<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR601525_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene subsidieverordening Haarlemmermeer 2017</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Haarlemmermeer</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-02-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Haarlemmermeer</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2017-42443">gmb-2017-42443</dcterms:isFormatOf><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005537&amp;artikel=4%3A23&amp;lid=1&amp;g=2017-01-01">art. 4:23 lid 1 Awb</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2017-01-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling </overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2016.0069188</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Subsidie</overheidrg:onderwerp></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene subsidieverordening Haarlemmermeer 2017</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Haarlemmermeer;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders {datum};</al><al>gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al>gelet op artikel 4:21 e.v. van de Algemene wet bestuursrecht;</al><al>Gelet op de verordening EG nr. 800/2008;</al><al/><al>BESLUIT:</al><al>- vast te stellen de Algemene subsidieverordening Haarlemmermeer 2017;</al><al>- in te trekken de Algemene subsidieverordening 2011 </al><al/><al><vet>december 2016</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="28*"/><colspec colname="col3" colwidth="3*"/><colspec colname="col4" colwidth="60*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>Aanvrager</al></entry><entry colname="col3" namest="col3" nameend="col4"><al>een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, die zich ten doel stelt zonder winstoogmerk producten te leveren, prestaties en activiteiten te verrichten voor de ingezetenen van de gemeente Haarlemmermeer;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Algemene groepsvrijstellingsverordening</al></entry><entry colname="col3" namest="col3" nameend="col4"><al>verordening (EG) nr. 800/2008 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 6 augustus 2008 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard („de algemene groepsvrijstellingsverordening”) (PbEU L 214/3), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>Activiteiten</al></entry><entry colname="col3" namest="col3" nameend="col4"><al>een activiteit, product, prestatie, project of experiment als bedoeld in dit artikel onder h, m, p en q;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>Activiteitenplan</al></entry><entry colname="col3" namest="col3" nameend="col4"><al>een beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd en de daarmee nagestreefde doelstellingen, waarbij per activiteit de daarvoor benodigde personele en materiële middelen vermeld staan;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col2"><al>Bestemmingsreserve</al></entry><entry colname="col3" namest="col3" nameend="col4"><al>een reserve waaraan vooraf een concrete bestemming is verbonden;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.</al></entry><entry colname="col2"><al>College</al></entry><entry colname="col3" namest="col3" nameend="col4"><al>Het college van burgemeester en wethouders;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f.</al></entry><entry colname="col2"><al>De-minimisverordening</al></entry><entry colname="col3" namest="col3" nameend="col4"><al>verordening (EG) nr. 1998/2006 van de Commissie van Europese Gemeenschappen van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L379/5), verordening (EG) nr. 1535/2007 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 20 december 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L 337/35) en verordening (EG) nr. 875/2007 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 24 juli 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun in de visserijsector en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1860/2004 (PbEU L 193/6), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g.</al></entry><entry colname="col2"><al>Doelgroep</al></entry><entry colname="col3" namest="col3" nameend="col4"><al>het deel van de bevolking die een aantal relevante kenmerken gemeenschappelijk hebben;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>h.</al></entry><entry colname="col2"><al>Eenmalige subsidie</al></entry><entry colname="col3" namest="col3" nameend="col4"><al>subsidie ten behoeve van bijzondere incidentele projecten of activiteiten die niet behoren tot de reguliere bezigheden van de aanvrager en waarvoor het college slechts voor een van tevoren bepaalde tijd van maximaal vier jaar subsidie wil verstrekken;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>i.</al></entry><entry colname="col2"><al>Eigen middelen</al></entry><entry colname="col3" namest="col3" nameend="col4"><al>Onder andere inkomsten uit contributies, deelnemersbijdragen, donaties, erfstellingen en legaten;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>j.</al></entry><entry colname="col2"><al>Europees steunkader</al></entry><entry colname="col3" namest="col3" nameend="col4"><al>een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 en 109 van het Verdrag heeft vastgesteld;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>k.</al></entry><entry colname="col2"><al>(Exploitatie)begroting</al></entry><entry colname="col3" namest="col3" nameend="col4"><al>begroting van de aanvrager, waarbij alle kosten en opbrengsten zoveel mogelijk aan de activiteit of cluster van activiteiten zijn toegerekend, inclusief personeelslasten en accommodatielasten, vastgesteld of goedgekeurd door het ter zake bevoegde gezag van de instelling;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>l.</al></entry><entry colname="col2"><al>Gelieerde rechtspersonen</al></entry><entry colname="col3"><al>a.</al></entry><entry colname="col4"><al>rechtspersonen waaraan de aanvrager in de afgelopen drie jaar om niet een bedrag van meer dan € 500,- ter beschikking heeft gesteld en waarover de aanvrager weer de beschikking kan krijgen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>b.</al></entry><entry colname="col4"><al>rechtspersonen ten aanzien waarvan de aanvrager een beslissende invloed heeft op de besteding van middelen dan wel invloed heeft op de benoeming van een of meer bestuursleden;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>c.</al></entry><entry colname="col4"><al>rechtspersonen ten aanzien waarvan statutair is bepaald dat deze (mede) ten doel hebben de aanvrager financieel te ondersteunen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>m.</al></entry><entry colname="col2"><al>Genormeerde subsidie</al></entry><entry colname="col3" namest="col3" nameend="col4"><al>een subsidie voor activiteiten op basis van vooraf door het college gestelde normen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>n.</al></entry><entry colname="col2"><al>Interventiepiramide</al></entry><entry colname="col3" namest="col3" nameend="col4"><al>het in beleidsregels vastgelegde systeem van toezicht en verantwoording op verleende subsidies, bestaande uit tenminste drie niveaus, bedoeld om op transparante wijze de mate van toezicht op en verantwoording van de ontvangen subsidie te verbinden met de eerder door een aanvrager op basis van gemeentelijke subsidies geleverde prestaties;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>o.</al></entry><entry colname="col2"><al>Kernvoorziening</al></entry><entry colname="col3" namest="col3" nameend="col4"><al>Een organisatie aan wie subsidie ten behoeve van bepaalde activiteiten is voorbehouden in het belang van het waarborgen van continuïteit in de dienstverlening en om versnippering van de activiteiten te voorkomen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>p.</al></entry><entry colname="col2"><al>Stimuleringssubsidie</al></entry><entry colname="col3" namest="col3" nameend="col4"><al>een subsidie voor een activiteit of activiteiten, ongeacht de aard en inhoud van deze activiteiten;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>q.</al></entry><entry colname="col2"><al>Prestatiesubsidie</al></entry><entry colname="col3" namest="col3" nameend="col4"><al>een subsidie voor de duur van één tot maximaal vier jaar op grond van een aanvraag, waarin te leveren producten, prestaties, prijs en gewenste maatschappelijke effecten staan beschreven;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>r.</al></entry><entry colname="col2"><al>Programma van eisen</al></entry><entry colname="col3" namest="col3" nameend="col4"><al>een document waarin het college haar verwachtingen en eisen vastlegt over de activiteiten die zij wil subsidiëren;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>s.</al></entry><entry colname="col2"><al>Voorziening</al></entry><entry colname="col3" namest="col3" nameend="col4"><al>een van het vrij besteedbare vermogen afgescheiden gedeelte gevormd voor uitgaven met het oog op toekomstige risico’s en verplichtingen, waarvan de omvang en/of het tijdstip van optreden per de balansdatum min of meer onzeker zijn en die oorzakelijk samenhangen met de periode voorafgaand aan die datum, gevormd om toekomstige verplichtingen af te dekken;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>t.</al></entry><entry colname="col2"><al>Vrij besteedbaar vermogen</al></entry><entry colname="col3" namest="col3" nameend="col4"><al>Een reserve welke bedoeld is voor het dekken van exploitatierisico’s</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="89*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen en subsidies als bedoeld in artikel 4:23 lid 3 van de Algemene wet bestuursrecht.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het college kan bij nadere regeling vaststellen welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Europees Steunkader</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="93*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kan het college bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij subsidies waar een Europees steunkader op van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij subsidies waarop de de-minimisverordening van toepassing is, komen ondernemingen alleen in aanmerking voor subsidies die voldoen aan de voorwaarden van de de-minimisverordening.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</titel></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="3*"/><colspec colnum="3" colname="col3" colwidth="89*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>Het college kan subsidieplafonds vaststellen. In dat geval bepalen zij bij subsidieregeling de wijze van verdeling van de betrokken subsidie. Een subsidieplafond kan niet hoger zijn dan de in de gemeentebegroting voor het betreffende (deel-)beleidsterrein opgenomen financiële middelen. Indien bij het vaststellen van het subsidieplafond geen wijze van verdeling is bepaald, worden subsidies verleend op volgorde van ontvangst.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>Subsidieplafonds worden bekendgemaakt op de wijze als bepaald in artikel 3:42 lid 2 Algemene wet bestuursrecht en artikel 139 Gemeentewet. Bij het bekendmaken van subsidieplafonds wordt erop gewezen dat het vaststellen van een subsidieplafond tot gevolg kan hebben dat geen of slechts deels aanspraak bestaat op subsidie.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>Het college kan een subsidieplafond verlagen:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>als het wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; of</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>als de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. In de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>Genormeerde subsidie worden bij overschrijding van het subsidieplafond verleend naar rato van de omvang van de aanvragen.</al><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Bevoegdheid college tot verlenen en vaststellen van subsidie</titel></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="3*"/><colspec colnum="3" colname="col3" colwidth="89*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>Het college is bevoegd om naast de voorwaarden en verplichtingen als bedoeld in artikel 4:37 Algemene wet bestuursrecht voorwaarden en verplichtingen aan het besluit tot subsidieverlening te verbinden die strekken tot de verwezenlijking van het doel van de subsidie. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>Het college is bevoegd om bij de verlening van een prestatiesubsidie een niet-doelgebonden voorwaarde, als bedoeld in artikel 4:39 van de Algemene wet bestuursrecht, in het subsidieverleningsbesluit op te nemen, indien en voor zover de aanvraag en/of het subsidieverleningsbesluit gericht is op het verrichten van een concrete investering.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>Een voorwaarde bedoeld als onder a strekt ertoe de subsidieontvanger te verplichten de opdracht aan derden tot het uitvoeren van die investering alleen te geven met toepassing van het ten tijde van de subsidieverlening geldende gemeentelijke aanbestedingsbeleid.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>Het college kan in een beleidsregel categorieën van subsidies aanwijzen, op welke subsidies in ieder geval de in die beleidsregel per categorie nader bepaalde voorwaarden als bedoeld in artikel 4:37 Algemene wet bestuursrecht en lid 1 en 2 van dit artikel van toepassing zijn.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>Het college stelt een controle-protocol vast voor accountantscontroles, waarin naast financiële gegevens ook andere elementen voor de controle kunnen worden opgenomen. Als de rechtspersoon verplicht of vrijwillig haar boeken laat controleren door een accountant, dient zij in dat geval haar administratie zo in te richten dat de accountantscontrole conform het protocol kan worden uitgevoerd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>Het college kan in het besluit tot subsidieverlening bepalen dat lid 4 niet van toepassing is op de subsidieaanvrager.</al><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Rechtspersoonlijkheid aanvrager</titel></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="3*"/><colspec colnum="3" colname="col3" colwidth="89*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>Subsidie kan slechts worden verleend aan rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>Het college is bevoegd aan het besluit tot subsidieverlening de voorwaarde te verbinden dat de organisatie van de rechtspersoon is, dan wel binnen een door hem te bepalen termijn wordt, ingericht op basis van een door hem te aan te wijzen governance code. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>In bijzondere gevallen kan het college subsidie verlenen aan:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>aanvragers zonder volledige rechtsbevoegdheid; of</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>natuurlijke personen.</al><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Toezicht en verantwoording</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="93*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het college stelt ten behoeve van toezicht en verantwoording beleidsregels vast. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>In deze beleidsregels, die betrekking hebben op de interventiepiramide, bepaalt het college voor verleende subsidies tenminste drie categorieën van aan het college toekomende vormen van toezicht en door de aanvrager af te leggen verantwoording. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>In de beleidsregels legt het college normen vast wanneer een aanvrager onder een andere categorie van toezicht en verantwoording komt te vallen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>De beleidsregels zijn van toepassing op besluiten tot het verlenen van prestatiesubsidies. In de besluiten wordt het op de aanvrager toepasselijke niveau van toezicht en verantwoording vermeld. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het college kan besluiten andere subsidievormen onder de beleidsregels te laten vallen. Het college vermeldt in die gevallen de toepasselijkheid van de beleidsregels en het toepasselijke niveau van toezicht en verantwoording in het besluit tot subsidieverlening.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien in een subsidiebesluit een niveau van toezicht en verantwoording is aangeduid, zijn de daaruit voortvloeiende verplichtingen te beschouwen als voorwaarden als bedoeld in artikel 5.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label/><nr/><titel> Artikel 8. Bestuurlijk ingrijpen</titel></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="3*"/><colspec colnum="3" colname="col3" colwidth="89*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>Het college is bevoegd bij de subsidieverlening aan het bestuur van een gesubsidieerde instelling de aanwijzing te geven dat zij haar statutaire of feitelijke taken en bevoegdheden overdraagt aan één of meer door het college aan te wijzen bewindvoerders, als het college van oordeel is dat:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>met het uitvoeren van de gesubsidieerde activiteiten een wezenlijk gemeentelijk belang wordt gediend;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>een onaanvaardbaar risico bestaat dat de gesubsidieerde instelling geheel of grotendeels niet in staat zal zijn de gesubsidieerde activiteiten uit te voeren;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>c.</al></entry><entry colname="col3"><al>de activiteiten niet op korte termijn door een andere instelling kunnen worden overgenomen; en</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>d.</al></entry><entry colname="col3"><al>het aanwijzen van een bewindvoerder de enige mogelijkheid is tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>Indien de gesubsidieerde instelling de aanwijzing niet binnen de in de aanwijzing vastgestelde termijn uitvoert, is het college bevoegd de verleende subsidie geheel of gedeeltelijk in te trekken en reeds betaalde voorschotten terug te vorderen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>Het college kan de aanwijzing wijzigen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>De aanwijzing vervalt op een door het college te bepalen tijdstip, maar uiterlijk een jaar na de bekendmaking van het aanwijzingsbesluit, tenzij de instelling met verlenging van de aanwijzing instemt. </al><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Standaardberekeningswijzen van kostprijzen en uniforme kostenbegrippen</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="93*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van kostprijzen, kan het college bepalen dat deze kostprijzen door de subsidieaanvrager worden berekend met gebruikmaking van een door het college voor te schrijven richtlijn.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van kostprijzen wordt uitgegaan van door het college in een beleidsregel bepaalde definities en formats.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Bestemmingsreserves en voorzieningen</titel></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="3*"/><colspec colnum="3" colname="col3" colwidth="89*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>Een aanvrager die subsidie ontvangt en een bestemmingsreserve of voorziening wil vormen, dient hiervoor schriftelijk toestemming te vragen aan het college.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>Een verzoek tot het vormen van een bestemmingsreserve of voorziening dient vergezeld te gaan van:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>Een beschrijving van het doel van de bestemmingsreserve of voorziening;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>een meerjarig investeringsplan of onderhoudsplan.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>Indien toestemming door het college tot het vormen van een bestemmingsreserve of voorziening is verkregen, mag een aanvrager die subsidie ontvangt niet afwijken van vastgelegde dotaties, ook al is er sprake van een negatief exploitatieresultaat.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Beleidsregel of nadere regels</titel></kop><al>Het college kan ter uitvoering van deze verordening beleidsregels of nadere regels vaststellen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Sancties</titel></kop><al>Het college kan met toepassing van artikel 4:46 lid 2, artikel 4:48, artikel 4:49, artikel 4:50 of artikel 4:51 van de Algemene wet bestuursrecht de subsidie verlagen, intrekken, wijzigen of weigeren.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Steekproef</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="93*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het college kan bepalen dat de subsidieontvanger dient mee te werken aan een steekproefsgewijze controle.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>De subsidieontvanger dient desgevraagd bewijsstukken te overleggen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Verrekening</titel></kop><al>Het college is met toepassing van artikel 4:93 Algemene wet bestuursrecht bevoegd de op basis van deze verordening te betalen verleende subsidies of voorschotten op verleende subsidies en na de vaststelling na te betalen bedragen te verrekenen met opeisbare vorderingen die de gemeente Haarlemmermeer op de aanvrager heeft.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Evaluatie</titel></kop><al>Het college evalueert het proces van subsidieverlening en de werking van de verordening in ieder geval eens in de vier jaar.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Het college kan toezichthouders, als bedoeld in artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht, aanwijzen die zijn belast met het toezicht op de naleving van de verplichtingen die zijn opgelegd aan de subsidieontvanger.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Meerjarige subsidies</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="93*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tijdvak waarvoor een subsidie verleend kan worden, is maximaal vier jaar.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het college neemt in een beschikking tot subsidieverlening voor meer dan één jaar een begrotingsvoorbehoud, als bedoeld in artikel 4 lid 5 van deze verordening, op.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Gedurende de subsidieperiode wordt het jaarlijkse subsidiebedrag, vóór aanvang van het betreffende subsidiejaar, met een afzonderlijke beschikking beschikbaar gesteld.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij subsidies verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan in de verlening de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="3*"/><colspec colnum="3" colname="col3" colwidth="89*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>De subsidieontvanger is verplicht de in het besluit vermelde activiteiten te verrichten. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>De subsidieontvanger doet direct schriftelijk en gemotiveerd melding, zodra redelijkerwijs aannemelijk is dat:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>de gesubsidieerde activiteiten niet of niet geheel zullen worden verricht;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>niet, of niet geheel aan de wettelijke en in de beschikking opgelegde verplichtingen en/of voorwaarden zal worden voldaan.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>De melding kan aanleiding zijn om het subsidiebedrag ten nadele van de subsidieontvanger te wijzigen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>De subsidieontvanger voert een zodanig ingerichte administratie dat daaruit te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen alsmede de betalingen en de ontvangsten kunnen worden nagegaan.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>De subsidieontvanger bewaart de administratie en de daartoe behorende bescheiden conform de wettelijke bewaarplicht.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>WEIGERING VAN DE SUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="5*"/><colspec colname="col3" colwidth="87*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>Naast de weigeringsgronden in de artikelen 4:25 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht kan de subsidie tevens worden geweigerd indien:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>de activiteiten van de aanvrager niet of nauwelijks zijn gericht op (de inwoners van) de gemeente Haarlemmermeer;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>het college voor dezelfde activiteiten reeds subsidie heeft verstrekt;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>c.</al></entry><entry colname="col3"><al>de verlening niet past binnen het beleid van de gemeente;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>d.</al></entry><entry colname="col3"><al>Er voor de activiteiten een kernvoorziening is aangewezen en de aanvraag wordt ingediend door een instelling die niet als kernvoorziening is aangewezen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>e.</al></entry><entry colname="col3"><al>de hiervoor benodigde gelden niet in de gemeentebegroting zijn opgenomen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>f.</al></entry><entry colname="col3"><al>de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>g.</al></entry><entry colname="col3"><al>de activiteiten een politieke, godsdienstige of levensbeschouwelijke boodschap hebben. Onder discriminatie wordt in dit verband niet begrepen onderscheid ter opheffing van maatschappelijke achterstand;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>h.</al></entry><entry colname="col3"><al>Uit de bij de aanvraag overlegde bescheiden blijkt dat de aanvrager zelf in de kosten van de activiteiten kan voorzien, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden, waaronder begrepen de middelen van met de aanvrager gelieerde rechtspersonen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>i.</al></entry><entry colname="col3"><al>de financiële middelen van de aanvrager, met inbegrip van de gevraagde subsidie, onvoldoende zijn om de voorgenomen activiteiten uit te voeren of indien de subsidie naar het oordeel van het college niet of onvoldoende zal worden besteed aan het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>j.</al></entry><entry colname="col3"><al>de aanvraag dan wel de aanvrager niet voldoet aan de overige in of krachtens deze verordening gestelde eisen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>k.</al></entry><entry colname="col3"><al>de activiteiten van de aanvrager onvoldoende afgestemd zijn op die van relevante instellingen en te weinig samenwerking beoogd wordt met die instellingen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>l.</al></entry><entry colname="col3"><al>de activiteiten reeds hebben plaatsgevonden dan wel hiermee is aangevangen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>m.</al></entry><entry colname="col3"><al>de aanvrager met uitvoering van de activiteiten beoogt winst te maken.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>Indien binnen de organisatie een of meerdere personen een hogere beloning krijgt dan de maximale beloning, zoals opgenomen in de Wet Normering Topinkomens, wordt de subsidie gekort met het verschil van het salaris van de medewerker tot aan de maximale beloning in de Wet Normering Topinkomens.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Wet BIBOB</titel></kop><al>Het college kan tevens de subsidie, binnen door de raad vast te stellen beleidsterreinen of onderdelen daarvan, weigeren of de verleende subsidie intrekken in het geval en onder de voorwaarden, als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>PRESTATIESUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="3*"/><colspec colname="col3" colwidth="90*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>Een aanvraag voor prestatiesubsidie wordt uiterlijk 15 augustus van het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar bij het college ingediend. Voor het indienen van een aanvraag dient een bij het college vastgesteld formulier worden gebruikt.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>Bij de indiening van de aanvraag worden overlegd:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>een activiteitenplan met een doorkijk naar komende jaren;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>een door het bestuur van de aanvrager vastgestelde of geaccordeerde exploitatiebegroting met een toelichting op de begroting bij aanzienlijke afwijkingen ten opzichte van de begroting van het jaar ervoor;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>c.</al></entry><entry colname="col3"><al>een balans en een staat van inkomsten en uitgaven met een toelichting daarop van het jaar voorafgaand van het jaar waarin de aanvraag wordt gedaan;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>d.</al></entry><entry colname="col3"><al>een meerjarenbegroting;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>e.</al></entry><entry colname="col3"><al>een afschrift van de statuten van de aanvrager;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>f.</al></entry><entry colname="col3"><al>een opgave van de bestuurssamenstelling;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>g.</al></entry><entry colname="col3"><al>voor zover van toepassing, het resultaat van een kascontrole of een accountantsverklaring. Indien de aanvrager in het jaar voorafgaand van het jaar waarin de aanvraag wordt gedaan een verklaring van een accountant moet inleveren voor de vaststelling van een eerdere subsidie, dient deze meegestuurd te worden bij de aanvraag;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>h.</al></entry><entry colname="col3"><al>voor zover van toepassing, een opgave van toegestane reserves en voorzieningen als bedoeld in artikel 10;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>i.</al></entry><entry colname="col3"><al>een overzicht van de met de subsidieaanvrager gelieerde rechtspersonen, alsmede informatie te verstrekken over de aard van deze betrekkingen, de financiële positie en de jaarrekeningen van deze rechtspersonen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>j.</al></entry><entry colname="col3"><al>een verklaring dat voor vrijwillige medewerkers die werken met kinderen en/of verstandelijk beperkten een Verklaring omtrent Gedrag aanwezig is;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>k.</al></entry><entry colname="col3"><al>Een verklaring over de verstrekte beloningen/salarissen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>In geval van een meerjarige subsidie dient tevens worden overlegd:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>een meerjarenactiviteitenplan voor de periode waarop de aanvraag om subsidie betrekking heeft;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>een meerjarenbegroting met risicoparagraaf.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>De in lid 2 onder e. en f. genoemde stukken dienen alleen bij de eerste aanvraag voor subsidie overlegd te worden. Bij de daarop volgende aanvragen, is het aangeven van wijzigingen in deze bescheiden voldoende.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>Indien de aanvrager in hetzelfde jaar meerdere subsidies aanvraagt, kan bij de tweede en volgende aanvraag worden volstaan met een verwijzing naar de eerste aanvraag, voor zover daarin dezelfde gegevens zijn overgelegd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>Het college kan bepalen dat ook andere dan in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden, indien deze voor het beoordelen van de aanvraag van belang zijn, worden overlegd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>Het college kan in een beleidsregel bepalen dat voor aanvragen voor een subsidie die lager is dan een in die beleidsregel bepaald bedrag, één of meer van de in het tweede lid genoemde gegevens en bescheiden achterwege gelaten kunnen worden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>Het college kan met betrekking tot de aanvraag en de in te dienen bescheiden aanwijzingen geven en modellen voorschrijven, onder meer in de vorm van een programma van eisen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="93*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het college beslist op een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie uiterlijk 15 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie is aangevraagd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het college kan de termijn verlengen met ten hoogste twaalf weken.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien niet binnen de termijn besloten wordt, kan de aanvrager verzoeken om een voorschot.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Uitvoeringsovereenkomsten</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="93*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>In de uitvoeringsovereenkomst worden specifieke bepalingen opgenomen over de te leveren producten en prestaties en de kosten die daarmee samenhangen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Een subsidie op basis van een aanvraag voor prestatiesubsidie tezamen met een uitvoeringsovereenkomst kan voor een periode van maximaal vier jaar na toekenning worden toegekend, respectievelijk afgesloten.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Aanvraag tot subsidievaststelling</titel></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="3*"/><colspec colname="col3" colwidth="89*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>De aanvrager dient uiterlijk 15 april van het jaar volgend op het subsidiejaar een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>De aanvraag gaat vergezeld van een verslag over de activiteiten van het afgelopen subsidiejaar.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>Het verslag als bedoeld in lid 2 bevat in ieder geval:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>een beschrijving van de activiteiten en een vergelijking tussen de nagestreefde en de gerealiseerde doelstellingen en activiteiten en een toelichting op verschillen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>een staat van inkomsten en uitgaven, zoveel mogelijk toegerekend naar de activiteiten;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>c.</al></entry><entry colname="col3"><al>een toelichting op deze staat van inkomsten en uitgaven;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>d.</al></entry><entry colname="col3"><al>ten behoeve van de vaststelling van subsidies die liggen tussen de door het college, in een beleidsregel vastgestelde, bedragen een samenstellingsverklaring van een registeraccountant of accountant-administratieconsulent;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>e.</al></entry><entry colname="col3"><al>ten behoeve van de vaststelling van subsidies boven de onder d bedoelde bedragen een accountantsverklaring conform het bepaalde in artikel 5;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>f.</al></entry><entry colname="col3"><al>een balans met een toelichting daarop van het jaar voorafgaand van het jaar waarin de aanvraag wordt gedaan;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>g.</al></entry><entry colname="col3"><al>voor zover van toepassing, een toelichting op reserves en voorzieningen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>Het college kan bepalen dat ook andere dan in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden, die voor het beoordelen van de aanvraag van belang zijn, worden overlegd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>Het college kan met betrekking tot de in te dienen bescheiden aanwijzingen geven en modellen voorschrijven.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Besluit tot subsidievaststelling</titel></kop><al>Het college stelt de subsidie binnen twaalf weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie vast.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Toestemmingsvereiste</titel></kop><al>De subsidieontvanger behoeft toestemming van het college voor de handelingen als bedoeld in artikel 4:71 lid 1 Algemene wet bestuursrecht.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4.</nr><titel>GENORMEERDE SUBSIDIE </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="3*"/><colspec colnum="3" colname="col3" colwidth="89*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>Een aanvraag wordt uiterlijk 1 augustus van het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar bij het college ingediend tenzij het college een andere termijn heeft vastgesteld. Voor het indienen van een aanvraag dient een bij het college vastgesteld formulier worden gebruikt.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>Bij de indiening van de aanvraag worden overlegd:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>een activiteitenplan;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>een exploitatiebegroting en een toelichting op de begroting bij aanzienlijke afwijkingen ten opzichte van de begroting van het jaar ervoor;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>c.</al></entry><entry colname="col3"><al>een balans en een staat van inkomsten en uitgaven met een toelichting daarop van het jaar voorafgaand van het jaar waarin de aanvraag wordt gedaan;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>d.</al></entry><entry colname="col3"><al>een afschrift van de statuten van de aanvrager;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>e.</al></entry><entry colname="col3"><al>een beschrijving van de organisatievorm voor zover deze niet reeds in de statuten is vervat;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>f.</al></entry><entry colname="col3"><al>een opgave van de bestuurssamenstelling;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>g.</al></entry><entry colname="col3"><al>voor zover van toepassing, een toelichting op reserves en voorzieningen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>h.</al></entry><entry colname="col3"><al>een verklaring dat voor vrijwillige medewerkers die werken met kinderen en/of verstandelijk beperkten een Verklaring omtrent Gedrag aanwezig is.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>In geval van een meerjarige subsidie dient tevens worden overlegd:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>een meerjarenactiviteitenplan voor de periode waarop de aanvraag om subsidie betrekking heeft;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>een meerjarenbegroting met risicoparagraaf.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>De in lid 2 onder d., e. en f. genoemde bescheiden dienen alleen bij de eerste aanvraag voor subsidie overlegd te worden. Bij de daarop volgende aanvragen, is het aangeven van wijzigingen in deze bescheiden voldoende, mits de eerste aanvraag niet ouder is dan 5 jaar.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>Indien de aanvrager in hetzelfde jaar meerdere subsidies aanvraagt, kan bij de tweede en volgende aanvraag worden volstaan met een verwijzing naar de eerste aanvraag, voor zover daarin dezelfde gegevens zijn overgelegd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>Het college kan in een beleidsregel bepalen dat voor aanvragen voor een genormeerde of stimuleringssubsidie die lager is dan een in die beleidsregel bepaald bedrag, één of meer van de in het tweede lid genoemde gegevens en bescheiden achterwege gelaten kunnen worden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>Het college kan bepalen dat ook andere dan in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden, die voor het beoordelen van de aanvraag van belang zijn, worden overgelegd.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="93*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het college beslist op een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie uiterlijk 15 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie is aangevraagd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het college kan de termijn verlengen met ten hoogste acht weken.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Aanvraag tot subsidievaststelling</titel></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="3*"/><colspec colname="col3" colwidth="89*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>Indien de subsidie niet gelijk bij de verlening is vastgesteld, dient de aanvrager uiterlijk 15 april van het jaar volgend op het subsidiejaar een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>De aanvraag gaat vergezeld van een verslag over de activiteiten van het afgelopen subsidiejaar.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>Het verslag als bedoeld in lid 2 bevat in ieder geval:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>een beschrijving van de activiteiten;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>een staat van inkomsten en uitgaven, zoveel mogelijk toegerekend naar de activiteiten;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>c.</al></entry><entry colname="col3"><al>een toelichting op deze staat van inkomsten en uitgaven;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>d.</al></entry><entry colname="col3"><al>ten behoeve van de vaststelling van subsidies die liggen tussen door het college, in een beleidsregel vastgestelde, bedragen een samenstellingsverklaring van een registeraccountant of accountant-administratieconsulent;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>e.</al></entry><entry colname="col3"><al>ten behoeve van de vaststelling van subsidies boven de onder d bedoelde bedragen een accountantsverklaring;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>f.</al></entry><entry colname="col3"><al>een balans naar de toestand aan het einde van het afgelopen jaar met een toelichting daarop;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>g.</al></entry><entry colname="col3"><al>voor zover van toepassing, een toelichting op reserves en voorzieningen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>Het college kan bepalen dat ook andere dan in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden, die voor het beoordelen van de aanvraag van belang zijn, worden overlegd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>Het college kan met betrekking tot de in te dienen bescheiden aanwijzingen geven en modellen voorschrijven.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel>Besluit tot subsidievaststelling</titel></kop><al>Het college stelt de subsidie binnen twaalf weken na tijdig ontvangst van aanvraag tot vaststelling van de subsidie vast.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31.</nr><titel>Subsidievaststelling gelijk bij verlening</titel></kop><al>Het college kan gelijk met een besluit op een aanvraag voor een genormeerde subsidie een besluit tot subsidievaststelling nemen.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5.</nr><titel>STIMULERINGSSUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32.</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="4*"/><colspec colname="col3" colwidth="89*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>Een aanvraag voor stimuleringssubsidie wordt uiterlijk 15 augustus van het jaar voorafgaande aan het subsidiejaar bij het college ingediend. Voor het indienen van een aanvraag kan een bij het college vastgesteld formulier worden gebruikt.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>Bij de indiening van de aanvraag worden overlegd:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>een activiteitenplan met een doorkijk naar komende jaren;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>een afschrift van de statuten van de aanvrager;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>c.</al></entry><entry colname="col3"><al>een opgave van de bestuurssamenstelling;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>d.</al></entry><entry colname="col3"><al>een verklaring dat voor vrijwillige medewerkers die werken met kinderen en/of verstandelijk beperkten een Verklaring omtrent Gedrag aanwezig is;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>e.</al></entry><entry colname="col3"><al>Een verklaring dat voldaan wordt aan de Wet Normering Topinkomens.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>De in lid 2 onder b. en c. genoemde bescheiden dienen alleen bij de eerste aanvraag voor subsidie overlegd te worden. Bij de daarop volgende aanvragen, is het aangeven van wijzigingen in deze bescheiden voldoende, mits de eerste aanvraag niet ouder is dan 5 jaar.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>Indien de aanvrager in hetzelfde jaar meerdere subsidies aanvraagt, kan bij de tweede en volgende aanvraag worden volstaan met een verwijzing naar de eerdere aanvraag, voor zover daarin dezelfde gegevens zijn overgelegd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>Het college kan bepalen dat ook andere dan in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden, indien deze voor het beoordelen van de aanvraag van belang zijn, worden overlegd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>Het college kan in een beleidsregel bepalen dat voor aanvragen voor een subsidie die lager is dan een in die beleidsregel bepaald bedrag, één of meer van de in het tweede lid genoemde gegevens en bescheiden achterwege gelaten kunnen worden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>Het college kan met betrekking tot de aanvraag en de in te dienen bescheiden aanwijzingen geven en modellen voorschrijven, onder meer in de vorm van een programma van eisen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33.</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="93*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het college beslist op een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie uiterlijk 15 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie is aangevraagd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het college kan de termijn verlengen met ten hoogste acht weken.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34.</nr><titel>Aanvraag tot subsidievaststelling</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="93*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien de subsidie niet gelijk bij de verlening is vastgesteld, dient de aanvrager uiterlijk 15 april van het jaar volgend op het subsidiejaar een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>De aanvraag gaat vergezeld van een verslag over de activiteiten van het afgelopen subsidiejaar.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het college kan bepalen dat ook andere dan in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden, die voor het beoordelen van de aanvraag van belang zijn, worden overlegd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het college kan met betrekking tot de in te dienen bescheiden aanwijzingen geven en modellen voorschrijven.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35.</nr><titel>Besluit tot subsidievaststelling</titel></kop><al>Het college stelt de subsidie binnen twaalf weken na ontvangst van de van de volledige aanvraag tot subsidievaststelling vast.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36.</nr><titel>Subsidievaststelling gelijk met subsidieverlening</titel></kop><al>Het college kan gelijk met een besluit op een aanvraag voor een stimuleringssubsidie een besluit tot subsidievaststelling nemen.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6.</nr><titel>EENMALIGE SUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37.</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="3*"/><colspec colnum="3" colname="col3" colwidth="89*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>Een aanvraag voor een eenmalige subsidie wordt uiterlijk acht weken voor het tijdstip waarop een aanvang wordt gemaakt met de realisering van de voorgenomen activiteiten ingediend, tenzij het college een andere termijn heeft vastgesteld. Voor het indienen van een aanvraag dient een bij het college vastgesteld formulier worden gebruikt.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>Bij de indiening van de aanvraag worden overlegd:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>een activiteitenplan;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>een begroting van het project, waarbij alle kosten en opbrengsten zoveel mogelijk aan de activiteit of cluster van activiteiten zijn toegerekend, inclusief personeelslasten en accommodatielasten;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>c.</al></entry><entry colname="col3"><al>een toelichting op de begroting;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>d.</al></entry><entry colname="col3"><al>een balans en een staat van inkomsten en uitgaven met een toelichting daarop van het jaar voorafgaand van het jaar waarin de aanvraag wordt gedaan;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>e.</al></entry><entry colname="col3"><al>de statuten en een beschrijving van de organisatievorm voor zover deze niet reeds in de statuten is vervat;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>f.</al></entry><entry colname="col3"><al>een opgave van de bestuurssamenstelling;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>g.</al></entry><entry colname="col3"><al>een verklaring dat voor vrijwillige medewerkers die werken met kinderen of verstandelijk beperkten een Verklaring omtrent Gedrag aanwezig is.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>Het college kan bepalen dat ook andere dan in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden, die voor het beoordelen van de aanvraag van belang zijn, worden overlegd.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38.</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al>Het college beslist op een aanvraag voor een eenmalige subsidie binnen uiterlijk acht weken na ontvangst van de aanvraag.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39.</nr><titel>Aanvraag tot subsidievaststelling</titel></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="3*"/><colspec colname="col3" colwidth="89*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>Indien de subsidie niet ineens is vastgesteld, dient de aanvrager uiterlijk binnen dertien weken nadat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend hebben plaatsgevonden een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>De aanvraag gaat vergezeld van:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>een verslag van de activiteiten;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>ten behoeve van de vaststelling van subsidies die liggen tussen door het college, in een beleidsregel vastgestelde, bedragen een samenstellingsverklaring van een registeraccountant of accountant-administratieconsulent;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>c.</al></entry><entry colname="col3"><al>ten behoeve van de vaststelling van subsidies boven de onder b bedoelde bedragen een accountantsverklaring als bedoeld in artikel 5 lid 4.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2" namest="col2" nameend="col3"><al>Het college kan het overleggen van andere dan de in lid 2 genoemde gegevens en bescheiden eisen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40.</nr><titel>Subsidievaststelling</titel></kop><al>Het college stelt de subsidie binnen acht weken na ontvangst van de van de volledige aanvraag tot subsidievaststelling vast.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41.</nr><titel>Subsidievaststelling ineens</titel></kop><al>Het college kan gelijk met een besluit op een aanvraag voor een eenmalige subsidie een besluit tot subsidievaststelling nemen.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>– OVERIGE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42.</nr><titel>Vergoeding aan de gemeente bij vermogensvorming</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="93*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>In de gevallen als bedoeld in artikel 4:41 lid 2 van de Algemene wet bestuursrecht legt het college een vergoedingsplicht op.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Voor de toepassing van artikel 4:41 van de Algemene wet bestuursrecht wordt uitgegaan, in het geval dat het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, die uitgaat boven 10% van het vrij besteedbaar vermogen, is de subsidieontvanger daar een vergoeding ter hoogte van het meerdere over verschuldigd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>De wijze waarop de hoogte van de vergoeding wordt bepaald, wordt vermeld in de beschikking tot subsidieverlening.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de goederen en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat in geval van ontvangst van schadevergoeding voor verlies of beschadiging van zaken wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt ontvangen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling door een onafhankelijke deskundige aangewezen door de gemeente.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.</al></entry><entry colname="col2"><al>Dit artikel is niet van toepassing in die gevallen waarin de activiteiten door een derde worden voortgezet en activa en passiva met toestemming van het college tegen boekwaarde aan die derde worden overgedragen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43.</nr><titel>Voorschotten</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="93*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het college kan voorschotten op de subsidie verlenen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het college kan huurbedragen voor gemeentelijke accommodaties en overige vorderingen op een aanvrager rechtstreeks met de nog te verstrekken voorschotten verrekenen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Voorschotten worden bij de vaststelling van de subsidie verrekend.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien blijkt dat meer aan voorschotten is verleend dan waarop de aanvrager ingevolge de vaststelling recht heeft, kan het college vooruitlopend op de subsidievaststelling bepalen dat er geen voorschotten verleend worden op de subsidie worden zodra het college kennis heeft genomen van het ontbinden van een aanvrager, conservatoir beslag op (een deel van) het vermogen van een aanvrager, een ten aanzien van een aanvrager verleende surseance van betaling dan wel uitgesproken faillissement.:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het college kan het verlenen van voorschotten opschorten indien een aanvrager naar zijn oordeel niet in voldoende mate de aan de toekenning van de subsidie verbonden verplichtingen nakomt.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44.</nr><titel>Zorgvuldig beheer en verzekeringsplicht</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="93*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>De aanvrager beheert de tot haar beschikking staande middelen zorgvuldig en treft maatregelen ter voorkoming van vermogensschade. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>De aanvrager is verplicht haar roerende en onroerende zaken te verzekeren en verzekerd te houden op basis van herbouw- of vervangingswaarde tegen de schade van brand, storm en inbraak.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>De aanvrager is verplicht het bij haar in dienst zijnde personeel en de voor haar werkzame vrijwilligers gedurende de tijd dat dezen voor haar werkzaam zijn, te verzekeren tegen de gevolgen van wettelijke aansprakelijkheid.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het college kan vrijstelling verlenen van het gestelde in het tweede en derde lid, indien de naleving daarvan redelijkerwijs niet kan worden verlangd.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45.</nr><titel>Tegengaan vervreemdingen</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="93*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het is een subsidie-ontvangende aanvrager, behoudens vooraf verkregen toestemming van het college, niet toegestaan om jaarlijks bedragen van meer dan € 500,- om niet aan derden ter beschikking te stellen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het college kan voorwaarden verbinden aan de in het eerste lid bedoelde toestemming.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46.</nr><titel>Levering van goederen en diensten aan derden</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="93*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Een subsidieontvanger die aan derden goederen ter beschikking stelt of voor derden diensten verricht, brengt daarvoor een vergoeding in rekening die tenminste kostendekkend is, tenzij het derden betreft voor wie de gesubsidieerde activiteiten bestemd zijn.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Het college kan andere gevallen aanwijzen waarin het in het eerste lid gestelde niet geldt.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47.</nr><titel>Medewerking aan onderzoek door gemeente</titel></kop><al>Een aanvrager is verplicht mee te werken aan een door of namens de gemeente ingesteld onderzoek, dat is gericht op het verkrijgen van inlichtingen ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48.</nr><titel>Betaling</titel></kop><al>Het subsidiebedrag wordt betaald binnen acht weken na bekendmaking van het besluit tot subsidieverlening c.q. het besluit tot subsidievaststelling, tenzij het college in het besluit een andere termijn heeft aangegeven.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>8.</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49.</nr><titel>Zaken waarin de verordening niet voorziet</titel></kop><al>In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>  50. Hardheidsclausule</nr><titel/></kop><al>Het college kan één of meer artikelen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing daarvan leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard, met uitzondering van de artikelen 1, 2, 4, 19 en 20.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>51.</nr><titel>Intrekking</titel></kop><al>De Algemene subsidieverordening Haarlemmermeer 2011 wordt ingetrokken per datum van in werking treden van deze verordening.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>52.</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="4*"/><colspec colname="col2" colwidth="93*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Aanvragen om subsidie die zijn ingediend vóór 1 januari 2017 worden behandeld volgens de bepalingen van de Algemene subsidieverordening Haarlemmermeer 2011. Verzoeken om vaststelling van subsidies die zijn verleend met toepassing van de Algemene subsidieverordening Haarlemmermeer 2011 worden behandeld volgens de bepalingen van die verordening.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Beleidsregels, waaronder verdeelregels, die zijn vastgesteld onder de werking van de Algemene Subsidieverordening 2011, worden geacht beleidsregels te zijn als bedoeld in deze verordening, totdat het college op basis van de Algemene Subsidieverordening 2017 nieuwe beleidsregels heeft vastgesteld.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>De Algemene subsidieverordening 2011 blijft van toepassing op subsidies die zijn verleend voor inwerkingtreding van de Algemene subsidieverordening 2017 en op lopende meerjarige subsidies.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>53.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2017.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>54.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Algemene subsidieverordening Haarlemmermeer 2017.</al><al/><al/><al/><al/></artikel><artikel><kop><label/><nr/><titel>TOELICHTING</titel></kop><al><vet/></al><al><vet>De subsidieaanvraag</vet></al><al>Ingevolge artikel 4.2 van de Awb dient de subsidieaanvraag volledig te zijn om in behandeling te kunnen worden genomen. Indien dit niet het geval is, heeft het college de bevoegdheid om de aanvraag niet in behandeling te nemen.</al><al/><al><vet>De subsidieverlening</vet></al><al>Twee belangrijke momenten in het proces van subsidiëring zijn de subsidieverlening en de subsidievaststelling. De subsidieverlening vestigt een rechtens afdwingbare, zij het voorwaardelijke, aanspraak op financiële middelen, veelal voor een bepaald tijdvak. Wanneer de activiteiten zijn verricht en ook aan de overige verplichtingen is voldaan, wordt het subsidie in beginsel overeenkomstig de verlening vastgesteld. De subsidievaststelling is het besluit, waarbij wordt bepaald welk bedrag daadwerkelijk zal worden uitbetaald.</al><al>De mogelijkheid bestaat om af te zien van subsidieverlening en direct tot vaststelling over te gaan, indien een verlening vooraf gelet op de subsidievorm en de hoogte van het subsidiebedrag niet nodig dan wel te omslachtig is. De artikelen 4:29 tot en met 4:32 van de Awb geven onder meer aan welke eisen worden gesteld aan de beschikking tot subsidieverlening.</al><al/><al><vet>Vaststelling</vet></al><al>De Awb gaat ervan uit, dat de subsidieontvanger de aanvraag tot subsidievaststelling indient. Bij verordening kan daarvoor een termijn worden gesteld. Dit is voor de verschillende subsidievormen in de desbetreffende hoofdstukken gedaan. </al><al>Artikel 4:44 van de Awb geeft de uitzonderingen op het principe dat de subsidieontvanger de aanvraag tot vaststelling indient. In dit verband wijzen wij op de bevoegdheid die het college op grond van artikel 4:47 heeft om de subsidie ambtshalve vast te stellen.</al><al>De hoofdregel luidt, dat de subsidie overeenkomstig de verlening wordt vastgesteld. Lagere vaststelling is alleen toegestaan in de in artikel 4:46 van de Awb genoemde gevallen.</al><al>Ambtshalve vaststelling houdt in, dat het college overgaat tot subsidievaststelling, zonder dat daartoe een aanvraag is ingediend. De subsidie wordt dan vastgesteld op basis van de op dat moment beschikbare gegevens. Het kan bijvoorbeeld voorkomen, dat een subsidieontvanger de termijn ongebruikt laat verstrijken of dat de subsidieverlening wordt ingetrokken. In dat laatste geval kan redelijkerwijs niet worden verwacht dat een aanvraag tot vaststelling wordt ingediend.</al><al>Artikel 4:45 gaat over de verantwoording van de activiteiten door de subsidieontvanger. De gemeente kan op dit vlak nadere eisen stellen in de verordening. In de nieuwe ASV is dit voor de verschillende subsidievormen gedaan.</al><al/><al><vet>Intrekking en wijziging</vet></al><al>In de verordening zijn geen bepalingen opgenomen over de intrekking en wijziging van subsidies. De mogelijkheden daartoe zijn geregeld in de artikelen 4:48 tot en met 4:51 van de Awb. Voor een goed overzicht is het belangrijk deze artikelen te kennen. </al><al>In een beperkt aantal gevallen kan de subsidieverlening met terugwerkende kracht worden ingetrokken. Deze maatregel moet worden gezien als een aanvulling op de mogelijkheid om een subsidie lager of op nul euro vast te stellen. Er hoeft dus in bepaalde, in artikel 4:48 genoemde gevallen niet gewacht te worden met ingrijpen tot het moment van subsidievaststelling.</al><al>Intrekking wegens feiten of omstandigheden die zich na de vaststelling hebben voorgedaan of die het bestuursorgaan ten tijde van de vaststelling niet bekend konden zijn, is in artikel 4:49 geregeld. Hieraan is een limiet van vijf jaar gesteld.</al><al>Artikel 4:50 handelt over intrekking of wijziging van de subsidieverlening voor de toekomst. </al><al>Artikel 4:51 regelt het weigeren van de voortzetting van subsidies die al drie jaar of langer worden verstrekt. Dat kan alleen bij veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten en met inachtneming van een redelijke termijn. </al><al/><al><vet>Subsidievormen </vet></al><al>In de Asv 2017 worden de volgende subsidievormen onderscheiden: </al><al>- Prestatiesubsidies (hoofdstuk 3)</al><al>- Genormeerde subsidies (hoofdstuk 4)</al><al>- Stimuleringssubsidies (hoofdstuk 5)</al><al>- Eenmalige subsidies (hoofdstuk 6)</al><al/><al>Al naar gelang de te bereiken doelen kan het college een van de subsidievormen inzetten. Daarbij gelden de volgende vuistregels. </al><lijst><li nr="1."><al><cursief>Prestatiesubsidies</cursief> worden ingezet voor organisaties die als uitvoerende partij gemeentelijke doelen bereiken. De doelen komen niet ten goede aan de organisatie of de medewerkers van de organisatie zelf (zoals bij genormeerde subsidies). Met deze organisaties worden prestatieafspraken gemaakt welke worden vastgelegd in de subsidieverlening. Het subsidiebedrag is gerelateerd aan de omvang van de met de subsidieontvanger gemaakte afspraken. </al></li><li nr="2."><al><cursief>Genormeerde subsidies</cursief> worden ingezet ter ondersteuning van activiteiten van vrijwilligersorganisaties die aan henzelf of hun leden ten goede komen, passend binnen de gemeentelijke doelen. Genormeerde subsidies worden jaarlijks verstrekt aan vooral verenigingen en (vrijwilligers)organisaties en hebben betrekking op cultuur, sport, participatie en jeugd en jongerenwerk. Ook hier geldt – zij het beperkt – dat wij subsidiëren op basis van een prestatie. De eisen die wij daaraan stellen zijn echter aanmerkelijk beperkter en eenvoudiger dan wanneer sprake is van een prestatiesubsidie. Het subsidiebedrag wordt berekend op basis van normbedragen bijvoorbeeld per lid. </al></li><li nr="3."><al><cursief>Stimuleringssubsidies</cursief> worden ingezet als blijk van waardering en ter stimulering van de activiteiten van een organisatie, waarbij geen relatie bestaat tussen de subsidie en feitelijke kosten. </al></li><li nr="4."><al><cursief>Eenmalige subsidies</cursief> worden ingezet om nieuwe activiteiten en ontwikkelingen een kans te geven, al of niet als opstart naar een structurele subsidie of om een eenmalige activiteit of evenement mogelijk te maken. Dit instrument, dat soms ook wel wordt aangeduid met het begrip “sponsoring”, kan worden gebruikt, mits het past binnen de gemeentelijke doelen. Sponsoring valt onder de definitie van subsidie in de Awb, is dus feitelijk een subsidie en onderworpen aan de regelgeving voor subsidies.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>– Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>De begripsomschrijvingen in dit artikel van de verordening zijn opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Een omschrijving van het begrip “subsidie” ontbreekt, omdat artikel 4:21 van de Awb daar een definitie van geeft, die dwingend is en algemene geldigheid heeft. Opname in de verordening is derhalve niet mogelijk. Desalniettemin is het zinvol op deze plaats aandacht te besteden aan de wettelijke definitie.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>– Reikwijdte</titel></kop><al>De bevoegdheidsverdeling geeft aan dat de raad stuurt op hoofdlijnen en dat het college verantwoordelijk is voor de uitvoering van het door de raad vastgestelde beleid. Ook is hierin bepaald dat het college bevoegd is meer en andere voorwaarden op te leggen dat zonder wettelijk voorschift als deze verordening mogelijk zou zijn, waaronder het kunnen voorschrijven van een controle-protocol voor accountantscontroles.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</titel></kop><al>Op grond van de Asv 2017 stelt het college voor de beleidsterreinen of onderdelen daarvan subsidieplafonds vast. Met subsidieplafonds beheerst het college de inzet van middelen. Komt het subsidieplafond in zicht dan worden keuzes gemaakt om overschrijding te voorkomen. De regels daarvoor verschillen per subsidievorm in de van toepassing zijnde verdeelregel. Te denken valt aan de volgende beslisregels: </al><lijst><li nr="•"><al>Voorrang geven aan de subsidie voor kernvoorzieningen indien die zijn benoemd; </al></li><li nr="•"><al>Keuze op basis van de beste prijs/kwaliteit verhouding;</al></li><li nr="•"><al>Voorrang geven aan subsidie voor vernieuwende activiteiten of activiteiten die voorzien in lacunes; </al></li><li nr="•"><al>Voorrang geven aan subsidie aan organisaties die essentieel zijn voor de netwerk- en ketensamenwerking. </al></li><li nr="•"><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Bevoegdheid college tot verlenen en vaststellen van subsidie</titel></kop><al>Deze verplichtingen kunnen onder andere betrekking hebben op gelijke behandeling, toegankelijkheid van de activiteiten voor mensen met een beperking of andere mensen in een kwetsbare positie en duurzaamheid. </al><al/><al>Tevens is de mogelijkheid opgenomen om een voorwaarde in het subsidiebesluit op te nemen als het besluit gericht is op het verrichten van een concrete investering (bijvoorbeeld de renovatie van een door de gemeente gesubsidieerde instelling). Deze voorwaarde kan er toe strekken dat de subsidieontvanger wordt verplicht de opdracht aan derden tot het uitvoeren van die investering alleen te geven met toepassing van het ten tijde van de subsidieverlening geldende aanbestedingsbeleid. Op deze wijze wordt de subsidieontvanger verplicht om de daarvoor beschikbare gestelde gelden extern alleen te besteden aan opdrachtnemers die onder toepassing van het gemeentelijk aanbestedingsbeleid zijn geselecteerd.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Rechtspersoonlijkheid aanvrager</titel></kop><al>Uitgangspunt is dat subsidies alleen kunnen worden toegekend aan organisaties met volledige rechtsbevoegdheid, omdat subsidies aan particulieren minder eenvoudig te controleren zijn door de vermenging van privé-middelen en de subsidie. Het college kan in voorkomende gevallen hiervan afwijken. Hierbij gaat het om gevallen waarin de rechtspersoonlijkheid van de aanvrager niet van belang is voor de toe te kennen subsidie, bijvoorbeeld omdat de subsidie direct bij de verlening wordt vastgesteld.</al><al>Het succes van een maatschappelijke organisatie is in hoge mate afhankelijk van goed management, adequaat intern toezicht (financieel en bestuurlijk) en een verantwoorde bedrijfsvoering. De gemeente gaat niet op de stoel van de instelling zitten, de autonome positie van zelfstandige stichtingen wordt gerespecteerd. Maar maatschappelijke instellingen moeten wel aan meer randvoorwaarden voldoen om voor subsidie in aanmerking te komen. Randvoorwaarden die overigens aansluiten op hetgeen gebruikelijk is in de sector en dus niet wezensvreemd zijn, zoals het hanteren van de geldende governance code, het benoemen van competenties van de directeur/directeur bestuurder en het overeenkomen van een controle protocol. Hierna geven we aan hoe we concreet met deze punten om willen gaan.</al><al/><al>De welzijnssector en de cultuursector kennen beiden een eigen governancecode. Daarin worden taken, bevoegdheden, profielen en soms ook competenties benoemd voor directie, bestuur en toezicht. Door in de Asv naleving van de code te verlangen wordt in principe al veel geregeld. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Toezicht en verantwoording </titel></kop><al>Als alles goed gaat met een organisatie, is er geen reden om intensief toezicht uit te oefenen en vergaande verantwoording te verlangen (“groen”). Dan kan er met enkele minimale vormen worden volstaan, bijvoorbeeld is het in dat geval niet nodig dat de zogenaamde “managementletter”, waarin de accountant verbeteringen voor de door de aanvrager gevoerde administratie voorstelt, aan de gemeente wordt overgelegd. Voordat overgegaan wordt om de meest intensieve vorm van toezicht en verantwoording (“rood”) is er een tussenfase, waarin de aanvrager de gelegenheid krijgt de zaken op orde te krijgen (“oranje”). De overgang naar een andere fase is in principe een besluit.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Bestuurlijk ingrijpen</titel></kop><al>Ook dit is een nieuwe bepaling, die is ingegeven door de problemen die er de afgelopen tijd zijn geweest met enkele grote gesubsidieerde instellingen. De basis voor deze bevoegdheid staat in artikel 4:38 Awb.</al><al>Als aan de (zware) voorwaarden voor toepassing is voldaan, is het college in staat om dwingend in te grijpen in het bestuur van een gesubsidieerde instelling, door daarvoor één of meer bewindvoerders aan te wijzen. Het is niet de bedoeling dat een dergelijke situatie permanent wordt, zodat een maximum is verbonden aan de geldigheid van de aanwijzing. Als de instelling er echter mee instemt, is er natuurlijk geen bezwaar tegen het verlengen van de aanwijzing.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Standaardberekeningswijzen van kostprijzen en uniforme kostenbegrippen</titel></kop><al>Ter verbetering van de uitvoeringspraktijk en ter verlichting van de administratieve lasten van de aanvragers is het zaak te gaan werken met standaarden. Het college zal deze standaarden in overleg met de instellingen vaststellen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Bestemmingsreserves en voorzieningen</titel></kop><al>Dit artikel biedt de mogelijkheid aan een aanvrager om naast een algemene reserve één of meerdere bestemmingsreserves en/of voorzieningen te vormen. Onder bestemmingsreserve wordt verstaan een op de balans van de instelling opgenomen bedrag voor te verwachten activiteiten, die echter niet uitsluitend in het jaar van uitvoering ten laste van de middelen kan worden gebracht. Onder een voorziening wordt verstaan een op de balans opgenomen bedrag voor de betaling van reeds aangegane, maar nog niet opeisbare verplichtingen. Om een goed gebruik van de financiële middelen te waarborgen, dient hiervoor toestemming aan het college te worden gevraagd. Het verlenen van toestemming betekent ook dat de instelling verplicht is die reserve en/of voorziening te vullen op de voorgenomen wijze. Tenslotte is het van belang dat zicht bestaat op de wijze van besteding van een voorziening of reserve, met name als die besteding al niet in de begroting is voorzien. Daarmee kan oneigenlijk gebruik van de reserve zo nodig worden bestreden.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Beleidsregels of nadere regels</titel></kop><al>Het college kan ter uitvoering van de verordening beleidsregels of nadere regels opstellen. Deze (beleids)regels geven aan hoe een bepaalde bevoegdheid zal worden. De nadere regels kunnen zien op de wijze van verdeling van de subsidie. Op deze wijze wordt eenduidig met een bepaalde bevoegdheid omgegaan.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Sancties</titel></kop><al>Omdat we bij het verlenen van subsidie graag willen uitgaan van vertrouwen en de aanvrager aan de voorkant ruimte en eigen verantwoordelijk willen geven, is het nodig dat wanneer er toch onrechtmatigheden voorkomen een sanctie te kunnen opleggen. Het niet opleggen van een sanctie betekent in de praktijk de keuze maken om geen subsidie te geven. Dit betekent dat wanneer aanvragers geen subsidie ontvangen, de gewenste activiteiten niet worden uitgevoerd. Subsidieontvangers worden op basis van dit sanctiebeleid financieel gesanctioneerd (door een korting op de subsidie) indien zij niet aan de hen opgelegde verplichting voldoen. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Steekproef</titel></kop><al>Op grond van artikel 18 hebben subsidieontvangers een meldingsplicht bij veranderde omstandigheden. Zo ook bij het niet uitvoeren van bepaalde activiteiten. Het niet uitvoeren van activiteiten kan gevolgen hebben voor de hoogte van de subsidie. Omdat bepaalde subsidies bij de verlening gelijk wordt vastgesteld is controle door een aparte vaststelling niet meer mogelijk. Om de rechtmatigheid van subsidie te waarborgen wordt de mogelijkheid opgenomen om steekproefsgewijs verleende subsidies te controleren op het voldoen aan de voorwaarden van de subsidie.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Verrekening</titel></kop><al>Op basis van de regels voor bestuurlijke geldschulden in de Awb is verrekening van uit te betalen subsidies met (bijvoorbeeld) terugvorderingen wegens lager vastgestelde subsidies uit een eerdere periode slechts mogelijk als daarvoor een wettelijke grondslag is. Deze bepaling beoogt die grondslag te geven. Overigens blijft verrekening een bevoegdheid en geen verplichting.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Evaluatie</titel></kop><al>Dit artikel geeft uitwerking aan het bepaalde in artikel 4:24 van de Awb. Het betreft een zogenaamde gangbare regel. Dat wil zeggen, dat de gemeente de vrijheid heeft om deze anders in te vullen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>In de Awb is in Hoofdstuk 5, Afdeling 5.1 het nodige geregeld omtrent toezichthouders. Een uitgebreide regeling in de verordening is daarom niet nodig. Wel moet de verordening de mogelijkheid aangeven om toezichthouders aan te wijzen.</al><al>Op grond van het bepaalde in Afdeling 5.1 moet de aanvrager de toezichthouder toegang verlenen tot de accommodatie en de administratie. Hij is bevoegd inlichtingen te vorderen en zo nodig zakelijke bescheiden en gegevens mee te nemen om kopieën te kunnen maken.</al><al>Op grond van artikel 5:14 van de Awb is bepaald, dat de toezichthouder niet de bevoegdheden heeft die worden vermeld in de artikelen 5:18 en 5:19, omdat dergelijke bevoegdheden in het kader van de subsidieverordening geen zin hebben.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Meerjarige subsidies</titel></kop><al>Uit de Algemene wet bestuursrecht blijkt dat het mogelijk is een subsidie te verlenen voor een tijdvak dat langer is dan een jaar. In artikel 17 is vastgelegd dat de subsidies voor een tijdvak van maximaal vier jaren worden verstrekt.</al><al>Voor meerjarige subsidies wordt een onderscheid gemaakt tussen:</al><lijst><li nr="•"><al>meerjarig incidentele subsidies, die betrekking hebben op jaaroverschrijdende projecten of projecten waarvoor een meerjarig programma is vastgesteld; en</al></li><li nr="•"><al>meerjarig structurele subsidies, wanneer de structurele subsidie geraamd is in de begroting en er geen beleidswijzigingen worden verwacht die leiden tot wijziging in financiën.</al></li></lijst><al>Aangezien niet altijd kan worden overzien of er voldoende geld beschikbaar zal blijven, moet het college een meerjarige subsidie altijd verlenen onder het voorbehoud dat jaarlijks voldoende financiële middelen ter beschikking worden gesteld.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><al>Deze bepaling maakt expliciet dat de subsidieontvanger verplicht is de gesubsidieerde activiteit uit te voeren, als dat in de uitvoeringsovereenkomst is opgenomen. De bepaling sluit aan bij artikel 4:36 Awb. De tekst van dit artikel is vermeld bij de toelichting op artikel 18.</al><al>Het stellen van eisen met betrekking tot de administratie van een aanvrager is met name van belang met het oog op de subsidievaststelling. De administratie moet daarom inzichtelijk en controleerbaar zijn.</al><al>Op diverse plaatsen in deze verordening wordt aangegeven wat het college in verband met bepaalde omstandigheden moeten/kunnen beslissen. Die omstandigheden zijn het college meestal bekend via gevraagd of ongevraagd door een aanvrager gegeven informatie. Het ligt voor de hand, dat de bereidheid van een aanvrager om informatie te verstrekken afneemt naarmate de gevolgen daarvan minder gunstig (kunnen) zijn. Daarom wordt in dit artikel bepaald, dat informatieverstrekking verplicht is (zo spoedig mogelijk en schriftelijk) als het gaat om omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een door het college te nemen beslissing.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Weigeringsgronden </titel></kop><al>De artikelen 4:25 en 4:35 bevatten dwingend recht, waarvan niet bij verordening kan worden afgeweken. Wel is het mogelijk deze weigeringsgronden aan te vullen. Hiervan wordt in dit artikel gebruik gemaakt. Het betreft hier een limitatieve opsomming, zodat andere weigeringsgronden niet kunnen worden toegepast. Artikel 4:25 lid 2 Awb bepaald dat een subsidie moet worden geweigerd indien door verstrekking van het subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden. </al><al/><al><cursief>Artikel 19 lid 1 onder d – Kernvoorzieningen</cursief></al><al>Bepaalde activiteiten zijn voorbehouden aan vaste organisaties (kernvoorzieningen). Voor het waarborgen van continuïteit in de dienstverlening aan de inwoners van de gemeente en om versnippering van de activiteiten te voorkomen, kan de raad organisaties als kernvoorzieningen aanwijzen. Organisaties die voor vergelijkbare activiteiten subsidie aanvragen als die door de als kernvoorziening bestempelde organisatie worden uitgevoerd, wordt subsidie geweigerd. </al><al/><al><cursief>Artikel 19 lid 1 onder g – Geloofs- en politieke overtuiging</cursief></al><al>De gesubsidieerde activiteiten dragen geen geloofs- of politieke overtuiging uit. Activiteiten, producten of projecten zijn dus neutraal. Als ze het uitdragen van een geloofsovertuiging of partijpolitieke grondslagen beogen, komen de activiteiten niet voor subsidie in aanmerking.</al><al/><al/><al><cursief>Artikel 19 lid 1 onder j – Subsidie als aanvulling</cursief></al><al>De subsidie is uitsluitend bedoeld voor activiteiten die niet zonder steun van de gemeente gerealiseerd kunnen worden en waarvoor geen of in onvoldoende mate andere inkomsten of financiers zijn. Er moet:</al><lijst><li nr="1."><al>Er moeten voldoende vraag zijn naar c.q. deelnemers zijn voor de gesubsidieerde activiteiten. De subsidie kan worden geweigerd als er onvoldoende draagvlak is, onvoldoende leden, cliënten, gebruikers of bezoekers zijn voor de gesubsidieerde activiteit. </al></li><li nr="2."><al>De subsidie moet effectief en efficiënt worden besteed. Het resultaat van de gesubsidieerde activiteiten moet bijdragen aan de beoogde doelen en de kosten moeten zich in voldoende mate verhouden tot de resultaten.</al></li></lijst><al/><al><cursief>Artikel 19 lid 1 onder n – Geen winstoogmerk</cursief></al><al>De subsidie wordt niet aan commerciële activiteiten besteed. Activiteiten met een winstoogmerk komen niet voor subsidie in aanmerking.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>- Wet BIBOB</titel></kop><al>De wetgever heeft de mogelijkheid geschapen om ook in geval van verlening van subsidies te beoordelen of de subsidieontvanger de subsidie gebruikt voor criminele activiteiten. </al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>PRESTATIESUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>De datum voor het indienen van de aanvraag houdt verband met de besluitvorming in het kader van de begrotingscyclus van de gemeente. Dit artikel geeft aan welke gegevens met een aanvraag moeten worden ingediend. Het college kan, indien zij dit nodig acht, bepalen, dat ook andere gegevens moeten worden overgelegd. Voor kleine subsidies kan het college besluiten dat indiening van een deel van de gegevens niet verplicht is.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Beslistermijn </titel></kop><al>Nadat de raad in de programmabegroting heeft vastgesteld neemt het college een definitieve beslissing in de vorm van een verleningsbesluit. De ambtelijke toetsing van de aanvraag vindt plaats na 15 augustus. Aanvragers worden in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen (artikel 4:7 tot en met 4:9 Awb).</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Uitvoeringsovereenkomsten </titel></kop><al>Dit artikel maakt het mogelijk dat naast de beschikking tot subsidieverlening een (privaatrechtelijke) uitvoeringsovereenkomst wordt afgesloten (conform 4:36 Awb). Een dergelijke overeenkomst biedt de mogelijkheid om het verrichten van de activiteiten zo nodig te vorderen via de civiele rechter. Hieraan kan behoefte bestaan, als de activiteit bestaat uit het verschaffen van door de gemeente essentieel geachte voorzieningen en (dreiging met) intrekking van de subsidie een onder de gegeven omstandigheden onvoldoende effectieve sanctie is. Dit kan zich voordoen, als het aanbieden van de desbetreffende voorziening niet eenvoudig door anderen of de gemeente zelf kan worden overgenomen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Aanvraag tot subsidievaststelling</titel></kop><al>Dit artikel heeft betrekking op de voorbereiding van het tweede publiekrechtelijke moment in het subsidietraject. Voorafgaand aan het vaststellen van een subsidie zullen de aanvragers een aanvraag moeten indienen, vergezeld van een aantal stukken. Het college kan in beleidsregels afwijken van de verplichting een accountantsverslag te overleggen als naar zijn inzicht de kosten van de accountant niet opwegen tegen de hoogte van de verleende subsidie. In dat geval kan in beginsel worden volstaan met een samenstellingsverklaring, voor de kleinste subsidies kan zelfs worden afgezien van onafhankelijke controle.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Besluit tot subsidievaststelling</titel></kop><al>De subsidievaststelling is het logische vervolg op de subsidieverlening. Zie verder de toelichting in het algemene gedeelte.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Toestemmingsvereiste</titel></kop><al>Dit artikel sluit aan bij artikel 4:71 van de Awb. Het eerste lid daarvan is facultatief, de overige leden (over de beslissingstermijn) zijn dwingend van aard.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>– GENORMEERDE SUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>De normen voor de genormeerde subsidie staan beschreven in de beleidsregels. Deze normen worden opgenomen in een bijlage van het subsidiebeleidskader. Kortheidshalve wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 21. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al>Kortheidshalve wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 22. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Aanvraag tot subsidievaststelling</titel></kop><al>Kortheidshalve wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 24. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel>Besluit tot subsidievaststelling</titel></kop><al>Kortheidshalve wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 25.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31.</nr><titel>Subsidievaststelling gelijk bij verlening</titel></kop><al>Bij de genormeerde en stimuleringssubsidie is gekozen voor de mogelijkheid om direct over te gaan tot het vaststellen van de subsidie. De genormeerde subsidie is gebaseerd op vooraf gestelde normen en er is geen sterke sturing op de activiteiten. Het gaat hier om verenigingen die al jaren subsidie ontvangen op basis van bijvoorbeeld het aantal jeugdleden.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>– STIMULERINGSSUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><label/></kop><al>In de gemeente Haarlemmermeer zijn bepaalde organisaties die hun financiële middelen dusdanig op orde hebben, dat ze subsidie niet nodig hebben. Dat geldt onder andere voor organisaties die profiteren van fondsen, legaten en goede doelen. Zij worden gekort op de subsidie omdat ze een te hoog vrij besteedbaar vermogen hebben. Echter wanneer wij als gemeente subsidie geven aan deze organisaties, geeft dat andere financiers meer vertrouwen in de betreffende organisatie. Er wordt een mogelijkheid opgenomen om deze organisaties toch beperkt te subsidiëren voor een vast bedrag. Om hiervoor in aanmerking te komen, worden wel voorwaarden gesteld: het moet gaan om een lokale organisatie zonder winstoogmerk (geen landelijk netwerk), er moet sprake zijn van een grote inzet van vrijwilligers, ze moeten de belangen behartigen van kwetsbare groepen en ze zijn financieel onafhankelijk.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32.</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>Kortheidshalve wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 21. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33.</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al>Kortheidshalve wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 22. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34.</nr><titel>Aanvraag tot subsidievaststelling</titel></kop><al>Kortheidshalve wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 24. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35.</nr><titel>Besluit tot subsidievaststelling</titel></kop><al>Kortheidshalve wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 25.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36.</nr><titel>Subsidievaststelling ineens</titel></kop><al>Kortheidshalve wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 31. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>– EENMALIGE SUBSIDIE</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37.</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><al>De aanvraag om een eenmalige subsidie kent een specifieke termijn van indiening en dient vergezeld te gaan van een aantal op de subsidiesoort toegesneden stukken.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38.</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><al>Het gaat hierbij om de termijnen waarbinnen het college moet beslissen. </al></artikel><artikel><kop><label/><nr/><titel> Artikel 39. Aanvraag tot subsidievaststelling</titel></kop><al>Kortheidshalve wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 24.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40.</nr><titel>Besluit tot subsidievaststelling</titel></kop><al>Dit artikel is vergelijkbaar met artikel 25. In verband met de subsidiesoort blijft de eis van het overleggen van een accountantsverklaring hier achterwege.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41.</nr><titel>Subsidievaststelling gelijk bij verlening</titel></kop><al>Er is voor gekozen om bij de eenmalige subsidie de mogelijkheid te hebben om de subsidie eerst te verlenen of deze gelijk vast te stellen. In de praktijk zal dit vaak afhangen van de hoogte van de subsidie.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7</nr><titel>– OVERIGE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42.</nr><titel>Vergoeding aan de gemeente bij vermogensvorming</titel></kop><al>Deze bepaling is gebaseerd op artikel 4:41 van de Awb, een facultatief wetsartikel; de verordening moet een grondslag bieden om hiervan gebruik te maken. De aanvrager is onder bepaalde omstandigheden verplicht tot het betalen van een schadevergoeding aan de gemeente, wanneer het subsidie tot vermogensvorming bij de aanvrager heeft geleid. Hierbij gaat het in het bijzonder om situaties, waarbij vermogensbestanddelen niet langer dienen voor de verwezenlijking van het doel, waarvoor subsidie is verleend. Dit doet zich bijvoorbeeld voor wanneer een aanvrager zichzelf ontbindt of een vorm van samenwerking met een andere aanvrager aangaat en het mede door middel van subsidie in eigendom verworven pand verkoopt. Deze vergoedingsverplichting is wel gekoppeld aan een verjaringstermijn van maximaal vijf jaar</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43.</nr><titel>Voorschotten</titel></kop><al>In de praktijk wordt meestal met voorschotten gewerkt. Op grond van artikel 4:54 Awb is voorschotverlening alleen mogelijk indien de verordening dat bepaalt. Afgewogen moet worden of voorschotverlening noodzakelijk is en zo ja, welk systeem van bevoorschotting wordt gehanteerd. De beslissing om een voorschot te verlenen of te weigeren moet worden beschouwd als een beschikking, waartegen bezwaar en beroep openstaat. Verlening van een voorschot verplicht tot uitbetaling. Het is mogelijk de beschikking tot subsidieverlening te combineren met een beschikking tot voorschotverlening.</al><al>Het is zinvol vast te leggen hoe met de voorschotten wordt omgegaan bij de subsidievaststelling en wat er moet gebeuren als de vaststelling lager uitvalt dan de bevoorschotting. Op grond van het tweede lid kan het rondpompen van geld worden voorkomen. Bevoorschotting aan een aanvrager waarvan het voortbestaan onzeker is, kan worden gestopt. Op grond van het zesde lid kan worden voorkomen, dat naderhand voorschotten moeten worden teruggevorderd van een aanvrager die niet aan haar verplichtingen voldoet.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44.</nr><titel>Zorgvuldig beheer en verzekeringsplicht</titel></kop><al>Op grond van artikel 4:37, eerste lid, kan de gemeente de subsidieontvanger bepaalde verplichtingen opleggen. Omdat het gemeentebestuur activiteiten subsidieert die het van belang acht voor de inwoners, heeft het er ook belang bij, dat de aanvrager zich verzekert tegen mogelijke risico’s. Een brand- en inbraakverzekering voor de roerende en onroerende zaken alsmede een WA-verzekering voor personeel en vrijwilligers worden daarom verplicht gesteld. De in het vierde lid opgenomen mogelijkheid van vrijstelling kan worden gebruikt, als mocht blijken dat een risico niet te verzekeren is dan wel er een uitzonderlijk hoge risicodekking wordt verlangd.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45.</nr><titel>Tegengaan vervreemdingen</titel></kop><al>Dit artikel beoogt te voorkomen, dat subsidiegelden worden gebruikt voor oneigenlijke doelen of door een aanvrager elders worden ondergebracht, buiten het zicht van de gemeente.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46.</nr><titel>Levering van goederen en diensten aan derden</titel></kop><al>Dit artikel is bedoeld om getrapte subsidiëring te voorkomen. Een aanvrager mag, zonder toestemming van het college, de subsidie niet deels ten goede laten komen aan derden die niet tot de doelgroep behoren.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>47.</nr><titel>Medewerking aan onderzoek door gemeente</titel></kop><al>Medewerking aan onderzoek door de gemeente is in het algemeen niet verplicht. Met deze bepaling, die gebaseerd is op artikel 4:38 van de Awb, wordt aangegeven, dat de aanvrager niet de vrijheid heeft zich aan die medewerking te onttrekken.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>48.</nr><titel>Betaling</titel></kop><al>De aanvragers hebben recht op een vlotte afwikkeling als de beschikking tot subsidieverlening is vastgesteld of indien de subsidie ineens is vastgesteld. Artikel 44 regelt de termijn waarbinnen tot betaling wordt overgegaan. Artikel 4:53 Awb biedt de mogelijkheid om het subsidiebedrag in gedeelten te betalen.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>8.</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>49.</nr><titel>Zaken waarin de verordening niet voorziet</titel></kop><al>Als de praktijk aanleiding geeft om deze verordening aan te vullen, zal het college uiteraard voorstellen aan de raad moeten doen. Omdat de tijd die gemoeid is met de totstandkoming van zo’n aanvulling te lang kan zijn om een beslissing op te schorten (in verband met voorgeschreven termijnen of belangen van de gemeente en/of aanvragers), geeft dit artikel het college de bevoegdheid om te handelen in gevallen waarin de verordening (nog) niet voorziet.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>50.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Dit artikel is opgenomen om ten opzichte van een aanvrager in begunstigende zin te kunnen afwijken van deze verordening, met uitzondering van de bepalingen die de wettelijke basis vormen voor de subsidieverlening. Daarvoor is wel nodig dat sprake is van bijzondere omstandigheden. </al><al>De aanduiding “hardheidsclausule” geeft aan, dat zich bijzondere omstandigheden kunnen voordoen, waarin een strikte toepassing van één of meer artikelen in redelijkheid niet kan worden verlangd.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>51.</nr><titel>Intrekking </titel></kop><al>Deze bepaling behoeft geen nadere toelichting.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>52.</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>De gehele afhandeling van aanvragen die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van deze verordening vindt plaats op grond van de bepalingen van de ASV 2011. Ook blijven voor zolang als nodig de onder de ASV 2011 vastgestelde beleids- en verdeelregels van kracht, tot er nieuwe beleidsregels zijn ingesteld, om een onverhoopt vacuüm te voorkomen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>53.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze bepaling behoeft geen nadere toelichting.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>54.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze bepaling behoeft geen nadere toelichting.</al><al/><al/><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al/></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>