<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR60072_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Referendumverordening Schiedam 2005</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Schiedam</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schiedam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Maasstad, 06072005</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Referendumverordening Schiedam 2005</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-06-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-07-14</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>17052005</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Referendumverordening Schiedam 2005</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de Gemeente Schiedam;</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders inzake het
                        referendum;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al>Overwegende dat de raad ter bevordering van eenduidige procedures en vanuit
                        praktische overwegingen een verordening wil vaststellen regelende
                        raadplegende correctieve en niet-correctieve referenda;</al><al>Besluit de volgende verordening vast te stellen:</al><al>Referendumverordening Schiedam 2005</al><al/><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In de verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>een raadplegend correctief referendum: een door de raad geïnitieerd
                                referendum over een reeds genomen, maar nog niet in werking getreden
                                raadsbesluit;</al></li><li nr="b."><al>een raadplegend niet-correctief referendum: een door de raad
                                geïnitieerd referendum over een voorgenomen raadsbesluit;</al></li><li nr="c."><al>referendum: een raadplegende volksstemming waarbij de
                                kiesgerechtigden zich uitspreken over een door de raad voorgenomen
                                (niet-correctief) of genomen (correctief) besluit;</al></li><li nr="d."><al>kiesgerechtigden: diegenen die op de drieënveertigste dag
                                voorafgaande aan de dag waarop het referendum wordt gehouden
                                overeenkomstig artikel B3 Kieswet kiesgerechtigd zijn voor de
                                verkiezing van de leden van de raad;</al></li><li nr="e."><al>raad: de gemeenteraad van Schiedam.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Toepassingsgebied</titel></kop><al>Een referendum kan worden gehouden onder de kiesgerechtigden van het hele
                        grondgebied van de gemeente of een gedeelte daarvan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Onderwerp</titel></kop><al>De volgende raadsbesluiten kunnen geen onderwerp van een referendum
                        zijn:</al><lijst><li nr="a."><al>besluiten over adviezen van de Bezwaarschriftencommissie;</al></li><li nr="b."><al>besluiten over het voor kennisgeving aannemen van notities en
                                rapportages en dergelijke;</al></li><li nr="c."><al>besluiten over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en de
                                rekening;</al></li><li nr="d."><al>besluiten over individuele kwesties, zoals benoemingen, ontslagen,
                                schorsingen, kwijtscheldingen, schenkingen;</al></li><li nr="e."><al>besluiten in het kader van deze verordening;</al></li><li nr="f."><al>verordeningen die uitsluitend betrekking hebben op gemeentelijke
                                belastingen en leges;</al></li><li nr="g."><al>besluiten waarvan de inwerkingtreding of uitvoering niet kan worden
                                uitgesteld vanwege de ermee gemoeide spoedeisende gemeentelijke
                                belangen;</al></li><li nr="h."><al>besluiten waarvan de raad van mening is dat er andere dan
                                bovengenoemde dringende redenen zijn om geen referendum te
                                houden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Initiatief raad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>een referendum kan alleen worden gehouden indien de raad daartoe heeft
                            besloten</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>indien de raad heeft besloten een raadsbesluit aan een referendum te
                            onderwerpen, wordt het betreffende raadsvoorstel op de gebruikelijke
                            wijze in de vergadering behandeld;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>indien de raad heeft besloten tot het houden van een raadplegend
                            correctief referendum, treedt het raadsbesluit waarover dit referendum
                            wordt gehouden, niet eerder in werking dan nadat de raad over de
                            uitkomst van dit referendum heeft besloten;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>in geval een raadplegend niet –correctief referendum is gehouden,
                            beslist de raad in de eerste raadsvergadering nadat de uitkomst van het
                            referendum bekend is over het voorgenomen raadsbesluit waarover het
                            referendum is gehouden;</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>de raad stelt bij het besluit tot het houden van een referendum tevens
                            vast welke gevolgen aan de uitslag van het referendum zullen worden
                            verbonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Budget</titel></kop><al>De raad neemt tegelijkertijd met het besluit tot het houden van een
                        referendum een besluit over de begroting van de kosten van het referendum en
                        de dekking ervan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Vraagstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>de raad stelt de vraagstelling en de antwoordcategorieën van het
                            referendum vast;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>de vraagstelling wordt weergegeven op de oproepingskaart.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Commissie van advies en toezicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>de raad kan zich bij het vaststellen van de vraagstelling laten
                            adviseren door een commissie van advies en toezicht;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>de raad stelt deze commissie van advies en toezicht in en benoemt en
                            ontslaat haar leden;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>de commissie bestaat uit drie deskundige leden. Het lidmaatschap van de
                            commissie is onverenigbaar met het lidmaatschap van de raad, van het
                            college of met een dienstverband bij de gemeente Schiedam;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>de commissie kiest uit haar midden een voorzitter en bepaalt haar eigen
                            werkwijze. De commissie wordt bijgestaan door een ambtelijk
                            secretaris;</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>de commissie heeft tot taak:</al><lijst><li nr="a."><al>het formuleren van de vraagstelling en antwoordcategorieën;</al></li><li nr="b."><al>het toezicht houden op de organisatie van het referendum;</al></li><li nr="c."><al>het toezicht houden op de objectiviteit van de
                                    voorlichting;</al></li><li nr="d."><al>het desgevraagd adviseren over de toepassing van deze
                                    verordening;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>de commissie brengt van haar werkzaamheden verslag uit aan de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Datum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>de raad stelt de dag vast waarop het referendum wordt gehouden. Een
                            referendum wordt bij voorkeur gelijktijdig met een verkiezing voor een
                            vertegenwoordigend lichaam gehouden;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>er kunnen meerdere referenda op een dag worden gehouden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>het college is belast met de uitvoering van het raadsbesluit tot het
                            houden van een referendum;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>het college regelt de bestuurlijke en ambtelijke coördinatie van het
                            referendum.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>De procedure rond de stemming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>een kiesgerechtigde voor het referendum ontvangt een
                            oproepingskaart;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>deelname aan een referendum door middel van een volmacht of in een ander
                            stemlokaal dan waarvoor de oproeping geldt, is toegestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>het referendum vindt plaats in de stemlokalen die worden gebruikt voor
                            de stemmingen van de verkiezingen van de vertegenwoordigende
                            lichamen;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>de kiesgerechtigden voor het referendum worden in de gelegenheid gesteld
                            deel te nemen aan een referendum met behulp van stemmachines. Daarvan
                            wordt aantekening gemaakt in het kiesregister;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>de stemmachine vermeldt de vraagstelling en de antwoordcategorieën;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>het stembureau maakt een aantekening van deelname met behulp van de
                            stemmachine.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al>Voor zover in deze verordening in de procedure ten aanzien van de stemming
                        niet is voorzien, zijn de bepalingen van de Kieswet zoveel mogelijk van
                        overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Geldigheid van de uitslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>het referendum wordt als geldig beschouwd, indien meer dan 30% van de
                            kiesgerechtigden een stem heeft uitgebracht;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>de uitslag van het referendum wordt berekend op basis van de gewone
                            meerderheid van het totaal aantal uitgebrachte stemmen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Deelreferendum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>indien de raad besluit een referendum te houden onder de kiezers van een
                            gedeelte van het grondgebied van de gemeente, is het bepaalde in deze
                            verordening van overeenkomstige toepassing;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>in het raadsbesluit wordt nauwkeurig aangegeven welk gedeelte van het
                            grondgebied dit betreft;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>het college kan nadere regels geven ter uitwerking van dit besluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr></kop><al>Met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede
                        categorie wordt gestraft degene die:</al><lijst><li nr="a."><al>stembiljetten, volmachtbewijzen of referendumkaarten namaakt of
                                vervalst met het oogmerk deze als echt en onvervalst te gebruiken of
                                door anderen te doen gebruiken;</al></li><li nr="b."><al>stembiljetten, volmachtbewijzen of referendumkaarten die hij zelf
                                heeft nagemaakt of vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing
                                hem, toen hij deze ontving, bekend was, opzettelijk als echt en
                                onvervalst gebruik of door anderen doet gebruiken, dan wel deze met
                                het oogmerk om deze als echt en onvervalst te gebruiken of door
                                anderen te doen gebruiken, in voorraad heeft;</al></li><li nr="c."><al>stembiljetten, volmachtbewijzen of referendumkaarten voorhanden
                                heeft met het oogmerk deze wederrechtelijk te gebruiken of door
                                anderen te doen gebruiken;</al></li><li nr="d."><al>als gemachtigde stemt voor een persoon, wetende dat deze is
                                overleden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Referendumverordening Schiedam
                        2005”.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na de datum
                        van haar bekendmaking. Met ingang van dezelfde datum wordt de “Verordening
                        op het referendum 2003” vastgesteld door de raad op 27 oktober 2003
                        ingetrokken.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de Gemeente Schiedam in zijn openbare
                        vergadering van 20 juni 2005.</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>