplichtingen subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De instelling waarbij de subsidie direct is vastgesteld, is
                                verplicht binnen tien weken na het plaatsvinden van de activiteit
                                een verslag van deze activiteit bij burgemeester en wethouders in te
                                dienen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen hiervan in bepaalde gevallen
                                ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen met
                                betrekking tot de inrichting van de administratieve
                                organisatie.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7</nr><titel>OVERIGE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>52</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De subsidieverstrekking kan naast de in artikel 4:25 en artikel 4:35
                                van de Awb genoemde gevallen geweigerd worden, indien gegronde
                                redenen bestaan aan te nemen dat:</al></lid><lid><lidnr>a)</lidnr><al>de activiteiten van de aanvrager niet gericht zullen zijn op de
                                gemeente of niet aanwijsbaar ten goede komen aan ingezetenen van de
                                gemeente;</al></lid><lid><lidnr>b)</lidnr><al>de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor het
                                doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld;</al></lid><lid><lidnr>c)</lidnr><al>de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien
                                die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare
                                orde;</al></lid><lid><lidnr>d)</lidnr><al>de subsidieverstrekking niet past binnen het beleid van de
                                gemeente;</al></lid><lid><lidnr>e)</lidnr><al>de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden,
                                hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden kan
                                beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken.</al></lid><lid><lidnr>f)</lidnr><al>de subsidieverstrekking al of niet gedeeltelijk voorziet in de
                                kosten van een jubileum hetzij voor een aan de persoon verbonden
                                instelling hetzij voor de instelling zelf.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>52A</nr><titel>Samenloop met andere subsidies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien voor dezelfde activiteit behalve een subsidie bij de gemeente
                                een subsidie bij de provincie Zeeland, het Rijk of een Europees
                                orgaan is aangevraagd en de desbetreffende voorwaarden of
                                verplichtingen afwijken van de toepasselijke bepalingen van dit
                                besluit, worden voor de verstrekking van de gemeentelijke subsidie
                                de afwijkende, door de Provincie Zeeland, het Rijk of het Europees
                                orgaan opgelegde voorwaarden en verplichtingen toegepast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen van het bepaalde in het vorige lid
                                afwijken, indien de gemeentelijke subsidie hoger is dan die van de
                                provincie Zeeland, het Rijk of het Europese orgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>53</nr><titel>Vergoeding aan de gemeente bij vermogensvorming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de gevallen als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, Awb leggen
                                burgemeester en wethouders een vergoedingsplicht op.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het geval dat het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot
                                vermogensvorming, die uitgaat boven hetgeen als maximale algemene
                                reserve is vastgelegd, is de subsidieontvanger daar eveneens een
                                vergoeding over verschuldigd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De wijze waarop de hoogte van de vergoeding wordt bepaald, wordt
                                vermeld in de beschikking tot subsidieverlening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van
                                de waarde van de goederen en andere vermogensbestanddelen op het
                                tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande
                                dat in geval van ontvangst van schadevergoeding voor verlies of
                                beschadiging van zaken wordt uitgegaan van het bedrag dat als
                                schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling
                                door een onafhankelijke deskundige.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing in die gevallen waarin de
                                activiteiten door een derde worden voortgezet en activa en passiva
                                met toestemming van burgemeester en wethouders tegen boekwaarde aan
                                die derde worden overgedragen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>54</nr><titel>Voorschotten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen voorschotten op de subsidie
                                verlenen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen huurbedragen voor gemeentelijke
                                accommodaties en overige vorderingen op een instelling rechtstreeks
                                met voorschotten verrekenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voorschotten worden bij de vaststelling van de subsidie verrekend.
                                Op aanzegging van burgemeester en wethouders stort een instelling te
                                veel ontvangen voorschotten terug in de gemeentekas.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien blijkt dat meer aan voorschotten is verleend dan waarop de
                                instelling ingevolge de vaststelling recht heeft, kunnen
                                burgemeester en wethouders vooruitlopend op de
                                subsidievaststelling:</al></lid><lid><lidnr>a)</lidnr><al>bepalen dat het verschil wordt teruggestort in de gemeentekas;</al></lid><lid><lidnr>b)</lidnr><al>het verschil in mindering brengen op te verstrekken voorschotten op
                                andere subsidies.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verlenen geen voorschotten op de subsidie
                                zodra zij kennis hebben genomen van het ontbinden van een
                                instelling, conservatoir beslag op (een deel van) het vermogen van
                                een instelling, een ten aanzien van een instelling verleende
                                surseance van betaling danwel uitgesproken faillissement.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen het verlenen van voorschotten
                                opschorten indien een instelling naar hun oordeel niet in voldoende
                                mate de aan de toekenning van de subsidie verbonden verplichtingen
                                nakomt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>55</nr><titel>Gelieerde instellingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij een subsidieaanvraag als bedoeld in de artikelen 12, 24, 34, 40,
                                45 en 52 wordt een opgave gedaan van de met de instelling gelieerde
                                rechtspersonen, alsmede van de aard van de betrekkingen met die
                                rechtspersonen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder gelieerde rechtspersonen worden in ieder geval verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a)</lidnr><al>rechtspersonen waaraan de instelling in het verleden om niet een
                                bedrag van meer dan € 500,-- ter beschikking heeft gesteld en
                                waarover de instelling op enig moment weer de beschikking kan
                                krijgen;</al></lid><lid><lidnr>b)</lidnr><al>rechtspersonen ten aanzien waarvan de instelling een beslissende
                                invloed heeft op de besteding van middelen dan wel invloed heeft op
                                de benoeming van een of meer bestuursleden;</al></lid><lid><lidnr>c)</lidnr><al>rechtspersonen ten aanzien waarvan statutair is bepaald dat deze
                                (mede) ten doel hebben de instelling financieel te
                                ondersteunen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>56</nr><titel>Meldingsplicht bij wijziging omstandigheden</titel></kop><al>Een instelling die een subsidie heeft aangevraagd of waaraan een
                            subsidie is verleend, doet zo spoedig mogelijk mededeling aan
                            burgemeester en wethouders van omstandigheden die van belang kunnen zijn
                            voor de beslissing op de aanvraag danwel een beslissing tot wijziging,
                            intrekking of vaststelling van de subsidie. Daarbij worden de relevante
                            stukken overgelegd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>57</nr><titel>Zorgvuldig beheer en verzekeringsplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De instelling beheert de tot haar beschikking staande middelen
                                zorgvuldig en treft maatregelen ter voorkoming van
                                vermogensschade.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De instelling is verplicht haar roerende en onroerende zaken te
                                verzekeren en verzekerd te houden op basis van herbouw- of
                                vervangingswaarde tegen de schade van brand, storm en inbraak.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De instelling is verplicht het bij haar in dienst zijnde personeel
                                en de voor haar werkzame vrijwilligers gedurende de tijd dat dezen
                                voor haar werkzaam zijn, te verzekeren tegen de gevolgen van
                                wettelijke aansprakelijkheid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het
                                gestelde in het tweede en derde lid, indien de naleving daarvan
                                redelijkerwijs niet kan worden verlangd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>58</nr><titel>Tegengaan vervreemdingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een subsidieontvangende instelling, behoudens vooraf
                                verkregen toestemming van burgemeester en wethouders, niet
                                toegestaan om jaarlijks bedragen van meer dan € 500,-- om niet aan
                                derden ter beschikking te stellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen voorwaarden verbinden aan de in
                                het eerste lid bedoelde toestemming.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>59</nr><titel>Levering van goederen en diensten aan derden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een subsidieontvanger die aan derden goederen ter beschikking stelt
                                of voor derden diensten verricht, brengt daarvoor een vergoeding in
                                rekening die tenminste kostendekkend is, tenzij het derden betreft
                                voor wie de gesubsidieerde activiteiten bestemd zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen ook andere gevallen aanwijzen
                                waarin deze bepaling niet geldt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>60</nr><titel>Medewerking aan onderzoek door gemeente</titel></kop><al>Een subsidieontvangende instelling werkt mee aan door of namens de
                            gemeente ingesteld onderzoek dat is gericht op het verkrijgen van
                            inlichtingen ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>61</nr><titel>Betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het subsidiebedrag wordt binnen acht weken betaald na de
                                bekendmaking van het besluit tot subsidieverlening c.q. het besluit
                                tot subsidievaststelling, tenzij burgemeester en wethouders in het
                                besluit een andere termijn hebben aangegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het subsidiebedrag kan in vier gelijke termijnen bij de aanvang van
                                elk kwartaal worden betaald.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>8</nr><titel>SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>62</nr><titel>Zaken waarin de verordening niet voorziet</titel></kop><al>In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslissen
                            burgemeester en wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>63</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen van de bepalingen in deze verordening
                            afwijken, indien toepassing ervan zou leiden tot onbillijkheden van
                            overwegende aard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>64</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                    verordening een subsidieaanvraag op grond van één van de
                                    verordeningen, bedoeld in artikel 65, tweede lid is ingediend en
                                    voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog
                                    niet op die aanvraag is beslist, wordt daarop beslist met
                                    toepassing van de bepalingen van deze verordening.</al></li><li nr="2."><al>Op een aanhangig bezwaar- of beroepsschrift, betreffende een
                                    subsidie, bedoeld in het eerste lid, dat voor of na het tijdstip
                                    bedoeld in artikel 65, eerste lid, is ingekomen binnen de voor
                                    het betreffende bezwaar- of beroepsschrift geldende bezwaar- of
                                    beroepstermijn, wordt beslist met toepassing van de
                                    verordeningen bedoeld in artikel 65, tweede lid.</al></li></lijst><al>Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen ten aanzien van
                            de overgangssituatie tussen de huidige procedurele verwerking en de
                            inwerkingtreding van de nieuwe subsidieverordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>65</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2007. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op het moment van inwerkingtreding van deze verordening worden de
                                volgende verordeningen ingetrokken:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de Algemene Subsidieverordening Welzijn zoals vastgesteld d.d. 28
                                september 1993 en laatstelijk gewijzigd d.d. 17 december 2001;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de Verordening Algemene Subsidievoorwaarden zoals vastgesteld d.d.
                                20 oktober 1958 en laatstelijk gewijzigd d.d. 1 december 1998.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>66</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan aangehaald worden als ‘Algemene Subsidieverordening
                            gemeente Middelburg 2007’.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad in zijn openbare vergadering van 13 november
                        2006.</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Publicatie: 4 april 2007</ondertekening><ondertekening>Gewijzigd: 18 juni 2007</ondertekening><ondertekening>Inwerkingtreding: 16 augustus 2007</ondertekening><ondertekening>Publicatie: 8 augustus 2007</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>INHOUD</titel></kop><al>HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN </al><al>HOOFDSTUK 2 BUDGETSUBSIDIE </al><al>HOOFDSTUK 3 PRESTATIESUBSIDIE</al><al>HOOFDSTUK 4 WAARDERINGSSUBSIDIE </al><al>HOOFDSTUK 5 INVESTERINGSSUBSIDIE </al><al>HOOFDSTUK 6 EENMALIGE SUBSIDIE </al><al>HOOFDSTUK 7 OVERIGE BEPALINGEN </al><al>HOOFDSTUK 8 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</al></bijlage></regeling></body></cvdr>