<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR600293_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleid verlagen uitkering in verband met de woonsituatie en inkomsten uit commerciële verhuur Participatiewet gemeente Hoogeveen 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Hoogeveen</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hoogeveen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:EPSG28992">228594 527092</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-154042">gmb-2016-154042</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregels woonsituatie Participatiewet gemeente Hoogeveen 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=147&amp;lid=3&amp;g=2018-09-19">artikel 147, derde lid, van de Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0015703&amp;artikel=27&amp;g=2018-07-28">artikel 27 van de Participatiewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0015703&amp;artikel=33&amp;lid=4&amp;g=2018-07-28">artikel 33, vierde lid, van de Participatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Maatschappelijke zorg</overheidrg:onderwerp></cvdripm></meta><body><intitule>Beleid verlagen uitkering in verband met de woonsituatie en inkomsten uit commerciële verhuur Participatiewet gemeente Hoogeveen 2015 </intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoogeveen; </al><al>gelet op artikel 147, derde lid van de Gemeentewet, en de artikelen 27 en 33, vierde lid van de Participatiewet; </al><al>overwegende dat het noodzakelijk is regels vast te stellen voor het gebruik maken van de bevoegdheid tot het verlagen van uitkeringen in verband met de woonsituatie en inkomsten uit commerciële verhuur; </al><al>besluit: </al><al>vast te stellen de navolgende Beleidsregels Verlaging bijstand i.v.m. woonsituatie </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label> Hoofdstuk </label><nr> 1 </nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop></hoofdstuk><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze beleidsregel wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de Participatiewet; </al></li><li nr="b."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoogeveen </al></li><li nr="c."><al>kostganger: degene die tegen een commerciële huurprijs een gedeelte van een woning huurt inclusief maaltijdvoorziening van iemand die de woning in zijn geheel huurt dan wel in eigendom heeft waarbij huurder/eigenaar en kostganger geen bloedverwanten zijn in de eerste of tweede graad; </al></li><li nr="d."><al>onderhuurder: degene die tegen een commerciële huurprijs een gedeelte van een woning huurt van iemand die de woning in zijn geheel huurt dan wel in eigendom heeft waarbij huurder/eigenaar en onderhuurder geen bloedverwanten zijn in de eerste of tweede graad; </al></li><li nr="e."><al>woning: het woonhuis, woonschip of de woonwagen zoals genoemd in art.3 lid 6 van de wet; </al></li><li nr="f."><al>woonkosten: </al><al>a. Als een huurwoning wordt bewoond, de per maand geldende huurprijs  als bedoeld in artikel 1d van de Wet op de huurtoeslag; </al><al> b. als een eigen woning wordt bewoond, de totale verschuldigde  hypotheekrente per maand en de in verband met het eigendom van de  woning verschuldigde zakelijke lasten zoals rioolrechten,  eigenaarsgedeelte onroerend zaak belasting, opstalverzekering,  eigenaarsgedeelte waterschapslasten en vastgesteld bedrag voor groot  onderhoud; </al></li><li nr="g."><al>woonlasten: Alle kosten die verbonden zijn aan het bewonen van een woning, zoals woonkosten, energielasten etc. conform constante jurisprudentie en op grond van de wet. </al></li><li nr="h."><al>commerciële huurprijs: de onderhuurgrens voor huurtoeslag . </al></li></lijst><al/><al>Alle begrippen die in deze beleidsregel worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht. </al></artikel><hoofdstuk><kop><label> Hoofdstuk </label><nr>2  </nr><titel>Verlaging van bijstand wegens kunnen delen van de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2   Inwonende persoon jonger dan 21 jaar</nr></kop><al>Indien een alleenstaande, alleenstaande ouder of gehuwden van 21 jaar of ouder een woning bewoont waar een ander meerderjarig persoon die de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt eveneens zijn hoofdverblijf heeft en wiens maandelijkse inkomen, niet zijnde studiefinanciering, meer bedraagt dan 50% van het wettelijk minimumloon inclusief vakantiegeld, wordt de uitkeringsnorm verlaagd met 10% van het wettelijk minimumloon inclusief vakantiegeld. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3  </nr><titel>Huurder, onderhuurder of kostganger</titel></kop><al>Indien een alleenstaande, alleenstaande ouder of gehuwden van 21 jaar of ouder in dezelfde woning als waar hij/zij het hoofdverblijf heeft/hebben één of meerdere ruimten (onder)verhuurt/verhuren aan een derde of in dezelfde woning een kostganger heeft, waarbij sprake is van een commerciële huurprijs , wordt de bijstandsnorm verlaagd met 10% van het wettelijk minimumloon.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label> Hoofdstuk </label><nr>3  </nr><titel>Verlaging wegens ontbreken woonkosten en woonlasten </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4  </nr><titel>Ontbreken woonkosten en woonlasten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien door een alleenstaande, alleenstaande ouder of gehuwden van 21 jaar of ouder  een woning wordt bewoond waaraan geen woonkosten zijn verbonden,  wordt de uitkeringsnorm met 10% van het wettelijk minimumloon inclusief  vakantietoeslag verlaagd.</al></li><li nr="2."><al>Indien door een alleenstaande, alleenstaande ouder of gehuwden van 21 jaar of ouder  een woning wordt bewoond waaraan geen woonlasten zijn verbonden,  wordt de uitkeringsnorm met 20% van het wettelijk minimumloon inclusief  vakantietoeslag verlaagd. </al></li><li nr="3."><al>Indien door een alleenstaande, alleenstaande ouder of gehuwden geen woning wordt  bewoond, wordt de uitkeringsnorm met 20% van het wettelijk minimumloon inclusief vakantietoeslag verlaagd. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label> Hoofdstuk </label><nr>4  </nr><titel>Schoolverlaters</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5  </nr><titel>Schoolverlaters </titel></kop><al>In verband met recente beëindiging van het onderwijs of beroepsopleiding zoals genoemd in artikel 28 van de wet wordt geen verlaging toegepast.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label> Hoofdstuk </label><nr>5  </nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6  </nr><titel>Hardheidsclausule </titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen, ten gunste van de belanghebbende, afwijken van de bepalingen in deze beleidsregels, indien toepassing van deze regels tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7  </nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze beleidsregel treedt in werking op 1 januari 2015. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8  </nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als ‘Beleidsregels woonsituatie Participatiewet gemeente Hoogeveen 2015’. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld door het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoogeveen, op 12 december 2014 </al><al>De secretaris, De burgemeester,   </al></slotformulering><gegeven><dagtekening><datum isodatum=""/></dagtekening></gegeven></regeling-sluiting><bijlage><kop><label> ALGEMENE TOELICHTING</label></kop><al>De verplichting van de gemeenteraad om een toeslagenverordening vast te stellen vervalt met ingang van 1 januari 2015. In artikel 20, 21 en 22 Participatiewet wordt immers de toeslag in verband met het niet kunnen delen van kosten in de basisnorm voor een alleenstaande (ouder) opgenomen. Artikel 22a Participatiewet (kostendelersnorm) zorgt ervoor dat de bepalingen over verlaging wegens het kunnen delen van kosten ook overbodig zijn. Alleen artikel 27 Participatiewet (verlaging wegens lagere woonkosten) en artikel 28 Participatiewet (schoolverlaters) blijven bestaan. Met betrekking tot deze 2 artikelen kan het college beleid formuleren. De toeslagenverordening blijft gelden tot 6 maanden na de dag van inwerkingtreding (1 juli 2015) op grond van artikel 8a Participatiewet (artikel 78z lid 6 Participatiewet). Met ingang van 1 juli 2015 vervalt de Toeslagenverordening van rechtswege. De gemeenteraad is daarom niet gehouden deze verordening in te trekken per 1 juli 2015. </al><al>Daarnaast kan het college inkomsten uit (woning)verhuur aanmerken als inkomsten zoals bedoeld in artikel 33, vierde lid, van de Participatiewet als daarmee nog geen rekening is gehouden bij de vaststelling van de norm, bedoeld in artikel 22a, eerste tot en met derde lid van de wet. Bijvoorbeeld als er geen sprake is van commerciële verhuur.  </al></bijlage></regeling></body></cvdr>