<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR61238_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Parkeerverordening 1997</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oud-Beijerland</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oud-Beijerland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Schakel, 24-04-1997</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening 1997</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelIII/HoofdstukIX/Artikel149/geldigheidsdatum_14-09-2009">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0006622/Hoofdstuk1/Artikel2a/geldigheidsdatum_14-09-2009">Wegenverkeerswet 1994, art. 2a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>1997-04-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1997-04-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-10-20</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Geen.</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>007563</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Parkeerverordening 1997</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Oud-Beijerland;</al><al>Gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 8
                        april 1997;</al><al>Gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 2a van de
                        Wegenverkeerswet 1994;</al><al>Besluit:</al><al>Vast te stellen de volgende</al><al>VERORDENING op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van
                        vergunningen voor het parkeren. </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I</nr><titel>Definities en begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt, voorzover niet
                            uitdrukkelijk anders bepaald, verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>het RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van
                                    26 juli 1990, Stb. 459</al></li><li nr="b."><al>de Wegenverkeerswet 1994: de Wegenverkeerswet van 21 april 1994,
                                    Stb. 475</al></li><li nr="c."><al>motorrijtuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in de
                                    Wegenverkeerswet 1994</al></li><li nr="d."><al>parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
                                    staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig
                                    is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen
                                    van personen danwel het onmiddellijk laden of lossen van zaken
                                    op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer
                                    openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten
                                    staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden</al></li><li nr="e."><al>houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een
                                    voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een
                                    motorrijtuig dat is ingeschreven in het krachtens de
                                    Wegenverkeerswet 1994 (Stb, 1994, 475) aangehouden register van
                                    opgeheven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens
                                    naam het voor het motorrijtuig opgeheven kenteken ten tijde van
                                    het parkeren in het register was ingeschreven</al></li><li nr="f."><al>parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip
                                    van verzamelnparkeermeters en hetgeen naar maatschappelijke
                                    opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan</al></li><li nr="g."><al>parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats behorende bij
                                    parkeerapparatuur</al></li><li nr="h."><al>belanghebbendeplaats: een parkeerplaats die:1. is aangeduid met
                                    bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990, of2. gelegen is binnen
                                    een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990
                                    met het opschrift zone, voorzover deze plaats niet is
                                    uitgezonderd.</al></li><li nr="i."><al>vergunning: een door het college van burgemeester en wethouders
                                    verleende vergunning krachtens welke het is toegestaan een
                                    motorrijtuig te parkeren op daartoe aangewezen
                                    parkeerapparatuur- en/of belanghebbendenplaatsen</al></li><li nr="j."><al>vergunninghouder: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie de
                                    vergunning is verleend.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel>Aanwijzing parkeergelegenheden, plaatsen voor vergunninghouders,
                            vergunningen en abonnementen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan, bij openbaar te
                                maken besluit, weggedeelten aanwijzen die bestemd zijn voor het
                                parkeren door vergunninghouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan, bij openbaar te
                                maken besluit, de tijdstippen vaststellen waarop het parkeren aan
                                vergunninghouders is toegestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan op aanvraag een
                                vergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen of
                                parkeerapparatuurplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergunning kan worden verleend aan de eigenaar of houder van een
                                voettuig wanneer deze:</al><lijst><li nr="a."><al>woont in een gebied waar belanghebbendenplaatsen en/of mede
                                        door vergunninghouders te gebruiken parkeerplaatsen aanwezig
                                        zijn, danwel</al></li><li nr="b."><al>een beroep of bedrijf uitoefent in een gebied waar
                                        belanghebbendenplaatsen en/of mede door vergunninghouders te
                                        gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en
                                        aantoont dat het in het belang van dienst beroeps- of
                                        bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in dat gebied een
                                        voertuig te parkeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De eigenaar of houder van een voertuig die voldoet aan beide in het
                                tweede lid gestelde voorwaarden wordt, voor wat betreft de eerste
                                aangevraagde vergunning, geacht te beantwoorden aan de onder a.
                                genoemde voorwaarden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan in bijzondere
                                gevallen, zulks te hunner beoordeling, een vergunning ook verlenen
                                aan eigenaren of houders van voertuigen die niet voldoen aan een van
                                de in het tweede lid genoemde voorwaarden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Aan de vergunning kunnen zowel beperkingen worden verbonden met
                                betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking
                                tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan aan een vergunning
                                ook andere voorschriften en beperkingen verbinden. Deze
                                voorschriften en beperkingen mogen alleen strekken tot bescherming
                                van het belang van een goede verdeling van de beschikbare
                                parkeerruimte.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De vergunning geeft geen recht op een parkeerplaats.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan, met inachtneming van
                                het bepaalde in de Awb, regels geven voor het aanvragen en verlenen
                                van een vergunning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders beslist binnen 6 weken na
                                ontvangst van een aanvraag voor een vergunning.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan de in het tweede lid
                                genoemde termijn met ten hoogste 6 weken verlengen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vergunning wordt voor ten hoogste 1 jaar verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>de periode waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="b."><al>het gebied waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="c."><al>de naam van de vergunninghouder en/of het kenteken van het
                                        motorvoertuig of de motorvoertuigen waarvoor de vergunning
                                        is verleend.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan een vergunning
                                intrekken of wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>op verzoek van de vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al>wanneer een vergunninghouder het gebied, waarop de
                                        vergunning is verleend, metterwoon verlaat of het daar
                                        uitgeoefende beroep of bedrijf beëindigt;</al></li><li nr="c."><al>wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de
                                        omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de
                                        vergunning;</al></li><li nr="d."><al>wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van
                                        vergunningen komt te vervallen;</al></li><li nr="e."><al>wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de
                                        vergunning verbonden voorschriften;</al></li><li nr="f."><al>wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning
                                        onjuiste gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="g."><al>om redenen van openbaar belang;</al></li><li nr="h."><al>indien de voor de parkeervergunning verschuldigde
                                        parkeerbelasting niet of niet tijdig is voldaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een beschikking tot het intrekken van een vergunning treedt niet
                                eerder in werking dan op de achtste dag na dagtekening van die
                                beschikking.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan een of meer derden
                            machtigen om namens hen uitvoering te geven aan enige bepaling
                            betreffende verlening, wijziging of intrekking van een vergunning.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III</nr><titel>Verbodsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorrijtuig te
                                plaatsen of te laten staan:</al><lijst><li nr="a."><al>op een parkeerapparatuurplaats;</al></li><li nr="b."><al>op een belanghebbendeplaats.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op
                                zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te
                                laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt
                                belemmerd of verhinderd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen
                                van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere
                                middelen, danwel met andere munten dan die welke in de kennisgeving
                                op de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden om op een parkeerapparatuurplaats gedurende de
                                tijden waarop het parkeren daar slechts tegen betaling is
                                toegestaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een voertuig te parkeren indien de parkeerapparatuur niet in
                                        werking is gesteld of niet onmiddellijk na aanvang van het
                                        parkeren in werking wordt gesteld;</al></li><li nr="b."><al>een voertuig geparkeerd te houden indien de
                                        parkeerapparatuur aangeeft dat de parkeertermijn is
                                        verstreken waarvoor is betaald.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen
                                van het bepaalde in het tweede lid van dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al>Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                            belanghebbendeplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan aldaar
                            een voertuig te parkeren of geparkeerd te houden:</al><lijst><li nr="a."><al>zonder vergunning;</al></li><li nr="b."><al>zonder dat het voertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van de
                                    vergunning;</al></li><li nr="c."><al>in strijd met de aan de vergunning verbonden bepalingen of
                                    voorschriften.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de
                            eerste categorie als bedoeld in artikel 23 van het Wetboek van
                            Strafrecht.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al>Met de opsporing van overtredingen van deze verordening zijn, behalve de
                            in artikel 141 van het Wetboek van Strafverordening genoemde
                            opsporingsambtenaren, de door het college van burgemeester en wethouders
                            aangewezen ambtenaren belast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: “Parkeerverordening
                            1997”.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><al>Deze verordening treedt in werking op een door het college van
                            burgemeester en wethouders bij openbaar besluit bekend te maken
                            datum.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 21 april 1997.</ondertekening><ondertekening>De secretaris, De voorzitter, J. Brouwer B.B.M. van der Hart </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>