<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR604436_1</dcterms:identifier><dcterms:title>VERORDENING TOERISTENBELASTING 2018</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Binnenmaas</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Binnenmaas</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2017-219873">gmb-2017-219873</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Toeristenbelasting 2018</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=224&amp;g=2017-07-01">artikel 224 van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2017-12-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-12-30</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>A-Interne stukken - 17433</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Z17/34111</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING TOERISTENBELASTING 2018</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Binnenmaas;</al><al/><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 14 november 2017;</al><al/><al>gelet op <extref doc="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416&amp;titeldeel=IV&amp;hoofdstuk=XV&amp;paragraaf=3&amp;artikel=224&amp;z=2017-07-01&amp;g=2017-07-01">artikel 224 van de Gemeentewet</extref>;</al></preambule><afkondiging><al>besluit</al><al/><al>vast te stellen de</al><al/><al>Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2018 </al></afkondiging></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam toeristenbelasting wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf, als bedoeld in artikel 1.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De belasting wordt niet geheven voor het verblijf:</al><lijst><li nr="1."><al>van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018906&amp;z=2017-07-01&amp;g=2017-07-01">artikel 5, eerste lid, van de Wet Toegelaten Zorginstellingen</extref>;</al></li><li nr="2."><al>van een vreemdeling als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&amp;hoofdstuk=3&amp;afdeling=4&amp;paragraaf=1&amp;artikel=29&amp;z=2017-10-01&amp;g=2017-10-01">artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000</extref>, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&amp;hoofdstuk=3&amp;afdeling=1&amp;artikel=8&amp;z=2017-10-01&amp;g=2017-10-01">artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet</extref>, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers;</al></li><li nr="3."><al>van degene die verblijf houdt in een gemeubileerde woning voor welk verblijf forensenbelasting is verschuldigd; </al></li><li nr="4."><al>op vaartuigen voor welk verblijf watertoeristenbelasting is verschuldigd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen, vermenigvuldigd met het aantal nachten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan dan wel enig ander onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of een gedeelte daarvan, voorzover geen bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779&amp;hoofdstuk=2&amp;paragraaf=2.1&amp;artikel=2.1&amp;z=2016-07-01&amp;g=2016-07-01">artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</extref> is vereist; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;</al></li><li nr="b."><al>kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en volgens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen;</al></li><li nr="c."><al>vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de plaatsing van eenzelfde kampeermiddel gedurende een seizoen of een jaar;</al></li><li nr="d."><al>volgtijdige standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de volgtijdige plaatsing van verschillende kampeermiddelen;</al></li><li nr="e."><al>woning: een huis, een naar aard en inrichting vergelijkbaar ander onderkomen of een deel van een huis of een vergelijkbaar onderkomen;</al></li><li nr="f."><al>vakantieonderkomens: woningen en andere verblijven, niet zijnde kampeermiddelen, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden</al></li><li nr="g."><al>niet beroepsmatig verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven, of gedeelten daarvan, niet zijnde kampeermiddelen; </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De heffingsmaatstaf voor kampeermiddelen op vaste standplaatsen wordt als volgt berekend:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal overnachtende personen wordt gesteld op het aantal slaapplaatsen, waarbij het aantal slaapplaatsen wordt gesteld op: </al><lijst><li nr="•"><al>2 indien het aantal slaapplaatsen 3 of minder bedraagt; </al></li><li nr="•"><al>3 indien het aantal slaapplaatsen meer dan 3 bedraag.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>het aantal overnachtingen per jaar wordt gesteld op 80;</al></li><li nr="c."><al>het aantal overnachtingen per jaar wordt gesteld op 50, indien de kampeermiddelen slechts mogen worden gebruikt gedurende de periode van 1 april tot en met 30 september;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het tweede lid wordt, op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedaan verzoek, de heffingsgrondslag vastgesteld op het werkelijke aantal overnachtingen, indien blijkt dat dit aantal lager is, dan het aantal dat is berekend op grond van de in deze leden opgenomen forfaits.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarief</titel></kop><al>Het tarief bedraagt per overnachting € 0,75.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Aanslaggrens</titel></kop><al>Geen belastingaanslag wordt opgelegd indien het aantal overnachtingen, waartoe gelegenheid wordt of is gegeven, gedurende het belastingjaar minder dan tien (10) zal of heeft belopen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van <extref doc="http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&amp;hoofdstuk=II&amp;artikel=9&amp;z=2017-09-01&amp;g=2017-09-01">artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990</extref>, moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk drie maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de toeristenbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ‘Verordening toeristenbelasting 2017’ wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2018.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening toeristenbelasting 2018’.</al></lid><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><gegeven><dagtekening><datum isodatum="2017-12-21">Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Binnenmaas van 21 december 2017 </datum></dagtekening></gegeven><ondertekening><functie>De griffier, </functie><naam><voornaam>drs. M.J.W.</voornaam><achternaam>Tobeas</achternaam></naam></ondertekening><ondertekening><functie> De voorzitter, </functie><naam><voornaam> mr. drs. A.J.</voornaam><achternaam>Borgdorff</achternaam></naam></ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>