<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR61284_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Wegsleepverordening gemeente Kerkrade 2008</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Kerkrade</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-12-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Kerkrade</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Zuid-Limburger 01-10-2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Wegsleepverordening gemeente Kerkrade 2008</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wegenverkeerswet 1994, artikel 173, tweede lid</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Besluit wegslepen van voertuigen</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-09-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-10-09</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2026-07-09</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>08Rb031</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>WEGSLEEPVERORDENING GEMEENTE KERKRADE 2008</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><al/><al>a. RVV 1990: Het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;</al><al/><al>b. wet: de Wegenverkeerswet 1994; </al><al/><al>c. besluit: het Besluit wegslepen van voertuigen;</al><al/><al>d. voertuig: wat hieronder wordt verstaan in artikel 1, onder aI RVV 1990; </al><al/><al>e. motorrijtuig: wat hieronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder c van de wet;</al><al/><al>f. het college: het college van burgemeester en wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aanwijzing van wegen en weggedeelten waar voertuigen kunnen worden verwijderd, overgebracht en in bewaring gesteld in het belang van vrijhouden van wegen en weggedeelten.</titel></kop><al>Als wegen en weggedeelten, bedoeld in artikel 170, eerste lid, onder c van de wet worden alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente aangewezen voorzover ze behoren tot een van de in artikel 2 van het besluit bedoelde soorten van wegen en weggedeelten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Plaats bewaring voertuigen en openingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als plaats van bewaring van voertuigen wordt aangewezen: het terrein van Van Dongen Berging B.V. aan de Ampèrestraat 12 te 6372 BB Landgraaf. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De openingstijden van de in het eerste lid bedoelde bewaarplaats worden door het college vastgesteld. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Kosten overbrengen en bewaren voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De kosten van het overbrengen van een voertuig naar de bewaarplaats bedragen: </al><al>a. € 70,-- voorrijkosten; </al><al> b. € 68,-- overbrengingskosten (vanaf moment dat auto aan de kabel hangt);</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De kosten van het bewaren van een voertuig bedragen: </al><al>a. € 45,-- voor het eerste etmaal of een gedeelte daarvan; </al><al>b. € 15,-- voor elk volgend half etmaal of een gedeelte daarvan. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Overbrengen en in bewaring stellen van motorrijtuigen in het geval van gebleken onvoldoende rijgeschiktheid of rijvaardigheid dan wel het ontbreken van een behoorlijk zichtbare kentekenplaat</titel></kop><al>Wanneer gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 130, vierde lid, 164, zevende lid, en 174, eerste lid van de wet, zijn artikel 1, 3 en 4 van deze verordening van overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die van haar bekendmaking. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Wegsleepverordening gemeente Kerkrade 2008</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad der gemeente Kerkrade in zijn openbare vergadering van 24 september 2008.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter, de plv. griffier</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>JJM Som, drs- J. Schrijnemaekers</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr/><titel><vet>B</vet><vet>ijlage bij toelichting van de model-wegsleepverordening </vet></titel></kop><al><vet>A. Veiligheid op de weg en vrijheid van het verkeer</vet></al><al/><al>Als gevallen waarin verwijdering, overbrenging en inbewaringstelling van  voertuigen in het belang van de veiligheid op de weg en de vrijheid van het  verkeer (zie artikel 170, eerste lid, aanhef en onder a en b WVW 1994)  noodzakelijk kunnen zijn, kunnen worden genoemd:  </al><al/><al><cursief>Plaats op de weg</cursief></al><al> a. een voertuig is tot stilstand gebracht op een  trottoir, voetpad of fietspad, tenzij het een fiets, bromfiets of  invalidenvoertuig betreft (zie artikel 10 en artikel 5 tot en met 7 RVV 1990).  </al><al/><al><cursief>Laten stilstaan</cursief></al><al> b. een voertuig is tot stilstand gebracht: </al><al>  · op een kruispunt, rotonde of een overweg;  · op een fietsstrook of de  rijbaan langs een fietsstrook;</al><al>  · op een oversteekplaats of binnen een  afstand van 5 meter daarvan; </al><al> · in een tunnel; </al><al> · bij een bord bushalte  (eventueel: ook tramhalte) ter hoogte van de geblokte markering of, indien die  markering niet is aangebracht, op een afstand van minder dan 12 meter van het  bord, tenzij het stilstaan dient voor het onmiddellijk laten in- en uitstappen  van passagiers;</al><al>  · op de rijbaan langs een busstrook; </al><al> · op een busbaan of  een busstrook met uitzondering van een lijnbus;  </al><al>· langs een gele  doorgetrokken streep of in strijd met bord E2 van bijlage 1 RVV 1990;</al><al>  · op  de rijbaan, inclusief de invoeg- en uitrijstrook, van een autosnelweg of  autoweg, of - behoudens in noodgevallen - op de vluchtstrook, de vluchthaven of  de berm van zo'n weg. (Zie artikel 23, 43, tweede lid, en 81 RVV 1990 en bord E2  van bijlage 1 bij het RVV 1990.)  </al><al/><al><cursief>Parkeren</cursief></al><al> c. een voertuig is geparkeerd: </al><al> · bij een kruispunt op  een afstand van minder dan 5 meter daarvan;  </al><al>· voor een inrit of een uitrit; </al><al>  · buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg;</al><al>  · langs een  gele onderbroken streep of in strijd met bord E1 van bijlage 1 RVV 1990; </al><al>  · op een wijze waardoor er sprake is van dubbel parkeren;  </al><al>· binnen een  erf, waarbij - voorzover het een motorvoertuig betreft - geen gebruik is gemaakt  van de parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid of aangewezen;</al><al>  · op  een weg waarvoor een geslotenverklaring geldt;  </al><al>· zonder dat de  voorgeschreven voertuigverlichting in werking is gesteld (Zie artikel 24, 25, 38  e.v. en 46 RVV 1990 en bord E1 van bijlage 1 bij het RVV 1990.)  </al><al/><al><cursief>Bevel of aanwijzing</cursief></al><al> d. een voertuig is tot stilstand gebracht in  strijd met een bevel of een aanwijzing, gegeven door een daartoe bevoegd en als  zodanig kenbare ambtenaar of ander persoon;  (Zie artikel 82 RVV 1990.)  </al><al/><al><cursief>Gevaarlijk of hinderlijk gedrag  </cursief></al><al>e. een voertuig is overigens  zodanig tot stilstand gebracht of geparkeerd dat gevaar op de weg wordt of kan  worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt of kan worden gehinderd.   (Zie artikel 5 WVW 1994, het zogenaamde kapstokartikel.)  </al><al/><al><vet>Toelichting  </vet></al><al>Hiervoor zijn diverse wegsleepwaardige overtredingen  van de wegenverkeerswetgeving opgenomen, waarbij het motief ligt bij de  verkeersveiligheid en de doorstroming van het verkeer. Zoals reeds in de  algemene toelichting is aangegeven, zal van geval tot geval beoordeeld moeten  worden of de geconstateerde parkeerovertreding ook daadwerkelijk wegsleepwaardig  is. </al><al> In onderdeel a gaat het om overtreding van artikel 10 RVV 1990.  Bestuurders van voertuigen, met uitzondering van fietsen, bromfietsen en  invalidenvoertuigen (zie artikel 5 tot en met 7 RVV 1990), gebruiken de rijbaan.  Zij mogen hun voertuig niet parkeren op een trottoir, voetpad of fietspad. </al><al>  In onderdeel b gaat het om overtreding van het bepaalde in artikel 23, 43,  tweede lid, en 81 RVV 1990 en bord E2 van bijlage 1 bij het RVV 1990. </al><al> In  onderdeel c is er sprake van overtreding van het bepaalde in artikel 24, 25, 38  e.v. en 46 RVV 1990 en bord E1 van bijlage 1 bij het RVV 1990.</al><al>  In onderdeel  d wordt gedoeld op overtreding van het bepaalde in artikel 82 RVV 1990.</al><al>  In  onderdeel e gaat het om overtreding van het bepaalde in artikel 5 WVW 1994, het  kapstokartikel. Op grond van deze bepaling is het verboden zich zodanig te  gedragen dat er gevaar op de weg wordt of kan worden veroorzaakt of dat het  verkeer op de weg wordt of kan worden gehinderd. De inhoud van deze bepaling is  zo ruim dat ongewenst gedrag op de weg, i.c. ongewenst parkeren, dat niet reeds  in onderdeel a tot en met d is geregeld, doorgaans onder deze bepaling kan  worden gebracht.  </al><al/><al><vet>B. Vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen</vet></al><al/><al>Verwijdering, overbrenging en inbewaringstelling van voertuigen in het belang  van het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen (zie artikel 170, eerste  lid, aanhef en onder c WVW 1994 en artikel 2 Besluit wegslepen van voertuigen)  kunnen noodzakelijk zijn in het geval dat een voertuig geparkeerd is:</al><al>  · op  een weg of weggedeelte waar door middel van bord E1 van bijlage 1 van het RVV  1990 of door middel van een gele onderbroken streep als bedoeld in artikel 24,  lid 1 onder e RVV 1990 wordt aangegeven dat ter plaatse een parkeerverbod geldt;  </al><al> · op een weg of weggedeelte waar door middel van bord E2 van die bijlage of  door middel van een gele doorgetrokken streep als bedoeld in artikel 23, lid 1  onder g RVV 1990 wordt aangegeven dat ter plaatse een verbod stil te staan  geldt;</al><al>  · op een parkeerplaats nader aangeduid door bord E4 van die bijlage  (al dan niet met onderbord) voorzover: het voertuig niet behoort tot de  toegelaten categorie of groep voertuigen; - het voertuig op een andere dan de  aangegeven wijze is geparkeerd; het voertuig op andere dagen of uren dan  aangegeven is geparkeerd;  </al><al>· op een taxistandplaats, nader aangeduid door  bord E5 van die bijlage, tenzij het parkeren gebeurt met een taxi; · op een  gehandicaptenparkeerplaats, nader aangeduid met bord E6 van die bijlage:   *tenzij het parkeren gebeurt met een gehandicaptenvoertuig;   </al><al>*tenzij  gebruik wordt gemaakt van een geldige en duidelijk zichtbaar aangebrachte       gehandicaptenparkeerkaart; </al><al>  *die gereserveerd is voor een bepaald voertuig,  tenzij het parkeren gebeurt met dat voertuig;  </al><al>· op een laad- en losplaats,  nader aangeduid door bord E7 van die bijlage (met uitzondering van de aangegeven  dagen of uren), tenzij de bestuurder van het voertuig bezig is met het  onmiddellijk laden en lossen van goederen;</al><al> · op een parkeerplaats, nader  aangeduid door bord E8 van die bijlage voorzover het voertuig niet behoort tot  de toegelaten categorie of groep voertuigen; </al><al> · op een parkeerplaats, nader  aangeduid door bord E9 van die bijlage en bestemd voor vergunninghouders, tenzij  het parkeren gebeurt met het voertuig waarvoor een parkeervergunning is  afgegeven;  </al><al>· in een voetgangersgebied, nader aangeduid door bord G7 of C1  van die bijlage (eventueel: met uitzondering van aangegeven dagen en uren.  </al><al/><al><vet>Toelichting</vet></al><al> Hiervoor zijn diverse wegsleepwaardige overtredingen  van de wegenverkeerswetgeving opgenomen, waarbij het motief niet zozeer ligt bij  de verkeersveiligheid en de doorstroming van het verkeer, maar wel bij het  vrijhouden van wegen en weggedeelten. In de oude wettelijke regeling werd een  specifiek voorbeeld van een locatie genoemd waar voertuigen mochten worden  weggesleept wanneer hier door onbevoegden werd geparkeerd, namelijk de  gehandicaptenparkeerplaats. In de praktijk bleken er aanzienlijk meer locaties  denkbaar te zijn waar het wegslepen van voertuigen noodzakelijk werd geacht  zonder dat er direct sprake was van verkeersonveiligheid of belemmering van de  doorstroming van het verkeer. In artikel 2 van het Besluit wegslepen van  voertuigen is concreet aangegeven op welke soorten wegen en weggedeelten  voertuigen mogen worden weggesleept in het belang van het vrijhouden van wegen  en weggedeelten. Deze soorten wegen en weggedeelten zijn eerder hierboven nader  aangeduid.   </al></bijlage><nota-toelichting><kop><label>Nota-toelichting</label><nr/><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijvingen  </vet></al><al>In deze verordening wordt verstaan  onder:  </al><al>a. RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;</al><al>   b. wet: de Wegenverkeerswet 1994;  </al><al>c. besluit: het Besluit wegslepen van  voertuigen;  </al><al>d. voertuig:wat hieronder wordt verstaan in artikel 1, onder a1  RVV 1990;  </al><al>e. motorrijtuig:wat hieronder wordt verstaan in artikel 1, eerste  lid, onder c van de wet;</al><al>  f. het college: het college van burgemeester en  wethouders.  </al><al/><al><vet>Toelichting </vet></al><al> In deze bepaling is een aantal begrippen omschreven  dat diverse malen in deze verordening terugkomt. De omschrijving van deze  begrippen spreekt voor zich. Veelal wordt verwezen naar definities uit bestaande  wetgeving.  </al><al/><al><vet>Ad d. Voertuig</vet></al><al> Het begrip 'voertuig', zoals in artikel 1, onder al  RVV 1990 is omschreven, is ruim. Hieronder vallen niet alleen motorvoertuigen,  maar ook fietsen en bromfietsen, invalidenvoertuigen, trams en wagens. Al deze  voertuigen vallen derhalve onder de werking van deze wegsleepverordening. Ook in  de model-APV is een bepaling opgenomen over de verwijdering van fietsen en  bromfietsen van de openbare weg (zie artikel 5.1.11). Deze bepaling is  aanvullend op wat de wegenverkeerswetgeving beoogt te regelen. In artikel 5.1.11  van de model-APV spelen namelijk andere belangen een rol, zoals de openbare orde  en veiligheid, het uiterlijk aanzien en de openbare gezondheid.  </al><al/><al><vet>Ad e. Motorrijtuig</vet></al><al>  Het begrip 'motorrijtuig' is apart omschreven  omdat artikel 5 van de model-wegsleepverordening alleen betrekking heeft op dit  soort voertuigen.  </al><al/><al><vet>Artikel 2 Aanwijzing van wegen en weggedeelten waar voertuigen kunnen  worden verwijderd, overgebracht en in bewaring gesteld in het belang van het  vrijhouden van wegen en weggedeelten  </vet></al><al>Als wegen en weggedeelten, bedoeld  in artikel 170, eerste lid, onder c van de wet worden in de gemeente Kerkrade  alle wegen en weggedeelten aangewezen, voorzover die behoren tot een van de in  artikel 2 van het besluit bedoelde soorten van wegen en weggedeelten.  </al><al/><al><vet>Toelichting</vet></al><al> Zoals hiervoor in het algemene deel van de toelichting  is gememoreerd, is de bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen in de wet  zelf geregeld. Voor het wegslepen van voertuigen in het belang van de veiligheid  op de weg of de vrijheid van het verkeer hoeven geen wegen en weggedeelten te  worden aangewezen. Van deze bevoegdheid kan op alle wegen en weggedeelten binnen  de gemeente gebruik worden gemaakt. Voor het wegslepen van voertuigen in het  belang van het vrijhouden van wegen en weggedeelten kunnen op grond van artikel  170, eerste lid, aanhef en onder c, en artikel 173, tweede lid, aanhef en onder  c WVW 1994 bij gemeentelijke verordening wegen en weggedeelten worden  aangewezen. In artikel 2 van het Besluit wegslepen van voertuigen is nader  aangegeven om welke soorten van wegen en weggedeelten het kan gaan, zoals onder  andere gehandicaptenparkeerplaatsen, taxistandplaatsen, laad- en loshavens,  parkeerplaatsen voor vergunninghouders, voetgangersgebieden en dergelijke. Het  is aan de gemeenteraad om in deze wegsleepverordening de wegen en weggedeelten  aan te wijzen waar het college van burgemeester en wethouders van deze  bevoegdheid gebruik kan maken. In de tekst van de modelverordening is de ruimste  variant opgenomen: alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente zijn  aangewezen.  Voor de volledigheid wordt nog eens opgemerkt dat een  parkeerovertreding, zoals in deze bepaling bedoeld, op zich niet zonder meer  voldoende is om over te gaan tot het wegslepen en in bewaring stellen van een  voertuig. Per geval zal tevens moeten worden beoordeeld of de specifieke  parkeerovertreding het wegslepen en in bewaring stellen van het desbetreffende  voertuig ook rechtvaardigt. Indien bijvoorbeeld een voertuig midden in de nacht  op een laad- en loshaven wordt geparkeerd terwijl alle winkels en bedrijven  dicht zijn, zal het normaal gesproken niet weggesleept mogen worden.  </al><al>   </al><al><vet>Artikel 3 Plaats bewaring voertuigen en openingstijden   </vet></al><al>1. Als plaats van bewaring van voertuigen wordt aangewezen: Van Dongen  Berging B.V., gevestigd aan de Ampèrestraat 12 te Landgraaf. </al><al> 2. De  openingstijden van de in het eerste lid bedoelde bewaarplaats(en) worden nader  door het college vastgesteld.  </al><al/><al><vet>Toelichting </vet></al><al> De inhoud van de bepaling spreekt voor zich. Vanwege  de redactie van artikel 173, tweede lid WVW 1994 moet de plaats van bewaring van  voertuigen door de gemeenteraad worden aangewezen. Delegatie aan het college van  burgemeester en wethouders is niet mogelijk. In onvoorziene omstandigheden is  het denkbaar dat de burgemeester op grond van zijn bijzondere bevoegdheden ter  handhaving van de openbare orde tijdelijk ook andere terreinen aanwijst als  plaats van bewaring van voertuigen. De openingstijden kunnen wel nader door het  college van burgemeester en wethouders worden vastgesteld omdat ze niet  expliciet genoemd zijn in artikel 173 WVW 1994. Eventueel kunnen ze ook in de  verordening zelf worden opgenomen, maar dan zullen ze doorgaans minder flexibel  zijn. Het is raadzaam om de locatie van de bewaarplaats zodanig te kiezen dat ze  ook goed bereikbaar is, bijvoorbeeld met het openbaar vervoer, voor de mensen  die hiermee te maken krijgen. Ook de openingstijden dienen redelijk ruim te  worden gekozen. Openstelling van de bewaarplaats(en) alleen gedurende werkdagen  lijkt niet voldoende omdat iemand hierdoor onevenredige schade kan lijden, die  mogelijk op de gemeente wordt verhaald.  </al><al/><al><vet>Artikel 4 Kosten overbrengen en bewaren voertuigen</vet></al><al> 1. De kosten  van het overbrengen van een voertuig naar de bewaarplaats bedragen:   a. basistarief / voorrijkosten 70 euro;  b. overbrengkosten 68 euro  (vanaf moment dat auto aan de kabel hangt);</al><al>  2. De kosten van het bewaren van  een voertuig bedragen:  </al><al>a. 45 euro voor het eerste etmaal of een gedeelte  daarvan;  </al><al>b. 15 euro voor elk volgend half etmaal of een gedeelte daarvan.  </al><al/><al><vet>Toelichting </vet></al><al> In artikel 13 tot en met 15 van het Besluit wegslepen  van voertuigen is geregeld welke soorten van kosten die verbonden zijn aan het  wegslepen en in bewaring stellen van voertuigen, in rekening kunnen worden  gebracht. Het gaat hierbij niet alleen om personele en materiële kosten die  direct verband houden met het wegslepen en in bewaring stellen van voertuigen,  maar ook om kosten die verbonden zijn aan bekendmaking van beschikkingen,  verkoop, eigendomsoverdracht om niet of vernietiging van voertuigen, inclusief  de taxatie van deze voertuigen, renteverlies, WA-verzekering en dergelijke.   In de wegsleepverordening hoeven deze kostencomponenten niet allemaal  inzichtelijk te worden gemaakt. Volstaan kan worden met een uitsplitsing van de  kosten die verbonden zijn aan het wegslepen van voertuigen enerzijds en de  bewaring van deze voertuigen anderzijds. Uiteraard dienen de opgenomen kosten  wel in overeenstemming te zijn met de genoemde kostencomponenten. De gemeente  dient uiteraard wel voor zichzelf en eventueel derden inzicht te hebben in de  wijze waarop de genoemde kosten zijn berekend. Deze berekening zal ook in  eventuele bezwaar- en beroepsprocedures de gerechtelijke toets moeten kunnen  doorstaan.  In het tweede lid van deze bepaling, waarin de kosten van  bewaring van voertuigen worden geregeld, wordt het begrip 'etmaal' gebruikt. Het  etmaal, zoals hier bedoeld, begint op het moment van in bewaring nemen van een  voertuig en eindigt 24 uur later.  </al><al/><al><vet>Artikel 5 Overbrengen en in bewaring stellen van motorrijtuigen in het  geval van gebleken onvoldoende rijgeschiktheid of rijvaardigheid dan wel het  ontbreken van een behoorlijk zichtbare kentekenplaat</vet></al><al/><al> Wanneer gebruik  wordt gemaakt van de bevoegdheid, zoals bedoeld in artikel 130, vierde lid, 164,  zevende lid, en 174, eerste lid van de wet, zijn artikel 1, 3 en 4 van deze  verordening van overeenkomstige toepassing.  </al><al/><al><vet>Toelichting</vet></al><al> Naast de in artikel 170, eerste lid WVW 1994 bedoelde  gevallen zijn in deze wet nog twee gevallen genoemd, waarin het noodzakelijk kan  zijn om een voertuig te laten wegslepen en in bewaring te laten stellen.  Achtereenvolgens wordt hier gedoeld op:  · het niet afgeven van zijn  rijbewijs, wanneer dit is ingevorderd, omdat iemand zijn motorrijtuig heeft  bestuurd terwijl hij onder invloed was van drogerende stoffen of alcohol en  dergelijke (zie artikel 130 en 164 WVW 1994);  · de situatie dat een  motorrijtuig niet beschikt over een behoorlijk zichtbare kentekenplaat terwijl  de eigenaar of houder van dat motorrijtuig niet direct te achterhalen is.  Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan voertuigwrakken die geen kenteken  meer hebben of aan situaties dat er sprake kan zijn van het 'knoeien' met  kentekens in geval van autodiefstal.  </al><al>Wanneer in dit soort gevallen een voertuig moet worden weggesleept en in  bewaring genomen, is er geen sprake van uitoefening van bestuursdwang. Artikel  170, eerste lid WVW 1994, waarin de bestuursdwangbevoegdheid is geregeld, is dan  ook niet van toepassing verklaard in de genoemde gevallen. In feite gaat het om  een vorm van inbeslagname van goederen die ook in het strafrecht voorkomt.   Wel heeft de wetgever voor deze gevallen diverse bepalingen uit hoofdstuk X.  Bestuursdwang van de WVW 1994 (artikel 170 e.v.) van overeenkomstige toepassing  verklaard. Het is raadzaam om ook in de wegsleepverordening de artikelen over de  bewaarplaats van voertuigen en openingstijden (artikel 3) en de kosten van  overbrengen en bewaren van voertuigen (artikel 4) voor deze gevallen van  overeenkomstige toepassing te verklaren.  </al><al/><al><vet>Artikel 6 Inwerkingtreding</vet></al><al> Deze verordening treedt in werking op  de achtste dag na die van haar bekendmaking.     </al><al><vet>Toelichting</vet></al><al>  Deze bepaling spreekt voor zich. Eventueel kan de inwerkingtreding op een  nader door het college van burgemeester en wethouders te bepalen datum  plaatsvinden.   </al><al/><al>    </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>