<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR602964_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Bomenverordening gemeente Wierden 2001</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Wierden</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-10-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wierden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2017-164209">gmb-2017-164209</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Bomenverordening gemeente Wierden 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-10-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-10-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-03-13</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Niet ingegeven</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Bomenverordening gemeente Wierden 2001</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>BOMENVERORDENING GEMEENTE WIERDEN 2010</titel></kop><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>1:</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>boom: een houtachtig, opgaand gewas, zowel vitaal als
                                    afgestorven.</al></li><li nr="b."><al>houtopstand: één boom of meerdere bomen of boomvormers, of
                                    andere houtachtige gewassen;</al></li><li nr="c."><al>maaiveld het maaiveld is het grensvlak tussen de ondergrond en
                                    de lucht;</al></li><li nr="d."><al>landschapselement: een aanééngesloten houtopstand bestaande uit
                                    meerdere bomen en/of struiken. Landschapselementen zijn:
                                    (groen)singels, houtwallen, bomenrijen, bosplantsoen, struweel
                                    beplanting;</al></li><li nr="e."><al>bos: een aanééngesloten beplanting van voornamelijk bomen die
                                    staan op een perceel groter dan 10 are en waarvan de bestemming
                                    in het bestemmingsplan is aangemerkt als bos of natuur;</al></li><li nr="f."><al>vellen: rooien; kappen het snoeien van meer dan 30 procent van
                                    de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen; het
                                    verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de
                                    dood of beschadiging of ontsiering van de houtopstand ten
                                    gevolge kunnen hebben;</al></li><li nr="g."><al>rooien: het geheel of grotendeels verwijderen van het boven- en
                                    ondergrondse deel van de houtopstand of boom;</al></li><li nr="h."><al>kappen: het geheel of grotendeels verwijderen van het
                                    bovengrondse deel van de houtopstand of boom;</al></li><li nr="i."><al>kandelaberen: het terugsnoeien van de kroon tot een hoofdstam
                                    met takstompen of gesteltakken;</al></li><li nr="j."><al>knotten: het terugsnoeien van de kroon tot een hoofdstam. Het
                                    doel is dat uitlopers zich vormen op de stam;</al></li><li nr="k."><al>dunning (dunnen): het terugsnoeien van stammen, die dunner zijn
                                    dan 30cm, van een landschapselement (niet boom). Het doel is het
                                    instandhouden van de houtopstand door:</al><lijst><li nr="-"><al>het verjongen van de houtopstand doordat nieuwe
                                            uitlopers zich vormen op de stronk (hakhoutbeheer);</al></li><li nr="-"><al>het verwijderen van een boom of een struik ten behoeve
                                            van een te handhaven boom of struik (dunning);</al></li></lijst></li><li nr="l."><al>opslag: houtig gewas wat door zaad of uitlopers is ontstaan en
                                    groeit in een sloot, berm, gras- of bouwland;</al></li><li nr="m."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld
                                    overeen-komstig artikel 1 lid 5 van de Boswet;</al></li><li nr="n."><al>groenplan: een ruimtelijk inrichtingsplan waarin staat
                                    aangegeven hoe de buitenruimte wordt vormgegeven. In het plan
                                    dient te worden aangegeven waar nieuwe houtopstanden worden
                                    gesitueerd en hoe er omgegaan wordt met bestaande
                                    houtopstanden;</al></li><li nr="o."><al>groenfonds: een fonds wat door de gemeente Wierden beheerd wordt
                                    en wat tot doel heeft om aanleg, herstel en beheer van
                                    houtopstanden te financieren;</al></li><li nr="p."><al>bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1, eerste
                                    lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;</al></li><li nr="q."><al>Wabo Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.<vet>.</vet></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>2:</nr><titel>Verbod om te vellen.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een
                                boom en/of een houtopstand te vellen of te doen vellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>houtopstanden als bedoeld in artikel 15, tweede lid van de
                                        Boswet;</al></li><li nr="b."><al>houtopstanden als bedoeld in artikel 15 derde lid van de
                                        Boswet, voor zover de houtopstand op bosbouwkundige wijze
                                        wordt geëxploiteerd en de onderneming bij het Bosschap
                                        geregistreerd staat;</al></li><li nr="c."><al>één of meerdere boom/bomen die in een bos staan en waarvoor
                                        een aanvraag in het kader van de boswet vereist is. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder niet:</al><lijst><li nr="a."><al>voor één boom of enkele bomen, die buiten een
                                        landschapselement staan, en waarvan de stamdiameter 30
                                        centimeter of minder bedraagt, gemeten op 1,3 meter hoogte
                                        boven het maaiveld. In afwijking van het hiervoor gestelde
                                        kan de stamdiameter kleiner zijn dan 30 centimeter op 1,3
                                        meter boven het maaiveld, indien sprake is van een boom in
                                        het kader van een herplant of instandhoudingsplicht als
                                        bedoeld in de artikelen 9 en 10. In geval van
                                        meerstammigheid geldt de stamdiameter van de dikste
                                        stam;</al></li><li nr="b."><al>indien de grond, waarop de velling zal worden verricht of
                                        waarop zich de gevelde of tenietgegane bomen en/of
                                        houtopstand(en) bevond, nodig is voor de uitvoering van een
                                        werk overeenkomstig een groenplan. Voorwaarde is dat het
                                        groenplan behoord een bestemmingsplan, en gelijktijdig met
                                        het bestemmingsplan ter inzage heeft gelegen. </al></li><li nr="c."><al>voor bomen in privaat eigendom op een perceel van minder dan
                                        250m2.</al></li><li nr="d."><al>voor houtopstanden die direct gevaar opleveren voor mensen
                                        of de directe omgeving; </al></li><li nr="e."><al>voor een houtopstand die moet worden geveld krachtens de
                                        Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving op last van
                                        Het bevoegd gezag.</al></li><li nr="f."><al>voor het geheel of gedeeltelijk dunnen van een
                                        landschapselement of bos.</al></li><li nr="g."><al>voor het knotten of kandelaberen als beheermaatregel bij
                                        knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen, ter uitvoering
                                        van onderhoud.</al></li><li nr="h."><al>voor een afgestorven boom of ander houtig gewas, welke deel
                                        uitmaakt van een landschapselement en een stamdiameter heeft
                                        van 30 centimeter of kleiner, gemeten op 1,3 meter boven het
                                        maaiveld.</al></li><li nr="i."><al>voor het vellen van opslag waarvan de stamdiameter kleiner
                                        is dan 10cm, gemeten op maaiveld hoogte.</al></li><li nr="j."><al>voor coniferen (Coniferae), met uitzondering van: Japanse
                                        Notenboom(Ginkgo…x), Venijnboom (Taxus….x) en (inheemse)
                                        Grove Den (Pinus sylvestris..x).</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>3:</nr><titel>Aanvraag omgevingsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De omgevingsvergunning moet worden ingediend conform de vereisten
                                uit de Wabo en moet worden gemotiveerd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 1 van dit artikel, dient
                                te worden aangevraagd door of namens dan wel met toestemming van
                                degene, die krachtens zakelijk recht, of van degene, die krachtens
                                publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de houtopstand te
                                beschikken. Dit geldt niet voor publieke rechtpersonen
                                (overheden).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een privaat (rechts)persoon, die een aanvraag voor
                                omgevingsvergunning indient, terwijl deze private (rechts)persoon
                                geen eigenaar of anderszins zakelijk gerechtigde tot de te vellen
                                houtopstand is, is verplicht om de schriftelijke toestemming tot
                                vellen van deze houtopstand van de eigenaar of anderszins zakelijk
                                gerechtigde over te leggen bij zijn aanvraag. Dit geldt niet voor
                                publieke rechtpersonen (overheden).</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wanneer namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
                                aan het bevoegd gezag een afschrift is toegezonden van de
                                ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 2 van de Boswet,
                                beschouwt het bevoegd gezag dit afschrift mede als een
                                omgevingsvergunningaanvraag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een aanvraag dient te voldoen aan het gestelde in lid 1,2 en 3 van
                                dit artikel voordat de aanvraag in behandeling kan worden
                                genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>ARTIKEL 4: Criteria en weigeringsgronden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning om te vellen
                                    verlenen, weigeren of opschorten.</al></li><li nr="2."><al>Het bevoegd gezag kan voorschriften verbinden aan een
                                    omgevingsvergunning.</al></li><li nr="3."><al>Een omgevingsvergunning wordt geweigerd indien de belangen van
                                    verlening niet opwegen tegen de belangen van behoud van de
                                    houtopstand op basis van één of meer van de volgende
                                    waarden:</al><lijst><li nr="a."><al>landschappelijke waarden;</al></li><li nr="b."><al>cultuurhistorische waarden;</al></li><li nr="c."><al>waarden van stads- en dorpsschoon;</al></li><li nr="d."><al>de beeldbepalende waarde van de houtopstand.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>5:</nr><titel>Procedure</titel></kop><al>De procedure die gehanteerd wordt is gelijk aan hetgeen in hoofdstuk 3
                            van de Wabo geregeld is.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>6:</nr><titel>In werking treden van de
                                omgevingsvergunning.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De omgevingsvergunning of het besluit tot wijziging van de
                                voorschriften van een omgevingsvergunning voor de activiteit het
                                vellen van een houtopstand welke tot stand is gekomen met een
                                reguliere procedure treedt pas in werking na afloop van de
                                bezwaartermijn (ofwel zes weken na de bekendmaking).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De omgevingsvergunning die tot stand is gekomen met toepassing van
                                de uitgebreide voorbereidingsprocedure treedt in werking na afloop
                                van de termijn voor het indienen van een beroepsschrift (ofwel zes
                                weken na de dag van de terinzagelegging).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De omgevingsvergunning die van rechtswege is verleend, treedt pas in
                                werking na afloop van de bezwaartermijn (ofwel zes weken na de
                                bekendmaking) of, indien bezwaar is gemaakt, nadat op dit bezwaar is
                                beslist.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wanneer gedurende de bovengenoemde termijnen bij de bevoegde rechter
                                een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan, treedt het besluit
                                niet in werking voordat op dat verzoek is beslist. In het
                                laatstgenoemde geval kan de vergunninghouder de voorzieningenrechter
                                van de rechtbank verzoeken de opschorting op te heffen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan bepalen dat een besluit om de activiteit ‘het
                                vellen van een houtopstand’ direct na de bekendmaking in werking
                                treedt. Dit geldt voor zover het, naar het oordeel van het bevoegd
                                gezag, noodzakelijk is dat het besluit onverwijld in werking
                                treedt.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>ARTIKEL 7: Intrekken omgevingsvergunning</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien onjuiste of onvolledige gegevens ter verkrijging van de
                                    vergunning of ontheffing zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien na het verlenen van de vergunning of ontheffing, op grond
                                    van verandering van inzichten of omstandigheden opgetreden na
                                    verlening, wijziging of intrekking noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan ontheffing of
                                    vergunning is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften
                                    en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning geheel of
                                    gedeeltelijk intrekken, voor zover gedurende drie jaar geen
                                    handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de
                                    vergunning.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>8:</nr><titel>Voorschriften, herplant- en
                                instandhoudingsplicht.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot de aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften kan
                                behoren:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de
                                door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden herplant.
                                In het voorschrift wordt telkens bepaald binnen welke termijn na de
                                herplant en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden
                                vervangen. </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het voorschrift dat een geldelijke bijdrage gestort dient te worden
                                in het Groenfonds. De hoogte van de geldelijke bijdrage wordt
                                bepaald aan de hand van de waarde van de herplant.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>voorschriften ter bescherming van nabijgelegen houtopstand.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing
                                is, zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag is geveld, dan
                                wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het bevoegd gezag aan de
                                zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand bevond
                                dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van
                                voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herplanten
                                overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door het
                                bevoegd gezag te stellen termijn. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorschriften uit dit artikel kunnen gelden voor bomen kleiner
                                dan de in artikel 3 lid 2 sub a genoemde minimum maat.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Degene aan wie een voorschrift of een besluit als bedoeld in dit
                                artikel is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht
                                daaraan te voldoen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>9:</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><al>Het bevoegd gezag beslist op een verzoek om schadevergoeding bij
                            weigering van een omgevingsvergunning tot vellen op grond van artikel 17
                            van de Boswet.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>10:</nr><titel>Afstand van de erfgrenslijn</titel></kop><al>De afstand als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek wordt
                            vastgesteld op 0,5 meter voor bomen en op nihil voor heesters en
                            heggen.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>11:</nr><titel>Bestrijding van boomziekten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien zich op een terrein één of meer bomen of houtopstanden
                                bevinden die naar het oordeel van het bevoegd gezag gevaar opleveren
                                van verspreiding van een boomziekte of voor vermeerdering van de
                                ziekteverspreiders zoals insecten, is de rechthebbende, indien hij
                                daartoe door het bevoegd gezag is aangeschreven, verplicht binnen de
                                bij aanschrijving vast te stellen termijn:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de houtopstand te vellen.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>conform richtlijnen van de gemeente de gevelde houtopstand direct
                                zodanig te behandelen dat verspreiding van de boomziekte wordt
                                voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is, behoudens overheden, verboden gevelde bomen of delen daarvan
                                voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren, indien het een
                                boomsoort betreft die de desbetreffende boomziekte kan
                                verspreiden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het niet voldoen aan de in het eerste lid bedoelde aanschrijving
                                biedt een basis voor de toepassing van bestuursdwang, waarbij de
                                noodzakelijke werkzaamheden, voor risico en voor rekening van
                                aangeschrevene, door of namens de gemeente kunnen worden
                                verricht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>12:</nr><titel>Bescherming publieke houtopstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om houtopstanden, die publiek eigendom zijn:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>te beschadigen, te bekladden of te beplakken.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>daaraan snoeiwerk te verrichten, behoudens door de gemeente
                                opgedragen boomverzorgende taken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden om één of meer voorwerpen in of aan een publieke
                                houtopstand aan te brengen of anderszins te bevestigen, behoudens
                                omgevingsvergunning van Het bevoegd gezag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>13:</nr><titel>Strafbepaling.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene aan wie voorschriften, verplichtingen of besluiten als
                                bedoeld in artikel 8 eerste en tweede lid, onderscheidenlijk een
                                verplichting als bedoeld in artikel 11 eerste lid is opgelegd,
                                alsmede diens rechtsopvolger, is gehouden dienovereenkomstig te
                                handelen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hij die handelt in strijd met artikel 2, eerste lid, artikel 11,
                                tweede lid of artikel 12 eerste en/of tweede lid, danwel een
                                voorschrift of besluit onderscheidenlijk een verplichting als
                                bedoeld in het vorige lid wordt gestraft met hechtenis van ten
                                hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie. Tevens
                                kan een rechterlijke beoordeling op grond van dit artikel openbaar
                                gemaakt worden. Bij de strafmaatbepaling kan rekening worden
                                gehouden met de taxatiewaarde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>14:</nr><titel>Toezichthouders.</titel></kop><al>Met de opsporing van de in deze verordening strafbaar gestelde feiten
                            zijn behalve de ambtenaren, genoemd in artikel 141 van het Wetboek van
                            strafvordering, belast de daartoe door get bevoegd gezag aangewezen
                            personen.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>15:</nr><titel>Het bevoegde bestuursorgaan</titel></kop><al>Het college van Burgemeester en Wethouders is bevoegd (nadere) regels te
                            stellen betreffende het bepaalde in deze verordening. Burgemeester en
                            wethouders stellen beleidsregels op ter uitvoering van deze verordening.
                            Burgemeester en wethouders zijn bevoegd gemotiveerd af te wijken van
                            deze beleidsregels.</al><al>Krachtens artikel 60 van de Gemeentewet legt het college van
                            Burgemeester en Wethouders wijzigingen in de (beleids)regels en
                            bijzondere kapaanvragen ter kennisgeving voor aan de gemeenteraad.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>16:</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>De aanvragen, die zijn ingediend voor de in
                                <onderstreept>artikel1</onderstreept>7 genoemde datum van
                            inwerkingtreding, vallen onder de verordening die van kracht was
                            voorafgaande aan deze verordening. of</al><al>De vergunningsaanvragen die na de invoeringsdatum van de Wabo zijn
                            ingediend worden afgehandeld volgens deze verordening, de
                            Bomenverordening Gemeente Wierden 2010.</al><al>De vergunningsaanvragen die voor de invoeringsdatum van de Wabo zijn
                            ingediend worden afgehandeld volgens het recht zoals dat gold voor het
                            tijdstip waarop de Wabo in werking is getreden. </al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>17:</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Bomenverordening Gemeente
                            Wierden 2010.</al><al>Deze verordening treedt in werking gelijktijdig met de invoering van de
                            Wabo en na publicatie. Op datzelfde tijdstip vervalt de kapverordening
                            Gemeente Wierden van 27 november 2007. </al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Wierden
                        d.d. 5 oktober 2010. De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>drs. W.H.J. Wienk ing. J.H.M. Robben </ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>BOMENVERORDENING GEMEENTE WIERDEN 2010: ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING
                    </titel></kop><divisie><kop><label>ARTIKEL</label><nr>1:</nr></kop><al><vet>Begripsomschrijvingen</vet></al><lijst><li nr="·"><al><vet>Boom. </vet>Afbakening van het begrip boom is van belang in
                                verband met het aangeven van de ondergrens van de bescherming.</al></li><li nr="·"><al><vet>Boomvormer. </vet>Een boomvormer is een houtig, opgaand gewas
                                met ontwikkeling van één of meer hoofdtakken. Een boomvormer kan
                                uitgroeien tot een boom, een meerstammige boom of een boomachtige
                                struik. In het alledaagse spraakgebruik heeft een boom één of
                                slechts enkele stammen. In de natuur bestaat er echter een
                                geleidelijke overgang: heester - struik - struikachtige boom -
                                (meerstammige) boom.</al></li><li nr="·"><al><vet>Houtopstand. </vet>Het kernbegrip van deze verordening, waarop
                                het kapverbod en de vergunningplicht van toepassing zijn. Door dit
                                begrip consequent centraal te stellen wordt duidelijk dat de
                                bescherming betrekking heeft op meer dan bomen alleen.</al></li><li nr="·"><al><vet>Maaiveld.</vet> Het begrip maaiveld is toegevoegd ter
                                voorkoming van discussie. Afhankelijk van de aard van de te
                                beschermen houtopstand kan de hoogte bepaald worden. Bij een boom is
                                het aan te bevelen om het hoogste punt op circa 30cm afstand van de
                                boom te nemen. Bij landschapselementen kan een gemiddelde genomen
                                worden. Bij beplanting bovenop een talud of bij een sloot of greppel
                                wordt altijd de boveninsteek als hoogte gehanteerd. Bij de
                                beplanting op het talud wordt de onderinsteek als hoogte
                                genomen.</al></li><li nr="·"><al><vet>Landschapselement.</vet> Het begrip landschapselement is
                                toegevoegd omdat er behoefte is aan een uitgebreidere bescherming
                                van landschapselementen. In deze verordening wordt onderscheid
                                gemaakt in de bescherming van bomen en landschapselementen. Het
                                vellen van een boom waarvan de boom onderdeel uitmaakt van een
                                landschapselement is niet toegestaan zonder vergunning, ongeacht de
                                stamdiameter. Landschapselementen bestaan uit minimaal 20 stuks,
                                bijvoorbeeld 20 bomen. Voor afgestorven (jonge) bomen of struiken
                                e.d. met een stamdiameter kleiner dan 30 centimeter en opslag is
                                géén vergunning noodzakelijk.</al></li><li nr="·"><al><vet>Houtwal. </vet>Lijnvormige bosaanplant hoofdzakelijk bestaande
                                uit inheemse heesters, struiken en boomvormers.</al></li><li nr="·"><al><vet>Boomgaard.</vet> Een beplanting van fruitbomen niet bedoeld
                                voor de productie van fruit voor commerciële doeleinden.</al></li><li nr="·"><al><vet>Bomenrij.</vet> Een rij van minimaal 20 bomen, op een afstand
                                tot 20 meter. Op deze wijze worden bomenrijen, waarvan de diameter
                                bij een boom minder dan 30cm is, ook beschermd. Staan er minder dan
                                20 bomen of is de onderlinge afstand groter dan 20 meter dan zijn
                                het op zich zelf staande bomen en geldt een minimale stamdiameter
                                van 30cm. </al></li><li nr="·"><al><vet>Bosplantsoen. </vet>Aanplant van jonge houtige gewassen,
                                bestaande uit hoofdzakelijk inheemse heesters, struiken en
                                boomvormers. Hieronder valt ook beplanting wat niet onder het begrip
                                bos valt. Bijvoorbeeld beplanting, voornamelijk bestaande uit bomen,
                                meer dan 10 are en binnen de bestemming agrarisch gebied (met of
                                zonder landschappelijke waarden). </al></li><li nr="·"><al><vet>Struweel. </vet>Een begroeiing van hoofdzakelijk inheemse
                                soorten heesters en struiken. Een haag valt niet onder dit begrip.
                                Voor het vellen van een haag is géén vergunning nodig.</al></li><li nr="·"><al><vet>Bos.</vet> Het begrip bos is toegevoegd om onderscheid te
                                kunnen maken in houtopstanden die binnen en buiten de werkingssfeer
                                van de boswet vallen. De toevoeging dat in het bestemmingsplan het
                                bos de bestemming natuur of bos moet hebben,voorkomt dat bos gekapt
                                wordt en op een andere locatie ingeplant wordt zonder dat de
                                gemeente hierover een oordeel kan vellen.</al></li><li nr="·"><al><vet>Dunning.</vet> Het begrip dunning is toegevoegd om ter
                                verduidelijken wat regulier onderhoud is bij landschapselementen,
                                voor dunning is geen vergunning nodig. Afzetten (hakhout) val
                                eveneens onder dit begrip. Het vellen(kappen) van houtopstanden of
                                bomen dikker als 30cm valt niet onder dit begrip.</al></li><li nr="·"><al><vet>Hakhout. </vet>Eén of meer bomen of boomvormers, die na te zijn
                                geveld, opnieuw op de stronk uitlopen.</al></li><li nr="·"><al><vet>Vellen. </vet>Elke wijze van het te gronde richten van een
                                houtopstand ongeacht of dit gedeeltelijk is, bijvoorbeeld bij
                                kappen, of volledig, zoals bij rooien (inclusief stobbe
                                verwijderen). Ook ingrepen die een ingrijpende wijziging betekenen,
                                zoals kandelaberen of het snoeien van meer dan 30 procent van het
                                kroonvolume, vallen onder vellen. Dit om het ernstig beschadigen of
                                ontsieren van een boomkroon tegen te kunnen gaan. Het instandhouden
                                door periodieke snoei van de door kandelaberen of knotten ontstane
                                kroonvorm is niet vergunningplichtig. De eerste keer kandelaberen of
                                knotten is wel vergunningplichtig. Het verwijderen van hoofdwortels,
                                waarvan kan worden aangenomen dat daardoor de houtopstand ernstige
                                schade oploopt, valt eveneens onder het begrip vellen. Door de
                                verordening ook van toepassing te laten zijn op het ernstig
                                beschadigen of ontsieren van samengestelde verschijningsvormen,
                                worden grootschalige ingrepen in houtopstand eveneens
                                vergunningplichtig.</al></li><li nr="·"><al><vet>Vergunning.</vet> Met vergunning wordt in deze toelichting de
                                omgevingsvergunning bedoelt.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>ARTIKEL</label><nr>2:</nr><titel>Verbod om te vellen</titel></kop><al><vet>Kapverbod.</vet> Gekozen is voor een beperkt kapverbod voor bomen.
                        Bomen met een doorsnede van minder dan 30 cm en alle bomen op private
                        percelen met een totaaloppervlakte van minder dan 250 m<sup>2</sup> zijn
                        vergunningvrij. Met totaal oppervlakte is bedoeld het totale grondoppervlak
                        inclusief bebouwing. Op deze wijze zijn kleine- tot middelgrote tuinen
                        uitgezonderd van het kapverbod en wordt de aanwezige houtopstand aan de
                        eigen verantwoordelijkheid van de private eigenaar overgelaten. Bij een
                        perceel van maximaal 250 m<sup>2</sup> is het tuinoppervlak relatief klein
                        en over het algemeen staan hier houtopstanden waarvoor een kapverbod
                        overbodig is of ongewenst is. Daarnaast is ook gekozen voor 250m2 in het
                        kader van deregulering. </al><al>Grotere tuinen kunnen meer of forsere houtopstanden bergen en deze kunnen
                        een substantiële bijdrage leveren aan het groene karakter van de wijk of het
                        gebied. Deze private houtopstanden worden daardoor van algemeen belang
                        geacht en vallen wel onder het kapverbod. Als er geen woonhuis op een
                        perceel kleiner dan 250m2 staat dan moet er wel vergunning worden
                        aangevraagd. Het perceel kan dan niet gezien worden als tuin.</al><al>Er is gekozen voor een uitgebreider kapverbod voor houtopstanden, met name
                        landschapselementen. Hiervoor is gekozen om jonge aanplant (dunner als 30cm)
                        en onderbeplanting, in bijvoorbeeld houtwallen, ook te beschermen.</al><al><vet>Dode houtopstand. </vet>Er wordt voor het kapverbod geen onderscheid
                        gemaakt tussen vitale en afgestorven houtopstand. Hiermee kan voorkomen
                        worden dat een kwaadwillende boomeigenaar er voor zorgt dat een gezonde boom
                        dood gaat of `bij vergissing´ een gezonde boom kapt. Het kan tevens
                        wenselijk zijn om dode bomen te bewaren vanwege hun ecologisch waardevolle
                        functies of omdat er wettelijk beschermde diersoorten in nestelen.</al><al><vet> Boswet.</vet> De bevoegdheid tot het instellen van een verbod tot
                        vellen bij gemeentelijke verordening wordt in artikel 15 van de Boswet
                        beperkt. Deze beperking heeft inhoudelijk betrekking op de in artikel 15 lid
                        2 Boswet genoemde houtopstand:</al><lijst><li nr="a."><al>populieren of wilgen als wegbeplantingen of éénrijige beplantingen
                                op of langs landbouwgronden, tenzij deze zijn geknot;</al></li><li nr="b."><al>fruitbomen en windschermen om boomgaarden;</al></li></lijst><al>c fijnsparren of andere coniferen, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te
                        dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde
                        terreinen;</al><lijst><li nr="d."><al>kweekgoed;</al></li><li nr="e."><al>houtopstand, die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap
                                geregistreerde bosbouwondernemingen en niet gelegen is binnen een
                                bebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt
                                die:</al></li><li nr="·"><al>ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are; </al></li><li nr="·"><al>ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend
                                over het totale aantal rijen.</al></li></lijst><al>Onder het kapverbod valt het houden en de economische exploitatie van
                        (vrucht)bomen niet. </al><al>Volgens het Bosschap zijn bosbouwondernemingen:</al><lijst><li nr="1."><al>boseigenaren met meer dan 5 ha bos</al></li><li nr="2."><al>bosaannemingsbedrijven met meer dan 11.345 euro omzet.</al></li></lijst><al>Verder zijn boseigenaren met meer dan 5 ha bos verplicht zich bij het
                        Bosschap te registreren.</al><al><vet>Onderhoud.</vet> Afzetten, dunnen, kandelaberen en knotten zijn
                        maatregen waar géén vergunning voor nodig is. Dit is ingevoerd om de
                        aanvrager en de behandelaar te ontzien van het doen van een aanvraag en de
                        afhandeling daarvan. De uitkomst van de afhandeling ligt op voorhand vast
                        omdat het doel is om het landschapselement of de boom te handhaven.</al><al>Ook het verwijderen van opslag wordt gezien als onderhoud waarvoor géén
                        vergunning nodig is.</al><al><vet>Coniferen.</vet> Coniferen zijn over het algemeen uitgezonderd op het
                        kapverbod. Het betreft in veel gevallen exoten of kerstbomen. In het
                        verleden moest voor een uitgegroeide kerstboom of Atlasceder een kapaanvraag
                        worden gedaan. Omdat deze aanvragen niet geweigerd worden wordt de noodzaak
                        van een kapverbod van coniferen niet ingezien. Uitzondering hierop zijn de
                        soorten die ook in het landschap veelvuldig voorkomen, zoals bijvoorbeeld
                        Grove Den.</al><al><vet>Wabo. </vet>Bij het opstellen van deze toelichting is gebruik gemaakt
                        van documenten zoals die ten tijde van het opstellen bekend waren. De
                        toelichting is in die zin niet volledig maar bedoeld om de belangrijkste
                        aandachtspunten uit de Wabo met betrekking tot kappen eenvoudig terug te
                        kunnen vinden (door verwijzingen).</al></divisie><divisie><kop><label>ARTIKEL</label><nr>3:</nr><titel>Aanvraag omgevingsvergunning</titel></kop><al>Indieningsvereisten staan vermeld in het regeling omgevingsrecht. De tekst
                        uit artikel 7.5 : het vellen van een houtopstand staat hieronder
                        vermeld:</al><al>Daarnaast is een situatietekening gewenst om misverstand over de exacte boom
                        te voorkomen. Indien de aanvraag het gevolg is van een geplande verandering
                        van de situatie is zowel een tekening nodig van de bestaande situatie als
                        van de toekomstige situatie. </al></divisie><divisie><kop><label>ARTIKEL</label><nr>4:</nr></kop><al><vet>Criteria en weigeringsgronden</vet></al><lijst><li nr="§"><al>Dit artikel bevat de criteria, die in ieder besluit inzake een
                                aanvraag tot vellen genoemd moeten worden. Stilzwijgend wordt ervan
                                uitgegaan dat (te) zieke of gevaarlijke bomen altijd voor vergunning
                                in aanmerking zullen komen. Ervaring leert dat de algemene termen
                                waarin hier genoemde weigeringsgronden gesteld zijn nadere
                                uitwerking behoeven van criteria voor boombelang en
                                verwijderingsbelang. De beslissing op de aanvraag moet waar mogelijk
                                verwijzen naar beleidsbesluiten. Ook de door derde-belanghebbenden
                                ingediende zienswijzen moeten meegewogen worden.</al></li><li nr="§"><al>Op grond van de Wabo moeten in de verordening ook de
                                weigeringsgronden worden opgenomen (bron: Wabo in de praktijk,
                                paragraaf 9.4.9)</al></li><li nr="§"><al>Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (artikelen 3:46- 3:50 en
                                4:82 – 4:84) dient de motivering van het besluit van Burgemeester en
                                wethouders te verwijzen naar gemeentelijke beleidsregels zoals
                                bestemmings-, groen-, bomen-, of landschapsplannen en bijbehorende
                                (beschermings)categorieën en beleidskaarten.</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>ARTIKEL</label><nr>5:</nr><titel>Procedure</titel></kop><al>In de Wabo staat beschreven welke procedure er gehanteerd moet worden voor
                        een omgevingsvergunningaanvraag.</al></divisie><divisie><kop><label>ARTIKEL</label><nr>6:</nr><titel>In werking treden van de omgevingsvergunning</titel></kop><al>De Wabo kent een aantal uitzonderingen op de hoofdregel dat het besluit één
                        dag na bekendmaking in werking treedt. Hieronder valt onder meer de
                        omgevingsvergunning voor het vellen of doen vellen van een houtopstand/boom. </al><al>Het bevoegd gezag kan hiervan afwijken en bepalen dat het besluit na
                        bekendmaking in werking treedt.</al></divisie><divisie><kop><label>ARTIKEL</label><nr>7:Intrekking</nr><titel>of wijziging.</titel></kop><al>In dit artikel zijn de gronden aangeven voor intrekking, wijziging van de
                        vergunning die</al><al>gelden voor vergunning van deze verordening ( art. 2.31 lid 2 Wabo).</al><al>De intrekking van de omgevingsvergunning voor het vellen van een
                        houtopstand- indien</al><al>sprake van sanctie- is geregeld in hoofdstuk 5 Wabo. Het gezag dat bevoegd
                        is een</al><al>omgevingsvergunning te verlenen kan deze geheel of gedeeltelijk intrekken
                        indien:</al><lijst><li nr="-"><al>de omgevingsvergunning is verleend op grond van onjuiste of
                                onvolledige opgave;</al></li><li nr="-"><al>niet overeenkomstig de omgevingsvergunning is of wordt
                                gehandeld;</al></li><li nr="-"><al>de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften of beperkingen
                                niet zijn of</al></li></lijst><al>worden nageleefd;</al><lijst><li nr="-"><al>de houder van de omgevingsvergunning de voor hem geldende regels
                                niet naleeft ( art.</al></li><li nr="5."><al>19 lid 1 Wabo).</al></li></lijst><al>Het kan voorkomen dat oude vergunningen gebruikt worden, daarom kan een
                        beroep gedaan worden op artikel 2.33 uit de Wabo, de tekst staat hieronder
                        vermeld.</al></divisie><divisie><kop><label>ARTIKEL</label><nr>8:</nr><titel>Voorschriften, herplant- en instandhoudingsplicht.</titel></kop><al><vet>Voorschriften. </vet>Herplantvoorschriften moeten concreet en eenduidig
                        zijn en mogen zeer gedetailleerd soort, locatie en plantwijze voorschrijven
                        mits dit in het gangbare beleid past. De wijze waarop de zelfstandige
                        herplant- en instandhoudingsplicht wordt uitgevoerd, vraagt dus om
                        beleidsmatige uitwerking. Deze uitwerking kan deel uitmaken van een breder
                        opgezet handhavingsbeleid. Factoren die daarbij een rol spelen, zijn de
                        ernst van de overtreding, de mate van (on)verantwoordelijkheid die aan de
                        overtreder kan worden toegekend en de feitelijke mogelijkheden tot
                        uitvoering van een herplant. Onder het handhavingsbeleid vallen ook de
                        richtlijnen voor het effectief uitvoeren van de strafvervolging door politie
                        en daartoe aangestelde opsporingsambtenaren, zoals bedoeld in artikel
                        14.</al><al><vet>Financiële herplant. </vet>Burgemeester en wethouders bepalen de hoogte
                        van de financiële bijdrage. Let op dat een financiële herplantplicht
                        daadwerkelijk voor herplant elders gebruikt dient te worden blijkens de
                        rechtspraak en niet voor extra snoeien of iets dergelijks. Bovendien moet
                        die herplant zo nabij als mogelijk uitgevoerd worden.</al></divisie><divisie><kop><label>ARTIKEL</label><nr>9:</nr></kop><al><vet>Schadevergoeding</vet></al><al>De <vet>Boswet </vet>schrijft voor dat een gemeentelijke verordening dit
                        artikel moet bevatten, hoewel uit de (gepubliceerde) rechtspraak geen enkel
                        geval van een schade-uitkering op grond van dit artikel bekend is. Rechters
                        lijken niet snel (onredelijk) nadeel aanwezig te achten indien een
                        vergunning om te vellen geweigerd wordt.</al></divisie><divisie><kop><label>ARTIKEL</label><nr>10:</nr></kop><al><vet>Afstand van de erfgrenslijn</vet></al><al>De leden één en twee van artikel 42 Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek geeft
                        het bekende verwijderingrecht voor bomen binnen twee meter en heesters en
                        hagen binnen een halve meter van de erfgrenslijn. Maar in artikel 5:42 lid 2
                        is in afwijking van het oude B.W. toegevoegd: "tenzij ingevolge een
                        verordening of een plaatselijke gewoonte een kleinere afstand is
                        toegelaten". Daarom is in deze model-verordening dit artikel toegevoegd dat
                        de erfgrensafstand aanzienlijk verkleind. Met "nihil" voor heggen en
                        heesters is bedoeld deze natuurlijke wijze van erfbegrenzing te beschermen
                        en tot de normale standaard te maken. Vele bomen en heesters zullen door
                        deze afstandverkleining beter beschermd, misschien wel gespaard worden. De
                        juridische mogelijkheden voor burenruzies zijn hiermee enigszins
                        verminderd.</al></divisie><divisie><kop><label>ARTIKEL</label><nr>11:</nr></kop><al><vet>Bestrijding van boomziekten</vet></al><al>Dit artikel is bedoeld om besmettelijke boomziekten zoals de iepziekte
                        adequaat te kunnen bestrijden. Belangrijk is dat verspreiding van potentieel
                        broedhout en de besmetting wordt voorkomen. </al><al>In het vierde lid is een bijzondere bestuursdwang bevoegdheid in aanvulling
                        op de algemene gemeentelijke bestuursdwang bevoegdheid opgenomen, vanwege de
                        ernst van de zaak en noodzaak snel te kunnen handelen met name voor een
                        afdeling "Groen".</al></divisie><divisie><kop><label>ARTIKEL</label><nr>12:</nr><titel>Bescherming publieke houtopstanden.</titel></kop><al>Dit artikel is bedoeld beschadiging aan gemeentelijke houtopstanden te
                        voorkomen.</al></divisie><divisie><kop><label>ARTIKEL</label><nr>13:</nr></kop><al><vet>Strafbepaling</vet></al><al>De op grond van dit artikel ingestelde strafvervolging laat onverlet de
                        mogelijkheid van het instellen door Burgemeester en wethouders van een
                        privaatrechtelijke vordering tot schadevergoeding wegens schade aan bomen of
                        houtopstand.</al><al><vet>Ratio. </vet>De strafmaatbepalingen zijn de basis voor aangifte bij de
                        politie en eventuele strafvervolging door justitie. De bepalingen zijn
                        overeenkomstig de grenzen van de Gemeentewet vastgesteld. Soms kan de
                        rechter overgaan tot bijzondere maatregelen, zoals publicatie van een vonnis
                        of voordeeltoekenning (d.w.z. dat justitie afziet van strafvervolging indien
                        verdachte de schade vergoedt).</al><al><vet>Samenloop. </vet>Ook een samengaan met andere delicten (vernieling van
                        eigendom, belediging van personen, enz.) is vaak aanleiding om een illegale
                        kap of beschadiging door justitie aan te laten pakken.</al></divisie><al><vet>De op grond van dit artikel ingestelde strafvervolging laat onverlet de
                        mogelijkheid</vet></al><al>tot het instellen door Burgemeester en wethouders van een privaatrechtelijke
                    vordering tot schadevergoeding wegens schade aan publieke bomen of
                    houtopstanden.</al><al><vet>Schadevergoeding. </vet>De ingestelde strafvervolging staat het instellen
                    van een privaatrechtelijke schadevordering als gevolg van waardevermindering of
                    verlies van de boom niet in de weg. Wel blijken rechters en officieren in de
                    praktijk terughoudend in het tweemaal juridisch aanpakken van hetzelfde
                    feit.</al><divisie><kop><label>ARTIKEL</label><nr>15:</nr><titel>Het bevoegde bestuursorgaan</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders is op grond van de Wabo het
                        bevoegd gezag, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald. Het
                        college stelt beleidsregels op, waarmee de kapaanvragen op een transparante
                        wijze wordt afgedaan. </al><al>In bijzondere gevallen kan het college afwijken van de eigen regels. Hierbij
                        moet gedacht worden aan bijzondere belangen zoals het realiseren van grote
                        infrastructurele werken, veiligheid etc.</al><al>Het college legt bij voorkeur vooraf verantwoording af op het te voeren
                        beleid. In enkele gevallen kan de tijdsdruk dermate hoog zijn dat dit ook
                        achteraf verantwoording afgelegd wordt. Het afleggen van
                        verantwoordelijkheid stelt de gemeenteraad in staat hun controlerende taak
                        uit te voeren.</al><al>Bij de behandeling van de vorige bomenverordening (gedateerd 27 november
                        2007) in de gemeenteraad is verzocht deze werkwijze vast te leggen.</al><al><vet>BOMENVERORDENING GEMEENTE WIERDEN 2010: BELEIDSREGELS</vet></al><al><vet>Algemene beleidsregels</vet></al><al>Beleidsregels zijn regels waarmee snel bepaald kan worden of een
                        boom/houtopstand wel of niet weg mag. Bij het afdoen van de
                        vergunningsaanvraag wordt er verwezen naar deze regels.</al><al><vet>Veiligheid, vitaliteit en levensverwachting</vet></al><al>Een boom met een beperkte vitaliteit en een levensverwachting van minder dan
                        10 jaar én waar gevaar verwacht kan worden in de vorm van vallende takken
                        omvallen e.d., mag geveld worden. Hiervoor wordt vergunning verleend.</al><al><vet>Waarde van de boom of houtopstand</vet></al><al>De bomenverordening gaat uit van verschillende waarde(n). Over het algemeen
                        kan gesteld worden dat de bomen en houtopstanden die nu nog beschermd worden
                        door een kapverbod allemaal waardevol zijn. Door de genomen deregulering
                        maatregelen (groter dan 30cm, tuinen en coniferen uitzonderen etc. ) zijn op
                        voorhand minder waardevolle bomen uitgesloten. </al><al>Jonge beplanting wordt alleen beschermd bij landschapselementen die
                        voornamelijk in het buitengebied voorkomen. Vaak worden deze met subsidie
                        aangeplant of is er een verplichting opgelegd om aanplant te verrichten in
                        het kader van een bouwplan. Het is niet waarschijnlijk dat er aanvragen
                        binnen komen om ze te rooien. Het doel is om ze te beschermen en om op te
                        kunnen treden bij illegale kap.</al><al>Bij de afhandeling van een kapaanvraag kan eveneens het gemeentelijke beleid
                        richting geven. Het Landschaps Ontwikkelings Plan maar ook een
                        Groenbeleidsplan kunnen hierbij helpen. Deze plannen kennen een ander
                        abstractieniveau. Termen zoals openheid, groenstructuur, of kleinschaligheid
                        komen in deze plannen voor en kunnen in de afweging worden meegenomen.</al><al><vet>Verwijderingsbelang</vet></al><al>Een kapaanvraag heeft een oorzaak. Gemeente Wierden is ontwikkelingsgericht
                        en wil ontwikkelingen niet tegen gaan. Een boom moet niet een belemmering
                        zijn maar een welkome aanvulling op de tuin of het groen in de gemeente. Als
                        uiteindelijk de aanvrager een aanvraag indient dan is de aanvrager overtuigd
                        van de noodzaak. De behandelaar kijkt samen met de aanvrager of er
                        alternatieven zijn, bijvoorbeeld voor een bouw. Zijn die er niet dan wordt
                        vergunning verleend. </al><al>Bij aanvragen waarbij de motivatie of ontbreekt, vaag is of alleen gericht
                        is op overlast, gelden andere overwegingen. Dan wordt in principe géén
                        vergunning verleend.</al><al><vet>Belangenafweging</vet></al><al>Het afwegen van de waarde van de boom en het belang van de aanvrager wordt
                        vereenvoudigd en transparant gemaakt door er regels voor op te stellen. De
                        regels gaan uit van bomen die gezond, en vitaal zijn. </al><al><vet>Regel 1:</vet> Aanvragen die gemotiveerd zijn omdat de eigenaar “last”
                        van een boom of houtopstand heeft worden afgewezen. Overlast kan zijn:
                        blad/bloesemval, schaduw, vochtontrekking etc. In enkele gevallen kan hierop
                        afgeweken worden, dit heeft met name te maken met de aard van de overlast,
                        combinaties van verschillende soorten overlast en de waarde van de boom
                        en/of houtopstand.</al><al><vet>Regel 2:</vet> Bomen kunnen geveld worden als ze in de weg staan voor
                        een bouw- en infrastructureel werk en er géén reëel alternatief voorhanden
                        is. Dit geldt ook voor de gevallen waarvan het bouwwerk geprojecteerd wordt
                        onder de bestaande kroonprojectie en meer dan 30% van wortelvolume
                        weggehaald moet worden. Alternatieven kunnen zijn:</al><lijst><li nr="§"><al>Op een andere locatie, op hetzelfde perceel, bouwen;</al></li><li nr="§"><al>Verplanten van de boom;</al></li><li nr="§"><al>Gebouw/wegprofiel aanpassen.</al></li></lijst><al><vet>Regel 3:</vet> Voor bomen- en/of houtopstanden die in de weg staan voor
                        agrarische bedrijfsvoering moet een afweging worden gedaan. In enkele
                        gevallen kan medewerking worden verleend, namelijk:</al><lijst><li nr="§"><al>Om een groenplan mogelijk te maken. Het groenplan moet zowel een
                                kwantitatieve als kwalitatieve verbetering opleveren.</al></li><li nr="§"><al>Bij herverkaveling, als er een te klein restperceel ontstaat.</al></li></lijst><al>In andere gevallen wordt géén medewerking verleend.</al><al><vet>Regel 4:</vet> In beginsel wordt er géén vergunning verstrekt voor
                        bomen en/of houtopstanden die tijdelijk in de weg staan bij de realisatie
                        van een bouw- en/of infrastructureel werk. In enkele gevallen kan
                        medewerking worden verleend, namelijk:</al><lijst><li nr="§"><al>Als er géén alternatieve werkwijze is;</al></li><li nr="§"><al>Als de alternatieve werkwijze financieel niet haalbaar is. Bij bomen
                                dikker dan 30cm geldt dat de boom getaxeerd moet worden door een
                                deskundig, bij de NVTB* aangesloten, bedrijf. Bij overige
                                houtopstanden geldt dat de waarde van de grond en de kosten voor
                                herplant bepalend zijn. De waarde van de boom en/of de houtopstand
                                moet worden afgewogen tegen de meerprijs van de alternatieve
                                werkwijze (voor realisatie van het bouwwerk). </al><al> *=Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen</al></li></lijst><al><vet>Regel 5:</vet> Bomen kunnen geveld worden als ze in de weg staan bij
                        inritten. Een goede ontsluiting is belangrijk voor de toegankelijkheid van
                        een perceel. Hierbij moet altijd een overweging gedaan worden. Bijvoorbeeld:
                        Melktransport op een agrarisch bedrijf of een verhuiswagen bij een
                        particulier kan een andere afweging geven.</al><al><vet>Regel 6:</vet> Omdat de bomenverordening gedereguleerd is, en nu alleen
                        geldt voor percelen groter dan 250m2, mag er vanuit gegaan worden dat de
                        eigenaar ruimte kan maken voor herplant. Daarom wordt er een herplant
                        opgelegd als blijkt dat er voldoende ruimte is. Omdat een jonge boom niet
                        hetzelfde beeld geeft als een boom met een stamdiameter van 30cm wordt in
                        principe altijd een dubbele herplant opgelegd. Dus twee bomen in plaats van
                        één. </al><al>Bij landschapselementen wordt een herplant opgelegd van 120%, om dezelfde
                        redenen. Dus bij het vellen van 5m2 beplanting wordt een herplant opgelegd
                        van 6m2.</al><al><vet>Spelregels.</vet></al><al>De spelregels zijn overeenkomstig het mandaterings-beleid en de
                        bomenverordening, te weten:</al><lijst><li nr="§"><al>Beleidsregels en wijzigingen worden ter kennisname voorgelegd aan de
                                gemeenteraad.</al></li><li nr="§"><al>Afwijzingen op een kapaanvraag worden ter besluitvorming voorgelegd
                                aan het college.</al></li><li nr="§"><al>Vergunningen die passen binnen de beleidsregels worden verleend door
                                de ambtenaar (gemandateerd).</al></li><li nr="§"><al>Vergunningen die niet passen binnen de beleidsregels worden
                                voorgelegd aan het college van Burgemeester en Wethouders. Het
                                besluit wordt ter kennisname voorgelegd aan de gemeenteraad.</al></li></lijst><al><vet>Hardheidsclausule.</vet></al><al>Burgemeester en wethouders kunnen gemotiveerd afwijken van deze
                        beleidsregels. Redenen om af te wijken kunnen zijn:</al><lijst><li nr="§"><al>Veiligheid;</al></li><li nr="§"><al>Financiele risico’s bij bijvoorbeeld infrastructurele- en
                                bouwwerken;</al></li><li nr="§"><al>Aansprakelijkheidsrisico’s;</al></li><li nr="§"><al>Gewijzigde inzichten.</al></li></lijst></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>