<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR60322_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Erfgoedverordening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Woudrichem</dcterms:creator><dcterms:modified>2012-09-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Woudrichem</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Altena Nieuws 3 mei 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Erfgoedverordening gemeente Woudrichem 2012</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.wetten.nl">Gemeentewet, art. 168</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.wetten.nl">Monumentenwet 1988, art. 12</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.wetten.nl">Monumentenwet 1988, art. 15</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-03-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-05-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-15</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe verordening</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>raadsbesluit 27 maart 2012</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Erfgoedverordening</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Woudrichem;</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 14 februari 2012,
                        aangaande archeologiebeleid en erfgoedverordening</al><al>gehoord het advies van de opiniërende vergadering d.d. 6 maart 2012</al><al>besluit vast te stellen de volgende:</al><al>Erfgoedverordening</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Erfgoedverordening</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel/></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="1."><al>Monument:</al><lijst><li nr="1."><al>onroerende zaak die van algemeen belang is wegens zijn
                                            schoonheid, betekenis voor de wetenschap of
                                            cultuurhistorische waarde;</al></li><li nr="2."><al>terrein dat van algemeen belang is wegens een daar
                                            aanwezige zaak als bedoeld onder 1.1.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Archeologisch verwachtingsgebied: terrein dat in overeenstemming
                                    met de bepalingen van deze verordening is aangewezen vanwege
                                    zijn betekenis voor de gemeentelijke archeologische
                                    monumentenzorg en geregistreerd is op de gemeentelijke
                                    archeologische beleidskaart.</al></li><li nr="3."><al>Bodemarchief: alle informatie die in de bodem ligt opgeslagen en
                                    daarin terecht is gekomen door activiteiten van mensen en door
                                    natuurlijke processen.</al></li><li nr="4."><al>Gemeentelijke archeologische beleidskaart: kaart met een
                                    ruimtelijke presentatie van de gemeentelijke archeologische
                                    verwachtingsgebieden en het te voeren beleid, vastgesteld door
                                    het bevoegd gezag.</al></li><li nr="5."><al>Beschermd monument: beschermd monument als bedoeld in artikel
                                    1.1, eerste lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
                                    (beschermd rijksmonument).</al></li><li nr="6."><al>Beschermd gemeentelijk monument: monument als bedoeld in artikel
                                    1 sub 1 dat in overeenstemming met de bepalingen van deze
                                    verordening is aangewezen en geregistreerd als gemeentelijk
                                    monument.</al></li><li nr="7."><al>Gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn
                                    geregistreerd de overeenkomstig de bepalingen in deze
                                    verordening als beschermd gemeentelijk monument aangewezen zaken
                                    en terreinen.</al></li><li nr="8."><al>Gemeentelijk cultuurhistorisch waardevol object: onroerend
                                    cultuurhistorisch waardevol object of terrein dat qua schoonheid
                                    en vanwege het stedenbouwkundig-, architectonisch-, en / of
                                    landschappelijk beeld van algemeen belang is.</al></li><li nr="9."><al>Beschermd gemeentelijk cultuurhistorisch waardevol object:
                                    object als bedoeld in artikel 1 sub 8 dat in overeenstemming met
                                    de bepalingen van deze verordening is aangewezen en
                                    geregistreerd als beschermd gemeentelijk cultuurhistorisch
                                    waardevol object. </al></li><li nr="10."><al>Lijst van gemeentelijke cultuurhistorisch waardevolle objecten:
                                    de lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig de
                                    bepalingen in deze verordening als gemeentelijk
                                    cultuurhistorisch waardevolle aangewezen objecten en
                                    terreinen.</al></li><li nr="11."><al>Beeldkwaliteitsplan: een plan opgesteld als aanvulling op het
                                    ruimtelijk plan, dat zich doorgaans vooral richt op functionele
                                    kwaliteiten en dat de na te streven beeldkwaliteit
                                    beschrijft.</al></li><li nr="12."><al>Beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht: groepen van
                                    onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens hun
                                    schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang
                                    dan wel hun wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde die
                                    in overeenstemming met de bepalingen van deze verordening zijn
                                    aangewezen en geregistreerd als gemeentelijk stads-of
                                    dorpsgezicht.. </al></li><li nr="13."><al>Lijst van beschermde stads- of dorpsgezichten: de lijst waarop
                                    zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als
                                    beschermd gemeentelijk stads- en dorpsgezicht aangewezen
                                    gebieden.</al></li><li nr="14."><al>Kerkelijk monument: monument, dat eigendom is van een
                                    kerkgenootschap, kerkelijke gemeente of parochie of van een
                                    kerkelijke instelling en dat tevens uitsluitend of voor een
                                    overwegend deel wordt gebruikt voor de uitoefening van de
                                    eredienst.</al></li><li nr="15."><al>Gemeentelijke cultuurhistorische beleidskaart: kaart met een
                                    ruimtelijke presentatie van de gemeentelijke cultuurhistorisch
                                    waardevolle gebieden en het te voeren beleid, vastgesteld door
                                    het bevoegd gezag;</al></li><li nr="16."><al>AMK: Archeologische Monumentenkaart.</al></li><li nr="17."><al>AMZ-proces: Archeologische Monumentenzorg, de ruimtelijke
                                    procedure voor archeologisch onderzoek die gekoppeld is aan de
                                    wet op de Archeologische Monumentenzorg 2007.</al></li><li nr="18."><al>Terrein van archeologische waarde (AMK beschermd): gebied of
                                    terrein dat zich bevindt in de zone die op de gemeentelijke
                                    archeologische beleidskaart van de gemeente Woudrichem is
                                    aangeduid als categorie 1 en waar archeologische waarden, door
                                    onderzoek en/of in combinatie met andere bronnen zijn
                                    aangetoond, die als behoudenswaardig kunnen worden
                                    gekarakteriseerd.</al></li><li nr="19."><al>Terrein van archeologische waarde (terrein onbeschermd en
                                    historische kern): gebied of terrein dat zich bevindt in de zone
                                    die op de gemeentelijke archeologische beleidskaart van de
                                    gemeente Woudrichem is aangeduid als categorie 2 en waar
                                    archeologische waarden, door onderzoek en/of in combinatie met
                                    andere bronnen zijn aangetoond, die als behoudenswaardig kunnen
                                    worden gekarakteriseerd.</al></li><li nr="20."><al>Archeologische vindplaats: is een zone met een straal van 50 m
                                    waarin de aanwezigheid van archeologische resten is vastgesteld,
                                    die op de gemeentelijke archeologische beleidskaart van de
                                    gemeente Woudrichem is aangeduid als categorie 3.</al></li><li nr="21."><al>Onbekende archeologische verwachting: gebied of terrein waarvoor
                                    een onbekende archeologische verwachting geldt waar ontgronding
                                    heeft plaatsgevonden. Waar onvoldoende gegevens bekend zijn om
                                    te bepalen in hoeverre zich beneden de ontgronding nog
                                    archeologische resten kunnen bevinden en die op de gemeentelijke
                                    archeologische beleidskaart van de gemeente Woudrichem is
                                    aangeduid als categorie 3.</al></li><li nr="22."><al>Verdronken nederzetting: een gebied of terrein waarin een
                                    verdronken dorp zich zou kunnen bevinden, waarvan de
                                    daadwerkelijke begrenzing niet onomstotelijk vaststaat en die op
                                    de gemeentelijke archeologische beleidskaart van de gemeente
                                    Woudrichem is aangeduid als categorie 3</al></li><li nr="23."><al>Hoge archeologische verwachting: gebied of terrein dat zich
                                    bevindt in de zone die op de gemeentelijke archeologische
                                    beleidskaart van de gemeente Woudrichem is aangeduid als
                                    categorie 3 en waarvan op basis van historische, geologische en
                                    of bodemkundige opbouw, een hoge dichtheid aan archeologische
                                    sporen/vindplaatsen wordt verwacht.</al></li><li nr="24."><al>Middelhoge verwachting: gebied of terrein dat zich bevindt in de
                                    zone die op de gemeentelijke archeologische beleidskaart van de
                                    gemeente Woudrichem is aangeduid als categorie 3 en waarvan op
                                    basis van historische, geologische en of bodemkundige opbouw,
                                    een middelhoge dichtheid aan archeologische sporen/vindplaatsen
                                    wordt verwacht.</al></li><li nr="25."><al>Gebied met lage archeologische verwachting: gebied of terrein
                                    dat zich bevindt in de zone die op de gemeentelijke
                                    archeologische beleidskaart van de gemeente Woudrichem is
                                    aangeduid als categorie 4 en waar uitsluitend komafzettingen
                                    voorkomen waarin geen locatiegebonden archeologische resten
                                    worden verwacht.</al></li><li nr="26."><al>Afgerond AMZ-proces: gebied of terrein dat zich bevindt in de
                                    zone die op de gemeentelijke archeologische beleidskaart van de
                                    gemeente Woudrichem is aangeduid als categorie 5 waar de
                                    archeologische monumentenzorg doorlopen en afgerond is.</al></li><li nr="27."><al>Lopend AMZ-proces: gebied of terrein dat zich bevindt in de zone
                                    die op de gemeentelijke archeologische beleidskaart van de
                                    gemeente Woudrichem is aangeduid als categorie 6 waar de
                                    archeologische monumentenzorg nog loopt en waar vervolgonderzoek
                                    nog noodzakelijk is.</al></li><li nr="28."><al>Archeologisch vooronderzoek: in schriftelijke rapportage
                                    vastgelegd inventariserend onderzoek naar de geschiedenis en de
                                    archeologische waarden van een locatie in overeenstemming met de
                                    Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, in de vorm van
                                    archeologisch bureauonderzoek of inventariserend
                                    veldonderzoek.</al></li><li nr="29."><al>Archeologisch bureauonderzoek: vorm van archeologisch onderzoek
                                    waarbij de aan- of afwezigheid, het karakter en de omvang, de
                                    gaafheid, de conservering en de relatieve kwaliteit van
                                    archeologische waarden worden bepaald aan de hand van bestaande
                                    bronnen over archeologische waarden die voor een bepaald gebied
                                    al bekend zijn of worden verwacht.</al></li><li nr="30."><al>Inventariserend veldonderzoek (IVO): vorm van onderzoek waarbij
                                    extra informatie wordt verworven om het gespecificeerde
                                    verwachtingsmodel dat op het archeologische bureauonderzoek is
                                    gebaseerd aan te vullen en te toetsen door middel van
                                    waarnemingen in het veld.</al></li><li nr="31."><al>Archeologische begeleiding: vorm van onderzoek waarbij de
                                    uitvoering van niet-archeologische werkzaamheden door een
                                    archeoloog wordt begeleid.</al></li><li nr="32."><al>Plan van Aanpak: Een door de opdrachtnemer op te stellen plan
                                    voor de uit te voeren werken waarmee beoogd wordt aan de
                                    vereisten zoals geformuleerd in het Programma van Eisen te
                                    voldoen met een voorstel voor de werkwijze waarmee de in het
                                    Programma van Eisen geformuleerde resultaatsverwachtingen
                                    bereikt kunnen worden. </al></li><li nr="33."><al>Programma van Eisen: het Programma van Eisen (PvE) is een door
                                    het bevoegd gezag opgesteld of bekrachtigd document dat de
                                    probleem- en doelstelling van de te verrichten werkzaamheden van
                                    de vindplaats geeft en de daaruit af te leiden eisen formuleert
                                    met betrekking tot het uit te voeren werk.</al></li><li nr="34."><al>Bodemingreep: alle grondwerkzaamheden/ activiteiten die een
                                    effect hebben op het voortbestaan van archeologische waarden in
                                    situ, ook wel bodemverstoring genoemd.</al></li><li nr="35."><al>Bouwhistorisch onderzoek: onderzoek, in een schriftelijke
                                    rapportage vastgelegd, naar de bouwgeschiedenis, de
                                    bouwhistorische kwaliteit en de monumentale waarde van een
                                    monument.</al></li><li nr="36."><al>Monumentencommissie: de door het college van Burgemeester en
                                    Wethouders (op basis van art.15 Monumentenwet 1988) ingestelde
                                    commissie of aangewezen instantie, die als taak heeft het
                                    college van Burgemeester en Wethouders op verzoek of uit eigen
                                    beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet
                                    1988, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de
                                    Erfgoedverordening en andere beleidsterreinen met betrekking tot
                                    monumenten, cultuurhistorisch waardevolle objecten en beschermde
                                    stads- en dorpsgezichten.</al></li><li nr="37."><al>Vergunninghoudende partij: een dienst, bedrijf of instelling,
                                    erkend door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) en
                                    werkend volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.</al></li><li nr="38."><al>Deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg:
                                    een door het college van Burgemeester en Wethouders aan te
                                    wijzen deskundige, die als taak heeft het college van
                                    Burgemeester en Wethouders op verzoek of uit eigen beweging te
                                    adviseren over de toepassing van de Monumentenwet 1988, de Wet
                                    algemene bepalingen omgevingsrecht, de Erfgoedverordening en
                                    andere beleidsterreinen met betrekking tot gemeentelijke
                                    archeologische monumentenzorg.</al></li><li nr="39."><al>Bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste
                                    lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. </al></li><li nr="40."><al>Vergunning: een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1,
                                    eerste lid, of 2.2 van de Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht.</al></li><li nr="41."><al>Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li><li nr="42."><al>Redengevende beschrijving: de motivering van het besluit om een
                                    object of terrein te beschermen als monument of als beschermd
                                    cultuurhistorisch waardevol object.</al></li><li nr="43."><al>College: college van Burgemeester en Wethouders.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Aanwijzing gemeentelijke monumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Het gebruik van het monument</titel></kop><al>Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het
                            gebruik van het monument.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>De aanwijzing tot gemeentelijk monument</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een
                                monument aanwijzen als gemeentelijk monument.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De aanwijzing wordt gebaseerd op een redengevende
                                monumentbeschrijving aan de hand van selectiecriteria die door het
                                college zijn vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Voordat het college een kerkelijk monument aanwijst, voert het
                                tevens overleg met de eigenaar.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Degenen die in de kadastrale registratie als eigenaar of beperkt
                                gerechtigde staan vermeld, de hypothecaire schuldeisers en - als om
                                de aanwijzing is verzocht - de verzoeker worden in de gelegenheid
                                gesteld te worden gehoord.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een monument de
                                kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als gemeentelijk
                                monument ontvangt, tot het moment dat de registratie als bedoeld in
                                artikel 6 plaats heeft of vaststaat dat het monument niet wordt
                                aangewezen, zijn de artikelen 9 tot en met 13 bij wijze van
                                voorbescherming van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Het college kan bepalen dat ten behoeve van de aanwijzing van een
                                monument als gemeentelijk monument een bouwhistorisch,
                                cultuurhistorisch en/of archeologisch onderzoek wordt verricht.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>De aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument kan geen object
                                betreffen dat onherroepelijk is aangewezen op grond van artikel 3
                                van de Monumentenwet 1988.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Termijn van advies en Aanwijzingsbesluit</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen acht weken na
                                ontvangst van het verzoek van het college. In spoedeisende gevallen
                                kan het vragen van dit advies, met relevante onderbouwing,
                                achterwege blijven.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan de adviestermijn van acht weken met ten hoogste zes
                                weken verlengen, mits zij de aanvrager daarvan tijdig in kennis
                                stelt.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college beslist binnen twaalf weken na ontvangst van het advies
                                van de monumentencommissie.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>het college kan de in lid 3 bedoelde beslissing, onder opgaaf van
                                reden, eenmaal voor ten hoogste vier weken verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Mededeling van de aanwijzing</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De aanwijzing als bedoeld in artikel 3 wordt medegedeeld aan
                                degenen, die in de kadastrale registratie als eigenaar of beperkt
                                gerechtigde staan vermeld, aan de ingeschreven hypothecaire
                                schuldeisers en, indien om aanwijzing is verzocht, aan de
                                verzoeker.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college brengt de raad in kennis van het besluit over de
                                aanwijzing van een gemeentelijk monument.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college registreert het gemeentelijke monument op de
                                gemeentelijke monumentenlijst.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De registratie van een gemeentelijk monument op de gemeentelijke
                                monumentenlijst omvat:</al><lijst><li nr="•"><al>de plaatselijke aanduiding;</al></li><li nr="•"><al>de datum van de aanwijzing;</al></li><li nr="•"><al>de kadastrale aanduiding;</al></li><li nr="•"><al>de tenaamstelling en</al></li><li nr="•"><al>een beschrijving van het monument.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien een deel van een onroerende zaak beschermingswaardig is,
                                beperkt de bescherming en registratie zich tot dat specifieke deel.
                                In de beschrijving dient dit tot uitdrukking te komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijzigen van de aanwijzing</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college kan de aanwijzing ambtshalve of op aanvraag van een
                                belanghebbende wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Artikel 3, lid 2, 3, 4, 5, 6 en 7 evenals artikel 4 en 5 zijn van
                                overeenkomstige toepassing op de wijziging.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien de wijziging naar het oordeel van het college van
                                ondergeschikte betekenis is, kan het in lid 2 gestelde achterwege
                                blijven.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De ﻿inhoud en de datum van wijziging worden aangetekend op de
                                gemeentelijke monumentenlijst.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De wijziging van de aanwijzing wordt medegedeeld aan degenen die in
                                de kadastrale registratie als eigenaar of beperkt gerechtigde staan
                                vermeld en aan de ingeschreven hypothecaire schuldeisers</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Intrekken van de aanwijzing</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien het college voornemens is de aanwijzing in te trekken zijn
                                artikel 3, lid 2, 3, 4, 5, 6 en 7 evenals artikel 4 en 5 van
                                overeenkomstige toepassing op de intrekking.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien toepassing
                                wordt gegeven aan artikel 3 van de Monumentenwet 1988.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst
                                geregistreerd.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De intrekking van de aanwijzing wordt medegedeeld aan degenen die in
                                de kadastrale registratie als eigenaar en / of beperkt gerechtigde
                                staan vermeld en aan de ingeschreven hypothecaire schuldeisers.</al><al/></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Instandhouding van beschermde gemeentelijke monumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Instandhoudingsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1,
                                onder 1, sub 1 en sub 2, te beschadigen of te vernielen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is verboden zonder een vergunning van het bevoegd gezag:</al><lijst><li nr="a."><al>een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder
                                        1, sub 1 en sub 2, af te breken, te verstoren, te
                                        verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen;</al></li><li nr="b."><al>een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder
                                        1, sub 1 en sub 2 te herstellen, te gebruiken of te laten
                                        gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of
                                        in gevaar gebracht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in het tweede lid,
                                gelden niet indien het college nadere regels stelt met betrekking
                                tot de wijze waarop werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Kerkelijk monument</titel></kop><al>Het bevoegd gezag geeft met betrekking tot een beschermd kerkelijk
                            monument geen beschikking ingevolge de bepalingen van artikel 9, tweede
                            lid, dan wel in overeenstemming met de eigenaar, indien en voor zover
                            het een beschikking betreft, waarbij wezenlijke belangen van de
                            godsdienstuitoefening in het monument in het geding zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Aanvraag vergunning gemeentelijke monumenten</titel></kop><al>De aanvraag als bedoeld in hoofdstuk 4 (artikel 4.2) Besluit
                            omgevingsrecht voor een vergunning als bedoeld in artikel 9 wordt in
                            drievoud ingediend bij het college. In aanvulling op de gevraagde
                            gegevens kan het college ter beoordeling van de aanvraag nadere gegevens
                            van de aanvrager verlangen, waaronder de resultaten van een
                            bouwhistorisch en een inventariserend archeologisch onderzoek en een
                            cultuurhistorische analyse.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Termijnen advies en vergunningverlening</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In geval van een aanvraag om een vergunning vraagt het bevoegd gezag
                                advies aan de monumentencommissie of, indien het een archeologisch
                                monument betreft, een deskundige op het gebied van de gemeentelijke
                                archeologische monumentenzorg;</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Binnen vier weken na de datum van verzending van het afschrift
                                brengt de betreffende commissie schriftelijk advies uit aan het
                                bevoegd gezag.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het bevoegd gezag beslist op de aanvraag om vergunning, als bedoeld
                                in artikel 11, binnen de termijnen als bedoeld in artikel 3.9 van de
                                Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Paragraaf 4.1.3.3. van de
                                Algemene wet bestuursrecht is van toepassing met uitzondering van
                                artikel 4:20b, derde lid.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan de beslistermijn van acht weken met ten
                                hoogste zes weken verlengen, mits zij de aanvrager daarvan tijdig in
                                kennis stelt.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan aan de vergunning voorschriften verbinden
                                betreffende de uitvoering en de materiaaltoepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De vergunning wordt geweigerd indien de aangevraagde activiteiten
                                zouden leiden tot een onevenredige aantasting van het monument.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een vergunning kan slechts worden verleend indien het belang van de
                                monumentenzorg zich daartegen niet verzet.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Bij de beslissing houdt het bevoegd gezag rekening met het gebruik
                                van het monument.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>intrekken van de vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken als
                                blijkt dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige
                                        opgave is verleend;</al></li><li nr="b."><al>de vergunninghouder de voorwaarden als bedoeld in de
                                        verleende vergunning niet naleeft;</al></li><li nr="c."><al>de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich
                                        zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het beschermde
                                        gemeentelijk monument zwaarder dient te wegen;</al></li><li nr="d."><al>niet binnen 52 weken van de vergunning gebruik wordt
                                        gemaakt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Van de beschikking tot intrekking wordt een kopie aan de
                                monumentencommissie gezonden en indien de beschikking een
                                archeologisch monument betreft, aan de deskundige op het gebied van
                                de gemeentelijke archeologische monumentenzorg.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Beschermde rijksmonumenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Vergunning voor beschermde rijksmonumenten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het bevoegd gezag vraagt onmiddellijk advies aan de
                                monumentencommissie voordat het beslist op de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen vier weken na
                                de verzenddatum van het verzoek om advies van het bevoegd
                                gezag.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Bij overschrijding van de in het tweede lid genoemde termijn wordt
                                de monumentencommissie geacht te hebben geadviseerd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Beschermd gemeentelijke stads- of dorpsgezicht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>De aanwijzing tot gemeentelijk stads- of dorpsgezicht</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college kan een beschermd stads- of dorpsgezicht aanwijzen als
                                beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht en een zodanige
                                aanwijzing intrekken.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het
                                advies aan de monumentencommissie. In spoedeisende gevallen kan het
                                vragen van dit advies achterwege blijven.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De aanwijzing kan geen stads- of dorpsgezicht betreffen dat is
                                aangewezen op grond van artikel 35 van de Monumentenwet 1988.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Termijnen advies</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen acht weken na
                                ontvangst van het verzoek van het college.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college beslist binnen twaalf weken na ontvangst van het advies
                                van de monumentencommissie, maar in ieder geval binnen twintig weken
                                na de adviesaanvraag.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college kan de in lid 2 bedoelde beslissing, onder opgaaf van
                                reden, eenmaal voor ten hoogste vier weken verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Registratie op de gemeentelijke lijst stads- en
                                dorpsgezichten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college registreert het beschermde gemeentelijke stads- of
                                dorpsgezicht op de lijst met beschermde gemeentelijke stads- of
                                dorpsgezichten.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De registratie van beschermde gemeentelijke stads- of dorpsgezicht
                                op de lijst met beschermde gemeentelijke stads- of dorpsgezichten
                                bevat:</al><lijst><li nr="●"><al>de plaatselijke aanduiding;</al></li><li nr="●"><al>de datum van de aanwijzing;</al></li><li nr="●"><al>de gebiedsaanwijzing van het beschermde gemeentelijke stads-
                                        of dorpsgezicht en</al></li><li nr="●"><al>een beschrijving van de daarin vervatte cultuurhistorische
                                        waarden.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Wijzigen en intrekken van de aanvraag</titel></kop><al>De artikelen 7 en 8 zijn overeenkomstig van toepassing op het wijzigen
                            en intrekken van de aanwijzing tot gemeentelijk stads- of dorpsgezicht,
                            met dien verstande dat aan artikel 8, tweede lid nog wordt toegevoegd
                            dat de aanwijzing tevens wordt geacht te zijn ingetrokken als toepassing
                            wordt gegeven aan artikel 35 van de Monumentenwet 1988.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Vaststellen beschermend bestemmingsplan</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De raad stelt, ter bescherming van een beschermd gemeentelijk stads-
                                of dorpsgezicht een bestemmingsplan vast als bedoeld in de Wet
                                ruimtelijke ordening.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd stads- of
                                dorpsgezicht wordt door het college bepaald in hoeverre geldende
                                bestemmingsplannen als beschermend plan in de zin van het eerste lid
                                kunnen worden aangemerkt.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Alvorens het college de raad terzake een voorstel doet, wordt de
                                monumentencommissie gehoord.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen acht weken na
                                ontvangst van het verzoek van het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Vergunningverlening in beschemd stads- of dorpsgezicht</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In beschermde gemeentelijke stads- of dorpsgezichten is het verboden
                                een bouwwerk geheel of gedeeltelijk af te breken zonder of in
                                afwijking van een vergunning van het bevoegde gezag.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Op de aanvraag voor een vergunning als bedoeld in het eerste lid
                                zijn, totdat een beschermend bestemmingsplan onherroepelijk is
                                geworden, de artikelen 9 tot en met 13 van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Geen vergunning als bedoeld in artikel 2.1 en 2.2 Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht is vereist voor het afbreken ingevolge een
                                aanschrijving van het college.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Archeologische verwachtingsgebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Instandhoudingsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>1. Het is verboden om zonder of in afwijking van een vergunning het
                                archeologische bodemarchief in categorie 2, 3, 4 en 6, zoals gegeven
                                op de gemeentelijke archeologische beleidskaart van de gemeente
                                Woudrichem, te verstoren, te beschadigen of te vernielen, als
                                beschreven in artikel 2.2. van de Wet algemene bepalingen
                                omgevingsrecht.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is verboden oppervlaktes in aparte vergunningsvragen op te
                                knippen met de kennelijke bedoeling om zo onder de in de nota
                                Archeologie gestelde ondergrenzen te blijven.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het verbod in lid 1 is niet van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>bij bodemingrepen tot 30 cm onder maaiveld met een omvang
                                        van minder dan 50 m2 in AMK-terreinen en historische kernen
                                        (categorie 2) als aangegeven op de gemeentelijke
                                        archeologische beleidskaart;</al></li><li nr="b."><al>bij bodemingrepen met een omvang van minder dan 100 m2 in
                                        gebieden met archeologische vindplaats, onbekende
                                        archeologische verwachting, verdronken nederzetting, hoge en
                                        middelhoge archeologische verwachting waarbij de toegestane
                                        diepte van de bodemingreep variabel is en afleesbaar is van
                                        de gemeentelijke archeologische beleidskaart. Deze diepte is
                                        tot 30 cm onder maaiveld,tot 50 cm onder maaiveld, tot 150
                                        cm onder maaiveld, tot 300 cm onder maaiveld ofwel tot 500
                                        cm onder maaiveld (categorie 3);</al></li><li nr="c."><al>bij bodemingrepen in gebieden met een lage archeologische
                                        verwachting (categorie 4) als aangegeven op de gemeentelijke
                                        archeologische beleidskaart, tenzij MER-plichtig, een
                                        project vallend onder de Wro, de Wet Milieubeheer of de
                                        Tracewet;</al></li><li nr="d."><al>en gebieden met een afgerond AMZ-proces (categorie 5) als
                                        aangegeven op de gemeentelijke archeologische
                                        beleidskaart;</al></li><li nr="e."><al>indien een rapport is overlegd waarin de archeologische
                                        waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van het
                                        bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld en waaruit
                                        blijkt dat:</al><lijst><li nr=""><al>het behoud van de archeologische waarden in
                                                voldoende mate kan worden geborgd; of </al></li><li nr=""><al>de archeologische waarden door de verstoring niet
                                                onevenredig worden geschaad; of </al></li><li nr=""><al>in het geheel geen archeologische waarden aanwezig
                                                zijn;</al></li></lijst></li><li nr="f."><al>indien kan worden aangetoond dat in het gebied reeds
                                        verstoring heeft plaatsgevonden die dieper reikt dan de te
                                        verwachte archeologische vondstlaag.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het verbod in lid 1 is ook niet van toepassing indien:</al><lijst><li nr="a."><al>in het geldende bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen
                                        omtrent archeologische monumentenzorg die in overeenstemming
                                        zijn met de nota Archeologie;</al></li><li nr="b."><al>er sprake is een activiteit als bedoeld in artikel 2.12,
                                        eerste lid, onder a, onder 3° en tweede lid, van de Wet
                                        algemene bepalingen omgevingsrecht waarbij in de verleende
                                        omgevingsvergunning voorschriften zijn opgenomen omtrent
                                        archeologische monumentenzorg.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Wijzigen kwalificatie van een locatie</titel></kop><al>Op grond van een melding ingevolge artikel 53 van de Monumentenwet 1988
                            en op grond van de resultaten van archeologisch onderzoek kan het
                            college een terrein of locatie alsnog aanwijzen als gemeentelijk
                            archeologisch monument, gebied van archeologische waarde, of gebied met
                            hoge of middelhoge verwachting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Vergunning archeologische verwachtingsgebieden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college kan vergunning verlenen voor graafwerk en bodemingrepen
                                in archeologische verwachtingsgebieden en archeologisch waardevolle
                                gebieden.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Vergunning volgens artikel 2.1 eerste lid, sub b van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht, kan slechts worden verleend indien vooraf
                                door aanvrager van de vergunning door middel van een rapportage van
                                archeologisch vooronderzoek conform de Kwaliteitsnorm voor de
                                Nederlandse Archeologie en het Programma van Eisen naar het oordeel
                                van het college in voldoende mate is vastgesteld dat bij realisatie
                                van de bodemingrepen:</al><lijst><li nr="a."><al>de archeologische waarden in voldoende mate zijn zeker
                                        gesteld; of</al></li><li nr="b."><al>er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of</al></li><li nr="c."><al>de archeologische waarden niet of niet onevenredig worden
                                        geschaad.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Het college kan aan de verlening van de vergunning de volgende
                                voorschriften verbinden:</al><lijst><li nr="a."><al>de verplichting tot het treffen van technische maatregelen
                                        waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden;</al></li><li nr="b."><al>de verplichting tot het doen van inventariserend
                                        veldonderzoek of een opgraving;</al></li><li nr="c."><al>de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt,
                                        te laten begeleiden door een vergunninghoudende partij op
                                        het terrein van de archeologische monumentenzorg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De gevraagde vergunning kan worden geweigerd, indien de
                                archeologische waarden die in het geding zijn naar het oordeel van
                                het college in situ behouden dienen te blijven.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het bepaalde in lid 1 geldt niet voor terreinen/gebieden die in
                                overeenstemming met artikel 3 van de Monumentenwet 1988 zijn
                                aangewezen als beschermd archeologisch (rijks)monument.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Vergunningaanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 24, lid 1, moet
                                worden ingediend bij het college en moet de volgende gegevens
                                bevatten: </al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>locatie en omschrijving van de voorgenomen werkzaamheden;</al></li><li nr="c."><al>tijdsplanning. </al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan ter beoordeling van de aanvraag nadere gegevens van
                                de aanvrager verlangen, waaronder een archeologische waardering,
                                zoals opgenomen in een archeologisch vooronderzoek.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>3. Uit de vergunningsaanvraag moet duidelijk blijken wat de
                                bestaande en de door de aanvrager gewenste situaties zijn.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het college beslist op de aanvraag binnen twaalf weken na ontvangst
                                van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Het college kan de in het vierde lid genoemde termijn van twaalf
                                weken met ten hoogste zes weken verlengen, mits zij de aanvrager
                                daarvan kennis geeft binnen de in het eerste lid genoemde termijn
                                van twaalf weken.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Bij het niet in behandeling nemen van de aanvraag vanwege
                                onvolledigheid is artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht van
                                toepassing. Het college kan hiertoe nadere regels geven met
                                betrekking tot bescherming van de archeologische waarden.</al></lid><lid><lidnr>7</lidnr><al>In geval van een aanvraag om een vergunning kan het college advies
                                vragen aan een deskundige op het gebied van de gemeentelijke
                                archeologische monumentenzorg.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Ruimtelijke ontwikkeling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In het belang van de archeologische monumentenzorg kunnen aan de
                                vergunning, als bedoeld in artikel 2.2 van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht, voorwaarden gesteld worden juncto artikel
                                39 lid 3 van de Monumentenwet 1988.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In het belang van de archeologische monumentenzorg kunnen aan een
                                vergunning met toepassing van artikel 2.1 en artikel 2.12, eerste
                                lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen
                                omgevingsrecht, voorwaarden gesteld worden als bedoeld in artikel 41
                                van de Monumentenwet 1988.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>In geval van een aanvraag om een vergunning kan het college advies
                                vragen aan een deskundige op het gebied van de gemeentelijke
                                archeologische monumentenzorg.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Opgravingen en begeleiding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien binnen het grondgebied van de gemeente Woudrichem onderzoek
                                wordt uitgevoerd in het kader van het doen van opgravingen in de zin
                                van artikel 1 sub h van de Monumentenwet 1988, dient onverminderd de
                                overige bepalingen van deze wet:</al><lijst><li nr="a."><al>het college een programma van eisen vast te stellen als bedoeld
                                in artikel 1, waarbij nadere eisen worden gesteld aan het
                                onderzoek;</al></li><li nr="b."><al>de verstoorder, voorafgaande aan het onderzoek, een plan van
                                aanpak als bedoel in artikel 1 van deze verordening ter goedkeuring
                                aan het college te overleggen.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In de nadere eisen kan het college bepalingen opnemen met betrekking
                                tot het toezicht op de feitelijke uitvoering van het plan van
                                aanpak. Tijdens het onderzoek dienen aanwijzingen van het college in
                                acht te worden genomen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Om te kunnen beoordelen of het plan van aanpak aan het programma van
                                eisen en eventuele nadere eisen voldoet, kan het college advies
                                vragen aan een deskundige op het terrein van de archeologische
                                monumentenzorg.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Cultuurhistorisch waardevolle objecten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Aanwijzing</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college kan, al dan niet op verzoek van een belanghebbende, een
                                object aanwijzen als gemeentelijk cultuurhistorisch waardevolle
                                object.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De aanwijzing wordt gebaseerd op een redengevende beschrijving van
                                het cultuurhistorisch waardevol object aan de hand van
                                selectiecriteria die door het college zijn vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Voordat het college een kerkelijk cultuurhistorisch waardevol object
                                aanwijst voert het overleg met de eigenaar.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Degenen die in de kadastrale registratie als eigenaar of beperkt
                                gerechtigde staan vermeld, de hypothecaire schuldeisers en – als om
                                de aanwijzing is verzocht – de verzoeker worden in de gelegenheid
                                gesteld te worden gehoord.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een cultuurhistorisch
                                waardevol object de kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing
                                als cultuurhistorisch waardevol object ontvangt tot het moment dat
                                de registratie plaatsvindt, is artikel 30 bij wijze van
                                voorbescherming van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Aanwijzings- en registratieprocedure</titel></kop><al>Artikel 4 tot en met 8 zijn van overeenkomstige toepassing met dien
                            verstande dat voor het</al><al>beschermd(e) gemeentelijk(e) monument moet worden gelezen “het
                            beschermde cultuurhistorisch waardevol object” en voor de gemeentelijke
                            monumentenlijst moet worden gelezen “de gemeentelijke lijst
                            cultuurhistorisch waardevolle objecten”.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Instandhoudingbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het is verboden een beschermd cultuurhistorisch waardevol object te
                                beschadigen of te vernielen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college of in strijd met
                                bij zodanige vergunning gestelde voorschriften:</al><lijst><li nr="a."><al>een beschermd cultuurhistorisch waardevol object af te breken, te
                                verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen of, indien
                                het om een archeologische vondst gaat, te vervreemden.</al></li><li nr="b."><al>een beschermd cultuurhistorisch waardevol object te herstellen,
                                te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het
                                wordt ontsierd of in gevaar wordt gebracht of in strijd wordt
                                gehandeld met de bepalingen van het eventueel daarop van toepassing
                                zijnde Beeldkwaliteitplan.</al></li></lijst><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Vergunningaanvraag en vergunningverlening</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De aanvraag als bedoeld in hoofdstuk 4 (artikel 4.2) Besluit
                                omgevingsrecht voor een vergunning als bedoeld in artikel 30 wordt
                                in drievoud ingediend bij het college.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Op de aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 30, zijn
                                de artikelen 10 tot en met 13 van toepassing, met dien verstande dat
                                voor het beschermd(e) gemeentelijk(e) monument moet worden gelezen
                                “het beschermde cultuurhistorisch waardevolle object”.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Intrekken van de vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De vergunning kan door het college worden ingetrokken als blijkt
                                dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave
                                is verleend;</al></li><li nr="b."><al>de vergunninghouder de voorwaarden als bedoeld in de verleende
                                vergunning niet naleeft;</al></li><li nr="c."><al>de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich
                                zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het beschermde
                                cultuurhistorisch waardevolle object zwaarder dient te wegen;</al></li><li nr="d."><al>niet binnen 52 weken van de vergunning gebruik wordt
                                gemaakt.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Van de beschikking tot intrekking wordt een kopie aan de
                                monumentencommissie gezonden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende schade lijdt of
                                zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste
                                behoort te blijven, kent het bevoegd gezag hem op zijn aanvraag een
                                naar billijkheid te bepalen tegemoetkoming toe, indien de schade in
                                relatie staat tot: </al><lijst><li nr="a."><al>de weigering van het bevoegd gezag een vergunning als bedoeld in
                                artikel 9 te verlenen;</al></li><li nr="b."><al>de voorschriften door het bevoegd gezag verbonden aan een
                                vergunning als bedoeld in artikel 9;</al></li><li nr="c."><al>de door het college nader te stellen regels als bedoeld in
                                artikel 9 derde lid;</al></li><li nr="d."><al>een omgevingsvergunning volgens artikel 2.1, eerste lid van de
                                Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;</al></li><li nr="e."><al>een omgevingsvergunning met toepassing van artikel 2.12, eerste
                                lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen
                                omgevingsrecht van het bestemmingsplan of beheersverordening;</al></li><li nr="f."><al>de weigering daarvan in het belang van de archeologische
                                monumentenzorg;</al></li><li nr="g."><al>de voorschriften die in het belang van de archeologische
                                monumentenzorg aan het desbetreffende besluit zijn verbonden
                                (artikel 42 Monumentenwet 1988).</al></li><li nr="h."><al>de veroorzaakte schade door een maatregel als bedoeld in artikel
                                57, tweede lid Monumentenwet 1988.</al></li></lijst><al/></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voor de behandeling van de verzoeken zijn de bepalingen van de
                                verordening ter regeling van de procedure bij toepassing van artikel
                                6.1 van de Wet ruimtelijke ordening van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9</nr><titel>Slot- en overgangsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Hij, die handelt in strijd het bepaalde in of krachtens de artikelen 9,
                            21, 22 en/of artikel 30 van deze verordening wordt gestraft met een
                            geldboete van de tweede categorie of een hechtenis van maximaal 3
                            maanden. Overtreding van artikelen 9, 21, 22 en/of 30 van deze
                            verordening kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de
                            rechterlijke uitspraak.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de door het college aangewezen personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Voor zover deze verordening betrekking heeft op beschermde
                                gemeentelijke monumenten, beschermde gemeentelijke dorps- of
                                stadsgezichten, beschermde gemeentelijke cultuurhistorisch
                                waardevolle objecten en archeologische verwachtingsgebieden treedt
                                deze in werking met ingang van de dag nadat deze bekend is
                                gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Voor zover deze verordening betrekking heeft op beschermde
                                rijksmonumenten, treedt zij in werking overeenkomstig het bepaalde
                                in artikel 15 lid 2 van de Monumentenwet 1988.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De Verordening monumenten, vastgesteld bij besluit van de
                                gemeenteraad van datum 16 december 2008, voor zover het betreft
                                bepalingen over beschermde rijksmonumenten, vervalt op de datum
                                waarop het tweede lid toepassing vindt.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>De op grond van het ingevolge het vorige lid vervallen verordening
                                aangewezen en geregistreerde beschermde gemeentelijke monumenten
                                worden geacht aangewezen en geregistreerd te zijn overeenkomstig de
                                bepalingen van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Aanvragen om vergunning die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding
                                van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de
                                Verordening monumenten .</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als Erfgoedverordening, gemeente
                            Woudrichem.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld door de raad der gemeente Woudrichem in zijn openbare
                        vergadering van 27 maart 2012.</al></slotformulering></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting</label><nr>1</nr><titel>Toelichting op de Erfgoedverordening</titel></kop></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>