<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR606537_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2018 Berg en Dal</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Berg en Dal</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Berg en Dal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2017-233596">gmb-2017-233596</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing 2018 Berg en Dal</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=228a&amp;g=2017-07-01">artikel 228a van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2017-12-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-12-29</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2018 Berg en Dal</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Berg en Dal;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 14 november 2017;</al><al/><al>gelet op <extref doc="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416&amp;titeldeel=IV&amp;hoofdstuk=XV&amp;paragraaf=3&amp;artikel=228a&amp;z=2017-07-01&amp;g=2017-07-01">artikel 228a van de Gemeentewet</extref>;</al></preambule><afkondiging><al><vet>Besluit</vet>: </al><al/><al>Vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al><vet>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2018 Berg en Dal</vet></al></afkondiging></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen </titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder: </al><lijst><li nr="a."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en </al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><al>De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd.</al><al>Als gebruiker wordt aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als bedoeld in artikel 4 – voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd.</al></lid><lid><lidnr> 2. </lidnr><al>Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater en grondwater dat in de voorlaatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd en of is opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid wordt ingeval er geen opgave van het waterverbruik van de waterleidingmaatschappij voorhanden is:</al><lijst><li nr="a."><al>bij percelen die in hoofdzaak tot woning dienen, het waterverbruik gesteld op het aantal bewoners, maal 40 m³ per belastingjaar.</al></li><li nr="b."><al>bij percelen die niet in hoofdzaak dienen tot woning het waterverbruik door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416&amp;z=2017-07-01&amp;g=2017-07-01">Gemeentewet</extref> bedoelde ambtenaar vastgesteld op basis van het waterverbruik van vergelijkbare bedrijven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een:</al><lijst><li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of;</al></li><li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen.</al><al>De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De op de voet van het tweede lid berekende hoeveelheid toegevoerd en of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die aantoonbaar en berekenbaar niet is afgevoerd en voor zover de vermindering leidt tot een vermindering van minimaal twee staffels.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarieven </titel></kop><al> De belasting als bedoeld in artikel 2 bedraagt voor het afvoeren van water: </al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="80*"/><colspec colname="col3" colwidth="16*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>van 0 m³ tot en met 50 m³</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 117,-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>boven de 50 m³ tot en met 100 m³</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 175,-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>boven de 100 m³ tot en met 150 m³</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 233,-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>boven de 150 m³ tot en met 200 m³</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 291,-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry colname="col2"><al>boven de 200 m³ tot en met 250 m³</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 348,-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.</al></entry><entry colname="col2"><al>boven de 250 m³ tot en met 500 m³</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 451,-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.</al></entry><entry colname="col2"><al>boven de 500 m³ tot en met 750 m³</al></entry><entry colname="col3"><al> € 551,-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.</al></entry><entry colname="col2"><al>boven de 750 m³ tot en met 1.000 m³</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 654,-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.</al></entry><entry colname="col2"><al>boven de 1.000 m³ tot en met 1.500 m³</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 852,-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>10.</al></entry><entry colname="col2"><al>boven de 1.500 m³ tot en met 2.000 m³</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.051,-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>11.</al></entry><entry colname="col2"><al>boven de 2.000 m³ tot en met 3.000 m³</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.445,-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>12.</al></entry><entry colname="col2"><al>boven de 3.000 m³ wordt het bedrag van € 1.445,00 verhoogd met € 477,00 voor elke volle eenheid van 1.000 m<sup>3</sup> dat er meer wordt afgevoerd met een maximum van € 12.903,00</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9 eerste lid, van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&amp;z=2017-09-01&amp;g=2017-09-01">Invorderingswet 1990</extref> moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt - ingeval het totaalbedrag van de op één aanslag biljet verenigde aanslagen meer bedraagt dan € 45,- met een maximum van € 3.000,- en een machtiging is afgegeven voor het automatisch incasseren van het verschuldigde bedrag -, dat:</al><lijst><li nr="a."><al>aanslagen, waarvan de dagtekening ligt tussen 1 januari en 1 oktober van het belastingjaar waarop ze betrekking hebben, worden geïncasseerd in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar overblijven met een maximum van acht;</al></li><li nr="b."><al>aanslagen, waarvan de dagtekening ligt na 30 september van het belastingjaar waarop ze betrekking hebben, worden geïncasseerd in drie gelijke termijnen.</al></li></lijst><al>Bij het van toepassing zijn van het vorenstaande vervalt de eerste incassotermijn een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, voor aanslagen waarvan het totaal bedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen € 45,- of minder bedraagt en een machtiging is afgegeven voor het automatisch incasseren van het verschuldigde bedrag, dat het totaalbedrag van de aanslag in één keer wordt geïncasseerd twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor aanslagen, waarvan het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer bedraagt dan € 3.000,-, is geen automatische incasso mogelijk en is de betalingstermijn als onder lid 1 van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De <extref doc="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002448&amp;z=2010-10-10&amp;g=2010-10-10">Algemene termijnenwet</extref> is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Overgangsrecht </titel></kop><al>De ‘Verordening rioolheffing 2017 Berg en Dal’ vastgesteld bij besluit van 15 december 2016 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking de eerste dag na die van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2018.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening rioolheffing 2018 Berg en Dal’.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><gegeven><dagtekening><datum isodatum="2017-12-14">Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Berg en Dal op 14 december 2017, </datum></dagtekening></gegeven><ondertekening><naam><voornaam>J. van</voornaam><achternaam>Workum </achternaam></naam><functie>De raadsgriffier, </functie></ondertekening><ondertekening><naam><voornaam>Mr. M.</voornaam><achternaam>Slinkman </achternaam></naam><functie>De voorzitter, </functie></ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>