<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR59872_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening burgerinitiatief gemeente Loon op Zand</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Loon op Zand</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-12-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Loon op Zand</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekjournaal, 2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening burgerinitiatief gemeente Loon op Zand</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 147 lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-05-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-05-16</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening burgerinitiatief gemeente Loon op Zand</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>besluit</vet></al><al>De raad van de gemeente Loon op Zand;</al><al>gezien het voorstel van de griffier d.d. 24 april 2008, nummer 2008/31;</al><al>gelet op de artikelen 147, lid 1 en 149 van de Gemeentewet,</al><al>gelet op het advies van de commissie Algemeen Bestuurlijke Zaken, Veiligheid en
            Burgerparticipatie inclusief Middelen d.d. 24 april 2008;</al><al>b e s l u i t :</al><al>Vast te stellen de "Verordening Burgerinitiatief gemeente Loon op Zand 2008" alsmede
            de daarbij behorende toelichting.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a.Een burgerinitiatief: een voorstel van een initiatiefgerechtigde ter plaatsing op de
            agenda van de vergadering van de raad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad plaatst een burgerinitiatief op de agenda van zijn vergadering, indien
            daartoe door een initiatiefgerechtigde een geldig verzoek is ingediend. </al></li><li nr="2."><al>Ongeldig is het verzoek dat: </al><lijst><li nr="a."><al>niet door tenminste 30 initiatiefgerechtigden wordt gesteund, </al></li><li nr="b."><al>een onderwerp als bedoeld in artikel 4 van deze verordening bevat, of </al></li><li nr="c."><al>niet voldoet aan de voorwaarden, gesteld in artikel 5 van deze verordening.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Initiatiefgerechtigd zijn degenen die kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de
            leden van de gemeenteraad van de gemeente Loon op Zand, alsmede ingezetenen van de
            gemeente van veertien jaar en ouder die met uitzondering van hun leeftijd voldoen aan de
            vereisten van het kiesrecht voor de leden van de gemeenteraad van de gemeente Loon op
            Zand. </al></li><li nr="2."><al> Voor de beoordeling of aan de vereisten voor initiatiefgerechtigheid is voldaan, is
            de toestand op de dag van indiening van het verzoek bepalend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Een burgerinitiatief kan geen betrekking hebben op: </al><lijst><li nr="a."><al>een onderwerp dat niet behoort tot de bevoegdheid van het gemeentebestuur; </al></li><li nr="b."><al>een vraag over het gemeentelijk beleid; </al></li><li nr="c."><al>een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht over een
            gedraging van de raad, het college of de burgemeester; </al></li><li nr="d."><al>een bezwaar in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht tegen een
            besluit van de raad,het college of de burgemeester; </al></li><li nr="e."><al>een onderwerp waarover tijdens de raadsperiode waarin indiening plaatsvindt door de
            raad een besluit is genomen, tenzij sprake is van omstandigheden die tot een ander
            besluit zouden hebben geleid, indien zij eerder bekend waren geweest. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Een burgerinitiatief over een onderwerp of voorstel dat niet behoord tot de
            bevoegdheid van de raad, maar wel valt onder de bevoegdheid van het gemeentebesluit, zal
            door de raad, eventueel vergezeld van zijn advies, worden doorgezonden naar het college
            of naar de burgemeester in de hoedanigheid van portefeuillebouder. </al></li><li nr="3."><al>Het college of de burgemeester zal een onderwerp of voorstel als bedoeld in lid 2
            behandelen als ware het een burgerinitiatief.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verzoek ter plaatsing van een burgerinitiatief op de agenda van de vergadering
            van de raad wordt schriftelijk ingediend bij de voorzitter van de raad, </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verzoek bevat ten minste: </al><lijst><li nr="a."><al>een nauwkeurige omschrijving van het burgerinitiatief; </al></li><li nr="b."><al>een toelichting op het burgerinitiatief; </al></li><li nr="c."><al>de achternaam, de voornamen, het adres, de geboortedatum en de handtekening van de
            initiatiefnemer; </al></li><li nr="d."><al>een lijst met de voornamen, achternamen, adressen, geboortedata en handtekeningen
            van de initiatiefgerechtigden die het verzoek ondersteunen, 3. Voor de indiening van het
            verzoek wordt gebruik gemaakt van een door de raad vastgesteld formulier.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter van de raad bericht de raad binnen twee weken na ontvangst van een
            burgerinitiatief of het initiatief voldoet aan de eisen als bedoeld in artikel 5 en of
            sprake is van eventuele uitsluitingsgronden als bedoeld in artikel 4. </al></li><li nr="2."><al>Indien een burgerinitiatief niet voldoet aan de eisen bedoeld in artikel 5 geeft de
            voorzitter van de raad de initiatiefnemers maximaal vier weken om de vastgestelde
            gebreken te herstellen, </al></li><li nr="3."><al>De voorzitter van de raad doet van een besluit als bedoeld in het vorige lid
            schriftelijk mededeling aan de initiatiefnemer en de raad,</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>1.De raad beslist in de eerstvolgende vergadering na het ad vies van de voorzitter als
            bedoeld artikel 6, eerste lid over de behandeling van het initiatief, met dien verstande
            dat tenminste twee weken is gelegen tussen de dag waarop het advies van de voorzitter is
            ontvangen en de dag van de vergadering waarin de raad op het verzoek beslist. </al><al>2. Indien de raad besluit het initiatief in behandeling te nemen, legt hij het
            initiatief vervolgens om preadvies voor aan het college en stelt daarbij tevens vast in
            welke raadsvergadering besluitvorming over het burgerinitiatief (en het preadvies
            daarover van het college) plaats zal vinden. </al><al>3. Beraadslaging en besluitvorming in de raad vindt in ieder geval plaats binnen tien
            weken nadat de raad heeft besloten om het burgerinitiatief in behandeling te nemen. Deze
            termijn kan ten hoogste met vier weken worden verlengd. </al><al>4. Een burgerinitiatief dat ingediend wordt in de maanden juli of augustus wordt
            geacht te zijn binnengekomen op de eerste werkdag na het eind van het reces van de raad. </al><al>5. De voorzitter van de raad nodigt de initiatiefnemer schriftelijk uit voor de
            vergadering waarin het burgerinitiatief wordt behandeld. De initiatiefnemer of zijn
            plaatsvervanger heeft tijdens deze vergadering de gelegenheid om zijn burgerinitiatief
            mondeling toe te lichten. </al><al>6. Het in het eerste lid van dit artikel gestelde is van overeenkomstige toepassing op
            de behandeling van het initiatief in de raadscommissie. </al><al>7. Zo spoedig mogelijk nadat de raad over het burgerinitiatief een besluit heeft
            genomen, wordt dit besluit bekendgemaakt door kennisgeving van het besluit of van de
            zakelijke inhoud ervan in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of
            huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze. </al><al>8. Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van het besluit mededeling gedaan aan de
            initiatiefnemer. </al><al>9. De initiatiefnemer wordt daarna ingelicht over de vervolgstappen inzake de
            uitwerking van het burgerinitiatief.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>De burgemeester brengt in het burgerjaarverslag verslag uit over de werking van het
            recht op burgerinitiatief in de praktijk.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening Burgerinitiatief gemeente Loon
            op Zand 2008". Zij treedt in werking op 16 mei 2008.</al><al/><al>Vast te stellen het Formulier "Verzoek burgerinitiatiefvoorstel met bijbehorend
            formulier ondersteuningsverklaringen burgerinitiatiefvoorstel’’.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening> Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Loon op Zand
            van 15 mei 2008,</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>voorzitter,</ondertekening><ondertekening>griffier,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop><vet>Toelichting bij de Verordening burgerinitiatief gemeente
            Loon op Zand</vet></tussenkop><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al/><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><tussenkop>In deze verordening wordt gesproken over een "burgerinitiatief" voor de
          aanduiding van het voorstel dat door een burger bij de gemeenteraad kon worden ingediend.
          Burgers dienen daartoe een concreet voorstel op schrift wordt door de raad een formulier
          vastgesteld dat digitaal beschikbaar is (zie artikel 5, lid 3 en besluit onder
          II).</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><tussenkop>Uit dit artikel volgt dat de gemeenteraad het burgerinitiatief op de agenda van
          de raadsvergadering moet plaatsen, indien er sprake is van een geldig verzoek, ingediend
          door een initiatiefgerechtigde. De gemeenteraad zal zich in dat geval dus moeten
          uitspreken over het burgerinitiatief.In lid 2 sub a, b en c is geregeld wanneer er sprake
          is van een geldig verzoek. In artikel 3 (zie hierna)wordt nader omschreven wanneer een
          persoon initiatiefgerechtigd is.Over het vereiste dat het verzoek door tenminste 30
          initiatiefgerechtigden moet worden ondersteund kan hel volgende )\"orden opgemerkt. Het
          burgerinitiatief biedt burgers de mogelijkheid om direct invloed uit te oefenen op de
          agenda van de gemeenteraad. Het is daarom een inbreuk op het uitgangspunt van de raad.Zijn
          eigen agenda vaststelt. Dit is alleen gerechtvaardigd als het burgerinitiatief ook
          daadwerkelijk door een bepaald gedeelte van de bevolking wordt gedragen. Ter wille van de
          duidelijkheid wordt hier niet gesproken over een percentage, maar van een absoluut minimum
          aantal initiatiefgerechtigden die het verzoek moeten ondersteunen.</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><tussenkop>Vanuit de gedachte dat het burgerinitiatief een instrument is om burgers bij de
          besluitvorming van de raad te betrekken en die te beïnvloeden, ligt het voor de hand het
          initiatiefecht toe te kennen aan kiesgerechtigden voor de gemeenteraadsverkiezingen. Wie
          kiesgerechtigd is, is vastgelegd in artikel B 3 van de Kieswet. Om uitdrukkelijk jongeren
          op deze wijze bij de politiek te betrekken en omdat deze leeftijdsgroep een eigen
          problematiek heeft, de leeftijd ten opzichte van de kiesgerechtigde leeftijd te verlagen
          naar veertien jaar. Voor de toetsing of aan de vereisten voor initiatiefgerechtigheid is
          voldaan, lijkt het moment van indienen van het verzoek aangewezen. Het verzoek vindt
          immers formeel op dit moment plaats. Om te kunnen onderzoeken of op dat moment wordt
          voldaan aan de vereisten, zijn verschillende gegevens nodig. Welke dat zijn wordt geregeld
          in artikel 5 van de verordening.</tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><tussenkop>Het is weinig efficiënt uiteindelijk geen beslissende bevoegdheid heeft. Daar
          komt bij dat de afstand tussen alleen maar zou worden vergroot als de burger na het
          doorlopen van de burgerinitiatiefprocedure te horen krijgt dat de raad nies met het
          burgerinitiatief kan doen, omdat hij ‘’er niet over gaat’’. Een vraag over gemeentelijk
          beleid kan ook geen onderwerp van een burgerinitiatief zijn. Voor dit soort vragen staan
          andere wegen open, zoals het spreekrecht in een commissie- of raadvergadering. Ook moet
          voorkomen worden dat het burgerinitiatief andere procedures zoals bezwaar- en
          klachtprocedures doorkruist. Met het oog hierop is bepaald dat het burgerinitiatief geen
          bezwaar tegen een voorgenomen besluit of een klacht over een gedraging van de raad, het
          college of de burgemeester kan inhouden. Hiervoor heeft de burger andere wegen. Het is
          evenmin e bedoeling dat voorstellen die eerder in de raad aan de orde zijn geweest binnen
          de raadsperiode opnieuw onderwerp van bespreking worden als gevolg van een
          burgerinitiatief. Dit zou de besluitvorming in de raad te zeer kunnen frustreren. Alleen
          wanneer er sprake is van omstandigheden die tot een ander besluit zouden hebben geleid,
          indien zij eerder bekend waren geweest, is een burgerinitiatief mogelijk. In dat geval
          dient de indiener aan te geven welke ‘’onbekende’’ omstandigheden het indienen van het
          voorstel rechtvaardigen. Een burgerinitiatief dat wordt doorgestuurd naar college of
          burgemeester als portefeuillehouder, is geen burgerinitiatief meer volgens de definitie
          van artikel I van deze verordening. Lid 3 is bedoeld om te voorkomen dat college of
          burgemeester een initiatief om die reden terzijde kan schuiven. </tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><tussenkop>Het ligt voor de hand om het burgerinitiatief bij de voorzitter van de raad in te
          dienen. Aan het verzoek zal een aantal minimumvereisten gesteld moeten worden. Het is uit
          praktische overwegingen zoals uniformiteit, overzichtelijkheid en duidelijkheid raadzaam
          indiening van een burgerinitiatief plaats te laten vinden door een door de raad
          vastgesteld standaardformulier. Op dit formulier zal de initiatiefnemer die het verzoek
          indient naast het voorstel plus toelichting, in ieder geval zijn personalia moeten
          aangeven. Ook de initiatiefgerechtigde die het verzoek ondersteunen zullen uiteraard
          vermeld moeten worden. Om fraude met namen te voorkomen wordt naar personalia gevraagd als
          adressen en geboortedata. Met name dat laatste gegeven kan niet aan openbare bronnen als
          telefoonboeken worden ontleend. De lijst met namen wordt daarom vergeleden met het GBA
          bestand. Op grond van deze gegevens kan de gemeente onderzoeken of het verzoek de steun
          van voldoende daartoe gerechtigde personen heeft. </tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 6</tussenkop><tussenkop>De voorzitter beoordeelt of het initiatiefvoorstel aan de gestelde vereisten
          voldoet, zoals de uitsluitingsgronden, voldoende handtekeningen, een gemotiveerd verzoek
          e.d. Het is niet zinvol om dit door de gehele raad te laten doen. De voorzitter
          rapporteert aan de raad. Bij evt. gebreken stelt de voorzitter de initiatiefnemer in de
          gelegenheid de gebreken te herstellen. </tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><tussenkop>De burger moet erop kunnen vertrouwen dat de raad spoedig een besluit neemt over
          het al dan niet behandeling nemen van een verzoek. Het eerste lid regelt dit. In het
          tweede tot en met vierde lid wordt geregeld hoe de verdere behandeling van een verzoek
          plaats vindt. Behandeling in de raad vindt plaats op basis van een door het college
          opgesteld preadvies. Dit preadvies doorloopt vervoelgend e reguliere procedure, te weten:
          eerst behandeling in de raadscommissie, vervolgens behandeling in de raad. Behandeling in
          de raad vindt in ieder geval plaats binnen tien weken nadat de raad heeft besloten om het
          burgerinitiatief in behandeling te nemen. Met het zevende tot en met negende lid worden
          vooral waarborgen gecreëerd voor transparantie bij de afhandeling. Initiatiefnemer altijd
          schriftelijk inhoudelijk besluit zijn of de mededeling dat het verzoek is afgewezen. Wordt
          het verzoek tot plaatsing van het burgerinitiatief op de agenda van de vergadering van de
          raad afgewezen, dan is er sprake van een besluit in de zin van de Algemene wet
          bestuursrecht (Abw) waartegen bezwaar en beroep openstaan. Besluit de raad het
          burgerinitiatief te agenderen, dan is er sprake van een voorbereidingsbeslissing die niet
          vatbaar is voor bezwaar- en beroep (artikel 6:3 Awb). Afhankelijk van de inhoud van de
          beslissing op het burgerinitiatief zelf, zal er sprake zijn van een besluit in de zin van
          de Algemene wet bestuursrecht die vatbaar is voor bezwaar en beroep. Zo zal bijvoorbeeld
          bewaar en beroep openstaan indien de raad naar aanleiding van het burgerinitiatief besluit
          een subsidie toe te kennen voor een bepaald project. Een ander voorbeeld is het besluit om
          een verordening op bepaalde punten aan te passen. Tegen een dergelijk besluit staan geen
          bezwaar en beroep bij de rechter open (artikel 8:2 Awb). Tenslotte zal de initiatiefnemer
          hoe dan ook steeds over het vervolgtraject worden ingelicht en waar nodig en mogelijk
          erbij worden betrokken. </tussenkop><al/><tussenkop>Artikel 8</tussenkop><tussenkop>In deze bepaling wordt de burgemeester verplicht om jaarlijks in het
          burgerjaarverslag verslag uit te brengen over het burgerinitiatief. Hierbij valt te denken
          aan getalsmatige gegevens (aantal ingediende, aantal toegewezen en aantal afgewezen
          burgerinitiatieven), alsmede aan een beknopt overzicht van de inhoud van de
          burgerinitiatieven, de besluiten van de raad op de voorstellen en de motivatie op grond
          waarvan de raad tot deze besluiten is gekomen.</tussenkop></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>