<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR60294_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Gedragscode leden gemeenteraad</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Woudrichem</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-12-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Woudrichem</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gedragscode leden gemeenteraad</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.wetten.nl">Gemeentewet, art. 15, lid 3</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.wetten.nl">Gemeentewet, art. 41c, lid 2</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.wetten.nl">Gemeentewet, art. 69, lid 2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2002-12-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2003-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2008-10-26</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Geen.</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Geen.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Gedragscode leden gemeenteraad</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Nr. 108Agendapunt: 15 aVergadering: 23 december 2002Aan de
                        raad,OnderwerpVaststelling van een gedragscode voor raadsleden.Vaststelling
                        gedragscode voor bestuurders.Bij de wijziging van de Gemeentewet in het
                        kader van de dualisering gemeentebestuur is o.m. bepaald, dat de
                        gemeenteraad een gedragscode moet vaststellen voor:</al><lijst><li nr="1."><al>de leden van de raad (artikel 15, lid 3, Gemeentewet);</al></li><li nr="2."><al>de wethouders (artikel 41 c, lid 2, Gemeentewet);</al></li><li nr="3."><al>de burgemeester (artikel 69, lid 2, Gemeentewet).</al></li></lijst><al>Ter voldoening aan deze bepalingen van de Gemeentewet doen wij u bijgaand de
                        betreffende gedragscode voor de onderscheidene bestuurders van de gemeente
                        Woudrichem ter vaststelling
                        toekomen.<onderstreept>Inleiding.</onderstreept>Voor het adequaat
                        functioneren van de overheid zijn gezaghebbende bestuurders noodzakelijk die
                        het vertrouwen genieten van de burgers, omdat ze deskundig, gedreven en
                        integer zijn. De lokale samenleving beschouwt de integriteit van
                        be­stuurlijke organen en van bestuurders als een van de belangrijkste
                        waarden. Ook de gemeenteraad denkt er zo over. Om aan het waarborgen van die
                        fundamentele waarde in het overheidsbestuur ook zijn eigen bijdrage te
                        leveren heeft de gemeenteraad zo spoedig mogelijk willen vaststellen aan
                        welke eigen normen van bestuurlijke integriteit hij wil voldoen. Die normen
                        staan in deze gedragscode.Raadsleden dienen al langer aan regels te voldoen
                        die in wetgeving en andere bronnen te vinden zijn, bijvoorbeeld over fraude,
                        valsheid in geschrifte, neven­functies, onverenigbare functies en verboden
                        handelingen. Maar de nieuwe Ge­meentewet verlangt in artikel 15, lid 3, dat
                        de raad de reeds bestaande gedragsbe­perkingen uitwerkt of uitbreidt naar
                        eigen inzicht Met de gedragscode geeft de raad tevens uitvoering aan die
                        wettelijke opdracht.De code heeft geen rechtskracht zoals wettelijke
                        bepalingen die hebben, maar overtreding van de code die de raad eenmaal
                        aanvaard heeft, kan bestuurlijke en politieke gevolgen hebben. De code is
                        echter vooral bedoeld om overtredingen te
                            voorkomen.<onderstreept>Procedures</onderstreept>De gedragscode bevat
                        niet alleen normen, maar ook procedures. In veel gevallen schrijft deze code
                        namelijk voor welke gedrags/ijnen de raadsleden dienen te vol­gen.Aan de
                        hand van deze code kan iedereen zich er een helder beeld van vormen of de
                        raad en zijn individuele leden juist gehandeld hebben. De code is daarmee
                        een openbaar toetsingsinstrument en controlemiddel. Ook de raadsleden zelf
                        weten nu precies waar zij aan toe zijn met bepaalde gedragingen.De
                        gemeenteraad neemt zich voor om jaarlijks of telkens wanneer de noodzaak
                        daartoe aandient, deze code te wijzigen of aan te
                            vullen.<onderstreept>Gedragscode</onderstreept>De gedragscode bestaat
                        uit twee delen.Deel I omschrijft een aantal kernbegrippen die aspecten zijn
                        van het begrip inte­griteit en die als uitgangspunten dienen voor een
                        bredere behandeling. Deel II bevat de eigenlijke gedragsregels aan de hand
                        van een aantal thema's. Als voornaamste bron heeft gediend de modelcode van
                        het ministerie van Binnen­landse Zaken en Koninkrijksrelaties, het
                        Interprovinciaal Overleg en de Vereni­ging van Nederlandse Gemeenten, die
                        alle drie gezamenlijk een modelcode heb­ben opgesteld. Daarbij hebben zij op
                        hun beurt gebruik gemaakt van elders be­staande voorbeelden.Waar nodig en
                        mogelijk heeft de raad vanzelfsprekend rekening gehouden met het eigen
                        karakter van de gemeente
                        Woudrichem.<onderstreept>Voorstel</onderstreept>Samenvattend wordt
                        voorgesteld conform het bepaalde in artikel 15, lid 3, van de Gemeentewet
                        voor de leden van de gemeenteraad de bij het ontwerp-raadsbesluit behorende
                        gedragscode Deel I en deel II vast te stellen.Het college van burgemeester
                        en wethouders van Woudrichem,de secretaris, de burgemeester,R.W.J. Briene,
                        A. van Harten, voorzitter, griffierDe raad van de gemeente Woudrichem;gezien
                        het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 10 december
                        2002, nr.108;gelet op artikel 15, lid 3, Gemeentewet;besluit </al><lijst><li nr="1."><al>voor de leden van de gemeenteraad van Woudrichem vast te stellen de
                                bij dit besluit beho­rende en als zodanig gewaarmerkte gedragscode
                                Deel I en Deel II.</al></li><li nr="2."><al>te verklaren dat de onder punt 1. genoemde gedragscode Deel I. en
                                Deel eveneens van toepassing is op de leden van de door de mad en
                                het college ingestelde commissies.</al></li></lijst><al>Aldus besloten door de raad van de gemeente Woudrichem in zijn openbare
                        vergadering van 23 december 2002.Behoort bij raadsbesluit d.d. 23 december
                        2002 vaststelling gedragscode voor raadsleden.Mij bekend,de griffier,</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>I</nr><titel>KERNBEGRIPPEN VAN BESTUURLIJKE INTEGRITEIT</titel></kop><structuurtekst><al>Leden van de gemeenteraad stellen bij hun handelen de kwaliteit van het
                            openbaar bestuur centraal. Integriteit van het openbaar bestuur is
                            daarvoor een belangrijke voorwaarde. De belangen van de gemeente, en in
                            het verlengde daarvan de belangen van de burgers, zijn het primaire
                            richtsnoer.Bestuurlijke integriteit houdt in dat de raadsleden de
                            verantwoordelijkheid die met hun functie samenhangt, aanvaarden en dat
                            zij bereid zijn over hun functioneren verantwoording of to leggen,
                            intern aan collega-bestuurders, de gemeenteraad, maar ook extern aan
                            organisaties en burgers voor wie zij hun functie vervullen.Een aantal
                            kernbegrippen is daarbij leidend en plaatst bestuurlijke integriteit in
                            een breder perspectief:· DienstbaarheidHet handelen van een raadslid is
                            altijd en volledig gericht op het belang van de gemeente en op de
                            organisaties en burgers die daar deel van uit maken.· FunctionaliteitHet
                            handelen van een raadslid heeft een herkenbaar verband met de functie
                            die hij in het gemeentebestuur vervult.· OnafhankelijkheidHet handelen
                            van een raadslid wordt gekenmerkt door onpartijdigheid, dat wil zeggen
                            dat geen vermenging optreedt met oneigenlijke belangen en dat het
                            raadslid ook iedere schijn van een dergelijke vermenging vermijdt.·
                            OpenheidHet handelen van een raadslid is transparant, opdat optimale
                            verantwoording mogelijk is en de controlerende organen volledig inzicht
                            hebben in het handelen van het raadslid en zijn beweegredenen daarbij.·
                            BetrouwbaarheidOp een raadslid moet men kunnen rekenen. Een raadslid
                            houdt zich aan afspraken. Kennis en informatie waarover hij uit hoofde
                            van zijn functie beschikt, wendt hij aan voor het doel waarvoor die zijn
                            gegeven.. ZorgvuldigheidEen raadslid bejegent alle organisaties en
                            burgers op gelijke wijze en met respect en weegt de belangen van
                            partijen op correcte wijze af.Deze kernbegrippen vormen het
                            toetsingskader voor de gedragsafspraken in deel II. De gedragingen
                            moeten aan deze kernbegrippen getoetst kunnen worden.2.6 Een raadslid
                            dat op private en commerciele basis als adviseur ten behoeve van burgers
                            of lokale organisaties optreedt, dient daarbij
                            belangenverstrengelingBehoort bij raadsbesluit d.d. 23 december 2002
                            vaststelling gedragscode voor raadsleden.Mij bekend,griffier,</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>II</nr><titel>GEDRAGSCODE VOOR RAADSLEDEN</titel></kop><structuurtekst><al><onderstreept>Algemene bepalingen</onderstreept>1.1 Deze gedragscode
                            geldt voor de leden van de gemeenteraad.1.2 De gemeenteraad benoemt een
                            of meer vertrouwenspersonen met wie de raadsleden integriteitproblemen
                            kunnen bespreken1.3 In gevallen waarin de code niet voorziet of waarbij
                            de toepasselijkheid op de situatie niet vaststaat, vindt bespreking
                            plaats met de vertrouwenspersonen.1.4 De code is openbaar en door derden
                            te raadplegen.1.5 De leden van de raad ontvangen bij hun aantreden een
                            exemplaar van de code.<onderstreept>2 Belangenverstrengeling en
                                aanbesteding</onderstreept>2.1 Een raadslid doet opgave van zijn
                            financiele belangen in ondernemingen en organisaties waarmee de gemeente
                            zakelijke betrekkingen onderhoudt. De opgave is openbaar en door derden
                            te raadplegen.2.2 Bij privaat-publieke samenwerkingsrelaties voorkomt
                            het raadslid (de schijn van) bevoordeling in strijd met eerlijke
                            concurrentieverhoudingen.2.3 Een oud-raadslid wordt het eerste jaar na
                            de beeindiging van zijn ambtstermijn uitgesloten van het tegen beloning
                            verrichten van werkzaamheden voor de gemeente.2.4 Een raadslid dat
                            familie- of vriendschapsbetrekkingen of anderszins persoonlijke
                            betrekkingen heeft met een aanbieder van diensten aan de gemeente,
                            onthoudt zich van deelname aan de besluitvorming over de betreffende
                            opdracht.2.5 Een raadslid neemt van een aanbieder van diensten aan de
                            gemeente geen faciliteiten of diensten aan die zijn onafhankelijke
                            positie ten opzichte van de aanbieder kan beInvloeden. en zelfs de
                            schijn daarvan te vermijden, wanneer de gemeente op enigerlei wijze in
                            die relatie betrokken is.<onderstreept>3 Nevenfuncties</onderstreept>3.1
                            Een raadslid vervult geen nevenfuncties waarbij strijdigheid is of kan
                            zijn met het belang van de gemeente.3.2 Een raadslid maakt melding van
                            al zijn nevenfuncties waarbij het raadslid tevens aangeeft of deze
                            functies wel of niet bezoldigd zijn. De gemeente maakt deze gegevens
                            openbaar.3.3 De kosten die een raadslid maakt in verband met een
                            nevenfunctie uit hoofde van het ambt (q.q.-nevenfunctie), worden vergoed
                            door de instantie waar het raadslid de nevenfunctie uitoefent.3.4 Een
                            raadslid dat een nevenfunctie wil vervullen anders dan uit hoofde van
                            het raadslidmaatschap, bespreekt dit voornemen met de
                            vertrouwensperso(o)n(en). Daarbij komt tevens aan de orde hoe hij dient
                            te handelen met betrekking tot eventuele vergoedingen en de te maken
                                kosten.<onderstreept>4 Informatie</onderstreept>4.1 Een raadslid
                            gaat zorgvuldig en correct om met informatie waarover hij uit hoofde van
                            zijn raadslidmaatschap beschikt. Hij verstrekt geen geheime
                            informatie.4.2 Een raadslid houdt geen informatie achter, tenzij deze
                            geheim of vertrouwelijk is en het niet geven van informatie mogelijk is
                            op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur.4.3 Een
                            raadslid maakt niet ten eigen bate of van zijn persoonlijke betrekkingen
                            gebruik van in de uitoefening van het raadslidmaatschap verkregen
                                informatie.<onderstreept>5 Aannemen van geschenken</onderstreept>5.1
                            Geschenken en giften die een raadslid uit hoofde van zijn functie
                            ontvangt, worden gemeld en geregistreerd en zijn eigendom van de
                            gemeente. Er wordt een gemeentelijke bestemming voor gezocht.5.2 Indien
                            een raadslid geschenken of giften ontvangt die een waarde van minder dan
                            50 euro vertegenwoordigen, kan hij deze in afwijking van het
                            bovenstaande behouden en hoeft hij ze niet te melden en te laten
                            registreren.5.3 Geschenken en giften van 50 euro of meer ontvangt het
                            raadslid niet op zijn huisadres. Indien dit toch is gebeurd, meldt hij
                            dit aan de raad die een besluit over de bestemming van het geschenk
                                neemt.<onderstreept>6 Bestuurlijke uitgaven</onderstreept>6.1 De
                            gemeente vergoedt uitgaven uitsluitend als het raadslid de hoogte en de
                            functionaliteit ervan kan aantonen.6.2 Ter bepaling van de
                            functionaliteit van bestuurlijke uitgaven hanteert de raad de volgende
                            criteria:- met de uitgave is het belang van de gemeente gediend;- de
                            uitgave vloeit voort uit de functie.<onderstreept>7
                                Declaraties</onderstreept>7.1 Het raadslid declareert geen kosten
                            die reeds op andere wijze worden vergoed.7.2 Declaraties worden
                            afgewikkeld volgens een daartoe vastgestelde administratieve
                            procedure.7.3 Het raadslid dient een declaratie in door middel van een
                            daartoe vastgesteld formulier. Bij het formulier voegt hij een
                            betalingsbewijs en op het formulier vermeldt hij de functionaliteit van
                            de uitgave.7.4 Het raadslid declareert de gemaakte kosten binnen een
                            maand. Eventuele voorschotten rekent hij voor zover mogelijk binnen een
                            maand af.7.5 De griffier is verantwoordelijk voor een deugdelijke
                            administratieve afhandeling en registratie van declaraties.7.6 In geval
                            van twijfel omtrent een declaratie, legt de griffier deze voor aan de
                            burgemeester. Zonodig wordt de declaratie ter besluitvorming aan de raad
                                voorgelegd.<onderstreept>8 Creditcards</onderstreept>Aan raadsleden
                            wordt geen creditcard van gemeentewege verstrekt.<onderstreept>9 Gebruik
                                van gemeentelijke voorzieningen</onderstreept>9.1 Het is de
                            raadsleden niet toegestaan van gemeentelijke eigendommen of
                            voorzieningen voor prive-doeleinden gebruik to maken.9.2 Raadsleden
                            kunnen zo nodig op basis van een overeenkomst ter zake voor de
                            uitoefening van hun functie een fax, mobiele telefoon en computer in
                            bruikleen ter beschikking krijgen.<onderstreept>10 Reizen
                                buitenland</onderstreept>10.1 Een collegelid dat het voornemen heeft
                            een buitenlandse dienstreis to maken, heeft toestemming nodig van het
                            college van B&amp;W. De gemeenteraad wordt van het besluit op de hoogte
                            gesteld.10.2 Een collegelid dat het voornemen van een dienstreis meldt,
                            verschaft informatie over het doel van de reis, de bijbehorende
                            beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap en de geraamde
                            kosten.10.3 Uitnodigingen voor reizen, werkbezoeken en dergelijke op
                            kosten van derden worden altijd besproken in het college en onder meer
                            getoetst op het risico van belangenverstrengeling. Het gemeentelijk
                            belang van de reis is doorslaggevend voor de besluitvorming.10.4 Van de
                            reis wordt een verslag opgesteld. Van buitenlandse reizen maakt het
                            college melding in een jaarverslag.10.5 Het ten laste van de gemeente
                            meereizen van de partner van een collegelid is uitsluitend toegestaan
                            wanneer dit gebeurt op uitnodiging van de ontvangende partij en het
                            belang van de gemeente daarmee gediend is. Het meereizen van de partner
                            betrekt het college bij de besluitvorming.10.6 Het anderszins meereizen
                            van derden op kosten van de gemeente is niet toegestaan. Het meereizen
                            van derden op eigen kosten is toegestaan en wordt in dat geval bij de
                            besluitvorming van het college betrokken.10.7 Het verlengen van een
                            buitenlandse dienstreis voor prive-doeleinden is toegestaan, mits dit is
                            betrokken bij de besluitvorming van het college. De extra reis- en
                            verblijfkosten komen volledig voor rekening van het collegelid.10.8 De
                            in verband met de buitenlandse dienstreis gedane functionele uitgaven
                            worden vergoed conform de geldende regelingen. Uitgaven worden vergoed
                            voor zover zij redelijk en verantwoord worden geacht.Hieronder wordt
                            informatie gegeven inzake kostenvergoedingen voor
                            gemeentebestuurders.</al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><kop><label>KOSTENVERGOEDINGEN</label><nr>1</nr></kop><al><onderstreept>1. Opbouw kostenvergoedingen</onderstreept>Naast vergoedingen voor
                    nader aangeduide kosten zoals reis- en verblijfkosten, hebben de ambtsdragers
                    aanspraak op een vaste (forfaitaire) kostenvergoeding. Bij de opbouw van de
                    vaste of forfaitaire kostenvergoedingen voor gemeentebestuurders zijn de
                    volgende kostencomponenten gehanteerd:</al><lijst><li nr="a."><al>RepresentatieRepresentatie (koffie, thee, hapjes, drankjes, etentjes met
                            zakelijke relaties, attenties e.d.). Tevens worden onder deze categorie
                            begrepen de noodzakelijke kosten voor de representatie die door de
                            partner worden gemaakt in verband met de functieuitoefening als
                            politieke ambtsdrager. Voorbeelden zijn uitgaven en (reis)kosten
                            verbonden aan bezoeken van zieken, bejaarden, 100-jarigen en het
                            bijwonen van georganiseerde activiteiten, bijeenkomsten en
                            recepties.</al></li><li nr="b."><al>VakliteratuurUitgaven voor (abonnementen voor) vakliteratuur, losbladige
                            uitgaven, naslagwerken.</al></li><li nr="c."><al>Contributies (verenigingen)Contributies/lidmaatschappen: lidmaatschap
                            vakbond, belangenvereniging, beroepsvereniging, bestuurdersvereniging
                            e.d.</al></li><li nr="d."><al>TelefoonkostenDe kosten van zakelijke gesprekken waaronder ook van de
                            mobiele telefoon. De kosten van telefoonabonnementen vallen niet onder
                            de vaste kostenvergoeding.</al></li><li nr="e."><al>Bureaukosten en porti.Pennen, potloden, papier, zakelijke agenda e.d.
                            tevens de kosten voor het verzenden van post en het kopieren van
                            stukken.</al></li><li nr="f."><al>GiftenZakelijke giften die de politieke ambtsdrager louter als zodanig
                            doet, en die men als prive-persoon niet zou hebben gedaan, aan
                            inzamelingsacties, collectes e.d. (in de regel voor plaatselijke en/of
                            regionale doeleinden). Giften aan een politieke partij of
                            verkiezingscampagne maken hier geen deel van uit.</al></li><li nr="g."><al>FractiekostenBijdragen in de kosten van fractieassistenten en
                            secretariaat, fractieweekend.</al></li><li nr="h."><al>Representatieve ontvangsten aan huisHieronder vallen de kosten verbonden
                            aan ontvangsten in de eigen woning die direct verband houden met de
                            uitoefening van het ambt in het eigen huis (consumptieve verstrekkingen
                            e.d.).</al></li><li nr="i."><al>ExcursiesExcursies die worden gevolgd ten behoeve van de uitoefening van
                            het politieke ambt (inclusief reis- en verblijfskosten).</al></li></lijst><al>De daadwerkelijke samenstelling van de vergoedingen en de hoogte van de bedragen
                    verschillen voor de diverse categorieèn gemeentebestuurders.<onderstreept>2.
                        Fiscale aspecten</onderstreept>Voor de belastingheffing wordt de beloning
                    (bezoldiging of vergoeding voor de werkzaamheden) in aanmerking genomen hetzij
                    als belastbaar loon (ingeval van werknemerschap), hetzij als belastbaar
                    resultaat uit overige werkzaamheden (ingeval van niet-werknemerschap). Dit
                    onderscheid is van belang voor de mogelijkheden om onbelaste vergoedingen te
                    ontvangen dan wel beroepskosten te kunnen aftrekken.Bij de fiscale behandeling
                    van vaste kostenvergoedingen is er onderscheid tussen de groep die in (fictieve)
                    dienstbetrekking staat (werknemers) en zij die geen dienstbetrekking hebben
                    (niet-werknemers). De mogelijkheid van aftrekbare kosten bestaat niet voor
                    werknemers. Niet-werknemers hebben de mogelijkheid van aftrekbare kosten, maar
                    komen niet in aanmerking voor een onbelaste vergoeding.Burgemeesters zijn in
                    dienstbetrekking. Wethouders en raadsleden zijn niet in dienstbetrekking, maar
                    kunnen voor de loonbelasting opteren en worden in dat geval fiscaal als
                    werknemer aangemerkt (fictief werknemerschap).Belastbaar resultaat uit overige
                    werkzaamheden is het gezamenlijk bedrag van het resultaat uit een of meer
                    werkzaamheden die geen belastbare winst of belastbaar loon genereren. Onder deze
                    categoric inkomsten valt hetgeen ambtsdragers genieten indien zij niet (fictief)
                    als werknemer worden aangemerkt. Bij resultaat uit overige werkzaamheden zijn
                    eventuele (vaste) vergoedingen integraal als inkomen belast. Beroepskosten
                    kunnen echter, met inachtneming van een aantal wettelijke beperkingen en
                    normeringen langs dezelfde regels als ondernemers, in mindering op het
                    belastbare resultaat worden gebracht. Genieters van resultaat uit overige
                    werkzaamheden hebben evenals ondernemers een wettelijke
                    administratieverplichting.De bestuurders die in dienstbetrekking fungeren en zij
                    die voor het fictief werknemerschap hebben geopteerd ontvangen de vaste
                    kostenvergoedingen gebruteerd. Dat betekent dat het bedrag van de vergoeding is
                    verhoogd in verband met verschuldigde belasting. De brutering heeft dus geen
                    betrekking op de categorieen ambtsdragers die niet onder het loonbelastingregime
                    vallen en hiervoor ook niet hebben geopteerd. Dit vloeit voort uit de
                    bovengenoemde aftrekmogelijkheden van betrokkenen van de werkelijk gemaakte
                        kosten.<onderstreept>Loon in natura</onderstreept>Het verstrekken van
                    voorzieningen kan fiscale consequenties hebben. Niet alleen beloning in geld,
                    maar ook voordelen en goederen in natura worden fiscaal als inkomen aangemerkt.
                    Beloningen in natura worden belast naar de waarde in het economisch verkeer. De
                    belaste waarde blij ft echter beperkt tot het bedrag van de besparing als het
                    gaat om goederen die worden gebruikt bij het vervullen van de dienstbetrekking.
                    Het bedrag van de besparing wordt bepaald aan de hand van het bestedingspatroon
                    van personen die in vergelijkbare omstandigheden verkeren. Lunches en diners met
                    relaties van de gemeente worden als onbelast
                        geaccepteerd.<onderstreept>Onkostenvergoedingen
                        gemeentebestuurders</onderstreept>Indien er regelmatig een lunch of diner
                    wordt verstrekt niet voorvloeiend uit de functie en het belang van de gemeente,
                    is er sprake van een prive-besparing. In dat geval bevat de verstrekking fiscaal
                    gezien een inkomensbestanddeel. In deze situatie zou de betrokken bestuurder
                    voor de verstrekking een vergoeding dienen to betalen.Prive-voordeel of -gebruik
                    van in natura verstrekte voorzieningen wordt als inkomen belast. Zo zal er bij
                    bijvoorbeeld bij het prive-gebruik van de dienstauto een fiscale bijtelling
                    plaatsvinden (de zogenoemde autokostenfictie). Indien de werkgever een auto ter
                    beschikking stelt gaat de fiscus er overigens van uit dat ook sprake is van
                    prive-gebruik, tenzij tegenbewijs wordt geleverd (sluitende
                    rittenadministratie). Er zijn tevens fiscale regelingen gericht op het gebruik
                    van</al></bijlage></regeling></body></cvdr>