<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR607447_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Openstellingsbesluit paragraaf 2 Fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische ondernemingen 2018 Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 (POP3) Limburg</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Limburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Limburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2018-3214">prb-2018-3214</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Openstellingsbesluit paragraaf 2 Fysieke investeringen 2018</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Limburg/CVDR602092/CVDR602092_2.html"/><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">gedeputeerde staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2018-04-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2018-05-03</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging art. 2</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>PB no. 032</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>PB no. 032</overheidrg:onderwerp></cvdripm></meta><body><intitule>Openstellingsbesluit paragraaf 2 Fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische ondernemingen 2018 Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 (POP3) Limburg</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Gedeputeerde Staten van Limburg stellen ter voldoening aan het bepaalde in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&amp;hoofdstuk=4&amp;titeldeel=4.2&amp;afdeling=4.2.2&amp;artikel=4:27&amp;z=2017-09-01&amp;g=2017-09-01">artikel 4:27</extref> juncto <extref doc="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&amp;hoofdstuk=3&amp;afdeling=3.6&amp;artikel=3:42&amp;z=2017-09-01&amp;g=2017-09-01">3:42 van de Algemene wet bestuursrecht</extref> en artikel 1.3 van de <extref doc="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Limburg/CVDR602092/CVDR602092_2.html">Subsidieverordening Plattelandsontwikkelings-programma 2014-2020 (POP3) Limburg</extref>, op 16 januari 2018 het volgende besluit vast: </al><al/><al><vet>Openstellingsbesluit Paragraaf 2 Fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische ondernemingen 2018 Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 (POP3) Limburg </vet></al><al/><al>Gelet op artikel 1.3 van de <extref doc="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Limburg/CVDR602092/CVDR602092_2.html">Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 (POP3) Limburg</extref>, hierna te noemen “<extref doc="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Limburg/CVDR602092/CVDR602092_2.html">Verordening</extref>”, besluiten Gedeputeerde Staten Paragraaf 2 “Fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische bedrijven” van Hoofdstuk 2 (hierna te noemen “Paragraaf 2 fysieke investeringen 2018”) van deze <extref doc="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Limburg/CVDR602092/CVDR602092_2.html">Verordening</extref> onder volgende nadere regels open te stellen. </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Openstellingsperiode</titel></kop><al>Paragraaf 2 “Fysieke investeringen 2018” wordt opengesteld voor het indienen van subsidieaanvragen voor de periode vanaf 5 februari 2018 tot en met 15 maart 2018 (17:00 uur). Een subsidieaanvraag dient uiterlijk 15 maart (17:00 uur) te zijn ontvangen door Gedeputeerde Staten. De subsidieaanvraag wordt afgewezen indien deze buiten de openstellingsperiode wordt ingediend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Subsidieplafond</titel></kop><al>Het subsidieplafond wordt voor 2018 voor Paragraaf 2 “Fysieke investeringen 2018”  vastgesteld op € 5.135.000 bestaande uit 50% ELFPO en 50% Provinciale middelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanvrager</titel></kop><al>Subsidie wordt verstrekt aan landbouwers (artikel 2.2.2 van de <extref doc="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Limburg/CVDR602092/CVDR602092_2.html">Verordening</extref>).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Subsidiabele activiteit </titel></kop><lid><lidnr>4.1</lidnr><al>Conform artikel 2.2.1, eerste lid, van de <extref doc="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Limburg/CVDR602092/CVDR602092_2.html">Verordening</extref> kan subsidie worden verstrekt voor fysieke investeringen:</al><al/><lijst><li nr="a)"><al>die nodig zijn voor het ontwikkelen, beproeven of demonstreren van innovaties in agrarische ondernemingen;</al><al>en/of</al></li><li nr="b)"><al>voor de bredere uitrol van innovatie binnen de agrarische sector.</al></li></lijst><al>Kosten voor het ontwikkelen, beproeven of demonstreren van innovatie(s) vallen buiten de scope van deze paragraaf en komen niet in aanmerking voor subsidie. Het gaat zowel bij (a) als bij (b) om fysieke investeringen..</al><al/></lid><lid><lidnr>4.2</lidnr><al>Om voor subsidie in aanmerking te komen dient het project respectievelijk de hierbij horende investeringen een bijdrage te leveren aan ten minste één van de in artikel 2.2.1, tweede lid, van de <extref doc="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Limburg/CVDR602092/CVDR602092_2.html">Verordening</extref> genoemde thema’s:</al><al/><lijst><li nr="(a)"><al>verschuiving van de bestaande kostenreductiestrategie naar een meerwaarde strategie, met nieuwe marktconcepten, nieuwe verdienmodellen of meerwaardecreatie;</al></li><li nr="(b)"><al>beter beheer van productierisico’s, versterking van de positie van de primaire producent in de handelsketen of het verminderen van marktfalen;</al></li><li nr="(c)"><al>maatregelen die leiden tot een geringer grondstoffengebruik en/of een gesloten kringloop, met als resultaat een vermindering van de emissie van milieubelastende stoffen naar bodem, lucht en/of grond- en oppervlakte water (zoals broeikasgassen, ammoniak, nutriënten en bestrijdingsmiddelen) en/of minder uitputting van hulpbronnen en grondstoffen (zoals water, fosfaat en bodemvruchtbaarheid);</al></li><li nr="(d)"><al>klimaatmitigatie (verminderen van de uitstoot van broeikasgassen door een zuiniger energiegebruik, reductie van het gebruik van fossiele energie door omschakeling op hernieuwbare energie, productie van hernieuwbare energie);</al></li><li nr="(e)"><al>klimaatadaptatie (door het tegen gaan van dan wel het verminderen van de effecten van grotere watertekorten en – overschotten en toenemende verzilting);</al></li><li nr="(f)"><al>verbetering van dierenwelzijn of diergezondheid en/of verminderd risico voor de volksgezondheid bij de interactie tussen mens en dier;</al></li><li nr="(g)"><al>behoud en versterking van de biodiversiteit en/of de omgevingskwaliteit.</al></li></lijst><al>Deze thema’s zijn sterk gerelateerd aan de speerpunten van de vier investeringslijnen van het “Investeringsprogramma Limburgse Land- en Tuinbouw Loont 2 (LLTL2)”, de notitie “Limburgse agro voor de wereld van morgen: vier accenten voor een duurzame agenda” en het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL-2014). Betreffende beleidsdocumenten zijn beschikbaar op <extref doc="http://www.limburg.nl/">www.limburg.nl</extref>.</al><al/><al>Indien de aanvraag géén betrekking heeft op één of meerdere van bovenvermelde thema’s zal de aanvraag worden afgewezen.</al><al/></lid><lid><lidnr>4.3</lidnr><al>Aanvragen die uitsluitend betrekking hebben op fysieke investeringen om de emissie naar grondwater te reduceren komen niet voor subsidie in aanmerking en zullen worden afgewezen. Voor dergelijke investeringen wordt in 2018 een separate openstelling voorzien.</al><al/><al>Mestverwerkingsconcepten gericht op mestscheiding al dan niet in combinatie met mono- en covergisting komen ook niet voor subsidie in aanmerking en zullen worden afgewezen.</al><al/><al>Aanvragen die betrekking hebben op mestraffinage (terugwinnen van mineralen uit mest) komen wel in aanmerking. Dit dient dan duidelijk bij de aanvraag te worden aangetoond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Subsidiabele kosten</titel></kop><al>Subsidie wordt verstrekt voor de kosten uit artikel 2.2.3, eerste lid, van de <extref doc="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Limburg/CVDR602092/CVDR602092_2.html">Verordening</extref>. Dit zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>de kosten van de bouw of verbetering, dan wel verwerving of leasing van onroerende zaken;</al></li><li nr="b."><al>de kosten van de koop of huurkoop van nieuwe machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa;</al></li><li nr="c."><al>kosten van adviseurs, architecten en ingenieurs;</al></li><li nr="d."><al>de kosten van adviezen duurzaamheid op milieu en economisch gebied;</al></li><li nr="e."><al>de kosten van haalbaarheidsstudies.</al></li></lijst><al>Conform artikel 2.2.3, tweede lid, van de <extref doc="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Limburg/CVDR602092/CVDR602092_2.html">Verordening</extref> zijn ook de volgende kosten subsidiabel:</al><lijst><li nr="(a)"><al>kosten van verwerving of ontwikkeling van computersoftware;</al></li><li nr="(g)"><al>niet verrekenbare of niet compensabele BTW;</al></li></lijst><al>De overige in artikel 2.2.3, tweede lid, van de <extref doc="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Limburg/CVDR602092/CVDR602092_2.html">Verordening</extref> opgenomen kosten komen evenals de vermelde kosten bij artikel 1.13 (eerste en tweede lid) van de <extref doc="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Limburg/CVDR602092/CVDR602092_2.html">Verordening</extref> niet voor subsidiëring in aanmerking.</al><al/><al>Conform artikel 1.12, tweede en derde lid van de <extref doc="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Limburg/CVDR602092/CVDR602092_2.html">Verordening</extref> zijn voorbereidingskosten (als vermeld bij derde lid) indien zij gemaakt zijn binnen één jaar voordat de aanvraag om subsidie is ingediend subsidiabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Hoogte subsidie </titel></kop><al>In aanvulling op artikel 2.2.4 van de <extref doc="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Limburg/CVDR602092/CVDR602092_2.html">Verordening</extref> bedraagt het te verstrekken subsidiebedrag per aanvraag maximaal € 250.000,00 en minimaal € 20.000,00. De subsidieaanvraag wordt afgewezen wanneer het te verstrekken subsidiebedrag minder dan € 20.000,00 bedraagt. Het subsidiepercentage bedraagt 40% van de subsidiabele kosten<vet>.</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Rangschikking </titel></kop><lid><lidnr>7.1</lidnr><al>Gedeputeerde Staten maken voor het bepalen van de onderlinge rangschikking als bedoeld in artikel 1.15 van de <extref doc="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Limburg/CVDR602092/CVDR602092_2.html">Verordening</extref> voor de verdeling van de subsidie, een afweging tussen de volledig ingediende aanvragen op basis van de criteria zoals beschreven in artikel 2.2.5 van de <extref doc="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Limburg/CVDR602092/CVDR602092_2.html">Verordening</extref> en hieronder nader weergegeven.</al><al/><lijst><li nr="A."><al><onderstreept>Selectiecriterium: kosteneffectiviteit</onderstreept></al><al/><al>Het selectiecriterium kosteneffectiviteit (artikel 2.2.5, eerste lid, onder a, van de <extref doc="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Limburg/CVDR602092/CVDR602092_2.html">Verordening</extref>) heeft betrekking op de redelijkheid van de kosten die voor de activiteiten gemaakt worden in verhouding tot het te bereiken effect.</al><al/><al>Op dit criterium kan als volgt gescoord worden:</al><lijst><li nr="–"><al>4 punten (zeer goed) de totale subsidiabele kosten zijn zeer redelijk ten opzichte van het effect; </al></li><li nr="–"><al>3 punten (goed) de totale subsidiabele kosten zijn redelijk ten opzichte van het effect; </al></li><li nr="–"><al>2 punten (gemiddeld) de totale subsidiabele kosten zijn hoog ten opzichte van het effect; </al></li><li nr="–"><al>1 punt (matig) de totale subsidiabele kosten zijn zeer hoog ten opzichte van het effect. </al></li></lijst></li><li nr="B."><al><onderstreept>Selectiecriterium: haalbaarheid/de kans op succes</onderstreept></al><al/><al>Bij de haalbaarheid/kans op succes (artikel 2.2.5, eerst lid, onder b) zijn de volgende aspecten van belang. Deze aspecten zullen in samenhang worden bezien</al><lijst><li nr="•"><al>de betreffende innovatie is direct toepasbaar op het bedrijf van de aanvrager (de benodigde financiering en vergunningen zijn voorhanden);</al></li><li nr="•"><al>er is in de betreffende bedrijfstak behoefte aan de innovatie;</al></li><li nr="•"><al>er wordt aangegeven hoe andere landbouwers worden gestimuleerd om kennis te nemen van de innovatie op het bedrijf van de aanvrager.</al></li></lijst></li><li nr=""><al>Op dit criterium kan als volgt gescoord worden:</al><lijst><li nr="–"><al>4 punten (zeer goed) als de kans op succes gelet op genoemde aspecten zeer goed is; </al></li><li nr="–"><al>3 punten (goed) als de kans op succes gelet op genoemde aspecten goed is; </al></li><li nr="–"><al>2 punten (voldoende) als de kans op succes gelet op genoemde aspecten voldoende is; </al></li><li nr="–"><al>1 punt (matig) als de kans op succes gelet op genoemde aspecten matig is;</al></li></lijst></li><li nr="C."><al><onderstreept>Selectiecriterium: Mate van effectiviteit van de activiteit</onderstreept></al><al/><al>Deze paragraaf wordt opengesteld om bij te dragen aan het realiseren van doelen van het provinciaal beleid, met name doelstellingen van de vier investeringslijnen van het “Investeringsprogramma Limburgse Land- en Tuinbouw Loont 2 (LLTL2)”, de Notitie “Limburgse agro voor de wereld van morgen: vier accenten voor een duurzame agenda” en het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL-2014).</al><al/><al>Op dit criterium (artikel 2.2.5, eerst lid, onder c) kan als volgt gescoord worden:</al><lijst><li nr="–"><al>4 punten (zeer goed) indien activiteit betrekking heeft op 5 of meer thema’s; </al></li><li nr="–"><al>3 punten (goed) indien de activiteit betrekking heeft op 4 thema’s; </al></li><li nr="–"><al>2 punten (voldoende) indien de activiteit betrekking heeft op 3 thema’s;</al></li><li nr="–"><al>1 punt (matig) indien de activiteit betrekking heeft op1of 2 thema’s;</al></li></lijst></li><li nr="D."><al><onderstreept>Selectiecriterium: Mate van innovativiteit</onderstreept></al><al/><al>De mate waarin de investering bijdraagt aan innovatie en modernisering van het landbouwbedrijf of de landbouwsector (artikel 2.2.5, eerst lid, onder d). Het gaat hier om de mate waarin de innovatie (investering) gemiddeld al bij de doelgroep wordt toegepast. </al><al/><al>Op dit criterium kan als volgt gescoord worden:</al><lijst><li nr="–"><al>4 punten (zeer goed) als de investering betrekking heeft op een baanbrekende innovatie die geheel nog niet in de praktijk wordt toegepast;</al></li><li nr="–"><al>3 punten (goed) als de investering betrekking heeft op een innovatie die nog niet in de betreffende sector wordt toegepast;</al></li><li nr="–"><al>2 punten (gemiddeld) als de investering betrekking heeft op een innovatie die slechts in enkele gevallen wordt toegepast;</al></li><li nr="–"><al>1 punt (matig) als de investering betrekking heeft op de eerste uitrol van innovatieve systemen;</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr> 7.2 </lidnr><al>Weging van de selectiecriteria:</al><al>De selectiecriteria hebben de volgende wegingsfactoren:</al><al/><lijst><li nr="a."><al>Onderdeel A kosteneffectiviteit heeft een wegingsfactor van 2 (maximaal 8);</al></li><li nr="b."><al>Onderdeel B haalbaarheid/kans op succes een wegingsfactor van 1 (maximaal 4);</al></li><li nr="c."><al>Onderdeel C mate van effectiviteit van de activiteit een wegingsfactor van 3 (maximaal 12);</al></li><li nr="d."><al>Onderdeel D innovativiteit een wegingsfactor van 2 (maximaal 8);</al></li></lijst><al>Totaal maximaal aantal te behalen punten is 32.</al><al>Indien er met toepassing van de in artikel 7.2 omschreven wegingsfactoren in totaal minder dan 21 punten worden behaald, wordt de aanvraag om subsidie afgewezen.</al><al>Dit betreft een afwijking van het gestelde in artikel 2.2.5, vierde lid van de <extref doc="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Limburg/CVDR602092/CVDR602092_2.html">Verordening</extref>.</al><al/></lid><lid><lidnr> 7.3 </lidnr><al>Gedeputeerde Staten stellen een Adviescommissie POP3 in voor de selectie van de projecten.</al><al>Deze adviescommissie stelt een prioriteitenlijst op middels rangschikking door het toekennen van punten op grond van bovenstaande criteria.</al><al/></lid><lid><lidnr> 7.4 </lidnr><al>Indien het subsidieplafond wordt overschreden door meerdere aanvragen en de onderlinge rangschikking tussen de aanvragen gelijk is, dan zal een selectie tussen de betreffende projecten gemaakt worden door te kijken naar het selectiecriterium/de selectiecriteria waaraan de hoogste weging is toegekend. Scoren projecten dan nog altijd gelijk, dan wordt gekeken naar het selectiecriterium/de selectiecriteria waaraan de op één na hoogste weging is toegekend. Zijn er ook na toepassing van deze regels gelijk scorende projecten, dan zal overgegaan worden tot loting. De loting zal worden uitgevoerd door een beëdigd notaris.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Voorschotten</titel></kop><al>In aanvulling op artikel 1.23 van de <extref doc="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Limburg/CVDR602092/CVDR602092_2.html">Verordening</extref> kan éénmalig per projectperiode een verzoek om een voorschot worden ingediend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Verplichtingen </titel></kop><lid><lidnr>9.1</lidnr><al>Conform artikel 1.3, derde lid, onderdeel (h) zal voor het projectplan zoals vermeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel (f) het op de website <extref doc="http://www.limburg.nl/subsidies">www.limburg.nl/subsidies</extref>, Actuele subsidieregelingen, Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 3 2014-2020 (POP3) beschikbaar gestelde format gehanteerd dienen te worden.</al></lid><lid><lidnr> 9.2 </lidnr><al>In aanvulling op artikel 9.1 dienen bij de aanvraag additioneel diverse van toepassing zijnde bijlagen bijgevoegd te worden (nadere uitleg in de toelichting).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Dit besluit treedt in werking op 5 februari 2018 en heeft een looptijd tot einde POP3 periode.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening><functie>Gedeputeerde Staten voornoemd,</functie><functie>de voorzitter,</functie><naam><voornaam> dhr. drs. Th.J.F.M.</voornaam><achternaam>Bovens</achternaam></naam></ondertekening><ondertekening><functie>de secretaris, </functie><naam><voornaam>dhr. drs. G.H.E.</voornaam><achternaam>Derks </achternaam></naam></ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>TOELICHTING</titel></kop><tussenkop kopopmaak="vet"><vet>Algemeen</vet></tussenkop><al>Paragraaf 2 uit de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 (POP3) Limburg (hierna te noemen “Verordening”) richt zich op fysieke investeringen voor innovatie en modernisering van agrarische ondernemingen. Subsidie kan worden verkregen voor fysieke investeringen gericht op innovaties. Deze investeringen en activiteiten dienen bij te dragen aan de doelen van het Provinciaal beleid. </al><al/><al>Het “<vet>Investeringsprogramma Limburgse Land- en Tuinbouw Loont 2 (LLTL2)</vet>” is een doorontwikkeling van beleidskader Limburgse Land-en tuinbouw Loont (LLtL1) uit 2013. Het motto van LLTL is “In 2025 is ieder Limburgs land- en tuinbouwbedrijf een lust voor haar omgeving”. Middels het programma LLTL2 worden <onderstreept>vier</onderstreept> investeringen aangescherpt in lijn met de doelen van het Coalitieakkoord “In Limburg bereiken we meer”:</al><lijst><li nr="1)"><al>ruim baan voor voorlopers en doorontwikkelaars;</al></li><li nr="2)"><al>meerwaarde voor de omgeving;</al></li><li nr="3)"><al>perspectief voor ondernemers;</al></li><li nr="4)"><al>fundament voor ontwikkeling.</al></li></lijst><al>De Notitie <vet>“Limburgse agro voor de wereld van morgen: vier accenten voor een duurzame agenda”</vet> vormt een nadere specificatie van LLTL2 en onderscheidt vier accenten:</al><lijst><li nr="I."><al>Versterken van samenwerking en cross overs</al></li><li nr="II."><al>Sturen op een maatschappelijk en ecologisch duurzame productie</al></li><li nr="III."><al>Bijdragen aan de klimaat- en energietransitie</al></li><li nr="IV."><al>Inzet op economisch duurzame en innovatieve verdienmodellen</al></li></lijst><al>LLTL2 geeft tevens ook invulling aan de Limburgse ambitie zoals in het <vet>Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL) 2014</vet> waar in paragraaf 7.6.1 volgende is opgenomen: “De land- en tuinbouw in Limburg is een innovatieve sector met economisch gezonde bedrijven en vooruitstrevende ondernemers, die duurzaam produceren en midden in de samenleving staan”.</al><al/><al>Op de provinciale website www.limburg.nl is meer informatie beschikbaar over het provinciaal beleid inzake land- en tuinbouw. Hier zijn ook de betreffende beleidsdocumenten beschikbaar.</al><tussenkop kopopmaak="vet"><vet>Subsidiabele kosten (artikel 5)</vet></tussenkop><al>Uit de aanvraag dient (inzake met name sub a, sub d en sub f, eerste lid Artikel 1.13 van de Verordening) duidelijk te blijken c.q. gespecificeerd te worden welke kosten als vervangings danwel regulier investeringen aangemerkt kunnen worden en welke <onderstreept>meer</onderstreept>kosten er gemaakte dienen te worden ten behoeve van de technische innovatie.</al><al/><al>Tot subsidiabele voorbereidingskosten kunnen worden gerekend (artikel 1.12, derde lid van de Verordening):</al><lijst><li nr="(a)"><al>Kosten van architecten, ingenieurs en adviseurs;</al></li><li nr="(b)"><al>Kosten van adviezen over duurzaamheid op milieu- en economische gebied;</al></li><li nr="(c)"><al>Koten van haalbaarheidsstudies;</al></li><li nr="(d)"><al>Personeelskosten of inbreng eigen arbeid, voor zover deze kosten betrekking hebben op werkzaamheden zoals bedoeld onder a, b en c.</al></li></lijst><tussenkop kopopmaak="vet"><vet>Rangschikking (artikel 7)</vet></tussenkop><al>De selectiecriteria zijn een belangrijk sturingsinstrument waarmee de nodige accenten kunnen worden aangebracht om in te spelen op de regionale en lokale context. De selectiecriteria zijn ingesteld om een gelijke en transparante behandeling van de aanvragen mogelijk te maken. De criteria dragen bij aan een zo goed mogelijk gebruik en doelbereik van de financiële middelen. </al><al/><al>In Artikel 2.2.5 van de Verordening zijn 4 criteria opgenomen die Gedeputeerde Staten hanteren voor de rangschikking. </al><al/><table frame="all"><tgroup cols="6"><colspec colname="col1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colwidth="30*"/><colspec colname="col3" colwidth="10*"/><colspec colname="col4" colwidth="20*"/><colspec colname="col5" colwidth="15*"/><colspec colname="col6" colwidth="20*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Selectiecriterium</al></entry><entry colname="col3"><al>Weging*</al></entry><entry colname="col4"><al>Te behalen punten</al></entry><entry colname="col5"><al>Maximaal te behalen punten</al></entry><entry colname="col6"><al>Te behalen minimumscore</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>A</al></entry><entry colname="col2"><al>Kosteneffectiviteit</al></entry><entry colname="col3"><al>2 </al></entry><entry colname="col4"><al>1 - 4</al></entry><entry colname="col5"><al>8</al></entry><entry colname="col6"><al>Minimaal 65% van het maximaal te behalen punten </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>B</al></entry><entry colname="col2"><al>Kans op succes/haalbaarheid</al></entry><entry colname="col3"><al>1 </al></entry><entry colname="col4"><al>1 - 4</al></entry><entry colname="col5"><al>4</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>C</al></entry><entry colname="col2"><al>Mate van effectiviteit van de activiteit</al></entry><entry colname="col3"><al>3</al></entry><entry colname="col4"><al>1 - 4</al></entry><entry colname="col5"><al>12</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>D</al></entry><entry colname="col2"><al>Mate van innovativiteit</al></entry><entry colname="col3"><al>2</al></entry><entry colname="col4"><al>1 - 4</al></entry><entry colname="col5"><al>8</al></entry><entry colname="col6"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al>32</al></entry><entry colname="col6"><al>21</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>*Bij gelijke score wordt eerst selectiecriterium D gevolgd (zie tendering**).</al><tussenkop><cursief>Kosteneffectiviteit</cursief></tussenkop><al>Het selectiecriterium kosteneffectiviteit kijkt naar de redelijkheid van de kosten die hiervoor gemaakt worden in verhouding tot het te bereiken effect. Als de aangevraagde kosten relatief hoog zijn ten opzichte van het effect dat wordt bereikt dan scoort de aanvraag op dit onderdeel minder. </al><al>Er is niet gekozen om dit criterium te beoordelen op basis van normkosten. Onder dit openstellingsbesluit kunnen vele investeringen gesubsidieerd worden. Het is dan ook niet mogelijk om voor deze openstelling een uitputtende lijst van investeringen met normkosten daaraan gekoppeld vast te stellen.</al><tussenkop><cursief>Kans op succes/Haalbaarheid</cursief></tussenkop><al>Met dit criterium wordt naar de haalbaarheid van de investering gekeken. Hierbij wordt gekeken naar de mate waarin de investering direct toepasbaar is, de behoefte aan de innovatie in de bedrijfstak en de wijze waarop over de investering wordt gecommuniceerd. </al><tussenkop><cursief>Effectiviteit van de activiteit</cursief></tussenkop><al>De gekozen thema’s (a) t/m (c) en/of (f) voor deze openstelling zijn sterk gerelateerd aan de speerpunten van de vier investeringslijnen van het “Investeringsprogramma Limburgse Land- en Tuinbouw Loont 2 (LLTL2)”, de vier accenten van de Notitie “Limburgse agro voor de wereld van morgen: vier accenten voor een duurzame agenda” en het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL-2014). </al><al>Indien uit de subsidieaanvraag niet duidelijk naar voren komt dat de investering een bijdrage levert aan deze thema’s en beleidsdoelen komt het project niet voor subsidie in aanmerking. </al><tussenkop><cursief>Innovativiteit</cursief></tussenkop><al>Met dit criterium wordt bekeken in welke mate de investering innovatief is. Een baanbrekende investering die voor het eerst wordt toegepast scoort hoger dan dat het de eerste uitrol betreft. </al><tussenkop><cursief>Tendering</cursief></tussenkop><al>De aanvragen vinden plaats middels een tender met een sluitingsdatum. Alle aanvragen die tijdig binnen zijn worden eerst getoetst op ontvankelijk- en compleetheid. Vervolgens worden de aanvragen op basis van hun scores op de selectiecriteria gerangschikt door een door Gedeputeerde Staten ingestelde Adviescommissie van hoog naar laag. Wanneer het totaal van goedgekeurde aanvragen een groter beslag legt op de beschikbare middelen (subsidieplafond) krijgen aanvragen met de meeste punten voorrang (ranking). Bij gelijke scores (na eveneens toepassing criteria met hoogste wegingsfactor**) wordt er geloot. Aanvragen die niet gehonoreerd kunnen worden vanwege gebrek aan middelen, kunnen in de opvolgende tender opnieuw worden ingediend, mits deze aan de dan geldende nadere regels voldoen.</al><tussenkop kopopmaak="vet"><vet> Verplichtingen (artikel 9) </vet></tussenkop><al>De volgende bijlagen dienen additioneel toegevoegd te worden bij de aanvraag, Voor uitleg wordt verwezen naar het Handboek subsidies POP3: zie de website <extref doc="http://www.limburg.nl/subsidies">www.limburg.nl/subsidies</extref>, Actuele subsidieregelingen, Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma 3 2014-2020 (POP3);</al><lijst><li nr="–"><al>bewijsstukken MKB-bedrijf/agrarische onderneming (verplicht);</al></li><li nr="–"><al>onderbouwing/specificatie van de begroting (verplicht);</al></li><li nr="–"><al>bewijsstukken begroting/offertes. Indien niet aanwezig aangeven waar de bedragen / aantal uren op gebaseerd zijn (verplicht);</al></li><li nr="–"><al>toezegging overige financiers of aangeven dat financiering is aangevraagd en daar de stand van zaken van (indien van toepassing);</al></li><li nr="–"><al>ten aanzien van de ‘verklaring géén financiële moeilijkheden’ (door ondertekening van het aanvraagformulier) moet de jaarrekening worden bijgevoegd (verplicht);</al></li><li nr="–"><al>bewijsstukken machtiging (indien van toepassing);</al></li><li nr="–"><al>documenten ten aanzien van de aanbesteding (indien van toepassing). </al></li><li nr="–"><al>vergunningen. Indien de vergunningen niet aanwezig zijn dient toegelicht te worden waarom deze ontbreken (indien van toepassing);</al></li><li nr="–"><al>samenwerkingsovereenkomst, voorbeeld op website (indien van toepassing);</al></li><li nr="–"><al>verklaring belastingdienst inzake niet verrekenbare danwel niet compensabele btw (indien van toepassing).</al></li></lijst></bijlage></regeling></body></cvdr>