<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR59863_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Maatregelenverordening Wet werk en bijstand 2007</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bernheze</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-12-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bernheze</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Bernhezer, 28-12-2007</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Maatregelenverordening Wet werk en bijstand 2007</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet werk en bijstand, art. 8, 1b&lt;br /&gt;Algemene wet bestuursrecht&lt;br /&gt;Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-12-20</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-10-23</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2007/</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Maatregelenverordening Wet werk bijstand 2007</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Maatregelenverordening Wet werk en bijstand 2007</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Geconsolideerde tekst van de regeling</al><al/><al>De raad van de gemeente Bernheze;</al><al/><al>gezien het bijbehorende voorstel van burgemeester en wethouders van 16
                        oktober 2007;</al><al/><al>gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel b, en artikel 18 van de Wet werk
                        en bijstand, de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht en de
                        Gemeentewet,</al><al/><al>overwegende dat het noodzakelijk is de verlaging van bijstand als bedoeld in
                        artikel 18 van de Wet werk en bijstand bij verordening te regelen,</al><al/><al>besluit:</al><al/><al>vast te stellen de volgende: </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>1</nr><titel>Maatregelenverordening Wet werk en bijstand 2007</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al> De wet: de Wet werk en bijstand (Wwb);</al></li><li nr="b."><al> algemene bijstand: de bijstand bedoeld in artikel 5, onderdeel
                                    b, van de wet;</al></li><li nr="c."><al> bijzondere bijstand: de bijstand bedoeld in artikel 5,
                                    onderdeel d, van de wet;</al></li><li nr="d."><al> bijstand: algemene en bijzondere bijstand;</al></li><li nr="e."><al> bijstandsnorm: de bijstandsnorm bedoeld in artikel 5, onderdeel
                                    c, van de wet;</al></li><li nr="f."><al> langdurigheidstoeslag: de langdurigheidstoeslag bedoeld in
                                    artikel 5, onderdeel e, van de wet;</al></li><li nr="g."><al> maatregel: het verlagen van de bijstand of de
                                    langdurigheidstoeslag op grond van artikel 18, tweede lid, van
                                    de wet;</al></li><li nr="h."><al> trajectplan: een individueel plan, gericht op het vergroten van
                                    de mogelijkheden tot inschakeling in het arbeidsproces of
                                    deelname aan sociale activering;</al></li><li nr="i."><al> het college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Bernheze</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Het opleggen van een maatregel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Als de belanghebbende naar het oordeel van het college
                                tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de
                                voorziening in het bestaan dan wel de uit de wet of de artikelen 28,
                                tweede lid, of artikel 29, eerste lid, van de Wet structuur
                                uitvoeringsorganisatie werk en inkomen voortvloeiende verplichtingen
                                niet of onvoldoende nakomt, waaronder begrepen het zich jegens het
                                college zeer ernstig misdragen, wordt overeenkomstig deze
                                verordening een maatregel opgelegd. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Een maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate
                                waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de
                                omstandigheden waarin hij verkeert. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Berekeningsgrondslag</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De maatregel wordt toegepast op de bijstandsnorm. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid kan de maatregel ook worden
                                toegepast op de bijzondere bijstand of de langdurigheidstoeslag
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al> aan belanghebbende bijzondere bijstand wordt verleend met
                                        toepassing van artikel 12 van de wet; of</al></li><li nr="b."><al> de verwijtbare gedraging van belanghebbende, in relatie met
                                        zijn recht op bijzondere bijstand of de
                                        langdurigheidstoeslag, daartoe aanleiding geeft.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Het besluit tot opleggen van een maatregel</titel></kop><al>In het besluit tot opleggen van een maatregel worden in ieder geval
                            vermeld: de reden van de maatregel, de duur van de maatregel, het
                            percentage waarmee de bijstand wordt verlaagd, het bedrag waarmee de
                            bijstand wordt verlaagd uitgaande van de uitkeringsnorm en, indien van
                            toepassing, de reden om af te wijken van een standaardmaatregel.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Afzien van het opleggen van een maatregel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college ziet af van het opleggen van een maatregel indien:</al><lijst><li nr="a."><al> elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of</al></li><li nr="b."><al> de gedraging meer dan één jaar vóór constatering van die
                                        gedraging door het college heeft plaatsgevonden, tenzij de
                                        gedraging een schending van de inlichtingenplicht inhoudt en
                                        als gevolg van die gedraging ten onrechte bijstand is
                                        verleend. Een maatregel wegens schending van de
                                        inlichtingenplicht wordt niet opgelegd na verloop van vijf
                                        jaren nadat de betreffende gedraging heeft
                                        plaatsgevonden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan afzien van het opleggen van een maatregel indien het
                                daarvoor dringende redenen aanwezig acht. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien het college afziet van het opleggen van een maatregel op
                                grond van dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan
                                schriftelijk mededeling gedaan. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>De wijze van oplegging van de maatregel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De maatregel wordt opgelegd met ingang van de eerst volgende
                                kalendermaand volgend op de datum waarop het besluit tot het
                                opleggen van de maatregel aan de belanghebbende is bekendgemaakt.
                                Daarbij wordt uitgegaan van de voor die maand geldende
                                bijstandsnorm. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid, kan de maatregel met terugwerkende
                                kracht worden opgelegd, voor zover de bijstand of de
                                langdurigheidstoeslag nog niet is uitbetaald. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Een maatregel wordt voor bepaalde tijd opgelegd. Een maatregel die
                                voor een periode van meer dan drie maanden wordt opgelegd, wordt
                                uiterlijk na drie maanden nadat deze ten uitvoer is gelegd
                                heroverwogen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Samenloop van gedragingen</titel></kop><al>Indien een belanghebbende zich tegelijkertijd schuldig maakt aan
                            verschillende gedragingen die het niet nakomen van een verplichting als
                            genoemd in artikel 2, eerste lid, inhouden, wordt voor het bepalen van
                            de hoogte en duur van de maatregel uitgegaan van de gedraging waarop de
                            zwaarste maatregel is gesteld.</al><al/><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Geen of onvoldoende medewerking verlenen aan het verkrijgen of
                            behouden van algemeen geaccepteerde arbeid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Indeling in categorieën</titel></kop><al>Gedragingen van belanghebbenden waardoor de verplichting op grond van
                            artikel 8 van de wet niet of onvoldoende is nagekomen, worden
                            onderscheiden in de volgende categorieën:</al><lijst><li nr="1."><al> Eerste categorie:</al><lijst><li nr="a."><al> het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende
                                            bij de Centrale organisatie werk en inkomen of het niet
                                            tijdig laten verlengen van de registratie;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al> Tweede categorie:</al><lijst><li nr="a"><al> het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde
                                            arbeid te verkrijgen of te aanvaarden;</al></li><li nr="b."><al> het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een
                                            onderzoek naar de mogelijkheden tot
                                            arbeidsinschakeling.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al> Derde categorie</al><lijst><li nr="a"><al> gedragingen die de inschakeling in arbeid
                                            belemmeren;</al></li><li nr="b"><al> het niet of in onvoldoende gebruik maken van een door
                                            het college aangeboden voorziening gericht op
                                            arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 9, eerste
                                            lid, onderdeel b en artikel 10, eerste lid van de wet,
                                            waaronder begrepen sociale activering, voor zover dit
                                            niet heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot
                                            voortijdige beëindiging van het
                                            reïntegratietraject;</al></li></lijst></li><li nr="4."><al> Vierde categorie:</al><lijst><li nr="a."><al> het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde
                                            arbeid;</al></li><li nr="b."><al> het door eigen toedoen niet behouden van algemeen
                                            geaccepteerde arbeid;</al></li><li nr="c."><al> het niet of onvoldoende nakomen van de verplichting tot
                                            gebruik maken van geboden reïntegratievoorzieningen,
                                            waaronder begrepen het niet of onvoldoende meewerken aan
                                            een onderzoek naar de mogelijkheden tot
                                            arbeidsinschakeling, scholing of zelfstandige
                                            maatschappelijke participatie, als dit heeft geleid tot
                                            het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging
                                            van het reïntegratietraject.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De hoogte en duur van de maatregel</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de maatregel vastgesteld
                                op:</al><lijst><li nr="a."><al>tien procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij
                                        gedragingen van de eerste categorie;</al></li><li nr="b."><al> twintig procent van de bijstandsnorm gedurende een maand
                                        bij gedragingen van de tweede categorie;</al></li><li nr="c."><al> veertig procent van de bijstandsnorm gedurende een maand
                                        bij gedragingen van de derde categorie;</al></li><li nr="d."><al> honderd procent van de bijstandsnorm gedurende een maand
                                        bij gedragingen van de vierde categorie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De hoogte van de maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt
                                verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na
                                bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd,
                                opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of
                                hogere categorie. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd
                                wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van
                                dringende redenen, bedoeld in artikel 5, tweede lid.</al><al>In geval er sprake is van een verwijtbare gedraging als bedoeld in
                                het eerste lid onder d wordt de duur van de maatregel
                                verdubbeld.</al><al/></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Niet nakomen van de inlichtingenplicht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Te laat verstrekken van gegevens</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien een belanghebbende de verplichting op grond van artikel 17
                                van de wet niet is</al><al>nagekomen door informatie die van belang is voor de verlening van
                                bijstand of de</al><al>voortzetting daarvan niet binnen de door het college daartoe
                                gestelde termijn te verstrekken, wordt met toepassing van artikel 54
                                van de wet een maatregel opgelegd van tien procent van de
                                bijstandsnorm gedurende een maand, onverminderd artikel 2, tweede
                                lid.</al><al/></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De hoogte van de maatregel wordt verdubbeld, indien de
                                belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een
                                besluit waarbij een maatregel wordt opgelegd opnieuw schuldig maakt
                                aan dezelfde als verwijtbare aan te merken gedraging. Met een
                                besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het
                                besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen,
                                bedoeld in artikel 5, tweede lid. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Van het opleggen van de maatregel kan worden afgezien en worden
                                volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij
                                het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt
                                binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop
                                eerder aan de belanghebbende een schriftelijke waarschuwing is
                                gegeven. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen met gevolgen
                                voor de bijstand</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht
                                bedoeld in artikel</al><al>17 van de wet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog
                                bedrag verlenen van bijstand, wordt de maatregel afgestemd op de
                                hoogte van het benadelingsbedrag.</al><al/></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de maatregel op de
                                volgende wijze vastgesteld:</al><lijst><li nr="a."><al> bij een benadelingsbedrag tot € 1.000,-: tien procent van
                                        de bijstandsnorm gedurende een maand;</al></li><li nr="b."><al> bij een benadelingsbedrag van € 1.000,- tot € 2.000,-:
                                        twintig procent van de bijstandsnorm gedurende een
                                        maand;</al></li><li nr="c."><al> bij een benadelingsbedrag van € 2.000,- tot € 4.000,-:
                                        veertig procent van de bijstandsnorm gedurende een
                                        maand;</al></li><li nr="d."><al> bij een benadelingsbedrag van € 4.000,- tot € 6.000,-:
                                        honderd procent van de bijstandsnorm gedurende een
                                        maand.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen zonder
                                gevolgen voor de bijstand</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht
                                bedoeld in artikel 17 van de wet niet heeft geleid tot het ten
                                onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van bijstand, bedraagt
                                de maatregel, onverminderd artikel 2, tweede lid, tien procent van
                                de bijstand gedurende een maand. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Van het opleggen van de maatregel bedoeld in het eerste lid kan
                                worden afgezien en worden volstaan met het geven van een
                                schriftelijke waarschuwing, tenzij het niet of niet behoorlijk
                                nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee
                                jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende
                                een schriftelijke waarschuwing is gegeven.</al><al/></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Overige gedragingen die leiden tot een maatregel</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien een belanghebbende een tekortschietend besef van
                                verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft
                                betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet, wordt een
                                maatregel opgelegd die wordt afgestemd op de periode dat de
                                belanghebbende als gevolg van zijn gedraging eerder of langer recht
                                heeft op bijstand. </al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de maatregel op de
                                volgende wijze vastgesteld:</al><lijst><li nr="a."><al> bij een periode van drie maanden of korter: tien procent
                                        van de bijstandsnorm gedurende een maand;</al></li><li nr="b."><al> bij een periode van drie tot zes maanden: tien procent van
                                        de bijstandsnorm gedurende drie maanden;</al></li><li nr="c."><al> bij een periode van zes maanden en langer: tien procent van
                                        de bijstandsnorm gedurende zes maanden.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Zeer ernstige misdragingen</titel></kop><al>Indien een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover het
                            college of zijn ambtenaren, onder omstandigheden die rechtstreeks
                            verband houden met de uitvoering van de wet, als bedoeld in artikel 18,
                            tweede lid van de wet, wordt onverminderd artikel 2, tweede lid, een
                            maatregel opgelegd van veertig procent van de bijstandsnorm gedurende
                            een maand.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De Afstemmingsverordening 2006 wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2008.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Maatregelenverordening Wet werk
                            en bijstand 2007.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>De raad voornoemd</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, </ondertekening><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>J.H.M. van den Oever </ondertekening><ondertekening>A.A.M.M. Heijmans </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>