<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR60150_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente IJsselstein 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">IJsselstein</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">IJsselstein</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Internet</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente IJsselstein 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet maatschappelijke ondersteuning, art. 5 ​</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente IJsselstein, art. 2.1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-11-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-03</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>collegebesluit 2010-35506</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente IJsselstein, art. 2.1</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente IJsselstein 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Burgemeester en wethouders van IJsselstein,</al><al>Gelet op artikel 5 van de Wet maatschappelijke ondersteuning en artikel 2.1 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente IJsselstein,</al><al>besluiten:</al><al>vast te stellen het volgende:</al><al>Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente IJsselstein 2010</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente IJsselstein 2010</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><structuurtekst><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colwidth="5*"/><colspec colname="col3" colwidth="71*"/><colspec colname="col4" colwidth="13*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Artikel 1</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al><onderstreept>Begripsbepalingen</onderstreept></al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>In dit Besluit wordt verstaan onder:</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>Verordening: de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente IJsselstein 2007;</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>Besluit: het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente IJsselstein 2010;</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>c.</al></entry><entry colname="col3"><al>Voorziening: een voorziening op grond van de Verordening;</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>d.</al></entry><entry colname="col3"><al>HH: hulp bij het huishouden;</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>e.</al></entry><entry colname="col3"><al>PGB: persoonsgebonden budget;</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>f.</al></entry><entry colname="col3"><al>Budgethouder: degene aan wie een persoonsgebonden budget (PGB) is toegekend;</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>g.</al></entry><entry colname="col3"><al>Volledige vervoersbehoefte: een vervoersbehoefte van meer dan 4 zones, zoals gehanteerd in het openbaar vervoer, per week;</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>h.</al></entry><entry colname="col3"><al>Incidenteel gebruik: woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en rolstoelen die minder dan 3 maanden per jaar worden gebruikt.</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>i.</al></entry><entry colname="col3"><al>Inkomen: Het verzamelinkomen of belastbare loon zoals bedoeld in artikel 4.1 van het (ministeriële) Besluit maatschappelijke ondersteuning;</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>j.</al></entry><entry colname="col3"><al>Norminkomen: de voor aanvrager toepasselijke bijstandsnorm zoals bedoeld in artikel 20 tot en met 23 van de Wet werk en bijstand inclusief de maximale toeslag (artikel 25 WWB), omgerekend tot een bedrag per kalenderjaar;</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>k.</al></entry><entry colname="col3"><al>Jaar: Het berekeningsjaar, dat loopt vanaf de eerste dag van de maand waarin een voorziening wordt aangevraagd.</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Vorm van de te verstrekken voorzieningen</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Persoonsgebonden budget (PGB)</titel></kop><structuurtekst><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colwidth="5*"/><colspec colname="col3" colwidth="71*"/><colspec colname="col4" colwidth="13*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al><onderstreept>Regels omtrent verstrekking en verantwoording PGB </onderstreept></al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Verstrekking van een toegekende voorziening in de vorm van een PGB vindt plaats op verzoek van de aanvrager.</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Een voorziening wordt niet in de vorm van een PGB verstrekt, indien:</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een PGB;</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>bij de verantwoording van een eerder toegekende voorziening in de vorm van een PGB gebleken is dat aanvrager het budget niet of niet geheel heeft besteed aan de kosten waarvoor het werd toegekend;</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>c.</al></entry><entry colname="col3"><al>indien verstrekking in bruikleen door de gemeente de goedkoopst-adequate oplossing is.</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Voor dezelfde voorziening wordt geen combinatie van die voorziening in natura en een PGB verstrekt.</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>De budgethouder wendt het PGB uitsluitend aan voor de kosten waarvoor het budget is toegekend en verstrekt op verzoek van de gemeente alle noodzakelijke bewijsstukken waaruit de aanwending van het budget blijkt.</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Het PGB wordt bruto vastgesteld en uitbetaald, dat wil zeggen inclusief eventuele eigen bijdragen.</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Geen PGB wordt verstrekt voor voorzieningen die incidenteel (zullen) worden gebruikt.</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>In het besluit omtrent verstrekking van een PGB voor woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en rolstoelen worden, voor zover van toepassing, de volgende bepalingen en voorwaarden opgenomen:</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>de voorziening moet voldoen aan het programma van eisen dat als bijlage aan de beschikking wordt toegevoegd;</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>de voorziening wordt lineair afgeschreven met een afschrijvingstermijn van 7 jaar, tenzij in dit Besluit anders is bepaald;</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>c.</al></entry><entry colname="col3"><al>wanneer de voorziening niet meer nodig is of niet meer adequaat is en de afschrijvingstermijn is nog niet verlopen, wordt het restbedrag van de budgethouder teruggevorderd, of wordt dit restbedrag verrekend met een toe te kennen PGB voor een volgende voorziening;</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>d.</al></entry><entry colname="col3"><al>de voorziening moet binnen redelijke termijn kunnen worden geleverd.</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Het PGB wordt in één keer uitbetaald, tenzij het een PGB betreft ten behoeve van inkoop van HH.</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Het PGB ten behoeve van inkoop van HH wordt in maandelijkse termijnen uitbetaald, indien het toe te kennen budget per jaar hoger is dan € 3.000,00.</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Financiële tegemoetkoming</titel></kop><structuurtekst><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="5*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="71*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="13*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Artikel 3</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al><onderstreept>Regels rond verstrekking en verantwoording financiële tegemoetkomingen</onderstreept></al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>De aanvrager wendt een verstrekte financiële tegemoetkoming uitsluitend aan voor het doel waarvoor de tegemoetkoming is toegekend.</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al><onderstreept>In aanmerking nemen van inkomen bij verstrekking van financiële tegemoetkomingen</onderstreept></al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Indien het inkomen van de aanvrager hoger is dan anderhalf maal het norminkomen en een financiële tegemoetkoming wordt verstrekt voor vervoersvoorzieningen, wordt het meerdere in mindering gebracht op de te verstrekken financiële tegemoetkoming (glijdende schaal), tenzij deze vergoeding als forfaitair bedrag wordt verstrekt.</al></entry><entry colname="col4"><al>Art. 5.2, lid 3 Verordening.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Eigen bijdragen (eigen aandeel in de kosten)</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="5*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="71*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="13*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Omvang van de eigen bijdragen en het eigen aandeel </al></entry><entry colname="col4"><al>Art. 4.1 AMvB Wmo / art. 2.5 Verordening</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Het bedrag dat ongehuwde personen jonger dan 65 jaar dienen te betalen bedraagt € 17,60 per vier weken, terwijl het percentage van het inkomen boven € 22.222,00, dat boven dit bedrag per vier weken betaald moet worden, 15% bedraagt.</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Het bedrag dat ongehuwde personen van 65 jaar of ouder dienen te betalen bedraagt € 17,60 per vier weken, terwijl het percentage van het inkomen boven € 15.256,00, dat boven dit bedrag per vier weken betaald moet worden,15% bedraagt.</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Het bedrag dat gehuwde personen waarvan één van beiden jonger is dan 65 jaar dienen te betalen bedraagt € 25,20 per vier weken, terwijl het percentage van het inkomen boven € 27.222,00, dat boven dit bedrag per vier weken betaald moet worden, 15% bedraagt.</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Het bedrag dat gehuwde personen die beiden 65 jaar of ouder zijn dienen te betalen bedraagt € 25,20 per vier weken, terwijl het percentage van het inkomen boven € 21.058,00, dat boven dit bedrag per vier weken betaald moet worden, 15% bedraagt.</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>De eigen bijdrage wordt uitsluitend in rekening gebracht op de werkelijk ingezette uren HH in natura dan wel op het gemiddeld aantal uren van de klasse waarin HH in de vorm van een PGB is verstrekt en waarvoor de gemeente een positief besluit heeft afgegeven. </al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Geen voorziening wordt toegekend indien de eigen bijdrage, gezien het inkomen van de aanvrager, groter is of gelijk is aan de waarde van de voorziening.</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Hulp bij het huishouden (HH)</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HH in natura</titel></kop><structuurtekst><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="5*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="71*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="13*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Artikel 6</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al><onderstreept>HH in natura</onderstreept></al></entry><entry colname="col4"><al>Art. 3.1, a Verordening</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Bij aanvraag of in ieder geval voordat een besluit omtrent de te verstrekken HH wordt genomen, geeft de aanvrager zijn of haar voorkeur voor één van de gecontracteerde aanbieders aan.</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Indien de persoon, die HH ontvangt op grond van een besluit op basis van de Verordening, van aanbieder wenst te veranderen, meldt deze zich af bij de bestaande aanbieder met inachtneming van een opzegtermijn van 4 weken. Tegelijkertijd meldt belanghebbende deze verandering van aanbieder aan de gemeente via het daartoe geëigende formulier. De indiener van een verzoek om verandering van aanbieder is zelf verantwoordelijk voor het al dan niet regelen van een naadloze aansluiting van de te verlenen hulp.</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Bij toekenning van HH in natura wordt een eigen bijdrage in rekening gebracht, onder toepassing van artikel 5 van dit Besluit, die wordt berekend en geïnd door het Centraal Administratiekantoor (CAK).</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HH in de vorm van PGB</titel></kop><structuurtekst><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="5*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="71*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="13*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Artikel 7</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al><onderstreept>Verstrekking van PGB voor HH</onderstreept></al></entry><entry colname="col4"><al>Art. 3.1, b Verordening</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Indien HH wordt verstrekt in de vorm van een PGB, wordt voor de duur van het indicatiebesluit een bedrag beschikbaar gesteld, dat nog niet verminderd met de eigen bijdrage, per klasse per jaar bedraagt: </al><al>Klasse 1: € 948,00</al><al>Klasse 2: € 2.844,00</al><al>Klasse 3: € 5.214,00</al><al>Klasse 4: € 8.059,00</al><al>Klasse 5: € 10.903,00</al><al>Klasse 6: € 13.745,00</al><al>terwijl bij additionele uren, die boven klasse 6 op basis van de hardheidsclausule worden toegekend, een uurbedrag van € 18,22 (uurtarief klasse 1) wordt gehanteerd.</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Het PGB wordt toegekend voor de duur dat het indicatiebesluit geldig is.</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>De budgethouder koopt HH in op basis van een schriftelijke overeenkomst waarin minimaal afspraken worden gemaakt over het uurtarief en de wijze en termijn van betaling. Indien de overeenkomst wordt aangegaan met een natuurlijk persoon, dan wordt het BSN- of Sofinummer van deze persoon daarin eveneens opgenomen.</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>De budgethouder is zelf verantwoordelijk voor het inkopen van HH en op een zodanige wijze dat deze van een afdoende kwalitatief niveau is om de aanwezige belemmeringen zoveel mogelijk op te heffen (compenseren).</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Bij toekenning van HH in de vorm van een PGB brengt de gemeente een eigen bijdrage in mindering op het te verstrekken PGB, onder toepassing van artikel 5 van dit Besluit, die definitief wordt berekend door het Centraal Administratiekantoor (CAK).</al></entry><entry colname="col4"><al>Art. 2.5 Verordening</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="5*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="71*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="13*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al> Artikel 8</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al><onderstreept>Verantwoording van PGB voor HH</onderstreept></al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Van het toegekende PGB wordt 1,5% met een minimum van € 262,00 en een maximum van € 1.309,00 per jaar aangemerkt als vrij besteedbaar, hetgeen betekent dat over dit deel van het budget geen verantwoording behoeft te worden afgelegd.</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Het niet vrij besteedbare deel van het PGB dient te zijn besteed aan directe inkoop van HH en de daaraan verbonden kosten zoals lidmaatschap budgethoudersvereniging en administratiekosten.</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Over dat deel van het (bruto) PGB dat als eigen bijdrage wordt gevraagd, behoeft geen verantwoording omtrent de besteding te worden afgelegd.</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Op verzoek van de gemeente legt de budgethouder verantwoording af over de besteding van het PGB conform de in de beschikking aangegeven voorwaarden, waaronder het overleggen van facturen en (arbeids-) overeenkomsten. </al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="5*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="71*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="13*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Artikel 9</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>PGB-houders in overgangsrecht</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Personen die in 2006 een PGB voor huishoudelijke verzorging ontvingen op grond van de AWBZ (huishoudelijke verzorging) en waarvoor een indicatiebesluit is afgegeven, dat geldig is tot na 1 januari 2007, kunnen voor de duur van dit indicatiebesluit het PGB blijven ontvangen via het zorgkantoor.</al><al>Deze voorziening wordt gezien als voorliggend op een aanvraag HH bij de gemeente voor de duur dat het indicatiebesluit geldig is, echter uiterlijk tot en met 31 december 2007.</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Woonvoorzieningen</titel></kop><structuurtekst><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="5*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="71*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="13*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Artikel 10</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Het recht op een woonvoorziening</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>Indien de als subsidiabel aangemerkte kosten van een woonvoorziening zoals bedoeld in artikel 4.1, lid 2 van de Verordening € 48.251,00 of meer bedragen, wordt deze woonvoorziening niet verstrekt onder toepassing van artikel 4.2, lid 3 van de Verordening;</al></entry><entry colname="col4"><al>Art. 4.1, lid 2, lid 3 Verordening</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>Tot de als subsidiabel aan te merken kosten van bouwkundige en woontechnische woonvoorzieningen zoals bedoeld in artikel 4.1, lid 2 van de Verordening, worden uitsluitend gerekend de kosten die staan vermeld in Bijlage IV van dit Besluit.</al></entry><entry colname="col4"><al>Art. 4.1, lid 2 Verordening</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Het bedrag zoals bedoeld in artikel 4.2, lid 4 onder a en artikel 4.8, lid 8 van de Verordening, bedraagt € 7.333,00.</al></entry><entry colname="col4"><al>Art. 4.2, lid 4 a en art. 4.8, lid 8 Verordening</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="5*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="71*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="13*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Artikel 11</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Financiële tegemoetkomingen in de kosten van woonvoorzieningen</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>De financiële tegemoetkoming in de kosten van <vet>verhuizing en inrichting </vet>zoals bedoeld in artikel 4.1, lid 1 van de Verordening, wordt verleend in de vorm van een forfaitair bedrag van € 2.412,00.</al></entry><entry colname="col4"><al>Art. 4.1, lid 1 Verordening</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Een woonvoorziening in verband met <vet>woningsanering</vet><vet>of </vet>het verstrekken van <vet>rolstoeltapijt</vet> zoals bedoeld in artikel 4.1, lid 3 van de Verordening, wordt uitsluitend verstrekt in de vorm van een financiële tegemoetkoming. De hoogte van deze tegemoetkoming wordt vastgesteld op 100% van de werkelijke kosten met een maximum van € 55,00 per strekkende meter voor vloerbedekking en een maximum van € 15,00 per strekkende meter voor gordijnen, met inachtneming van de afschrijvingstabel zoals opgenomen in Bijlage II van dit Besluit.</al></entry><entry colname="col4"><al>Art. 4.1, lid 3 Verordening</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>De hoogte van de te verstrekken financiële tegemoetkoming in de kosten van <vet>keuring, onderhoud en reparatie</vet> van woonvoorzieningen zoals bedoeld in artikel 4.1, lid 2 van de Verordening, zal het voor die voorziening van toepassing zijnde bedrag zoals genoemd in Bijlage I van dit Besluit niet te boven gaan.</al></entry><entry colname="col4"><al>Art. 4.1, lid 2 Verordening</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>De hoogte van de te verstrekken financiële tegemoetkoming in de kosten van <vet>tijdelijke huisvesting</vet> zoals bedoeld in artikel 4.8, lid 4 tot en met lid 7 van de Verordening, bedraagt:</al></entry><entry colname="col4"><al>Art. 4.8, lid 4 t/m 7 Verordening</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>de werkelijke kosten per maand, maar niet meer dan de rekenhuur zoals bedoeld in de Wet op de huurtoeslag, als tegemoetkoming in de kosten van het betrekken van zelfstandige woonruimte; of</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>de werkelijke kosten per maand, met een maximum van € 267,00 per maand, als tegemoetkoming in de kosten van het betrekken van een niet-zelfstandige woonruimte.</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>De hoogte van de te verstrekken financiële tegemoetkoming in de kosten van <vet>huurderving </vet>zoals bedoeld in artikel 4.8, lid 8 van de Verordening, is gelijk aan de rekenhuur van de aangepaste woning zoals bedoeld in de Wet op de huurtoeslag.</al></entry><entry colname="col4"><al>Art. 4.8, lid 8 Verordening</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.</al></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>De hoogte van de te verstrekken financiële tegemoetkoming in de kosten van het <vet>bezoekbaar of logeerbaar maken</vet> van de woonruimte zoals bedoeld in artikel 4.7, lid 3 van de Verordening, bedraagt 100% van de als subsidiabel aangemerkte kosten met een maximum van het bedrag van de financiële tegemoetkoming in de kosten van verhuizing en inrichting zoals genoemd in lid 1 van dit artikel;</al></entry><entry colname="col4"><al>Art. 4.7, lid 3 Verordening</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>Een financiële tegemoetkoming in de kosten van het bezoekbaar of logeerbaar maken wordt slechts één maal verstrekt;</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>c.</al></entry><entry colname="col3"><al>Onder bezoekbaar maken van de woning wordt uitsluitend verstaan dat de persoon met beperkingen de woonkamer en het toilet moet kunnen bereiken en gebruiken;</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>d.</al></entry><entry colname="col3"><al>Onder logeerbaar maken wordt uitsluitend verstaan dat de partner of het minderjarig kind met beperkingen de woonkamer, slaapkamer, toilet en badkamer van de gelijkvloerse woning van de partner c.q. ouder(s) kan bereiken en gebruiken.</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>7.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>De hoogte van de te verstrekken financiële tegemoetkoming in de <vet>aanpassingskosten van een woonwagen of woonschip</vet> zoals bedoeld in artikel 4.6, lid 3 van de Verordening, bedraagt maximaal € 968,00.</al></entry><entry colname="col4"><al>Art. 4.6, lid 3 Verordening</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>8.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Op grond van artikel 4.4 van de Verordening is het mogelijk om een financiële tegemoetkoming te verkrijgen voor het <vet>verwerven van extra grond</vet> ten behoeve van een aanbouw of uitbreiding van een bepaald vertrek, indien dit op grond van ergonomische belemmeringen noodzakelijk is. Het aantal m<sup>2</sup> dat voor een financiële tegemoetkoming in aanmerking komt, is per vertrek gemaximaliseerd volgens de tabel in Bijlage III van dit Besluit.</al></entry><entry colname="col4"><al>Art. 4.4 Verordening</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>9.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>De hoogte van de te verstrekken financiële tegemoetkoming in de kosten van <vet>verzekering van een toe te kennen woonvoorziening</vet> bedraagt 100% van de premie van de noodzakelijke verzekering.</al></entry><entry colname="col4"><al>Art. 4.8, lid 9 Verordening</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="5*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="71*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="13*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Artikel 12</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Woonvoorzieningen in natura</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Het bedrag dat is gemoeid met de verstrekking van een woonvoorziening in natura zoals bedoeld in artikel 4.1, lid 2, lid 3 en lid 4 van de Verordening, wordt vastgesteld op 100% van de door het college geaccepteerde offerte.</al></entry><entry colname="col4"><al>Art. 4.1, lid 2 t/m 4 Verordening</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="5*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="71*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="13*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Uitbetaling aan de leverancier van de voorziening van het bedrag zoals bedoeld in lid 1 vindt plaats na levering van de voorziening (art. 4.1, lid 3 Verordening) dan wel na gereedmelding en vaststelling van de kosten (art. 4.1, lid 2 en lid 4 Verordening).</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="5*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="71*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="13*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Artikel 13</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Woonvoorzieningen in de vorm van een PGB</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2, lid 2, onder c van dit Besluit kan op verzoek van de aanvrager een voorziening zoals bedoeld in artikel 4.1, lid 2, lid 3 en lid 4 van de Verordening worden verstrekt in de vorm van een PGB.</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>De hoogte van het te verstrekken PGB voor een woonvoorziening, zoals bedoeld in artikel 4.1, lid 2, lid 3 en lid 4 van de Verordening, wordt vastgesteld op het bedrag vermeld in de door het college geaccepteerde offerte.</al></entry><entry colname="col4"><al>Art. 4.1, lid 5</al><al>Verordening</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 4.10, lid 4 van de Verordening wordt het PGB uitbetaald aan de aanvrager (budgethouder).</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>Na voltooiing van de werkzaamheden in het kader van de voorziening zoals bedoeld in artikel 4.1, lid 2 en lid 4 van de Verordening, maar uiterlijk binnen 15 maanden na toekenning van de voorziening, verklaart de budgethouder aan het college dat de bedoelde werkzaamheden zijn voltooid; </al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>De gereedmelding zoals bedoeld onder a gaat vergezeld van een verantwoording van de besteding van het toegekende PGB;</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>c.</al></entry><entry colname="col3"><al>De gereedmelding is tevens een verzoek om definitieve vaststelling van het verstrekte PGB.</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Hoofdstuk 5 Vervoersvoorzieningen </al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="5*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="71*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="13*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Artikel 14</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Financiële tegemoetkomingen voor vervoersvoorzieningen</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>De hoogte van de te verlenen financiële tegemoetkoming voor vervoersvoorzieningen zoals bedoeld in artikel 5.1, lid 2 onder c (gebruik regiotaxi, individuele taxi, of eigen auto) en d (gebruik rolstoeltaxi) van de Verordening, is maximaal € 638,00 per jaar bij een volledige vervoersbehoefte. Bij een niet volledige vervoersbehoefte bedraagt de financiële tegemoetkoming maximaal € 319,00 per jaar.</al></entry><entry colname="col4"><al>Art. 5.1, lid 2, c en d Verordening </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Bij het bezit van een scootermobiel wordt de maximale financiële tegemoetkoming zoals bedoeld in lid 1 gehalveerd.</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>De financiële tegemoetkoming in de kosten van het <onderstreept>gebruik</onderstreept> van een al dan niet aangepaste bruikleenauto of ander verplaatsingsmiddel (waaronder gesloten buitenwagen) zoals bedoeld in artikel 5.1, lid 2 onder b en e van de Verordening, wordt forfaitair vastgesteld op € 267,00 per kalenderjaar.</al></entry><entry colname="col4"><al>Art. 5.1, lid 2, b en e Verordening </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>De financiële tegemoetkoming in de kosten van noodzakelijke begeleiding tijdens vervoer wordt forfaitair vastgesteld op € 319,00 per jaar.</al></entry><entry colname="col4"><al>Art. 5.1, lid 2, f Verordening </al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="5*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="71*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="13*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>De financiële tegemoetkoming in de kosten van aanpassing van een eigen auto wordt vastgesteld op basis van de cataloguswaarde van de goedkoopst-adequate voorziening (referentieauto VNG) plus de kosten voor noodzakelijke aanpassingen en service- en onderhoudskosten. </al></entry><entry colname="col4"><al>Art. 5.1, lid 2, a Verordening</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Indien een vervoersvoorziening zoals bedoeld in artikel 5.1, lid 2 onder c en d van de Verordening wordt aangevraagd ten behoeve van een minderjarig kind, wordt de hoogte van het bedrag zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel vastgesteld op:</al></entry><entry colname="col4"><al>Art. 5.1, lid 2, c en d Verordening</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>0% van dat bedrag voor kinderen van 0 tot 5 jaar;</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>50 % van dat bedrag voor kinderen van 5 tot 12 jaar; </al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>c.</al></entry><entry colname="col3"><al>75% van dat bedrag voor kinderen van 12 tot 15 jaar; </al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>d.</al></entry><entry colname="col3"><al>100% van dat bedrag voor kinderen van 16 tot 18 jaar. </al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="5*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="71*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="13*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Artikel 15</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Vervoersvoorzieningen in natura</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>De vervoersvoorzieningen zoals bedoeld in artikel 5.1, lid 1 onder b, c, d en e van de Verordening worden in natura in bruikleen verstrekt.</al></entry><entry colname="col4"><al>Art. 5.1, lid 1, b t/m e Verordening</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="5*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="71*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="13*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Artikel 16</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Vervoersvoorzieningen in de vorm van een PGB</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2, lid 2, onder c van dit Besluit kan op verzoek van de aanvrager een voorziening zoals bedoeld in artikel 5.1, lid 1 onder b, c, d en e van de Verordening worden verstrekt in de vorm van een PGB.</al></entry><entry colname="col4"><al>Art. 5.1, lid 3 Verordening</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>De hoogte van het PGB voor een voorziening zoals bedoeld in artikel 5.1, lid 1 onder b, c, d en e van de Verordening, wordt vastgesteld op het bedrag zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte tot een bepaald maximum en met inachtneming van de bepalingen omtrent het algemeen gebruikelijk deel zoals genoemd in artikel 15, lid 2, 3 en 4 van dit Besluit. Het maximum is het bedrag van dezelfde voorziening in bruikleen, indien de voorziening door de gemeente zou worden aangeschaft via de gecontracteerde leverancier(s) van hulpmiddelen.</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Bij de vaststelling van de kosten van de voorziening in bruikleen zoals bedoeld in lid 2, wordt de prijslijst van het assortiment van de door de gemeente gecontracteerde leverancier(s) van hulpmiddelen gehanteerd.</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Rolstoelen</titel></kop><structuurtekst><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="5*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="71*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="13*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Artikel 17</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Rolstoelen in natura</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Een woonvoorziening in natura, zoals bedoeld in artikel 6.1, lid 1 van de Verordening, wordt in bruikleen verstrekt.</al></entry><entry colname="col4"><al>Art. 6.1, lid 1 en 6.3, lid 1 Verordening</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="5*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="71*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="13*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Artikel 18</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Financiële tegemoetkoming voor sportrolstoel</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Voor aanschaf en onderhoud van een sportrolstoel zoals bedoeld in artikel 6.1, lid 2 van de Verordening, wordt niet meer dan één maal per drie jaar een financiële tegemoetkoming verleend in de vorm van een forfaitair bedrag van € 2.439,00</al></entry><entry colname="col4"><al>Art. 6.1, lid 2 Verordening</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 19</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>PGB voor aanschaf en onderhoud van een rolstoel</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2, lid 2, onder c van dit Besluit kan op verzoek van de aanvrager een voorziening zoals bedoeld in artikel 6.1, lid 1 en lid 3 van de Verordening worden verstrekt in de vorm van een PGB.</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>De hoogte van het te verstrekken PGB voor een rolstoel, zoals bedoeld in artikel 6.1, lid 1 en lid 3 van de Verordening, wordt vastgesteld op het bedrag zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte tot een maximum van het bedrag van dezelfde voorziening in bruikleen, indien de voorziening door de gemeente zou worden aangeschaft via de gecontracteerde leverancier(s) van hulpmiddelen.</al></entry><entry colname="col4"><al>Art. 6.1, lid 3 Verordening</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Bij de vaststelling van de kosten van de voorziening in bruikleen zoals bedoeld in lid 2, wordt de prijslijst van het assortiment van de door de gemeente gecontracteerde leverancier(s) van hulpmiddelen gehanteerd.</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Het verkrijgen van een voorziening</titel></kop><structuurtekst><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="5*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="71*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="13*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Artikel 20</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>De aanvraagprocedure</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>De aanvraag wordt door belanghebbende ingediend bij het Wmo-loket, gesitueerd in het stadhuis van de gemeente IJsselstein. </al></entry><entry colname="col4"><al>Art. 7.2 Verordening</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>In tegenstelling tot het gestelde in lid 1 kan de aanvraag tevens worden ingediend bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), locatie IJsselstein, indien de aanvraag voor Hulp bij het Huishouden tegelijkertijd wordt ingediend met een aanvraag voor AWBZ-zorg.</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><structuurtekst><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="13*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="5*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="81*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Artikel 21</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Overgangsbepalingen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente IJsselstein 2009 wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2010 met dien verstande dat:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>dit besluit van toepassing blijft op de financiële verantwoording, vaststelling en uitbetaling van op grond van dat besluit verleende uitkeringen, aangevraagde en aan te vragen uitkeringen tot aan het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>in wettelijke procedures en rechtsgedingen tegen besluiten die op grond van het bedoelde besluit zijn genomen, dan wel tegen deze besluiten in te stellen of ingestelde beroepen, zowel in eerste aanleg als in verdere instantie, de regels die golden voor de intrekking van bedoeld besluit van toepassing blijven.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="12*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="5*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="71*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="13*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Artikel 22</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al><onderstreept>Inwerkingtreding en citeertitel </onderstreept></al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2010.</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente IJsselstein 2010</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Aldus besloten in de vergadering van burgemeester en wethouders van IJsselstein d.d. 19 januari 2010</al><al><vet> BIJLAGE I voorzieningen waarvan de kosten voor onderhoud, keuring en reparatie worden vergoed (artikel 4.1, lid 2 en 4.2, lid 7 van de Verordening)</vet></al><al>Alleen de werkelijk gemaakte kosten (met een maximum van de in de tabel genoemde bedragen) van keuring, onderhoud en reparatie aan die hieronder genoemde onderdelen komen in aanmerking voor een financiële tegemoetkoming. </al><lijst><li nr="a."><al>Stoelliften (traplift);</al></li><li nr="b."><al>Rolstoel- of staplateauliften (traplift);</al></li><li nr="c."><al>Woonhuisliften;</al></li><li nr="d."><al>Hefplateauliften;</al></li><li nr="e."><al>Balansliften</al></li><li nr="f."><al>De (electro)mechanische openings- en sluitingsmechanismen van deuren;</al></li><li nr="g."><al>Toiletten, voorzien van een onderspoel- en föhninrichting;</al></li><li nr="h."><al>Alarmering of communicatieapparatuur.</al></li></lijst><al>De maximale vergoeding van kosten voor onderhoud en keuring van diverse soorten liften in woningen en trappenhuizen bedraagt in euro’s:</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Keuring</titel></kop><structuurtekst><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="20*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="20*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="20*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="20*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="20*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Keuring van liften</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Beginkeuring (excl. BTW)</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Kosten excl. BTW</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>Frequentie periodieke keuring</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet>Kosten excl. BTW</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>(Rol)stoellift</al></entry><entry colname="col2"><al>Ja</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 295,60</al></entry><entry colname="col4"><al>1x per 4 jaar</al></entry><entry colname="col5"><al>€ 261,20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>(Sta)plateaulift</al></entry><entry colname="col2"><al>Ja</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 463,20</al></entry><entry colname="col4"><al>1x per 4 jaar</al></entry><entry colname="col5"><al>€ 267,20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Woonhuislift</al></entry><entry colname="col2"><al>Ja</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 456,60</al></entry><entry colname="col4"><al>1x per 1,5 jaar</al></entry><entry colname="col5"><al>€ 263,40</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hefplateaulift</al></entry><entry colname="col2"><al>Ja</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 463,20</al></entry><entry colname="col4"><al>1x per 1,5 jaar</al></entry><entry colname="col5"><al>€ 267,20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Balanslift</al></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>*</al></entry><entry colname="col4"><al>1x per 1,5 jaar</al></entry><entry colname="col5"><al>€ 76,50 per uur</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>*) Balansliften worden niet meer nieuw gemaakt. Beginkeuringen zullen dus niet meer voorkomen. Bestaande balansliften kunnen wel periodiek gekeurd en onderhouden worden. Het Lifentinstituut berekent de kosten voor periodieke keuring van balansliften op basis van een uurtarief.</al><al>In de bovengenoemde bedragen zijn opgenomen de kosten voor keuring door het Lifteninstituut (voorrijkosten + keuringstarieven) vermenigvuldigd met een factor 2 (er komen twee personen), vanwege de noodzakelijke assistentie door de onderhoudsfirma. Gebaseerd op tarieven 2002 voor veiligheidskeuringen uitgevoerd door het Lifteninstituut (niet gewijzigd per januari 2007).</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Onderhoud</titel></kop><structuurtekst><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Onderhoud van:</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Frequentie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Kosten excl. BTW</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>(Rol)stoellift</al></entry><entry colname="col2"><al>1x per jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 443,30</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>(Sta)plateaulift</al></entry><entry colname="col2"><al>1x per jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 443,30</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Woonhuislift</al></entry><entry colname="col2"><al>2x per jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 886,60</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hefplateaulift</al></entry><entry colname="col2"><al>2x per jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 886,60</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Balanslift</al></entry><entry colname="col2"><al>1x per jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 443,30</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Op bovenstaande tarieven voor onderhoud kunnen maximaal de hieronder genoemde toeslagen van toepassing zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>50% toeslag voor installaties geplaatst buiten de woning;</al></li><li nr="-"><al>50% toeslag voor installaties die meer dan één verdieping overbruggen;</al></li><li nr="-"><al>50% toeslag voor installaties, uitgevoerd met elektrisch aangedreven plateau en/of afrijdbeveiliging, resp. elektrisch wegklapbare raildelen.</al></li></lijst><al><vet>BIJLAGE II afschrijvingstabel in verband met sanering woning ingevolge artikel 4.1, lid 4, onder a van de Verordening</vet></al><al>Een voorziening in verband met sanering van de woning wordt vastgesteld als percentage van de werkelijke kosten van de voorziening. Dit percentage wordt gebaseerd op de mate waarin de aanwezige (te saneren) voorzieningen zijn afgeschreven.</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Artikel jonger dan 2 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>100 %</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel van 2 tot 4 jaar oud</al></entry><entry colname="col2"><al>75%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel van 4 tot 6 jaar oud</al></entry><entry colname="col2"><al>50%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel van 6 tot 8 jaar oud</al></entry><entry colname="col2"><al>25%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 8 jaar of ouder</al></entry><entry colname="col2"><al>0%</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Artikelen van 8 jaar en ouder komen niet voor een vergoeding in aanmerking, omdat de gebruiksduur van deze artikelen wordt geacht te zijn verstreken, waardoor de kosten voor vervanging als algemeen gebruikelijk worden beschouwd.</al><al><vet>BIJLAGE III aantal m2 waarvoor een financiële tegemoetkoming kan worden verstrekt op grond van artikel 4.4 van de Verordening</vet></al><al>Op grond van artikel 4.4. van de Verordening is het mogelijk om een tegemoetkoming te verstrekken voor de kosten van het verwerven van extra grond voor het plegen van aanbouw of uitbreiden van een bestaand verstrek, indien dit gezien de belemmeringen, ontstaan uit de beperkingen van de persoon ten behoeve waarvan de aanvraag wordt ingediend, noodzakelijk is. Voor niet-zelfstandige woonruimte wordt in dit kader geen vergoeding verstrekt. Het aantal m<sup>2</sup> waarvoor een financiële tegemoetkoming kan worden verstrekt is (per vertrek in een zelfstandige woning) gemaximeerd volgens onderstaande tabel:</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>A: Maximaal aantal m2 per vertrek in zelfstandige woning, waarvoor vergoeding kan worden verleend</titel></kop><structuurtekst><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="22*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="37*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="41*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Soort vertrek</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Maximaal aantal m<sup>2</sup> waarvoor een financiële tegemoetkoming kan worden verleend in geval van aanbouw van een vertrek</al></entry><entry colname="col3"><al>Maximaal aantal m<sup>2</sup> waarvoor een financiële tegemoetkoming kan worden verleend in geval van uitbreiding van een reeds aanwezig vertrek</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Woonkamer</al></entry><entry colname="col2"><al>30</al></entry><entry colname="col3"><al>6</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Keuken</al></entry><entry colname="col2"><al>10</al></entry><entry colname="col3"><al>4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Eenpersoons slaapkamer</al></entry><entry colname="col2"><al>10</al></entry><entry colname="col3"><al>4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tweepersoons slaapkamer</al></entry><entry colname="col2"><al>18</al></entry><entry colname="col3"><al>4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Toiletruimte</al></entry><entry colname="col2"><al>2</al></entry><entry colname="col3"><al>1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Badkamer</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-waarin wastafelruimte</al></entry><entry colname="col2"><al>2</al></entry><entry colname="col3"><al>1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-waarin doucheruimte</al></entry><entry colname="col2"><al>3</al></entry><entry colname="col3"><al>2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Entree/gang/hal</al></entry><entry colname="col2"><al>5</al></entry><entry colname="col3"><al>2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>berging</al></entry><entry colname="col2"><al>6</al></entry><entry colname="col3"><al>4</al></entry></row></tbody></tgroup></table></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>B: Buitenruimte</titel></kop><structuurtekst><al>Het aantal m<sup>2</sup> verhard pad tussen de openbare weg en de hoofdingang tot een woonruimte, dan wel tussen een tweede ingang en een berging en/of tuinpoort dat bij het nieuw aanleggen van paden dan wel bij het aanpassen van bestaande paden in aanmerking komt voor een financiële tegemoetkoming, bedraagt ten hoogste 20m<sup>2</sup>. <vet>BIJLAGE IV als subsidiabel aan te merken kosten van woonvoorzieningen van bouwkundige en woontechnische aard</vet></al><al>Tot de kosten van aanpassingen van bouwkundige en woontechnische aard worden uitsluitend gerekend:</al><lijst><li nr="1."><al>de aanneemsom (hierin inbegrepen de loon- en materiaalkosten) voor het treffen van de voorziening de risicoverrekening van loon- en materiaalkosten, met inachneming van het bepaalde in de risicoregeling woning- en utiliteitsbouw 1991;</al></li><li nr="2."><al>het architectenhonorarium tot ten hoogste 10% van de aanneemsom met dien verstande dat dit niet hoger is dan het maximale honorarium zoals bepaald in SR 1988 van de BNA. Alleen in die gevallen dat het noodzakelijk is dat een architect voor de woningaanpassing moet worden ingeschakeld, worden deze kosten als subsidiabel aangemerkt. Het betreft dan veelal ingrijpende woningaanpassingen;</al></li><li nr="3."><al>de kosten voor toezicht op de uitvoering, indien dit noodzakelijk is, tot een maximum van 2% van de aanneemsom;</al></li><li nr="4."><al>de legeskosten voor zover deze betrekking hebben op het treffen van de voorziening; </al></li><li nr="5."><al>de verschuldigde en niet verrekenbare of terugvorderbare omzetbelasting;</al></li><li nr="6."><al>rentekosten verschuldigd in verband met het verrichten van noodzakelijke betalingen aan derden, voordat de bijdrage is uitbetaald, voor zover deze kosten verband houden met de bouw dan wel het treffen van de voorziening;</al></li><li nr="7."><al>de prijs van bouwrijpe grond indien noodzakelijk als niet binnen het oorspronkelijke kavel gebouwd kan worden;</al></li><li nr="8."><al>de door het college schriftelijk goedgekeurde kostenverhogingen, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzien hadden kunnen zijn;</al></li><li nr="9."><al>de kosten in verband met noodzakelijk technisch onderzoek en/of advies met betrekking tot het verrichten van de aanpassing;</al></li><li nr="10."><al>de kosten van heraansluiting op de openbare nutsvoorzieningen; </al></li><li nr="11."><al>de administratiekosten die verhuurder maakt ten behoeve van het treffen van een voorziening voor de persoon met beperkingen en voor zover het totaal van de kosten onder 1 tot en met 10 meer dan € 930,00 bedraagt: 10% van die kosten met een maximum van € 348,00. Het vergoeden van die kosten kan gezien worden als stimulans voor het verkrijgen van medewerking van de verhuurder.</al></li></lijst><al>Ad 1. en 2.: Voor zover de voorziening in zelfwerkzaamheid wordt getroffen, vervalt de post loonkosten en worden alleen materiaalkosten als (volledig) subsidiabel aangemerkt.</al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>