<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR604892_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrecht 2018</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hulst</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-11-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hulst</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2017-224939">gmb-2017-224939</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening reinigingsheffingen 2018</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=229&amp;g=2017-07-01">artikel 229 van de Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0003245&amp;artikel=15.33&amp;g=2017-08-30">artikel 15.33 van de Wet milieubeheer</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2017-12-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RA/17.0134</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrecht 2018</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Hulst;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 14 november 2017;</al><al/><al>gelet op <extref doc="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416&amp;titeldeel=IV&amp;hoofdstuk=XV&amp;paragraaf=3&amp;artikel=229&amp;z=2017-07-01&amp;g=2017-07-01">artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&amp;hoofdstuk=15&amp;titeldeel=15.9&amp;artikel=15.33&amp;z=2017-08-30&amp;g=2017-08-30">artikel 15.33 van de Wet milieubeheer</extref>;</al></preambule><afkondiging><al><vet>BESLUIT:</vet></al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al><vet>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrecht 2018</vet></al><al>(Verordening reinigingsheffingen 2018)</al><al/></afkondiging></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel> Algemene Bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepaling</titel></kop><al>Krachtens deze verordening worden geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een afvalstoffenheffing;</al></li><li nr="b."><al>reinigingsrechten</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>‘gebruik maken’ in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 <extref doc="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&amp;z=2017-08-30&amp;g=2017-08-30">Wet milieubeheer</extref>;</al></li><li nr="b."><al>huishoudelijke afvalstoffen:</al><lijst><li nr="I."><al>afvalstoffen van een particuliere huishouding, aangeboden in een rolemmer van een door het college van burgemeester en wethouders voorgeschreven model;</al></li><li nr="II."><al>afvalstoffen van een particuliere huishouding, met toestemming van het college van burgemeester en wethouders aangeboden op een andere wijze dan genoemd in onderdeel a;</al></li><li nr="III."><al>grof huisvuil, dat zich niet leent voor aanbieding in een rolemmer, aan te bieden op afroep;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>bedrijfsafvalstoffen:</al><lijst><li nr="I."><al>afvalstoffen afkomstig van bedrijven en instellingen, aangeboden in een rolemmer van een door het college van burgemeester en wethouders voorgeschreven model;</al></li><li nr="II."><al>grof bedrijfsafval; afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II </nr><titel>Afvalstoffenheffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><lid><lidnr> 1. </lidnr><al>Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&amp;z=2017-08-30&amp;g=2017-08-30">Wet milieubeheer</extref> (Stb. 1994, 80).</al></lid><lid><lidnr> 2. </lidnr><al>De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&amp;z=2017-08-30&amp;g=2017-08-30">Wet Milieubeheer</extref> een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&amp;z=2017-08-30&amp;g=2017-08-30">Wet milieubeheer</extref> een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeelt al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van het perceel;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte ten gebruik heeft afgestaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing en tarief</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk I van de bij deze verordening behorende tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Tijdstip beoordeling omstandigheden</titel></kop><lid><lidnr> 1. </lidnr><al>Voor de bepaling van het aantal personen dat op een perceel is gehuisvest bedoeld in de tarieventabel onder I, gelden de omstandigheden die bij de aanvang van het belastingjaar aanwezig zijn.</al></lid><lid><lidnr> 2. </lidnr><al>Indien de belastingplicht na de aanvang van het belastingjaar ontstaat, gelden voor de bepaling van het aantal personen bedoeld in het eerste lid en in zoverre in afwijking van dat lid, de omstandigheden, die bij de aanvang van de belastingplicht aanwezig zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr> 1. </lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht in de loop van het jaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr> 3. </lidnr><al>Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr> 1. </lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&amp;z=2017-09-01&amp;g=2017-09-01">Invorderingswet 1990</extref> moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, in het geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is dan € 10.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening nog maanden in het kalenderjaar waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande, dat het aantal termijnen tenminste vier en ten hoogste negen bedraagt. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De <extref doc="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002448&amp;z=2010-10-10&amp;g=2010-10-10">Algemene termijnenwet </extref>is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III </nr><titel>Reinigingsrechten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam ‘reinigingsrechten’ worden rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Heffingsmaatstaf en tarief</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk II van de bij deze verordening behorende tarieventabel. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Wijze van heffing </titel></kop><al>De rechten worden geheven bij wege van aanslag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang </titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten bedoeld in de tarieventabel zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr> 1. </lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&amp;z=2017-09-01&amp;g=2017-09-01">Invorderingswet 1990</extref> moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, in het geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is dan € 10.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening nog maanden in het kalenderjaar waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande, dat het aantal termijnen tenminste vier en ten hoogste negen bedraagt. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr> 3. </lidnr><al>De <extref doc="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002448&amp;z=2010-10-10&amp;g=2010-10-10">Algemene termijnenwet </extref>is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Aanvullende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de reinigingsrechten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van reinigingsrecht wordt geen kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De “Verordening reinigingsheffingen 2017” en de daarbij behorende tarieventabel, vastgesteld bij besluit van de raad van 10 november 2016, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voordien hebben voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2018.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2018.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening reinigingsheffingen 2018". </al><al/></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><gegeven><dagtekening><datum isodatum="2017-12-14">Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 14 december 2017. </datum></dagtekening></gegeven><ondertekening><deze>De gemeenteraad van de gemeente Hulst,</deze><functie>De Raadsgriffier,</functie></ondertekening><ondertekening><functie>De Raadsvoorzitter,</functie></ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Tarieventabel verordening reinigingsheffingen 2018</titel></kop><al/><al>De bedragen genoemd in deze tabel zijn inclusief omzetbelasting indien deze verschuldigd is.</al><al/><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA" colwidth="4*"/><colspec colname="colB" colwidth="81*"/><colspec colname="colC" colwidth="15*"/><tbody><row><entry namest="colA" nameend="colC"><al><vet><onderstreept>I. AFVALSTOFFENHEFFING</onderstreept><onderstreept>: </onderstreept></vet></al></entry></row><row><entry namest="colA" nameend="colC"><al>Het tarief van de afvalstoffenheffing (huishoudelijke afvalstoffen) bedraagt per perceel per belastingjaar:</al></entry></row><row><entry namest="colA" nameend="colC"><al>A. indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door </al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al>1. één persoon</al></entry><entry><al>€ 217,00</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al>2. twee personen</al></entry><entry><al>€ 249,00</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al>3. meer dan twee personen</al></entry><entry><al>€ 290,00</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry namest="colA" nameend="colC"><al>B. de belasting als bedoeld in onderdeel I. A wordt vermeerderd voor het op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij de aanvang van de belastingplicht in bruikleen hebben van:</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al>1. een extra grijze rolemmer, per rolemmer</al></entry><entry><al>€ 290,00</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al>2. een extra groene rolemmer, per rolemmer</al></entry><entry><al>€ 10,00</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al>3. een extra blauwe rolemmer, per rolemmer met een maximum van twee rolemmers per perceel</al></entry><entry><al>€ 40,00</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al/></entry><entry><al/></entry></row><row><entry namest="colA" nameend="colC"><al><onderstreept><vet>II. REINIGINGSRECHT:</vet></onderstreept></al></entry></row><row><entry namest="colA" nameend="colC"><al>Het tarief van de reinigingsrechten (bedrijfsafvalstoffen) bedraagt:</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al>A. per perceel per belastingjaar:</al></entry><entry><al>€ 421,00</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al>B. per extra rolemmer boven het aantal van twee (zijnde een grijze en groene rolemmer):</al></entry><entry><al>€ 421,00</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><bijlage-sluiting><gegeven><dagtekening><datum isodatum="2017-12-14">Behoort bij raadsbesluit van 14 december 2017,</datum></dagtekening></gegeven><ondertekening><functie>De Raadsgriffier,</functie></ondertekening></bijlage-sluiting></bijlage></regeling></body></cvdr>