<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR61438_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Financiële verordening van de gemeente Ten Boer.</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ten Boer</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-07-18</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ten Boer</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Noorderkrant, d.d. 12-11-03</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening van de gemeente Ten Boer.</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 212 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2003-11-05</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2003-11-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2009-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Financiële verordening van de gemeente Ten Boer.
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Definities</titel>
          </kop>
          <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
          <al>
            <vet>a.College</vet>
          </al>
          <al>burgemeester en wethouders van de gemeente Ten Boer</al>
          <al>
            <vet>b.Organisatie-eenheid</vet>
          </al>
          <al>iedere eenheid binnen de gemeentelijke organisatie die als zodanig in
                            de</al>
          <al>Organisatieverordening van de gemeente is aangewezen en die op grond van
                            deze verordening een eigen, rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het
                            college heeft de sectoren en de daarin uiteenvallende afdelingen en de
                            staf.</al>
          <al>
            <vet>c.Administratie</vet>
          </al>
          <al>het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van
                            informatie ten </al>
          <al>behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van
                            (onderdelen van) de </al>
          <al>gemeente Ten Boer en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet
                            worden afgelegd.</al>
          <al>
            <vet>d.Financiële administratie</vet>
          </al>
          <al>de financiële administratie is een onderdeel van de administratie en
                            omvat het systematisch maken en verwerken van aantekeningen betreffende
                            de financiële gegevens van (onderdelen van) de organisatie van de
                            gemeente Ten Boer, teneinde te komen tot een goed inzicht in:</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>de financieel-economische positie;</al></li>
            <li nr="-"><al>het beheer van vermogenswaarden;</al></li>
            <li nr="-"><al>de uitvoering van de begroting;</al></li>
            <li nr="-"><al>het afwikkelen van schulden en vorderingen;</al></li>
            <li nr="-"><al>alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording
                                    daarover.</al><lijst>
                <li nr="e."><al>
                    <vet>Administratieve organisatie</vet>
                  </al></li>
              </lijst></li>
          </lijst>
          <al>het stelsel van organisatorische maatregelen gericht op het tot stand
                            brengen en het in stand houden van de goede werking van de bestuurlijke
                            en ambtelijke informatieverzorging ten behoeve van de verantwoordelijke
                            leiding.</al>
          <al>
            <vet>f.Beheer van vermogenswaarden</vet>
          </al>
          <al>het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het geheel van middelen
                            en het uitoefen van rechten van de gemeente Ten Boer. </al>
          <al>
            <vet>g.Rechtmatigheid</vet>
          </al>
          <al>ontvangsten en bestedingen vinden plaats in overeenstemming met de
                            geldende wet- en regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen,
                            raadsbesluiten en besluiten van het college.</al>
          <al>
            <vet>h.Doelmatigheid</vet>
          </al>
          <al>het streven om binnen de gestelde kaders met een zo beperkt mogelijke
                            inzet van beschikbare middelen het gewenste resultaat te bereiken.</al>
          <al>
            <vet>i.Doeltreffendheid</vet>
          </al>
          <al>de mate waarin de gemeente erin slaagt met de geleverde prestaties de
                            gestelde doelen of de beoogde maatschappelijke effecten te bereiken.
                        </al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Programmabegroting</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De raad stelt tenminste bij de aanvang van de nieuwe raadsperiode
                                een programma-indeling voor de raadsperiode vast.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De raad stelt per programma vast:</al>
            <lijst>
              <li nr="-"><al>de beoogde maatschappelijke effecten: wat willen we
                                        bereiken?</al></li>
              <li nr="-"><al>de te leveren goederen en diensten: wat gaan we daarvoor
                                        doen?</al></li>
              <li nr="-"><al>de lasten: wat mag het kosten?</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Het college per programma indicatoren voor met betrekking tot de
                                beoogde maatschappelijke effecten en de te leveren goederen en
                                diensten.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>De raad stelt de indicatoren, bedoeld in het derde lid, vast.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>Het college draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen van
                                gegevens over de geleverde goederen en diensten en de
                                maatschappelijke effecten, zodat de doelmatigheid en
                                doeltreffendheid van het beleid zoals vastgesteld door de raad,
                                kunnen worden getoetst.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Producten</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Bij iedere begroting en jaarstukken wordt een overzicht gegeven van
                                de toedeling van de producten uit de productenraming onder welke
                                programma’s horen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De onderverdeling van de programma’s in de producten staat voor de
                                raadsperiode vast, tenzij er dringende redenen zijn tot wijzigen;
                                dit wordt dan in de begroting expliciet gemeld.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Kaders begroting</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het college biedt de gemeenteraad uiterlijk 1 juni van het
                                begrotingsjaar een nota aan over de kaders voor het volgende
                                begrotingsjaar en de drie opvolgende jaren. In deze nota worden de
                                bevindingen betrokken uit de rapportage van de begrotingsuitvoering
                                bedoeld in artikel 7 en de jaarstukken bedoeld in artikel 8.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De raad stelt deze nota uiterlijk 1 juli vast.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Uitvoering begroting</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Het college draagt zorg voor regels die bewerkstelligen dat de
                                    uitvoering van de begroting rechtmatig, doelmatig en
                                    doeltreffend verloopt.</al></li>
            <li nr="2."><al>Het college draagt er zorg voor dat:</al><lijst>
                <li nr="a."><al>de lasten en baten, door middel van kostentoerekening,
                                            eenduidig worden toegewezen aan de producten van de
                                            productenraming;</al><al/><al>b.de budgetten uit de productenraming en kredieten voor
                                            investeringen van de vastgestelde investeringsbesluiten
                                            eenduidig worden toegewezen aan de
                                            organisatie-eenheden;</al></li>
              </lijst></li>
          </lijst>
          <lijst>
            <li nr="c."><al>de lasten van de programma’s niet worden overschreden;</al></li>
            <li nr="d."><al>de lasten van de producten niet dusdanig worden overschreden dat
                                    het verwezenlijken van andere producten binnen hetzelfde
                                    programma onder druk komen.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Interne controle</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het college draagt ten behoeve van het getrouwe beeld en de
                                rechtmatig-heid van de jaarrekening zorg voor de jaarlijkse interne
                                toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking waaronder
                                de output en de rechtmatigheid van de beheers-handelingen. Bij
                                afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Het college draagt zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van een
                                aantal bedrijfsonderdelen op juistheid, volledigheid en tijdigheid
                                van de bestuurlijke in-formatievoorziening en de rechtmatigheid van
                                beheershandelingen. Ieder organisatieon-derdeel van de gemeente
                                wordt minimaal eens in de acht jaar aan een dergelijke toets
                                onderworpen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Het college zorgt op basis van de resultaten van de toets genoemd in
                                lid 2 voor een plan van verbetering. Het college neemt op basis van
                                het plan van verbetering maatregelen voor herstel van de
                                tekortkomingen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>De resultaten van de toets en het plan van verbetering worden ter
                                kennisgeving aan de raad aangeboden.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Tussentijdse rapportage en informatie</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <lijst>
              <li nr=""><al>Het college informeert de raad door middel van tussentijdse
                                        rapportages over de realisatie van de begroting van de
                                        gemeente over de eerste vier maanden en de eerste acht
                                        maanden van het lopende boekjaar.</al></li>
              <li nr="2."><al>Voor de opleverdata van de tussentijdse rapportages
                                        geldt:</al><lijst>
                  <li nr="-"><al>de viermaands rapportage wordt voor 1 augustus van
                                                het lopende begrotingsjaar ter verantwoording aan de
                                                raad aangeboden;</al></li>
                  <li nr="-"><al>de achtmaands rapportage wordt voor 1 december van
                                                het lopende begrotingsjaar ter verantwoording aan de
                                                raad aangeboden.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij
                                        de programma-indeling van de begroting.</al></li>
              <li nr="4."><al>De rapportages gaan in op afwijkingen, zowel wat betreft de
                                        lasten, de geleverde goederen en diensten en indien daar
                                        aanleiding voor is de maatschappelijke effecten. In de
                                        rapportages wordt in ieder geval aandacht besteed aan
                                        afwijkingen van:</al><lijst>
                  <li nr="-"><al>inkomsten uit de algemene uitkering;</al></li>
                  <li nr="-"><al>de rente-ontwikkeling op de kapitaalmarkt;</al></li>
                  <li nr="-"><al>resultaten uit de grondexploitatie;</al></li>
                  <li nr="-"><al>realisatie op begrote subsidieverwachtingen.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>Het college informeert in ieder geval vooraf de raad en neemt pas
                                een besluit, nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen
                                en bedenkingen ter kennis van het college te brengen voor zover het
                                betreft niet bij begroting vastgestelde afzonderlijke verplichtingen
                                inzake:</al>
            <lijst>
              <li nr="-"><al>investeringen groter dan € 75.000,--</al></li>
              <li nr="-"><al>aankoop en verkoop van goederen en diensten groter dan €
                                        75.000,--</al></li>
              <li nr="-"><al>nieuwe meerjarige verplichtingen waarvan de jaarlijkse
                                        lasten groter zijn dan € 20.000,-- (m.u.v.
                                        kapitaallasten)</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>6.</lidnr>
            <al>Investeringen kleiner dan € 10.000,00 worden niet geactiveerd.
                                Financiering van deze uitgaaf vindt plaats overeenkomstig notitie
                                “Gedragsregels met betrekking tot onttrekking aan de reserve kleine
                                investeringen en incidentele activiteiten/voorzieningen”. Door
                                middel van de tussentijdse rapportage zal de raad hierover worden
                                geïnformeerd.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>7</lidnr>
            <al>Aankoop van goederen en diensten kleiner dan € 10.000,00, van
                                incidentele aard, waarvoor geen raming is opgenomen in de begroting,
                                worden gefinancierd overeenkomstig de notitie “Gedragsregels met
                                betrekking tot onttrekking aan de reserve kleine investeringen en
                                incidentele activiteiten/voorzieningen”. Door middel van de
                                tussentijdse rapportage zal de raad hierover worden
                                geïnformeerd.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Jaarstukken</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het college draagt zorg voor een adequate vertaling van de
                                verantwoording van de diensten naar de productenrealisatie en naar
                                de programmabegroting.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Het college legt verantwoording af over de programma’s via
                                be-antwoording van de vragen:</al>
            <lijst>
              <li nr="-"><al>wat hebben we bereikt?</al></li>
              <li nr="-"><al>wat hebben we er voor gedaan?</al></li>
              <li nr="-"><al>wat heeft het gekost?</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De raad bepaalt aan de hand van de uitvoering van de programma’s of
                                de beleidsdoelen van de programma’s bijstelling behoeven.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Financiële positie</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het college draagt er zorg voor, dat al het beleid waartoe de raad
                                heeft besloten, in de uiteenzetting van de financiële positie en de
                                meerjarenramingen is opgenomen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Het totaalbedrag aan verleende garanties en waarborgen wordt bij de
                                uiteenzetting van de financiele positie expliciet vermeld.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De raad autoriseert met het vaststellen van de financiële positie de
                                investeringskredie-ten.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>Reserves en voorzieningen</titel>
          </kop>
          <al>Het college biedt jaarlijks gelijktijdig met de in artikel 4 genoemde
                            data de (bijgestelde) nota reserves en voorzieningen aan ter behandeling
                            en vaststelling door de raad. De nota behandelt: de vorming en vrijval
                            van reserves en voorzieningen, de toerekening en verwerking van rente
                            over de algemene reserves en bestemmingsreserves, een en ander in
                            relatie tot de nota weerstandsvermogen als bedoeld in artikel 15.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>Waardering en afschrijving vaste activa</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1</lidnr>
            <lijst>
              <li nr=""><al>Immateriële activa worden maximaal in vijf jaar
                                        afgeschreven.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De materiële vaste activa met een economisch nut, zoals bedoeld in
                                artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                                gemeenten, worden afgeschreven overeenkomstig hetgeen is opgenomen
                                in de Notitie activerings- en afschrijvingsbeleid.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Het college biedt de raad tenminste eenmaal in de vier jaar, voor
                                het eerst in mei 2004, ter behandeling en vaststelling een nota
                                afschrijvingsbeleid aan.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Onder activa met een meerjarig maatschappelijk nut, zoals bedoeld in
                                artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                                gemeenten, worden verstaan investeringen in aanleg en onderhoud van:
                                waterwegen, waterbouwkundige werken, permanente terreinwerken,
                                wegen, straten, fietspaden, voetpaden, bruggen, viaducten, tunnels,
                                verkeerslichtinstallaties, openbare verlichting, straatmeubilair,
                                reconstructie open-bare ruimte, parken en overig openbaar
                                groen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>Aankoop en vervaardiging van activa met een meerjarig
                                maatschappelijk nut worden onder aftrek van bijdragen van derden en
                                bestemmingsreserves ten laste van de ex-ploitatie gebracht. Hiervan
                                kan bij raadsbesluit worden afgeweken. In geval van activering bij
                                raadsbesluit wordt het actief afgeschreven op de wijze zoals
                                aangegeven in de Notitie activerings- en afschrijvingsbeleid.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12</nr>
            <titel>Waardering debiteuren en overige vorderingen</titel>
          </kop>
          <al>Voor openstaande vorderingen betreffende onroerende zaakbelastingen
                            gebruikers, onroe-rende zaakbelastingen eigenaren, hondenbelasting,
                            rioolrechten en reinigingsrechten (incl. afvalstoffenheffing) wordt een
                            voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van het historisch
                            percentage van oninbaarheid. Voor de overige vorderingen wordt een
                            voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van beoordeling op
                            inbaarheid van de openstaande vorderingen ouder dan drie maanden.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>13</nr>
            <titel>Kostprijsberekening</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen en diensten
                                wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij de
                                kostentoerekening worden naast de directe kosten alleen die
                                indirecte kosten meegenomen die rechtstreeks samenhangen met de door
                                de gemeente verrichte dienstverlening.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Bij de kostentoerekening bedoelde indirecte kosten worden meegenomen
                                de bijdragen aan reserves voor de noodzakelijke vervanging van de
                                betrokken activa, de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa
                                en voor rioolrechten, reinigingsrechten en afvalstof-fenheffing de
                                compensabele omzetbelasting.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De omslagrente voor de rentetoerekening van de kapitaallasten wordt
                                bepaald op basis van het rentetotaal van de uitstaande leningen en
                                het rentetotaal van het verwachte financieringstekort c.q.
                                financieringsoverschot.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>14</nr>
            <titel>Lokale heffingen</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het college biedt de raad tenminste eenmaal in de vier jaar, voor
                                het eerst in 2004, een (bijgestelde) nota lokale heffingen aan. In
                                deze nota wordt ingegaan op de samenstelling van het pakket aan
                                gemeentelijke belastingen en heffingen, de druk van de belastingen
                                over de diverse bevolkingsgroepen en belang-hebbenden, de
                                kostendekkendheid van de heffingen, het kwijtscheldingsbeleid en het
                                ta-rievenbeleid. Verder bevat de nota een overzicht van
                                verordeningen met de bijbeho-rende vaststellingsdata waarin
                                tarieven, heffingen en prijzen zijn vastgelegd. Het college draagt
                                er zorg voor dat er een actueel overzicht is van de tarieven,
                                heffingen, prijzen en kosten per verstrekte dienst.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Voor het vaststellen van de hoogte van de gemeentelijke tarieven,
                                heffingen en prijzen door de raad verstrekt het college aan de raad
                                per verordening waarin deze tarieven, heffingen en prijzen worden
                                vastgelegd, de actueel geraamde hoeveelheden per door de gemeente
                                verstrekte dienst, waarover de tarieven, heffingen en prijzen in
                                rekening worden gebracht en per verordening het totaal van de
                                geraamde kosten van de erin genoemde door de gemeente verstrekte
                                diensten.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Bij de begroting en jaarstukken doet het college in de paragraaf
                                lo-kale heffingen verslag van:</al>
            <lijst>
              <li nr="-"><al>de opbrengsten per lokale heffing;</al></li>
              <li nr="-"><al>het volume en bedrag aan kwijtscheldingen</al></li>
              <li nr="-"><al>de kostendekkendheid van de rioolrechten en
                                        afvalstoffenheffing;</al></li>
              <li nr="-"><al>de ontwikkeling van de lokale lastendruk voor zowel
                                        eenpersoons- als meerpersoonshuishoudingen en
                                        bedrijven.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>15</nr>
            <titel>Weerstandsvermogen en risicomanagement</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het college biedt de raad tenminste eenmaal in de vier jaar, voor
                                het eerst in 2005, een (bijgestelde) nota weerstandsvermogen en
                                risicomanagement aan. In deze nota wordt ingegaan op het
                                risicomanagement, het opvangen van risico’s door verzekeringen,
                                voorzieningen, het weerstandsvermogen of anderszins. In de nota
                                wordt tevens de gewenste weerstandscapaciteit bepaald.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Het college geeft in de paragraaf weerstandsvermogen van de
                                begroting en jaarstukken aan de risico’s van materieel belang en een
                                inschatting van de kans dat deze risico’s zich voordoen. Het college
                                brengt hierbij in elk geval de risico’s in beeld en actualiseert de
                                risico’s genoemd in de nota bedoel in lid 1.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Het college geeft aan in de paragraaf weerstandsvermogen van de
                                begroting en van de jaarstukken de weerstandscapaciteit en in
                                hoeverre schade en verliezen als gevolg van de risico’s van
                                materieel belang met het weerstandscapaciteit kunnen worden
                                opgevangen.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>16</nr>
            <titel>Onderhoud kapitaalgoederen</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het college biedt de raad ten minste eenmaal in de vier jaar, voor
                                het eerst in 2004, een (bijgestelde) nota onderhoud openbare ruimte
                                aan.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De nota geeft het kader weer voor de inrichting van het onderhoud en
                                het beoogde onderhoudsniveau voor het openbaar groen, water, wegen,
                                kunstwerken en straatmeubilair en eveneens de normkostensystematiek
                                en het meerjarig budgettair beslag.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Het college biedt de raad ten minste eenmaal in de vier jaar, voor
                                het eerst in 2004, een (bijgestelde) nota rioleringsplan aan. De
                                nota geeft het kader weer voor de inrichting van het onderhoud, het
                                beoogde onderhoudsniveau en de uitbreiding van de riolering alsmede
                                de kwaliteit van het milieu en eveneens de normkostensystematiek en
                                het meerjarig budgettair beslag.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Het college biedt de raad ten minste eenmaal in de vier jaar, voor
                                het eerst in 2004, een (bijgestelde) nota onderhoud gebouwen aan. De
                                nota bevat voorstellen voor het te plegen onderhoud en de
                                bijbehorende kosten aan de gemeentelijke gebouwen en eveneens de
                                normkostensystematiek en het meerjarig budgettair beslag.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de paragraaf
                                onderhoud kapitaalgoederen verslag over de voortgang van het
                                geplande onderhoud en het eventuele achterstallig onderhoud aan
                                openbaar groen, water, wegen, kunstwerken, straatmeubilair,
                                riolering en gebouwen.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>17</nr>
            <titel>Financieringsfunctie</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Bij de begroting en jaarstukken doet het college in de paragraaf
                                financiering verslag van:</al>
            <lijst>
              <li nr="-"><al>de kasgeldlimiet;</al></li>
              <li nr="-"><al>de renterisiconorm;</al></li>
              <li nr="-"><al>de omvang en samenstelling van het vreemd vermogen;</al></li>
              <li nr="-"><al>de omvang en samenstelling van de uitzettingen;</al></li>
              <li nr="-"><al>de huidige liquiditeitspositie;</al></li>
              <li nr="-"><al>de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de
                                        komende drie jaar;</al></li>
              <li nr="-"><al>de rentevisie;</al></li>
              <li nr="-"><al>de rentekosten en</al></li>
              <li nr="-"><al>de renteopbrengsten verbonden aan de
                                        financieringsfunctie.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>18</nr>
            <titel>Bedrijfsvoering</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het college stelt eenmaal in de vier jaar, voor het eerst in 2006,
                                een nota bedrijfsvoering vast. De nota wordt ter kennisgeving aan de
                                raad gezonden. In de nota wordt speciale aandacht geschonken aan de
                                relatie tussen het gemeentelijk apparaat en de inwoners van de
                                gemeente.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>In de bedrijfsvoeringparagraaf in de begroting wordt ingegaan op de
                                tijdelijke en actuele onderwerpen die aandacht behoeven. In de
                                bedrijfsvoeringparagraaf in de jaarstukken wordt gerapporteerd over
                                de bij de begroting bepaalde onderwerpen aangaande de
                                bedrijfsvoering alsmede over nieuwe ontwikkelingen.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>19</nr>
            <titel>Verbonden partijen</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het college biedt ten minste eens in de vier jaar, voor het eerst in
                                2007, een (bijgestelde) nota verbonden partijen aan.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Van elk van de verbonden partijen wordt weergeven:</al>
            <lijst>
              <li nr="-"><al>het openbaar belang;</al></li>
              <li nr="-"><al>het eigen vermogen;</al></li>
              <li nr="-"><al>de solvabiliteit;</al></li>
              <li nr="-"><al>het financieel resultaat en</al></li>
              <li nr="-"><al>het financieel belang en de zeggenschap van de
                                        gemeente.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De nota bevat voorts de kaders voor het beleid aangaande (het
                                aangaan van nieuwe) participaties met name de condities waaronder
                                hoe het publiek belang is gediend met behartiging door verbonden
                                partijen, de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de
                                verbonden partijen en de financiële consequenties.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>In de begroting en jaarstukken wordt in de paragraaf verbonden
                                partijen in elk geval ingegaan op nieuwe verbonden partijen, het
                                beëindigen van bestaande verbonden partijen, het wijzigen van
                                bestaande verbonden partijen en het voordoen van problemen bij
                                bestaande verbonden.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>20</nr>
            <titel>Grondbeleid</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het college biedt ten minste eenmaal in de vier jaar, voor het eerst
                                in 2006, een (bijgestelde) nota grondbeleid aan ter behandeling en
                                vaststelling door de raad. In deze nota wordt aandacht besteed
                                aan:</al>
            <lijst>
              <li nr="-"><al>de relatie met de programma’s van de begroting;</al></li>
              <li nr="-"><al>de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de
                                        gemeente;</al></li>
              <li nr="-"><al>te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten;</al></li>
              <li nr="-"><al>voorraadverwerving en uitgifte van gronden en</al></li>
              <li nr="-"><al>uitgifte van gronden in erfpacht en de bijstelling van
                                        erfpachtvergoedingen.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>In de paragraaf grondbeleid in de begroting en jaarstukken wordt
                                ingegaan op de uitvoering van de nota grondbeleid, met name de
                                belangrijkste financiële ontwikkelingen zoals verlies- en
                                winstverwachtingen, de verwerving van gronden e.d. en de relaties
                                van het grondbeleid met de programma’s.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>21</nr>
            <titel>Verstrekking van subsidies</titel>
          </kop>
          <al>Het college biedt eens in de vier jaar, voor het eerst in 2005, een
                            (bijgestelde) nota verstrekking gemeentelijke subsidies aan ter
                            behandeling in de raad. De nota bevat het kader voor de verstrekking van
                            gemeentelijke subsidies en een overzicht van de toegekende gemeentelijke
                            subsidies.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>22</nr>
            <titel>Financiële administratie</titel>
          </kop>
          <al>Het college draagt er zorg voor dat:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>de inrichting en werking van de financiële administratie voldoet
                                    aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                                    gemeenten en andere relevante wet- en regelgeving;</al></li>
            <li nr="b."><al>de vereiste informatie wordt verstrekt aan het rijk, de
                                    provincie en de Europese Unie alsmede aan andere instellingen
                                    die specifieke verantwoordingsverplichtingen opleggen aan
                                    gemeenten.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>23</nr>
            <titel>Administratie</titel>
          </kop>
          <al>De administratie is zodanig van opzet en werking dat zij in ieder geval
                            dienstbaar is voor:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de
                                    gemeente als geheel en in de diensten;</al></li>
            <li nr="b."><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang
                                    van registergoederen, kapitaalgoederen, voorraden, vorderingen
                                    en schulden, c.a.;</al></li>
            <li nr="c."><al>het verschaffen van informatie aan de productbeheerders en voor
                                    het maken van kostprijscalculaties;</al></li>
            <li nr="d."><al>het bevorderen van de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                                    doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de
                                    gestelde beleidsdoelen, de begroting en ter zake geldende wet-
                                    en regelgeving;</al></li>
            <li nr="e."><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                                    doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in
                                    relatie tot gestelde beleidsdoelen, de begroting en ter zake
                                    geldende wet- en regelgeving;</al></li>
            <li nr="f."><al>de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van
                                    de daaraan ontleende informatie alsmede voor de controle op de
                                    rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het
                                    gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>24</nr>
            <titel>Financiële organisatie</titel>
          </kop>
          <al>Het college draagt er de zorg voor en legt (in een besluit) vast:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een
                                    eenduidige toewijzing van de gemeentelijke taken aan de
                                    organisatieonderdelen;</al></li>
            <li nr="b."><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden en
                                    verantwoordelijkheden zodat aan de eisen van interne controle
                                    wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie
                                    aan beleids- en beheersorganen is gewaarborgd;</al></li>
            <li nr="c."><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                    verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                    investeringskredieten;</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>25</nr>
            <titel>Aanbesteding en Inkoop</titel>
          </kop>
          <al>Het college draagt de zorg voor en legt (in een besluit) vast de interne
                            regels voor de inkoop van goederen en diensten en het aanbesteden van
                            werken, alsmede de algemene inkoopvoorwaarden van de gemeente en de
                            voorwaarden voor aanbesteding van werken van de gemeente.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>26</nr>
            <titel>Slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking per 15 november 2003 met dien
                                    verstande dat de begroting, meerjarenraming, de jaarstukken, de
                                    uitvoeringsinformatie en de informatie voor derden en de daarbij
                                    behorende toelichtingen met ingang van de begroting voor het
                                    begrotingsjaar 2004 voldoen aan de bepalingen in deze
                                    verordening.</al></li>
            <li nr="2."><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam</al><al>“<vet>Financiële beheersverordening gemeente Ten Boer</vet></al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al/>
          <al/>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <nota-toelichting>
        <al>
          <vet>Toelichting op Financiële verordening van de gemeente Ten
                                Boer.</vet>
        </al>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2.</nr>
            <titel>Programmabegroting</titel>
          </kop>
          <al>Artikel 2 bevat een aantal bepalingen over de inrichting van de
                            begroting waarin de kaderstellende functie van de raad tot uiting komt.
                            De raad legt op basis van dit artikel een belangrijk deel van de
                            infrastructuur van de begroting vast, evenals de kengetallen waarop de
                            raad wil sturen en controleren.</al>
          <al>Een programma is gebaseerd op de drie w-vragen: wat willen we bereiken,
                            wat gaan we daar voor doen en wat mag dat kosten? Vooral voor de eerste
                            twee vragen zullen in de praktijk indicatoren nodig zijn. Aan de hand
                            van die indicatoren kan de raad zijn kaderstellende functie vervullen.
                            Ook dienen zij om de raad de gelegenheid te bieden zijn controlerende
                            functie in te vullen door de uitkomsten en resultaten van de programma's
                            te beoordelen. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3.</nr>
            <titel>Producten</titel>
          </kop>
          <al>Ter uitvoering van de begroting stelt het college - zoals geregeld in
                            het Besluit begroting en verantwoording - een productraming op. Het
                            college is vrij in het aantal producten en de indeling daarvan. De
                            productraming is geen onderdeel van de begroting. Bij de
                            programmabegroting en verantwoording wordt door het college een
                            overzicht van de toedeling van de producten overgelegd.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4.</nr>
            <titel>Kaders begroting</titel>
          </kop>
          <al>De artikelen 2 en 3 betreffen vooral de infrastructuur van de begroting.
                            Artikel 4 gaat over het meerjarige budgettaire kader. Dat vormt de
                            grondslag voor de eigenlijke begroting. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5.</nr>
            <titel>Uitvoering begroting</titel>
          </kop>
          <al>De raad legt het college een aantal eisen op voor een goede uitvoering
                            van de begroting. In het duale stelsel geeft de raad geen nadere
                            uitvoeringsregels om aan de prestatie-eis te voldoen. Deze
                            uitvoeringsregels zijn aan het college. De regels worden wel ter kennis
                            van de raad gebracht.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6.</nr>
            <titel>Interne controle</titel>
          </kop>
          <al>Hier worden enkele basiscondities vastgelegd voor de interne controle.
                            In het eerste geeft de raad het college opdracht voor de inrichting van
                            de financiële organisatie verschillende maatregelen te treffen op het
                            gebied van interne controle, bijvoorbeeld een adequate functiescheiding. </al>
          <al>In het tweede lid geeft de raad aan, welke onderzoeken hij nodig acht om
                            de eisen van controle te waarborgen en met welke frequentie deze
                            onderzoeken moeten worden uitgevoerd.</al>
          <al>Het derde en vierde lid regelen dat het college op grond van de
                            uitkomsten van de onderzoeken bij tekortkomingen maatregelen tot herstel
                            treft en dat de raad over de uitkomsten van de onderzoeken en de
                            eventuele maatregelen tot herstel op de hoogte wordt gebracht.</al>
          <al>De genoemde onderzoeken in dit artikel omvatten niet de interne
                            onderzoeken van het college naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid
                            van het gevoerde bestuur. Regels voor deze interne onderzoeken zijn
                            opgenomen in de verordening artikel 213a Gemeentewet.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr/>
            <titel/>
          </kop>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7.</nr>
            <titel>Tussentijdse rapportage en informatie</titel>
          </kop>
          <al>Met de bepalingen over rapportage wordt aansluiting gezocht bij het al
                            een aantal jaren in Ten Boer bestaande systeem van periodieke
                            (beleids)rapportages aan de raad.</al>
          <al>Op basis van deze informatie kan de raaad de uitvoering van de begroting
                            volgen en zonodig besluiten tot bijsturing. </al>
          <al>Artikel 7, eerste tot en met vierde lid, formaliseert een belangrijk
                            onderdeel van de planning en control van de raad. De raad geeft namelijk
                            aan de aard van de informatie die het college standaard dient te
                            verstrekken evenals de reguliere frequentie. Op basis van deze
                            informatie kan de raad de uitvoering van de begroting volgen en
                            besluiten of bijsturing nodig is.</al>
          <al>Bij de uitvoering van de begroting geldt voor het college de
                            informatieplicht uit het vierde lid artikel 169 Gemeentewet. Bij het
                            aangaan van verplichtingen of het uitoefenen van bevoegdheden door het
                            college met ingrijpende gevolgen voor de gemeente moet het college eerst
                            het gevoelen van de raad inwinnen. In het vijfde en zesde lid van dit
                            artikel wordt door het vermelden van limietbedragen, aangegeven welke
                            privaatrechtelijke rechtshandelingen in elk geval vooraf aan de raad
                            moeten worden gemeld. Natuurlijk blijft de informatieplicht van het
                            college beneden deze bedragen onverkort van kracht.</al>
          <al>Enerzijds wordt met het vijfde en zesde lid de beoordelingsvrijheid van
                            het college door zelf te bepalen wat belangrijk genoeg is om vooraf aan
                            de raad mee te delen ingeperkt, anderzijds wordt op deze wijze voor het
                            college ook zekerheid geboden.</al>
          <al/>
          <al>Jaarstukken</al>
          <al>Artikel 8 is het sluitstuk van de begrotingscyclus, de verantwoording
                            over de begrotingsuitvoering door het college, cq. de controle van de
                            raad daarop. Basis daarvoor is de productrealisatie. In het eerste lid
                            wordt daarvoor een kwaliteitseis gesteld. Het tweede lid is de tegenpool
                            van artikel 2, lid 2.</al>
          <al/>
          <al>artikel 9</al>
          <al>In dit artikel staan enkele belangrijke uitgangspunten die het college
                            voor de uiteenzetting van de financiële positie en de meerjarenramingen
                            moet volgen.</al>
          <al>Tevens wordt hier expliciet vastgelegd hoe de raad bij het vaststellen
                            van de financiële positie, de investeringskredieten autoriseert. </al>
          <al/>
          <al>artikel 10 reserve en voorzieningen</al>
          <al>In de nota reserves en voorzieningen kan de raad het kader vaststellen
                            voor de omvang van de reserves. Dan moet antwoord worden gegeven op de
                            vraag hoe groot de omvang van het eigen vermogen moet zijn om risico’s
                            te kunnen opvangen. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat uit de
                            algemene reserves en bestemmingsreserves</al>
          <al/>
          <al>artikel 11 waardering &amp; afschrijvingen vaste activa</al>
          <al>De verordening moet volgens artikel 212 Gemeentewet in elk geval
                            bevatten de “regels voor waardering en afschrijving activa”. Artikel 11
                            vermeldt de regels voor de waardering en afschrijving van de vaste
                            activa. In indeling van de vaste activa in immateriële vaste activa,
                            materiele vaste activa en financiële vaste activa is verplicht. </al>
          <al>Afgezien is van het expliciteren van afschrijvingstermijnen voor de
                            verschillende voorzieningen. Eens in de vier jaar biedt het college de
                            raad ter behandeling en vaststelling een nota afschrijvingsbeleid
                            aan.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12.</nr>
            <titel>Waardering debiteuren en overige
                                vorderingen</titel>
          </kop>
          <al>Artikel 12. geeft de regels voor de bepaling van de hoogte van de
                            voorziening voor oninbare vorderingen. Veelal betreft dit vorderingen
                            met betrekking tot lokale heffingen en rechten.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>13.</nr>
            <titel>Kostprijsberekening</titel>
          </kop>
          <al>In artikel 13 is de grondslag voor de bepaling van heffingen en tarieven
                            neergelegd, zoals dat door artikel 212, lid 2, let b Gemeentewet wordt
                            geëist. De grondslag voor de hoogte van heffingen en tarieven is
                            namelijk politieke besluitvorming door de raad op basis van de geraamde
                            hoeveelheden en de geraamde kostprijzen. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>14.</nr>
            <titel>Lokale heffingen</titel>
          </kop>
          <al>Het nieuwe artikel 212 Gemeentewet eist in het tweede lid, onderdeel b,
                            dat de verordening 212 Gemeentewet minimaal de grondslagen bevat voor de
                            berekening van de door het gemeentebestuur in rekening te brengen
                            tarieven voor rechten als bedoeld in artikel 229b Gemeentewet en in
                            rekening te brengen heffingen als bedoeld in artikel 15.33 Wet
                            milieubeheer. In artikel 14 van de verordening zijn de grondslagen voor
                            de bepaling van heffingen, tarieven en prijzen in het algemeen
                            verankerd.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>15.</nr>
            <titel>Weerstandsvermogen en risicomanagement</titel>
          </kop>
          <al>De gemeente loopt risico’s van uiteenlopende aard. Tegen een deel van
                            deze risico’s kan de gemeente zich verzekeren, of er moeten
                            voorzieningen worden gevormd. </al>
          <al>Niet verzekerde risico’s die manifest worden, moet de gemeente opvangen
                            met het eigen vermogen, door belastingverhoging of door beleidsmatige
                            ombuigingen</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>16.</nr>
            <titel>Onderhoud kapitaalgoederen</titel>
          </kop>
          <al>In dit artikel worden regels gesteld voor de begrotings- en
                            verantwoordingsinformatie aan de raad over het onderhoud aan
                            kapitaalgoederen. De verantwoordingsinformatie wordt gesplitst over</al>
          <al>onderhoud openbare ruimte, rioleringen en onderhoud gebouwen</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>17.</nr>
            <titel>Financieringsfunctie</titel>
          </kop>
          <al>De financieringsfunctie (treasury) is een belangrijk onderdeel van het
                            middelenbeheer. Gezien de operationele kwetsbaarheid van deze functie
                            bevat artikel 212 het expliciete voorschrift dat de verordening een
                            onderdeel over de financieringsfunctie heeft. In dit artikel wordt
                            uitvoering gegeven aan artikel 212, tweede lid onder c. Het gaat om de
                            kaders voor het uitvoeren van de financieringsfunctie. Deze kunnen hier
                            beperkt zijn omdat de gemeenteraad</al>
          <al>Reeds in december 2001 heeft de raad een zgn. treasurystatuut heeft
                            vastgesteld.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>18.</nr>
            <titel>Bedrijfsvoering</titel>
          </kop>
          <al>Het domein van de ambtelijke organisatie is de verantwoordelijkheid van
                            het college. Beleid op dit gebied wordt in de eerste plaats vormgegeven
                            door het college. De nota bedrijfsvoering wordt dan ook ter kennisneming
                            aan de raad aangeboden. Wel geeft de raad in het tweede lid aan waarover
                            hij in de nota in ieder geval geïnformeerd wil worden.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>19.</nr>
            <titel>Verbonden partijen</titel>
          </kop>
          <al>De verantwoordingsinformatie wordt gesplitst. Het eerste lid regelt, dat
                            er een nota verbonden partijen aan de raad wordt aangeboden, waarin op
                            de stand van zaken van de verbonden partijen wordt ingegaan en de raad
                            de kaders voor het toekomstig beleid uiteen kan zetten. </al>
          <al>Lid 2 regelt over welke feiten aangaande het financieel beheer van
                            verbonden partijen de raad in elk geval in de verplichte paragraaf
                            verbonden partijen bij de begroting en jaarstukken geïnformeerd wil
                            worden. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>20.</nr>
            <titel>Grondbeleid</titel>
          </kop>
          <al>Een belangrijke taak van een gemeente is het daadwerkelijk ingrijpen in
                            de ruimtelijke ordening van een gemeente door zelf vastgoedlocaties te
                            (laten) ontwikkelen. De uitgangspunten van het financieel beleid ten
                            aanzien van het grondbeleid horen bij de raad thuis. Artikel 22, eerste
                            lid, regelt, dat het college ten minste eens in de vier jaar een nota
                            grondbeleid aan de raad aanbiedt ter behandeling en vaststelling. </al>
          <al>Het tweede lid van artikel 22 schrijft de feiten voor aangaande het
                            grondbeleid waarover de raad in elk geval in de verplichte paragraaf
                            grondbeleid bij de begroting en jaarstukken moet worden geïnformeerd.
                            Het Besluit begroting en verantwoording schrijft voor:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al>een visie op het grondbeleid in relatie tot de realisatie van de
                                    doelstellingen van de programma’s die zijn opgenomen in de
                                    begroting;</al></li>
            <li nr="b."><al>een aanduiding van de wijze waarop de gemeente het grondbeleid
                                    uitvoert;</al></li>
            <li nr="c."><al>een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de
                                    totale grondexploitatie;</al></li>
            <li nr="d."><al>een onderbouwing van de geraamde winstneming;</al></li>
            <li nr="e."><al>de beleidsuitgangspunten omtrent de reserves voor grondzaken in
                                    relatie tot de risico’s van de grondzaken.</al></li>
          </lijst>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>21</nr>
            <titel>Verstrekking van subsidies</titel>
          </kop>
          <al>Een belangrijke uitgaande middelenstroom, die de kaderstellende rol en
                            het budgetrecht van de raad raakt, betreft de verstrekking van
                            gemeentelijke subsidies. Hiervoor is geen pragraaf bij de begroting en
                            de jaarstukken opgenomen. Artikel 23 regelt dat de raad periodiek een
                            nota onvangt waarin het college het voorgenomen beleid uiteenzet voor de
                            verstrekking van subsidies en een overzicht van de toegekende subsidies.
                        </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>22.</nr>
            <titel>Administratie</titel>
          </kop>
          <al>In artikel 22 worden de kaders gegeven voor de inrichting van
                            administraties van de gemeente. In hoofdlijnen wordt opgedragen welke
                            gegevens moeten worden vastgelegd en aan welke eisen de vastgelegde
                            gegevens moeten voldoen. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>23.</nr>
            <titel>Financiële administratie</titel>
          </kop>
          <al>In het Besluit begroting en verantwoording zijn onder andere
                            waarderingsgrondslagen, balansindeling en verplicht op te leveren
                            financiële gegevens vastgelegd. Vanuit de financiële administratie
                            moeten gegevens worden aangeleverd voor de financiële
                            verantwoordingsinformatie aan de raad, maar ook aan gedeputeerde staten,
                            in hun rol als toezichthouder, het rijk, de Europese Unie etc.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>24.</nr>
            <titel>Financiële organisatie</titel>
          </kop>
          <al>In dit artikel worden uitgangspunten voor de inrichting van de
                            financiële organisatie gegeven, waaraan het college bij het stellen van
                            regels voor de ambtelijke organisatie invulling moet geven. De
                            uitgangspunten vormen kaders voor het college, waaraan het zich moet
                            houden.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>25.</nr>
            <titel>Aanbesteding en inkoop</titel>
          </kop>
          <al>De inkoop van goederen en diensten en de aanbesteding van werken zijn
                            belangrijke en kwetsbare activiteiten die een groot budgettair effect
                            kunnen hebben. Het hanteren van een protocol is naast de desbetreffende
                            administratieve aspecten tevens te zien als een vorm van
                            risicobeheersing. De aansprakelijkheid kan worden beperkt en er wordt
                            jegens derden rechtszekerheid gecreëerd</al>
        </divisie>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>