<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR60070_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Gemeentelijke Ombudsman 2006</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Schiedam</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schiedam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Maasstad, 14122005</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Gemeentelijke Ombudsman 2006</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet Bestuursrecht, titel 9.2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-12-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>25102005, VR2005/170</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Gemeentelijke Ombudsman 2006</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de Gemeente Schiedam;</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders;</al><al>gelet op hoofdstuk IVc en artikel 149 van de Gemeentewet en titel 9.2
                        van de Algemene wet bestuursrecht;</al><al>vast te stellen de volgende verordening: </al><al>Verordening Gemeentelijke Ombudsman 2006</al><al/><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Instelling ombudsman</titel></kop><al>Er is een gemeentelijke ombudsman.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Zittingsduur en benoeming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ombudsman kan eenmaal worden herbenoemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad besluit ten minste zes maanden voor afloop van de
                                benoemingsperiode over het al dan niet herbenoemen van de ombudsman
                                en diens plaatsvervanger.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Bekostiging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De financiering van de ombudsman vindt plaats door middel van een
                                jaarlijkse bijdrage in de kosten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoogte van deze bijdrage wordt gerelateerd aan het aantal
                                inwoners van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de vaststelling van het aantal inwoners, bedoeld in het tweede
                                lid, geldt als peildatum 1 januari van het betreffende jaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De ombudsman verantwoordt de baten en de lasten van het vorig
                                begrotingsjaar in het verslag aan de raad, bedoeld in artikel 81 u,
                                van de Gemeentewet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Klachten</titel></kop><al>Indien de ombudsman dit nodig acht, kan hij klagers behulpzaam zijn bij
                            het op schrift stellen van een klacht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Bemiddeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ombudsman kan gedurende een onderzoek de verzoeker en het
                                bestuursorgaan voorstellen doen teneinde onderling tot een oplossing
                                van de klacht te komen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ombudsman informeert partijen ook na een geslaagde bemiddeling
                                over het bereikte resultaat.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Toezending klacht</titel></kop><al>Indien hij een onderzoek als bedoeld in artikel 9:18 van de Algemene wet
                            bestuursrecht instelt, informeert hij het bestuursorgaan over de inhoud
                            van de klacht, de klager en degene waarover geklaagd wordt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Overige bevoegdheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ombudsman kan het beschikkingsbevoegde orgaan verzoeken om de
                                uitvoering van een bepaald besluit of regeling voor bepaalde tijd op
                                te schorten. Het orgaan zal binnen een passende termijn gemotiveerd
                                een reactie geven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad dan wel raadscommissie overweegt, indien het onderwerp van
                                de beraadslagingen betrekking heeft op klachten, klachtrecht of
                                klachtbehandeling in het algemeen, of hij de ombudsman zal
                                uitnodigen om in de vergadering van de raad of een raadscommissie
                                het woord te voeren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het presidium dan wel de commissievoorzitter overweegt, op basis van
                                verzoeken van de ombudsman, om onderwerpen op de agenda te plaatsen
                                van de raad of een raadscommissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2006.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Gemeentelijke
                            Ombudsman 2006.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Schiedam in zijn openbare
                        vergadering van </ondertekening><ondertekening>12 dec. 2005</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting</tussenkop><tussenkop>Geen begripsomschrijvingen</tussenkop><al>In de modelverordening zijn geen begripsbepalingen opgenomen, omdat de Algemene
                    wet bestuursrecht (hierna: Awb) en de Gemeentewet hierin waar nodig al voorzien.
                    Zo ontbreekt een omschrijving van de begrippen ombudsman, bestuursorgaan, raad
                    en verzoekschrift terwijl ze op meerdere plaatsen in de verordening voorkomen.
                    Het begrip "ombudsman" omvat volgens het nieuwe artikel 9:17 Awb zowel de
                    Nationale ombudsman als een ombudsman of -commissie ingesteld krachtens de
                    Gemeentewet, de Provinciewet, de Waterschapswet en de Wet gemeenschappelijke
                    regelingen. In de modelverordening wordt uiteraard alleen gedoeld op de
                    Gemeentelijke Ombudsman. Ombudsman is overigens een neutrale term. Zowel mannen
                    als vrouwen (als commissies) worden aangeduid met "ombudsman".</al><tussenkop>Wat is een klacht?</tussenkop><al>De Awb kent geen definitie van het begrip klacht. De wetgever acht een definitie
                    ook onwenselijk, omdat een omschrijving ook een beperking van het klachtrecht
                    kan inhouden.</al><al>Uitgangspunt is een ruim klachtbegrip. Alles wat geen (Awb- )bezwaar is, is in
                    beginsel een klacht.</al><al>Een klachtprocedure is gericht op het verkrijgen van een rechtens niet-bindend
                    oordeel over het overheidshandelen. Bij een klachtbehandeling wordt, ruimer dan
                    bij de rechtens bindende bezwaarschriftprocedure, bekeken of het betreffende
                    bestuursorgaan zich correct gedragen heeft tegenover de klager.</al><al>Onder de klachtenregeling vallen gedragingen van bestuursorganen en van personen
                    die onder de verantwoordelijkheid van bestuursorganen handelingen verrichten
                    richting burgers en organisaties (bijvoorbeeld ambtenaren). Enkele voorbeelden
                    van "niet correct" gedragen zijn: ongeïnteresseerde bejegening, te trage
                    afhandeling van een aanvraag, brieven worden te laat of niet beantwoord, het
                    antwoord is in strijd met de gewekte verwachtingen en onvoldoende gemotiveerd,
                    aangevraagde informatie wordt niet toegezonden.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1Instelling ombudsman</tussenkop><al>In de algemene toelichting is ingegaan op de verschillende varianten die met de
                    term "ombudsman" kunnen worden aangeduid.</al><al>Indien gekozen wordt voor een persoon als ombudsman, is sprake van een
                    eenhoofdig ambt met daarbij de verplichting om in ieder geval een
                    plaatsvervanger aan te wijzen (zie het nieuwe artikel 81q, tweede lid, van de
                    Gemeentewet en het model instellingsbesluit gemeentelijke ombudsman).</al><tussenkop>Artikel 2 Zittingsduur en benoeming</tussenkop><al>Het nieuwe artikel 81q, eerste lid, van de Gemeentewet bepaalt dat de ombudsman
                    voor de duur van zes jaar wordt benoemd. Dit waarborgt zijn onafhankelijkheid.
                    De benoeming van de ombudsman gaat in op 1 januari 2006 en is een benoeming op
                    grond van de gewijzigde bepalingen ingevolge de Algemene wet bestuursrecht en de
                    Gemeentewet. De benoeming kan niet worden gezien als een herbenoeming in de zin
                    van de onderhavige verordening. Dit betekent dat de ombudsman op 1 januari 2012
                    nog eenmaal kan worden herbenoemd.</al><tussenkop>Artikel 3 Bekostiging</tussenkop><al>Deze bepaling is een uitwerking van artikel 81w van de Gemeentewet waarin is
                    bepaald dat de ombudsman een bij verordening van de raad vastgestelde vergoeding
                    ontvangt voor zijn werkzaamheden en een tegemoetkoming in de kosten.</al><al>De ombudsman zal uiteraard niet kunnen functioneren zonder toereikende
                    financiële middelen. De wet verplicht de gemeente overigens alom te voorzien in
                    voldoende personeel voor de ombudsman (zie artikel 81t Gemeentewet). Voor de
                    bepaling van het budget kan ook worden gekeken naar de regeling die voor de
                    rekenkamercommissie is gemaakt.</al><tussenkop>Artikel 4 Klachten</tussenkop><al>De voorwaarde is dat klachten op schrift moeten worden gesteld. De klager dient
                    namelijk zijn verantwoordelijkheid te nemen voor het indienen van een
                    klacht.</al><tussenkop>Artikel 5 Bemiddeling</tussenkop><tussenkop>Eerste lid</tussenkop><al>Tijdens het onderzoek kan de ombudsman een poging doen om via bemiddeling tot
                    een bevredigende oplossing voor de verzoeker te komen. Deze bemiddeling kan een
                    meer of minder zware vorm aannemen. De ombudsman kan in zijn jaarverslag een
                    overzicht van bemiddelingen publiceren. Aldus ontstaat er inzicht in de
                    verhouding tussen het aantal bemiddelingen en het aantal onderzoeken en de aard
                    van de bemiddelingen.</al><tussenkop>Tweede lid</tussenkop><al>Het oordeel over het handelen en de hieruit voortvloeiende aanbevelingen voor de
                    organisatie legt de ombudsman neer in een rapport (nieuwe artikel 9:36 Awb)
                    indien hij zijn onderzoek voltooit. In het geval van een geslaagde bemiddeling
                    zal de ombudsman doorgaans reden hebben om het onderzoek niet voort te zetten en
                    komt hij aan het uitbrengen van een rapport en het geven van een oordeel niet
                    toe. Het is echter wel gewenst dat de ombudsman ook in geval van een geslaagde
                    bemiddeling zijn inbreng afsluit door partijen te informeren over het bereikte
                    resultaat.</al><tussenkop>Artikel 6 Toezending klacht</tussenkop><al>Deze bepaling spreekt voor zich.</al><tussenkop>Artikel 7 Overige bevoegdheden</tussenkop><tussenkop>Eerste lid</tussenkop><al>De ombudsman kan het beschikkingsbevoegde orgaan verzoeken om de uitvoering van
                    een besluit of regeling te schorsen. Een dergelijk verzoek is vaak in het belang
                    van de afhandeling van de klacht. Het orgaan is niet verplicht op zo'n verzoek
                    in te gaan, maar dient wel gemotiveerd een reactie te geven waarom op het
                    verzoek niet kan worden ingegaan.</al><tussenkop>Tweede en derde lid</tussenkop><al>De gemeenteraad heeft de vrijheid om zijn agenda te bepalen. De Gemeentelijke
                    Ombudsman heeft echter aangegeven een dergelijke bepaling op te nemen in de
                    verordening. Op deze manier kan de ombudsman zijn visie geven op bepaalde
                    beleidsontwikkelingen die verband houden met klachten, klachtrecht of
                    klachtbehandeling in het algemeen en eventueel ter zake aan de raad voor te
                    stellen hieromtrent initiatieven te ontplooien.</al><tussenkop>Artikel 8 Inwerkingtreding</tussenkop><al>Artikel 139 van de Gemeentewet bepaalt onder meer dat verordeningen niet in
                    werking treden, voordat ze zijn bekend gemaakt. Volgens artikel 142 van de
                    Gemeentewet treden verordeningen op de achtste dag na bekendmaking in werking,
                    tenzij een ander tijdstip is aangewezen.</al><tussenkop>Artikel 9 Citeertitel</tussenkop><al>Deze bepaling spreekt voor zich.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>