<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR60134_1</dcterms:identifier><dcterms:title>de verordening op het beheer en gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen in de gemeente Soest</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Soest</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-18</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Soest</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Soester Courant 30-12-2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beheersverordening op het beheer en gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen in de gemeente Soest</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 35 van de Wet op de Lijkbezorging en artikel 149 van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RV 09-63 / PUZA/2009/672355</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>begraafplaats</overheidrg:onderwerp><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>de verordening op het beheer en gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen in de gemeente Soest</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Kenmerk: PUZA/2009/672355 </al><al>Nummer: RV09-63</al><al>De raad van de gemeente Soest;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 24 november 2010 </al><al>gelet op artikel 35 van de Wet op de Lijkbezorging en artikel 149 van de
                        Gemeentewet;</al><al>besluit:</al><lijst><li nr="I."><al>in te trekken “de verordening op het beheer en gebruik van de
                                gemeentelijke begraafplaatsen in de gemeente Soest”, d.d. 9 oktober
                                2003, nr RB 03-72;</al></li><li nr="II."><al>vast te stellen “de verordening op het beheer en gebruik van de
                                gemeentelijke begraafplaatsen in de gemeente Soest, per 1 januari
                                2010”.</al></li></lijst><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Inleidende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><al><vet>a. begraafplaats(en):</vet>de gemeentelijke algemene
                            begraafplaatsen in de woonkernen Soest en Soesterberg (respectievelijk
                            Veldweg en Kampdwarsweg);</al><al><vet>b. particulier graf: </vet>een graf, ten aanzien waarvan het
                            uitsluitend recht is verleend aan een natuurlijk óf rechtspersoon (de
                            rechthebbende), tot het daarin doen begraven en begraven houden van twee
                            lijken, en/of het doen bijzetten van 1 asbus (met of zonder urn). Een
                            particulier graf wordt uitgegeven voor een periode van 20 jaar, waarna
                            telkenmale een verlenging mogelijk is van 10 jaar;</al><al><vet>c. algemeen graf: </vet>wordt per graflaag uitgegeven voor een
                            periode van 10 jaar. Er is geen verlenging van grafrecht mogelijk. Het
                            bestuursorgaan bepaalt wie in het graf wordt begraven. Het graf blijft
                            op naam staan van de gemeente. ;</al><al><vet>d. voorkeursgraf: </vet>een particulier graf, dat afwijkend van de
                            volgorde van uitgifte ter beoordeling van de beheerder kan worden
                            uitgegeven c.q. gereserveerd, in overleg met de opzichter, tegen
                            betaling van 50% boven op het uitgiftebedrag;</al><al><vet>e.urnengraf:</vet> een graf, ten aanzien waarvan het uitsluitend
                            recht is verleend aan een natuurlijk óf rechtspersoon, tot het daarin
                            doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen, met of zonder urnen,
                            bevattende de as van overledenen. Een urnengraf wordt uitgegeven voor
                            een periode van 10 jaar, waarna telkenmale een verlenging mogelijk is
                            van 10 jaar;</al><al><vet>f. urnennis:</vet> een nis, ten aanzien waarvan het uitsluitend
                            recht is verleend aan een natuurlijk óf rechtspersoon, tot het daarin
                            doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen,
                            bevattende de as van een overledene. Een urnennis wordt uitgegeven voor
                            een periode van 10 jaar, waarna telkenmale een verlenging mogelijk is
                            van 10 jaar;</al><al><vet>g. particulier kindgraf: </vet>een graf, ten aanzien waarvan het
                            uitsluitend recht is verleend aan een natuurlijk óf rechtspersoon, tot
                            het doen begraven en begraven houden van levenloos geboren kinderen,
                            alsmede van overleden kinderen tot 6 jaar;</al><al><vet>h. asbus: </vet>een bus ter berging van de as van een overledene.
                            Op de bus worden de naam en de voorletters van de overledene, alsmede
                            een registratienummer, vermeld;</al><al><vet>i. urn: </vet>een voorwerp ter berging van één of meerdere
                            asbussen;</al><al><vet>j. verstrooiingsplaats: </vet>een permanent daartoe bestemde plaats
                            waarop as wordt verstrooid (Veldweg Soest);</al><al><vet>k. grafbedekking: </vet>gedenkteken en/of vaste- en winterharde
                            beplanting op een graf of gedenkplaats;</al><al><vet>l. rechthebbende: </vet>de natuurlijke persoon óf rechtspersoon,
                            die het uitsluitend recht heeft verkregen tot het doen begraven of het
                            doen bijzetten in een particulier graf, urnengraf, of urnennis;</al><al><vet>m. belanghebbende:</vet> de natuurlijke óf rechtspersoon, aan wie
                            het gebruik van een ruimte in een algemeen graf is verleend, dan wel
                            diegene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn
                            getreden;</al><al><vet>n beheerder: </vet>de ambtenaar die belast is met de dagelijkse
                            leiding van de begraafplaatsen. De beheerder is bevoegd namens het
                            college de in óf krachtens de verordening bedoelde grafrechten te
                            vestigen;</al><al><vet>o. opzichter: </vet>de ambtenaar die op de begraafplaatsen toezicht
                            houdt en de dagelijkse werkzaamheden op de begraafplaats coördineert en
                            begeleidt; </al><al><vet>p.bestuursorgaan: </vet>het college van Burgemeester en wethouders
                            van de gemeente Soest;</al><al><vet>q. grafakte: </vet>de overeenkomst waarin overeenkomstig de
                            bepalingen van deze verordening door of namens het bestuursorgaan een
                            grafrecht is overeengekomen;</al><al><vet>r. grafrecht: </vet>dit recht geeft de bevoegdheid lijken in een
                            bepaalde ruimte te (laten) begraven en begraven te houden.</al><al><vet>s. uitvoeringsregels grafbedekkingen: </vet>In de uitvoeringsregels
                            wordt beschreven aan welke vereisten een grafbedekking of de afdekplaat
                            voor een urnennis moet voldoen. </al><al><vet>t. wettelijke grafrusttermijn: </vet>volgens de Wet op de
                            Lijkbezorging geldt een grafrusttermijn van tien jaar vanaf de
                            begraafdatum van de laatste persoon begraven in het graf. Met andere
                            woorden; binnen 10 jaar nadat de laatste persoon begraven is in een
                            graf, moet dat graf met rust gelaten worden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>Het beheer van de begraafplaatsen wordt gevoerd onder
                            verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan. Onder toezicht van het
                            bestuursorgaan worden één of meer daartoe aangewezen personen belast
                            met:</al><lijst><li nr="a."><al>het dagelijks beheer van de begraafplaatsen;</al></li><li nr="b."><al>de aanwezige administratie van de begraafplaatsen;</al></li><li nr="c."><al>de dagelijkse begeleiding van werkzaamheden op de begraafplaats
                                    (opzichter);</al></li><li nr="d."><al>het onderhoud van de begraafplaatsen;</al></li><li nr="e."><al>het delven, of openen en sluiten van graven.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Indeling en administratie van de begraafplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuursorgaan regelt de indeling van de gemeentelijke
                                begraafplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan draagt er zorg voor, dat er een plattegrond is,
                                waarop de grafruimten genummerd zijn aangegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De administratie bevat een register van alle overledenen die
                                begraven zijn op de begraafplaats of wiens asbus is bijgezet op de
                                begraafplaatsen of wiens as is verstrooid op de begraafplaatsen, met
                                hun namen, geboortedatum en datum van overlijden. In dit register
                                wordt tevens vermeld de dag van begraving/bijzetting/asverstrooing,
                                het gedeelte van de begraafplaats waarin dit is geschied en het
                                nummer van het graf c.q. de urnennis. Daarnaast zijn in dit register
                                de naam en het adres van de rechthebbende of belanghebbende
                                opgenomen. Dit register is niet openbaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbenden en de belanghebbenden zijn verplicht de wijziging
                                van hun adres aan het bestuursorgaan door te geven. Deze
                                verantwoordelijkheid voor het geven van de juiste adresgegevens ligt
                                nadrukkelijk bij de rechthebbenden of belanghebbenden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van het in het eerste lid bedoelde register kunnen uitsluitend
                                rechthebbenden of belanghebbenden, tegen betaling van leges, een
                                uittreksel ten aanzien van een graf of nis verkrijgen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Openstelling, orde en rust op de begraafplaats</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Openstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De begraafplaatsen zijn voor eenieder toegankelijk van zonsopgang
                                tot zonsondergang. Het bestuursorgaan kan (delen van) de
                                begraafplaats afsluiten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaats niet voor het
                                publiek is geopend, zich daarop te bevinden, anders dan voor het
                                bijwonen van een begrafenis of bezorging van as.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De tijd van het begraven van stoffelijke resten en het bezorgen van
                                as is op werkdagen van maandag t/m vrijdag van 09.00 uur tot 15.00
                                uur. Op zaterdag kan er uitsluitend begraven worden, van 09.00 tot
                                12.00 uur. Uitgezonderd officiële feestdagen. De standaard tijd ter
                                beschikking van een begrafenis is 60 minuten. Bij overschrijding van
                                die 60 minuten, wordt er een extra tarief in rekening gebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tijdstip van begraven en het bezorgen van de as, wordt telkens
                                en voor elk geval afzonderlijk door de beheerder, in overleg met de
                                uitvaartondernemer c.q. de betrokkenen vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Ordemaatregelen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de begraafplaatsen:</al><lijst><li nr="a."><al>zich op hinderlijke wijze te gedragen;</al></li><li nr="b."><al>te colporteren of goederen voor verkoop aan te bieden;</al></li><li nr="c."><al>op enige wijze reclame te maken voor handel of bedrijf;</al></li><li nr="d."><al>op de graven te lopen;</al></li><li nr="e."><al> de begraafplaats te verontreinigen;</al></li><li nr="f."><al>gedenktekens te bekladden c.q. te beschadigen;</al></li><li nr="g."><al>zich toegang tot de begraafplaats te verschaffen anders dan
                                        de daarvoor bestemde ingangen;</al></li><li nr="h."><al>honden mee te voeren;</al></li><li nr="i."><al>dieren te begraven;</al></li><li nr="j."><al>te gaan zitten, anders dan op de daartoe aangebrachte
                                        zitplaatsen;</al></li><li nr="k."><al>iets te doen of na te laten, dat in strijd is met de eerbied
                                        van de nagedachtenis van de overledenen;</al></li><li nr="l."><al>werkzaamheden aan grafbedekkingen door derden te laten
                                        verrichten, behoudens een door de
                                        rechthebbende/belanghebbende ingeschakelde steenhouwerij,
                                        die zich van tevoren heeft gemeld bij de opzichter. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op de begraafplaatsen:</al><lijst><li nr="a."><al>gemotoriseerde rij- of voertuigen, met uitzondering van
                                        invaliden-, kinder- en wandelwagens, mee te nemen, elders
                                        dan op de daartoe aangewezen rijwegen, anders dan ter
                                        gelegenheid van een begrafenis of voor het vervoeren van
                                        materialen bestemd voor op de begraafplaats te verrichten
                                        werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>met motorrijtuigen sneller dan 10 km per uur te rijden;</al></li><li nr="c."><al>te fietsen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van de verboden, bedoeld
                                in dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die
                                werkzaamheden op de begraafplaatsen hebben te verrichten, zijn
                                verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden
                                aan de aanwijzingen van de opzichter.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degenen die zich niet aan de in het eerste lid bedoelde aanwijzingen
                                houden, moeten zich op eerste aanzegging van de opzichter van de
                                begraafplaats verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is aan steenhouwers, hoveniers en daarmee gelijk te stellen
                                personen verboden, anders dan met toestemming van de opzichter,
                                werkzaamheden voor derden aan de grafbedekkingen op de
                                begraafplaatsen te verrichten. De steenhouwers dienen het tijdelijk
                                af te halen monument, in verband met een toekomstige bijzetting, mee
                                te nemen. Zowel bij het (tijdelijk) afhalen van een monument, alsook
                                bij het plaatsen van een monument dient de steenhouwer zich vooraf
                                te melden bij de opzichter. Zodra het monument is geplaatst dient de
                                steenhouwer zich af te melden bij de opzichter;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In verband met werkzaamheden op de begraafplaats kan bezoekers de
                                toegang tot (een deel van) de begraafplaatsen worden ontzegd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Ter handhaving van de orde op de begraafplaatsen kan bezoekers de
                                toegang tot de begraafplaatsen worden ontzegd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het maken van foto’s op de begraafplaats voor commerciële doeleinden
                                is niet toegestaan. Het fotograferen van een monument kan
                                uitsluitend plaatsvinden, indien de rechthebbende van het graf
                                daarvoor toestemming heeft gegeven, tenzij de foto gemaakt wordt
                                door de gemeente Soest ten behoeve van haar
                                begraafplaatsadministratie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Plechtigheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dodenherdenkingen, onthullingen van gedenktekens en dergelijke
                                plechtigheden op de begraafplaatsen moeten vijf dagen van tevoren
                                worden gemeld aan de beheerder, onder opgave van datum en uur van de
                                plechtigheid en de wijze waarop de plechtigheid zal
                                plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid, moeten
                                zich in het belang van de orde rust en netheid houden aan de
                                aanwijzingen van de beheerder.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Gebouwen en muziekinstallatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het gebruik van de aula alsmede van de muziekinstallatie moet
                                uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag voorafgaande aan de dag waarop
                                van de aula gebruik zal worden gemaakt, worden aangevraagd bij de
                                beheerder.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Te draaien muziek, moet minimaal 24 uur voor aanvang van de
                                begrafenis, beschikbaar worden gesteld op de begraafplaats.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aula en de muziekinstallatie staan voor iedere plechtigheid één
                                keer, per vooraf te bepalen tijdsduur, ter beschikking van de
                                aanvrager.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Indeling begraafplaats en onderscheid graven</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle graven, behalve voorkeursgraven, worden uitgegeven slechts voor
                                directe begraving en aansluitend op de reeds uitgegeven graven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan behoudt zich het recht voor een particulier graf
                                toe te wijzen, anders dan voor directe begraving en aansluitend op
                                de reeds uitgegeven graven, indien dit wegens de situatie op de
                                begraafplaatsen niet bezwaarlijk is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bestuursorgaan behoudt zich het recht voor de indeling van de
                                begraafplaats, de bestemming van de urnenmuren, de gravenvelden en
                                het onderscheid in graven vast te stellen en te wijzigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>Op de begraafplaatsen kunnen worden uitgegeven:</al><lijst><li nr="1."><al>a. algemene graven;</al><lijst><li nr="b."><al>particuliere graven;</al></li><li nr="c."><al>urnengraven;</al></li><li nr="d."><al>urnennissen.</al></li><li nr="e."><al>Op de begraafplaats te Soest, wordt de mogelijkheid
                                            geboden tot het verstrooien van as op het
                                            strooiveld.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Algemene graven worden uitgegeven voor een termijn van 10 jaren.
                                    Deze termijn kan niet worden verlengd. Zie ook artikel 28 lid 3.
                                    Het bestuursorgaan bepaalt wie in welk graf begraven wordt. Zij
                                    behoudt in juridische zin de beschikking over het graf. Algemene
                                    graven worden niet uitgegeven, het bestuursorgaan geeft alleen
                                    gelegenheid tot het doen begraven van een lijk. In een algemeen
                                    graf worden maximaal drie lijken begraven.</al></li><li nr="3."><al>Particuliere graven worden uitgegeven voor een termijn van 20
                                    jaar. Deze termijn begint te lopen op de datum waarop het graf
                                    wordt uitgegeven. Deze termijn kan telkens met een termijn van
                                    10 jaar worden verlengd op verzoek van de rechthebbende, mits
                                    een zodanig verzoek vóór het verstrijken van de lopende termijn,
                                    doch niet eerder dan twee jaar voor het verstrijken van die
                                    termijn, wordt ingediend. In een particulier graf worden
                                    maximaal twee lijken begraven en maximaal één asbus
                                    bijgezet.</al></li><li nr="4."><al>In een urnengraf kunnen maximaal vier asbussen geplaatst worden
                                    en wordt uitgegeven voor een periode van 10 jaar, waarna
                                    telkenmale en verlenging mogelijk is voor een periode van 10
                                    jaar.</al></li><li nr="5."><al>In een urnennis kunnen maximaal twee asbussen geplaatst worden.
                                    Een nis dient afgedekt te</al><al>worden met een zogenaamde “afdekplaat”, die moet voldoen aan de
                                    vereisten zoals genoemd in “de uitvoeringsregels
                                    grafbedekkingen”. Een urnennis wordt uitgegeven voor een periode
                                    van 10 jaar en kan daarna telkenmale voor een periode van 10
                                    jaar worden verlengd.</al></li><li nr="6."><al>Een uitsluitend recht op een particulier graf, urnengraf of
                                    urnennis geeft de rechthebbende de zeggenschap over wie in dat
                                    graf wordt begraven, respectievelijk wie in die nis wordt
                                    bijgezet, onder voorwaarden en beperkingen van deze
                                    verordening.</al></li><li nr="7."><al>Een recht als in lid 6 bedoeld, kan slechts aan één
                                    rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor
                                    de personen zoals genoemd in artikel 21, eerste of derde
                                    lid.</al></li><li nr="8."><al>Het in het derde lid bedoelde uitsluitend grafrecht, wordt door
                                    het bestuursorgaan schriftelijk bevestigd door middel van een
                                    grafakte. Rechthebbenden kunnen tegen betaling van de daarvoor
                                    verschuldigde kosten, een duplicaatakte verkrijgen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al>Een asbus kan worden bijgezet in een particulier graf, een urnengraf of
                            urnennis. De bepalingen ten aanzien van particuliere graven en het
                            begraven van stoffelijke overschotten, zijn ook bij het bijzetten van
                            een asbus zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><al>Het bestuursorgaan kan aan de rechthebbende op een particulier graf,
                            toestemming verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen
                            van een grafkelder, overeenkomstig de door hen op te stellen
                            voorwaarden.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>Vereisten voor begraving of bijzetting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende of belanghebbende die wil doen begraven, een asbus
                                wil doen bijzetten of wil doen verstrooien, geeft daarvan uiterlijk
                                twee werkdagen voorafgaande aan de dag waarop de begraving,
                                bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, uiterlijk om 12.00 uur
                                schriftelijk (digitaal) kennis aan de beheerder. De zaterdag en
                                zondag gelden niet als werkdag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf
                                of voorkeursgraf zal plaatsvinden, dient een verklaring van de
                                rechthebbende (via formulier “verzoek tot begraven”) te worden
                                overlegd óf, indien deze is overleden, door één van de in artikel
                                21, tweede lid, bedoelde personen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de burgemeester verlof heeft verleend om het stoffelijk
                                overschot binnen 36 uur na het overlijden te begraven, moet de
                                kennisgeving daarvan zo tijdig mogelijk worden gedaan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de in het eerste lid bedoelde kennisgeving dient het verlof tot
                                begraven of een ander wettelijk daarmee gelijkgestelde document te
                                worden overlegd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien het stoffelijk overschot binnen 36 uur na het overlijden
                                wordt begraven, dient behalve het in het vierde lid bedoelde verlof
                                óf document, ook het in het derde lid bedoelde verlof van de
                                burgemeester te worden overlegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Daadwerkelijke begraving of bijzetting van een asbus mag slechts
                                geschieden, indien van tevoren respectievelijk het verlof tot
                                begraven of de crematieverklaring is overlegd aan de opzichter.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de
                                uitgiftetermijn binnen 10 jaar afloopt, kan alleen plaatsvinden
                                onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met 10
                                jaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanwijzing van de plaats van het graf geschiedt met
                                    inachtneming van het bepaalde in artikel 11 door de
                                    beheerder.</al></li><li nr="2."><al>Tot de begraving of de bijzetting wordt niet overgegaan dan
                                    nadat:</al></li><li nr="a."><al>de beheerder, indien deze heeft geconstateerd dat aan de in de
                                    artikels 16 en 17 opgenomen vereisten is voldaan, hiervoor
                                    opdracht aan het personeel van de begraafplaats heeft
                                    verleend;</al></li><li nr="b."><al>alleen bij begraving van een stoffelijk overschot, het personeel
                                    van de begraafplaats de identiteit van het stoffelijke overschot
                                    heeft vastgesteld door vergelijking van het op de kist of een
                                    ander lijkomhulsel vermelde registratienummer met dat op een
                                    bijgevoegd document dat tevens de namen, overlijdens- en
                                    geboortedatum van de overledene, dan wel de geslachtsnaam van de
                                    levenloosgeborene bevat.</al></li><li nr="3."><al>Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van
                                    as en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van
                                    de hulpmiddelen, mag uitsluitend geschieden door het personeel
                                    van de begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de
                                    opzichter. De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden op
                                    aanwijzingen en onder toezicht van de opzichter geheel of
                                    gedeeltelijk zelf verrichten, indien zij hun wens daartoe
                                    uiterlijk vóór 12.00 uur van de voorafgaande werkdag mondeling
                                    of schriftelijk aan de beheerder kenbaar hebben gemaakt. De
                                    zaterdag en zondag gelden voor de toepassing van deze bepaling
                                    niet als werkdag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Rechthebbenden of belanghebbenden leveren, gebruiken en
                                    accepteren uitsluitend lijkhoezen, die voldoen aan de regels die
                                    zijn vastgesteld in het Lijkomhulselbesluit 1998. De lijkhoezen
                                    die voldoen aan de normen van het Lijkomhulselbesluit, staan op
                                    de “witte lijst”van de Landelijke Organisatie van
                                    Begraafplaatsen (LOB).</al></li><li nr="2."><al>Rechthebbenden of belanghebbenden zijn verplicht bij het verzoek
                                    van begraven het gebruik van lijkhoezen aan de beheerder door te
                                    geven, alsook afwijkende maten van de kist (standaardmaten zijn:
                                    lengte 2.05 m en breedte 65cm).</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk VI Tarieven</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 18</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De toegepaste tarieven voor de rechten voor de uitgifte van
                                    (urnen-)graven en urnennissen, rechten voor het begraven,
                                    opgraven en herbegraven, rechten voor bijzetten en bijgezet
                                    houden van asbussen en verstrooiing van as, rechten voor het
                                    onderhoud van graven en overige rechten, worden jaarlijks
                                    vastgesteld door de gemeenteraad en openbaar gemaakt in de
                                    tarievenlijst behorende bij de “Verordening op de heffing en
                                    invordering van lijkbezorgingsrechten” .</al></li><li nr="2."><al>Daarbij wordt tevens aangegeven, wanneer of binnen welke termijn
                                    de betreffende kosten voldaan moeten zijn, met de daaraan
                                    gekoppelde consequenties.</al></li><li nr="3."><al>De vastgestelde tarieven worden in rekening gebracht, ongeacht
                                    welke handelingen men zelf uitvoert ter zake het (urnen-)graf,
                                    de urnennis of de asverstrooing.</al><al>Hoofdstuk VII Overgang grafrecht en verlenging grafrecht</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 19</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een recht op een particulier graf, urnengraf of urnennis kan
                                    worden overgedragen, door overlegging aan de beheerder van een
                                    door de rechthebbende en de betrokken rechtsopvolger getekend
                                    bewijs van overdracht. Deze rechtsopvolger is de echtgenoot of
                                    geregistreerde partner of andere levenspartner, dan wel een
                                    bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad.
                                    Overschrijving op verzoek van de rechthebbende ten name van een
                                    ander dan vorengenoemde personen is slechts mogelijk indien
                                    daarvoor gewichtige redenen bestaan.</al></li><li nr="2."><al>Het bestuursorgaan is niet aansprakelijk indien de
                                    (persoons-)gegevens van de (nieuwe) rechthebbende foutief
                                    doorgegeven worden via de uitvaartondernemer en als zodanig
                                    verwerkt.</al></li><li nr="3."><al>Na het overlijden van de rechthebbende of belanghebbende kan het
                                    grafrecht worden overgeschreven op naam van de echtgenoot,
                                    geregistreerde partner of andere levenspartner, dan wel een
                                    bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad, mits de
                                    aanvraag hiertoe wordt gedaan binnen 1 jaar na overlijden van de
                                    rechthebbende of belanghebbende. Overschrijving op verzoek van
                                    de rechthebbende ten name van een ander dan vorengenoemde
                                    personen is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen
                                    bestaan.</al></li><li nr="4."><al>Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot
                                    overschrijving niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van
                                    dit artikel gestelde termijn, is het bestuursorgaan bevoegd het
                                    grafrecht vervallen te verklaren.</al></li><li nr="5."><al>Na het verstrijken van de in het vorige lid genoemde termijn kan
                                    het bestuursorgaan het grafrecht alsnog op naam stellen van een
                                    nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een
                                    particulier graf, urnengraf óf urnennis dat inmiddels is
                                    geruimd. De nieuwe rechthebbende is in een dergelijk geval
                                    opnieuw uitgiftekosten verschuldigd.</al></li><li nr="6."><al>Over elke overdracht of overboeking zijn de daarvoor
                                    vastgestelde kosten verschuldigd, dus ongeacht de mate van
                                    bloedverwantschap.</al></li><li nr="7."><al>Het voor bepaalde tijd verleende recht kan telkens met een
                                    termijn van 10 jaar worden verlengd op verzoek van de
                                    rechthebbende, mits een zodanig verzoek vóór het strijken van de
                                    lopende termijn, doch niet eerder dan één jaar voor het
                                    verstrijken van die termijn, wordt ingediend;</al></li><li nr="8."><al>Indien de rechthebbende van een urnennis, een urnengraf óf een
                                    particulier graf met daarin een asbus, de uitgiftetermijn niet
                                    wenst te verlengen, dan dient de rechthebbende de urn(nen) (op
                                    afspraak) af te halen op de begraafplaats, binnen twee weken
                                    nadat de termijn is verlopen. Indien de rechthebbende hier geen
                                    uitvoering aan geeft c.q. niets van zich laat horen, dan mag
                                    aangenomen worden dat hij/zij afstand doet van de urn(nen). De
                                    beheerder is vervolgens gerechtigd de as te (laten) verstrooien
                                    op het strooiveld en de hiervoor vastgestelde leges aan de
                                    voormalige rechthebbende in rekening te brengen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk VIII Einde grafrechten</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 20</titel></kop><al>1.Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding, kan de
                            rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van het
                            bestuursorgaan, van het recht op het (urnen-)graf of de urnennis. Van de
                            ontvangst van een zodanige verklaring doet het bestuursorgaan mededeling
                            aan de rechthebbende.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 21</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De grafrechten vervallen:</al></li><li nr="a."><al>door het verlopen van de termijn waarvoor het recht is
                                    verleend;</al></li><li nr="b."><al>indien de rechthebbende afstand doet van het recht;</al></li><li nr="c."><al>indien de begraafplaats wordt opgeheven.</al></li><li nr="2."><al>Het bestuursorgaan kan de grafrechten vervallen verklaren:</al></li><li nr="a."><al>indien de betaling van het gebruiksrecht en/of de
                                    onderhoudskosten ten behoeve van de vestiging of een verlenging
                                    van het grafrecht – ondanks een aanmaning – niet binnen drie
                                    maanden na aanvang van die termijn is geschied;</al></li><li nr="b."><al>indien de rechthebbende of belanghebbende – ondanks een
                                    aanmaning – in verzuim blijft een op grond van deze verordening
                                    op hem rustende verplichting na te komen of daarmee in strijd
                                    handelt (bijvoorbeeld verwaarlozing van het graf);</al></li><li nr="c."><al>indien de rechthebbende of belanghebbende van een (urnen-)graf
                                    of urnennis is overleden en het recht niet binnen een jaar na
                                    overlijden is overgeschreven.</al></li><li nr="3."><al>In de gevallen als bedoeld in het eerste lid, tweede lid
                                    onderdelen b en c vindt geen terugbetaling plaats van een deel
                                    van de kosten van het grafrecht, betaalde onderhoudsbijdragen of
                                    eventuele andere kosten.</al></li><li nr="4."><al>Het eventueel op het graf aanwezige gedenkteken, beplanting of
                                    andere voorwerpen kunnen gedurende één maand voor het vervallen
                                    van een grafrecht door de rechthebbende of belanghebbende van
                                    het graf worden verwijderd, nadat de opzichter daarover is
                                    ingelicht. Na het vervallen van het grafrecht kunnen zij geen
                                    aanspraken op deze zaken meer maken.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk IX Gedenktekens, grafbeplanting en onderhoud.</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 22</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het plaatsen of verwijderen van grafbedekking, een plaat ter
                                    afsluiting van een urnennis of een gedenkplaatje op het
                                    strooiveld, geschiedt niet dan met schriftelijke toestemming van
                                    het bestuursorgaan!</al></li><li nr="2."><al>Een gedenkplaatje bevestigd op de gedenkzuil op het strooiveld
                                    op de gemeentelijke begraafplaats (aan de Veldweg te Soest)
                                    wordt 10 jaar na de bevestigingsdatum, van gemeentewege
                                    verwijderd. Een (standaard) gedenkplaatje is uitsluitend
                                    verkrijgbaar op het gemeentehuis, voor een jaarlijks vastgesteld
                                    tarief.</al></li><li nr="3."><al>Omtrent de wijze van aanvraag van de toestemming, de aard en de
                                    afmetingen van de grafbedekkingen, alsmede het aanbrengen of
                                    onderhoud van beplantingen stelt het bestuursorgaan de “algemene
                                    uitvoeringsregels grafbedekkingen” vast.</al></li><li nr="4."><al>Het bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van de door hen
                                    vastgestelde regels.</al></li><li nr="5."><al>Het bestuursorgaan kan de in het eerste lid bedoelde toestemming
                                    weigeren indien:</al></li><li nr="a."><al>niet voldaan is aan de door haar vastgestelde regels conform “de
                                    algemene uitvoeringsregels grafbedekkingen”;</al></li><li nr="b."><al>de grafbedekking afbreuk doet – ter beoordeling van de beheerder
                                    - aan het aanzien van de begraafplaats;</al></li><li nr="c."><al>de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;</al></li><li nr="d."><al>de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.</al></li><li nr="6."><al>Het (doen) plaatsen of aanbrengen van monumenten, grafstenen,
                                    zerken of andere gedenktekens of beplanting op algemene graven,
                                    particulieren graven en urnengraven geschiedt door of namens de
                                    rechthebbende of de belanghebbende.</al></li><li nr="7."><al>Alle kosten voor het plaatsen of aanbrengen, herstellen of
                                    vernieuwen van monumenten, grafstenen, zerken of andere
                                    gedenktekens of afsluitplaten, komen voor rekening en
                                    verantwoordelijkheid van de rechthebbende of de belanghebbende.
                                    Hieronder valt ook het herstel in geval van verzakking.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 23 </titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bestuursorgaan voorziet in het schoonhouden van de
                                    begraafplaatsen.</al></li><li nr="2."><al>Iedere rechthebbende van een particulier graf, urnengraf of
                                    urnennis en iedere belanghebbende bij een algemeen graf, is
                                    jaarlijks een verplicht bedrag verschuldigd voor onderhoud,
                                    ongeacht de werkzaamheden die de rechthebbende of belanghebbende
                                    zelf uitvoert op of rondom het graf. De tarieven worden
                                    jaarlijks opnieuw vastgesteld door de gemeenteraad en vastgelegd
                                    in “de verordening op de heffing en invordering van
                                    lijkbezorgingsrechten”. De jaarlijks verplichte
                                    onderhoudsbijdrage wordt op de gemeentelijke begraafplaats te
                                    Soesterberg gefaseerd ingevoerd, namelijk in geval van de
                                    uitgifte van een nieuw (urnen)graf of nieuwe urnennis, zodra er
                                    een bijzetting plaatsvindt in een bestaand graf, in geval van
                                    verlenging van het grafrecht óf bij overschrijving van het
                                    grafrecht.</al></li><li nr="3."><al>De minimale onderhoudswerkzaamheden op de begraafplaatsen
                                    bestaan uit; een jaarlijkse algenreiniging van de monumenten,
                                    snoeiwerkzaamheden, vier maal per jaar een schoffelronde rondom
                                    de graven waarvan twee maal met uitharken (inclusief de graven)
                                    en het onderhoud van de paden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 24 </titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De rechthebbende of belanghebbende is verplicht het graf
                                    behoorlijk te onderhouden.</al></li><li nr="2."><al>Indien de rechthebbende of belanghebbende nalaat de
                                    grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te (laten)
                                    herstellen, kan het bestuursorgaan de hiervoor in aanmerkingen
                                    komende voorwerpen, of zo nodig de gehele grafbedekking, doen
                                    verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende drie maanden ter
                                    beschikking van de rechthebbende of belanghebbende en vervalt
                                    daarna aan het bestuursorgaan, zonder dat deze tot enige
                                    vergoeding verplicht kan worden.</al></li><li nr="3."><al>De verwijdering vindt niet eerder plaats, dan nadat de
                                    rechthebbende per brief is ingelicht (op het adres zoals bekend
                                    bij het bestuursorgaan), over de verwaarloosde toestand van de
                                    grafbedekking en er binnen de gestelde termijn geen actie is
                                    ondernomen door de rechthebbende. De oproeping geschiedt door
                                    een mededeling op het mededelingenbord op de begraafplaats
                                    indien het adres van de rechthebbende niet bekend is bij het
                                    bestuursorgaan. Bij het graf wordt een verwijzing naar de
                                    mededeling aangebracht.</al></li><li nr="4."><al>De in artikel 23 bedoelde gedenktekens of beplantingen worden
                                    geacht voor rekening en risico van de rechthebbende of
                                    belanghebbende te zijn aangebracht.</al></li><li nr="5."><al>Schade als gevolg van brand, storm, vorst, wateroverlast,
                                    bliksem, ontploffing, molest, vandalisme en andere van buiten
                                    komende oorzaken, of ontstaan door het weghalen en terugplaatsen
                                    van monumenten, grafstenen, zerken of andere gedenktekens of van
                                    beplantingen ten behoeve van een bijzetting of opgraving en
                                    eventuele gevolgschade voor derden, is voor rekening en risico
                                    van de rechthebbenden of belanghebbende.</al></li><li nr="6."><al>De rechthebbende of de belanghebbende is verplicht de – door
                                    welke omstandigheden dan ook – toegebrachte</al><al> schade, op eerste aanschrijving - voor eigen rekening - te
                                    herstellen. </al></li><li nr="7."><al>Indien door een ondeugdelijk geworden constructie naar het
                                    oordeel van de beheerder een situatie is ontstaan die gevaar
                                    oplevert voor het omvallen of inzakken van een grafmonument, kan
                                    het bestuursorgaan direct maatregelen treffen. De daarmee
                                    gepaard gaande kosten zijn voor rekening van de rechthebbende óf
                                    belanghebbende.</al></li><li nr="8."><al>Beplanting en losse voorwerpen (zoals bijv. vaasjes, speeltjes),
                                    die zich buiten de afmetingen van het graf bevinden, worden van
                                    gemeentewege verwijderd.</al></li><li nr="9."><al>Verwelkte bloemen, vergane kransen en andere ontsierende
                                    voorwerpen, worden zonder voorafgaande</al></li></lijst><al>mededeling aan de rechthebbende of belanghebbende van gemeentewege
                            verwijderd. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende
                            drie maanden ter beschikking gehouden van de rechthebbende c.q.
                            belanghebbende indien deze daartoe tevoren een schriftelijke aanvraag
                            heeft ingediend bij het bestuursorgaan.</al><al>10.In geval van ernstige verwaarlozing van een graf kan het
                            bestuursorgaan besluiten om het grafrecht vervallen laten verklaren en
                            het graf te laten ruimen. Dit is mogelijk, zodra het 10 jaar geleden is
                            dat de laatste persoon in het graf is begraven.</al></artikel><artikel><kop><titel>10.Artikel 25</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het afnemen en herplaatsen van een gedenkteken respectievelijk
                                    afdekplaat ten behoeve van de begraving van een lijk of een
                                    bijzetting van een asbus in een particulier graf, een urnengraf,
                                    algemeen graf of urnennis, geschiedt voor rekening en risico van
                                    de rechthebbende of de belanghebbende. De werkzaamheden dienen
                                    uitgevoerd te worden door een daartoe erkend bedrijf.</al></li><li nr="2."><al>Een rechthebbende of belanghebbende is verplicht te gedogen, dat
                                    de op een graf aanwezige gedenktekens, beplanting of voorwerpen
                                    vanwege het bestuursorgaan – op kosten van het bestuursorgaan –
                                    tijdelijk geheel of gedeeltelijk wordt verwijderd en herplaatst,
                                    indien dit voor een begraving of bijzetting in de nabijheid van
                                    het graf of om een andere reden nodig is.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>10.Hoofdstuk X Ruimen van (urnen)graven</titel></kop><artikel><kop><titel>10.Artikel 26</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De bij de ruiming van een graf aanwezige overblijfselen van
                                    lijken, worden begraven in een door het bestuursorgaan
                                    aangewezen gedeelte van de begraafplaats. (¹</al><al> In geval van ruiming van een urnennis, urnengraf óf particulier
                                    graf met een asbus, dient de rechthebbende de de asbus(sen) op
                                    te komen halen. Indien men aangeeft geen interesse meer te
                                    hebben in de asbussen óf men laat niets van zich horen, dan zal
                                    de as verstrooid worden op kosten van de rechthebbende.</al></li><li nr="2."><al>Het bestuursorgaan kan de rechthebbende op een particulier graf
                                    toestemming verlenen om de overblijfselen van de overledenen die
                                    zich bevinden in het graf waarop het uitsluitend recht
                                    betrekking heeft, te doen verzamelen om deze opnieuw in dezelfde
                                    ruimte te doen plaatsen, dan wel opnieuw te doen begraven in een
                                    ander graf.</al></li><li nr="3."><al>Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen
                                    graf, kunnen gedurende een periode van één jaar voor beëindiging
                                    van de grafrusttermijn het bestuursorgaan schriftelijk verzoeken
                                    bij de ruiming, de overblijfselen indien mogelijk bijeen te doen
                                    brengen voor herbegraving in een graf elders. Het voornemen van
                                    het bestuursorgaan om een graf te ruimen wordt gedurende
                                    tenminste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf
                                    geruimd zal worden, door middel van een aankondiging op het
                                    publicatiebord, ter kennis van de rechthebbende of
                                    belanghebbende gebracht. Tevens zal iedere belanghebbende, op
                                    zijn/haar thuisadres, zoals bekend bij de administratie,
                                    persoonlijk aangeschreven worden.</al></li><li nr="4."><al>Ruiming en herbegraving zoals bedoeld in lid 3 zal niet eerder
                                    plaatsvinden dan na beëindiging van de minimale wettelijke
                                    grafrusttermijn (10 jaar), van de laatst in gebruik genomen
                                    graflaag.</al></li><li nr="5."><al>De rechthebbende van een particulier graf kan de beheerder
                                    schriftelijk verzoeken bij de ruiming de overblijfselen indien
                                    mogelijk bijeen te doen brengen voor herbegraving of bijzetting
                                    elders of te doen verstrooien in geval van ruiming van een
                                    urnengraf.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>10.Artikel 27</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De op de graven geplaatste losse voorwerpen blijven ter
                                    beschikking van de rechthebbende, gedurende een periode van 1
                                    maand na ruiming van het betreffende graf.</al></li><li nr="2."><al>Na afloop van de in het vorige lid genoemde periode, vervalt het
                                    recht op deze voorwerpen aan het</al><al> bestuursorgaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het openen, sluiten en ruimen van graven, alsmede het opgraven en
                                het opnieuw begraven in een ander graf op de begraafplaats van
                                stoffelijke resten, geschiedt uitsluitend door de daartoe door het
                                bestuursorgaan aangewezen personen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het opgraven van lijken en het ruimen van graven is slechts
                                toegestaan, indien daarbij geen andere personen aanwezig zijn, dan
                                degenen die met deze werkzaamheden zijn belast.</al><al>Hoofstuk XI Historische graven en opvallende grafbedekking</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bestuursorgaan houdt een lijst bij van graven die van
                                historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een
                                opvallende kwaliteit heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan houdt een lijst bij van zogenaamde oorlogsgraven
                                op de begraafplaatsen en rapporteert jaarlijks – via de consul – de
                                toestand van de graven aan de oorlogsstichting.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bestuursorgaan beslist over het ruimen van graven en het
                                verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde
                                lijst staan.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>XII</nr><titel>Klachten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ingezetenen en personen die in de gemeente een belang hebben, kunnen
                                omtrent feitelijke handelingen of het nalaten van feitelijke
                                handelingen betreffende de begraafplaatsen bij het bestuursorgaan
                                een schriftelijke klacht indienen. Het klaagschrift moet minimaal de
                                naam van de klager bevatten, een omschrijving van de feitelijke
                                handeling en een indicatie van datum of periode waarop deze
                                betrekking heeft</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan beslist binnen zes weken na ontvangst van de
                                klacht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bestuursorgaan brengt deze beslissing omtrent de klacht terstond
                                ter kennis van de klager.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>XIII</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr></kop><al>Door vestiging van een nieuw grafrecht of nieuw gebruik van een
                            grafruimte onderwerpt een rechthebbende of belanghebbende zich aan de
                            bepalingen van deze verordening, zoals deze eventueel nader wordt
                            gewijzigd of aangevuld en verplichten zij zich tot tijdige betaling van
                            de daarop gebaseerde kosten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr></kop><al>Een exemplaar van deze verordening wordt éénmalig, op verzoek aan de
                            rechthebbende of belanghebbende, verstrekt. </al><al><vet>Hoofstuk XIV</vet><vet> Slotbepalingen</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr></kop><al>In geval waarin deze verordening niet voorziet of in geval van verschil
                            van mening over de uitleg van haar bepalingen, beslist het
                            bestuursorgaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr></kop><al>De verordening op het beheer en gebruik van de gemeentelijke
                            begraafplaatsen prevaleert boven de verordening op de heffing en
                            invordering van lijkbezorgingsrechten, in geval van strijdigheid van
                            bepalingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Besluiten van het bestuursorgaan die genomen zijn krachtens de
                                voorgaande (oude) verordeningen, gelden als besluiten genomen
                                krachtens deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om vergunning op grond van de voorgaande (oude)
                                verordeningen is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding
                                van deze verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop
                                deze verordening toegepast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de overtreding van enig voorschrift, ingesteld bij of krachtens
                                deze verordening, wordt een ieder gestraft met een geldboete van de
                                eerste categorie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Overtreding van enig voorschrift als bedoeld in het eerste lid, kan
                                bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke
                                uitspraak.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Beheersverordening
                                    op het beheer en gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen in
                                    de gemeente Soest.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2010.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Soest in zijn openbare
                        vergadering van </ondertekening><ondertekening>17 december 2009,</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de secretaris de voorzitter</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><onderstreept>Memorie van toelichting:</onderstreept></al><al><vet>(¹</vet>Bij het ruimen van graven worden de stoffelijke resten begraven in
                    een door het bestuursorgaan aangewezen gedeelte van de</al><al> begraafplaats, óf dieper weggezet in een bestaand graf.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>