<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR60703_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Parkeerverordening gemeente Kerkrade 1993</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Kerkrade</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-02-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Kerkrade</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Zuid-Limburger 06-12-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening gemeente Kerkrade 1993</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wegenverkeerswet, artikel 6</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-11-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-12-14</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2025-10-07</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>wijziging o.a. artikel B, E, F</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>10Rb047</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De datum van inwerkingtreding is bij benadering aangegeven</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>PARKEERVERORDENING GEMEENTE KERKRADE 1993</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de gemeente Kerkrade;</al><al/><al>gezien het voorstel van het college d.d. 18-11-1992, nr. 344;</al><al/><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht en
                        artikel 6 van de Wegenverkeerswet; </al><al/><al>besluit:</al><al/><al>vast te stellen de:</al><al/><al>Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en verlening van vergunningen
                        voor het parkeren.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I</nr><titel>Definities en begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>A</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><al>a. vervallen; </al><al>b. het RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26
                            juli 1990, Stb. 459; </al><al>c. motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990; </al><al>d. parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
                            staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor
                            en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen
                            dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de
                            gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of
                            weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een
                            wettelijk voorschrift is verboden; </al><al>e. houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een voertuig
                            moeten worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorvoertuig
                            dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet aangehouden
                            register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op
                            wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van
                            het parkeren in het register was ingeschreven; </al><al>f. parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van
                            verzamelparkeermeters, en hetgeen naar maatschappelijke opvatting
                            overigens onder p</al><al>arkeerapparatuur wordt verstaan; </al><al>g. parkeerapparatuurplaats: parkeerplaats behorende bij
                            parkeerapparatuur; </al><al>h. belanghebbendenplaats: </al><al>1. een parkeerplaats, die is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het
                            RVV 1990, of </al><al>2. gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van
                            het RVV 1990 met het opschrift zone, voorzover deze plaats niet is
                            uitgezonderd. </al><al>i. vergunning: een door het college verleende vergunning, krachtens
                            welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe
                            aangewezen parkeerapparatuur- en/of belanghebbendenplaatsen; </al><al>j. vergunninghouder: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een
                            vergunning is verleend. </al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel>Plaatsen voor vergunninghouders, vergunningen en
                            vergunningbewijzen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>B</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan bij openbaar te maken besluit weggedeelten aanwijzen
                                die bestemd zijn voor het parkeren door vergunninghouders. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij openbaar te maken besluit, die tijdstippen
                                vaststellen waarop het parkeren aan vergunninghouders is toegestaan.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>C</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning
                                verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen of
                                parkeerapparatuurplaatsen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergunning kan worden verleend aan de eigenaar of houder van een
                                motorvoertuig (voertuig) wanneer deze </al><al>a. woont in een gebied waar belanghebbenden plaatsen en/of mede door
                                vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig
                                zijn, dan wel </al><al>b. een beroep of bedrijf uitoefent in een gebied waar
                                belanghebbendenplaatsen en/of mede door vergunninghouders te
                                gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en aantoont dat
                                het in het belang van diens beroeps- of bedrijfsuitoefening
                                noodzakelijk is in dat gebied een motorvoertuig (voertuig) te
                                parkeren. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De eigenaar of houder van een motorvoertuig (voertuig) die voldoet
                                aan beide in het tweede lid gestelde voorwaarden wordt, voor wat
                                betreft de eerste aangevraagde vergunning, geacht te beantwoorden
                                aan de onder a. genoemde voorwaarden. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen een vergunning ook verlenen
                                aan eigenaren of houders van motorvoertuigen (voertuigen) die niet
                                voldoen aan één van de in het tweede lid genoemde voorwaarden. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Aan de vergunning kunnen zowel beperkingen worden verbonden met
                                betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking
                                tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan aan een vergunning ook andere voorschriften en
                                beperkingen verbinden. Deze voorschriften en beperkingen mos en
                                alleen strekken tot bescherming van het belang van een goede
                                verdeling van de beschikbare parkeerruimte. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>D</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan, met inachtneming van het bepaalde in de volgende
                                leden van dit artikel, regels geven voor het aanvragen en verlenen
                                van een vergunning. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college beslist binnen 8 weken na ontvangst van een aanvraag om
                                vergunning met inachtneming van artikel 4:15 Algemene wet
                                bestuursrecht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de in het tweede lid genoemde termijn met ten
                                hoogste 4 weken verrlengen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>E</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vergunning wordt voor onbepaalde tijd verleend. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens: </al><al>a. de periode waarvoor de vergunning geldt; </al><al>b. het gebied waarvoor de vergunning geldt </al><al>c. de naam van de vergunninghouder of het kenteken van het
                                motorvoertuig waarvoor de vergunning is verleend. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>F</nr></kop><al>Het college kan een vergunning intrekken of wijzigen: </al><al>a. op verzoek van de vergunninghouders; </al><al>b. wanneer de vergunninghouder het gebied, waarvoor de vergunning is
                            verleend, metterwoon verlaat of het daar uitgeoefende beroep of bedrijf
                            beëindigt; </al><al>c. wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden
                            die relevant waren voor het verlenen van de vergunning;</al><al>d. wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen komt
                            te vervallen;</al><al>e. wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de
                            vergunning verbonden voorschriften;</al><al>f. Wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste
                            gegevens zijn verstrekt; </al><al>g. om redenen van openbaar belang;</al><al>h. wanneer de vergunninghouder niet of niet tijdig aan zijn
                            betalingsverplichting voor zijn vergunning heeft voldaan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III</nr><titel>Verbodsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>G</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig
                                (voertuig) te plaatsen of te laten staan: a. op een
                                parkeerapparatuurplaats; b. op een belanghebbendenplaats; </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een fiets, bromfiets of enig ander voorwerp op
                                zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te
                                laten staan, dat daardoor een normaal gebruik ervan belemmerd of
                                verhinderd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste
                                lid van dit artikel. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>H</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere
                                middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de kennisgeving
                                op de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>I</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                                belanghebbendenplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan
                                aldaar een motorvoertuig (voertuig) te parkeren of geparkeerd te
                                houden:</al><al>a. zonder vergunning </al><al>b. zonder dat het motorvoertuig (voertuig} duidelijk zichtbaar is
                                voorzien van de vergunning; </al><al>c. in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste
                                lid van dit artikel. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>J</nr></kop><al>Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de
                            eerste categorie. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V</nr><titel>Overgangs-en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>K</nr></kop><al>Met de opsporing van overtredingen van deze verordening zijn, behalve de
                            in artikel 141 van het Wetboek van strafvordering genoemde
                            opsporingsambtenaren, de door Burgemeester en Wethouders aangewezen
                            ambtenaren belast. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>L</nr></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: “Parkeerverordening gemeente
                            Kerkrade 1993". </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>M</nr></kop><al>Deze verordening treedt in werking op een door het college bij openbaar
                            besluit bekend te maken datum. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van d.d. 25-11-1992 en
                        gewijzigd d.d. 16-03-1994, d.d. 02-11-1994 en d.d. 24-11-2010.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De secretaris,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>