Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Oirschot

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oirschot houdende Beleidsnotitie “werkwijze voor het voeren van een zorgvuldige omgevingsdialoog”

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieOirschot
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingBesluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oirschot houdende Beleidsnotitie “werkwijze voor het voeren van een zorgvuldige omgevingsdialoog”
CiteertitelBeleidsnotitie “werkwijze voor het voeren van een zorgvuldige omgevingsdialoog”
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Onbekend

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

17-07-2018nieuwe regeling

16-06-2015

gmb-2018-151756

Tekst van de regeling

Intitulé

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oirschot houdende Beleidsnotitie “werkwijze voor het voeren van een zorgvuldige omgevingsdialoog”

 

Inleiding

Inleiding

In onze “Oirschotse visie intensieve veehouderij” willen wij graag duidelijkheid geven aan allen betrokkenen in het buitengebied. Ondernemers worden gestimuleerd en zonodig verplicht om duurzaam te ondernemen. Met oog voor de omgeving, met maatschappelijke waardering voor de sector en gericht op economisch per­spectief.

Wij hebben voor een aantal aspecten sturingsmogelijkheden, zoals het aanpassen van lokaal beleid, regel­geving en handhaving zoals bestemmingsplan, vergunningverlening, geurbeleid en landschappelijke inpassing.

In samenwerking met hogere overheden moet worden gezocht naar oplossingen in niet-lokaal beleid en wetgeving en interactie met alle betrokken partijen dient te worden bevorderd.

Door de Provincie Noord Brabant is op 18 maart 2014 de Verordening Ruimte 2014 vastgesteld. In deze Verordening zijn voorwaardelijke bepalingen opgenomen voor uitbreiding van een veehouderij. Zolang deze bepalingen nog niet in het bestemmingsplan Buitengebied zijn opgenomen zijn de in de verordening recht­streeks werkende regels van toepassing. Deze bepalen, dat een toename van bestaande bebouwing voor de uitoefening van een veehouderij alleen onder voorwaarden is toegestaan. Eén van die voorwaarden is, dat een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij het initiatief.

 

De ondernemer dient derhalve het verslag van de dialoog, inclusief de opmerkingen van de buurt, toe te voegen aan zijn aanvraag voor een omgevingsvergunning.

 

Indien de aanvraag hierin niet voorziet en tevens is gebleken dat er geen dialoog heeft plaatsgevon­den voorafgaand aan het indienen van een aanvraag, wordt de aanvraag geweigerd.

Het is van belang dat een veehouderij in de omgeving ingepast wordt en daarmee maatschappelijk aanvaardbaar wordt. In deze notitie wordt invulling gegeven aan het begrip omgevingsdialoog en een werk­wijze die is gericht op houding en gedrag in de relatie tussen ondernemer, buurt en overheid.

Huidige werkwijze en zijn beperkingen  

De ondernemer dient zijn aanvraag voor een omgevingsvergunning in bij de gemeente. Deze voorziet meestal niet in een verslag van een gevoerde omgevingsdialoog met opmerkingen van de buurt.

In veel gevallen wordt die weliswaar gevoerd, doch echter pas nadat er al een complete aanvraag bij de gemeente is ingediend. Daardoor kunnen opmerkingen van de omgeving in beginsel niet meer leiden tot een eventuele aanpassing van ingediende plannen.

Een dialoog met de omgeving is echter vaak een eerste vereiste voor een goede maatschappelijke veranke­ring.

De ondernemer en zijn omgeving hebben een direct belang bij het onderhouden van een goede relatie. Daarom is het aan te bevelen om niet enkel het gesprek aan te gaan als er een eenzijdig belang is (bijvoorbeeld in het geval van een vergunningaanvraag), maar voortdurend te werken aan een goede verstandhouding.

Doel omgevingsdialoog  

Een omgevingsdialoog is er op gericht in een vroegtijdig stadium met elkaar ontwikkelingsplannen en aan­dachtspunten te bespreken.

Er zijn enkele specifieke aanleidingen om een dialoog te starten:

  • 1.

    In die gevallen waarbij er problemen zijn in de relatie tussen ondernemer en zijn omgeving.

  • 2.

    Op het moment dat de ondernemer ontwikkelingsplannen heeft en een vergunningaanvraag daartoe wil indienen.

  • 3.

    Indien er sprake is van een aanpak die het individuele bedrijf overstijgt (gebiedsprofilering).

  • 4.

    Als er twijfel is bij één van de betrokken partijen of men nog wel op één lijn zit en er nog sprake is van voldoende vertrouwen of dat de betrokken partijen nog goed op de hoogte zijn van de ontwikkelingen.

     

Deze notitie beperkt zich tot de werkwijze gekoppeld aan een aanvraag om een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in bovenstaand aandachtspunt 2.

De werkwijze is er opgericht om antwoord te krijgen op de volgende vragen:

  • 1.

    Heeft de buurt kennis genomen van de plannen?

  • 2.

    Heeft de ondernemer kennis genomen van wat er in de buurt leeft?

  • 3.

    Hoe denkt de ondernemer rekening te houden met de wensen en zorgen van de buurt?

  • 4.

    Houdt de buurt ook rekening met de plannen van de ondernemer?

Relatie met de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV)  

De dialoog is geen onderdeel van de BZV. De BZV kan worden gebruikt om de inhoudelijke thema’s en de keuzes bij die thema’s in de dialoog te bespreken. Deze notitie is gericht op de werkwijze op bedrijfsniveau.

Wenselijke werkwijze dialoog bij een vergunningaanvraag  

Het voeren van een zorgvuldige omgevingsdialoog kan uit een viertal stappen bestaan. Bij stap 3 wordt pas overgegaan tot het indienen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning. Hierbij gaan wij er vanuit, dat er geen sprake kan zijn van een zorgvuldige dialoog, indien deze pas na indiening van een aanvraag wordt gevoerd.

 

Stap 1

  • De ondernemer nodigt de buurt, relevante belangenorganisaties en leefbaarheidsnetwerken zoals een dorpsraad en eventueel de gemeente uit, om met hen in gesprek te gaan over zijn wensen, plannen en mogelijke zorgen.

  • Hij nodigt minimaal de belanghebbenden uit die in een straal van 500 m van zijn bedrijf wonen, waarbij rand bouwvlak als meetpunt wordt genomen. Hij stelt zich de vraag of er aanleiding is om meer mensen uit te nodigen.

  • Als de groep betrokkenen erg groot is, is het aan te bevelen om meerdere gesprekken te voeren in groepen van maximaal 10 personen.

  • De BZV kan worden gebruikt om de inhoudelijke thema’s en de keuzes bij die thema’s te bespreken.

  • Het is aan de ondernemer om in te schatten of er behoefte is aan een vervolg overleg. Dit kan bij­voorbeeld aan de orde zijn als nog open staande vragen moeten worden beantwoord of indien er sprake is van wezenlijke veranderingen in zijn plannen naar aanleiding van opmerkingen vanuit de omgeving.

  • Het is voor de bereidheid van partijen om te investeren in een goede dialoog erg belangrijk om te weten dat de uitkomst er toe doet. Het is daarom van belang om duidelijk te maken dat de uitkomst van de dialoog een belangrijke rol speelt bij de besluitvorming.

     

Stap 2

  • De ondernemer maakt een verslag van de bijeenkomst(en) en geeft hierin aan hoe hij eventuele opmerkingen van de buurt in zijn plannen verwerkt. Voor de opmerkingen waar hij niets mee doet geeft hij een motivatie waarom hij dat niet heeft gedaan.

  • De ondernemer maakt een lijst van alle genodigden en geeft aan wie daadwerkelijk bij de bijeen­komst aanwezig is geweest.

  • In deze fase kan een tweede gesprek zinvol zijn (zie stap 1).

  • Het verslag en eventuele aanpassingen van zijn plannen legt hij aan de buurt voor. De schriftelijke opmerkingen van de buurt naar aanleiding van het verslag worden als bijlage bij het verslag ge­voegd.

     

Stap 3

  • De ondernemer dient zijn aanvraag voor een omgevingsvergunning in bij de gemeente en voegt het verslag van de dialoog inclusief de opmerkingen van de buurt toe. Indien de aanvraag hierin niet voorziet en tevens is gebleken dat er geen dialoog heeft plaatsgevonden voorafgaand aan het in­dienen van een aanvraag, wordt de aanvraag geweigerd.

     

Stap 4

  • De gemeente beoordeelt de aanvraag om een omgevingsvergunning en het verslag.

  • De gemeente zal haar medewerking aan de vergunning, naast de beleidsmatige toets laten afhangen van haar oordeel over de uitkomsten van de dialoog. Hierbij is bepalend,

    • 1.

      of de buurt kennis heeft genomen van de plannen;

    • 2.

      de ondernemer kennis heeft genomen van wat er in de buurt leeft;

    • 3.

      hoe de ondernemer denkt rekening te houden met de wensen en zorgen van de buurt;

    • 4.

      de buurt ook rekening houdt met de plannen van de ondernemer.

  • Uiteindelijk zal het college een bindend besluit nemen over de vergunningaanvraag.

  • De rechtsbescherming voor de betrokken partijen blijft onverkort overeind. Indien nodig zal de rechter zijn oordeel geven.

  • De gemeente informeert diegenen die bij de omgevingsdialoog betrokken zijn geweest, wanneer na een vergunning-weigering, de ondernemer stappen zet om alsnog vergunning te verkrijgen.