<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR61120_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Maatregelenverordening IOAW en IOAZ</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Leek</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-06-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Leek</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Midweek, 22-12-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Maatregelenverordening IOAW en IOAZ</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, art. 35, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, art. 20, lid 2</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, art. 35, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, art. 20, lid 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-12-23</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2010-07-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>35</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Terugwerkende kracht tot en met 01-07-2010</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      
      Maatregelenverordening IOAW en IOAZ
    
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Leek;</al>
          <al/>
          <al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 december 2010,
                        voorstelnummer 35;</al>
          <al/>
          <al>gelet op artikel 147, eerste lid en artikel 108, tweede lid Gemeentewet;
                        artikel 35, eerste lid, onderdeel b en artikel 20, tweede lid IOAW alsmede
                        artikel 35, eerste lid, onderdeel b en artikel 20, eerste lid IOAZ;</al>
          <al/>
          <al>B E S L U I T :</al>
          <al/>
          <al>vast te stellen de Maatregelenverordening IOAW en IOAZ.</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Algemene bepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1</nr>
              <titel>Begripsomschrijving</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>IOAW: Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelik
                                        arbeidsongeschikte werkloze werknemers.</al></li>
                <li nr="b."><al>IOAZ: Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.</al></li>
                <li nr="c."><al>IOAW/IOAZ: de IOAW alsmede de IOAZ, beide voor zover zij op
                                        belanghebbende van toepassing zijn.</al></li>
                <li nr="d."><al>Uitkering: de uitkering, bedoeld in artikel 5, eerste lid
                                        IOAW/IOAZ.</al></li>
                <li nr="e."><al>Uitkeringsnorm: de op belanghebbende van toepassing zijnde
                                        netto grondslag, bedoeld in artikel 5, vierde lid
                                        IOAW/IOAZ.</al></li>
                <li nr="f."><al>Maatregel: het verlagen van de uitkeringsnorm op grond van
                                        artikel 20, tweede lid IOAW en artikel 20, eerste lid IOAZ
                                        alsmede het blijvend of tijdelijk (gedeeltelijk) weigeren
                                        van een uitkering op grond van artikel 20, eerste lid IOAW
                                        en artikel 20, tweede lid IOAZ.</al></li>
                <li nr="g."><al>Inkomen: inkomen als bedoeld in artikel 8 IOAW/IOAZ.</al></li>
                <li nr="h."><al>benadelingsbedrag: het brutobedrag aan IOAW/IOAZ als
                                        omschreven in de artikel 25, vierde lid van de IOAW en IOAZ
                                        dat ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend;</al></li>
                <li nr="i."><al>belanghebbende: hij die recht heeft op een uitkering op
                                        grond van de IOAW, voor zover hij is aangewezen op arbeid in
                                        dienstbetrekking alsmede hij die recht heeft op een
                                        uitkering op grond van de IOAZ;</al></li>
                <li nr="j."><al>het bestuur: het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam
                                        Intergemeentelijke Sociale Dienst Noordenkwartier.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Voor zover in deze verordening niet anders gedefinieerd, hebben de
                                begrippen dezelfde betekenis als in de IOAW, de IOAZ en de Algemene
                                wet bestuursrecht.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2</nr>
              <titel>Het opleggen van een maatregel</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Als de belanghebbende naar het oordeel van het bestuur een
                                verplichting als bedoeld in artikel 13 IOAW/IOAZ of een op grond van
                                hoofdstuk III IOAW/IOAZ aan een uitkering verbonden verplichting -
                                anders dan de verplichting bedoeld in artikel 37, eerste lid,
                                onderdeel c IOAZ - schendt, wordt overeenkomstig deze verordening
                                een maatregel opgelegd.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de
                                belanghebbende die een uitkering ontvangt op grond van de IOAW,
                                wanneer hij de op basis van artikel 30c, tweede en derde lid van de
                                Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen voortvloeiende
                                verplichtingen niet of onvoldoende nakomt, hieronder wordt tevens
                                begrepen het zich jegens het bestuur zeer ernstig misdragen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Een maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate
                                waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de
                                omstandigheden waarin hij verkeert.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3</nr>
              <titel>Berekeningsgrondslag</titel>
            </kop>
            <al>De maatregel wordt toegepast op de uitkeringsnorm.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4</nr>
              <titel>Het besluit tot opleggen van een maatregel</titel>
            </kop>
            <al>In het besluit tot opleggen van een maatregel worden in ieder geval
                            vermeld:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de reden van de maatregel;</al></li>
              <li nr="b."><al>de duur van de maatregel;</al></li>
              <li nr="c."><al>het percentage of bedrag waarmee de uitkering wordt verlaagd of
                                    geweigerd en, indien van toepassing:</al></li>
              <li nr="d."><al>de reden om af te wijken van een standaardmaatregel.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5</nr>
              <titel>Horen van belanghebbende</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Voordat een maatregel wordt opgelegd, wordt de belanghebbende in de
                                gelegenheid gesteld zijn zienswijze schriftelijk of mondeling naar
                                voren te brengen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het horen van de belanghebbende kan achterwege worden gelaten
                                indien:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de vereiste spoed zich daartegen verzet;</al></li>
                <li nr="b."><al>de belanghebbende reeds eerder in de gelegenheid is gesteld
                                        zijn zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen
                                        nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan; of</al></li>
                <li nr="c."><al>de belanghebbende niet heeft voldaan aan een verzoek van het
                                        bestuur of een door haar ingeschakelde derde, om binnen een
                                        gestelde termijn inlichtingen te verstrekken als bedoeld in
                                        artikel 13 van de IOAW/IOAZ.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6</nr>
              <titel>Afzien van het opleggen van een maatregel</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het bestuur ziet af van het opleggen van een maatregel indien:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of</al></li>
                <li nr="b."><al>de gedraging meer dan 12 maanden vóór constatering van die
                                        gedraging door het bestuur heeft plaatsgevonden, tenzij de
                                        gedraging een schending van de inlichtingenplicht inhoudt en
                                        als gevolg van die gedraging ten onrechte uitkering is
                                        verleend. Een maatregel wegens schending van de
                                        inlichtingenplicht wordt niet opgelegd na verloop van vijf
                                        jaren nadat de betreffende gedraging heeft plaatsgevonden;
                                        of:</al></li>
                <li nr="c."><al>het bestuur dringende redenen aanwezig acht.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Indien het bestuur afziet van het opleggen van een maatregel op
                                grond van dringende redenen wordt de belanghebbende daarvan
                                schriftelijk mededeling gedaan.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7</nr>
              <titel>Ingangsdatum en tijdvak van de verlaging</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De maatregel wordt opgelegd met ingang van de eerste dag van de
                                maand volgend op de datum waarop het besluit tot het opleggen van de
                                maatregel aan de belanghebbende bekend is gemaakt. Daarbij wordt
                                uitgegaan van de voor die maand geldende uitkeringsnorm.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>In afwijking van het eerste lid kan de maatregel met terugwerkende
                                kracht worden opgelegd indien:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de uitkering nog niet is uitbetaald of:</al></li>
                <li nr="b."><al>de uitkering op het tijdstip van oplegging van de maatregel
                                        reeds is beëindigd.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Indien toepassing van het tweede lid niet mogelijk of wenselijk is
                                kan de maatregel alsnog ten uitvoer worden gebracht bij een
                                hernieuwd recht op uitkering IOAW/IOAZ mits de periode gelegen
                                tussen de beëindigingsdatum van de uitkering en de datum van het
                                nieuwe recht niet meer bedraagt dan 12 maanden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Een maatregel wordt voor bepaalde tijd opgelegd. Een maatregel die
                                voor een periode van meer dan drie maanden wordt opgelegd, wordt
                                uiterlijk na drie maanden nadat deze ten uitvoer is gelegd
                                heroverwogen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8</nr>
              <titel>Samenloop van gedragingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Indien sprake is van één gedraging die schending oplevert van
                                meerdere in de wet genoemde verplichtingen, wordt één maatregel
                                opgelegd. Als voor schending van die verplichtingen maatregelen van
                                verschillende hoogte gelden, wordt de hoogste maatregel
                                opgelegd.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Indien sprake is van meerdere gedragingen die schending opleveren
                                van één of meerdere in de wet genoemde verplichtingen, wordt voor
                                iedere gedraging een afzonderlijke maatregel opgelegd. Deze
                                maatregelen worden gelijktijdig opgelegd, tenzij dit gelet op
                                artikel 2, derde lid van de verordening niet verantwoord is.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Geen of onvoldoende medewerking verlenen aan het verkrijgen of
                            behouden van algemeen geaccepteerde arbeid</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9</nr>
              <titel>Indeling in categorieën</titel>
            </kop>
            <al>Gedragingen van belanghebbenden waardoor de verplichting op grond van
                            artikel 37 van de IOAW/IOAZ, anders dan de verplichting, bedoeld in
                            artikel 37, eerste lid, onderdeel c van de wet niet of onvoldoende is
                            nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën:</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Eerste categorie:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende
                                            bij het UWV-werkbedrijf of het niet tijdig laten
                                            verlengen van de registratie als werkzoekende zoals
                                            bedoeld in artikel 30 sub b van de Wet SUWI.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Tweede categorie:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde
                                            arbeid te verkrijgen of te aanvaarden;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een
                                            onderzoek naar de mogelijkheden tot
                                            arbeidsinschakeling.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="3."><al>Derde categorie:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>gedragingen die de inschakeling in arbeid
                                            belemmeren;</al></li>
                  <li nr="b."><al>het niet of in onvoldoende mate gebruikmaken van een
                                            door het bestuur aangeboden voorziening gericht op
                                            arbeidsinschakeling, waaronder begrepen sociale
                                            activering en vrijwilligerswerk.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10</nr>
              <titel>De hoogte en duur van de maatregel</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Onverminderd artikel 2, derde lid, wordt de maatregel vastgesteld
                                op:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>vijf procent van de uitkeringsnorm gedurende een maand bij
                                        gedragingen van de eerste categorie;</al></li>
                <li nr="b."><al>ten procent van de uitkeringsnorm gedurende een maand bij
                                        gedragingen van de tweede categorie;</al></li>
                <li nr="c."><al>vijftig procent van de uitkeringsnorm gedurende een maand
                                        bij gedragingen van de derde categorie;</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De duur van de maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt
                                verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na
                                bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd,
                                opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of
                                hogere categorie. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd
                                wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van
                                dringende redenen, bedoeld in artikel 6, tweede lid.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>In afwijking van het eerste lid, onder c, legt het college, indien
                                belanghebbende een uitkering ontvangt op grond van de IOAW en de
                                belemmerende gedragingen bedoeld in artikel 9, derde lid, onder a.
                                dusdanige vormen aannemen dat gesproken moet worden van het door
                                eigen toedoen niet verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid voor
                                onbepaalde duur een maatregel op ter hoogte van het door eigen
                                toedoen niet verkregen netto inkomen uit deze arbeid.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Het college heroverweegt een besluit als bedoeld in het derde lid
                                binnen een door hem te bepalen termijn die ten hoogste drie maanden
                                bedraagt.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Het door eigen toedoen verliezen van algemeen geaccepteerde arbeid,
                            alsmede het nalaten algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden.</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11</nr>
              <titel>Door eigen toedoen verliezen van algemeen geaccepteerde
                                arbeid.</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Onverminderd artikel 4 legt het bestuur, met inachtneming van
                                artikel 20, vierde lid IOAW/IOAZ, voor onbepaalde tijd een maatregel
                                op indien de belanghebbende door eigen toedoen een inkomen uit of in
                                verband met arbeid is verloren en:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>aan de beëindiging van zijn dienstbetrekking een dringende
                                        reden ten grondslag ligt in de zin van artikel 678 van Boek
                                        7 van het Burgerlijk Wetboek; dan wel</al></li>
                <li nr="b."><al>de dienstbetrekking is beëindigd door of op verzoek van
                                        belanghebbende zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige
                                        bezwaren waren verbonden, dat deze voortzetting
                                        redelijkerwijs niet van hem zou kunnen worden gevergd.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De hoogte van de maatregel is gelijk aan het door dit gedrag
                                verloren netto-inkomen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het bestuur heroverweegt een besluit als bedoeld in het eerste lid
                                binnen een door hem te bepalen termijn die ten hoogste drie maanden
                                bedraagt.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>12</nr>
              <titel>Niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Onverminderd artikel 4, eerste lid, legt het bestuur voor onbepaalde
                                duur een maatregel op indien de belanghebbende een uitkering
                                ontvangt op basis van de IOAW en hij weigert hem aangeboden algemeen
                                geaccepteerde arbeid te aanvaarden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De hoogte van de maategel is gelijk aan het door eigen toedoen niet
                                verkregen netto inkomen uit deze arbeid.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het bestuur heroverweegt een besluit als bedoeld in het eerste lid
                                binnen een door hem te bepalen termijn die ten hoogste drie maanden
                                bedraagt.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Niet nakomen van de inlichtingenplicht</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>13</nr>
              <titel>Te laat verstrekken van gegevens</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Onverminderd artikel 2, derde lid legt het bestuur een maatregel op
                                van 5% van de uitkeringsnorm, indien belanghebbende de verplichting
                                op grond van artikel 13 IOAW/IOAZ niet is nagekomen door informatie
                                die van belang is voor de verlening van de uitkering of voortzetting
                                daarvan niet binnen de door het bestuur daartoe gestelde termijn te
                                verstrekken.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De duur van de maatregel wordt verdubbeld, indien de belanghebbende
                                zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij
                                een maatregel wordt opgelegd opnieuw schuldig maakt aan dezelfde als
                                verwijtbare aan te merken gedraging. Met een besluit waarmee een
                                maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af
                                te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 6, eerste
                                lid, sub c.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Van het opleggen van de maatregel kan worden afgezien en worden
                                volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij
                                het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt
                                binnen een periode van één jaar te rekenen vanaf de datum waarop
                                eerder aan de belanghebbende een schriftelijke waarschuwing is
                                gegeven.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>14</nr>
              <titel>Verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen met gevolgen
                                voor de uitkering</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht
                                bedoeld in artikel 13 van de IOAW/IOAZ heeft geleid tot het ten
                                onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van een uitkering, wordt
                                de maatregel afgestemd op de hoogte van het benadelingsbedrag.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Onverminderd artikel 2, derde lid, wordt de maatregel op de volgende
                                wijze vastgesteld:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>bij een benadelingsbedrag tot € 1000,00: 10% van de
                                        uitkeringsnorm gedurende een maand;</al></li>
                <li nr="b."><al>bij een benadelingsbedrag van € 1000,00 tot € 2000,00: 20%
                                        van de uitkeringsnorm gedurende een maand;</al></li>
                <li nr="c."><al>bij een benadelingsbedrag van € 2000,00 tot € 4000,00: 40%
                                        van de uitkeringsnorm gedurende een maand;</al></li>
                <li nr="d."><al>bij een benadelingsbedrag van € 4000,00 of meer: 100% van de
                                        uitkeringsnorm gedurende een maand.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>In afwijking van het tweede lid kan de duur van de maatregel worden
                                verdubbeld, als de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na
                                bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel wordt opgelegd
                                opnieuw schuldig maakt aan dezelfde als verwijtbare aan te merken
                                gedraging. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt
                                gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van
                                dringende redenen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, sub c. van
                                deze verordening.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Van een maatregel wordt afgezien:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>zodra ter zake van de gedraging strafvervolging is ingesteld
                                        en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft
                                        genomen;</al></li>
                <li nr="b."><al>zodra het recht tot strafvervolging is vervallen, doordat
                                        het Openbaar Ministerie een schikking met belanghebbende
                                        heeft getroffen.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>15</nr>
              <titel>Verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen zonder
                                gevolgen voor de uitkering</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht
                                bedoeld in artikel 13 van de IOAW/IOAZ niet heeft geleid tot het ten
                                onrechte of tot een te hoog bedrag verstrekken van een uitkering,
                                bedraagt de maatregel, onverminderd artikel 2, tweede lid, 5% van de
                                uitkering gedurende één maand.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De duur van de maatregel wordt verdubbeld, indien de belanghebbende
                                zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij
                                een maatregel wordt opgelegd opnieuw schuldig maakt aan dezelfde als
                                verwijtbare aan te merken gedraging. Met een besluit waarmee een
                                maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af
                                te zien op grond van dringende redenen, als bedoeld in artikel 6,
                                eerste lid, sub c. van deze verordening.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Van het opleggen van een maatregel bedoeld in het eerste lid kan
                                worden afgezien en worden volstaan met het geven van een
                                schriftelijke waarschuwing, tenzij het niet of niet behoorlijk
                                nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van één
                                jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende
                                een schriftelijke waarschuwing is gegeven.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Overige gedragingen die leiden tot een maatregel</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>16</nr>
              <titel>Zeer ernstige misdragingen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Indien een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover het
                                bestuur of zijn ambtenaren, onder omstandigheden die rechtstreeks
                                verband houden met de uitvoering van de wet, wordt de maatregel
                                afgestemd op de ernst van de gedraging.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Onverminderd artikel 2, derde lid, wordt de maatregel op de volgende
                                wijze vastgesteld:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>bij verbaal geweld: 20% van de uitkeringsnorm gedurende een
                                        maand;</al></li>
                <li nr="b."><al>bij discriminatie: 50% van de uitkeringsnorm gedurende een
                                        maand;</al></li>
                <li nr="c."><al>bij zaakgericht fysiek geweld: 50% van de uitkeringsnorm
                                        gedurende een maand;</al></li>
                <li nr="d."><al>bij intimidatie: 100% van de uitkeringsnorm gedurende een
                                        maand;</al></li>
                <li nr="e."><al>bij mensgericht fysiek geweld: 100% van de uitkeringsnorm
                                        gedurende een maand.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Van het opleggen van de maatregel bedoeld in het tweede lid, sub a.
                                kan worden afgezien en kan worden volstaan met het geven van een
                                schriftelijke waarschuwing, tenzij het verbale geweld plaatsvindt
                                binnen een periode van 12 maanden te rekenen vanaf de datum waarop
                                eerder aan de belanghebbende een schriftelijke waarschuwing in
                                verband met ernstige misdragingen is gegeven.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Het handhavingsbeleid</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>17</nr>
              <titel>Het handhavingsbeleid</titel>
            </kop>
            <al>Het bestuur biedt jaarlijks een handhavingsplan aan de gemeenteraad aan
                            met daarin het te voeren beleid op gebied van handhaving, bestrijding
                            van misbruik en oneigenlijk gebruik van de Wet werk en bijstand, IOAW en
                            IOAZ en de te verwachten resultaten en rapporteert hierover jaarlijks
                            aan de gemeenteraad.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>18</nr>
              <titel>De inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking en
                            werkt terug tot 1 juli 2010. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>19</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening wordt aangehaald als Maatregelenverordening IOAW en
                            IOAZ.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering</ondertekening>
        <ondertekening>van de raad der gemeente Leek,</ondertekening>
        <ondertekening>d.d. 15 december 2010.</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>B.C. Hoekstra, voorzitter J.A. Oosting, adjunct-griffier</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>