<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR61376_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Nadeelcompensatieregeling verleggen kabels en leidingen gemeente West Maas en Waal, 2007</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">West Maas en Waal</dcterms:creator><dcterms:modified>2007-09-19</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">West Maas en Waal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>NKL gemeente West Maas en Waal 2007</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-09-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-09-19</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2025-05-02</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2007/09-13</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Inwerkingtreding regeling bij benadering</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Nadeelcompensatieregeling verleggen kabels en leidingen gemeente West Maas en Waal, 2007</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>1.1.</nr><titel>Definities</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al><al>;</al><lijst><li nr="a."><al>aanvrager: de indiener van een aanvraag als bedoeld in artikel 3
                                    of 7</al></li><li nr="b."><al>college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                                    West Maas en Waal</al></li><li nr="c."><al>kabel: een sterke, buigzame, verbinding, bestaande uit een of
                                    meer geleiders die zijn samengesteld uit draden van metaal of
                                    glasvezel en geschikt voor het transport van elektrische energie
                                    of elektrische signalen of optische signalen;</al></li><li nr="d."><al>leiding: een buis, vervaardigd van een duurzaam materiaal zoals
                                    staal, beton of kunststof en geschikt voor het transport van
                                    vloeistoffen en gassen met alle daarbij behorende voorzieningen,
                                    zoals mantelbuizen, kabelgoten, afsluiters, brandkranen, kasten,
                                    etc.;</al></li><li nr="e."><al>vergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 2.1.5.2 van de
                                    Algemene Plaatselijke Verordening West Maas en Waal, dan wel een
                                    vergunning anderszins zoals een bouw- of aanlegvergunning, door
                                    het college verleend op grond van een wettelijk voorschrift als
                                    onderdeel van de voorzieningen als bedoeld onder c en d. </al></li><li nr="f."><al>akkoordverklaring: een verklaring/term die in de praktijk van
                                    West Maas en Waal bij instemming met de aanleg van kabels en
                                    leidingen is gehanteerd en die kan worden gelijkgesteld aan een
                                    vergunning.</al></li><li nr="g."><al>gedoogsituatie: de aanwezigheid van een kabel of leiding
                                    waarvoor in strijd met de regelgeving geen vergunning of
                                    akkoordverklaring is afgegeven maar welke aanwezigheid gedurende
                                    een periode van ten minste één jaar aantoonbaar bij het college
                                    als bekend mag worden verondersteld zonder dat daartegen in die
                                    periode enigerlei actie is ondernomen.</al></li><li nr="h."><al>droge infrastructuur: Wegen zoals bedoeld in de
                                    begripsbepalingen van artikel 1.1 van de Algemene Plaatselijke
                                    Verordening West Maas en Waal met uitzondering van waterwegen en
                                    dijken als hierna onder i genoemd;</al></li><li nr="i."><al>natte infrastructuur: waterwegen, havens en dijken, voor wat
                                    betreft de laatste slechts voor zover het gaat om de aanleg van
                                    of wijziging aan de dijk als waterkeringswerk;</al></li><li nr="j."><al>langsleiding: een leiding of kabel die, parallel is gelegd aan,
                                    boven, onder op of in droge of natte infrastructuur</al></li><li nr="k."><al>kruisende leiding: een leiding of kabel die, krachtens
                                    vergunning, kruisend door, op, boven, onder of in droge of natte
                                    infrastructuur is gelegd;.</al></li><li nr="l."><al>buitenleiding: een leiding of kabel die buiten het openbare
                                    beheergebied van de gemeente is gelegd en valt onder één van de
                                    categorieën openbare werken als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Belemmeringenwet privaatrecht</al></li><li nr="m."><al>leidingexploitant: degene onder wiens verantwoordelijkheid een
                                    leiding wordt aangelegd, beheerd of geëxploiteerd, waaronder
                                    tevens wordt begrepen degene die een vergunning voor het
                                    aanleggen van een leiding heeft aangevraagd</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>1.2</nr><titel>Toepassingsbeperkingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze regeling is niet van toepassing op </al><lijst><li nr="a."><al>het gemeentelijke rioleringsnet. </al></li><li nr="b."><al>Kabels en leidingen bedoeld in de Telecommunicatiewet en op
                                        kabels en leidingen, die onderdeel zijn van een inrichting
                                        als bedoeld in de Wet milieubeheer of deel uitmaken van
                                        drukapparatuur als bedoeld in het Warenwetbesluit
                                        drukapparatuur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze regeling is evenmin van toepassing indien en voor zover
                                besluitvorming over nadeelcompensatie als in deze verordening
                                bedoeld valt binnen de bevoegdheden en/of verantwoordelijkheden van
                                organen van het Rijk of van de provincie of van daardoor ingestelde
                                zelfstandige bestuurslichamen, niet zijnde de gemeente.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>1.3.</nr><titel>Recht op vergoeding voor het verleggen van kruisende - en/ of
                            langsleidingen en de omvang daarvan</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien blijkt dat een aanvrager als gevolg van een besluit van het
                                college, inhoudende een intrekking of wijziging van een vergunning,
                                akkoordverklaring of gedoogsituatie schade lijdt of zal lijden die
                                redelijkerwijs niet of niet geheel tot het normale bedrijfsrisico
                                kan worden gerekend en waarvan een vergoeding niet of niet voldoende
                                is verzekerd, kent het college op verzoek aan hem een vergoeding
                                toe.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het schadebedrag wordt berekend overeenkomstig de bepalingen vervat
                                in de van deze verordening deel uitmakende bijlage 1. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd de artikelen 5 en 6, bestaat de vergoeding bij een
                            langsleiding uit een percentage van de berekende schade, welk percentage
                            lineair gerelateerd is aan de tijdsduur die is verstreken vanaf het
                            moment waarop met de aanleg van de leiding een begin is gemaakt tot en
                            met de dag van de inwerkingtreding van het besluit tot wijziging of
                            intrekking van de vergunning, akkoordverklaring of gedoogsituatie
                            overeenkomstig hetgeen ter zake is weergegeven ten behoeve van
                            respectievelijk de droge en natte infrastructuur in de van deze regeling
                            deel uitmakende schema's zoals opgenomen in bijlage 2.</al><al>Als begindatum voor de aanleg geldt de datum van de vergunning of van
                            akkoordverklaring. Bij gedoogsituaties of bij vergunningafgifte of
                            akkoordverklaringen ter legalisering van bestaande situaties moet de
                            aanvrager om aanspraak te kunnen maken op nadeelcompensatie het moment
                            kunnen aantonen waarop de aanleg heeft plaatsgevonden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd de artikelen 5 en 6, bestaat de vergoeding bij een
                            kruisende leiding uit de aantoonbare componenten werkelijke kosten van
                            ontwerp en begeleiding, zonder algemene toeslagen alsmede
                            uitvoeringskosten van de werkelijke verlegging zoals is weergegeven in
                            de van deze regeling deel uitmakende bijlage 3</al><al>.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>Geen vergoeding vindt plaats als in het besluit tot verlening van de
                            vergunning of akkoordverklaring een bepaling is opgenomen dat binnen een
                            periode van vijf jaren, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding
                            van de vergunning of akkoordverklaring, een wijziging of intrekking van
                            die vergunning of akkoordverklaring te voorzien is in verband met binnen
                            die periode uit te voeren werkzaamheden aan en ten behoeve van de
                            desbetreffende infrastructuur en binnen de genoemde periode van vijf
                            jaar daadwerkelijk een besluit tot wijziging of intrekking van de
                            vergunning of akkoordverklaring wordt toegezonden. Bij gedoogsituaties
                            korter dan vijf jaren vindt eveneens geen vergoeding plaats, ongeacht of
                            de aanvrager dan wel de leidingexploitant in kennis werd gesteld van een
                            mogelijke gedwongen verlegging of verwijdering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>Indien in bijzondere omstandigheden gronden aanwezig zijn om te
                            concluderen dat redelijkerwijs een groter of kleiner gedeelte van de
                            schade ten laste van de aanvrager dient te blijven dan uit de toepassing
                            van de artikelen 3 tot en met 5 voortvloeit, kan van die artikelen
                            worden afgeweken.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>1.4.</nr><titel>Recht op vergoeding voor het verleggen van buitenleidingen en de
                            omvang daarvan</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>Het college kent de aanvrager die schade lijdt of zal lijden als gevolg
                            van de rechtmatige uitoefening door of namens het college van een aan
                            het publiekrecht ontleende bevoegdheid of taak leidende tot een
                            verlegging van een buitenleiding, op aanvraag een vergoeding toe, voor
                            zover de schade redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste
                            behoort te blijven en voor zover de vergoeding niet of niet voldoende
                            anderszins is verzekerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>De omvang van de schade wordt overeenkomstig de voorschriften vervat in
                            de bijlage 1 bij deze regeling berekend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al>Onverminderd artikel 10, bestaat de vergoeding bij een buitenleiding uit
                            de aantoonbare componenten werkelijke kosten van ontwerp en begeleiding,
                            zonder algemene toeslagen alsmede uitvoeringskosten van de werkelijke
                            verleggingkosten zoals is weergegeven in de van deze regeling deel
                            uitmakende bijlage 4.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al>Indien in bijzondere omstandigheden gronden aanwezig zijn om te
                            concluderen dat redelijkerwijs een groter of kleiner gedeelte van de
                            schade ten laste van de aanvrager dient te blijven dan uit de toepassing
                            van de artikelen 8 en 9 voortvloeit, kan van die artikelen worden
                            afgeweken.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>2.1.</nr><titel>De behandeling van de aanvraag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>Een aanvraag tot vergoeding wordt zo spoedig mogelijk bij het college
                            ingediend, doch in ieder geval binnen een termijn van één jaar na het
                            van kracht worden van het besluit waarbij de vergunning,
                            akkoordverklaring of gedoogsituatie wordt gewijzigd of ingetrokken, of
                            binnen een periode van één jaar na het rechtmatig uitoefenen door of
                            namens het college van een aan het publiekrecht ontleende bevoegdheid of
                            taak waardoor een buitenleiding verlegd diende te worden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al>De aanvraag bevat onverminderd artikel 4:2 van de Algemene wet
                            bestuursrecht ten minste:</al><lijst><li nr="a."><al>een aanduiding van het besluit tot intrekking of wijziging van
                                    de vergunning of van het rechtmatig uitoefenen door of namens
                                    het college van een aan het publiekrecht ontleende taak of
                                    bevoegdheid leidende tot een verlegging van een
                                    buitenleiding;</al></li><li nr="b."><al>een aanduiding van de aard en omvang van de schade, alsmede een
                                    specificatie van het bedrag van de schade berekend conform de
                                    artikelen 3 tot en met 5 of de artikelen 8 en 9;</al></li><li nr="c."><al>een opgave van het schadebedrag dat naar het oordeel van de
                                    aanvrager vergoed dient te worden;</al></li><li nr="d."><al>een accountantsverklaring.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><al>Het college bevestigt de ontvangst van de aanvraag om vergoeding zo
                            spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken na ontvangst ervan,
                            en stelt de aanvrager op de hoogte van de te volgen procedure.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><al>Binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag om vergoeding besluit het
                            college:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanvraag af te wijzen indien deze na afloop van de in artikel
                                    11 genoemde termijn is ingediend;</al></li><li nr="b."><al>de aanvraag af te wijzen indien deze naar het oordeel van het
                                    college niet dan wel onvoldoende onderbouwd is nadat het college
                                    de aanvrager in de gelegenheid heeft gesteld het verzuim te
                                    herstellen binnen vier weken na verzending van de brief waarin
                                    de aanvrager op het verzuim is gewezen;</al></li><li nr="c."><al>de aanvraag geheel of gedeeltelijk in te willigen en al dan niet
                                    een voorschot te verlenen overeenkomstig hoofdstuk 3 indien
                                    daartoe naar het oordeel van het college termen aanwezig
                                    zijn</al></li><li nr="d."><al>de aanvraag in handen te stellen van een adviseur als bedoeld in
                                    afdeling 2.2 of</al></li><li nr="e."><al>de aanvraag kennelijk ongegrond te verklaren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><al>In het besluit, bedoeld in artikel 14, aanhef en onder c, wordt tevens
                            aangegeven tot welk gedeelte van de schade de vergoeding zich
                            uitstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr></kop><al>Het college kan de termijn, genoemd in artikel 14, aanhef, eenmaal met
                            vier weken verlengen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>2.2.</nr><titel>Advisering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr></kop><al>Binnen vier weken nadat toepassing is gegeven aan artikel 14, aanhef en
                            onder d, wijst het college een adviseur aan, die niet werkzaam is onder
                            de verantwoordelijkheid van het college. De adviseur heeft tot taak het
                            college van advies te dienen over het op de aanvraag om vergoeding te
                            nemen besluit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr></kop><al>Alvorens een adviseur aan te wijzen, geeft het college van zijn
                            voornemen daartoe kennis aan de aanvrager. De kennisgeving bevat, naast
                            de redengeving voor het inschakelen van een adviseur, ten minste de naam
                            van de adviseur, zijn beroep en de plaats waar hij zijn werkzaamheden
                            pleegt te verrichten. De aanvrager kan binnen twee weken na de
                            verzending van de kennisgeving bedenkingen uiten tegen de voorgenomen
                            aanwijzing wegens vermeende partijdigheid in welk geval het college
                            eenmalig tot een andere aanwijzing kan overgaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr></kop><al>Het door de adviseur uit te brengen advies bevat ten minste een antwoord
                            op de vraag of de schade een gevolg is van de activiteiten van het
                            gemeentebestuur zoals omschreven in de artikelen 3 en 7. Bij
                            bevestigende beantwoording van die vraag wordt in het advies tevens
                            aangegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>of de vergoeding van de schade niet of niet voldoende op andere
                                    wijze is verzekerd;</al></li><li nr="b."><al>wat de omvang van de schade is;</al></li><li nr="c."><al>welk gedeelte van de schade voor vergoeding op basis van deze
                                    regeling in aanmerking behoort te komen</al></li><li nr="d."><al>of er gronden zijn om toepassing te geven aan artikel 6 of 10
                                    van deze regeling en zo ja, welk bedrag dan voor vergoeding in
                                    aanmerking komt</al></li><li nr="e."><al>of er aanleiding bestaat om op verzoek een bijdrage in de door
                                    de aanvrager gemaakte deskundigenkosten toe te kennen voor
                                    zoverre het inroepen van deskundigenbijstand door de aanvrager
                                    en de kosten daarvan redelijk zijn te achten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr></kop><al>Het college stelt aan de adviseur de gegevens ter beschikking die nodig
                            zijn voor een goede vervulling van diens adviestaak. Artikel 10 van de
                            Wet openbaarheid van bestuur is van overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr></kop><al>De aanvrager verschaft de adviseur, naast de van aanvrager afkomstige
                            informatie waarover de adviseur op grond van artikel 20 reeds beschikt,
                            desgevraagd nadere gegevens en bescheiden die voor de advisering nodig
                            zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr></kop><al>De adviseur kan inlichtingen en adviezen inwinnen bij derden, daaronder
                            begrepen ambtenaren, in dienst bij een dienst, bedrijf of instelling,
                            werkzaam onder verantwoordelijkheid van het college. Indien met het
                            verstrekken van inlichtingen of adviezen door derden kosten gemoeid
                            zijn, oefent de adviseur deze bevoegdheid eerst uit na toestemming van
                            het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr></kop><al>De adviseur kan desgewenst een plaatsopneming houden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr></kop><al>Ter voorbereiding van zijn advies stelt de adviseur de aanvrager en het
                            college in de gelegenheid tot het geven van een mondelinge toelichting. Beiden kunnen
                            zich laten bijstaan of laten vertegenwoordigen door een gemachtigde.
                            Meegebrachte deskundigen kunnen in de gelegenheid gesteld worden een
                            nadere toelichting te geven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr></kop><al>De adviseur stelt van zijn werkzaamheden een verslag op. Dit verslag
                            bevat mede een weergave van hetgeen op grond van artikel 24 ten
                            overstaan van de adviseur naar voren is gebracht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr></kop><al>Het college kan aangeven binnen welke termijn een advies wordt verwacht.
                            Deze termijn mag niet zodanig kort zijn dat de adviseur gelet op de in
                            de artikelen 27 en 28 genoemde termijnen binnen een dermate beperkt
                            tijdsbestek een conceptadvies dient op te stellen dat hij zijn taak niet
                            naar behoren kan vervullen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr></kop><al>Alvorens de adviseur zijn definitieve advies opstelt, stelt hij een
                            conceptadvies op. Dit conceptadvies wordt aan de aanvrager en het
                            college toegezonden, met het verzoek om binnen een termijn van uiterlijk
                            vier weken, te rekenen vanaf de datum van verzending van het
                            conceptadvies, schriftelijk eventuele feitelijke onjuistheden in het
                            conceptadvies naar voren te brengen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr></kop><al>De adviseur stelt zijn definitieve advies op binnen vier weken na
                            ontvangst van de eventuele feitelijke onjuistheden van de aanvrager of
                            het college, dan wel na afloop van de in artikel 27 gestelde
                            termijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr></kop><al>Zodra het definitieve advies is opgesteld, zendt de adviseur dit,
                            vergezeld van het in artikel 25 bedoelde verslag, aan het college en aan
                            de aanvrager toe.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>2.3.</nr><titel>De vaststelling van de vergoeding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr></kop><al>Indien toepassing is gegeven aan artikel 14, aanhef en onder d, besluit
                            het college binnen vier weken na de dag van ontvangst van het advies in
                            hoeverre toekenning van de gevraagde vergoeding jegens een aanvrager
                            plaatsvindt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr></kop><al>Indien het in artikel 30 bedoelde besluit afwijkt van het ter zake
                            uitgebrachte definitieve advies, bevat de motivering van dat besluit de
                            redenen van deze afwijking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr></kop><al>In een besluit, bedoeld in artikel 15 of artikel 30, kan het bedrag van
                            de toegekende vergoeding worden verhoogd met de wettelijke rente,
                            bedoeld in artikel 119 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, berekend
                            vanaf de dag dat de aanvraag om vergoeding is ontvangen dan wel vanaf de
                            dag dat de schade daadwerkelijk is veroorzaakt indien laatstbedoeld
                            tijdstip later is dan de dag van ontvangst van de aanvraag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr></kop><al>Indien de aanvrager naar redelijke verwachting in aanmerking komt voor
                            een schadevergoeding, kan het college, in afwachting van de beslissing
                            ter zake die vergoeding, op aanvraag dan wel ambtshalve aan de aanvrager
                            een voorschot verlenen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr></kop><al>Indien het college besluit tot het verlenen van één of meer voorschotten
                            wordt daarmee</al><al>geen aanspraak op schadevergoeding als bedoeld in artikel 2 of artikel 7
                            erkend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr></kop><al>Een voorschot wordt eerst verleend nadat de aanvrager schriftelijk de
                            verplichting heeft aanvaard tot gehele en onvoorwaardelijke
                            terugbetaling van hetgeen ten onrechte als voorschot is uitbetaald. Het
                            college kan daarvoor zekerheidsstelling verlangen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr></kop><al>Deze verordening treedt in werking na bekendmaking conform artikel 3:2
                            van de Algemene wet bestuursrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr></kop><al>Deze regeling wordt aangehaald als: NKL gemeente West Maas en Waal
                            2007.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><tussenkop>Bijlage 1, bedoeld in artikel 3 en artikel 8 van de NKL Gemeente West
                    Maas en Waal 2007</tussenkop><al>Wijze van schadeberekening</al><tussenkop>Inleiding</tussenkop><al>In de NKL Gemeente West Maas en Waal 2007 worden de volgende soorten kabels en
                    leidingen onderscheiden:</al><lijst><li nr="1."><al>langsleidingen; de vergoeding voor het verleggen wordt bepaald aan de
                            hand van bijlage 2,</al></li><li nr="2."><al>kruisende leidingen; de vergoeding voor het verleggen wordt bepaald aan
                            de hand van bijlage 3,</al></li><li nr="3."><al>buitenleidingen; de vergoeding voor het verleggen wordt bepaald aan de
                            hand van bijlage 4.</al></li></lijst><al>Voor de kabels en leidingen genoemd onder 1, 2 en 3 geldt dat allereerst de
                    kosten van een verlegging worden bepaald. Van deze kosten worden de voordelen afgetrokken die voortvloeien
                    uit een verlegging. Het aldus berekende bedrag is de schade die een kabel- of
                    leidingbeheerder lijdt door een verlegging. De wijze van schadeberekening is in deze bijlage vastgelegd.</al><tussenkop>1. Wijze waarop de omvang van de schade wordt bepaald</tussenkop><al>Bij het vaststellen van de omvang van de schade als gevolg van het verleggen van
                    een kabel of leiding worden de volgende uitgangspunten en berekeningsmethoden gehanteerd.</al><al>Schade wordt gedefinieerd als: de kosten die noodzakelijkerwijs worden gemaakt
                    om de verlegging uit te voeren. De hoogte van de kosten van een verlegging wordt gecorrigeerd
                    indien zich door de verlegging een kwantificeerbare voordeeltoerekening voordoet.</al><al>Uitgangspunt bij de bepaling van de omvang van de schade bij een verlegging zijn
                    de werkelijke verleggingkosten. Deze omvatten alle directe kosten die de aanvrager moet maken
                    om de kabel of leiding te verleggen.</al><al>Concreet gaat het om de volgende kostencomponenten:</al><lijst><li nr="-"><al>materiaalkosten;</al></li><li nr="-"><al>kosten van het uit en in bedrijf stellen;</al></li><li nr="-"><al>kosten van ontwerp en begeleiding;</al></li><li nr="-"><al>uitvoeringskosten.</al></li></lijst><al>Aan de berekeningswijze van de kosten van een verlegging liggen de volgende
                    uitgangspunten ten grondslag:</al><lijst><li nr="-"><al>bij het bepalen van de schade bij een verlegging wordt aansluiting
                            gezocht bij het onteigeningsrecht;</al></li><li nr="-"><al>verleggingen worden gerealiseerd op basis van een technisch adequaat
                            alternatief dat tegen de maatschappelijk laagste kosten gerealiseerd kan
                            worden.</al></li></lijst><al>Bij de berekening tot vaststelling van de hoogte van de kosten voor het
                    verleggen van een kabel of leiding worden de componenten vermogensschade en
                    inkomensschade niet als uitgangspunt genomen.</al><tussenkop>2. Schadeberekening</tussenkop><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De hoogte van de kosten voor het verleggen van een kabel of leiding
                            wordt vastgesteld aan de hand van de werkelijke verleggingkosten, deze
                            bestaan uit:</al></li><li nr="-"><al>materiaalkosten,</al></li><li nr="-"><al>kosten van het uit en in bedrijf stellen,</al></li><li nr="-"><al>kosten van ontwerp en begeleiding,</al></li><li nr="-"><al>uitvoeringskosten.</al></li><li nr="2."><al>De hoogte van de kosten wordt gecorrigeerd indien zich door de
                            verlegging of aanpassing van de kabel of leiding een kwantificeerbare
                            voordeeltoerekening voordoet.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><al>Onder materiaalkosten worden onder meer kosten van bedrijfseigen materialen
                    verstaan die noodzakelijk zijn voor de instandhouding van de functie van de te
                    verleggen kabel of leiding en daarvoor noodzakelijke beschermingsconstructies.
                    Hieronder worden in elk geval verstaan: kosten van kabel- en of
                    leidingcomponenten, kosten van elektrotechnische, werktuigbouwkundige en
                    civieltechnische materialen, kosten van bouwmaterialen, alsmede kosten van
                    bouwmaterialen bestemd voor gebouwen waarin delen van kabel- en leidingsystemen
                    worden ondergebracht. Ook de kosten van het transport van materialen naar de
                    bouwplaats vallen onder het begrip materiaalkosten. </al><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al>Onder de kosten van het uit en in bedrijf stellen worden verstaan:</al><lijst><li nr="-"><al>kosten van het spannings- of productloos maken van de kabel of leiding
                            alsmede de kosten van het weer in bedrijf stellen van de kabel of
                            leiding,</al></li><li nr="-"><al>kosten samenhangend met tijdelijke voorzieningen van operationele aard
                            nodig om de levering tijdens de uitvoering van een verlegging te
                            waarborgen, zoals extra kosten van personele aard ten behoeve van
                            bedrijfsvoering en hulpmiddelen voor die bedrijfsvoering zoals
                            watertanks, gasflessen en noodaggregaten.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al>Voor de bepaling van de kosten van ontwerp en begeleiding is de Rechtsverhouding
                    opdrachtgeverarchitect, ingenieur en adviseur (DNR 2005) van toepassing.</al><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><al>Onder uitvoeringskosten worden onder meer verstaan:</al><lijst><li nr="-"><al>kosten van civieltechnische, bouwkundige en installatietechnische
                            werkzaamheden (zoals werkputten en ondersteuningen),</al></li><li nr="-"><al>kosten samenhangend met de uitvoering van het verwijderen van als direct
                            gevolg van de onderhavige werkzaamheden verlaten kabels of leidingen,
                            waarbij de ter plaatse vrijgekomen materialen het eigendom worden van de
                            leidingbeheerder.</al></li><li nr="-"><al>kosten van constructieve en bijzondere voorzieningen die nodig zijn in
                            verband met de aanraking van het infrastructuurwerk (zoals
                            overkluizingen en mantelbuizen),</al></li><li nr="-"><al>kosten van tijdelijke voorzieningen van fysieke aard: alle tijdelijke
                            fysieke kabel- en leidingverbindingen die de leidingbeheerder moet
                            aanleggen en later buiten bedrijf stellen in het kader van de door het
                            college gevraagde verlegging,</al></li><li nr="-"><al>de kosten van een CAR-verzekering,</al></li><li nr="-"><al>de eenmalige kosten verbonden aan het vestigen van zakelijke
                            rechten.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><al>Er wordt een aftrek nieuw voor oud toegepast indien sprake is van kenbaar
                    technisch versleten kabels of leidingen. Onder technisch versleten wordt
                    verstaan: kabels of leidingen waarvan de technische levensduur binnen een
                    periode van 5 jaar verstreken zal zijn.</al><al>Een aftrek nieuw voor oud vindt plaats op basis van een contante
                    waardeberekening waarbij wordt uitgegaan van de technische levensduur van de
                    betreffende kabel of leiding. Indien delen van een zelfstandige eenheid
                    vervangen moeten worden, wordt voor de berekening uitgegaan van de integrale
                    kosten van de vervanging van de gehele zelfstandige eenheid onder toerekening
                    van een evenredig deel van de kosten aan het te vervangen onderdeel.</al><al>De technische levensduur van een aantal soorten kabels en leidingen wordt
                    bepaald aan de hand van het overzicht dat hierna volgt. De technische levensduur
                    van soorten kabels of leidingen die niet in dit overzicht zijn opgenomen wordt
                    naar redelijkheid bepaald.</al><al>Leidingen met een technische levensduur van 100 jaar en ouder worden niet geacht
                    aan veroudering onderhevig te zijn: voor het bepalen van de hoogte van de kosten
                    voor het verleggen van dergelijke leidingen geldt geen aftrek nieuw voor
                    oud.</al><al>De hoogte van de kosten van een verlegging wordt voorts gecorrigeerd als zich
                    door de verlegging een </al><al>kwantificeerbare voordeeltoerekening voordoet doordat de capaciteit van de
                    leiding toeneemt, de leiding meer druk kan verdragen (verhoging van de
                    drukklasse), een evident verkeerde ligging wordt opgeheven, constructiefouten
                    worden opgeheven, een foutieve keuze van leidingmaterialen wordt opgeheven voor
                    zover deze de technische levensduur significant zou kunnen beïnvloeden, er
                    sprake is van achterstallig onderhoud eveneens gepaard gaand met een
                    significante verkorting van de technische levensduur of er sprake is van een
                    noodzakelijke reconstructie van oudere opstallen.</al><al>Bij een reconstructie van oudere opstallen kan afhankelijk van de situatie een
                    correctie nieuw voor oud worden toegepast conform de relevante bepalingen van de
                    onteigeningswet, waarbij dan een eventuele vergroting van de functionaliteit
                    eveneens in mindering gebracht kan worden op de vergoeding.</al><tussenkop>Overzicht technische levensduur</tussenkop><al>Het onderstaande overzicht is niet uitputtend zodat de technische levensduur van
                    een kabel of leiding die niet in dit overzicht is opgenomen naar redelijkheid en billijkheid bepaald
                    dient te worden.</al><tussenkop>Waterleidingen</tussenkop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Materiaal</al></entry><entry colname="col2"><al>Diameterrange [mm]</al></entry><entry colname="col3"><al>Verwachte technische levensduur [jaar]</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al><vet>Transportleidingen</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Staal</al></entry><entry colname="col2"><al>&gt;300</al></entry><entry colname="col3"><al>&gt; 100</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Beton</al></entry><entry colname="col2"><al>&gt;300</al></entry><entry colname="col3"><al>&gt; 100</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Asbestcement</al></entry><entry colname="col2"><al>&gt;300</al></entry><entry colname="col3"><al>70</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Nodulair GIJ</al></entry><entry colname="col2"><al>&gt;300</al></entry><entry colname="col3"><al>&gt; 100</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Laminair GIJ</al></entry><entry colname="col2"><al>&gt;300</al></entry><entry colname="col3"><al>&gt; 100</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>PVC vóór 1975</al></entry><entry colname="col2"><al>&gt;315</al></entry><entry colname="col3"><al>40</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>PVC van en na 1975</al></entry><entry colname="col2"><al>&gt;315</al></entry><entry colname="col3"><al>70</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>PE</al></entry><entry colname="col2"><al>&gt;300</al></entry><entry colname="col3"><al>70</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>GVK</al></entry><entry colname="col2"><al>&gt;300</al></entry><entry colname="col3"><al>&gt; 100</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al><vet>Distributieleidingen</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Asbestcement</al></entry><entry colname="col2"><al>50-300</al></entry><entry colname="col3"><al>70</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Nodulair GIJ</al></entry><entry colname="col2"><al>80-300</al></entry><entry colname="col3"><al>&gt; 100</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Laminair GIJ</al></entry><entry colname="col2"><al>80-300</al></entry><entry colname="col3"><al>80</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>PVC vóór 1975</al></entry><entry colname="col2"><al>32-315</al></entry><entry colname="col3"><al>40</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>PVC van en na 1975</al></entry><entry colname="col2"><al>32-315</al></entry><entry colname="col3"><al>70</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>PE</al></entry><entry colname="col2"><al>60-300</al></entry><entry colname="col3"><al>70</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Staal</al></entry><entry colname="col2"><al>60-300</al></entry><entry colname="col3"><al>80</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al><vet>Aansluitleidingen</vet> Kleinere leidingen (tot 50 mm)
                                        niet relevant, grotere conform de distributieleidingen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Gasleidingen</tussenkop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colwidth="50*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Materiaal</al></entry><entry colname="col2"><al>Verwachte technische levensduur [jaar]</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Transportleidingen (8, 4 en 1 bar)</vet></al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Staal</al></entry><entry colname="col2"><al>&gt; 100</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Nodulair GIJ</al></entry><entry colname="col2"><al>&gt; 100</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>PE 1e en 2e generatie</al></entry><entry colname="col2"><al>70</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>PE 3e generatie</al></entry><entry colname="col2"><al>&gt; 100</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Distributieleidingen (100 en 30 mbar)</vet></al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Asbestcement</al></entry><entry colname="col2"><al>70</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Staal</al></entry><entry colname="col2"><al>80</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Nodulair GIJ</al></entry><entry colname="col2"><al>&gt; 100</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Laminair GIJ</al></entry><entry colname="col2"><al>&gt; 100</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>PE 1e en 2e generatie</al></entry><entry colname="col2"><al>70</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>PE 3e generatie</al></entry><entry colname="col2"><al>&gt; 100</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Slv PVC</al></entry><entry colname="col2"><al>&gt; 100</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>HPVC</al></entry><entry colname="col2"><al>70</al></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Elektriciteitskabels</tussenkop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colwidth="50*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Materiaal</al></entry><entry colname="col2"><al>Verwachte technische levensduur [jaar]</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Hoogspanningsmasten</vet></al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Stalen masten</al></entry><entry colname="col2"><al>&gt; 100</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Transportkabels (&gt;30 kV)</vet></al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Oliedruk kabel&lt; 1970</al></entry><entry colname="col2"><al>55</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Oliedruk kabel &gt;1970</al></entry><entry colname="col2"><al>70</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gasdrukpijpkabel</al></entry><entry colname="col2"><al>70</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gepantserd papier lood kabel (GPLK)</al></entry><entry colname="col2"><al>60</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>(XL)PE kabel, gegrafiteerd, niet waterdicht of</al><al>voorzien van waterboombestendige isolatie</al></entry><entry colname="col2"><al>20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>(XL)PE kabel, niet gegrafiteerd, niet waterdicht of</al><al>voorzien van waterboombestendige isolatie</al></entry><entry colname="col2"><al>40</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>(XL)PE kabel, waterdicht of voorzien van</al><al>waterboombestendige isolatie</al></entry><entry colname="col2"><al>70</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Distributiekabel middenspanning (tot 30 kV)</vet></al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Gepantserd papier lood kabel (GPLK)</al></entry><entry colname="col2"><al>60</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>(XL)PE kabel, gegrafiteerd, niet waterdicht of</al><al>voorzien van waterboombestendige isolatie</al></entry><entry colname="col2"><al>20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>(XL)PE kabel, niet gegrafiteerd, niet waterdicht of</al><al>voorzien van waterboombestendige isolatie</al></entry><entry colname="col2"><al>40</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>(XL)PE kabel, waterdicht of voorzien van</al><al>waterboombestendige isolatie</al></entry><entry colname="col2"><al>70</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Distributiekabels laagspanning (0,4 kV)</vet></al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>GPLK</al></entry><entry colname="col2"><al>100</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>PVC</al></entry><entry colname="col2"><al>100</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><tussenkop>Aardgas. Kl, K2 EN K3 transportleidingen ( &gt; 8 bar)</tussenkop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Materiaal</al></entry><entry colname="col2"><al>Diameter [mm]</al></entry><entry colname="col3"><al>Verwachte technische levensduur</al><al>[jaar]</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Staal</al></entry><entry colname="col2"><al>&gt;100</al></entry><entry colname="col3"><al>&gt; 100</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><cursief> Bijlage 2, </cursief><vet><cursief>bedoeld in artikel 4, onder a,
                            (langsleidingen) van de NKL Gemeente West Maas en Waal
                        2007</cursief></vet></al><al>De schade bij een verlegging van een langsleiding wordt bepaald op basis van
                    bijlage 1 waarna, afhankelijk van de ouderdom van de ingetrokken vergunning, aan
                    de hand van onderstaande percentages de vergoeding bepaald wordt. </al><al>De tabellen concretiseren een aftrek “maatschappelijk risico”: bij een
                    verlegging van een langsleiding vanwege een droog of nat infrastructuurwerk is
                    de vergoeding bij een in te trekken vergunning die ouder is dan 10
                    respectievelijk 20 jaar nihil.</al><al>Vergoedingspercentage droge infrastructuur.</al><al>Gedurende de eerste vijf jaren bedraagt het vergoedingspercentage 100. Vanaf het
                    begin van het 6<sup>e</sup> jaar tot het einde van het 10e jaar daalt het
                    vergoedingspercentage lineair van 80 naar 0.</al><al>Vergoedingspercentage natte infrastructuur.</al><al>Gedurende de eerste vijf jaren bedraagt het vergoedingspercentage 100. Vanaf het
                    begin van het 6<sup>e</sup> jaar tot het einde van het 20e jaar daalt het
                    vergoedingspercentage lineair van 80 naar 0. </al><al><cursief> Bijlage 3</cursief><cursief>, </cursief><vet><cursief>bedoeld in
                            artikel 4, onder b, (kruisende leidingen) van de NKL gemeente West Maas
                            en Waal 2007</cursief></vet></al><al>De schade bij een verlegging van een kruisende leiding wordt bepaald op basis
                    van bijlage 1.</al><al>De vergoeding voor een verlegging van een kruisende leiding bestaat uit de
                    componenten kosten van ontwerp en begeleiding en uitvoeringskosten.</al><al>Materiaalkosten en de kosten van het uit en in bedrijf stellen komen niet voor
                    vergoeding in aanmerking.</al><al><cursief> Bijlage 4, </cursief><vet><cursief>bedoeld in artikel 9
                            (buitenleidingen) van de NKL Gemeente West Maas en Waal
                        2007</cursief></vet></al><al>Ten aanzien van de vergoeding voor de verlegging van buitenleidingen is in de
                    eerste plaats de juridische grondslag van de aanwezigheid van de leidingen van
                    belang:</al><lijst><li nr="-"><al>Ligt een leiding op basis van het eigendoms- of een ander zakelijk
                            recht, dan wel op grond van een gedoogplicht waarop de Belemmeringenwet
                            Privaatrecht van toepassing is, dan wordt de vergoeding van de
                            verlegging op basis van de onteigeningswet bepaald.</al></li><li nr="-"><al>Is in een wettelijke schadevergoedingsregeling niet voorzien omdat de
                            leiding ligt op basis van een vergunning van een ander bestuursorgaan
                            dan het college, dan wel op basis van een overeenkomst of een andere
                            vorm van toestemming van de grondeigenaar, dan wordt de vergoeding voor
                            het verleggen van een buitenleiding op dezelfde manier bepaald als de
                            vergoeding voor het verleggen van een kruisende leiding, zoals opgenomen
                            in bijlage 3 van deze regeling. Daarvoor is wel vereist dat de te
                            verleggen leiding valt onder het begrip “openbaar werk” zoals bedoeld in
                            artikel 1 van de Belemmeringenwet Privaatrecht.</al></li></lijst></bijlage></regeling></body></cvdr>