<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR59861_7</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de naamgeving van delen van de openbare ruimte en de nummering van gebouwen, complexen, afgebakende terreinen, lig- en standplaatsen (adressen) 2006</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bernheze</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-12</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bernheze</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Bernhezer, 28-12-2005</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening naamgeving en nummering (adressen) Bernheze 2006</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">1. Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-12-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-12-21</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Verordening naamgeving delen openbare ruimte en de nummering van gebouwen, complexen, afgebakende terreinen, lig- standplaatsen (adressen) 2006</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1. Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de naamgeving van delen van de openbare ruimte en de nummering van gebouwen, complexen, afgebakende terreinen, lig- en standplaatsen (adressen) 2006</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Geconsolideerde tekst van de regeling</al><al>De raad van de gemeente Bernheze;</al><al>gezien het bijbehorende voorstel van burgemeester en wethouders van 8
                        november 2005;</al><al>gelet op het advies van de Commissie bestuur en Strategie van 7 december
                        2005;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al>besluit vast te stellen:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>1</nr><titel>Verordening op de naamgeving van delen van de openbare ruimte en de
                            nummering van gebouwen, complexen, afgebakende terreinen, lig- en
                            standplaatsen (adressen) 2006</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al> College: het college van burgemeester en wethouders. </al></li><li nr="b."><al> Openbare ruimte: alle voor het openbaar rijverkeer of ander
                                    verkeer openstaande wegen of paden, pleinen, plaatsen,
                                    plantsoenen, bruggen, viaducten, knooppunten of daarmee
                                    vergelijkbare plaatsen of constructies en alle wateren die, al
                                    dan niet met enige beperking, voor het publiek bevaarbaar of
                                    anderszins toegankelijk zijn, alsmede daarin begrepen alle
                                    bouwwerken die daar deel van uitmaken. </al></li><li nr="c."><al> Woonplaats: een door het college aangewezen gebied waaraan een
                                    woonplaatsnaam is toegekend. </al></li><li nr="d."><al> Bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen,
                                    metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming
                                    hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij
                                    direct of indirect steun vindt in of op de grond en bedoeld is
                                    om ter plaatse te functioneren. </al></li><li nr="e."><al> Gebouw: elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke,
                                    overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte
                                    vormt. </al></li><li nr="f."><al> Complex: een afgebakend samengesteld geheel van gebouwen en
                                    bouwwerken (industriecomplex, complex met vakantiehuisjes,
                                    kazernecomplex, agrarisch complex, jachthavencomplex, etc.).
                                </al></li><li nr="g."><al> Afgebakend terrein: een terrein met afsluitbare toegang, waarop
                                    zich geen bouwwerken bevinden. </al></li><li nr="h."><al> Ligplaats: een deel van het openbare water dat is bestemd voor
                                    het permanent afmeren van een (woon)schip of een woonark. </al></li><li nr="i."><al> Standplaats: een kavel, die is bestemd voor het plaatsen van
                                    een woonwagen, waarop (nuts)voorzieningen aanwezig zijn. </al></li><li nr="j."><al> Nummer: een nummer dat bestaat uit een of meer Arabische
                                    cijfers, al dan niet met toevoeging van een letter of cijfer, of
                                    combinatie van letters en cijfers. </al></li><li nr="k."><al> Object: een gebouw, complex, afgebakend terrein, ligplaats of
                                    standplaats. </al></li><li nr="l."><al> Rechthebbende: eenieder die krachtens eigendom of een beperkt
                                    zakelijk recht de beschikking heeft over een onroerende zaak,
                                    alsmede de beheerder. </al></li><li nr="m."><al> Uitvoeringsvoorschriften: nadere bepalingen van technische en
                                    administratieve aard. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Naamgeving van woonplaatsen en van delen van de openbare
                                ruimte</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college stelt voor het totale grondgebied van de gemeente ten
                                minste een woonplaats vast en kan een woonplaats in wijken of
                                buurten verdelen, zonodig daaraan namen, letters of nummers
                                toekennen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kent voor het totale grondgebied van de gemeente namen
                                toe aan te onderscheiden delen van de openbare ruimte en zonodig aan
                                bouwwerken. </al><al/></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Onder vaststellen, verdelen en toekennen, zoals bedoeld in het
                                eerste en tweede lid, wordt tevens begrepen het wijzigen en
                                intrekken van de vaststelling, verdeling en toekenning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Nummering van objecten</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Het college kan aan een object of een te onderscheiden deel daarvan
                                een nummer toekennen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Aan een object dat een nummer heeft gekregen, moet het nummer op een
                                doeltreffende wijze zijn aangebracht. </al><al/></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Onder toekennen, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt tevens
                                begrepen het wijzigen en intrekken van de toekenning. </al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Namen en nummers aanbrengen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De door het college aan delen van de openbare ruimte toegekende
                                namen worden zichtbaar en in voldoende aantallen ter plaatse
                                aangebracht. </al><al/></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het is eenieder verboden op eigen initiatief naam- of nummerborden
                                aan te brengen. </al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Gedoogplicht naamborden</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Indien het college het nodig oordeelt dat borden met een wijk- of
                                buurtaanduiding, borden met straatnamen en verwijsborden aan een
                                bouwwerk, gebouw, muur, paal, schutting of een andere soort
                                terreinafscheiding worden aangebracht, is de rechthebbende verplicht
                                toe te laten dat de hier bedoelde borden overeenkomstig de
                                aanwijzingen van het college worden aangebracht, onderhouden,
                                gewijzigd of verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>De rechthebbende dient er zorg voor te dragen dat de in het eerste
                                lid genoemde borden vanaf de openbare weg duidelijk leesbaar
                                blijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Nummerborden aanbrengen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>De rechthebbende is verplicht het nummer, zoals bedoeld in artikel
                                3, eerste lid, binnen vier weken na kennisgeving van het besluit van
                                het college aan te brengen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Tenzij door het college anders is besloten, is de rechthebbende van
                                een object verplicht het in het eerste lid genoemde nummer, alsmede
                                daarmee verband houdende verwijs- en verzamelborden aan te brengen
                                op een wijze zoals krachtens artikel 7 is bepaald. </al><al/></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Indien een object nog niet is voltooid, wordt het nummer binnen vier
                                weken na voltooiing aangebracht. </al><al/></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Het college kan de in het eerste en derde lid genoemde termijn
                                verlengen. </al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Uitvoeringsvoorschriften</titel></kop><al>Het college is bevoegd nadere uitvoeringsvoorschriften te stellen
                            betreffende het bepaalde in deze verordening. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Overtreding van artikel 4, tweede lid, of het niet voldoen aan de
                                bepalingen in artikel 5 en 6, wordt gestraft met een geldboete van
                                de eerste categorie.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze regeling zijn belast de bij besluit van het college aan te
                                wijzen personen. </al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>De verordening treedt in werking op 1 januari 2006.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Vervallen oude regels</titel></kop><al>De Verordening straatnaamgeving en huisnummering Bernheze 1995 wordt
                            ingetrokken. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Namen en nummers die op grond van de in artikel 10 genoemde regels
                                en voorschriften aan delen van de openbare ruimte en objecten zijn
                                toegekend, blijven na het in werking treden van deze verordening
                                bestaan. </al><al/></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan in afwijking van het eerste lid besluiten dat de op
                                grond van de in het eerste lid genoemde regels en voorschriften
                                aangebrachte namen en nummers binnen een door hem te bepalen termijn
                                moeten worden vervangen door namen en nummers die voldoen aan de bij
                                of krachtens deze verordening gestelde voorschriften. </al><al/></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Bij het wijzigen van een naam of nummer, als bedoeld in het tweede
                                lid, zullen zowel de oude en de nieuwe naam als het oude en het
                                nieuwe nummer gedurende een jaar mogen worden gebruikt op de wijze
                                die bepaald is in de uitvoeringsvoorschriften, bedoeld in artikel 7,
                                eerste lid (facultatief). </al><al/></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als de 'Verordening naamgeving en
                            nummering (adressen) Bernheze 2006'. </al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Bernheze in zijn openbare
                        vergadering van </ondertekening><ondertekening>22 december 2005.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, </ondertekening><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>J.H.M. van den Oever </ondertekening><ondertekening>A.A.M.M. Heijmans</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de Verordening naamgeving en nummering (adressen) 2006</titel></kop><al/><al>1. Functie van het adres </al><al>Het adres - dat bestaat uit de onderdelen (straat)naam, (huis)nummer,
                    huisletter, nummertoevoeging en woonplaats (gemeentenaam is nog geen onderdeel
                    van het adres) - vervult in het maatschappelijk verkeer een belangrijke functie.
                    Vooreerst is het adres het middel om personen (woonadres), bedrijven (zetel- of
                    vestigingsadres) of gebouwen (objectadres) vindbaar te maken. Dat is niet alleen
                    van belang voor hulpdiensten, zoals brandweer, politie, ambulance en
                    postbezorging, maar ook voor het uitvoeren van activiteiten door de overheid.
                    Daarbij moet worden gedacht aan bijvoorbeeld oproepen van stemgerechtigden of
                    (destijds) dienstplichtigen, het toezenden van belastingaanslagen, alsmede de
                    uitvoering van het vaccinatiebeleid, het regelen van de zuigelingenzorg,
                    toezicht op de leerplicht, het verlenen van subsidies, enzovoorts. In alle
                    velden van gemeentelijke zorg is het adres nodig om beheers- en beleidstaken uit
                    te voeren. </al><al>Dit impliceert dat het adres in vrijwel alle officiële documenten voorkomt: van
                    bouwvergunning tot huursubsidiebeschikking, van notariële akte tot rechtelijk
                    vonnis en van rijbewijs tot paspoort. Zonder objectadres, vestigingsadres of
                    woonadres, al dan niet als onderdeel van de zogeheten NAW-gegevens, kan de
                    gemeenten nog nauwelijks stukken afgeven. Deze documenten worden opgemaakt met
                    gegevens uit daartoe ingerichte geautomatiseerde systemen, maar de gegevens uit
                    authentieke documenten zijn op hun beurt weer invoer voor geautomatiseerde
                    systemen van andere gemeentelijke afdelingen of overheden. Het adres is meestal
                    de grondslag van deze geautomatiseerde systemen. Dit betekent dat de
                    adresgegevens niet alleen de toegangs- of ontsluitingsgegevens zijn van deze
                    systemen, maar tevens is het adres het gegeven waarop wordt geordend, gesorteerd
                    en waarmee selecties worden gemaakt. Kortom, het adres is in termen van
                    dienstverlening, opmaken van documenten en het registreren van gegevens
                    onmisbaar in het binnengemeentelijk en interbestuurlijk verkeer.</al><al>2. Binnen het openbaar bestuur wordt op alle niveaus de functie van het adres,
                    binnen het geheel van de overheidsinformatievoorziening, behoorlijk onderschat.
                    Onderschatting in termen van dienstverlening aan de burgers (onder andere ook
                    hulpdiensten), de informatie-uitwisseling, doelmatig en doeltreffend beheer,
                    lastenverlichting, hergebruik van gegevens, eenmalige inwinning en zeker niet in
                    de laatste plaats de efficiëntie en effectiviteit bij het vormgeven, uitvoeren
                    en evalueren van beleid. Ter nadere oriëntatie wordt onderstaand ingegaan op de
                    rol van het adres bij dienstverlening, in overheidsdocumenten en in
                    overheidsregistraties</al><al>3. Adres en dienstverlening </al><al>Het adres als toegang tot overheidsinformatie is met name van belang voor hen
                    die diensten van de gemeente afnemen. Voor een uittreksel uit de
                    gebouwenregistratie, het verstrekken van inlichtingen over de
                    onroerendezaakbelasting, vragen over objectgebonden subsidies of het raadplegen
                    van de kadastrale gegevens zullen burgers, bedrijven en instellingen vrijwel
                    altijd een adres (moeten) opgeven. Door een deskundig ambtenaar kan op basis van
                    het adres uit een daartoe ingericht registratiesysteem deugdelijke informatie
                    worden verstrekt. </al><al>Veel lastiger wordt het als de burger met vragen komt die raadpleging van
                    meerdere gemeentelijke registraties noodzakelijk maakt. Er moeten dan op basis
                    van het adres koppelingen worden gelegd tussen deze registraties. Gaat het
                    bijvoorbeeld om het leggen van een koppeling tussen bevolking en de
                    gebouwenregistratie, dan zou in principe het A-nummer uit de gemeentelijke
                    basisadministratie persoonsgegevens (GBA) moeten worden gerelateerd aan het
                    identificatienummer van een gebouw. Deze relaties tussen identificaties zijn
                    alleen te maken door hetzelfde adres uit beide bestanden bij elkaar te zoeken en
                    vervolgens de gevonden informatie (records) aan elkaar te relateren. De
                    adresgegevens moeten dan wel tot op de dag nauwkeurig (actueel, betrouwbaar en
                    compleet) in beide registraties voorkomen. Dat laat te wensen over. </al><al>Het is zeker niet denkbeeldig dat de burger een vraag stelt die niet alleen
                    gebruikmaking van verschillende gemeentelijke registraties noodzakelijk maakt,
                    maar waarbij tevens gebruik moet worden gemaakt van registraties van buiten de
                    gemeentelijke organisatie. Zoals de kadastrale registratie van het Kadaster of
                    de bestanden van de Kamers van Koophandel. Ook dan moet het adresgegeven in
                    registraties van verschillende overheden actueel, betrouwbaar en compleet zijn
                    bijgehouden. Dat is vaak niet het geval. </al><al>Ondanks het feit dat het adres de 'harde kern' is van het stelsel van
                    overheidsregistraties is het dus slecht gesteld met de juistheid van adressen in
                    de registraties van overheden. Tot op heden worden in de verschillende
                    overheidsregistraties adressen nog op willekeurige momenten, naar eigen inzicht
                    van de beheerder, met verschillende specificaties en met afwijkende actualiteit,
                    compleetheid en betrouwbaarheid verwerkt. Koppelingen tussen verschillende
                    overheidsregistraties worden daardoor niet zelden verkeerd gelegd of zijn soms
                    in het geheel niet mogelijk. Dat staat bijvoorbeeld een goede dienstverlening
                    aan de burger en een snelle uitvoering van gemeentelijke taken in de weg. Er
                    bestaat een nauwe relatie tussen officiële documenten en registraties.
                    Documenten worden vaak opgemaakt met gegevens uit geautomatiseerde systemen,
                    maar omgekeerd worden registraties bijgewerkt op basis van officiële documenten.
                    In de volgende twee paragrafen wordt daar nader op ingegaan.</al><al>4. Adres en overheidsregistraties </al><al>Door foute adresgegevens in documenten zijn registraties matig koppelbaar,
                    slecht toegankelijk en moeilijk onderhoudbaar. Dat leidt bijvoorbeeld tot
                    onnodige bezwaarschriften, foute beslissingen, onevenredig veel
                    capaciteitbeslag, te hoge systeemkosten, extra overleg etc. Ongerief op alle
                    niveaus dus. Niet onvermeld mag blijven dat in de loop van de tijd voor de
                    verschillende overheidsregistraties totstandgekomen wet- en regelgeving voor een
                    belangrijk deel heeft bijgedragen aan dit ongerief. De belangrijkste
                    overheidsregistraties zijn tot op heden in wetgevende zin (onder andere
                    systeemspecificaties) nooit als een logische eenheid beschouwd. Er zijn door de
                    rijksoverheid zelfs verschillende adresstandaards ontwikkeld, waarvan het
                    gebruik binnen het openbaar bestuur bovendien verplicht is voorgeschreven
                    (NEN-norm en GBA-norm). De registratie van adressen en het interbestuurlijk
                    gebruik daarvan moet dus met de nodige (wettelijke) zorg worden omgeven. De
                    zogeheten authentieke registraties - waarover zo meer - zullen daarin
                    verbetering moeten brengen. Men moet zich wel bedenken dat het adres, ook als
                    dat actueel, betrouwbaar en compleet is bijgehouden, in de verschillende
                    registraties steeds iets anders voorstelt. Het adres in de kadastrale
                    registratie is aan een andersoortig object gerelateerd dan in de
                    gebouwenregistratie. Voor de duidelijkheid volgen hieronder enkele
                    voorbeelden.</al><al>REGISTRATIE</al><al>OBJECT</al><al>OBJECTIDENT</al><al>TOEGANGSGEG.</al><al>BELASTING BESTAND</al><al>BELASTING-OBJECT</al><al>WOZ-NUMMER</al><al>ADRES</al><al>GEBOUWEN-REGISTRATIE</al><al>VERBLIJFS EENHEID</al><al>NUMMER VERBLIJFSEENHEID</al><al>ADRES</al><al>KADASTRALE REGISTRATIE</al><al>KADASTRAALPERCEEL</al><al>KADASTRAALPERCEELNUMMER</al><al>ADRES</al><al>GEOMETRISCH BESTAND</al><al>VASTGOEDELEMENT</al><al>COÖRDINATEN ELEMENT</al><al>ADRES</al><al>GEMEENTELIJKE BASISREGISTR.</al><al>NATUURLIJK PERSOON</al><al>A-NUMMER/ SOFINUMMER</al><al>ADRES</al><al>HVS-REGISTERS KVK</al><al>RECHTSPERSOON</al><al>KVK-NUMMER</al><al>ADRES</al><al/><al/><al>Afbeelding 1. Overzicht objecten, objectidentificaties en toegangsgegevens </al><al>Elke registratie bevat doorgaans één soort object van registratie. In de
                    WOZ-bestanden (waardering onroerende zaken) is het object van registratie het
                    'belastingobject', in de kadastrale registratie wordt het object gevormd door
                    het 'kadastraal perceel', terwijl in de geometrische bestanden het object van
                    registratie wordt gevormd door 'het element'. In de gebouwenregistratie is het
                    object van registratie 'de verblijfseenheid' en bij handels-, verenigingen- en
                    stichtingenregistratie vormt de 'rechtspersoon' het object van registratie. In
                    een geautomatiseerde registratie wordt elk afzonderlijk object van registratie
                    geïdentificeerd of aangeduid met een unieke code, de zogeheten
                    objectidentificatie. In het belastingenbestand is dat het 'WOZ-nummer' en in de
                    gebouwenregistratie zou dat het 'verblijfseenheidnummer' moeten zijn, terwijl in
                    het geometrisch bestand het vastgoedelement (bijvoorbeeld gebouw) wordt voorzien
                    van een set coördinaten of een vlak met bijbehorende gegevens. In de kadastrale
                    registratie wordt aan het perceel een kadastrale aanduiding meegegeven. Ook in
                    andere bestanden dan die voor vastgoed komt deze unieke aanduiding per object
                    voor. Zo wordt bijvoorbeeld in de GBA een natuurlijk persoon aangeduid met een
                    'A-nummer' en met het 'sofi-nummer', terwijl in de bestanden van de Kamers van
                    Koophandel aan elke rechtspersoon een 'KVK-nummer' is toegekend. In afbeelding 1
                    is een en ander overzichtelijk weergegeven. Het adres zal doorgaans in de zes
                    beschreven registraties wel te vinden zijn, maar de daaraan gerelateerde
                    gegevens zijn niet altijd bruikbaar. Het adres leidt bijvoorbeeld in het
                    belastingbestand en in de kadastrale registratie naar een aantal kadastrale
                    percelen, maar het zal niet in beide gevallen om dezelfde percelen gaan. In het
                    belastingbestand worden kadastrale percelen gevonden die behoren tot het
                    WOZ-object. In de kadastrale registratie daarentegen gaat het om percelen die
                    behoren tot de onroerende zaak. Daar kunnen grote afwijkingen tussen bestaan.
                    Waakzaamheid is geboden bij het leggen van relaties op basis van het adres. Voor
                    verdere informatie wordt verwezen naar het VNG-handboek 'Benoemen, nummeren en
                    begrenzen'.</al><al>5. Adres en brondocumenten </al><al>Als adresgegevens in vrijwel alle overheidsregistraties voorkomen, dan moeten
                    die gegevens ook in tal van (bron)documenten zijn terug te vinden. Als er
                    foutieve of niet actuele adressen in deze brondocumenten worden verwerkt, dan
                    leidt dat tot fouten in de registratie. Dat heeft gevolgen voor de
                    interbestuurlijke informatievoorziening. Louter als voorbeeld - er zijn vele
                    andere voorbeelden voorhanden - wordt in deze paragraaf de opname van een adres
                    in notariële akten beschreven. In notariële akten betreffende onroerende zaken
                    is sprake van een beschrijving van de feitelijke toestand (onder andere het
                    adres, aard en feitelijke gesteldheid). De feitelijke omschrijving dient om de
                    bedoeling van partijen bij de overdracht van een onroerende zaak beter tot
                    uitdrukking te brengen en met name door de plaatselijke ligging, aard en gebruik
                    nader aan te duiden of door de terreinkenmerken te beschrijven. </al><al>Deze feitelijke omschrijving geeft maar al te vaak - in termen van bijvoorbeeld
                    aard, gebruik en adres - de feitelijkheden vaak niet goed weer. De in de
                    notariële akte opgenomen feitelijke omschrijving van partijen komt regelmatig
                    niet overeen met de door de gemeente formeel vastgestelde feitelijkheden. De
                    overdracht van de onroerende zaak zelf zal daar doorgaans weinig hinder van
                    ondervinden, maar via de akte komen foutieve adressen en onjuiste weergave van
                    aard en gesteldheid in de kadastrale registratie terecht. De kadastrale
                    informatie wordt op grote schaal binnen het openbaar bestuur gebruikt, inclusief
                    de feitelijke gegevens die afwijken van de door de gemeentelijk vastgestelde
                    feitelijkheden. Als voorbeeld een in een notariële akte aangetroffen
                    omschrijving: </al><al>'... winkelruimte met drie bovenliggende woningen cum annexis ..., zoals ter
                    plaatse kennelijk is aangegeven met Dorpsstraat 10 en 11 te Zunderdorp ... </al><al>Een snelle blik in de Gebouwenkartotheek maakt duidelijk dat hier sprake is van
                    een winkelwoning (winkel met achterliggende woning) met slechts één
                    bovenliggende woning. De woning op de eerste etage heeft via een zogeheten door
                    de gemeente uitgevoerde herbeschrijving een bedrijfsbestemming gekregen en is
                    onderdeel van de winkel geworden. De woning achter de winkel heeft haar
                    bestemming gehouden. De woningen op de tweede en derde verdieping zijn eveneens
                    via een herbeschrijving samengevoegd tot één woning. Het gaat dus feitelijk om
                    een winkel op de begane grond en eerste verdieping met een achterliggende woning
                    op de begane grond, alsmede om één woning gelegen op de tweede en derde
                    verdieping. Controle van de in de akte genoemde plaatselijke aanduiding met het
                    adressenbestand van de gemeenten geeft aan dat nummer 10 is opgedeeld in 10a en
                    10b, respectievelijk 10a voor de winkelwoning en 10b voor de woning liggende op
                    de tweede en derde verdieping. Nummer 10 bestond dus vóór het opmaken van de
                    akte al niet meer. Nummer 11 is door de gemeente nooit uitgegeven. De oneven
                    nummers liggen trouwens aan de overzijde van de straat. De vervreemder bleek het
                    nummer eigenhandig op de gevel te hebben aangebracht. Het toekennen van een
                    nummering aan het bijgebouw was destijds door de gemeente geweigerd, omdat de
                    bouwkundige staat van het gebouw een bedrijfs- of woonbestemming niet toeliet.
                    Door het zelf aanbrengen van een niet-bestaand nummer wordt gesuggereerd dat het
                    bijgebouw een officiële bestemming of status heeft. </al><al>De notaris zou eigenlijk niet uitsluitend moeten afgaan op de feitelijke
                    toestand, zoals die door de voor hem verschijnende partijen wordt aangereikt.
                    Het geeft vaak meer verwarring dan duidelijkheid. De notaris zou eigenlijk
                    verplicht het gemeentelijk adressenbestand moeten raadplegen, maar een sluitende
                    en landsdekkende gemeentelijke registratie van adressen is (nog) niet
                    voorhanden. In gevallen dat een gemeente wel over een dergelijk bestand
                    beschikt, dan is dat voor de notaris niet of niet eenvoudig toegankelijk. De
                    vraag rijst zelfs of de notaris in de toekomst hier wel de actiefste rol zou
                    moeten vervullen. De makelaar zou er immers voor kunnen zorgdragen dat aan het
                    koopcontract een uittreksel uit het gemeentelijk adressenbestand wordt
                    toegevoegd. Maar ook voor de makelaar geldt vooralsnog dat het gemeentelijk
                    adressenbestand - als het er al is - niet eenvoudig toegankelijk is. </al><al>Het is een van de vele voorbeelden van de functie van het adres in
                    brondocumenten, waaruit blijkt dat de gemeente de naamgeving en nummering met de
                    nodige zorg dient te regelen en dat deze gegevens voor derden op eenvoudige
                    wijze toegankelijk moeten worden gemaakt. Dit alles is afhankelijk van het
                    nauwgezet benoemen van delen van de openbare ruimte (gemeentenaam,
                    woonplaatsnaam en naamgeving openbare ruimte) en het nummeren van objecten
                    (gebouwen, ligplaatsen, standplaatsen en omheinde terreinen). Er zijn maar een
                    beperkt aantal gemeenten die terzake beleidsregels hebben vastgesteld. Vandaar
                    dat het VNG-handboek over naamgeving en nummering handreikingen voor het
                    opstellen van beleidsregels bevat. De VNG onderzoekt thans of het opstellen van
                    VNG-modelbeleidsregels realiseerbaar is.</al><al>6. Adres en het stelsel van basisregistraties </al><al>Het is nog nooit goed in kaart gebracht, maar deelonderzoeken hebben aangetoond
                    dat niet-sluitende procedures inzake het toekennen van adressen en de slechte
                    registratie daarvan leidt tot extra capaciteitsbeslag, rentederving,
                    afbreukrisico, ontevreden burgers, beroep- en bezwaarschriften en dergelijke.
                    Het is overigens een probleem dat de gemeenten - wegens tal van (wettelijke)
                    belemmeringen - niet zelf kunnen oplossen. Door het ministerie van Binnenlandse
                    Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is daarom kortgeleden het initiatief genomen
                    om te komen tot het stroomlijnen van basisgegevens binnen de overheid. Voorlopig
                    is gekozen voor zes belangrijke registraties, want niet alles kan
                    tegelijkertijd. Gewerkt wordt aan het stroomlijnen van gegevens over personen
                    (GBA), rechtspersonen (handels-, verenigingen- en stichtingenregister van de
                    Kamers van Koophandel), eigendomsgegevens inzake onroerende zaken (Kadaster),
                    geometrische gegevens (topografische kaart en mogelijk ook de GBKN),
                    gebouwgegevens (door gemeenten op te bouwen) en adresgegevens (door gemeenten op
                    te bouwen). Deze zes registraties worden verheven tot zogeheten authentieke
                    basisregistraties, waaronder wordt verstaan: 'een door de overheid officiële als
                    zodanig aangewezen registratie van gegevens, die in hun soort de enige grondslag
                    vormen voor de uitvoering van overheidstaken'. De basis voor dit stelsel van
                    basisregistraties is het adres, dat moet worden gezien als het enige verbindende
                    element tussen deze basisregistraties (zie ook paragraaf 3 van deze algemene
                    toelichting). Dit betekent dat de gemeente op termijn of krachtens wet in ieder
                    geval de registratie van adressen moet gaan bijhouden en dat de rest van de
                    overheid deze adresgegevens niet meer zelf mag verzamelen en registreren en
                    verplicht gebruik moet maken van de gemeentelijke authentieke basisregistratie
                    adressen.</al><al>7. Wettelijke grondslag </al><al>Tot 1 januari 1994 was de plicht van gemeenten om een systematische registratie
                    van adressen bij te houden geregeld in artikel 41 e.v. van het Besluit
                    bevolkingsboekhouding. In dit artikel wordt aan de afdeling Bevolking opgedragen
                    een woningregister (actueel register van adressen) bij te houden. Het Besluit
                    bevolkingsboekhouding geeft niet aan welk organisatieonderdeel de benoeming van
                    namen aan de openbare ruimte en het nummeren van objecten moest uitvoeren. In
                    veel gemeenten is deze taak ook nooit door de afdeling Bevolking (Burgerzaken)
                    uitgevoerd. Het Besluit bevolkingsboekhouding spreekt verder uitsluitend over
                    'systematisch nummeren' en niet over 'namen'. In de afgelopen jaren is men ervan
                    uitgegaan dat de naamgeving werd geregeld in artikel 174 van de Gemeentewet
                    1851. Nader onderzoek heeft uitgewezen dat het zeer twijfelachtig is dat artikel
                    174 ook de naamgeving van de openbare ruimte omvatte (zie hiervoor verder de
                    VNG-publicatie 'Benoemen, nummeren en begrenzen'). </al><al>Na invoering van de GBA, die niet meer is geordend op adres- maar op basis van
                    subjectgegevens, is ook het belang van de afdeling Burgerzaken om zelf de
                    naamgeving en nummering te regelen sterk afgenomen. Men hoeft ook geen
                    woningregister meer bij te houden. In de afgelopen jaren is deze taak in veel
                    gemeenten dan ook overgegaan naar de afdeling die met de gemeentelijke
                    vastgoedregistratie is belast, bijvoorbeeld de afdeling Landmeten en
                    Cartografie, de afdeling Vastgoedinformatie of het bureau Gemeentekadaster. Een
                    goed verdedigbare stap, omdat het uitwerken van bouwkundige plannen tot straten
                    en nummers, het vervaardigen van naamtekeningen en nummerkaarten en handhaven
                    van de toegekende en geplaatste naam- en nummerborden geen taak is die bij
                    uitstek door de afdeling Burgerzaken dient te gebeuren. In toenemende mate
                    kiezen gemeenten ervoor om de naamgeving en nummering onder te brengen bij een
                    organisatieneutrale (onafhankelijke en dienstverlenende) afdeling. </al><al>In de Gemeentewet 1992 wordt het benoemen van de openbare ruimte en het nummeren
                    van objecten onderdeel van de huishouding van de gemeente. De bevoegdheid van de
                    raad om de huishouding van de gemeente vorm te geven is geregeld in artikel 124,
                    eerste lid, Grondwet en in de Gemeentewet in de artikelen 108, eerste lid en
                    147. Kortom, het regelen van de huishouding van de gemeenten en de bevoegdheid
                    tot het maken van een verordening inzake het toekennen van namen en nummers
                    behoort tot de autonome bevoegdheid van de gemeenteraad. Ook daar is verandering
                    in gekomen in het kader van het dualistische stelsel. De kern van het dualisme
                    is de ontvlechting van de positie en bevoegdheden van de raad en het college. De
                    kaderstellende en controlerende bevoegdheden worden bij de raad gelegd en de
                    bestuursbevoegdheden worden bij het college geconcentreerd. Er kunnen drie typen
                    bestuursbevoegdheden worden onderscheiden: de bestuursbevoegdheden die in de
                    Gemeentewet zijn opgenomen, de bestuursbevoegdheden in medebewindwetten en de
                    autonome bevoegdheden. De bestuurlijke bevoegdheden die in de Gemeentewet zijn
                    opgenomen zijn met de inwerkingtreding van de Wet dualisering van het
                    gemeentebestuur (Stb. 2002, 111) bij het college gelegd. De bevoegdheden die in
                    medebewindwetten, zoals de Wet gemeentelijke basisadministratie
                    persoonsgegevens, zijn opgenomen, zullen door een wetsvoorstel dualisering
                    gemeentelijke medebewindbevoegdheden aan het college worden toegekend. Dit
                    wetsvoorstel is in voorbereiding en zal naar verwachting in 2003 in werking
                    treden. Voor de toekenning van de autonome bestuursbevoegdheden aan het college
                    is een grondwetswijziging noodzakelijk. Deze grondwetswijziging zal nog enige
                    tijd op zich laten wachten, aangezien dit wetsvoorstel nog in voorbereiding is
                    en daarna in twee lezingen door de Tweede Kamer en Eerste Kamer moet worden
                    aanvaard. </al><al>De naamgeving en nummering kan aangemerkt worden als een autonome
                    bestuursbevoegdheid. Deze bevoegdheid blijft dus nog bij de raad liggen. Pas na
                    de aanvaarding van de grondwetswijziging en een wijziging van de artikelen 108
                    en 147 van de Gemeentewet kan deze bevoegdheid aan het college worden toegekend.
                    Wel kan de raad ervoor kiezen - zij doet daar ook verstandig aan - om
                    vooruitlopend op deze wijziging de bevoegdheid tot naamgeving en nummering aan
                    het college te delegeren. Ter volmaking van het dualistische stelsel ligt dit
                    ook in de rede. Wel blijft ook in het dualistische stelsel de verordende
                    bevoegdheid bij de raad liggen. Dit betekent dat de bevoegdheid tot vaststelling
                    van een verordening op de naamgeving en nummering bij de raad blijft berusten.
                    De raad kan er echter ook nu al voor kiezen om de verordende bevoegdheid ter
                    zake van naamgeving en nummering op grond van artikel 156 Gemeentewet ook aan
                    het college te delegeren.</al><al/><al>8. Naamgeving door medeoverheden </al><al>Het komt nog steeds voor dat niet-gemeentelijke overheden namen geven aan delen
                    van de openbare ruimte. Zonder overleg met de gemeenten worden bijvoorbeeld door
                    Rijkswaterstaat namen bedacht voor viaducten, bruggen, tunnels, afritten en
                    verkeersknooppunten. Rijkswaterstaat beschikt niet over een wettelijke
                    bevoegdheid om namen aan deze objecten toe te kennen, omdat deze objecten
                    onderdeel zijn van de openbare ruimte in de gemeente. In de gemeentelijke
                    modelverordening is immers bepaald dat het anderen verboden is delen van de
                    openbare ruimte te benoemen en nummers aan objecten toe te kennen. Wel zouden de
                    hogere overheden deze bevoegdheid aan zich kunnen trekken, maar daarvoor is wel
                    een bijzondere wetsbepaling nodig. Tot de invoering van een dergelijk
                    wetsbepaling zal het wel nooit komen, omdat dit een onderwerp is dat tot de
                    gemeentelijke huishouding behoort en daarmee tot de gemeentelijke autonomie. </al><al>Er zijn voorbeelden van gemeenten die hierover fikse aanvaringen hebben gehad
                    met andere overheden. Na ampel beraad moesten deze overheden toegeven, dat zij
                    geen wettelijke bevoegdheid hebben tot het toekennen van namen. Gemeenten
                    handelen overigens niet voortvarend als het gaat om het bestrijden van
                    naamgeving van de openbare ruimte door medeoverheden en dat leidt tot
                    precedentwerking. De gemeente heeft in principe de bevoegdheid andere
                    overheidsinstanties te dwingen eventueel door hen toegekende en zichtbaar ter
                    plaatse aangegeven namen voor delen van de openbare ruimte in te trekken. De
                    vraag is of dat een goede werkwijze is. Beter is het om voortaan in vroeg
                    stadium zelf met naamvoorstellen te komen. Oude gevallen van naamtoekenning door
                    derden alsnog laten intrekken heeft weinig zin; een reeds geaccepteerde
                    officieuze naam kan dan beter worden geformaliseerd door alsnog voor deze naam
                    een naambesluit te nemen. Dat besluit moet ook worden toegezonden aan de
                    overheid die deze naam destijds ten onrechte heeft toegekend. Gemeenten zouden
                    deze twee mogelijkheden vaker moeten toepassen, maar van deze mogelijkheden
                    wordt te weinig gebruikgemaakt. Het toepassen van bevoegdheid tot intrekking van
                    officieuze namen is pas aan de orde als men de voorstellen en oplossingen van de
                    gemeente doelbewust negeert.</al><al>9. Modelverordening en uitvoeringsvoorschriften </al><al>Op aandringen van onder andere gemeentelijke vastgoeddeskundigen en
                    coördinatoren Informatievoorziening en Automatisering (I&amp;A) is bij het
                    opstellen van de modelverordening voor naamgeving en nummering de mogelijkheid
                    opgenomen om verschillende zaken van uitvoerende aard in afzonderlijke
                    uitvoeringsvoorschriften te regelen. Dit komt de overzichtelijkheid van de
                    verordening ten goede. Uitvoeringsvoorschriften kunnen per gemeente verschillen
                    en zijn derhalve maar op enkele onderdelen uitgewerkt. Gemeenten dienen deze
                    uitvoeringsvoorschriften aan te vullen met bepalingen die aansluiten bij de
                    situatie in de gemeente. </al><al/><al>10. Algemene wet bestuursrecht </al><al>Het toekennen van een naam of een nummer op grond van de verordening is een
                    beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De beschikking
                    zal aan de formele en materiële eisen van de Awb moeten voldoen. Op grond van de
                    Awb is het mogelijk tegen een beschikking een bezwaarschrift in te dienen bij
                    het beschikkende bestuursorgaan. Daarna staat de mogelijkheid open om een
                    beroepschrift in te dienen bij de sector Bestuursrecht van de
                    arrondissementsrechtbank. Het besluit tot hernummering of tot intrekking van een
                    nummer is ook een beschikking. In geval van naamgeving rijst vaak de vraag of er
                    wel sprake is van een beschikking. Deze vraag kan bevestigend worden beantwoord,
                    omdat het besluit zich richt op bepaalde, concreet aanwijsbare objecten en het
                    besluit gebaseerd is op een publiekrechtelijke regeling, die een gedoogplicht
                    inhoudt voor de rechthebbende op onroerende zaken in verband met het op deze
                    objecten aanbrengen van naam- en nummerborden. Op grond van deze verordening zal
                    derhalve in de regel sprake zijn van een beschikking tot naamgeving. Indien een
                    aanvraag tot naamgeving of nummering afgewezen zou moeten worden of een besluit
                    tot naamgeving of nummering een belanghebbende treffen zou, moet worden bezien
                    of artikel 4:7 dan wel artikel 4:8 van de Awb van toepassing is. Deze artikelen
                    houden de verplichting in de aanvrager of belanghebbende te horen voordat het
                    besluit wordt genomen.</al><al/><al>11. Beleidsregels </al><al>Het college kan met betrekking tot de aan haar opgedragen taken in de
                    Modelverordening naamgeving en nummering beleidsregels vaststellen. Andere
                    gemeentelijke bestuursorganen, waaronder de commissie voor de naamgeving, moeten
                    bij de uitoefening van hun bevoegdheden rekening houden met deze beleidsregels.
                    Deze regels gaan bijvoorbeeld over de wijze waarop belangen worden afgewogen, de
                    methode waarop feiten worden vastgesteld of over de in acht te nemen
                    uitgangspunten. Het vaststellen van beleidsregels ten aanzien van het toekennen
                    van namen aan delen van de openbare ruimte en het toekennen van nummers aan
                    objecten is aan te bevelen. In de afgelopen periode is, bij de behandeling van
                    beroeps- en bezwaarschriften en bij beroep op de administratief rechter, het
                    ontbreken van een vast gemeentelijk beleid (vastgestelde beleidsregels) nadelig
                    gebleken. In de VNG-publicatie 'Benoemen, nummeren en begrenzen' worden
                    handreikingen gedaan die richtinggevend zijn voor de ontwikkeling en vormgeving
                    van een vast gemeentelijk beleid inzake naamgeving en nummering. Het hanteren
                    van de door het bestuursorgaan vastgelegde beleidsregels impliceert dat het
                    bestuursorgaan ook aan deze regels is gebonden. Afwijken van de gestelde regels
                    is niet zonder meer mogelijk. Wijziging van de beleidsregels is slechts mogelijk
                    met inachtneming van het zorgvuldigheidsbeginsel. Bovendien kunnen burgers
                    rechten aan de vastgestelde beleidsregels ontlenen. Afwijking van de
                    vastgestelde beleidsregels zonder voldoende motivering is strijdig met het
                    vertrouwensbeginsel.</al><al/><al>12. Regelen van de gevolgen </al><al>Bij het gebruik van de bevoegdheid tot naamgeving en nummering moet het college
                    rekening houden met de belangen van met name bewoners en bedrijven. Wijziging
                    van de naam of het nummer treft de belangen van bewoners en bedrijven. In
                    bepaalde gevallen kan er sprake zijn van een gemeentelijke gehoudenheid tot het
                    regelen van de gevolgen van de wijzigingsbesluiten. Een aantal punten is hierbij
                    van belang: </al><al>1. Tussen het besluit tot wijziging en de uitvoering van de wijziging dient
                    voldoende tijd te liggen, zodat de bewoners en de bedrijven zich op de
                    gewijzigde naam of het veranderde nummer kunnen voorbereiden. Hoe langer deze
                    periode is, hoe minder de gemeente gehouden is tot compenserende maatregelen. In
                    artikel 11 is een periode van een jaar genoemd, waarbinnen de oude en de nieuwe
                    naam of het oude en het nieuwe nummer naast elkaar kunnen worden gebruikt (derde
                    lid). Deze periode kan voor gewone gevallen als een redelijke
                    voorbereidingsperiode worden gezien. Gevallen die hiervan afwijken, zoals sterk
                    naar buiten tredende bedrijven met een groot klantenpotentieel, moeten op
                    zichzelf worden bezien. In het algemeen verdient het aanbeveling in een vroeg
                    stadium contact op te nemen met de betrokken bedrijven. De Awb kent deze
                    verplichting op grond van artikel 4:8. </al><al>2. Voor de gevallen waarin de gemeente gehouden kan worden tot het vergoeden van
                    de gemaakte kosten, is geen algemene norm aan te geven waaruit de hoogte of vorm
                    van de vergoeding kan worden afgeleid. </al><al>3. Indien de wijziging bewoners betreft en er een korte voorbereidingsperiode
                    geldt, is het beschikbaar stellen van een aantal adreswijzigingskaarten in de
                    meeste gevallen een redelijke vorm van schadeloosstelling. </al><al>4. Bedrijven die ook bij een voorbereidingsperiode van een jaar onevenredig in
                    hun belangen worden getroffen, kunnen een aanspraak maken op vergoeding van een
                    deel van de kosten die ze maken. Daarbij zijn de volgende aspecten te overwegen: </al><al>- de bevoegdheid van de gemeente om tot wijziging te besluiten; </al><al>- het maatschappelijk risico dat een bedrijf dientengevolge toe te rekenen is; </al><al>- de lengte van de voorbereidingsperiode; </al><al>- de specifieke aspecten van het bedrijf; </al><al>- de voorraad naar buiten gerichte kantoorbescheiden en productonderdelen met
                    adresvermelding; </al><al>- de actualiteit van de onder e genoemde zaken; </al><al>- het gemiddelde gebruik of de omzet per tijdsperiode van de onder e genoemde
                    zaken; </al><al>- de mogelijkheid tot bedrijfseconomische en fiscale afschrijving van de onder e
                    genoemde zaken. </al><al/><al>Artikel 1 </al><al>tekst artikel </al><al>In artikel 1 is een nummer gedefinieerd als een cijferreeks dat bestaat uit een
                    of meer Arabische cijfers, al dan niet met toevoeging van een letter- of
                    cijfercombinatie. Het is ongebruikelijk in het nummer Romeinse cijfers op te
                    nemen. Desondanks laat het 'Logisch ontwerp GBA' deze mogelijkheid open. Het
                    begrip 'bouwwerk' is opgenomen, omdat het van belang is voor de naamgeving. Aan
                    bijvoorbeeld bruggen en viaducten, als onderdeel van de openbare ruimte, kan de
                    gemeente namen toekennen. Aan bouwwerken worden overigens geen nummers
                    toegekend, omdat zij geen voor mensen toegankelijke ruimte bevatten. </al><al/><al>Artikel 2 </al><al>tekst artikel </al><al>Na lange periode van discussie over de bevoegdheid tot het vaststellen van de
                    gemeentenaam is de Gemeentewet 1992 daar duidelijk over. Artikel 158 van de
                    Gemeentewet bepaalt - ook na de dualisering van het gemeentebestuur in 2002 -
                    dat de raad de naam van de gemeente kan wijzigen. Deze bevoegdheid geldt
                    ongeacht of de naam eerder bij wet is vastgesteld. De gemeenteraad zal de
                    gevolgen daarvan, zowel maatschappelijke als financiële, in zijn besluitvorming
                    mee moeten wegen. Wel moet een raadsbesluit tot wijziging van de gemeentenaam
                    ter kennis worden gebracht van de minister van Binnenlandse Zaken en
                    Koninkrijksrelaties en het provinciaal bestuur. Tevens is bepaald dat de in het
                    raadsbesluit genoemde ingangsdatum moet zijn gelegen ten minste een jaar na de
                    datum van het raadsbesluit. De voorgeschreven termijn van invoering stelt de
                    minister en het provinciaal bestuur in staat zonodig bepaalde werkzaamheden uit
                    te voeren. Daarbij moet bijvoorbeeld worden gedacht aan het vervaardigen van een
                    nieuw of aangepast gemeentewapen en de registratie daarvan bij de Hoge Raad van
                    Adel. Maar de termijn van een jaar is ook nuttig voor de gemeente, omdat
                    verandering van de naam de nodige gevolgen zal hebben voor de administratieve
                    organisatie. Alleen al uit registratieve overwegingen is het dringend gewenst
                    een nieuwe gemeentenaam op 1 januari te laten ingaan. In de verordening is het
                    geven van een naam aan de gemeente niet meegenomen, omdat dit is geregeld in de
                    Gemeentewet (de gemeentenaam is ook nog geen onderdeel van het adres). </al><al>Over de woonplaats en woonplaatsgrens bestaat veel onduidelijkheid. De komgrens,
                    zoals vervat in de Wegenwet, wordt vaak aangezien voor een woonplaatsgrens, maar
                    dat is onjuist. De woonplaatsgrens valt soms samen met de komgrens, maar dat is
                    een gelukkige coïncidentie. Het is veelal onduidelijk waar de grenzen van
                    woonplaatsen lopen. Wie bijvoorbeeld binnen de gemeente Dronten van
                    Biddinghuizen naar Swifterbant reist, zal ergens halverwege - men heeft dan de
                    komgrens al gepasseerd - de woonplaats Biddinghuizen verlaten en woonplaats
                    Swifterbant binnengaan. De woonplaatsgrens ligt dus veelal in wat in het
                    spraakgebruik wordt aangeduid met het buitengebied. Toch heeft elke gemeente een
                    woonplaatsgrens vastgesteld. Destijds heeft PTT Post (hierna te noemen TPG Post)
                    in overleg met elke gemeente een voorstel gemaakt over de woonplaatsgrenzen. TPG
                    Post heeft namelijk haar postcoderegistratie gebaseerd op woonplaatsen. Het
                    gemeentebestuur is vervolgens gevraagd formeel in te stemmen met dit voorstel.
                    Begin jaren zeventig zijn alle gemeenten - soms na wat aanpassingen -
                    schriftelijk akkoord gegaan met de voorstellen van TPG Post. </al><al>De overeengekomen woonplaatsgrens heeft gevolgen voor de gemeente. Gemeenten
                    moeten bij het toekennen van namen aan delen van de openbare ruimte en het
                    toekennen van nummers aan objecten namelijk rekening houden met deze
                    woonplaatsgrenzen. Indien een nummerbeschikking leidt tot wijziging van de
                    postcoderegistratie - hiervan is sprake als de nummering van een ene woonplaats
                    doorloopt op het gebied van een andere woonplaats - worden de kosten daarvan bij
                    de gemeente in rekening gebracht. Er zijn overigens door TPG Post en de VNG
                    afspraken gemaakt over wijzigingen waarop de kostenverrekening al dan niet van
                    toepassing is (zie hiervoor het convenant tussen de VNG en PTT Post BV in
                    hoofdstuk 6, paragraaf 9 van de VNG-publicatie 'Benoemen, nummeren en
                    begrenzen'). Er is een aantal gemeenten die de woonplaatsgrenzen, al dan niet in
                    samenhang met de wijk- en buurtindeling, bij raadsbesluit (hebben) laten
                    vaststellen. Het streven van de gemeente moet er immers op zijn gericht om
                    wijzigingen van woonplaatsgrenzen waar mogelijk te voorkomen of tot een minimum
                    te beperken. </al><al>Naast het vaststellen van de grenzen van een woonplaats zal ook een naam voor
                    dat gebied moeten worden bedacht. Het toekennen van namen aan woonplaatsen wijkt
                    niet af van het proces van naamgeving van de openbare ruimte. Het is ook
                    wenselijk om dezelfde procedure te volgen. Het benoemen van woonplaatsen komt
                    relatief zeer weinig voor, maar juist hier geldt dat de naam met zorg moet
                    worden gekozen. De naam moet veelal generaties lang mee. Het is verstandig om
                    bij het vaststellen van een woonplaatsnaam vooraf contact op te nemen met TPG
                    Post (zie ook hoofdstuk 6, paragraaf 9 van de VNG-publicatie 'Benoemen, nummeren
                    en begrenzen'). </al><al>In het kader van de Volkstelling 1971 is tussen gemeenten, de provinciale
                    planologische diensten en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) een
                    gebiedsindeling overeengekomen, die wordt aangeduid met de term 'CBS-wijk- en
                    buurtindeling'. Deze indeling werd noodzakelijk geacht, omdat op provinciaal en
                    landelijk niveau behoefte bestond aan inzicht in de onderverdeling van het
                    gemeentelijk grondgebied. Sinds 1971 heeft het echter ontbroken aan systematisch
                    interbestuurlijk overleg over dit onderwerp, waardoor onduidelijkheid kon
                    ontstaan over de te hanteren wijk- en buurtindeling. Zo is gebleken dat tal van
                    veranderingen in de wijk- en buurtindeling die door gemeenten zijn doorgevoerd,
                    niet bekend zijn bij het CBS. Ook is gebleken dat veel van de veranderingen in
                    de wijk- en buurtindeling wel bij het CBS bekend zijn, maar door het CBS zelf
                    zijn afgeleid uit de sinds 1980 ingevoerde jaarlijkse opgave van gemeenten. Op
                    provinciaal en landelijk niveau heeft een en ander geleid tot het ontstaan van
                    onzekerheid over de actualiteitswaarde en vergelijkbaarheid van aan wijk- en
                    buurtindelingen gerelateerde gegevens van verschillende gemeenten. Dit heeft het
                    Interprovinciaal Overleg (IPO) voor de ruimtelijke ordening ertoe aangezet de
                    minister van Economische Zaken te vragen om het CBS te verzoeken zijn
                    coördinerende rol qua wijk- en buurtindeling te reactiveren. De minister heeft
                    dit verzoek ingewilligd. Dit heeft echter tot op heden nog niet geleid tot
                    nadere bijhoudingsregels voor de wijk- en buurtindeling. Gemeenten dienen zich
                    dan ook te houden aan de CBS-wijk- en buurtindeling uit 1970. In de verordening
                    komt derhalve het benoemen van de wijken en buurten terug, wat tot de
                    bevoegdheid van het college wordt gerekend. </al><al>In veel gemeenten wordt de wijk- en buurtindeling verfijnd tot bouwblokken. Een
                    indeling naar bouwblok wordt van belang gevonden voor de verwerving van
                    onroerende zaken, het bouwblokonderzoek, het uitvoeren van bestemmingsplannen,
                    het opstellen van voorbereidingsbesluiten, de stratentabellen en het statistisch
                    onderzoek, maar ook voor de vuilophaaldienst, inentingsdistricten,
                    gebiedsindeling van sociale instellingen etc. Er bestaan geen voorschriften voor
                    de aanduiding van bouwblokken. Dit betekent dat gemeenten die de wijk- en
                    buurtindeling willen verfijnen tot bouwblokken naar eigen inzicht nummers kunnen
                    hanteren bij het aanduiden van de bouwblokken. De wijknamen worden vaak in een
                    kleiner lettersoort onder de naam op het naambord weergegeven. Een afzonderlijk
                    onder het naambord opgehangen wijkbordje heeft overigens de voorkeur. </al><al>In het tweede lid is het benoemen van delen van de openbare ruimte geregeld. De
                    openbare ruimte omvat meer dan alleen straten, plantsoenen en wegen. Zo worden
                    bijvoorbeeld ook waterlopen, sierwateren, bruggen, viaducten, metrostations,
                    dijken, meren en plassen veelal van een naam voorzien. Het benoemen van de
                    openbare ruimte is een bevoegdheid van het college. Dit benoemt delen van de
                    openbare ruimte indien dat naar zijn oordeel nodig is, maar de meeste gemeenten
                    streven ernaar om de totale openbare ruimte van namen te voorzien. De in het
                    tweede lid gehanteerde formulering sluit niet uit dat burgers een aanvraag tot
                    het benoemen van de openbare ruimte bij het college indienen. Zo'n aanvraag kan
                    in de regel worden aangemerkt als een verzoek van een belanghebbende om een
                    besluit te nemen in de zin van artikel 1:3, derde lid van de Awb. Op de
                    afwikkeling van de aanvraag zijn in ieder geval hoofdstuk 3 en 4 van de Awb van
                    toepassing (algemene en bijzondere bepalingen over besluiten). </al><al>Het derde lid bepaalt dat onder vaststellen, toekennen en verdelen, zoals vervat
                    in het eerste en tweede lid, tevens het wijzigen en intrekken wordt bedoeld.
                    Naar de huidige opvattingen impliceert vaststellen, toekennen en verdelen dat
                    men ook kan wijzigen en intrekken. Bij de behandeling van beroep- en
                    bezwaarschriften is dat echter vaak een punt van discussie. Vandaar dat ervoor
                    is gekozen om over de bevoegdheid tot wijzigen en intrekken een afzonderlijk lid
                    op te nemen.</al><al/><al>Artikel 3 </al><al>tekst artikel </al><al>Dit artikel regelt het toekennen van nummers aan gebouwen, complexen,
                    afgebakende terreinen, ligplaatsen en standplaatsen door het college. Hier is
                    niet voor de term 'huisnummer' gekozen omdat bij een afgebakend terrein of
                    ligplaatsen en standplaats niet kan worden gesproken van het nummeren van een
                    huis. Het toekennen van nummers aan lig- en standplaatsen raakt meer in zwang,
                    omdat woonschepen en woonwagens wettelijk worden beschouwd als woonruimte in de
                    zin van de Woningwet. </al><al>Veelal bestaat een gebouw uit verschillende zelfstandige delen. Voor een goede
                    bereikbaarheid qua dienstverlening (postbezorging, brandbestrijding,
                    politiehulp, ambulancediensten etc.) is het noodzakelijk deze zelfstandige delen
                    van een afzonderlijk nummer te voorzien. De registratie van woonadressen in de
                    GBA noodzaakt in de meeste gevallen al tot het afzonderlijk nummeren van deze
                    delen. Uitgangspunt daarbij is wel dat achter de voordeur door de gemeente niet
                    wordt genummerd. Kamers in verpleeghuizen, bejaardenhuizen, verpleegstershuizen,
                    alsmede kantoorunits, ruimten ten behoeve van inwoning en dergelijke worden niet
                    van gemeentewege genummerd. </al><al>De in het eerste lid gehanteerde formulering sluit niet uit dat burgers een
                    aanvraag tot nummertoekenning bij het college kunnen indienen. Ook deze aanvraag
                    kan in de regel worden aangemerkt als een verzoek van een belanghebbende om een
                    besluit te nemen in de zin van artikel 1:3, derde lid van de Awb. Op de
                    afwikkeling van de aanvraag zijn dan ook opnieuw in ieder geval hoofdstuk 3 en 4
                    van de Awb van toepassing (algemene en bijzondere bepalingen over besluiten). </al><al>In het tweede lid is vastgelegd dat een object een door het college toegekend
                    nummer ook feitelijk moet dragen. Daarmee wordt het college de mogelijkheid
                    geboden toe te zien op de naleving van het aanbrengen van nummers aan objecten.
                    Met het oog op de dienstverlening is het immers noodzakelijk dat de nummers die
                    door het college zijn toegekend ook ter plaatse terug zijn te vinden. Het ligt
                    niet voor de hand dat een gemeente de kosten die gepaard gaan met de uitwerking
                    van dit artikel, bij de eigenaar van het desbetreffende object in de vorm van
                    leges in rekening brengt. Er is immers niet duidelijk sprake van een individueel
                    belang. </al><al>Het derde lid bepaalt dat onder toekennen, zoals vervat in het eerste lid,
                    tevens wijzigen en intrekken moet worden verstaan. Naar de huidige opvattingen
                    impliceert toekennen dat men ook kan wijzigen en intrekken. Desondanks is dat
                    bij de behandeling van beroep- en bezwaarschriften vaak een punt van discussie.
                    Vandaar dat ervoor is gekozen om over de bevoegdheid tot wijzigen en intrekken
                    een afzonderlijk lid op te nemen.</al><al/><al>Artikel 4 </al><al>tekst artikel </al><al>Dit artikel regelt dat naamborden overeenkomstig de wens van het college zullen
                    worden aangebracht. De kosten daarvan komen voor rekening van de gemeente. Het
                    tweede lid verbiedt eenieder op eigen initiatief namen en nummers toe te kennen
                    door deze namen en nummers aan te brengen. </al><al>Vooral het door de burgers aanbrengen van zelfbedachte nummers aan de bij hen in
                    gebruik zijnde onroerende zaken is de laatste decennia hand over hand
                    toegenomen. Bovendien heeft recent onderzoek van een grote gemeente aangetoond
                    dat niet alleen 'eigen nummers' worden toegekend aan objecten, maar dat dikwijls
                    ook nummers ontbreken, niet leesbaar zijn of zo abstract zijn vormgegeven dat
                    zij niet meer aan de criteria van doeltreffendheid voldoen. De criteria van
                    doeltreffendheid dienen te worden uitgewerkt in de nadere
                    uitvoeringsvoorschriften, zoals vervat in artikel 7 van de verordening.
                    Overtreding van het tweede lid wordt strafbaar gesteld. </al><al/><al>Artikel 5 </al><al>tekst artikel </al><al>In verband met de dienstverlening dienen naamborden door of namens de gemeente
                    ter plaatse goed zichtbaar te worden aangebracht. Dit is mogelijk door de
                    naamborden te bevestigen aan gebouwgevels, terreinafscheidingen van derden of
                    paaltjes die op andermans terrein ten behoeve van de naamgeving mogen worden
                    geplaatst. Het artikel houdt echter ook rekening met de omstandigheid dat de
                    borden niet door de gemeente zelf, maar door derden worden aangebracht. Om te
                    voorkomen dat de leesbaarheid van de aangebrachte naamborden door hoog
                    opschietend groen, zonneschermen of reclameborden wordt belemmerd, is bepaald
                    dat de eigenaar ervoor dient te zorgen dat de bedoelde borden vanaf de openbare
                    weg leesbaar blijven.</al><al/><al>Artikel 6 </al><al>tekst artikel </al><al>Het aanbrengen van nummerbordjes is per gemeente verschillend geregeld. Sommige
                    gemeenten brengen de nummers zelf aan. Het aanbrengen van de nummers wordt in
                    bepaalde gevallen echter ook uitbesteed of overgelaten aan de aannemer, als
                    onderdeel van het uitvoeren van een bouwwerk. Ten slotte kan het ook aan de
                    eigenaar worden overgelaten om de nummers, conform de nadere gemeentelijke
                    voorschriften, aan te brengen. </al><al>In de modelverordening is gekozen voor een formulering waarbij de eigenaar het
                    nummer dient aan te brengen, tenzij het college anders besluit. Het laatste kan
                    bijvoorbeeld het geval zijn bij nieuwbouwprojecten, waarbij een uniform
                    uitgevoerde nummering wenselijk wordt geacht. Het verdient aanbeveling de
                    verantwoordelijkheid voor het aanbrengen van een nummer in de tekst van de
                    nummerbeschikking te regelen. </al><al>In het tweede lid is bepaald dat het door het college toegekende nummer binnen
                    een bepaalde termijn moet zijn aangebracht. Voor gevallen waarin het object nog
                    niet is voltooid, is in het derde lid een andere termijn gesteld. Het vierde lid
                    geeft het college de mogelijkheid de in het eerste en derde lid genoemde
                    termijnen te verlengen. </al><al/><al>Artikel 7 </al><al>tekst artikel </al><al>Dit artikel geeft het college de mogelijkheid nadere uitvoeringsvoorschriften te
                    stellen. Er kan in dit verband worden gedacht aan algemene eisen aan het te
                    gebruiken materiaal (bestand tegen weersinvloeden), alsmede aan andere
                    technische zaken, zoals de methode van nummering en maatvoering van de borden.
                    Ook kunnen de uitvoeringsvoorschriften een bepaling omvatten dat naast een
                    zelfvervaardigde nummerdrager - van geschilderde dakpannen tot ceramische tegels
                    en van zuiltjes tot deurschilderingen - het voorgeschreven nummerbordje altijd
                    aanwezig moet zijn op de bij verordening voorgeschreven plaats. Naast meer
                    technische uitvoeringsvoorschriften kan om verschillende redenen ook worden
                    gedacht aan uitvoeringsvoorschriften van administratieve aard. In de eerste
                    plaats vervullen naam- en nummergegevens een zeer wezenlijke functie in het
                    maatschappelijk verkeer. De dienstverlening (brandbestrijding, ambulancevervoer,
                    postbezorging etc.) kan niet zonder een goedsluitende registratie van namen en
                    nummers (adres). In de tweede plaats zijn tal van gemeentelijke registraties
                    geordend naar volgorde van naam en nummer (adres). In de derde plaats is een
                    systematische en eenduidige verstrekking van naam- en nummergegevens aan
                    instanties noodzakelijk. Zo bestaan er verplichtingen tot levering van
                    adresgegevens aan afnemers en derden in de zin van de Wet GBA en aan
                    bijvoorbeeld waterschappen en de Rijksbelastingdienst voor hun belastingheffing.
                    In de vierde plaats is een goede registratie van adressen noodzakelijk om
                    gemeentelijke bestanden te kunnen raadplegen en op elkaar af te stemmen. Ten
                    slotte vervullen de adresgegevens een belangrijke rol bij de uitkering uit het
                    gemeentefonds. Redenen genoeg om ook administratieve uitvoeringsvoorschriften te
                    formuleren (zie ook het algemeen deel, paragraaf 1, van de toelichting).</al><al/><al>Artikel 8 </al><al>tekst artikel </al><al>Het opleggen van verplichtingen, zoals vervat in de verordening, heeft alleen
                    zin wanneer ze ook kunnen worden afgedwongen zodra de regels worden overtreden.
                    Het is gebruikelijk aan lichte overtredingen een geldboete van de eerste
                    categorie te verbinden. In het tweede lid kunnen bijvoorbeeld medewerkers van
                    Bouw- en Woningtoezicht (BWT) worden aangewezen om op naleving van de
                    verordening toe te zien. Het voorbereiden van nummer- en naambeschikkingen en
                    het aanbrengen van de naamborden etc. zijn doorgaans taken waarmee medewerkers
                    van BWT zijn belast. De controle op de naleving kan dan ook beter aan deze
                    medewerkers worden opgedragen. </al><al/><al>Artikel 9 </al><al>tekst artikel </al><al>Dit artikel regelt de inwerkingtreding van de verordening. Tot 1 januari 2002
                    traden alle verordeningen in werking op de achtste dag na bekendmaking, tenzij
                    een ander tijdstip daarvoor was aangewezen (artikel 142 van de Gemeentewet).
                    Hierin is verandering gekomen door de inwerkingtreding van de Tijdelijke
                    referendumwet (Trw) op 1 januari 2002. Deze wet maakt referenda mogelijk over
                    onder andere de vaststelling, wijziging of intrekking van verordeningen. Wel
                    zijn enkele verordeningen uitgezonderd, maar die zijn hier niet van belang. De
                    vaststelling, wijziging of intrekking van bijvoorbeeld een APV of de verordening
                    inzake naamgeving en nummering is een besluit waarover een referendum kan worden
                    gehouden. Verordeningen waarvoor op grond van de Trw een referendum kan worden
                    gehouden treden, in afwijking van artikel 142 van de Gemeentewet, niet eerder in
                    werking dan zes weken na bekendmaking van de verordening (artikel 22 Trw). De
                    termijn van zes weken hangt ermee samen dat, na bekendmaking van de verordening
                    en na de mededeling dat over deze verordening een referendum kan worden
                    gehouden, een verzoek tot het houden van een referendum kan worden ingediend.
                    Wel kan worden gekozen voor een later tijdstip van inwerkingtreding.</al><al/><al>Artikel 10 </al><al>tekst artikel </al><al>Dit artikel regelt het vervallen van de oude regels en voorschriften. Deze
                    regels en voorschriften dienen met name te worden genoemd. Er kan niet worden
                    volstaan met de zinsnede 'met de inwerkingtreding van deze verordening komen
                    alle eerdere regels en voorschriften te vervallen'. Het artikel spreekt verder
                    voor zich. </al><al/><al>Artikel 11 </al><al>tekst artikel </al><al>Het principe van het benoemen van delen van de openbare ruimte en het nummeren
                    van gebouwen, complexen, onbebouwde terreinen, ligplaatsen en standplaatsen
                    dateert al uit de vorige eeuw. In de loop der jaren hebben vele voorschriften
                    gegolden. Het is niet zinvol bij de invoering van de verordening te eisen dat
                    alle namen en nummers in de gemeente dienen te worden aangepast aan de nieuwe
                    uitvoeringsvoorschriften, zoals geregeld krachtens artikel 7. Nummers die onder
                    het oude regime tot stand zijn gekomen blijven gehandhaafd. Het college heeft
                    wel de mogelijkheid om aanpassing van de nummers te eisen. Lid 3 is een nadere
                    uitwerking van lid 2.</al><al/><al>Artikel 12 </al><al>tekst artikel </al><al>De term 'huisnummer' is in principe geen juiste term voor het nummeren van
                    bijvoorbeeld afgebakende terreinen of standplaatsen en ligplaatsen en de term
                    'straatnaamgeving' is geen goede term voor het benoemen van openbaar (sier)water
                    en bouwwerken. Vandaar dat de titel van de modelverordening is veranderd in
                    'naamgeving en nummering (adressen)'.</al><al>Bijlage bij de Modelverordening naamgeving en nummering (adressen) </al><al>Bijlage A. </al><al>Technische uitvoeringsvoorschriften als bedoeld in artikel 7 </al><al>Het college van ... [gemeentenaam], gelet op artikel 3 en artikel 7 van de
                    Verordening naamgeving en nummering, besluit vast te stellen de volgende: </al><al>Technische uitvoeringsvoorschriften voor de nummering</al><al/><al>Artikel 1 </al><al>1. De wijze van toekenning van de nummers gebeurt overeenkomstig systeem ...
                    [systeemsoort(en)] uit de Nederlandse norm NEN 1773, uitgave 1983. </al><al>2. De voor de onderscheiden wijken en buurten geldende systemen zijn aangegeven
                    op de bij deze technische uitvoeringsvoorschriften behorende kaart
                    (facultatief).</al><al/><al>Artikel 2 Plaatsing van de nummerdragers </al><al>Nummerdragers worden aangebracht overeenkomstig het gestelde in de Nederlandse
                    norm NEN 1773, uitgave 1983. </al><al/><al>Artikel 3 Afmetingen en vormgeving nummerdragers </al><al>1. Nummerdragers moeten voldoen aan het gestelde inzake afmetingen en vormgeving
                    in de Nederlandse norm NEN 1774, uitgave 1959. </al><al>2. Indien niet kan worden voldaan aan het voorschrift van het eerste lid, hebben
                    de nummerdragers een mate van leesbaarheid die ten minste gelijkwaardig is aan
                    wat wordt beoogd met het eerste lid.</al><al/><al>Artikel 4 Materiaalkeuze voor de nummerdragers </al><al>Het materiaal dat wordt toegepast voor de vervaardiging van al dan niet te
                    verlichten nummerdragers, is in overeenstemming met het over de uitvoering van
                    de dragers gestelde in de Nederlandse norm NEN 1774, uitgave 1959. </al><al/><al>Artikel 5 Voeren oude en nieuwe nummers </al><al>Bij het gedurende een jaar naast elkaar gebruiken van de oude naam of het oude
                    nummer naast de nieuwe naam of het nieuwe nummer wordt de oude naam met een
                    streep en het oude nummer met een kruis doorgehaald (facultatief). </al><al/><al>Artikel 6 Naamdragers </al><al>De naamdragers moeten voldoen aan de gestelde functionele eisen ten aanzien van
                    de afmetingen, de uitvoering, de constructie, de kleursoorten en de
                    lichttechnische eigenschappen van de toegepaste materialen en de plaatsing van
                    naamborden en naamverwijsborden, zoals vervat in de Nederlandse norm NEN 1772,
                    uitgave 1992. Aldus vastgesteld door het college in de vergadering van ...
                    [datum]. De secretaris, De burgemeester,</al><al/><al>Toelichting bijlage A: technische uitvoeringsvoorschriften </al><al>Artikel 1 </al><al>Lid 1. Ook voor nieuwe wijken of buurten verdient het aanbeveling om een systeem
                    van nummering te kiezen dat zo veel mogelijk aansluit bij het systeem dat van
                    oudsher in de gemeente gangbaar is. In de Nederlandse norm 1773 (uitgave:
                    Nederlands Normalisatie-instituut, Delft, herziene uitgave, 1983), hoofdstuk 3,
                    zijn de in gemeente gangbare systemen van nummering nader gedefinieerd: Systeem
                    A: de hoofdregel van dit systeem houdt in dat de nummers oplopen, gerekend
                    vanuit het centrum van de gemeente (of vanaf het (oude) gemeentehuis). Systeem
                    B: de hoofdregel van dit systeem houdt in dat de nummers oplopen, gerekend van
                    noord naar zuid en van west naar oost. Systeem C: de nummering vindt in dit
                    systeem plaats gerekend vanaf hoofdwegen naar het einde van (doodlopende)
                    zijwegen of woonerven. Voor elk systeem bevat de norm detailregels voor
                    situaties waarin de hoofdregels niet onverkort toepasbaar zijn, alsmede nadere
                    regels over etagewoningen en dergelijke. Tevens zijn toelichtende tekeningen
                    opgenomen. </al><al>Lid 2. De in het onderhavige lid bedoelde plattegrond van de gemeente is slechts
                    vereist indien in de gemeente meer dan één nummersysteem gangbaar is. In dat
                    geval moet immers de aanwijzing van een van de omschreven systemen ten behoeve
                    van een bepaalde wijk of buurt plaatsvinden. Tevens moeten dan de grenzen tussen
                    die wijken of buurten worden gedefinieerd.</al><al/><al>Artikel 2 </al><al>Met het oog op de zichtbaarheid vanaf de openbare weg bevat de Nederlandse norm
                    NEN 1773, hoofdstuk 4, maatvoorschriften voor de plaats van de nummerdragers,
                    gerekend vanaf het maaiveld en de bijbehorende voordeur. Tevens worden regels
                    gegeven voor de verzamel- en verwijsbordjes die nodig zijn bij de ligging van
                    meer dan één woning (of bedrijf) in hetzelfde gebouw, respectievelijk bij de
                    ligging binnen een complex of op grote afstand van de weg. </al><al>Lid 1. In de Nederlandse norm NEN 1774 zijn tekeningen voor nummerdragers
                    opgenomen met volledige maatvoering. Uitgegaan is van een hoogte van de cijfers
                    van 88 millimeter. De breedte van de nummerdragers varieert, afhankelijk van het
                    aantal cijfers waaruit een bepaald nummer bestaat. Het opgenomen cijferontwerp
                    is van een schreefloos, op grote afstand leesbaar type. </al><al>Lid 2. Bij de beoordeling van een gelijkwaardige leesbaarheid verdient het in
                    elk geval aanbeveling om geen cijfers van een geringere hoogte dan circa 9 cm te
                    accepteren. </al><al/><al>Artikel 3 </al><al>De overigens globaal omschreven uitvoeringseisen in de Nederlandse norm NEN
                    1774, uitgave 1959, zijn gericht op de keuze van materialen die duurzaam bestand
                    zijn tegen weersinvloeden. Te verlichten nummerdragers bestaan in de regel uit
                    zogenaamde transparanten, waarachter bij duisternis een lampje brandt. </al><al>(De bovenstaande tekst is een beschrijving gebaseerd op de in gemeente van
                    oudsher gehanteerde werkwijze die later in NEN-normen zijn neergelegd. Gemeenten
                    worden aangeraden uit te gaan van de genoemde NEN-normen, waarin de voornoemde
                    werkwijze is gecodificeerd. De NEN-bladen zijn verkrijgbaar bij het NEN,
                    Vlinderweg 6, postbus 5059, 2600 GB Delft, telefoon (015) 269 03 90, fax (015)
                    269 01 90.)</al><al/><al>Artikel 4 </al><al>Dit artikel regelt de afmeting en vorm van nummerdragers. De inhoud van dit
                    artikel spreekt voor zich. </al><al/><al>Artikel 5 </al><al>Met het met een streep doorhalen van de oude naam en met een kruis doorhalen van
                    het oude nummer wordt voor eenieder die zoekt op de oude naam of het oude nummer
                    duidelijk dat er een wijziging in de naam of nummer is opgetreden
                    (facultatief).</al><al/><al>Artikel 6 </al><al>Dit artikel regelt de functionele eisen voor naamborden en naamverwijsborden. </al><al/><al>Bijlage B. </al><al>Administratieve uitvoeringsvoorschriften als bedoeld in artikel 7 </al><al>Het college van ... [gemeentenaam], gelet op artikel 7 van de Verordening
                    naamgeving en nummering, besluit vast te stellen de volgende: Administratieve
                    uitvoeringsvoorschriften voor namen en nummers (adressen)</al><al/><al>Artikel 1 Naamgeving van woonplaatsen en van delen van de openbare ruimte </al><al>Door gemeenten zelf in te vullen regels over bijvoorbeeld de bestuurlijke,
                    taalkundige en inhoudelijke uitgangspunten bij het benoemen van woonplaatsen en
                    delen van de openbare ruimte.</al><al/><al>Artikel 2 De indeling in wijken en buurten </al><al>Door de gemeente zelf in te vullen regels in aansluiting op de door het CBS
                    voorgestelde werkwijze. </al><al/><al>Artikel 3 De nummering van objecten </al><al>Door gemeenten zelf in te vullen regels over bijvoorbeeld de algemene en
                    bijzondere uitgangspunten bij het toekennen van nummers aan objecten. Daarnaast
                    kunnen regels worden gegevens over het gemeentelijk nummeringsproces. </al><al/><al>Artikel 4 De opmaak van documenten </al><al>Door gemeenten zelf in te vullen regels over bijvoorbeeld: </al><al>a. het opmaken van het straatnaambesluit met de bijbehorende
                    straatnaamtekeningen; </al><al>b. door gemeenten zelf in te vullen regels inzake de huisnummerbeschikking met
                    bijbehorende gevelschets en situatietekening; </al><al>c. door de gemeente zelf in te vullen regels met betrekking tot het plaatsen van
                    verwijs- en verzamelborden</al><al/><al>Artikel 5 De openbare registratie van namen en nummers </al><al>Door gemeenten zelf in te vullen regels voor de openbare registratie van
                    bijvoorbeeld de: </al><al>a. gemeentenaam en de gemeentecode; </al><al>b. woonplaatsen en de geometrische weergave daarvan; </al><al>c. wijk- en buurtindeling en de geometrische weergave daarvan; </al><al>d. naamgeving aan delen van de openbare ruimte en de geometrische weergave
                    daarvan; </al><al>e. huisnummers.</al><al/><al>Artikel 6 Overige regels </al><al>Door gemeenten zelf in te vullen regels over het in het kader van de registratie
                    bijhouden van bijvoorbeeld: </al><al>a. brondocumenten in een openbare register van brondocumenten; </al><al>b. de verzending van stukken en gegevens; </al><al>c. het in bewaring nemen van stukken; </al><al>d. afgeven van afschriften; </al><al>e. tekenbevoegdheid van relevante stukken; </al><al>f. het veranderen van fouten in documenten; </al><al>g. wijze van aanbrengen van correcties in de registratie. </al><al>Aldus vastgesteld door het college in de vergadering van ... [datum]. De
                    secretaris, De burgemeester, </al><al/><al>Toelichting op de administratieve uitvoeringsvoorschriften </al><al>Het rapport 'Adres onbekend' van het Overlegorgaan RAVI, bijlage D, alsmede het
                    rapport 'De grondslagen voor een gemeentelijke basisregistratie adressen' is in
                    nauwe samenwerking met de VNG opgesteld en door enkele gemeenten beproefd. Met
                    name de voornoemde grondslagen zijn te beschouwen als de administratieve
                    organisatie op hoofdlijnen. Een gemeente kan desgewenst deze grondslagen
                    aanvullen in aansluiting op de in haar organisatie geldende omstandigheden.
                    Daarnaast kunnen onderdelen uit het VNG-handboek 'Benoemen, nummeren en
                    begrenzen' worden gebruikt. Daarbij moet worden gedacht aan bepalingen die
                    verband houden met bijvoorbeeld binnengemeentelijk gebruik, levering aan externe
                    instanties, meervoudig gegevensgebruik en dergelijke. Noot: De administratieve
                    uitvoeringsvoorschriften vormen geen onderdeel van de beleidsregels, zoals
                    beschreven in paragraaf 10 van de algemene toelichting op de Modelverordening
                    naamgeving en nummering. </al><al/><al>Wijzigingen </al><al>Samenvatting </al><al>Zoals aangekondigd in de VNG-nieuwsbrief 1548 is in de afgelopen maanden gewerkt
                    aan de herziening van twee modelverordeningen. De Modelverordening
                    straatnaamgeving en huisnummering is vervangen door de Modelverordening
                    naamgeving en nummering (adressen) en de Modelverordening commissie
                    straatnaamgeving is vervangen door het Modelinstellingsbesluit commissie
                    naamgeving. Wij verzoeken u deze modellen ook onder de aandacht te brengen van
                    de beheerders van gemeentelijke vastgoedregistraties en de coördinatoren
                    informatievoorziening en automatisering (I/A). </al><al>Geacht college, Hierbij treft u twee herziene modelverordeningen aan. De
                    Modelverordening straatnaamgeving en de huisnummering uit 1995 is vervangen door
                    de Modelverordening naamgeving en nummering (adressen) en de Modelverordening
                    commissie straatnaamgeving, eveneens uit 1995, is vervangen door het
                    Modelinstellingsbesluit commissie naamgeving. Ter nadere oriëntatie dient het
                    volgende. </al><al>De VNG-publicatie Benoemen, nummeren en begrenzen, die vorig jaar is
                    gepubliceerd, is een handboek voor ambtenaren die zijn belast met de
                    voorbereiding van besluiten en beschikkingen ten aanzien van adressen. Destijds
                    wilden wij het verschijnen van het boekje niet laten ophouden door tal van
                    ontwikkelingen die nog gaande waren. Daarbij gaat het om zaken als
                    jurisprudentie (bezwaarmogelijkheden, plaatsing huisnummerbordjes), nieuwe
                    inzichten (gemeentelijk adressenregistratie, relatie met de APV en
                    Referendumwet), beleidsontwikkelingen (noodzaak van beleidsregels en de
                    authentieke registraties) en dualisering. De in hoofdstuk 6 van het boekje
                    Benoemen, nummeren en begrenzen opgenomen modelverordeningen zijn inmiddels
                    aangepast aan deze ontwikkelingen. Uw college wordt geacht geen gebruik meer te
                    maken van de in hoofdstuk 6 van voornoemde publicatie opgenomen
                    modelverordeningen. </al><al>Verder willen wij met name wijzen op hoofdstuk 1 van de algemene toelichting op
                    de Modelverordening benoeming van de openbare ruimte, de nummering van objecten
                    en afbakening van gebieden (adressen), waarin de functie van het adres in termen
                    van dienstverlening, overheidsregistraties en brondocumenten wordt beschreven.
                    Was het adres vroeger voornamelijk bedoeld om gebouwen vindbaar te maken,
                    tegenwoordig vervult het adres in vrijwel alle overheidsregistraties een
                    belangrijke en meervoudige rol. Het vormt immers niet alleen de toegang tot een
                    registratie, maar de registratie is ook vaak op basis van het adres geordend.
                    Niet zelden is het adres tevens de identificatie van het object van registratie
                    en is daardoor de basis voor het in de registratie doorvoeren van mutaties.
                    Verder is het adres een identificerend gegeven (woonadres), dat de burger zelf
                    veelvuldig hanteert in zijn communicatie met de overheid. Tevens worden veel van
                    deze duizenden overheidsregistraties gekoppeld op basis van het adres en na
                    koppeling is het adres het gegeven op basis waarvan wordt geaggregeerd,
                    geëxtraheerd of geselecteerd. Daarnaast is het adres 'in het veld' ook voor
                    iedereen (ook voor hulpdiensten) duidelijk zichtbaar in de vorm van straatnaam-
                    en huisnummerbordjes en ook terug te vinden in officiële stukken als
                    bijvoorbeeld notariële akten en overheidsvergunningen. Kortom, het adres is een
                    onmisbaar gegeven in het maatschappelijk verkeer. Dat dwingt de gemeenten tot
                    het voeren van een vast gemeentelijk beleid als het gaat om het uitgeven en
                    intrekken van en de controle op adressen. De aangepaste modellen zullen daaraan
                    bijdragen. Beide modellen worden opgenomen in de databank
                    www.modelverordeningen.nl van de VNG-uitgeverij. Deze ledenbrief vindt u ook op
                    web.vngnet.nl en voor niet-GemNet-abonnees op www.vngnet.nl. Zoek onder VNG
                    Documenten en kies Ledenbrieven.</al><al/><al/><al>Hoogachtend,</al><al>Vereniging van Nederlandse Gemeenten</al><al/><al>mr. R.J.J.M. Pans,</al><al>voorzitter directieraad</al><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>