<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR615126_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2019</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tilburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2018-258991">gmb-2018-258991</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening precariobelasting 2019</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=228&amp;g=2018-09-19">artikel 228 van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2018-11-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2019</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Tilburg;</al><al/><al>- gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;</al><al>- gelet op artikel 228 van de Gemeentewet;</al><al/><al>Besluit</al><al>vast te stellen de “Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2019”.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><al/><al>1. Voor de toepassing van deze verordening wordt, voor zover niet anders is bepaald, verstaan onder:</al><lijst><li nr=""><al>a. jaar: een kalenderjaar;</al></li><li nr=""><al>b. maand: een kalendermaand;</al></li><li nr=""><al>c. week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen;</al></li><li nr=""><al>d. dag: een periode van 24 uur, aanvangende te 0.00 uur, of een gedeelte daarvan.</al></li><li nr=""><al>e. dag bij hoofdstuk 6 (nr. 60 en nr. 62) van de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel: een periode van 24 aaneengesloten uren;</al></li><li nr=""><al>f. vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon één of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben.</al></li><li nr=""><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al/><al>Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al/><al>1. De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond  aanwezig zijn.</al><al>2. In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft  verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de  openbare dienst bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><al/><al>1. Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar. </al><al>2. Indien de belastingplicht aanvangt in de loop van het kalenderjaar, bedraagt de belasting zoveel  twaalfden van het over een jaar verschuldigde bedrag als er na aanvang van de belastingplicht nog volle  maanden van het kalenderjaar resteren.</al><al>3. In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of  de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het  belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een  kalenderjaar-overschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het  kalenderjaar.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Ontheffing</titel></kop><al/><al>Indien het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar en de belastingplicht eindigt voor het verstrijken van het belastingtijdvak, wordt op verzoek van de belastingplichtige ontheffing verleend over zoveel twaalfde gedeelten van het over een jaar verschuldigde bedrag als er na het tijdstip van beëindiging van de belastingplicht nog volle kalendermaanden van het belastingtijdvak resteren. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Maatstaf van heffing, belastingtarief en berekening van de precariobelasting</titel></kop><al/><al>1. De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, voorkomende in de bij deze verordening  behorende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde.</al><al>2. Bij de berekening van de belasting worden, gedeelten van eenheden van tijd, lengte-, oppervlakte- of  inhoudsmaat, waarover de tarieven worden berekend, als een volle eenheid aangemerkt. </al><al>3. Bij de toepassing van tarieven, waarbij de oppervlakte bepalend is voor de hoogte van de belasting, wordt  deze oppervlakte, tenzij anders bepaald, berekend naar de horizontale projectie van het belastbaar object.</al><al>4. De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee  aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek.</al><al>5. Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen  onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de  precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit  zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing,  waarbij artikel 5 van overeenkomstige toepassing is.</al><al>6. Indien op grond van deze verordening meer dan één tarief kan worden toegepast, wordt het tarief, dat het  hoogste bedrag tot uitkomst geeft, gehanteerd.</al><al>7. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid wordt voor de berekening van de precariobelasting:</al><lijst><li nr=""><al> a. Indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een weektarief, maar geen dagtarief is opgenomen,  een gedeelte van een week gelijkgesteld met een week;</al></li><li nr=""><al> b. Indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een maandtarief, maar geen dag- of weektarief is  opgenomen, een gedeelte van een maand gelijkgesteld met een maand.</al></li></lijst><al>8. Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief, weektarief of maandtarief is opgenomen en  het belastingtijdvak een langere periode dan een dag, onderscheidenlijk een week of een maand omvat, gelden deze tarieven per dag, onderscheidenlijk week of maand van het belastingtijdvak.</al><al>9. Belastingbedragen van minder dan € 200,00 worden niet opgelegd. Voor de toepassing van de vorige volzin  wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen precariobelasting aangemerkt  als één belastingbedrag.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al/><al>De belasting wordt niet geheven voor:</al><al>a. Voorwerpen of werken, welke ingevolge een wettelijk voorschrift, een overeenkomst, een concessie of  anderszins rechtens moeten worden gedoogd;</al><al>b. Voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met  uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde;</al><al>c. Het gebruik van de openbare gemeentegrond en het hebben van voorwerpen onder, op of boven  openbare gemeentegrond, voor zover reeds uit andere hoofde, anders dan reclamebelasting, een  vergoeding is verschuldigd;</al><al>d. Wegwijzers en verkeersaanwijzingen van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB en van andere  overeenkomstige instellingen;</al><al>e. Postzegel- en andere automaten, alsmede leidingen, ten dienste van Koninklijke PostNL;</al><al>f. Voorwerpen van de beheerder van het gas- en elektriciteitsnetwerk;</al><al>g. Buizen, kabels en draden ten behoeve van aansluitingen voor gas, elektriciteit, water, riolering, telefoon  of televisie, welke rechtstreeks aansluiten op buizen, kabels of draden van de gemeente, nuts- en  telecombedrijven;</al><al>h. Voorwerpen, welke uitsluitend voorzien in een algemeen belang dan wel worden gebezigd voor  weldadige doelen en welke niet worden geëxploiteerd tegen betaling;</al><al>i. Gesaneerde olietank waarvoor een saneringsbewijs is afgegeven;</al><al>j. Voorwerpen ten behoeve van zogenaamde Warmte Koude Opslag-systemen, waarbij grondwater wordt  gebruikt voor het verwarmen en koelen van gebouwen;</al><al>k. Het gebruik van de openbare gemeentegrond voor straat-/buurt-wijkactiviteiten, die al dan niet zijn gesubsidieerd door Verrijk je Wijk/Stad en georganiseerd zijn voor en/of door de bewoners ter  bevordering van de sociale cohesie en leefbaarheid;</al><al>l. Het gebruik van de openbare gemeentegrond voor evenementen vermeld op de Evenementenkalender.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al/><al>1. De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.</al><al>2. De belasting is verschuldigd bij de aanvang van het heffingstijdvak of, zo dit later is, op het tijdstip waarop  het hebben van voorwerpen een aanvang neemt.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><al/><al>1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in  twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgende op de  maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.</al><al>2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van  automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden  afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in 12 gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn  vervalt tussen de 24e en het einde van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het  aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later (eveneens tussen de  24e en het einde van de maand).</al><al>3. Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het tweede lid tweemaal achtereen niet kunnen worden  geïncasseerd, vervalt voor het betreffende aanslagbiljet de mogelijkheid tot automatische betalingsincasso  en gelden de betaaltermijnen zoals genoemd in het eerste lid.</al><al>4. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Nadere regels door het college</titel></kop><al/><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de precariobelasting.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding, overgangsrecht en citeertitel</titel></kop><al/><al>1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking, doch niet  eerder dan 1 januari 2019.</al><al>2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019.</al><al>3. De "Verordening precariobelasting 2018" van 9 november 2017 wordt ingetrokken met ingang van de in  het tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing  blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al><al>4. Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening precariobelasting 2019".</al><al/><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 8 november 2018.</al><al/><al>de griffier, </al><al>de voorzitter,</al><al/><al/><al/><al>Kaart terrassengebied</al><al><plaatje><illustratie formaat="png" naam="Kaartterrassengebiedprecario2019ic9aa8866-3868-4608-9197-9362dc444f84.png" type="foto" breedte="15.9cm" id="ic9aa8866-3868-4608-9197-9362dc444f84" hoogte="11.26cm"/></plaatje></al><al/><al>Binnen markering: TRA</al><al>Buiten markering: TRB</al><al/><al/><al>De tarieventabel als bedoeld in artikel 2 van de "Verordening precariobelasting 2019"</al><al><plaatje><illustratie formaat="gif" naam="Tarievenprecario1i7d866bbb-4f4c-40f3-8425-5399284e5c14.gif" type="foto" breedte="15.9cm" id="i7d866bbb-4f4c-40f3-8425-5399284e5c14" hoogte="20.65cm"/></plaatje></al><al><plaatje><illustratie formaat="gif" naam="Tarievenprecario2i21b6482e-636a-444f-9ccb-fabc039eec42.gif" type="foto" breedte="15.9cm" id="i21b6482e-636a-444f-9ccb-fabc039eec42" hoogte="20.42cm"/></plaatje></al><al><plaatje><illustratie formaat="gif" naam="Tarievenprecario3icb9659f0-6ac7-40e4-8b2a-5ccb42214b2a.gif" type="foto" breedte="15.9cm" id="icb9659f0-6ac7-40e4-8b2a-5ccb42214b2a" hoogte="20.91cm"/></plaatje></al><al><plaatje><illustratie formaat="gif" naam="Tarievenprecario4id7659721-c45d-4a47-bb55-1a0343e1f631.gif" type="foto" breedte="15.9cm" id="id7659721-c45d-4a47-bb55-1a0343e1f631" hoogte="13.13cm"/></plaatje></al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al/></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>