<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR613290_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Delft houdende regels omtrent integriteit Regeling integriteit college Delft 2018</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Delft</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-10-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Delft</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2018-217499">gmb-2018-217499</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Regeling integriteit college Delft 2018</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=41c&amp;g=2018-09-19">artikel 41c van de Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=69&amp;lid=2&amp;g=2018-09-19">artikel 69, tweede lid, van de Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=170&amp;g=2018-09-19">artikel 170 van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2018-09-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2018-10-13</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>3719559</overheidrg:kenmerk></cvdripm></meta><body><intitule>Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Delft houdende regels omtrent integriteit Regeling integriteit college Delft 2018 </intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Delft,</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 juli 2018;</al><al/><al/><al>gelet op artikel 41c, tweede lid en artikel 69, tweede lid en artikel 170 Gemeentewet;</al><al/><al><vet>besluit vast te stellen:</vet></al><al/><al><vet>Regeling integriteit college Delft 2018</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze regeling geldt voor burgemeester en wethouders van de gemeente Delft;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder melding wordt verstaan: melding van (vermoedens van) handelen in strijd met de </al><al>gedragscode college Delft 2018, en andere vormen van niet integer handelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder gedragscode wordt verstaan: Gedragscode college Delft 2018;</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Advies burgemeester of gemeentesecretaris</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een collegelid twijfelt of een bepaalde door hem voorgenomen handeling</al><al>of een door hem ondervonden of te ondervinden behandeling door derden, in</al><al>overeenstemming is met zijn verplichtingen als collegelid, kan hij advies</al><al>vragen aan de gemeentesecretaris, die hem, indien de kwestie daartoe aanleiding</al><al>geeft, doorverwijst naar de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het collegelid kan ook direct de burgemeester benaderen, die advies van de</al><al>gemeentesecretaris kan inwinnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>In behandeling nemen van een melding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeentesecretaris doet een eerste bestudering van de integriteitsmelding en</al><al>geeft zijn bevindingen mee aan de behandelaar op grond van de navolgende leden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de melding betrekking heeft op een wethouder, dan neemt de burgemeester</al><al>de melding in behandeling en doet deze af conform deze regeling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de melding betrekking heeft op het college als geheel, dan neemt de</al><al>gemeentesecretaris de melding in behandeling en doet deze af conform deze</al><al>regeling.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de melding betrekking heeft op de burgemeester, dan neemt de locoburgemeester</al><al>de melding in behandeling en doet deze af conform deze regeling. De locoburgemeester </al><al>legt de melding voor aan het college teneinde te bepalen of de melding betrekking heeft </al><al>op (beweerdelijke) ernstige dan wel minder ernstige feiten. Indien naar het oordeel van het </al><al>college sprake is van ernstige feiten, dan wordt de Commissaris van de Koning over de </al><al>melding geïnformeerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vooronderzoek bij vermoeden van niet integer handelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een vermoeden bestaat dat een collegelid een bepaling van de gedragscode </al><al>overtreedt dan wel op een andere wijze niet integer handelt, stelt de</al><al>burgemeester, hetzij uit eigen beweging, hetzij op verzoek van één of meerdere</al><al>leden van het college, hetzij op verzoek van derden, een vooronderzoek in.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan twee of meer personen aanwijzen die in zijn opdracht het</al><al>vooronderzoek doen, en/of het onderzoek op grond van artikel 5.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vooronderzoek bestaat in ieder geval uit het verzamelen van algemene</al><al>informatie, het voeren van oriënterende gesprekken, een administratief</al><al>vooronderzoek en het maken van een inschatting van de ernst van de</al><al>vermoedelijke niet integere handeling.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het vooronderzoek stelt de burgemeester in staat om af te wegen of de bij hem</al><al>bekend geworden informatie voldoende aanleiding is om een onderzoek te</al><al>verrichten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien het vooronderzoek geen concrete aanwijzingen oplevert voor mogelijk niet</al><al>integer handelen, stelt de burgemeester het betrokken collegelid en indien nodig</al><al>de melder in kennis van de conclusie van het vooronderzoek.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Het onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het vooronderzoek concrete aanwijzingen oplevert voor vermeend niet</al><al>integer handelen van een collegelid, stelt de burgemeester een onderzoek in.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een onderzoek is bedoeld om met gebruikmaking van verschillende</al><al>onderzoeksmethoden de feiten over het vermeende niet integer handelen te</al><al>achterhalen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voordat het onderzoek start, informeert de burgemeester het betrokken collegelid</al><al>hierover en deelt hem mede wat de aard en het doel van het onderzoek is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het betrokken collegelid is verplicht om volledige medewerking te verlenen aan het</al><al>onderzoek.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester stelt het college zo snel mogelijk in kennis van het ingestelde</al><al>onderzoek en de aard en het doel daarvan.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien het onderzoeksbelang zich hiertegen verzet, kan de kennisgeving aan het</al><al>betrokken collegelid worden opgeschort.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het collegelid kan besluiten om gedurende het onderzoek zijn functie neer te</al><al>leggen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Extern onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan besluiten dat het onderzoek zoals beschreven in artikel 4 en</al><al>5 door een externe partij wordt verricht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De opdrachtverlening aan een externe partij bevat in ieder geval de volgende</al><al>onderwerpen:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanleiding;</al></li><li nr="b."><al>een duidelijk omschreven doelstelling;</al></li><li nr="c."><al>de onderzoeksvragen;</al></li><li nr="d."><al>de vermoedelijke duur van het onderzoek;</al></li><li nr="e."><al>de informatieverstrekking;</al></li><li nr="f."><al>de met het onderzoek gemoeide kosten;</al></li><li nr="g."><al>afspraken over het gebruik van de in te zetten onderzoeksmethoden en</al></li><li nr="h."><al>het voorleggen van de bevindingen aan het betrokken collegelid en het vastleggen van diens reactie daarop; </al></li><li nr="i."><al>Afspraken over vertrouwelijkheid van de onderzoeksrapportage en de daaraan verbonden stukken;</al></li><li nr="j."><al>Afspraken over eigendom van het onderzoeksrapport en de bevoegdheid tot gebruik daarvan in onder meer juridische procedures.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Hoorplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Gedurende het onderzoek wordt het betrokken collegelid en eventuele andere</al><al>betrokken personen gehoord.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het horen gebeurt door de burgemeester in aanwezigheid van de gemeentesecretaris, of </al><al>door minimaal twee van de aangewezen personen zoals</al><al>genoemd in artikel 4 lid 2, dan wel door de externe partij.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voordat het gesprek plaatsvindt worden het betrokken collegelid en overige te</al><al>I interviewen personen op de hoogte gesteld van de aard en het doel van het</al><al>gesprek en van het recht zich te laten bijstaan door een raadsman of belangenbehartiger.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Van het horen wordt een verslag gemaakt, dat wordt voorgelegd aan betrokken</al><al>personen voor ondertekening akkoord dan wel voor gezien.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Onderzoeksrapport</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester laat een onderzoeksrapport opstellen waarin hij alle bevindingen</al><al>neerlegt en zijn oordeel geeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het onderzoeksrapport komen in ieder geval de volgende aspecten aan de orde:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanleiding van het onderzoek en de onderzoeksopdracht met eventuele uitbreidingen, mocht dit tijdens het onderzoek noodzakelijk zijn gebleken;</al></li><li nr="b."><al>de gebruikte onderzoeksmethoden, waarbij helder naar voren wordt gebracht, wat de uitgangspunten voor het onderzoek geweest zijn en welke feiten en omstandigheden hierbij een rol hebben gespeeld;</al></li><li nr="c."><al>relevante regelgeving;</al></li><li nr="d."><al>de bevindingen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het onderzoeksrapport wordt geoordeeld of het betrokken collegelid:</al><lijst><li nr="a."><al>integer heeft gehandeld;</al></li><li nr="b."><al>onverenigbare betrekkingen vervult zoals genoemd in artikel 13 Gemeentewet;</al></li><li nr="c."><al>verboden handelingen verricht zoals genoemd in artikel 15 Gemeentewet;</al></li><li nr="d."><al>de gedragscode overtreden heeft.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Reactie van het betrokken collegelid op het onderzoeksrapport</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het betrokken collegelid wordt in de gelegenheid gesteld zijn oordeel te kunnen</al><al>vormen over de bevindingen van het onderzoek.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het betrokken collegelid kan gedurende een termijn van twee weken schriftelijk</al><al>reageren op het onderzoeksrapport.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan deze termijn één maal verlengen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het betrokken collegelid kan zich hierbij laten bijstaan door een raadsman of andere </al><al>persoon naar keuze.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het betrokken collegelid heeft recht op inzage in alle onderzoeksbevindingen, tenzij </al><al>zwaarwichtige belangen zich daartegen verzetten.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De burgemeester beoordeelt de reactie van het betrokken collegelid en besluit op welke</al><al>wijze het rapport wordt aangepast.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De reactie van het betrokken collegelid op de onderzoeksbevindingen wordt opgenomen </al><al>in een bijlage bij de eindrapportage.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Bespreking onderzoeksrapport</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester bespreekt het onderzoeksrapport in het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Mede op basis van het onderzoeksrapport besluit de burgemeester of er</al><al>gronden zijn om in vertrouwelijkheid mondeling de raad te informeren over de bevindingen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na de dagtekening van het Gemeenteblad waarin het wordt bekendgemaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling integriteit college Delft 2018.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening><functie>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 27 september 2018.</functie><functie/><functie/></ondertekening><ondertekening><functie/></ondertekening><ondertekening><functie/><functie/><functie> ,burgemeester.</functie><functie>J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart,</functie><functie/><functie/></ondertekening><ondertekening><functie/></ondertekening><ondertekening><functie/></ondertekening><ondertekening><functie/><functie/><functie> ,griffier.</functie><functie>Drs. R.G.R. Jeene CMC</functie></ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>