<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR607066_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 26 september 2017, nummer 81B36E5, tot wijziging van de Regeling aanvullende voorzieningen bij werkeloosheid (krachtens Artikel B.13 van de CAP)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Utrecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Utrecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2018-193">prb-2018-193</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Regeling Aanvullende Voorzieningen bij Werkloosheid</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005537&amp;g=2017-09-01">wet Algemene bestuursrecht</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005645&amp;g=2017-07-01">wet Provinciewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">gedeputeerde staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2017-09-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-09-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-02-02</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging art. 3</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>81B36E5</overheidrg:kenmerk></cvdripm></meta><body><intitule>Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 26 september 2017, nummer 81B36E5, tot wijziging van de Regeling aanvullende voorzieningen bij werkeloosheid (krachtens Artikel B.13 van de CAP)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Gedeputeerde Staten van Utrecht;</al><al/><lijst><li nr="-"><al>gezien De in het Sectoroverleg Provinciale Arbeidsvoorwaarden bereikte overeenstemming over deze wijziging</al></li><li nr="-"><al>Gelet op de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&amp;z=2017-09-01&amp;g=2017-09-01">Algemene Wet Bestuursrecht</extref> en de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005645&amp;z=2017-07-01&amp;g=2017-07-01">provinciewet</extref></al></li></lijst></preambule><afkondiging><al>Besluiten de Regeling aanvullende voorzieningen bij werkeloosheid (krachtens Artikel B.13 van de CAP) als volgt te wijzigen:</al><al/></afkondiging></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>1</nr><titel>AANVULLENDE VOORZIENINGEN BIJ WERKLOOSHEID</titel></kop><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>1</nr><titel>BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN</titel></kop><al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>ongemaximeerd dagloon: het ongemaximeerd dagloon op basis van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&amp;hoofdstuk=I&amp;paragraaf=1&amp;artikel=1b&amp;z=2017-10-01&amp;g=2017-10-01">artikel 1b van de Werkloosheidswet</extref> met betrekking tot een loontijdvak van een dag;</al></li><li nr="b."><al>diensttijd: tijd, doorgebracht als overheidswerknemer in de zin van artikel 2.4, onderdeel a, van het pensioenreglement die in aanmerking komt als pensioengeldige tijd, bedoeld in artikel 5.1 van het pensioenreglement, en tijd doorgebracht als werknemer in dienst van de overheid van lidstaten van de Europese Economische Ruimte, met dien verstande dat van tijd die door ontslag onderbroken is geweest de tijd vóór de onderbreking slechts meetelt als de onderbreking korter dan een jaar heeft geduurd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>2</nr><titel>RECHT OP AANVULLENDE VOORZIENINGEN BIJ WERKLOOSHEID</titel></kop><lid><lidnr> 1. </lidnr><al>De ambtenaar die reorganisatie ontslag is verleend heeft onder voorwaarden recht op een aanvullende voorziening bij werkloosheid.</al></lid><lid><lidnr> 2. </lidnr><al>De ambtenaar die ontslag in verband met ziekte en arbeidsongeschiktheid is verleend en die bij zijn ontslag door het UWV in het kader van de uitvoering van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057&amp;z=2017-10-01&amp;g=2017-10-01">WIA</extref> voor minder dan 35% arbeidsongeschikt is verklaard heeft onder voorwaarden recht op een aanvullende uitkering bij werkloosheid.</al></lid><lid><lidnr> 3. </lidnr><al>De ambtenaar die ontslag op grond van artikel B.9, onderdeel o, van de <extref doc="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Utrecht/CVDR602156/CVDR602156_1.html">CAP</extref> is verleend heeft recht op een aanvullende voorziening die naar het oordeel van Gedeputeerde Staten met het oog op de omstandigheden redelijk is te achten. Deze voorziening is in geen geval minder dan de aanspraak bij reorganisatieontslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>3</nr><titel>DUUR VAN DE AANVULLENDE VOORZIENINGEN</titel></kop><lid><lidnr> 1. </lidnr><al>De duur van de aanvullende uitkering op de WW van de oud-ambtenaar is de duur van de WW-uitkering.</al></lid><lid><lidnr> 2. </lidnr><al>De duur van de nawettelijke uitkering na afloop van de WW is naar boven afgerond op hele maanden:</al><table frame="all"><tgroup cols="5"><colspec colname="colA" colwidth="5*"/><colspec colname="colB" colwidth="15*"/><colspec colname="colC" colwidth="10*"/><colspec colname="colD" colwidth="35*"/><colspec colname="colE" colwidth="35*"/><tbody><row><entry><al/></entry><entry><al>&lt;21 jaar</al></entry><entry><al>21 jaar</al><al>-</al><al>57,5 </al><al>jaar</al></entry><entry><al>57,5 jaar – 60 jaar</al></entry><entry><al>60 jaar tot AOW leeftijd</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry namest="colB" nameend="colE"><al>3 maanden</al></entry></row><row><entry><al>+</al></entry><entry><al>0,18 x </al><al>Diensttijd</al><al>In</al><al>maanden</al></entry><entry namest="colC" nameend="colD"><al>(0,195 + 0,015 x ( leeftijd -21)) x diensttijd in maanden</al></entry><entry><al>0,78 x diensttijd in maanden</al></entry></row><row><entry><al>-</al></entry><entry namest="colB" nameend="colE"><al>Duur WW uitkering in maanden</al></entry></row><row><entry><al>-</al></entry><entry namest="colB" nameend="colC"><al>24 maanden</al></entry><entry namest="colD" nameend="colE"><al>42 maanden</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid><lid><lidnr> 3. </lidnr><al>De nawettelijke uitkering van de oud-ambtenaar die bij zijn ontslag 59 jaar of ouder is, wordt verlengd tot de dag waarop hij de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt, als hij direct voorafgaand aan zijn ontslag zonder onderbreking van meer dan twee maanden vijf jaar in dienst is geweest van een of meer provincies.</al></lid><lid><lidnr> 4. </lidnr><al>De minimale duur van de WW-uitkering en de aanvullende uitkering gezamenlijk is nooit minder dan 1 maand per volledig jaar arbeidsverleden van de ambtenaar dat meetelt voor de opbouw van zijn WW. Deze minimale duur is maximaal 38 maanden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>4</nr><titel>VOORWAARDEN RECHT OP AANVULLENDE VOORZIENINGEN</titel></kop><al>De oud-ambtenaar heeft recht op aanvullende voorzieningen voor de uren dat hem reorganisatieontslag of ontslag in verband met ziekte en arbeidsongeschiktheid is verleend vanuit de provinciale dienst en voor zover op grond daarvan recht is ontstaan op een WW-uitkering.</al><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>2</nr><titel>AANVULLENDE UITKERING OP DE WW</titel></kop><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>5</nr><titel>AANNAME</titel></kop><al>De aanname is dat de WW-uitkering, het ziektegeld of een uitkering op grond van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&amp;z=2017-01-01&amp;g=2017-01-01">Wet Arbeid en Zorg</extref> worden ontvangen.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>6</nr><titel>HOOGTE AANVULLENDE UITKERING</titel></kop><al>De WW-uitkering wordt na ontslag gedurende de eerste 12 maanden per dag aangevuld tot 80% van het ongemaximeerde dagloon en tijdens de resterende uitkeringsduur tot 70% van het ongemaximeerde dagloon waarbij eventuele andere inkomsten verrekend worden volgens de verrekeningssystematiek die geldt voor de WW-uitkering.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>7</nr><titel>AANVULLENDE UITKERING BIJ ZIEKTE, ZWANGERSCHAP EN BEVALLING</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De oud-ambtenaar die tijdens de periode dat hij recht heeft op WW-uitkering door ziekte ongeschikt is te werken en daarom een uitkering op basis van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&amp;z=2017-10-01&amp;g=2017-10-01">Ziektewet</extref> ontvangt heeft recht op een aanvullende uitkering. De duur van de aanvullende uitkering is gelijk aan de duur van de uitkering op basis van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&amp;z=2017-10-01&amp;g=2017-10-01">Ziektewet</extref>. De hoogte van de aanvullende uitkering is gelijk aan de aanvullende uitkering op de WWuitkering die voor hem zou hebben gegolden als hij niet ziek was geweest.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als de oud-ambtenaar een uitkering ontvangt op basis van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&amp;afdeling=Tweede&amp;hoofdstuk=II&amp;artikel=29a&amp;z=2017-10-01&amp;g=2017-10-01">artikel 29a van de Ziektewet</extref>, dan wordt de aanvullende uitkering per dag aangevuld tot 100% van het ongemaximeerde dagloon.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als de oud-ambtenaar met recht op een WW-uitkering, in verband met zwangerschap en bevalling een uitkering op grond van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&amp;z=2017-01-01&amp;g=2017-01-01"/><extref doc="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013008&amp;z=2017-01-01&amp;g=2017-01-01"/> ontvangt dan wordt die uitkering per dag aangevuld tot 100% van het ongemaximeerde dagloon.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verplichtingen- en sanctieregime van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&amp;z=2017-10-01&amp;g=2017-10-01">Ziektewet</extref> is ook van toepassing op de aanvullende uitkering.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>8</nr><titel>AANVULLENDE OVERLIJDENSUITKERING</titel></kop><al>Bij overlijden van de oud-ambtenaar met recht op een aanvullende uitkering wordt de overlijdensuitkering van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&amp;z=2017-10-01&amp;g=2017-10-01">Ziektewet</extref>, per dag aangevuld tot 100% van het ongemaximeerde dagloon.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>9</nr><titel>OVERIGE REGELS AANVULLENDE UITKERING</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de aanvullende uitkering gelden de WW-voorwaarden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een sanctie in verband met het niet houden aan verplichtingen op basis van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&amp;hoofdstuk=II&amp;paragraaf=2&amp;artikel=24&amp;z=2017-10-01&amp;g=2017-10-01">artikel 24</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&amp;hoofdstuk=II&amp;paragraaf=2&amp;artikel=25&amp;z=2017-10-01&amp;g=2017-10-01">25</extref> of <extref doc="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&amp;hoofdstuk=II&amp;paragraaf=2&amp;artikel=26&amp;z=2017-10-01&amp;g=2017-10-01">26 van de Werkloosheidswet</extref> wordt niet gecompenseerd in de aanvullende uitkering.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De oud-ambtenaar die ontslag op aanvraag is verleend na het reorganisatiebesluit en die hierdoor een sanctie op basis van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&amp;hoofdstuk=II&amp;paragraaf=2&amp;artikel=25&amp;z=2017-10-01&amp;g=2017-10-01">Werkloosheidswet</extref> in verband met verwijtbare werkloosheid is opgelegd heeft recht op een werkloosheidsuitkering die hij gehad zou hebben als er geen sanctie zou zijn opgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>10</nr><titel>AANVULLENDE UITKERING PROVINCIALE AMBTENAAR DIE IN HET BUITENLAND WOONT</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De oud-ambtenaar die in een ander EU-land woont heeft dezelfde aanspraken als de oud-ambtenaar die in Nederland woont.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanspraken van de oud-ambtenaar die in een ander EU-land woont, worden verrekend met de uitkering die hij uit het woonland ontvangt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De oud-ambtenaar die buiten Nederland woont, is verplicht Gedeputeerde Staten alle informatie te verstrekken die noodzakelijk is voor de uitvoering van deze regeling.</al><al/></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>3</nr><titel>NAWETTELIJKE UITKERING</titel></kop><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>11</nr><titel>HOOGTE NAWETTELIJKE UITKERING</titel></kop><al>De nawettelijke uitkering bedraagt per dag 70% van het ongemaximeerde dagloon waarbij eventuele andere inkomsten verrekend worden volgens de WW-systematiek.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>12</nr><titel>AANVULLENDE REGELS NAWETTELIJKE UITKERING</titel></kop><al>Voor de nawettelijke uitkering gelden dezelfde regels als voor de aanvullende uitkering waarbij geldt dat de nawettelijke uitkering niet eindigt als de oud-ambtenaar ziek of arbeidsongeschikt wordt.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>13</nr><titel>NAWETTELIJKE UITKERING PROVINCIALE AMBTENAAR DIE IN HET BUITENLAND WOONT</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Na het verstrijken van de aanvullende uitkering heeft de oud-ambtenaar die in een ander EU-land woont recht op de nawettelijke uitkering waarop hij recht heeft als hij in Nederland zou wonen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de nawettelijke uitkering voor de oud-ambtenaar die in het buitenland woont gelden dezelfde regels als voor de aanvullende uitkering van de oud-ambtenaar die in een ander EU-land woont.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>14</nr><titel>OVERLIJDENSUITKERING</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Na zijn overlijden wordt de oud-ambtenaar die bij zijn overlijden recht had op een nawettelijke uitkering, onder overeenkomstige toepassing van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&amp;afdeling=Tweede&amp;hoofdstuk=II&amp;artikel=35&amp;z=2017-10-01&amp;g=2017-10-01">artikel 35 van de Ziektewet</extref> een overlijdensuitkering toegekend die per dag gelijk is aan 100% van het ongemaximeerde dagloon.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De overlijdensuitkering wordt verminderd met het bedrag van de uitkering waarop de nagelaten betrekkingen van de oud-ambtenaar door zijn overlijden aanspraak kunnen maken uit hoofde van een of meer werkloosheidsuitkeringen, arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, uitkeringen op grond van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888&amp;z=2017-10-01&amp;g=2017-10-01">Ziektewet</extref> dan wel uitkeringen die naar aard en strekking overeenkomen met deze uitkeringen waarop de oud-ambtenaar recht had.</al><al/></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>4</nr><titel>OVERIGE BEPALINGEN AANVULLENDE EN NAWETTELIJKE UITKERING</titel></kop><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>15</nr><titel>INDEXERING</titel></kop><al>Het ongemaximeerde dagloon wordt aangepast aan de in de provincies geldende algemene salariswijziging.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>16</nr><titel>VERHUISKOSTENVERGOEDING</titel></kop><al>De oud-ambtenaar die elders gaat werken kan voor de kosten voor een noodzakelijke verhuizing, een tegemoetkoming worden verleend tot maximaal het bedrag van de daarvoor geldende verhuiskostenregeling.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>17</nr><titel>AFKOOP</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op verzoek van de oud-ambtenaar kan het recht op de aanvullende en nawettelijke uitkering geheel of gedeeltelijk worden afgekocht als daarmee de werkloosheid geheel of gedeeltelijk kan worden opgeheven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij gehele of gedeeltelijke afkoop eindigt het recht op de aanvullende en nawettelijke uitkering geheel of voor het afgekochte deel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>18</nr><titel>EENMALIGE UITKERING</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ambtenaar die ontslag is verleend</al><lijst><li nr="(i)"><al>na afloop van een periode waarin hij op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001947&amp;titeldeel=III&amp;artikel=125c&amp;z=2017-01-01&amp;g=2017-01-01">artikel 125c van de Ambtenarenwet</extref> tijdelijk is ontheven van de waarneming van zijn functie, en volgens Gedeputeerde Staten niet in een passende functie herplaatst kan worden;</al></li><li nr="(ii)"><al>wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid voor de uitoefening van zijn functie anders dan door arbeidsongeschiktheid;</al></li></lijst><al>heeft recht op een eenmalige uitkering bij ontslag als het ontslag in overwegende mate is toe te rekenen aan schuld van de provincie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gedeputeerde Staten bepalen de hoogte van de eenmalige uitkering, gelet op de bijzondere omstandigheden van het concrete geval.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Gedeputeerde Staten houden bij het bepalen van de hoogte in ieder geval rekening met de mate van schuld van de provincie en de ambtenaar aan het ontslag, met de leeftijd van de ambtenaar en met de duur en de omvang van het dienstverband van de ambtenaar bij de provincie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>19</nr><titel>DOORWERKING WETTELIJKE MAATREGELEN</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tenzij in het SPA anders is overeengekomen werken algemene neerwaartse wijzigingen in duur en hoogte van de uitkering op grond van de Werkloosheidswet - anders dan door wijzigingen als gevolg van individuele feiten en omstandigheden - vanaf de in het Staatsblad vermelde datum van inwerkingtreden door in de duur en hoogte van de aanvullende en nawettelijke uitkering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De doorwerking is niet eerder dan 6 maanden na de datum van publicatie in het staatsblad dan wel, als dat later is, voor de datum van afloop van het lopende cao-akkoord in de sector provincies.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>20</nr><titel>CITEERTITEL</titel></kop><al>Deze regeling wordt aangehaald als Regeling Aanvullende Voorzieningen bij Werkloosheid.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>21</nr><titel/></kop><al>Dit besluit treedt in werking na publicatie in het Provinciaal Blad op 1 januari 2017.</al><al/></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><gegeven><dagtekening><datum isodatum="2017-09-26">Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten Utrecht van 26 september 2017, </datum></dagtekening></gegeven><ondertekening><functie>Voorzitter, </functie></ondertekening><ondertekening><functie>Secretaris, </functie></ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting/><bijlage><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al/><al>Deze wijziging behelst een technische wijziging van de regeling Aanvullende voorzieningen bij werkeloosheid waardoor deze weer aansluit op de WW wetgeving. Door diverse wijzigingen in de WW wetgeving en de EU richtlijnen sinds 2007 klopten de verwijzingen in de Regeling niet meer. Met deze wijzigingen is dat gerepareerd en is de regeling ook beter te begrijpen gemaakt voor de direct betrokkenen. Deze wijziging betreft geen inhoudelijke wijzigingen van de regeling.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>