Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Oirschot

Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Oirschot houdende regels omtrent herijking subsidiebeleid Koersnotitie Subsidiebeleid 2017

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieOirschot
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingBesluit van de gemeenteraad van de gemeente Oirschot houdende regels omtrent herijking subsidiebeleid Koersnotitie Subsidiebeleid 2017
CiteertitelKoersnotitie subsidiebeleid 2017
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/oirschot/84672/84672_1.html

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

16-05-2018nieuwe regeling

16-10-2017

gmb-2018-101874

Tekst van de regeling

Intitulé

Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Oirschot houdende regels omtrent herijking subsidiebeleid Koersnotitie Subsidiebeleid 2017

1. Inleiding

 

Geld is een krachtig sturingsinstrument en daarmee is subsidiebeleid een belangrijk middel om onze gemeentelijke doelstellingen te realiseren. Het huidige subsidiebeleid is van kracht sinds 1 januari 2010. Het beleid is een aantal keer verlengd en loopt af op 31 december 2016. Sindsdien is er veel veranderd als gevolg van landelijke ontwikkelingen (zoals decentralisaties jeugdzorg, participatiwet en nieuwe Wmo) en lokale ontwikkelingen (zoals het vaststellen van de toekomstvisie “Monument in het groen” en sterk teruglopende inkomsten van het Rijk).

Als gevolg van deze veranderingen is een herijking van het huidige subsidiebeleid noodzakelijk. De herijking betreft zowel de inhoud van het beleid als de wijze waarop wordt gestuurd op het bereiken van beleidsdoelstellingen. Met dit subsidiebeleid willen we bijdragen aan het realiseren van onze mission statement. In onze ogen is het nodig dat de samenleving transformeert naar een zelfredzame en samenredzame samenleving die gefaciliteerd wordt door een financieel gezonde gemeente. Met de invoering van dit nieuwe subsidiebeleid per 2019 ondersteunen wij het belang van deze transformatie.

 

Leeswijzer.

Deze koersnotitie begint met de rolverdeling tussen raad en college bij het subsidiebeleid. Vervolgens worden de inhoudelijke, procesmatige en financiële kaders geschetst. De koersnotitie eindigt met de wijze waarop we de maatschappelijke effecten van ons beleid gaan volgen.

2. Rolverdeling tussen raad en college

 

De raad en het college vervullen ieder een eigen rol bij het subsidiebeleid. De raad stuurt op hoofdlijnen door het vaststellen van deze koersnotitie en door de subsidieverordening vast te stellen. Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van het door de raad vastgestelde beleid.

In onderstaande paragrafen wordt nader ingegaan op de verschillende rollen.

2.1 Sturing op hoofdlijnen van beleid door raad

De raad stuurt op de hoofdlijnen van beleid. Hiertoe beschikt zij over de volgende instrumenten:

 

  • 1.

    Inhoudelijke sturing door middel van deze “Koersnotitie subsidiebeleid 2017”

    Het nieuwe subsidiebeleid is er primair op gericht om op basis van het gemeentelijk beleid (zoals mission statement, sociaal beleidskader) maatschappelijke prikkels te geven en de uitgangspunten te verankeren in de gemeenschap.

    Omdat dit een brede ambitie is, zijn de inhoudelijke kaders verder uitgewerkt in paragraaf 3.1.

  • 2.

    Sturing op het subsidieproces van aanvraag tot en met het afrekenen van de subsidie door het vaststellen van de Algemene Subsidieverordening 2017

    Voor subsidieaanvragers is het van belang dat het proces rond subsidies transparant is. Zo moet men bijvoorbeeld weten voor welke datum een subsidieaanvraag ingediend moet worden en wanneer men een besluit op hun subsidieverzoek kan verwachten. Ook moet voor een organisatie, club of vereniging helder zijn welke informatie ten minste verstrekt moet worden bij een subsidieaanvraag en bij de verantwoording van een subsidie.

    Tot slot is het van belang dat iedereen die een subsidieaanvraag indient op dezelfde wijze wordt behandeld. In een subsidieverordening wordt deze gelijkwaardigheid geborgd.

    Voor het maken van onze subsidieverordening is gebruik gemaakt van de VNG-modelverordening.

  • 3.

    Financiële sturing door in de subsidieparagraaf van de meerjarenbegroting vast te leggen hoeveel maximaal aan subsidies besteed mag worden. Daarnaast wordt, conform de opdracht van uw raad, in het subsidiebeleid opgenomen dat clubs- en verenigingen die leges betalen voor een evenement of markt (zoals opgenomen in hoofdstuk 2 van de tarievenlijst die bij de legesverordening hoort) het betaalde bedrag krijgt terugbetaald in de vorm van een subsidie.

2.2 Uitvoering van het subsidiebeleid door college

Het college zorgt voor de uitvoering van het door de raad gestelde subsidiebeleid op hoofdlijnen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de volgende instrumenten.

 

  • 1.

    Uitvoering Algemene Subsidieverordening 2017

    Het college is er verantwoordelijk voor dat de processen die in de subsidieverordening zijn vastgelegd worden uitgevoerd.

  • 2.

    Vaststellen uitvoeringsregels

    In de subsidieverordening is de bevoegdheid opgenomen dat het college bevoegd is om uitvoeringsregels vast te stellen. In deze uitvoeringsregels worden de te subsidiëren activiteiten verbijzonderd en worden de door de raad vastgestelde subsidieplafonds verdeeld over de verschillende activiteiten.

    Hierdoor is het voor een organisatie vooraf helder hoeveel kans men heeft op het krijgen van een subsidie en wat de hoogte van deze subsidie zal zijn.

    Doordat het college de uitvoeringsregels vaststelt en niet de raad kan makkelijker op actualiteiten worden ingespeeld.

  • 3.

    Gebruik maken van de hardheidsclausule

    In de subsidieverordening is een hardheidsclausule opgenomen. De clausule komt er op neer dat burgemeester en wethouders van een of meer bepaalde (onderdelen van) artikelen kunnen afwijken als daaraan vasthouden voor een subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen.Het college informeert de raad wanneer zij gebruik heeft gemaakt van de hardheidsclausule.

3. Kaders nieuw subsidiebeleid

 

Het nieuwe subsidiebeleid is er primair op gericht om op basis van de uitgangspunten maatschappelijke prikkels te geven en de uitgangspunten te verankeren in de gemeenschap. Het beleid kan worden uitgevoerd in de vorm van projectsubsidies (afgebakend in tijd, maximaal 2 jaar) en structurele subsidies, passend bij de aard van verenigingen en bedoeld om hun continuïteit te ondersteunen.

 

Alle kaders zijn afkomstig van en/of getoetst aan ons mission statement “Oirschot: monumentaal, ondernemend en groen; daar voelt de MENS zich thuis”, de kerntakendiscussie, de toekomstvisie “Monument in het groen”, het sociaal beleidskader en het lokaal gezondheidsbeleid.

 

In dit hoofdstuk wordt achtereenvolgens in gegaan op:

  • 1.

    De inhoudelijke kaders: WAT willen we bereiken?

  • 2.

    De procesmatige kaders: HOE gaan we onze doelen bereiken?

  • 3.

    De financiële kaders: ONDER WELKE VOORWAARDEN zetten we onze middelen in?

3.1. Inhoudelijke kaders

In deze paragraaf wordt beschreven WAT we willen bereiken met ons subsidiebeleid. Daarbij zetten we eerst de abstractere kaders op een rij zoals die zijn opgenomen in onze mission statement, onze toekomstvisie en het sociaal beleidskader. Vervolgens zijn de kaders samengevat in 5 thema’s op basis waarvan we vanaf 1 januari 2017 subsidies gaan verstrekken.

 

Het nieuwe subsidiebeleid is gebaseerd op de volgende kaders die afkomstig zijn van ons mission statement “Oirschot: monumentaal, ondernemend en groen; daar voelt de MENS zich thuis”, onze toekomstvisie “Monument in het groen” en het sociaal beleidskader:

  • a.

    Onze voorzieningen, waaronder ook door ons gesubsidieerde activiteiten en diensten, sluiten aan op de behoefte van onze bevolking

  • b.

    Oirschot is een vitale, sociale en veilige gemeenschap

  • c.

    De kracht van de gemeenschap komt uit de gemeenschap zelf

  • d.

    Iedere inwoner levert in 2030 een bijdrage aan de gemeenschap

  • e.

    Inwoners, vrijwilligers(organisaties) en professionele organisaties werken samen om de gewenste maatschappelijke effecten te bereiken;

  • f.

    Prioriteit wordt gelegd bij preventie en (vroeg)signalering

  • g.

    Inwoners en verenigingen zijn zelfredzaam en samenredzaam

  • h.

    De inwoner krijgt zoveel mogelijk de regie over hun eigen leven

  • i.

    Bij het helpen oplossen van problemen van inwoners gaan we uit van “normaliseren” en van mogelijkheden. Wie uit het informele netwerk geen of onvoldoende hulp ontvangt kan een beroep doen professionele hulp.

  • j.

    Wij dragen zorg voor een kwalitatief hoogwaardig vangnet voor kwetsbare inwoners

  • k.

    Wij stimuleren innovatie

 

Ten behoeve van ons subsidiebeleid dat vanaf 1 januari 2017 van kracht wordt zijn bovenstaande inhoudelijke kaders samengevat in 5 thema’s. De thema’s zijn onder meer tot stand gekomen naar aanleiding van bijeenkomsten met professionele organisaties, clubs en verenigingen.

 

  • 1.

    Oirschot op de kaart

    Dankzij de activiteiten die mede met gemeentelijke subsidies worden gefinancierd is Oirschot een aantrekkelijke vestigingsgemeente voor nieuwe Oirschottenaren (bijvoorbeeld expats) en een aantrekkelijke gemeente voor toeristen. Deze doelgroepen genereren zowel inkomsten voor ondernemers (die onderdeel zijn van ons voorzieningenniveau) als voor de gemeente (uitkering uit het gemeentefonds is onder meer afhankelijk van het aantal inwoners).Een voorbeeld van gesubsidieerde activiteiten bij dit thema zijn musea en de VVV.

  • 2.

    De jeugd heeft de toekomst

    Bij dit thema staat preventie centraal. Hoe meer jongeren gezond opgroeien, hoe minder zij in de toekomst gebruik hoeven te maken van zorgvoorzieningen. Ook ouders ondersteunen bij het opvoeden van hun kinderen behoort tot dit thema.

    Voorbeelden van gesubsidieerde activiteiten bij dit thema zijn signaleringscursussen, alcoholpreventie, activiteiten waarbij spelenderwijs sociale vaardigheden worden geleerd, teambuilding en gezondheidsbevorderende activiteiten.. Omdat kinderen en jongeren kwetsbare doelgroepen zijn kunnen speciale eisen worden gesteld aan de subsidieverlening, bijvoorbeeld dat degenen die met de jongeren in contact komen over een Verklaring Omtrent Gedrag beschikken.

  • 3.

    Niemand tussen wal en schip

    Tot dit thema behoren alle activiteiten die zijn gericht op (dreigende) uitval van kwetsbare inwoners en op hen mee laten doen in de Oirschotse maatschappij. Kwetsbare jeugd maakt onderdeel uit van de doelgroep van dit thema, maar bijvoorbeeld ook overbelaste mantelzorgers en laaggeletterden.Het is de bedoeling dat kwetsbare inwoners zoveel mogelijk deelnemen aan het reguliere club- en verenigingsleven. Uitzonderingen worden alleen gemaakt wanneer dit noodzakelijk is.Verenigingen kunnen subsidie krijgen voor inwoners uit kwetsbare doelgroepen wanneer blijkt dat de vereniging extra kosten moet maken, of boven proportioneel tijd investeert, om de betreffende inwoners mee te laten doen aan activiteiten van de club.

    Voorbeelden van professionele inzet bij dit thema zijn het lokaal loket (loket WIJzer), cliëntondersteuning door MEE en het algemeen maatschappelijk werk.

  • 4.

    Samenwerken met de samenleving

    Tot dit thema behoren alle activiteiten die de sociale cohesie en samenredzaamheid bevorderen. De activiteiten worden in het algemeen door wijkbewoners en vrijwilligers uitgevoerd. Zij worden naar behoefte ondersteund door professionals zoals het opbouwwerk.

    Verwacht wordt dat de subsidies aan (buurt)verenigingen bij dit thema vooral projectsubsidies zijn. Het snel in kunnen spelen op initiatieven is bij dit thema van extra belang. Bij het verstrekken van de subsidie zijn we alert op het leggen van verbindingen (attenderen op organisaties die een gelijksoortig initiatief hebben, inzetten van professionele ondersteuning wanneer daar behoefte aan is, informatie geven over andere subsidiemogelijkheden, etc.)

  • 5.

    Maatschappelijk vastgoed

    Hierbij is het de insteek om de huisvesting van de betreffende maatschappelijke functie te ondersteunen. De instandhouding van het vastgoed is geen doel van dit thema.

    In het najaar 2016 stelt de raad het vastgoedbeleid vast. Onderdeel daarvan is dat alle huurders een realistische huur gaan betalen. Wij maken een aparte subsidieregeling voor clubs en verenigingen die ons maatschappelijk vastgoed huren en die financieel nadeel ondervinden van een eventuele huurverhoging.

3.2. Procesmatige kaders

In de vorige paragraaf is beschreven wat we willen bereiken, in deze paragraaf staat HOE we onze doelstellingen willen bereiken.

 

We bereiken onze doelstelling onder meer door rekening te houden met onderstaande kwaliteitscriteria. Aan het eerste criterium moet elke subsidie voldoen. Budget- en projectsubsidies dienen aan alle criteria te voldoen. Waarderingssubsidies moeten aan tenminste drie criteria te voldoen.

 

  • 1.

    Subsidie is gebaseerd op bijdrage aan maatschappelijke doelen

    De subsidieaanvrager moet aantoonbaar een bijdrage leveren aan het realiseren van onze maatschappelijke doelen c.q. tenminste één de 5 thema’s uit de vorige paragraaf. Als eventueel in de toekomst de raad minder budget voor subsidies beschikbaar stelt dan wordt geen subsidie meer verleend voor activiteiten die het minst bijdragen aan het bereiken van onze maatschappelijk doelen.

  • 2.

    Samenwerking

    In onze uitvoeringsregels en de voorwaarden die in subsidiebeschikkingen staan wordt samenwerking gestimuleerd. Werkt men niet met anderen samen dan ontvangt men in beginsel geen subsidie.De samenwerking kan zowel tussen vrijwilligersorganisaties en professionele organisaties zijn (bijvoorbeeld een professional geeft informatie of een signaleringscursus aan een vereniging) als tussen vrijwilligersorganisaties onderling (bijvoorbeeld een vereniging helpt de buurt met een opschoondag) als tussen professionals onderling (bijvoorbeeld gezamenlijk inzetten op kerngericht werken)

  • 3.

    Gezondheid

    De gesubsidieerde activiteiten moeten een bijdrage leveren aan de gezondheidsbevordering van onze inwoners. Onder gezondheid verstaan we het vermogen om je aan te passen en je eigen regie te voeren, in het licht van de sociale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven.Gezondheidsthema’s in ons (concept) gezondheidsbeleid 2017 zijn het voorkomen en bestrijden van eenzaamheid bij ouderen, het voorkomen en bestrijden van alcohol- en drugsgebruik door jongeren, het vergroten van weerbaarheid van ouders en zorgen voor een gezonde leefomgeving. Projectsubsidies die zich richten op deze thema’s krijgen bij de beoordeling van de aanvraag een plus.

  • 4.

    Innovatie

    De samenleving verandert in een steeds sneller tempo. Activiteiten en werkwijzen die vroeger effectief waren blijken nu vaak minder effectief te zijn. Het is daarom van belang om nieuwe activiteiten te ontwikkelen zodat we onze maatschappelijke doelen kunnen blijven bereiken. Innovatie door organisaties die hun nek durven uitsteken is hierbij onontbeerlijk. Met ons subsidiebeleid stimuleren we innovatie door stapsgewijs steeds meer subsidiebudget te reserveren voor projectsubsidies.

  • 5.

    Continuïteit

    Wij vinden het belangrijk dat activiteiten die een langdurig of ingrijpend effect hebben op de samenleving gesubsidieerd blijven en worden. Voorbeelden hiervan zijn terugkerende activiteiten waarbij sociale vaardigheden van kinderen worden vergroot) of activiteiten die een impact hebben omdat taboes worden doorbroken (bijvoorbeeld een interactieve toneelvoorstelling over huiselijk geweld).

 

In het begin van deze paragraaf noemden we de verschillende subsidiesoorten. Een beknopte beschrijving van de subsidievormen staat hier onder. Uitwerking van de subsidiesoorten gebeurt in de Algemene subsidieverordening gemeente Oirschot 2017 en in de uitvoeringsregels van het subsidiebeleid.

 

Budgetsubsidie

Een budgetsubsidie is een subsidie van € 50.000 of meer per jaar. In Oirschot zijn dit bijna alleen professionele organisaties. Bij een budgetsubsidie laat de gemeente aan de subsidieaanvrager weten welke maatschappelijke doelen hij wil bereiken en welke activiteiten in ieder geval moeten worden uitgevoerd. De professionele organisatie dient vervolgens een subsidieverzoek in op basis van de wensen van de gemeente en op basis van het budget dat de raad voor hen beschikbaar heeft gesteld.

Na subsidieverlening worden gedurende het uitvoeringsjaar regelmatig accountgesprekken met de professionals gevoerd waarin de uitvoering wordt besproken en indien nodig bijgesteld. De financiële verantwoording van de subsidie gaat gepaard met een accountantsverklaring.

 

Waarderingssubsidie

De gemeente verbindt aan de subsidieverlening voorwaarden, bijvoorbeeld het deelnemen aan een cursus of het uitvoeren van een activiteit, die bijdragen aan het realiseren van onze doelstellingen zoals die bij de 5 thema’s zijn beschreven. De gemeente waardeert de uitvoering van de activiteit met geld c.q. een subsidie.

De subsidie heeft een structureel karakter. Zo lang de subsidieaanvrager voldoet aan de subsidievoorwaarden kan men een subsidie krijgen.

Waarderingssubsidies zijn subsidies tot € 50.000. Daarbij maken we onderscheid tussen subsidies tot € 5.000 en subsidie van € 5.000 tot 50.000. Aan subsidies tot € 5.000 stellen we lagere eisen aan de aanvraag en verantwoording.

 

Projectsubsidies

Tot slot kunnen zowel professionele als vrijwillige organisaties projectsubsidies aanvragen. Dit kan worden gecombineerd met een budget- of waarderingssubsidie. Bedoeling is dat in de loop der tijd meer budget wordt gereserveerd voor projectsubsidies en minder voor budget- en waarderingssubsidies. Op deze manier stimuleren we innovatie. De maximale duur van een projectsubsidie wordt teruggebracht van 3 jaar naar 2 jaar. Hierdoor wordt sneller financiële ruimte gecreëerd om nieuwe projecten te subsidiëren.

 

Subsidie maatschappelijk vastgoed

Deze subsidie is een tegemoetkoming in de exploitatiekosten. Uitwerking vindt plaats in de uitvoeringregels.

3.3 Financiële kaders

Zoals aangegeven in paragraaf 2.1 stuurt de raad financieel door het vaststellen van de meerjarenbegroting waarin de subsidieplafonds zijn verwerkt. Bij de uitvoering van het subsidiebeleid hanteert het college de volgende financiële kaders.

 

1.Budgettair neutraal

De in totaal verleende subsidies zijn niet hoger dan de door de raad vastgestelde subsidieplafonds. In de uitvoeringsregels leggen we vast wat we doen wanneer het totaalbedrag van aangevraagde subsidies hoger is dan de vastgestelde subsidieplafonds. Hierbij kan worden gedacht aan het verlagen van de subsidie voor een activiteit of aan het niet honoreren van activiteiten die het minst bijdragen aan het bereiken van onze maatschappelijke doelstellingen

 

2.Transparant

Het moet voor de aanvrager van te voren duidelijk zijn hoe kansrijk zijn subsidieaanvraag is. Dit betreft dan zowel de activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd als de hoogte van het subsidiebedrag. Met name voor aanvragen van projectsubsidies is dit van belang, omdat de aanvrager vaak veel tijd besteed aan het ontwikkelen van innovatieve activiteiten en aan het subsidieaanvraagproces zelf.

Om te voorkomen dat niet-realistische verwachtingen worden gewekt is communicatie door de gemeente over het subsidiebeleid van essentieel belang.

 

4 Wanneer zijn we tevreden over de resultaten?

 

We maken hierbij onderscheid tussen resultaten op korte termijn (zijn de activiteiten uitgevoerd?) en de resultaten op lange termijn (zijn de maatschappelijke doelen bereikt?)

Ten aanzien van de resultaten op korte termijn wordt per gesubsidieerde activiteit vastgelegd op welke wijze de subsidie moet worden verantwoord.

Ten aanzien van de resultaten op lange termijn wordt gebruikt gemaakt van de onder andere de GGD-monitors die elke 4 jaar per leeftijdscategorie opnieuw worden afgenomen. Voor de inhoudelijke thema’s zijn de onderstaande indicatoren uit de GGD-monitors geselecteerd.

 

1.Oirschot op de kaart

  • -

    groei of stabilisatie van het aantal mensen dat zich jaarlijks in Oirschot vestigt

  • -

    groei of stabilisatie van het aantal toeristen per jaar

 

2.Thema: De jeugd heeft de toekomst

  • -

    ouders hebben het gevoel dat zij de opvoeding goed aankunnen

  • -

    kinderen zijn lid van een vereniging

  • -

    kinderen voldoen aan de beweegnorm

  • -

    kinderen kunnen voor zichzelf opkomen

 

3.Thema: Niemand tussen wal en schip

  • -

    gezinnen kunnen omgaan met ingrijpende gebeurtenissen (overlijden, ouder met psychische problemen, armoede).

  • -

    ouders ervaren minder stress bij de opvoeding

  • -

    kinderen worden minder vaak gepest

  • -

    het dagelijks leven van kinderen wordt minder vaak verstoord door psychosociale problemen

  • -

    aantal inwoners dat mantelzorg verleent

  • -

    een afname van overbelaste mantelzorgers

  • -

    een afname van het gebruik van alcohol en drugs onder kinderen

  • -

    volwassenen en ouderen hebben meer regie over hun leven

  • -

    minder inwoners voelen zich psychisch ongezond

  • -

    minder inwoners hebben een hoog risico op angststoornis of depressie

  • -

    Minder (zeer) ernstig eenzame inwoners

  • -

    meer inwoners bezoeken regelmatig familie/vrienden

  • -

    meer inwoners zijn in staat om onverwachte uitgave van € 1.000,-- te betalen

  • -

    minder inwoners zijn matig tot sterk sociaal uitgesloten

  • -

    Het college is er verantwoordelijk voor dat de processen die in de subsidieverordening zijn vastgelegd worden uitgevoerd.

  • -

    minder inwoners zijn slachtoffer van huiselijk geweld

  • -

    meer volwassenen en ouderen voldoen aan de beweegnorm.

 

4.Thema: Samenwerken met de samenleving

  • -

    minder inwoners zijn ontevredenheid over betrokkenheid buurt (sociale cohesie)

  • -

    meer inwoners voelen zich mede verantwoordelijk voor de leefbaarheid van de buurt

  • -

    meer inwoners zijn actief geweest om de buurt te verbeteren

  • -

    meer inwoners verrichten vrijwilligerswerk