<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR606034_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemeen mandaatbesluit gemeente Dordrecht</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Dordrecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-02-19</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Dordrecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2017-232012">gmb-2017-232012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemeen mandaatbesluit gemeente Dordrecht </dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005537&amp;afdeling=10.1.1&amp;g=2017-12-01">afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=171&amp;g=2017-07-01">artikel 171 van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2017-12-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-02-20</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend.</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt Algemeen Mandaatbesluit Dordrecht, laatstelijk gewijzigd 1 oktober 2017</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemeen mandaatbesluit gemeente Dordrecht </intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het COLLEGE van BURGEMEESTER en WETHOUDERS van de gemeente DORDRECHT en de BURGEMEESTER van de gemeente DORDRECHT, ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft;</al><al/><al>gezien het voorstel d.d. 11 december 2017 inzake het vaststellen van het Algemeen mandaatbesluit gemeente Dordrecht;</al><al/><al>gelet op afdeling 10.1.1 Algemene wet bestuursrecht en artikel 171, lid 2 van de Gemeentewet;</al><al/><al/><al>B E S L U I T :</al><al/><al/><al>1. vast te stellen het navolgende</al><al>        Besluit mandaat, volmacht             en machtiging gemeente              Dordrecht</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label/><nr/><titel/></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In dit besluit wordt verstaan onder:</al><al>a. het college: het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht;</al><al>b. de burgemeester: de burgemeester van Dordrecht als bestuursorgaan en als vertegenwoordiger van  de gemeente in en buiten rechte;</al><al>c. de gemeentesecretaris: de (loco-)gemeentesecretaris van Dordrecht;</al><al>d. de directeur concern:  functionaris die eindverantwoordelijkheid draagt voor middelenfuncties en  integrale bedrijfsvoering;</al><al>f. portefeuilledirecteur: functionaris die opgaven inhoudelijk aanstuurt als opdrachtgever en  eindverantwoordelijke;</al><al>g. de griffier: de griffier van de gemeenteraad van Dordrecht;</al><al>h. de gemeente: de gemeente als publiekrechtelijk lichaam alsmede de gemeente als privaatrechtelijke  rechtspersoon;</al><al>i. de raad: de gemeenteraad van Dordrecht;</al><al>j. mandaat: de bevoegdheid om namens het college of de burgemeester besluiten te nemen;</al><al>k. volmacht: de bevoegdheid om namens het college of de burgemeester privaatrechtelijke  rechtshandelingen te verrichten;</al><al>l. machtiging: de bevoegdheid om namens het college of de burgemeester handelingen te verrichten  die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn;</al><al>m. budgetbeheerder: een medewerker, niet zijnde een leidinggevende, die van zijn leidinggevende of  van zijn opdrachtgever de verantwoordelijkheid over een budget heeft gekregen, met een daaraan  gekoppeld concreet doel;</al><al>n.  clustermanager: functionaris die eindverantwoordelijk leidinggevende is voor het cluster;</al><al>o.  cluster: organisatieonderdeel dat is belast met de ontwikkeling en uitvoering van werkzaamheden  en/of ontwikkelen van beleid op daartoe door het college vastgestelde  werkterreinen;</al><al>q. opgavemanager: functionaris die verantwoordelijk is voor de realisatie van de toegewezen opgave;</al><al>r.  opgave: onderwerp dat door het college is benoemd tot prioriteit van beleid en waarvan de realisatie  wordt opgedragen aan een opgavemanager onder verantwoordelijkheid van een  portefeuilledirecteur;</al><al>s. teamleider: de leidinggevende functionaris, direct onder de clustermanager;</al><al>t. teamhoofd: de leidinggevende functionaris direct onder de teamleider.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Mandaat gemeentesecretaris </titel></kop><al>1. Aan de gemeentesecretaris wordt mandaat verleend ten aanzien van de tot het college en de  burgemeester behorende aangelegenheden met uitzondering van de aangelegenheden als vermeld  in bijlage 1. </al><al>2. De gemeentesecretaris is bevoegd om mandaten die bij dit besluit aan onder hem ressorterende  functionarissen zijn verleend, geheel of gedeeltelijk en al dan niet tijdelijk, in te trekken. Een  dergelijk besluit wordt schriftelijk vastgelegd en ter informatie aan het college gezonden, tenzij het  om een concrete, individuele aangelegenheid gaat. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Mandaat overige functionarissen</titel></kop><al>1.  De aan de gemeentesecretaris gemandateerde bevoegdheden worden gemandateerd aan:</al><al>a. de directeur concern, de portefeuilledirecteuren, de clustermanagers,</al><al>b. teamleiders,</al><al>c. teamhoofden;</al><al>d. projectleiders,</al><al>e. budgetbeheerders,</al><al>f. opgavemanagers,</al><al>en aan de plaatsvervangers van de onder a, b en c genoemde functionarissen, met uitzondering van:</al><al>- de bevoegdheden die bij of krachtens de wet aan zijn functie zijn toegekend, en</al><al>- de bevoegdheden, genoemd in bijlage 2.</al><al>2.  De in het eerste lid genoemde functionarissen maken van het aan hen verleende mandaat slechts  gebruik ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van hun cluster, tot de  aan hen opgedragen opgave, project of tot hun eigen werkterrein. </al><al>3.  De clustermanager is bevoegd om mandaten die bij dit besluit aan onder hem ressorterende  functionarissen zijn verleend, geheel of gedeeltelijk en al dan niet tijdelijk, in te trekken. Een  dergelijk besluit wordt schriftelijk vastgelegd en ter informatie aan de gemeentesecretaris  gezonden, tenzij het om een concrete, individuele en eenmalige aangelegenheid gaat.</al><al>4. De in het eerste lid onder d bedoelde projectleiders maken van het aan hen verleende mandaat  slechts gebruik binnen de vastgestelde kaders van het project en binnen het voor het project  toegekende budget. Daarbij geldt dat projectleiders bevoegd zijn tot het aanbesteden en gunnen  van een opdracht voor:</al><al> i. een levering of dienst waarbij de totale waarde van de opdracht kleiner is dan € 125.000,-   (exclusief omzetbelasting), of</al><al> ii. een werk waarbij de totale waarde van de opdracht kleiner is dan € 250.000,- (exclusief    omzetbelasting).</al><al> Zowel opdrachtgevers als leidinggevenden kunnen beperkingen opleggen aan het mandaat van de  projectleider.</al><al>5. De in het eerste lid onder e bedoelde budgetbeheerders maken van het aan hen verleende mandaat  slechts gebruik voor het doel waarvoor het budget is toegekend en binnen de financiële grenzen van  het aan hen toegekende budget. Daarbij geldt dat budgetbeheerders bevoegd zijn tot het  aanbesteden en gunnen van een opdracht voor een levering, dienst of werk waarbij de totale waarde  van de opdracht kleiner is dan € 30.000,- (exclusief omzetbelasting) en dat de bevoegdheden, zoals  die zijn beschreven in de bijlagen 2 tot en met 5, prevaleren. Zowel opdrachtgevers als  leidinggevenden kunnen beperkingen opleggen aan het mandaat van de budgetbeheerder. </al><al>6. De in het eerste lid onder f bedoelde opgavemanagers maken, onder verantwoordelijkheid van een  portefeuilledirecteur, van het aan hen verleende mandaat slechts gebruik binnen de vastgestelde  kaders van de opgave of opgaveonderdeel en binnen het voor de opgave of het opgaveonderdeel  toegekende budget. Daarbij geldt dat opgavemanagers bevoegd zijn tot het aanbesteden en gunnen  van een opdracht voor:</al><al> i. een levering of dienst waarbij de totale waarde van de opdracht kleiner is dan € 125.000,-   (exclusief omzetbelasting), of</al><al> ii. een werk waarbij de totale waarde van de opdracht kleiner is dan € 250.000,- (exclusief    omzetbelasting).</al><al> De portefeuilledirecteur kan beperkingen opleggen aan het mandaat van de opgavemanager.</al><al>7. De in bijlage 3 genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden aan de directeur concern, de  portefeuilledirecteuren en de clustermanagers.</al><al>8. De in bijlage 4 genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden aan de teamleiders.</al><al>9.  De in bijlage 5 genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden aan de in deze bijlage genoemde  functionarissen.</al><al>10. Bij het gebruik van de bevoegdheden, die conform dit artikel zijn gemandateerd, gelden de  hiërarchische lijnen onverkort.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Mandaat griffier</titel></kop><al>Aan de griffier wordt mandaat verleend tot:</al><al>a. het nemen van besluiten in het kader van aanbestedingen van diensten en leveringen;</al><al>b. het aangaan en ondertekenen van overeenkomsten, met uitzondering van convenanten,  bestuursovereenkomsten, intentieverklaringen etc.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Algemene uitzonderingen van mandaat</titel></kop><al>1. Aan het college en de burgemeester blijft voorbehouden de bevoegdheid tot het nemen van  beslissingen die zijn neergelegd in een document, gericht tot:</al><al> a. de raad,</al><al> b. de Koning en andere leden van het Koninklijk Huis,</al><al> c. de raad van ministers van het Koninkrijk, de ministerraad of een daaruit gevormde onderraad   of commissie, ministers en staatssecretarissen,</al><al> d. de voorzitter van de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal of van een uit die Kamer   gevormde commissie,</al><al> e. de vice-president van de Raad van State,</al><al> f. de president van de Algemene Rekenkamer,</al><al> g. de Nationale Ombudsman, voor zover het correspondentie betreft ter zake formele klachten,</al><al> h. enig bestuursorgaan van een provincie of een gemeente,</al><al> i. enig bestuursorgaan van een waterschap of een hoogheemraadschap,</al><al> voor zover geen sprake is van een aanvraag voor een subsidie, vergunning, ontheffingen of  vrijstelling ten behoeve van de gemeente Dordrecht.</al><al>2. Onverminderd het gestelde in het eerste lid en in artikel 8 blijven aan het college en de  burgemeester overigens voorbehouden de bevoegdheden als genoemd in bijlage 1.</al><al>3. Onverminderd het gestelde in het eerste en tweede lid is het mandaat niet van toepassing:</al><al> a. indien de verantwoordelijke portefeuillehouder namens het college beslist dat de     aangelegenheid door het college moet worden afgedaan en indien de burgemeester beslist   dat de aangelegenheid door hem moet worden afgedaan. De portefeuillehouder wordt tijdig   geïnformeerd over gevoelige kwesties;</al><al> b. indien de aangelegenheid tot negatieve berichtgeving in de media heeft geleid dan wel in    verband met de aard van de aangelegenheid  redelijkerwijs moet worden aangenomen dat dit   zal gebeuren en de betreffende portefeuillehouder – na overleg – aangeeft dat het benodigde   besluit door het bevoegde bestuursorgaan zelf dient te worden genomen;</al><al> c. indien de aangelegenheid ingrijpende gevolgen kan hebben voor een groot aantal burgers,   bedrijven, verenigingen of belangengroepen en de betreffende portefeuillehouder –na    overleg– aangeeft dat het benodigde besluit door het bevoegde bestuursorgaan zelf dient te   worden genomen; </al><al> d. op het voeren van het overleg met de vakbonden (Georganiseerd Overleg).</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Nadere regels en instructies</titel></kop><al>1. Het college kan nadere regels stellen omtrent het opmaken en het ondertekenen van een document,  waarin van het verleende mandaat gebruik wordt gemaakt.</al><al>2. Het college respectievelijk de burgemeester kan instructies geven over de wijze waarop de  gemandateerde bevoegdheden worden uitgeoefend.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Volmacht en machtiging</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze regeling en de daarop berustende bepalingen worden met mandaat gelijkgesteld de verlening van:</al><al>a. Volmacht;</al><al>b. Machtiging.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Bezwaarschriften</titel></kop><al>1. De bevoegdheid tot het beslissen op bezwaarschriften, gericht aan het college, wordt opgedragen  aan de afzonderlijke leden van dat college, ieder voor zover de zaak tot zijn portefeuille behoort en  met uitzondering van bezwaarschriften tegen besluiten die door het college zelf zijn genomen.</al><al>2. Ten aanzien van bezwaarschriften, gericht aan het college, die om advies in handen worden gesteld  van een adviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht blijft de  beslissing op het bezwaarschrift voorbehouden aan het college met uitzondering van de beslissing  op bezwaar als bedoeld in het derde lid.</al><al>3. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid wordt de beslissing op bezwaar, waarbij:</al><al> a. het bezwaar ongegrond wordt verklaard en geen sprake is van een besluit als bedoeld in    artikel 2, tweede lid sub b en c van de  Verordening behandeling bezwaarschriften Dordrecht,  of</al><al> b. belanghebbende niet-ontvankelijk in zijn bezwaar wordt verklaard,</al><al>  opgedragen aan de wethouder, wiens portefeuille het onderwerp van het bezwaarschrift    betreft. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Intrekking vorige besluiten</titel></kop><al>Met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit wordt het Algemeen mandaatbesluit Dordrecht, laatstelijk gewijzigd op 5 september 2017, ingetrokken.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2018.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Dit besluit wordt aangehaald als "Algemeen mandaatbesluit gemeente Dordrecht".</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening><functie>Aldus besloten in de vergadering van 19 december 2017.</functie><functie>Het college van Burgemeester en Wethouders</functie><functie>de secretaris de burgemeester</functie><functie/><functie>M.M. van der Kraan A.W. Kolff</functie><functie/><functie>Dordrecht, 19 december 2017.</functie><functie>De Burgemeester</functie><functie/><functie>A.W. Kolff</functie></ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>1</nr><titel/></kop><al>Aangelegenheden welke ingevolge artikel 5, tweede lid van het Algemeen mandaatbesluit Dordrecht blijven voorbehouden aan het college respectievelijk de burgemeester</al><al>Behorende bij besluit Nr. &lt;NOG INVULLEN&gt;</al><al>________________________________________</al><al/><al>A. Bestuurlijk-Juridische aangelegenheden</al><al>Publiekrecht</al><al>1. Het doen van voorstellen aan de raad.</al><al>2. Het vaststellen van regels omtrent de ambtelijke organisatie.</al><al>3. Het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften en beleidsregels, voor zover deze niet door  de raad worden vastgesteld.</al><al>4. Het vaststellen van een andere inspraakprocedure ten behoeve van een beleidsvoornemen dan die is  beschreven in afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht of een wettelijk voorgeschreven  inspraakprocedure (artikel 12 lid 3 van de participatie- en inspraakverordening).</al><al>5. Het vaststellen van het eindverslag als bedoeld in de participatie- en inspraakverordening.</al><al>6. Het nemen van besluiten voor individuele gevallen, die niet onder een algemeen verbindend  voorschrift of een beleidsregel vallen, waaronder begrepen het toepassing geven aan  hardheidsclausules in algemeen verbindende voorschriften die door de raad zijn vastgesteld.</al><al>7. De bevoegdheid tot het verlenen, wijzigen of intrekken van vergunningen, ontheffingen en  vrijstellingen ten behoeve van de gemeente zelf.</al><al>8. Het nemen van besluiten op verzoeken om informatie op grond van de Wet openbaarheid van  bestuur, die betrekking hebben op een ramp als bedoeld in de Wet veiligheidsregio's.</al><al>9. Het nemen van besluiten over verzoeken om planschade en nadeelcompensatie.</al><al>10. Het vaststellen van een subsidieplafond en de wijze van verdeling ervan.</al><al>11. Het vaststellen van formulieren voor het indienen van aanvragen voor besluiten.</al><al>12. De bevoegdheid om te weigeren dat de ambtenaar van de burgerlijke stand en de buitengewoon  ambtenaar van de burgerlijke stand op verzoek elders binnen de gemeente ambtsbezigheden  verricht.</al><al>Privaatrecht</al><al>Aanbestedingen</al><al>Niet van toepassing.</al><al>Contracten</al><al>1. Het besluit tot het aangaan van convenanten, intentieverklaringen, bestuursovereenkomsten etc.</al><al>2. Het besluit tot het aangaan van overeenkomsten indien:</al><al>a. op grond van de Gemeentewet het college de raad vooraf over de overeenkomst moet informeren,  omdat de raad daarom heeft verzocht;</al><al>b. op grond van de Gemeentewet de raad vooraf in de gelegenheid moet worden gesteld zijn wensen  en bedenkingen ten aanzien van de overeenkomst ter kennis van het college te brengen omdat deze  ingrijpende gevolgen voor de gemeente kan hebben, één en nader voor zover dit niet valt onder de  uitzonderingen zoals omschreven in de bij dit besluit behorende bijlage 5. A Bestuurlijk-Juridische  aangelegenheden, Privaatrecht, onderdeel 1;</al><al>c. de raad ter zake om informatie heeft gevraagd.</al><al>Civiele en strafrechtelijke procedures</al><al>1. Het besluit tot het aangaan van civiele procedures.</al><al>2. Het besluit hoger beroep of cassatie aan te tekenen namens de gemeente of het gemeentebestuur in  civiele procedures.</al><al>3. Het nemen van besluiten ten aanzien van alternatieve geschillenbeslechting, niet zijnde arbitrage of  het voorleggen van geschillen aan scheidslieden voor zover afspraken daarover vooraf schriftelijk  zijn vastgelegd. </al><al>4. Het treffen van een schikking in een civiele of strafrechtelijke procedure, indien hiervoor geen  financiële middelen op de vigerende begroting beschikbaar zijn. </al><al>Overige privaatrechtelijke rechtshandelingen</al><al>1. Het besluit tot de oprichting van of de deelneming in rechtspersonen. </al><al>2. Het kwijtschelden en buiten invordering stellen van vorderingen met een financieel belang hoger  dan € 10.000,-, niet zijnde vorderingen in het kader van belastingheffing of een schikking in een  civiele of strafrechtelijke procedure.</al><al>3. Het besluit tot aanvaarding of afwijzing van erfstellingen en legaten.</al><al>4. Het besluit tot aanvaarding of afwijzing van schenkingen, anders dan bedoeld in bijlage 4.</al><al>5. Het besluit tot het doen van een schenking.</al><al>6. Het aanvragen van surseance van betaling en faillissement.</al><al>7. Het afgeven van borgstellingen, met dien verstande dat de raad met betrekking tot borgstellingen  voor meer dan € 900.000,- vooraf in de gelegenheid wordt gesteld zijn wensen en bedenkingen ter  kennis van het college te brengen.</al><al>8. Het nemen van besluiten over het opnemen van geldleningen op de kapitaalmarkt met een looptijd  van een jaar of langer.</al><al>9. Het nemen van besluiten over het verstrekken van geldleningen via de kapitaalmarkt. </al><al>10. Het nemen van besluiten over het doen van beleggingen op de kapitaalmarkt.</al><al>Machtiging</al><al>Het ondertekenen van overeenkomsten met een ander bestuursorgaan, waarbij de wederpartij wordt vertegenwoordigd door een bestuurder, met dien verstande dat in dat geval de burgemeester een machtiging kan verlenen aan een wethouder.</al><al/><al>B. Personeelsaangelegenheden</al><al>Bevoegdheden ten aanzien van individuele personeelsleden</al><al>1. Het benoemen van:</al><al>a. de portefeuilledirecteuren;</al><al>b. de directeur concern,</al><al>op voordracht van de gemeentesecretaris.</al><al>2. Het nemen van besluiten over de formele arbeidsduur, de totale organisatie betreffende. </al><al>3. Het jaarlijks aanwijzen van verplichte brugdagen. </al><al>4. Het aanhouden van een ontslagverzoek als strafontslag wordt overwogen.</al><al>5. Het aanhouden van een ontslagverzoek totdat de uitspraak van de strafrechter of het besluit tot  disciplinaire bestraffing onherroepelijk is geworden.</al><al>6. Het verlenen van ontslag wegens reorganisatie als bedoeld in artikel 8:3 CAR-UWO.</al><al>7. Het verlenen van ontslag op overige gronden, als bedoeld in artikel 8:8 CAR-UWO, waarbij een  ontslagvergoeding wordt toegekend, die meer bedraagt dan € 25.000,-.</al><al>8. Het verlenen van ontslag op eigen verzoek als bedoeld in artikel 8:1 CAR-UWO. waarbij een  ontslagvergoeding wordt toegekend, die meer bedraagt dan € 25.000,-.</al><al>9. Het verlenen van strafontslag, als bedoeld in artikel 8:13 CAR-UWO.</al><al>10. Het inzetten van ambtenaren in geval van een staking bij een particulier bedrijf.</al><al/><al>C. Overige aangelegenheden</al><al>1. Het benoemen van personen als vertegenwoordiger van de gemeente Dordrecht in bestuurs- en  toezichthoudende organen van publiekrechtelijke en privaatrechtelijke rechtspersonen.</al><al>2. Het benoemen van personen in adviesorganen van het college, met uitzondering van het benoemen  van de (plv.) leden van de Centrale toetsingscommissie functiewaardering.</al><al>3. Het benoemen van personen in bestuurscommissies als bedoeld in artikel 83 van de Gemeentewet.</al><al>4. Het benoemen van personen in commissies als bedoeld in artikel 84 van de Gemeentewet.</al><al>5. Het aanwijzen van een gemeenteambtenaar, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b van de  Gemeentewet.</al><al>6. Het aanwijzen van een gemeenteambtenaar, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel c van de  Gemeentewet.</al><al>- - - - - - -</al><al/></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>2</nr><titel/></kop><al>Aangelegenheden welke ingevolge artikel 3, eerste lid van het Algemeen mandaatbesluit Dordrecht blijven voorbehouden aan de gemeentesecretaris</al><al>Behorende bij besluit Nr. &lt;NOG INVULLEN&gt;</al><al>________________________________________</al><al/><al/><al>A. Bestuurlijk-Juridische aangelegenheden</al><al>Publiekrecht</al><al>1. Het nemen van besluiten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur, indien het verzoek om  informatie geheel wordt geweigerd.</al><al>2. Het nemen van besluiten in het kader van de Wet bescherming persoonsgegevens, indien het  verzoek om informatie geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd.</al><al>Privaatrecht</al><al>Aanbestedingen</al><al>Het nemen van een besluit tot het uitsluiten van een inschrijver ter zake van een aanbestedingsprocedure.</al><al>Contracten</al><al>1. Het aangaan van een mantelcontract ten behoeve van meer dan één organisatieonderdeel van de  gemeente, voor zover hiervoor geen geldend mandaat bestaat voor de manager van het Juridisch  Kenniscentrum en Inkoop van de gemeenschappelijke regeling Drechtsteden.</al><al>2. Het opleggen van sancties aan opdrachtnemers, anders dan kortingen en boetes die voortvloeien uit  de bepalingen van het contract.</al><al>Civiele en strafrechtelijke procedures</al><al>Niet van toepassing </al><al>Overige privaatrechtelijke rechtshandelingen </al><al>Niet van toepassing</al><al/><al>B. Personeelsaangelegenheden </al><al>1. Het nemen van besluiten ten aanzien van directeuren, niet zijnde besluiten als bedoeld in bijlage 1 ,  onder B sub 1, 4, 5, 6, 7, 8 en 9.</al><al>2. Het nemen van besluiten tot aanstelling van clustermanagers.</al><al>3. Het toekennen van een persoonlijke schaal.</al><al>4. Het toekennen van een waarnemingsvergoeding in bijzondere situaties.</al><al>5. Het weigeren van verzoek om roostervrije uren te mogen sparen (functies vanaf schaal 11).</al><al>6. Het vaststellen van een overwerkvergoeding in bijzondere situaties (oorlog, rampen e.d.).</al><al>7. Het verlenen van ontslag wegens gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel  8:4 en artikel 8:5 CAR-UWO. </al><al>8. Het verlenen van ontslag wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid voor de functie als bedoeld in  artikel 8:6 CAR-UWO.</al><al>9. Het verlenen van ontslag op de gronden als genoemd in artikel 8:7 CAR-UWO.</al><al>10. Het verlenen van ontslag indien er geen werk meer is voor de ambtenaar na afloop van de bekleding  van zijn publiekrechtelijke functie.</al><al>11. Het weigeren van toestemming om nevenwerkzaamheden te verrichten.</al><al>12. Het overplaatsen naar een ander organisatieonderdeel zonder instemming van de betreffende  ambtenaar.</al><al>13. Het opdragen van andere werkzaamheden onder andere in tijden van oorlog.</al><al>14. Het uitvoeren van de regeling klokkenluiders.</al><al>15. Het opleggen van de volgende disciplinaire straffen als bedoeld in de leden h en i van artikel 16:1:2  CAR-UWO:</al><al>a. plaatsing in een andere betrekking al dan niet in een ander onderdeel van de dienst, voor bepaalde  of onbepaalde tijd en met of zonder vermindering van bezoldiging;</al><al>b. schorsing voor bepaalde tijd zonder of met gedeeltelijk genot van bezoldiging met of zonder een  ontzegging van de toegang tot de kantoren, werkplaatsen of andere arbeidsterreinen, dan wel het  verblijf aldaar.</al><al>16. Het benoemen van de (plv.) leden van de Centrale toetsingscommissie functiewaardering.</al><al>17. Het toepassen van hardheidsclausules van alle door het college vastgestelde (uitvoerings)regelingen,  inclusief de CAR-UWO.</al><al>18.  Het verlenen van ontslag op eigen verzoek als bedoeld in artikel 8:1 CAR-UWO. waarbij een  ontslagvergoeding wordt toegekend, die lager is dan € 25.000,-.</al><al>19. Het verlenen van ontslag op overige gronden, als bedoeld in artikel 8:8 CAR-UWO, waarbij al dan  niet een ontslagvergoeding wordt toegekend, die lager is dan € 25.000,-.</al><al/><al>- - - - - - - -</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>3</nr><titel/></kop><al>Aangelegenheden welke ingevolge artikel 3, zevende lid van het Algemeen mandaatbesluit Dordrecht blijven voorbehouden aan de directeur concern, de  portefeuilledirecteur en de clustermanager</al><al>Behorende bij besluit Nr. &lt;NOG INVULLEN&gt;</al><al>________________________________________</al><al/><al/><al>A. Bestuurlijk-Juridische aangelegenheden</al><al>Publiekrecht</al><al>1. Het nemen van besluiten tot het aanvragen van subsidie, vergunning, ontheffing en vrijstelling ten  behoeve van de gemeente (kernteam-overstijgend)</al><al>2. Het indienen van een verweerschrift of andere productie bij de gerechtelijke instantie die het  administratiefrechtelijk (hoger) beroep behandelt.</al><al>3. Het nemen van het besluit om bezwaar of (administratief) beroep of hoger beroep aan te tekenen of  een verzoek om (wijziging of opheffing van) een verzoek om voorlopige voorziening in te dienen  namens de gemeente of het gemeentebestuur in administratiefrechtelijke procedures.</al><al>4. Het ondertekenen van afdoeningsbrieven naar aanleiding van klachten .</al><al>Privaatrecht</al><al>Aanbestedingen</al><al>Afwijkingsbevoegdheid  voorgeschreven aanbestedingsprocedure</al><al>1. Het nemen van een besluit tot het volgen van een 1-op-1 aanbestedingsprocedure, indien de totale  waarde:</al><al>i. van een levering of dienst groter is dan € 30.000,- (exclusief omzetbelasting), of</al><al>ii. van een werk groter is dan € 50.000,- (exclusief omzetbelasting).</al><al>2. Het nemen van een besluit tot het volgen van een Meervoudig onderhandse  aanbestedingsprocedure, indien de totale waarde:</al><al>i. van een levering of dienst groter is dan € 100.000,- (exclusief omzetbelasting), of</al><al>ii. van een werk groter is dan € 1.500.000,- (exclusief omzetbelasting).</al><al>Besluiten inzake gunnen c.q. niet gunnen</al><al>1. Het nemen van een gunningbesluit na een Europese aanbestedingsprocedure.</al><al>2. Het nemen van een gunningbesluit indien de opdracht niet wordt gegund aan de aanbieder met de  meest economische aanbieding of de laagste inschrijfsom.</al><al>3. Het niet gunnen van een opdracht na een aanbesteding.</al><al>Contracten</al><al>1. Het aangaan van een overeenkomst:</al><al>i. voor een dienst of levering waarbij de totale waarde van de opdracht voor deze levering of  dienst groter of gelijk is aan € 125.000,- (exclusief omzetbelasting), doch binnen de grenzen  van het hem daartoe toegekende budget;</al><al>ii. voor een werk waarbij de totale waarde van de opdracht voor dit werk groter of gelijk is aan €  250.000,- (exclusief omzetbelasting), doch binnen de grenzen van het hem daartoe  toegekende budget.</al><al>2. Het opleggen van kortingen en boetes aan opdrachtnemers voor zover deze voortvloeien uit de  bepalingen van het contract.</al><al>Civiele en strafrechtelijke procedures</al><al>1. Het bij de rechtbank aanhangig maken van een vordering tot het betalen van een geldsom ≥ €  5.000,-.</al><al>2. De beslissing dat de gemeente zich voegt in een strafzaak.</al><al>3. Het besluit tot het voeren van verweer in civiele en strafrechtelijke procedures, inclusief het hiervoor  benodigde procesbesluit en het verstrekken van de daarbij horende volmacht, met de instructie dat  de betreffende portefeuillehouder hierover vooraf dient te worden geïnformeerd.</al><al>4. Het treffen van een schikking in een civiele of strafrechtelijke procedure, indien hiervoor financiële  middelen op de vigerende begroting beschikbaar zijn.</al><al>Overige privaatrechtelijke rechtshandelingen</al><al>1. Het kwijtschelden en buiten invordering stellen van vorderingen met een financieel belang lager dan  € 10.000,-, niet zijnde de vorderingen in het kader van belastingheffing of een schikking in een  civiele of strafrechtelijke procedure.</al><al>2. Het aanvaarden van een aanbod tot sponsoring.</al><al>3. Het nemen van besluiten over verzoeken om schadevergoeding, voor zover dergelijke verzoeken op  grond van de verzekeringspolis niet aan de verzekeraar moeten worden overgedragen.</al><al/><al>De onderstaande mandaten voor Personeelsbevoegdheden in deze bijlage gelden alleen voor de clustermanager, niet voor de directeur concern en niet voor de portefeuilledirecteur.</al><al>B. Personeelsaangelegenheden  </al><al>1. Het nemen van besluiten tot aanstelling van teamleiders.</al><al>2. Het aanwijzen van medewerkers voor het invullen van de rol van een opgavemanager</al><al>3. Het toekennen van overwerkvergoeding in bijzondere situaties.</al><al>4. Het (over)plaatsen in het belang het betreffende cluster als bedoeld in artikel 15:1:11, eerste lid 1,  CAR-UWO, voor zover de overplaatsing plaatsvindt binnen het eigen cluster.</al><al>5. Het opleggen van een verplichting tot het vergoeden van door de gemeente geleden schade.</al><al>6. Het verlenen van toestemming tot het dragen van een uniform of dienstkleding bij het deelnemen  aan betogingen of optochten. </al><al>7. Het bepalen van functies waarvoor uniformkleding is verplicht. </al><al>8. Het opleggen van de verplichting in of meer nabij zijn standplaats te gaan wonen. </al><al>9. Het opleggen van de verplichting tot het betrekken van een dienstwoning. </al><al>10. Het opleggen van een verbod om de werkzaamheden te vervullen in verband met het in contact  staan of kort geleden heeft gestaan met een persoon met een infectieziekte. </al><al>11. Het verlenen van een schadeloosstelling en vergoeding van kosten in niet elders voorziene gevallen. </al><al>12. Het opleggen van de volgende disciplinaire straffen als bedoeld in artikel 16:1:2, eerste lid, sub a tot  en met g CAR-UWO:</al><al>a. schriftelijke berisping;</al><al>b. oplegging extra werk;</al><al>c. vermindering vakantietegoed;</al><al>d. geldboete;</al><al>e. inhouding deel salaris;</al><al>f. niet toekennen periodieke salarisverhoging; </al><al>g. tijdelijke vermindering van salaris.</al><al>13. Het opleggen van de volgende ordemaatregelen:</al><al>a. het ontzeggen van de toegang tot de kantoren, werkplaatsen of andere arbeidsterreinen, dan wel  het verblijf aldaar, als bedoeld in artikel 15:1:19 CAR-UWO;</al><al>b. het opleggen van de schorsing, als bedoeld in artikel 8:15:1 CAR-UWO, met of zonder geheel of  gedeeltelijke inhouding van bezoldiging.</al><al>14. Het uitvoeren van de rechtspositieregeling vrijwillige brandweer. </al><al>15. Het uitvoeren van de rechtspositieregeling bijzondere groepen ambtenaren. </al><al/><al>- - - - - - - -</al><al/><al/></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>4</nr><titel/></kop><al>Aangelegenheden welke ingevolge artikel 3 achtste lid van het Algemeen mandaatbesluit Dordrecht blijven voorbehouden aan de teamleider</al><al>Behorende bij besluit Nr. &lt;NOG INVULLEN&gt;</al><al>________________________________________</al><al/><al>A. Bestuurlijk-Juridische aangelegenheden</al><al>Publiekrecht</al><al>1. Het nemen van het besluit tot het toepassen, het weigeren toe te passen of het beëindigen van de  toepassing van handhavingsinstrumenten.</al><al>2. Het nemen van besluiten tot het verlenen, weigeren en vaststellen, wijzigen en intrekken van  subsidie.</al><al>3. Het nemen van besluiten ter uitvoering van een door het college vastgestelde regeling.</al><al>4. Het aanvragen van een vergunning, ontheffing en vrijstelling en het doen van meldingen ten  behoeve van het eigen kernteam, waaronder het doen van meldingen aan de Autoriteit  Persoonsgegevens (AP) in het kader van de Wet bescherming persoonsgegevens.</al><al>Privaatrecht</al><al>Aanbestedingen</al><al>1. Het nemen van uitvoeringsbesluiten tijdens een Europese, Nationaal openbare en Meervoudig  onderhandse aanbestedingsprocedure, met uitzondering van de volgende besluiten:</al><al>i. een besluit tot uitsluiting van een inschrijver, als genoemd in bijlage 2;</al><al>ii. de gunningbesluiten (inclusief niet-gunningbesluit) opgesomd in bijlage 3.</al><al>Contracten</al><al>1. Het aangaan van een overeenkomst voor:</al><al>i. een levering of dienst waarbij de totale waarde van de opdracht tussen de € 30.000,- en €  125.000,- (exclusief omzetbelasting), doch binnen de grenzen van het hem daartoe toegekende  budget, ligt</al><al>of</al><al>ii. een werk waarbij de totale waarde van de opdracht tussen de € 50.000,- en € 250.000,- (exclusief  omzetbelasting), doch binnen de grenzen van het hem daartoe toegekende budget, ligt.</al><al>2. Het aangaan van een andere overeenkomst dan genoemd onder 1 met een financiële waarde tot €  250.000,- (exclusief omzetbelasting), doch binnen de grenzen van het hem daartoe toegekende  budget. </al><al>Civiele en strafrechtelijke procedures</al><al>Niet van toepassing.</al><al>Overige privaatrechtelijke rechtshandelingen</al><al>1. Het namens de gemeente uitbrengen van een offerte voor een door de gemeente te verrichten  levering of dienst.</al><al>2. Het besluit tot aanvaarding of afwijzing van schenkingen van voorwerpen die een zekere culturele  doch, individueel of tezamen, een getaxeerde financiële waarde hebben van ten hoogste € 10.000,-  en van schenkingen van geldbedragen tot een bedrag van € 10.000,-.</al><al>Machtiging</al><al>1. Het verlenen van een machtiging tot het vertegenwoordigen van de gemeente in een  publiekrechtelijke, strafrechtelijke of privaatrechtelijke procedure.</al><al>2. Het ondertekenen van notariële akten.</al><al/><al>B. Personeelsaangelegenheden</al><al>1. Het verminderen en uitbreiden van de formele arbeidsduur.</al><al>2. De inpassing van de ambtenaar in de voor zijn functie geldende schaal.</al><al>3. De inpassing van de ambtenaar in een lagere dan die welke voor de beschreven functie is  vastgesteld.</al><al>4. Het toekennen van een periodieke verhoging en het aanmerken van buitengewoon verlof zonder  behoud van bezoldiging als diensttijd voor toekennen van periodieke verhoging. </al><al>5. Het niet toekennen van een periodieke verhoging en het alsnog, met terugwerkende kracht  toekennen van een periodieke verhoging.</al><al>6. Het inpassen van een ambtenaar in een andere schaal bij bevordering.</al><al>7. Het toekennen van een persoonlijke toelage en andere vormen van flexibele beloning, die niet aan  een hoger leidinggevend niveau expliciet is voorbehouden.</al><al>8. Het toepassen van de voorschriften met betrekking tot arbeidsongeschiktheid.</al><al>9. Het toekennen van een buitengewone verhoging van de bezoldiging.</al><al>10. Het inlenen van extern personeel.</al><al>11. Het toekennen van extra salarisverhoging en het wijzigen van de periodiekdatum.</al><al/><al>- - - - - - - -</al><al/></bijlage><bijlage><kop><label/><nr/><titel> Bijlage 5</titel></kop><al>Aangelegenheden welke ingevolge artikel 3, negende lid van het Algemeen mandaatbesluit Dordrecht blijven voorbehouden aan de in deze bijlage genoemde functionarissen</al><al>Behorende bij besluit Nr. &lt;NOG INVULLEN&gt;</al><al>________________________________________</al><al/><al>A. Bestuurlijk-Juridische aangelegenheden</al><al>Publiekrecht</al><al>1. Aan de clustermanager van het cluster Dienstverlening blijft voorbehouden de bevoegdheid om  ermee in te stemmen dat de ambtenaar van de burgerlijke stand en de buitengewoon ambtenaar van  de burgerlijke stand op verzoek elders binnen de gemeente ambtsbezigheden verricht.</al><al>2. Aan de clustermanager van het cluster Dienstverlening blijft voorbehouden de bevoegdheid te  mandateren tot het benoemen van een tijdelijk onbezoldigd buitengewoon ambtenaar van de  burgerlijke stand (BABS) voor het eenmalig voltrekken van een huwelijk of partnerschapsregistratie.</al><al> Het mandaat dient uitgevoerd te worden met inachtneming van de geldende regels rond werving,  inzet en begeleiding van de betreffende BABS-voor-1-dag.</al><al>3. Aan de secretaris van de Welstands- en Monumentencommissie blijft voorbehouden de bevoegdheid  te toetsen of een bouwplan voor een licht omgevingsvergunningplichtig bouwwerk voldoet aan de  sneltoetscriteria uit de Welstandsnota en daarover advies uit te brengen aan het college.</al><al>4. De gebiedsmanagers van het cluster Wijken zijn bevoegd tot het verlenen en vaststellen van  subsidies tot een bedrag van ten hoogste € 1.000,- per geval, elk voor zover dit het hem  toegewezen gebied betreft en de totale uitgaven binnen het hem daartoe toegekende budget blijven. </al><al>5. De DD3-, DD2- en DD1-(balie)medewerkers zijn bevoegd namens de burgemeester handtekeningen  te legaliseren en de daartoe strekkende verklaring te ondertekenen.</al><al>6. De DD3-(balie)medewerkers zijn bevoegd tot het verstrekken en waarmerken van inzage in het  WKPB-register.</al><al>Privaatrecht</al><al>1. Aan de clustermanager Stad en de clustermanager Publieksaccommodaties blijft voorbehouden de  bevoegdheid tot:</al><al>a. het verwerven dan wel anderszins verkrijgen of in gebruik nemen van onroerende zaken,</al><al>i. indien de transactie geschiedt binnen de door het daartoe bevoegde orgaan van de gemeente  vastgestelde verwervings-, financiële en beleidskaders voor de aangelegenheid ten behoeve  waarvan de transactie geschiedt, tot een bedrag dat daartoe is opgenomen in de begroting of  grondexploitatie van de gemeente; of</al><al>ii. indien de essentialia en financiële aspecten van het in de aanhef van a. genoemde bestuurlijk  zijn vastgelegd, geaccordeerd dan wel begrensd bij afzonderlijke besluitvorming door het  daartoe bevoegde orgaan van de gemeente.</al><al>b. het vervreemden van onroerende zaken, daaronder mede te verstaan het in erfpacht uitgeven,  verhuren, in gebruik geven, verpachten, in economisch eigendom overdragen en het vestigen van  beperkte genotsrechten, dan wel het wijzigen, verlengen, opzeggen of anderszins beëindigen van de  desbetreffende rechten indien: </al><al>i. de transactie geschiedt binnen de door het bevoegd orgaan van de gemeente vastgestelde  financiële en beleidskaders voor de aangelegenheid ten behoeve waarvan de transactie  geschiedt, tot een bedrag dat daartoe is opgenomen in de begroting of grondexploitatie van  de gemeente; of</al><al>ii. de essentialia en financiële aspecten van het in de aanhef van b. genoemde bestuurlijk zijn  vastgelegd, geaccordeerd dan wel begrensd bij afzonderlijke besluitvorming door het daartoe  bevoegde orgaan van de gemeente, of</al><al>iii. het gemoeide bedrag voor het in de aanhef van b. genoemde niet meer dan € 600.000,-  bedraagt.</al><al>2. Aan de clustermanager van het cluster stad blijft voorbehouden de bevoegdheid tot:</al><al>a. het aangaan van planschadeafwentelingsovereenkomsten ex artikel 6.4a Wro ten behoeve van  verhaal van de eventueel uit een planologische wijziging voorvloeiende schade als bedoeld in  artikel 6.1 Wro; </al><al>b. het aangaan van kostenverhaalovereenkomsten ex artikel 6.17 Wro.</al><al>3. Aan de clustermanager van het cluster versterking, bestuur en organisatie blijft voorbehouden de  bevoegdheid tot het aangaan van verzekeringsovereenkomsten voor de gemeente.</al><al>4. Aan de  clustermanager van het cluster Dienstverlening blijft voorbehouden de bevoegdheid tot het  nemen van besluiten ten aanzien van het ontzeggen van de toegang tot gebouwen die in eigendom  of gebruik zijn bij de gemeente, met uitzondering van schoolgebouwen, voor zover de ontzegging  geldt voor een langere periode dan 24 uur.</al><al/><al>B. Personeelsaangelegenheden</al><al>1. Aan de directeur concern blijven de volgende bevoegdheden voorbehouden:</al><al>a. het nemen van beslissingen ten aanzien van overlijdensuitkeringen aan nagelaten  betrekkingen van overleden ambtenaren;</al><al>b. het uitvoeren van de wachtgeldregeling en de suppletieregeling zoals deze gelden voor  wachtgelders die voor 1 januari 2001 zijn ontslagen;</al><al>c. het nemen van beslissingen omtrent het wel of niet doorbetalen van de volledige bezoldiging  in individuele gevallen van terminale ziekte;</al><al>d. de praktische uitvoering van het Georganiseerd Overleg .</al><al/><al>- - - - - - - -</al><al/><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>