<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR60595_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Wet inburgering 2010, gemeente Oosterhout</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oosterhout</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-01-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oosterhout</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad, 17-10-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Wet inburgering 2010, gemeente Oosterhout</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=8">Wet inburgering, art. 8 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=19">Wet inburgering, art. 19, vijfde lid </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=19a">Wet inburgering, art. 19a, eerste lid </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=23">Wet inburgering, art. 23, derde lid </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=24a">Wet inburgering, art. 24a, vijfde lid </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=24e">Wet inburgering, art. 24e, tweede lid </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=24f">Wet inburgering, art. 24f </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=35">Wet inburgering, art. 35 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20inburgering/article=4.27">Besluit inburgering, art. 4.27, derde lid, de bepalingen van de Gemeentewet </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-10-20</dcterms:issued><dcterms:rights>
          De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht
        </dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-11-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2010-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>geen</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Wet inburgering 2010, gemeente Oosterhout</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Oosterhout;</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 27 juli 2010</al><al>gelet op de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=8">artikelen 8</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=19">19, vijfde lid</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=19a">19a, eerste lid</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=23">23, derde lid</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=24a">24a, vijfde lid</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=24e">24e, tweede lid</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=24f">24f</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=35">35 van de Wet inburgering</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20inburgering/article=4.27">artikel 4.27, derde lid van het Besluit inburgering, de bepalingen van
                            de Gemeentewet</extref>;</al><al>overwegende dat de raad bij verordening regels dient te stellen over de
                        informatieverstrekking door de gemeente, het aanbieden van een
                        inburgeringsvoorziening aan bijzondere groepen en vrijwillige inburgeraars,
                        het soort voorziening, de eigen bijdrage voor vrijwillige inburgeraars en de
                        rechten en plichten voor degene voor wie een inburgeringsvoorziening is
                        vastgesteld, alsmede dat de raad bij verordening het bedrag dient vast te
                        stellen van de bestuurlijke boete die voor de verschillende overtredingen
                        kan worden opgelegd en regels stelt voor inzet van persoonlijke
                        inburgeringsbudgetten;</al><al>besluit</al><al>vast te stellen: de “Verordening Wet inburgering 2010, gemeente
                        Oosterhout”.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen en informatieverstrekking</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De begripsomschrijvingen in de wet en de daarop berustende
                                    regelingen zijn van toepassing op de begrippen die in deze
                                    verordening gebruikt zijn.</al></li><li nr="2."><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders
                                            van de gemeente Oosterhout;</al></li><li nr="b."><al>de wet: de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering">Wet inburgering</extref>;</al></li><li nr="c."><al>voorziening: een (duale) inburgeringsvoorziening of
                                            taalkennisvoorziening;</al></li><li nr="d."><al>uitkering: een uitkering op basis van sociale
                                            zekerheidswetten of sociale zekerheidsregelingen;</al></li><li nr="e."><al>vrijstellend examen: een examen dat leidt tot een
                                            diploma als genoemd in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Besluit%20inburgering/article=2.3">artikel 2.3 van het Besluit
                                            inburgering</extref>;</al></li><li nr="f."><al>participatietraject: een traject, afhankelijk van zijn
                                            of haar capaciteiten en ambitie, variërend van het
                                            volgen van een vervolg- of vakopleiding, het toeleiden
                                            naar de arbeidsmarkt tot het deelnemen aan activiteiten
                                            in de wijk;</al></li><li nr="g."><al>PIB: persoonlijk inburgeringsbudget.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 1.2 De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen
                                en vrijwillige inburgeraars</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college draagt er zorg voor dat inburgeringsplichtigen en
                                    vrijwillige inburgeraars op een doeltreffende en doelmatige
                                    wijze worden geïnformeerd over hun rechten en plichten uit
                                    hoofde van de wet en over het aanbod van en de toegang tot een
                                    inburgeringsvoorziening.</al></li><li nr="2."><al>Het college bepaalt op welke wijze invulling wordt gegeven aan
                                    de informatieverstrekking voor de inburgeringsplichtigen. In
                                    beginsel gebeurt dit via de onderstaande kanalen: </al><lijst><li nr="a."><al>een spreekuur;</al></li><li nr="b."><al>schriftelijk;</al></li><li nr="c."><al>via de website;</al></li><li nr="d."><al>informatiegesprekken.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college kan van de bovenstaande communicatiekanalen afwijken
                                    indien het dit nodig acht.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2 De voorziening (voor inburgeringsplichtigen en
                            inburgeringsbehoeftigen)</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2.1 Aanwijzen van de doelgroep</titel></kop><al>De gemeenteraad wijst in het Beleidsplan sociale zekerheid de groep(en)
                            inburgeraars (inburgeringsplichtigen en inburgeringsbehoeftigen) aan,
                            waaraan bij voorrang een voorziening kan worden aangeboden.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.2 De samenstelling van de voorziening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stemt de voorziening, met uitzondering van de
                                    voorziening aan geestelijke bedienaren, zoveel als mogelijk af
                                    op het startniveau en de vaardigheden, de persoonlijke
                                    omstandigheden, de maatschappelijke positie en de ambitie van de
                                    inburgeraar.</al></li><li nr="2."><al>Een voorziening omvat in elk geval een traject ter voorbereiding
                                    op het inburgeringsexamen of een vrijstellend examen en het
                                    minimaal eenmaal kosteloos afleggen van één van deze examens.
                                    Voor asielgerechtigde vluchtelingen bevat deze voorziening ook
                                    maatschappelijke begeleiding.</al></li><li nr="3."><al>Indien de inburgeraar een re-integratievoorziening wordt
                                    aangeboden, draagt het college er zorg voor, dat de
                                    inburgeringsvoorziening wordt afgestemd op deze
                                    re-integratievoorziening.</al></li><li nr="4."><al>Indien de inburgeraar een participatietraject wordt aangeboden,
                                    draagt het college er zorg voor dat het traject, afhankelijk van
                                    de capaciteiten en ambitie, zich richt op deelname aan de
                                    samenleving.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2.3 De voorziening in de vorm van een persoonlijk
                                inburgeringsbudget (PIB)</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college behandelt een verzoek van de inburgeraar om in
                                    aanmerking te komen voor een voorziening in de vorm van een PIB
                                    op de volgende wijze: </al><lijst><li nr="a."><al>tijdens het intakegesprek met de consulent wordt de
                                            mogelijkheid van een PIB besproken indien het ingekochte
                                            aanbod aan voorzieningen niet passend blijkt te
                                            zijn;</al></li><li nr="b."><al>het college bevestigt schriftelijk dat de inburgeraar
                                            gebruik wil maken van een PIB;</al></li><li nr="c."><al>de inburgeraar heeft vier weken de gelegenheid om een
                                            eigen voorziening samen te stellen in samenwerking met
                                            een aanbieder;</al></li><li nr="d."><al>de aanbieder brengt een offerte uit.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college beoordeelt het voorstel van de inburgeraar op
                                    volledigheid. Het voorstel moet minimaal de onderstaande
                                    onderdelen bevatten: </al><lijst><li nr="a."><al>de inhoud van het traject;</al></li><li nr="b."><al>de kosten van het traject;</al></li><li nr="c."><al>de inhoud en de frequentie van de rapportage;</al></li><li nr="d."><al>de betalingvoorschriften.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het voorstel moet verder aan de volgende voorwaarden voldoen: </al><lijst><li nr="a."><al>de kosten van de voorziening bedragen maximaal €
                                            4.500,-;</al></li><li nr="b."><al>de voorziening duurt maximaal 3½ jaar;</al></li><li nr="c."><al>de aanbieder moet voldoen aan het keurmerk
                                            inburgeren.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3 De procedure voor inburgeringsplichtigen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 3.1 De procedure van het doen van een aanbod</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De potentiële inburgeringsplichtige wordt opgeroepen voor een
                                    intakegesprek.</al></li><li nr="2."><al>Het college doet een schriftelijk aanbod, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=19">artikel 19, eerste of tweede lid, van de wet</extref>.</al></li><li nr="3."><al>In het aanbod wordt een omschrijving gegeven van de voorziening
                                    die wordt aangeboden en worden de rechten en plichten vermeld
                                    die hieraan worden verbonden.</al></li><li nr="4."><al>De inburgeringsplichtige aan wie het aanbod wordt gedaan, deelt
                                    binnen twee weken het college schriftelijk mee of hij of zij het
                                    aanbod wel of niet aanvaardt.</al></li><li nr="5."><al>Wanneer de inburgeringsplichtige het aanbod aanvaardt, neemt het
                                    college binnen vier weken na ontvangst van deze mededeling het
                                    besluit tot vaststelling van de voorziening, overeenkomstig het
                                    gedane aanbod. Dit wordt verwerkt in een beschikking.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.2 De inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot vaststelling van de voorziening bevat in ieder
                            geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de voorziening;</al></li><li nr="b."><al>een opgave van de rechten en plichten van de
                                    inburgeringsplichtige;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop het inburgeringsexamen of vrijstellende examen
                                    moet zijn behaald;</al></li><li nr="d."><al>de wijze van betaling van de eigen bijdrage;</al></li><li nr="e."><al>ingeval van een oudkomer: de datum waarop de termijn van
                                    handhaving van de inburgeringsplicht, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=26">artikel 26 van de wet</extref>, aanvangt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.3 Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Het college kan een inburgeringsplichtige bij beschikking één of meer
                            van de volgende verplichtingen opleggen:</al><lijst><li nr="a."><al>het deelnemen aan de voorziening;</al></li><li nr="b."><al>het deelnemen aan gesprekken met de consulent;</al></li><li nr="c."><al>het deelnemen aan voortgangsgesprekken;</al></li><li nr="d."><al>voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen of
                                    staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II op een tijdstip
                                    dat door het college bepaald wordt;</al></li><li nr="e."><al>het melden indien door ziekte dan wel door relevante
                                    omstandigheden niet aan de verplichtingen in de beschikking kan
                                    worden voldaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.4 De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De inburgeringsplichtige die op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=23">artikel 23, tweede lid van de wet</extref> verplicht is
                                    voor de voorziening een eigen bijdrage te betalen, dient deze in
                                    maximaal 18 termijnen te voldoen.</al></li><li nr="2."><al>Het college legt in de beschikking tot vaststelling van de
                                    voorziening de wijze van betaling van de eigen bijdrage
                                    vast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3.5 Kosten van medisch advies</titel></kop><al>Indien een inburgeringsplichtige door medisch advies kan aantonen dat
                            hij of zij niet in staat is om aan de inburgeringsplicht te voldoen,
                            worden de kosten van het medische advies door het college vergoed.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4 De bestuurlijke boete</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 4.1 De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de
                                verschillende overtredingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De bestuurlijke boete bedraagt € 200,- indien de
                                    inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het
                                    college op redelijke gronden kan vermoeden dat deze
                                    inburgeringsplichtig is geen of onvoldoende medewerking verleent
                                    aan het onderzoek, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=25">artikel 25, vierde lid, van de wet</extref>.</al></li><li nr="2."><al>De bestuurlijke boete bedraagt € 200,- indien de
                                    inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent
                                    aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde
                                    inburgeringsvoorziening, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=23">artikel 23, eerste lid, van de wet</extref> of aan de
                                    verplichtingen, bedoeld in artikel 3.3 van deze
                                    verordening.</al></li><li nr="3."><al>De bestuurlijke boete bedraagt € 500,- indien de
                                    inburgeringsplichtige niet binnen de in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=7">artikel 7, eerste lid, van de wet</extref> bedoelde termijn
                                    of binnen de door het college op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=31">artikel 31, tweede lid, onderdeel a en b, van de
                                        wet</extref> verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft
                                    behaald.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4.2 Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van
                                de overtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel
                                    4.1, eerste lid van deze verordening, bedraagt € 250,- indien de
                                    inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige
                                    als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt
                                    aan dezelfde overtreding.</al></li><li nr="2."><al>De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel
                                    4.1, tweede lid van deze verordening, bedraagt € 500,- indien de
                                    inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige
                                    als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt
                                    aan dezelfde overtreding.</al></li><li nr="3."><al>De bestuurlijke boete bedraagt € 1000,- indien de
                                    inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond
                                    van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=32">artikel 32</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=33">33 van de wet</extref> vastgestelde termijn het
                                    inburgeringsexamen heeft behaald.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 5 De procedure voor vrijwillige inburgeraars</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 5.1 De inhoud van de overeenkomst</titel></kop><al>De overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar, bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=24d">artikel 24d, tweede lid, van de wet</extref> bevat in ieder
                            geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de voorziening;</al></li><li nr="b."><al>een opgave van de rechten en plichten van de vrijwillige
                                    inburgeraar;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop aan het inburgeringsexamen of vrijstellende
                                    examen moet zijn deelgenomen;</al></li><li nr="d."><al>de wijze van betaling van de eigen bijdrage;</al></li><li nr="e."><al>de maatregelen die kunnen worden genomen wanneer de
                                    verplichtingen niet worden nagekomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.2 Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Het college kan in de overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar,
                            bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=24d">artikel 24d, tweede lid, van de wet</extref> één of meer van de
                            volgende verplichtingen opleggen:</al><lijst><li nr="a."><al>het deelnemen aan de voorziening;</al></li><li nr="b."><al>het deelnemen aan gesprekken met de consulent;</al></li><li nr="c."><al>het deelnemen aan voortgangsgesprekken;</al></li><li nr="d."><al>voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen of
                                    staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II op een tijdstip
                                    dat door het college bepaald wordt;</al></li><li nr="e."><al>het melden indien door ziekte dan wel door relevante
                                    omstandigheden niet aan de verplichtingen in de beschikking kan
                                    worden voldaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.3 De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vrijwillige inburgeraar die op grond van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20inburgering/article=24e">artikel 24e, eerste lid van de wet</extref>, een eigen
                                    bijdrage moet betalen, dient deze in maximaal 18 termijnen te
                                    voldoen.</al></li><li nr="2."><al>Het college legt in de overeenkomst de wijze van betaling van de
                                    eigen bijdrage vast.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5.4 Het vaststellen van de identiteit van de vrijwillige
                                inburgeraar</titel></kop><al>Het college stelt de identiteit van de vrijwillige inburgeraar vast aan
                            de hand van een document als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20identificatieplicht/article=1">artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht</extref>.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 6 Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 6.1 Intrekking</titel></kop><al>De verordening Wet inburgering Gemeente Oosterhout 2007 wordt
                            ingetrokken met ingang van de datum van inwerkingtreding, genoemd in
                            artikel 6.2.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.2 Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 november 2010 en
                            heeft terugwerkende kracht tot 1 januari 2010.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6.3 Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald: ‘Verordening Wet inburgering 2010,
                            gemeente Oosterhout”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 12 oktober 2010.</ondertekening><ondertekening>de voorzitter de griffier</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Toelichting</vet></al><al><vet>Algemene toelichting</vet></al><al>De Wet inburgering (WI) is op 1 januari 2007 in werking getreden en kwam in
                    plaats van de Wet inburgering nieuwkomers (WIN).</al><al>Op 1 januari 2010 is de Wet inburgering gewijzigd. Het gaat om de volgende
                    wijzigingen:</al><al>het college krijgt de mogelijkheid om een inburgeringsvoorziening aan te bieden
                    die gericht is op het staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II. Deze
                    wijziging heeft terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2008.</al><al>het college krijgt de bevoegdheid om in plaats van een inburgeringsvoorziening
                    een taalkennisvoorziening aan te bieden aan een inburgeraar die een
                    mbo-opleiding op niveau 1 of 2 volgt of gaat volgen. Deze wijziging heeft
                    terugwerkende kracht tot en met 1 september 2008;</al><al>het college krijgt de mogelijkheid om een persoonlijk inburgeringsbudget (PIB)
                    beschikbaar te stellen aan een inburgeraar, zodat deze zelf zijn traject kan
                    samenstellen;</al><al>de gemeenteraad stelt bij verordening regels op met betrekking tot het aanbieden
                    van een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening aan een vrijwillige
                    inburgeraar. Deze regels hebben betrekking op de procedure die door het college
                    wordt gevolgd voor het doen van een aanbod en de wijze waarop het college in
                    overleg treedt met een vrijwillige inburgeraar om te komen tot een passende
                    voorziening;</al><al>de gemeenteraad kan bij verordening bepalen dat het college een voorziening kan
                    vaststellen, zonder dat daar een procedure van een inburgeringsvoorziening door
                    het college en aanvaarding daarvan door de inburgeringsplichtige aan vooraf
                    hoeft te gaan. De inburgeraar is direct verplicht medewerking te verlenen aan de
                    uitvoering van de vastgestelde voorziening.</al><al>De WI regelt de inburgeringsplicht voor in beginsel alle onderdanen van
                    derdelanden van 16 tot 65 jaar die duurzaam in Nederland willen en mogen
                    verblijven. Bij het invulling geven aan de inburgeringsverplichting staat de
                    eigen verantwoordelijkheid (ook in financiële zin) centraal. Aan de
                    inburgeringsverplichting is voldaan wanneer het inburgeringsexamen of een ander
                    vrijstellend examen is behaald.</al><al>Gemeenten krijgen in de WI een aantal belangrijke taken toebedeeld. Zo hebben
                    gemeenten de opdracht inburgeraars in de gemeente goed te infomeren over hun
                    rechten en plichten.</al><al>Een inburgeringsvoorziening leidt toe naar een inburgeringsexamen of een
                    vrijstellend examen en omvat het minstens eenmaal kosteloos afleggen van het
                    examen. In plaats van een inburgeringsexamen mag een gemeente aan een
                    inburgeraar die een mbo-opleiding niveau 1 of 2 volgt of gaat volgen een
                    taalkennisvoorziening aanbieden. Een taalkennisvoorziening is gericht op de
                    verwerving van de Nederlandse taal die noodzakelijk is voor het kunnen afronden
                    van die opleiding (artikel 19, derde lid, WI).</al><al>Voor de asielgerechtigde inburgeringsplichtige bestaat een
                    inburgeringsvoorziening of een taalkennisvoorziening ook uit maatschappelijke
                    begeleiding (artikel 19, zesde lid, WI).</al><al>Ook moeten gemeenten de inburgeringsplicht van de inburgeringsplichtigen
                    handhaven. Het college moet een bestuurlijke boete opleggen als een
                    inburgeringsplichtige zich verwijtbaar niet houdt aan de verplichtingen die voor
                    hem gelden.</al><al>In verband met deze taken draagt de WI gemeenten daarom op om bij verordening
                    regels te stellen over de volgende onderwerpen:</al><al>regels over de informatieverstrekking door gemeenten aan inburgeraars (artikel 8
                    WI en artikel 24f WI);</al><al>regels met betrekking tot het aanbieden van de voorziening en over de rechten en
                    plichten van de inburgeraar (artikel 19, vijfde lid, artikel 23, derde lid,
                    artikel 24a vijfde lid en artikel 24f WI);</al><al>het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke boete die voor verschillende
                    overtredingen kan worden opgelegd (artikel 35 WI);</al><al>het vaststellen van een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening, zonder
                    dat eerst een aanbod wordt gedaan (artikel 19a, eerste lid, WI).</al><al>De bevoegdheid om een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening direct
                    vast te stellen</al><al>Artikel 19a, eerste lid, WI geeft de gemeenteraad de bevoegdheid om bij
                    verordening te bepalen dat het college een voorziening niet aanbiedt aan de
                    inburgeringsplichtige, maar deze direct vaststelt. Dit heeft als gevolg dat de
                    inburgeringsplichtige het aanbod niet kan weigeren. Hij of zij is verplicht om
                    per direct medewerking te verlenen aan de uitvoering van de vastgestelde
                    voorziening (artikel 23, eerste lid, WI). Indien met een vaststellingsstelsel
                    gewerkt wordt, zou dit voor alle inburgeringsplichtige gelden.</al><al>De gemeente Oosterhout kiest er voor om niet te gaan werken met het
                    vaststellingsstelsel. Aan deze keuze ligt een aantal argumenten ten
                    grondslag:</al><al>inburgeren is primair de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeraar. De
                    gemeente kan hierin ondersteunen. Indien een inburgeraar deze ondersteuning niet
                    wenst, gaat de gemeente over tot handhaven;</al><al>het verplichte karakter is geen garantie voor motivatie, inzet en resultaat. De
                    kans van slagen is veel groter als de betrokkene zelf overtuigd is van de
                    noodzaak en gemotiveerd is;</al><al>de inburgeringsplichtige heeft ook bij het vaststellingsstelsel de mogelijkheid
                    om in bezwaar en beroep te gaan. Het levert dus geen lastenvermindering op het
                    gebied van bezwaarschriften op als er voor het andere stelsel gekozen zou
                    worden.</al><al>De bevoegdheid om een voorziening in de vorm van een persoonlijk
                    inburgeringsbudget (PIB) aan te bieden</al><al>De gemeenteraad heeft de mogelijkheid om een voorziening aan te bieden in de
                    vorm van een PIB (artikel 19, tweede lid en artikel 24e, tweede lid, WI). Bij
                    een PIB wordt de betrokkene de mogelijkheid geboden om zelf een
                    inburgeringstraject samen te stellen.</al><al>De gemeente Oosterhout kiest ervoor de mogelijkheid om een PIB in te kunnen
                    zetten te benutten. Het PIB kan echter alleen ingezet worden als de betrokkene
                    hierom verzoekt en het college de reguliere voorzieningen niet toereikend acht.
                    Het zal hier voornamelijk hoger opgeleide mensen betreffen.</al><al>Daarnaast hecht de gemeente belang aan het creëren en behouden van
                    werkgelegenheid en hanteert daarbij een actieve werkgeversbenadering. Indien
                    bedrijven hun medewerkers willen laten inburgeren op de werkvloer, dan biedt het
                    PIB daar mogelijkheden toe.</al><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al><vet>Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen en informatieverstrekking</vet></al><al><vet>Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen</vet></al><al>Omwille van de leesbaarheid van de verordening wordt het begrip “voorziening”
                    (eerste lid, onderdeel c) gebruikt. Een voorziening kan zowel een (duale)
                    inburgeringsvoorziening als een taalkennisvoorziening inhouden.</al><al>Het tweede lid geeft aan dat de omschrijvingen van de begrippen zoals die worden
                    gebruikt in respectievelijk de Wet inburgering, het Besluit inburgering en de
                    Regeling inburgering ook van toepassing zijn op deze verordening.</al><al><vet>Artikel 1.2 De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen en
                        vrijwillige inburgeraars</vet></al><al>Eerste lid</al><al>De gemeente heeft als taak de inburgeringsplichtigen en de vrijwillige
                    inburgeraars in Oosterhout goed te informeren over de rechten en plichten die
                    voortvloeien uit de Wet inburgering. De wet laat gemeenten vrij om zelf te
                    bepalen op welke wijze dit gebeurt. Wel bepalen de artikelen 8 en 24f WI dat de
                    gemeenteraad bij verordening regels vaststelt over de informatieverstrekking
                    door de gemeente aan respectievelijk inburgeringsplichtigen en vrijwillige
                    inburgeraars inzake hun rechten en plichten uit hoofde van deze wet. Ten aanzien
                    van inburgeringsplichtigen dienen ook regels vastgesteld te worden, aangaande
                    het aanbod van en de toegang tot inburgeringsvoorzieningen.</al><al>Dit artikel vormt de uitwerking van deze verplichting.</al><al>Tweede lid</al><al>De gemeente heeft ervoor gekozen om in de verordening alleen de kaders vast te
                    stellen voor een adequate informatievoorziening. Hiertoe zijn er in het tweede
                    lid een viertal communicatiekanalen beschreven:</al><al>ad a. het spreekuur geschiedt op afspraak waarbij er sprake is van een goede
                    telefonische bereikbaarheid wat aansluit bij het ISC [1];</al><al>ad b. schriftelijke informatieverstrekking gebeurt voornamelijk in de
                    intakefase. In de intakefase worden de rechten en plichten uitgelegd in een
                    persoonlijk gesprek met de inburgeraar en worden ze schriftelijk vastgelegd,
                    waardoor er een beter begrip ontstaat;</al><al>ad c. informatie met betrekking tot inburgeren in Oosterhout is beschikbaar op
                    de gemeentelijke website. Tevens vindt er op de website een doorverwijzing
                    plaats naar de websites van het Ministerie van VROM [2] en Duo [3];</al><al>ad d. informatiegesprekken betreffen informatiebijeenkomsten voor
                    zelforganisaties.</al><al>Derde lid</al><al>In het derde lid is geregeld dat het college indien gewenst ook andere
                    informatiekanalen kan benutten.</al><al><vet>Hoofdstuk 2 De voorziening (voor inburgeringsplichtigen en
                        inburgeringsbehoeftigen)</vet></al><al><vet>Artikel 2.1 Aanwijzen van de doelgroep</vet></al><al>Het college kan aan alle inburgeringsplichtigen en inburgeringsbehoeftigen een
                    aanbod doen voor een voorziening (artikel 19, eerste lid en artikel 24a, eerste
                    lid, WI). Het college is echter verplicht een voorziening aan te bieden aan
                    asielgerechtigden en aan geestelijke bedienaren.</al><al>Dit artikel regelt dat het college groepen inburgeraars kan aanwijzen, aan wie
                    met voorrang een voorziening kan worden aangeboden. Het college benoemt deze
                    prioritaire groepen en de gemeenteraad stelt ze vast in het Beleidsplan sociale
                    zekerheid.</al><al><vet>Artikel 2.2 De samenstelling van de voorziening</vet></al><al>In de verordening dienen regels te worden gesteld met betrekking tot de
                    vaststelling door het college van een passende (duale) voorziening, met inbegrip
                    van de totstandkoming en samenstelling van die voorziening (artikel 19, vijfde
                    lid, sub b en artikel 24a, vijfde lid, sub b, WI). In dit artikel worden de
                    kaders vastgesteld waarbinnen het college de opdracht heeft voor iedere
                    inburgeraar die daarvoor in aanmerking komt, een op de persoon toegesneden
                    voorziening samen te stellen.</al><al>Eerste lid</al><al>In het eerste lid wordt aangegeven op welke wijze het college een passende
                    voorziening moet vaststellen. Bij het bepalen van de passendheid van een
                    voorziening kunnen de volgende factoren een rol spelen:</al><al>de kennis van de inburgeraar van de Nederlandse taal en de Nederlandse
                    samenleving en zijn of haar leercapaciteit;</al><al>de maatschappelijke rol die de inburgeraar vervult of gaat vervullen in de
                    Nederlandse samenleving. Daarbij kan gedacht worden aan het verrichten van
                    arbeid of het opvoeden van kinderen;</al><al>de persoonlijke situatie van de inburgeraar. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht
                    worden aan eventuele zorgtaken die de inburgeringsplichtige moet vervullen.</al><al>Voor de mogelijkheden van het aanbieden van een duale inburgeringsvoorziening
                    wordt verwezen naar het Besluit inburgering.</al><al>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening voor geestelijke bedienaren
                    wordt geregeld bij ministeriële regeling. Gemeenten hebben dus niet de
                    mogelijkheid om de voorziening voor deze groep mensen naar eigen inzicht vorm te
                    geven.</al><al>In het geval van een uitkeringsgerechtigde inburgeraar die al een voorziening
                    gericht op arbeidsinschakeling ontvangt, kan het voordeel opleveren de
                    voorziening daarmee te combineren.</al><al>De WI bepaalt dat de voorziening gecombineerd moet worden met een voorziening
                    gericht op arbeidsinschakeling (re-integratievoorziening) als een voorziening
                    wordt aangeboden aan een inburgeringsplichtige die bijstandsgerechtigd is of een
                    uitkering ontvangt op grond van een andere sociale regeling en deze verplicht is
                    om arbeid te verkrijgen of te aanvaarden (artikel 20, eerste lid en artikel 24b
                    eerste lid, WI). Het college is verantwoordelijk voor het aanbieden van een
                    gecombineerde voorziening (artikel 20, tweede lid en artikel 24b, tweede lid,
                    WI).</al><al>Tweede lid</al><al>Het tweede lid regelt de bijkomende faciliteiten die het college als onderdeel
                    van de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening kan opnemen. In de wet
                    is geregeld dat een inburgeringsvoorziening ten minste moet bestaan uit:</al><lijst><li nr="•"><al>een cursus die leidt naar het inburgeringsexamen of</al></li><li nr="•"><al>het staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II en</al></li><li nr="•"><al>het minimaal eenmaal kosteloos afleggen van het desbetreffende examen
                            (artikel 19, derde lid en artikel 24a, derde lid, WI)</al></li></lijst><al>Voor asielgerechtigde inburgeringsplichtigen (oud en nieuwkomers) maakt ook
                    maatschappelijke begeleiding verplicht onderdeel uit van de voorziening (artikel
                    19, zesde lid, WI). Wat betreft de bijkomende faciliteiten die het college als
                    onderdeel van de voorziening voor inburgeringsplichtigen kan opnemen, kan worden
                    gedacht aan trajecten die gericht zijn op sociaal maatschappelijke of juridische
                    begeleiding of bijvoorbeeld omgaan met financiën. Participatie in de gemeente
                    kan hier ook een voorbeeld van zijn.</al><al>Derde lid</al><al>Artikel 19, vierde lid, WI en artikel 24a, vierde lid, WI, dragen het college op
                    om ervoor te zorgen dat de voorziening wordt afgestemd op de mogelijkheden van
                    betrokkene tot arbeidsinschakeling. De voorziening dient dus te worden afgestemd
                    op de re-integratievoorziening. Aangezien de re-integratievoorziening in het
                    kader van de uitkeringsverstrekking op grond van socialezekerheidswetten of
                    –regelingen ook door andere partijen dan het college wordt verstrekt, zal het
                    college afspraken maken met de verantwoordelijke uitvoerders van deze
                    socialezekerheidswet of –regeling: het Uitvoeringsinstituut
                    werknemersverzekeringen (UWV), eigenrisicodragers of overheidswetgevers (artikel
                    21 en artikel 24c, WI)</al><al>Vierde lid</al><al>Het inburgeringsexamen bevat ook een praktijkgericht onderdeel, waarin
                    praktische (taal)vaardigheden worden getoetst. Het spreekt voor zich dat bij de
                    samenstelling van de voorziening ook rekening moet worden gehouden met de
                    ontwikkeling van deze vaardigheden. Hierbij zal de inzet van duale trajecten een
                    belangrijke rol spelen.</al><al><vet>Artikel 2.3 De voorziening in de vorm van een persoonlijk
                        inburgeringsbudget (PIB)</vet></al><al>Op grond van de artikelen 19, tweede lid en 24a, tweede lid, WI kan het college
                    een voorziening aanbieden in de vorm van een PIB, als de inburgeraar daarom
                    vraagt. Op grond van het vijfde lid van artikel 19 en het vijfde lid van artikel
                    24a, WI moet de gemeenteraad bij verordening regels vaststellen over de
                    procedure die door het college wordt gevolgd bij het behandelen van verzoeken om
                    een PIB, alsmede welke criteria worden gehanteerd bij het toekennen van een
                    PIB.</al><al>Eerste lid</al><al>In het eerste lid is vastgelegd welke verzoeken van inburgeringsplichtigen voor
                    een PIB worden behandeld. Het belangrijkste criterium voor het toekennen van een
                    PIB is dat reguliere trajecten die door de gemeente zijn ingekocht niet passend
                    zijn.</al><al>Verder gelden de volgende uitgangspunten:</al><lijst><li nr="•"><al>de inburgeraar dient zelf aan te geven dat hij gebruik wil maken van een
                            PIB;</al></li><li nr="•"><al>het traject moet leiden tot een succesvol afgelegd inburgeringsexamen of
                            een van de inburgeringsplicht vrijstellend examen;</al></li><li nr="•"><al>de inburgeraar mag niet al in een ander gemeentelijk inburgeringstraject
                            zitten;</al></li><li nr="•"><al>de aanbieder van de voorziening moet een erkend instituut of
                            re-integratiebedrijf zijn (hierbij wordt aangesloten bij het keurmerk
                            inburgering).</al></li></lijst><al>Tweede lid</al><al>Op grond van artikel 4.27, tweede lid, Besluit inburgering moet het college het
                    voorstel van de inburgeraar tot het volgen van een inburgeringsprogramma of
                    taalkennisvoorziening goedkeuren. Dit voorstel zal in de praktijk worden
                    opgesteld door de aanbieder. Het tweede lid van artikel 2.3 van de verordening
                    geeft aan welke onderdelen er minimaal in het voorstel moeten zijn
                    opgenomen:</al><al>ad a. een trajectplan met bijbehorende tijdspanne en intensiteit van de
                    voorziening;</al><al>ad b. de totale kosten. Deze kosten mogen de norm in het derde lid niet
                    overschrijden en moeten marktconform zijn;</al><al>ad c. de inhoud en frequentie van de rapportage aan de gemeente;</al><al>ad d. de betalingsvoorschriften.</al><al>Derde lid</al><al>Het voorstel moet verder aan de volgende voorwaarden voldoen:</al><al>ad a. de kosten bedragen maximaal € 4.500,-. De opbouw van de kosten moet
                    aansluiten bij de wijze van financiering aan gemeenten vanuit het Rijk, te
                    weten:</al><lijst><li nr="•"><al>20% bij start van de voorziening;</al></li><li nr="•"><al>30% als het traject duaal is;</al></li><li nr="•"><al>50% bij behalen van het inburgeringsexamen of een ander vrijstellend
                            examen.</al></li></lijst><al>Indien een traject niet duaal is, kunnen de kosten dus niet hoger dan € 3.150,-
                    zijn;</al><al>ad b. de voorziening duurt maximaal 3½ jaar. Dit is tevens de maximale
                    wettelijke periode, waarbinnen het examen (voor inburgeringsplichtigen) behaald
                    moet zijn;</al><al>ad c. de voorziening moet worden verzorgd door een aanbieder die voldoet aan het
                    keurmerk inburgeren of door een onderwijsinstelling die onder andere Nederlands
                    taalgericht onderwijs aanbiedt.</al><al>Ook voor werkgevers is het belangrijk dat hun medewerkers inburgeren. Op het
                    moment dat de medewerkers (zowel inburgeringsplichtigen als
                    inburgeringsbehoeftigen) ingeburgerd zijn, hebben ze een bepaald minimum
                    kennisniveau. Ze beheersen de taal, kunnen daardoor communiceren en hebben
                    kennis van Nederlandse normen en waarden. Hierdoor functioneren ze beter op de
                    werkvloer.</al><al>De gemeente Oosterhout hecht daarnaast belang aan een actieve
                    werkgeversbenadering om werkgelegenheid te behouden en te creëren. Om werkgevers
                    te stimuleren om medewerkers te laten inburgeren op de werkvloer is het van
                    belang om maatwerk te kunnen leveren. Hier kan het PIB ook voor ingezet
                    worden.</al><al><vet>Hoofdstuk 3 Procedures voor inburgeringsplichtigen</vet></al><al><vet>Artikel 3.1 De procedure van het doen van een aanbod</vet></al><al>Dit artikel bevat enkele procedurele bepalingen die er voor moeten zorgen dat
                    het doen van een aanbod op zorgvuldige wijze gebeurt.</al><al>Eerste en tweede lid</al><al>In het eerste lid wordt de inburgeringsplichtige opgeroepen voor een
                    intakegesprek. De inburgeringsconsulent zal het kennisniveau en de leerbaarheid
                    van de inburgeringsplichtige toetsen. Aan de hand van de resultaten stelt de
                    inburgeringsconsulent een trajectplan op.</al><al>Het trajectplan zal inhoudelijk dezelfde strekking moeten hebben als de
                    uiteindelijke beschikking (tweede lid).</al><al>Derde lid</al><al>In het derde lid is weergegeven wat conform de wet in ieder geval in de
                    beschikking moet zijn weergegeven.</al><al>Vierde lid</al><al>Dat de inburgeringsplichtige het aanbod niet hoeft te accepteren staat in het
                    vierde lid. De inburgeringsplichtige dient dit binnen 2 weken kenbaar te maken
                    aan het college. Weigert de inburgeringsplichtige het aanbod, dan zal hij
                    zichzelf zelfstandig moeten voorbereiden op het inburgeringsexamen.</al><al>Vijfde lid</al><al>Als de inburgeringsplichtige het aanbod aanvaardt, bevestigt het college dat met
                    een beschikking binnen vier weken na de aanvaarding.</al><al><vet>Artikel 3.2 De inhoud van de beschikking</vet></al><al>De beslissing tot het vaststellen van een voorziening is een besluit ingevolge
                    artikel 1:3, lid 1, Algemene wet bestuursrecht. Dit betekent dat de
                    inburgeringsplichtige de mogelijkheid heeft tegen dit besluit in bezwaar en
                    beroep te gaan. In dit artikel wordt geregeld welke onderwerpen ten minste in de
                    beschikking moeten worden opgenomen.</al><al>ad a. &amp; in de beschikking zullen de toegekende voorziening en de daaraan
                    verbonden rechten en</al><al>ad b. plichten nauwkeurig worden vermeld. De inburgeringsplichtige is verplicht
                    zijn medewerking te verlenen aan de uitvoering van de voorziening (artikel 23,
                    eerste lid, WI). Handhaving hiervan is alleen mogelijk als de verplichtingen van
                    de inburgeringsplichtige duidelijk zijn omschreven en aan de betrokkene kenbaar
                    zijn gemaakt (onder andere door middel van de beschikking);</al><al>ad c. de termijn waarbinnen een inburgeringsplichtige het inburgeringsexamen
                    moet hebben behaald, ligt vast in de wet. Deze termijn bedraagt drieënhalf jaar
                    (artikel 7, eerste lid, WI). In de beschikking hoeft (en kan) alleen melding van
                    deze termijn (de begin- en einddatum) worden gemaakt;</al><al>ad d. bepaalt dat in de beschikking moet worden vastgelegd in hoeveel termijnen
                    de eigen bijdrage kan worden betaald en op welke wijze de betaling plaatsvindt.
                    Er wordt altijd de maximale eigen bijdrage opgelegd;</al><al>ad e. heeft betrekking op beschikkingen voor inburgeringsplichtige oudkomers.
                    Indien het college een voorziening vaststelt voor een oudkomer, dan neemt men in
                    de beschikking ook de dag op, waarop de termijn van handhaving van de
                    inburgeringsplicht ingaat (artikel 22, tweede lid en artikel 26 WI). Binnen
                    drieënhalf jaar ná deze datum moet de betreffende oudkomer het
                    inburgeringsexamen hebben behaald. Het college kan zelf bepalen wanneer de
                    termijn van handhaving van de inburgeringsplicht van start gaat. Het ligt voor
                    de hand deze termijn direct in te laten gaan. Koppeling aan de start van de
                    voorziening is niet nodig omdat de precieze datum waarop de voorziening start
                    niet altijd bekend zal zijn op het moment dat er wordt toegekend.</al><al><vet>Artikel 3.3 Opleggen van verplichtingen</vet></al><al>Dit artikel is de uitwerking van artikel 23, derde lid, WI dat bepaalt dat de
                    gemeenteraad bij verordening regels stelt over de rechten en plichten van de
                    inburgeringsplichtige voor wie een voorziening is vastgesteld. Dit artikel
                    delegeert de bevoegdheid aan het college om de verplichtingen die in het artikel
                    worden genoemd aan inburgeringsplichtigen op te leggen. Het college legt deze
                    verplichtingen in de beschikking vast.</al><al><vet>Artikel 3.4 De inning van de eigen bijdrage</vet></al><al>In de verordening worden regels gesteld die betrekking hebben op de inning van
                    de eigen bijdrage van de inburgeringsplichtige door het college en de
                    mogelijkheid tot het betalen in termijnen (artikel 23, derde lid, WI). De hoogte
                    van de bijdrage is vastgelegd in de wet en bedraagt € 270,-. Dit bedrag kan bij
                    algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd (artikel 23, tweede lid, WI). De
                    eigen bijdrage wordt in beginsel in 10 termijnen betaald. Indien er dringende
                    redenen spelen, kan het college besluiten de eigen bijdrage in maximaal 18
                    termijnen te laten voldoen. Er wordt altijd de maximale eigen bijdrage
                    opgelegd.</al><al>Als de inburgeringsplichtige een uitkering van het UWV ontvangt, kan het college
                    het UWV verzoeken de eigen bijdrage te verrekenen met of in te houden op de
                    hoogte van de uitkering van het UWV (artikel 24, tweede lid, WI). In dit geval
                    int het UWV de eigen bijdrage ten behoeve van de gemeente. Deze wijze van
                    verrekening geschiedt door het UWV en niet door de gemeente en wordt dus niet in
                    deze verordening geregeld.</al><al><vet>Artikel 3.5 Kosten van medisch advies</vet></al><al>In sommige gevallen kan het voorkomen dat de inburgeringsplichtige stelt dat hij
                    of zij niet in staat is om te voldoen aan de inburgeringsplicht. De
                    inburgeringsplichtige dient dit met behulp van een medisch advies aan te tonen.
                    Indien uit het medische advies blijkt dat de inburgeringsplichtige niet aan de
                    inburgeringsplicht kan voldoen, vergoedt het college de kosten van het medisch
                    onderzoek. Het college bepaalt conform artikel 2.8 van het Besluit inburgering
                    waar het medisch advies wordt ingewonnen.</al><al><vet>Hoofdstuk 4 De bestuurlijke boete</vet></al><al><vet>Artikel 4.1 De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                        overtredingen</vet></al><al>Artikel 35 WI draagt de gemeenteraad op bij verordening de hoogte van de
                    bestuurlijke boetes vast te stellen die voor de verschillende overtredingen kan
                    worden opgelegd. In artikel 34 WI zijn voor de verschillende overtredingen de
                    maximum bedragen van de bestuurlijke boete vastgelegd.</al><al>De boetebedragen die in de verordening zijn opgenomen zijn maximumbedragen en
                    geen gefixeerde bedragen. Het college zal bij elke overtreding de bestuurlijke
                    boete moeten afstemmen op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan
                    de overtreder kan worden verweten. Bovendien moet het college daarbij ook,
                    indien nodig, rekening houden met de omstandigheden waaronder de overtreding is
                    gepleegd (artikel 5:46, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht). Deze bepaling
                    brengt met zich mee dat het college bij elke op te leggen bestuurlijke boete zal
                    moeten nagaan welke boete passend is, gelet op de individuele omstandigheden van
                    de inburgeringsplichtige.</al><al>In het kader van een uitvoering van een gecombineerde re-integratie- en
                    inburgeringsvoorziening kan het voorkomen dat dezelfde gedraging (bijvoorbeeld
                    het niet voldoen aan een oproep om te verschijnen en gegevens te verstrekken)
                    zowel aanleiding kan zijn voor het opleggen van een bestuurlijke boete als voor
                    het verlagen van de bijstand (een maatregel op grond van artikel 18, tweede lid,
                    Wet werk en bijstand) of het opleggen van een boete of maatregel op grond van
                    een andere socialezekerheidswet of –regeling. Artikel 37 WI bevat een regeling
                    voor deze samenloop. In dit artikel wordt bepaald dat het college in dat geval
                    géén bestuurlijke boete kan opleggen.</al><al>Eerste, tweede en derde lid</al><al>De maximale boetes bedragen voor het niet meewerken aan het onderzoek of het
                    niet meewerken aan de uitvoering van de voorziening € 200,-. De maximale boete
                    voor het niet behalen van het examen binnen de gestelde termijn bedraagt €
                    500,-.</al><al>Voor de afweging die aan de boete ten grondslag ligt, de bepaling van de hoogte
                    van de boete en de wijze waarop de boete plaatsvindt wordt aansluiting gezocht
                    bij de Afstemmingsverordening Sociale Zekerheid 2010, gemeente Oosterhout.</al><al><vet>Artikel 4.2 Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de
                        overtreding</vet></al><al>Dit artikel biedt het college de mogelijkheid om bij herhaling van de
                    overtreding een hogere boete op te leggen dan, dan op grond van artikel 4.1
                    mogelijk is. De verhoogde boetebedragen ingeval van herhaling van de overtreding
                    mogen uiteraard niet hoger zijn dan de maximumbedragen die zijn opgenomen in
                    artikel 34 WI.</al><al>Om te kunnen spreken van een herhaling moet dezelfde overtreding zich wel binnen
                    een bepaald tijdspanne voordoen. De gemeente Oosterhout hanteert een tijdspanne
                    van 12 maanden.</al><al>Eerste lid</al><al>Als de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de overtreding
                    genoemd in artikel 4.1, lid 1, van de verordening opnieuw schuldig maakt aan
                    dezelfde overtreding wordt deze beboet. De boete bedraagt maximaal € 250,-.</al><al>Tweede lid</al><al>Als de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de overtreding
                    genoemd in artikel 4.1, lid 2, van de verordening opnieuw schuldig maakt aan
                    dezelfde overtreding wordt deze beboet. De boete bedraagt maximaal € 500,-.</al><al>Derde lid</al><al>Als de inburgeringsplichtige niet binnen de voor hem geldende termijn het
                    inburgeringsexamen heeft behaald, dan legt het college hem een bestuurlijke
                    boete op. De maximumboete die kan worden opgelegd, is neergelegd in artikel 4.1,
                    derde lid, van de verordening (€ 500,-).</al><al>Op grond van de artikelen 32 en 33 WI moet het college in de boetebeschikking
                    een nieuwe termijn vaststellen waarbinnen de inburgeringsplichtige alsnog het
                    inburgeringsexamen moet behalen. Als de inburgeringsplichtige ook binnen deze
                    nieuwe termijn het inburgeringsexamen niet heeft behaald, maakt het derde lid
                    van artikel 4.2 het mogelijk dat het college een hogere boete (maximaal €
                    1.000,-) vaststelt.</al><al><vet>Hoofdstuk 5 Procedures voor vrijwillige inburgeraars</vet></al><al><vet>Artikel 5.1 De inhoud van de overeenkomst</vet></al><al>In dit artikel zijn de rechten en plichten neergelegd die het college kan
                    opnemen in de overeenkomst met een vrijwillige inburgeraar. Het gaat om dezelfde
                    verplichtingen die het college kan opnemen in de beschikking waarmee een
                    voorziening voor een inburgeringspichtige wordt vastgesteld (artikel 3.2 van
                    deze verordening).</al><al><vet>Artikel 5.2 Opleggen van verplichtingen</vet></al><al>In dit artikel zijn de verplichtingen opgenomen die het college kan opnemen in
                    een overeenkomst met een vrijwillige inburgeraar. Het gaat om dezelfde
                    verplichtingen die het college kan opnemen in de beschikking waarmee een
                    voorziening voor een inburgeringsplichtige wordt vastgesteld (artikel 3.3 van
                    deze verordening).</al><al><vet>Artikel 5.3 De inning van de eigen bijdrage</vet></al><al>Op grond van artikel 24e, WI is de vrijwillige inburgeraar met wie een
                    inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening is overeengekomen een eigen
                    bijdrage verschuldigd. De hoogte hiervan is geregeld in artikel 23, tweede lid,
                    WI. Artikel 24f, WI, bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening regels stelt
                    over de eventuele inning van de eigen bijdrage door het college en de
                    mogelijkheid van betaling in termijnen. Artikel 5.3 van deze verordening is de
                    uitwerking van deze verplichting. De eigen bijdrage wordt in beginsel in 10
                    termijnen betaald. Indien er dringende redenen spelen, kan het college besluiten
                    de eigen bijdrage in maximaal 18 termijnen te laten voldoen. Er wordt altijd de
                    maximale eigen bijdrage opgelegd.</al><al><vet>Artikel 5.4 Het vaststellen van de identiteit van de vrijwillige
                        inburgeraar</vet></al><al>Artikel 24f WI draagt de gemeenteraad op om bij verordening regels op te stellen
                    over het vaststellen van de identiteit van een vrijwillige inburgeraar. In
                    artikel 5.4 is deze opdracht uitgewerkt. Dit artikel is gelijk aan artikel 27
                    WI, waarin is geregeld op welke wijze het college de identiteit van een
                    inburgeringsplichtige vaststelt.</al><al><vet>Hoofdstuk 6 Slotbepalingen</vet></al><al><vet>Artikel 6.1 Intrekking</vet></al><al>De bestaande verordening wordt op de dag dat de nieuwe verordening inwerking
                    treedt ingetrokken.</al><al><vet>Artikel 6.2 Inwerkingtreding</vet></al><al>De verordening treedt in werking met ingang van 1 november 2010 en werkt terug
                    tot 1 januari 2010 en sluit daarmee aan op de wetswijziging welke per 1 januari
                    2010 is gepubliceerd.</al><al><vet>Artikel 6.3 Citeertitel</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al>[1] Informatie- en Servicecentrum</al><al>Terug naar de verwijzing naar voetnoot [1]; in de
                        tekst</al><al>Terug naar de verwijzing naar voetnoot [2] in de
                        tekst</al><al>Terug naar de verwijzing naar voetnoot [3] in de
                        tekst</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>