Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Terschelling

GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING DE WADDENEILANDEN 2018

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieTerschelling
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingGEMEENSCHAPPELIJKE REGELING DE WADDENEILANDEN 2018
CiteertitelGemeenschappelijke regeling De Waddeneilanden 2018
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 13 van de Wet gemeenschappelijke regelingen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

29-05-2018nieuwe regeling

15-03-2018

stcrt-2018-29882

2018/Gemeenschappelijke regeling De Waddeneilanden 2018

Tekst van de regeling

Intitulé

GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING DE WADDENEILANDEN 2018

 

De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Texel, Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog, en de Eilander Raad van de Gemeenschappelijke regeling De Waddeneilanden ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft,

 

overwegende dat;

 

de raden van de deelnemende gemeenten en de Eilander Raad op 15 maart 2018 hebben besloten, dan wel toestemming hebben verleend om de Gemeenschappelijke regeling De Waddeneilanden te wijzigen en daarvoor in de plaats te stellen de Gemeenschappelijke Regeling De Waddeneilanden 2018;

 

gelet op de vastgestelde kaders met betrekking tot de samenwerking, de toepasselijke bepalingen van de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht;

 

 

Besluiten:

 

de Gemeenschappelijke regeling De Waddeneilanden te wijzigen en te komen tot de Gemeenschappelijke regeling De Waddeneilanden 2018

HOOFDSTUK I  

Artikel 1. Begripbepalingen

1. In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:

a. de wet : de Wet gemeenschappelijke regelingen;

b. de regeling : gemeenschappelijke regeling De Waddeneilanden 2018;

c. het openbaar lichaam : het openbaar lichaam op grond van artikel 8, eerste lid, van de wet;

d. het Algemeen bestuur : het Algemeen bestuur van het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de wet;

e. het Dagelijks bestuur : het Dagelijks bestuur van het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de wet;

f. de voorzitter : de voorzitter van het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 13, lid 9, van de wet en artikel 21 van de regeling;

g. de secretaris : de secretaris van het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 24 van de regeling;

h. deelnemende gemeente : een aan deze regeling deelnemende gemeente;

i Gedeputeerde Staten : het college van Gedeputeerde Staten van de provincie(s) als bedoeld in artikel 26 lid 1 en artikel 29 van de wet.

 

2. Waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet of van een wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, wordt in die artikelen in de plaats van gemeente, gemeenteraad, college van burgemeester en wethouders en burgemeester, gelezen openbaar lichaam, onderscheidenlijk Algemeen bestuur, Dagelijks bestuur en voorzitter.

HOOFDSTUK II  

Artikel 2. Het openbaar lichaam

1. Er is een openbaar lichaam genaamd ‘De Waddeneilanden’, dat is gevestigd te Harlingen.

 

2. Het rechtsgebied van het openbaar lichaam omvat het grondgebied van de deelnemende gemeenten: Texel, Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog.

HOOFDSTUK III  

Doel en taken van het openbaar lichaam

Artikel 3. Algemene taakstelling

1. Het openbaar lichaam heeft als taken:

• de behartiging van de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten

• het uitdragen van het standpunt van de deelnemende gemeenten richting andere betrokken overheden;

• overleg, coördinatie en afstemming ten aanzien van beleids- en beheersaspecten;

• de organisatie van jaarlijkse themabijeenkomsten voor raads- en collegeleden van de deelnemende gemeenten, ter bespreking van gemeenschappelijke thema’s;

• samenwerking en ondersteuning ten aanzien van uitvoeringszaken van deelnemende gemeenten die te kennen hebben gegeven bij deze deelactiviteit betrokken te willen zijn;

• het voorbereiden en uitvoeren van gemeenschappelijk beleid voor zover hiertoe door de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten aan het openbaar lichaam is opgedragen.

 

2. De in het vorige lid bedoelde taken kunnen in ieder geval liggen op de volgende terreinen:

 

a. ruimtelijke ordening, volkshuisvesting en milieu;

b. gezondheidszorg, inclusief het ambulancevervoer;

c. welzijn;

d. onderwijs;

e. openbare orde en veiligheid;

f. verkeer en vervoer, o.a. de waddenveren;

g. sociaal-economisch beleid en arbeidsmarktbeleid;

h. hulpverlening en brand- en rampenbestrijding;

i. recreatie en toerisme;

j. cultuur en cultuurhistorie

k. natuur- en landschapsbescherming;

l. samenwerking en ondersteuning op het gebied van bedrijfsvoering en dienstverlening aan de burger;

m. voorts andere door de deelnemende gemeenten, overeenkomstig de bepalingen van deze regeling, opgedragen taken.

Artikel 4.  

1. Het openbaar lichaam verleent bemiddeling en/of ondersteuning bij de totstandkoming en/of uitvoering van samenwerkingsovereenkomsten tussen twee of meer aan de regeling deelnemende gemeenten.

 

2. Het openbaar lichaam verleent desgevraagd diensten aan één of meer aan de regeling deelnemende gemeenten, dan wel bevordert onderlinge dienstverlening tussen de gemeenten, wanneer dit uit doelmatigheidsoverwegingen wenselijk wordt geacht.

 

3. De in lid 1 en 2 van dit artikel bedoelde betrokkenheid wordt zoveel mogelijk schriftelijk vastgelegd in dienstverleningsovereenkomsten, waarbij vooraf afspraken worden gemaakt over:

• samenwerkingsdoelen,

• in te zetten menskracht en middelen,

• duur van de samenwerking en

• de daarvoor benodigde financiële middelen.

4. Het Algemeen bestuur kan algemene voorwaarden vaststellen waarbinnen de inschakeling van het openbaar lichaam bij toepassing van de leden 1 en 2 van dit artikel wordt verleend.

Artikel 5.  

Indien en voor zover de betreffende colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten en het Algemeen bestuur daartoe overeenkomstig artikel 37 besluiten, draagt het openbaar lichaam zorg voor de uitvoering van taken van deelnemende gemeenten binnen het kader van de in artikel 3 genoemde terreinen.

HOOFDSTUK IV Het Algemeen bestuur

Paragraaf 1: de bevoegdheden van het Algemeen bestuur

Artikel 6.  

1. Aan het Algemeen bestuur komt in het kader van deze regeling de bevoegdheid toe tot vaststellen van de jaarrekening en de begroting van het openbaar lichaam.

 

2. Aan het Algemeen bestuur komen alle bevoegdheden toe, die niet aan een ander orgaan zijn opgedragen.

 

3. De taken van het Algemeen bestuur zijn besluitvormend en controlerend van aard.

 

4. Het Algemeen bestuur vergadert ten minste 2 keer per jaar.

Paragraaf 2: de samenstelling van het Algemeen bestuur

Artikel 7.  

1. Het Algemeen bestuur bestaat uit alle leden van de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten.

 

2. Het aantal stemmen per deelnemende gemeente is gebaseerd op het aantal inwoners per gemeente.

Dit resulteert in de volgende stemverhouding:

• Texel: 4

• Vlieland: 2

• Terschelling: 3

• Ameland: 3

• Schiermonnikoog: 2

 

3.

Besluiten worden genomen met meerderheid van stemmen, tenzij in deze regeling anders is bepaald.

Artikel 8.  

1. Het college van burgemeester en wethouders van een deelnemende gemeente beslist in de eerste vergadering van elke zittingsperiode over de benoeming van de nieuwe leden en plaatsvervangende leden van het Algemeen bestuur.

 

2. Na de benoeming van de leden door de colleges van de deelnemende gemeenten, komt het Algemeen bestuur zo spoedig mogelijk in nieuwe samenstelling, doch uiterlijk binnen twee maanden na de benoeming, in eerste vergadering bijeen.

 

3. Het lidmaatschap van het Algemeen bestuur eindigt op de dag van benoeming van de nieuwe leden.

 

4. Het lidmaatschap van het Algemeen bestuur eindigt van rechtswege, zodra men ophoudt lid te zijn van het college waarin men zitting heeft.

 

5. Het lidmaatschap van het Algemeen bestuur eindigt eveneens op het moment van uittreding uit de gemeenschappelijke regeling van de deelnemende gemeente die de leden vertegenwoordigen.

 

6. Een lid van het Algemeen bestuur kan ten allen tijde ontslag nemen. Hij deelt dit mee aan het college die hem heeft benoemd en aan het Algemeen bestuur. Hij die zijn ontslag heeft genomen, blijft zijn functie waarnemen totdat zijn opvolger is benoemd en de benoeming heeft aanvaard.

 

Artikel 9.  

1. Indien tussentijds een plaats van een lid van het Algemeen bestuur beschikbaar komt, benoemt het college van burgemeester en wethouders die het aangaat zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen drie maanden, een nieuw lid.

 

2. Het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente geeft van de benoeming binnen acht dagen schriftelijk kennis aan het Algemeen bestuur en aan het benoemde lid.

Paragraaf 3: de werkwijze

Artikel 10.  

De vergaderingen van het Algemeen bestuur zijn openbaar. De deuren worden gesloten indien dit door één van de aanwezige leden wordt verlangd of de voorzitter het nodig acht. De vergadering beslist vervolgens of met gesloten deuren wordt beraadslaagd.

Artikel 11.  

1. De vergadering van het Algemeen bestuur wordt niet geopend voordat blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is.

 

2. Elke deelnemende gemeente heeft in de vergadering van het Algemeen bestuur het aantal stemmen volgens de stemverhouding zoals bepaald in artikel 7 lid 2.

 

3. Besluiten door het Algemeen bestuur worden genomen bij meerderheid van stemmen, zoals bepaald in artikel 7 lid 3.

 

4. Bij het staken van de stemmen is artikel 32 Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. Wanneer een nieuwe vergadering nodig is, wordt deze binnen een maand uitgeschreven en gehouden.

Artikel 12.  

Het Algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een Reglement van orde vast.

Paragraaf 4: informatie en verantwoording Algemeen bestuur.

Artikel 13.  

1. Het college van een deelnemende gemeente kan aan het Algemeen bestuur schriftelijk inlichtingen vragen over alle zaken met betrekking tot de gemeenschappelijke regeling.

 

2. Een verzoek tot het verstrekken van inlichtingen wordt gericht aan het Algemeen bestuur en ingediend bij de voorzitter.

De gevraagde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk verstrekt. Een afschrift van de verstrekte inlichtingen wordt vanwege het Algemeen bestuur gezonden aan de voorzitters van de colleges van de deelnemende gemeenten.

 

3. Het verstrekken van inlichtingen zoals bedoeld in artikel 19a van de Wet gebeurt mondeling in de eerstvolgende vergadering van het Algemeen bestuur en indien het Algemeen bestuur of het Dagelijks bestuur daartoe besluit, tevens schriftelijk.

HOOFDSTUK V het Dagelijks bestuur

Paragraaf 1: de samenstelling.

Artikel 14. 1. Het Dagelijks bestuur bestaat uit 5 leden waaronder een voorzitter. De leden van het Dagelijks bestuur zijn de burgemeesters van de deelnemende gemeenten.

 

2 De voorzitter heeft volledig stemrecht.

 

3. De zittingsperiode van het Dagelijks bestuur is gekoppeld aan de zittingsperiode van het Algemeen bestuur.

 

4. Het lidmaatschap van het Dagelijks bestuur eindigt op de dag waarop het lid

ophoudt lid van het Algemeen bestuur te zijn.

 

5. Het lidmaatschap van het Dagelijks bestuur eindigt van rechtswege, zodra men ophoudt lid te zijn van het college waarin men zitting heeft.

Artikel 15.  

Bij afwezigheid (langdurig) van een lid van het Dagelijks bestuur, wordt deze zo mogelijk vervangen door een ander lid uit het Algemeen bestuur, die de betreffende deelnemende gemeente vertegenwoordigt.

Artikel 16.  

1. Het Dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt.

 

2. a. Elk lid van het Dagelijks bestuur heeft in de vergadering één stem.

b. Artikel 58 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.

3. Het Dagelijks bestuur stelt een Reglement van orde voor zijn vergaderingen vast. Dit Reglement van orde wordt aan het Algemeen bestuur meegedeeld.

Paragraaf 2: de bevoegdheden van het Dagelijks bestuur.

Artikel 17.  

1. Aan het Dagelijks bestuur is opgedragen:

a. het voorbereiden van al hetgeen aan het Algemeen bestuur ter overweging en beslissing zal worden voorgelegd;

b. het uitvoeren van besluiten van het Algemeen bestuur;

c. het beheer van inkomsten en uitgaven van het openbaar lichaam;

d. de zorg voor de controle op het financieel beheer en de boekhouding;

e. het verrichten van alle privaatrechtelijke handelingen die nodig zijn voor de uitvoering van de opgedragen taken;

f. het binnen de kaders van de door het Algemeen bestuur vastgestelde begroting benoemen c.q. te werk stellen op detacheringsovereenkomst of arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht en het schorsen en ontslaan van personeel in dienst van het openbaar lichaam.;

g. het voorstaan van de belangen van het openbaar lichaam bij andere overheden en instellingen, diensten of personen, waarmee contact voor het openbaar lichaam van belang is.

 

2. Het Dagelijks bestuur oefent de in lid 1 genoemde bevoegdheden uit, met uitzondering van:

a. het vaststellen en wijzigen van de begroting;

b. het vaststellen van de jaarrekening.

Paragraaf 3: informatie en verantwoording.

Artikel 18.  

1. Het Dagelijks bestuur biedt het Algemeen bestuur jaarlijks ter vaststelling een verslag over de in het afgelopen jaar verrichte werkzaamheden van het openbaar lichaam aan.

 

2. Het Dagelijks bestuur zendt het verslag binnen 14 dagen na de vaststelling door het Algemeen bestuur toe aan de colleges van de deelnemende gemeenten en aan gedeputeerde staten.

Artikel 19.  

1. Het Dagelijks bestuur geeft het Algemeen bestuur alle inlichtingen die het Algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.

 

2. Het Dagelijks bestuur en elk van zijn leden leggen op verzoek van het Algemeen bestuur verantwoording af over het door het Dagelijks bestuur of door hem gevoerde bestuur.

 

3. Het Algemeen bestuur kan een lid van het Dagelijks bestuur ontslaan als dat lid het vertrouwen van het Algemeen bestuur niet meer bezit. Hiertoe moet het Algemeen bestuur eerst het ontbreken van vertrouwen uitspreken, overeenkomstig artikel 49 Gemeentewet.

Paragraaf 4: ondersteuning Dagelijks bestuur.

Artikel 20.  

1. Het Dagelijks bestuur wordt in de uitvoering van haar taken ondersteund door de directieraad.

 

2. De directieraad bestaat uit de secretarissen van de deelnemende gemeenten en de secretaris van het openbaar lichaam.

3. Het doel van de directieraad is overleg, informatie-uitwisseling en advisering aan het Dagelijks bestuur.

HOOFDSTUK VI de voorzitter

Artikel 21.

1. Aan het begin van elk kalenderjaar benoemt het Algemeen bestuur uit zijn midden een voorzitter.

 

2. Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter wordt hij vervangen door een door het Dagelijks bestuur uit zijn midden aangewezen vicevoorzitter.

 

3. Het Algemeen bestuur beslist omtrent ontslag van de voorzitter, hierbij zijn de artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

Artikel 22.  

1. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het Algemeen bestuur en het Dagelijks bestuur.

 

2. De voorzitter tekent met de secretaris de stukken die van het Dagelijks bestuur en het Algemeen bestuur afkomstig zijn.

 

3. De voorzitter vertegenwoordigt het openbaar lichaam in en buiten rechte. Hij kan deze vertegenwoordiging opdragen aan één of meer door hem aangewezen gemachtigden.

 

4. Indien de voorzitter behoort tot het bestuur van een deelnemende gemeente, die partij is in een geding of bij een buitengerechtelijke rechtshandeling, waarbij het openbaar lichaam is betrokken, oefent een ander, door het Dagelijks bestuur aan te wijzen lid van het Dagelijks bestuur, die bevoegdheid uit.

Artikel 23.  

1. De voorzitter geeft aan het Algemeen bestuur de door één of meer leden daarvan gevraagde inlichtingen.

 

2. De voorzitter legt op verzoek van het Algemeen bestuur verantwoording af over het door hem gevoerde beleid.

HOOFDSTUK VII de secretaris en het ambtelijk apparaat

Artikel 24.  

1. Het openbaar Lichaam heeft een secretaris, benoemd door het Dagelijks bestuur.

 

2. Het Dagelijks bestuur regelt bij verhindering of ontstentenis van de secretaris of de medewerker(s) de vervanging.

 

3. Het Dagelijks bestuur stelt voor de secretaris een instructie vast.

Artikel 25.  

1. De secretaris staat het Algemeen bestuur, het Dagelijks bestuur, de voorzitter en de portefeuillehouders bij alles wat de hun opgedragen taak en hun werkzaamheden aangaat, terzijde. Hij woont de vergaderingen van het Dagelijks bestuur en het Algemeen bestuur bij.

 

2. Alle stukken die van het Dagelijks bestuur en het Algemeen bestuur uitgaan, worden door hem mede ondertekend.

Artikel 26.  

1. Het Dagelijks bestuur beslist omtrent benoeming, schorsing en ontslag van personeel in dienst van het openbaar lichaam.

 

2. Op personeel in dienst van het openbaar lichaam is onverkort de rechtspositieregeling van de gemeente Terschelling van toepassing.

 

3. Het Dagelijks bestuur kan voor concrete taken en projecten op uurbasis gebruik maken van personele ondersteuning van deelnemende gemeenten en/of derden.

HOOFDSTUK VIII het programmaplan

 

1. Het Algemeen bestuur stelt in het eerste jaar van de zittingsperiode een programmaplan vast, dat de hoofdlijnen van de wenselijke ontwikkeling van het samenwerkingsverband in de komende vier jaar aangeeft.

2. Daarnaast kan het Algemeen bestuur op de terreinen, genoemd in artikel 3, deelplannen vaststellen.

 

Artikel 28.  

Bij het opstellen van het ontwerp van een plan pleegt het Dagelijks bestuur overleg met de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten, dan wel met de door deze colleges aangewezen vertegenwoordigers.

Artikel 29  

1. Het Algemeen bestuur kan het ontwerp van een plan voorlopig vaststellen.

 

2. Het Dagelijks bestuur zendt het ontwerp van een plan aan de deelnemende gemeenten, die hun beschouwingen binnen twee maanden ter kennis van het Algemeen bestuur brengen.

 

3.

 

Binnen twee maanden na het verstrijken van de in lid 2 van dit artikel vermelde termijn, beslist het Algemeen bestuur omtrent de vaststelling van het plan.

4. Een plan wordt terstond na de vaststelling door het Algemeen bestuur meegedeeld aan de deelnemende gemeenten en Gedeputeerde Staten.

HOOFDSTUK IX Het actieplan

Artikel 30.  

1. Het Dagelijks bestuur stelt jaarlijks een actieplan op als uitwerking van het programmaplan.

 

2. Het actieplan bevat een overzicht van zaken waarin wordt samengewerkt, te samen met de relevante randvoorwaarden. Tevens omvat het actieplan een overzicht van – interne en externe – commissies en werkgroepen waarin het openbaar lichaam is vertegenwoordigd.

 

3. Het actieplan dient als basis voor de begroting van het openbaar lichaam.

HOOFDSTUK X Uitoefening van gemeentelijke taken en bevoegdheden

Artikel 31.  

1. Het college van burgemeesters en wethouders en de burgemeester van één of meer deelnemende gemeenten, die van mening zijn, dat de uitvoering van bepaalde taken, liggende binnen het kader van de terreinen als bedoeld in artikel 3, aan het openbaar lichaam kunnen worden toevertrouwd, wenden zich met een zodanig voorstel tot het Dagelijks bestuur.

 

2. Het Algemeen bestuur stelt op voorstel van het Dagelijks bestuur het ontwerp van de regeling vast, waarbij de in lid 1 bedoelde taken aan het openbaar Lichaam worden opgedragen.

 

3. Het Dagelijks bestuur zendt de ontwerp-regeling aan de colleges van de deelnemende gemeenten met het verzoek binnen ten hoogste twee maanden na datum van toezending mede te delen of hiertegen hunnerzijds bedenkingen bestaan.

 

4. Indien geen bedenkingen zijn ingediend tegen de ontwerp-regeling, stelt het Algemeen bestuur het ontwerp definitief vast. Indien wel bedenkingen zijn ingediend, beslist het Algemeen bestuur bij de definitieve vaststelling of, en in hoeverre, aan deze bezwaren wordt tegemoetgekomen. Dit besluit wordt met redenen omkleed aan de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten, ter besluitvorming binnen twee maanden na datum van toezending, voorgelegd.

Artikel 32.  

1. Indien een college van een van de deelnemende gemeente van mening is, dat een regeling als bedoeld in artikel 31 voor hun gemeente ongedaan moet worden gemaakt, zenden zij het Algemeen bestuur hun daartoe strekkende besluit.

 

2. Het Algemeen bestuur beslist omtrent de voor de deelnemende gemeenten uit lid 1 van deze besluiten voortvloeiende consequenties.

HOOFDSTUK XI Beleid

Artikel 33.  

In het belang van de uitvoering van de in artikel 3 genoemde taakstelling kan, voor zover deze taken zijn opgedragen, het Algemeen bestuur beleid vaststellen.

Artikel 34.  

1. Het Dagelijks bestuur legt het ontwerp van een beleidsnota ter vaststelling voor aan het Algemeen bestuur.

 

2. Het Dagelijks bestuur zendt de beleidsnota na de vaststelling toe aan de colleges van de deelnemende gemeenten en aan de verder bij wettelijk voorschrift daartoe aangewezen besturen en functionarissen

Artikel 35.  

Hetgeen is bepaald over de vaststelling van een beleidsnota is van overeenkomstige toepassing op een herziening van dat beleid.

Artikel 36.  

In een beleidsnota, als bedoeld in dit hoofdstuk, kan worden aangegeven in hoeverre de colleges van de deelnemende gemeenten bevoegd blijven beleidsnota’s vast te stellen ten aanzien van het onderwerp, waarin de eerstgenoemde beleidsnota voorziet.

HOOFDSTUK XII Overige bevoegdheden

Artikel 37.  

Het openbaar lichaam kan deelnemen aan gemeenschappelijke regelingen als bedoeld in de artikelen 93 en 96 van de Wet en aan Centrumregelingen. Deelname kan plaats hebben bij besluit van het Algemeen bestuur, indien tenminste twee derde van het aantal colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten zich daarvoor hebben verklaard.

HOOFDSTUK XIII Financiële bepalingen

Paragraaf 1: administratie

Artikel 38.  

1. Het Algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de organisatie van het financieel beheer van het openbaar lichaam.

 

2. Ten aanzien van de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding zijn de artikelen 212 tot en met 215 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

Artikel 39.  

De financiële administratie en het geldelijk beheer worden door het Dagelijks bestuur opgedragen aan een van de deelnemende gemeenten.

Paragraaf 2: de begroting

Artikel 40.  

1. Het Dagelijks bestuur maakt jaarlijks een ontwerpbegroting op voor het komende jaar

plus een meerjarenraming voor de daar op volgende drie jaren.

 

2. a. Het Dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting acht weken voordat zij aan het

Algemeen bestuur wordt aangeboden, onderscheidenlijk acht weken voordat zij door het Algemeen bestuur wordt vastgesteld, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten.

 

b. Het Dagelijks bestuur zendt, vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat

waarvoor de begroting dient, de ontwerpbegroting, de algemene financiële en

beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening toe aan de raden van de

deelnemende gemeenten.

 

c. De ontwerpbegroting wordt door de besturen van de deelnemende

gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten,

algemeen verkrijgbaar gesteld. De bepalingen ter zake van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.

 

d. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen omtrent de ontwerpbegroting het Dagelijks bestuur van hun gevoelen doen blijken. Door het Dagelijks bestuur worden de ingezonden commentaren gevoegd bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het Algemeen bestuur wordt aangeboden.

 

e. Nadat het Algemeen bestuur de ontwerpbegroting heeft vastgesteld, zendt het

Algemeen bestuur de begroting, dan wel een schriftelijke mededeling dat de begroting overeenkomstig het aan het Algemeen bestuur aangeboden ontwerp is vastgesteld, aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan Gedeputeerde Staten, conform artikel 34 lid 2 van de wet.

 

Artikel 41.  

1. In de begroting wordt aangegeven de naar raming door elke deelnemende gemeente voor het jaar, waarop de begroting betrekking heeft, verschuldigde bijdrage.

 

2. Voor de berekening van de in het eerste lid bedoelde bijdragen wordt, rekening houdende met bijdragen van het rijk of anderen, met ingang van 1 januari 2018, uitgegaan van de navolgende verdeelsleutel:

- Texel: 30%

- Vlieland: 10 %

- Terschelling: 25%

- Ameland: 25%

- Schiermonnikoog: 10%

3. De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks vóór 16 januari, 16 april, 16 juli en 16 oktober telkens een kwart van de in het eerste en tweede lid bedoelde bijdrage.

Artikel 42.  

Van de vaststelling van de begroting wordt terstond mededeling gedaan aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ervoor zorgdragen dat het in deze begroting voor de gemeenten als bijdrage in de kosten van het openbaar lichaam geraamde bedrag in de gemeentebegroting wordt opgenomen.

Artikel 43  

1. Met betrekking tot wijziging van de begroting zijn de voorafgaande artikelen zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

 

2. Voor af- en overschrijvingen op de posten van de begroting is artikel 40 lid 2 zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing, voor zover hiervoor niet bij de begroting zelf, of bij besluit van het Algemeen bestuur machtiging is verleend.

Artikel 44.  

Wanneer aan het Algemeen bestuur blijkt dat de raad van een deelnemende gemeente niet voldoet of zal voldoen aan het gestelde in artikel 42, eerste lid, van deze regeling, verzoekt het Algemeen bestuur Gedeputeerde Staten over te gaan tot toepassing van artikel 194 van de Gemeentewet.

Paragraaf 3: de rekening

Artikel 45.  

Van de inkomsten en uitgaven van het openbaar lichaam over het afgelopen jaar wordt door het Dagelijks bestuur verantwoording afgelegd aan het Algemeen bestuur onder overlegging van de door de financiële administratie opgemaakte rekening, overeenkomstig het bepaalde in artikel 38 en 39. De rekening wordt aangeboden met de daarbij behorende bescheiden.

Het Dagelijks bestuur voegt daarbij een verslag van de accountant van het onderzoek naar de getrouwheid van de rekening.

Artikel 46  

1. Het Algemeen bestuur onderzoekt de jaarrekening en stelt haar vast voor 1 juli volgend op het begrotingsjaar.

 

2. Het Dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan Gedeputeerde Staten. Het Dagelijks bestuur doet hiervan mededeling aan de raden van de deelnemende gemeenten.

 

3. Behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden, ontlast de vaststelling van de jaarrekening, de leden van het Dagelijks bestuur, ten aanzien van het daarin verantwoorde financieel beheer.

Artikel 47.  

1. In de rekening wordt het door elk der deelnemende gemeenten over het betreffende dienstjaar werkelijk verschuldigde bedrag opgenomen.

 

2. De kosten worden, rekening houdende met bijdragen van het rijk of anderen, over de deelnemende gemeenten verdeeld naar rato van de in artikel 41 opgenomen verdeelsleutel.

 

3. Verrekening van het verschil tussen het op grond van artikel 41 bepaalde en het werkelijk verschuldigde bedrag vindt plaats onmiddellijk na de kennisgeving aan de deelnemende gemeenten van de vaststelling van de rekening.

Artikel 48.  

Het Algemeen bestuur kan besluiten tot vorming van een fonds (algemene reserve) waarin rekeningoverschotten van enig jaar worden gestort. In de verrekening met de deelnemende gemeenten wordt met het bovenstaande rekening gehouden.

HOOFDSTUK XIV Geschillen en klachten

 

1. Voordat over een geschil, als bedoeld in artikel 28 van de Wet, de beslissing van Gedeputeerde Staten wordt gevraagd, wordt het geschil voorgelegd aan een geschillencommissie.

2. De geschillencommissie hoort de bij het geschil betrokken besturen en brengt advies uit over de mogelijkheden partijen tot overeenstemming te brengen.

3. Onder een geschil wordt hier begrepen een aangelegenheid, die door tenminste één partij als zodanig wordt beschouwd.

Artikel 50.  

1. De geschillencommissie bestaat uit:

a. één lid aan te wijzen door het of de college(s) van burgemeester en wethouders van de bij het geschil betrokken gemeente(n);

b. één lid aan te wijzen door het Dagelijks bestuur;

c. één lid dat als voorzitter van de commissie optreedt, aan te wijzen door de twee voornoemde leden; dit is geen bestuurder of ambtenaar van één der deelnemende gemeenten of het openbaar lichaam.

2. De colleges van de gemeenten van de bij het geschil betrokken gemeenten en het Dagelijks bestuur treden gezamenlijk op als opdrachtgever van de commissie

3. Bij de instelling van de commissie bepaalt de opdrachtgever binnen welke termijn zij uitvoering geeft aan de opdracht

 

Artikel 51.  

  • 1.

    Overeenkomstig hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht kan een ieder bij het bestuur een klacht indienen over gedragingen van het bestuur van het openbaar lichaam.

  • 2.

    Het bestuur stelt een interne klachtenregeling vast.

HOOFDSTUK XV Het archief

Artikel 52.  

1. Het Dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van het openbaar lichaam, overeenkomstig en volgens een door het Algemeen bestuur vast te stellen regeling ingevolge de artikelen 40 en 41 van de Archiefwet 1995.

 

 

 

2. Gedeputeerde Staten oefenen toezicht uit op de aan het Dagelijks bestuur opgedragen zorg voor de archiefbescheiden overeenkomstig het Interbestuurlijk toezicht.

3. De secretaris is belast met de bewaring en het beheer van deze archiefbescheiden.

4. De provinciale toezichthouder oefent toezicht uit op het onder het derde lid genoemde beheer.

5. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van de in deze regeling genoemde organen is aangewezen de archiefbewaarplaats van de grootst deelnemende gemeente.

6. Archiefbescheiden waarvoor het medisch ambtsgeheim geldt, worden beheerd door een door het Dagelijks bestuur aan te wijzen arts.

7. Na opheffing van de Gemeenschappelijke regeling worden de onder het derde lid bedoelde archiefbescheiden overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de grootst deelnemende gemeente.

8. De onder het vijfde lid bedoelde archiefbescheiden worden beheerd door de archivaris van de betreffende gemeente

HOOFDSTUK XVI Uittreding, wijziging en opheffing

Artikel 53.  

1. Elke deelnemende gemeente heeft het recht tot uittreding. Hieraan dient een daartoe strekkend besluit van het college van burgemeester en wethouders ieder voor zover zij voor de eigen gemeente bevoegd zijn, ten grondslag te liggen.

 

2. De uittreding kan slechts plaatsvinden tegen 1 januari, doch niet eerder dan tegen 1

januari van het tweede jaar volgende op dat waarin het in het eerste lid bedoelde

besluit is genomen.

 

3. Het Algemeen bestuur regelt de gevolgen van de uittreding, de financiële gevolgen daaronder begrepen. Het Algemeen bestuur bepaalt over hoeveel jaren de uittredende gemeente gehouden is een bijdrage te betalen.

 

  • 4.

    Bij de vaststelling van de bijdrage wordt rekening gehouden met de contractuele verplichtingen, de overige kostensoorten welke niet naar verhouding van de uittrede kunnen worden verminderd en een deel van de werknemerslasten die ten laste van en voor het risico van de uittredende gemeente gebracht dient te worden.

Artikel 54.  

1. Het Dagelijks bestuur en de colleges van de deelnemende gemeenten kunnen aan het Algemeen bestuur voorstellen doen tot wijziging van de regeling.

 

2. Indien het Algemeen bestuur wijziging van de regeling wenselijk acht, doet het een daartoe strekkend voorstel toekomen aan de colleges van deelnemende gemeenten.

 

3. Een wijziging is tot stand gekomen wanneer:

a. het Algemeen bestuur zich daarvoor heeft verklaard

b. en tenminste tweederde van het aantal colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten zich daarvoor heeft verklaard.

 

4 De wijziging gaat in op de eerste dag van de maand volgende op die waarin in alle deelnemende gemeenten de inschrijving in de registers als bedoeld in artikel 27, lid 1 van de Wet heeft plaatsgehad.

Artikel 55.  

1. De regeling kan enkel worden opgeheven bij daartoe strekkende besluiten van alle deelnemende gemeenten.

 

2. In geval van opheffing van de regeling, regelt het Algemeen bestuur de financiële gevolgen alsmede de overige gevolgen daarvan bij een liquidatieplan. De bepalingen van de regeling blijven daarbij zoveel mogelijk van kracht.

 

  • 3.

    Het liquidatieplan wordt niet vastgesteld, dan nadat de colleges van burgemeester en wethouders zijn gehoord. In dit plan zijn bepalingen opgenomen omtrent de vereffening van het vermogen van het openbaar lichaam naar de deelnemende gemeenten toe.

  • 4.

    Het liquidatieplan voorziet in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel.

    • 5.

      De organen van het openbaar lichaam blijven, zo nodig, na het tijdstip van de opheffing van de regeling in functie, totdat de liquidatie is voltooid.

Artikel 56.  

Deze regeling, alsmede besluiten tot wijziging of opheffing van de regeling wordt aan Gedeputeerde Staten toegezonden.

HOOFDSTUK XVII Overgangsbepalingen

Artikel 57  

De bij de inwerkingtreding van een wijziging van de regeling zitting hebbende leden van het Algemeen bestuur, het Dagelijks bestuur, de voorzitter daarbij inbegrepen, die voldoen aan de eisen van de gewijzigde regeling, worden geacht leden van het Algemeen bestuur, het Dagelijks bestuur, de voorzitter daarbij inbegrepen, te zijn, op grond van de gewijzigde regeling.

HOOFDSTUK XVIII Slotbepalingen

Artikel 58.

De colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten dragen er zorg voor dat de opname in de registers als bedoeld in artikel 27 van de Wet plaatsvindt binnen 14 dagen na inwerkingtreding van de regeling.

Artikel 59.  

1. De regeling treedt in werking na bekendmaking van de regeling in de Staatscourant. Bekendmaking van de regeling vindt plaats door kennisgeving van de inhoud van de regeling. De bekendmaking vindt plaats door het gemeentebestuur van de gemeente Terschelling.

2. De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd en wordt aangehaald als ‘Gemeenschappelijke regeling De Waddeneilanden 2018’.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vastgesteld in de openbare vergadering van 15 maart 2018,

Voorzitter, Wnd. secretaris-directeur,

J.B. Wassink W.R.H. van Schoonhoven