<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR59732_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Gedragscodes voor gemeentebestuurders</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Geertruidenberg</dcterms:creator><dcterms:modified>2004-04-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Geertruidenberg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend.</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Gedragscodes voor gemeentebestuurders</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.wetten.nl">Gemeentewet, art. 15 lid 3, art. 41c lid 2, art. 69 lid 2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-04-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-04-29</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-04-26</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling.</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>29 april 2004, nr. 09</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Datum en wijze van formele bekendmaking is niet bekend. De gedragscodes zijn in de bijlagen opgenomen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Gedragscodes voor gemeentebestuurders</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Nr. 09</al><al/><al>De raad van de gemeente GEERTRUIDENBERG;</al><al/><al>Mede gezien het voorstel van het presidium van 23 maart 2004;</al><al/><al>Mede geleg op de artikelen 15, lid 3, 41c lid 2 en 69 lid 2 van de
                        Gemeentewet;</al><al/><al><vet>BESLUIT</vet></al><al/><lijst><li nr="1."><al>In te stemmen met de gedragscode voor de leden van de raad;</al></li><li nr="2."><al>In te stemmen met de gedragscode voor de leden van het college;</al></li></lijst><al/><al>Geertruidenberg, 29 april 2004.</al><al/><al>de raad voornoemd,de griffier, de voorzitter,</al><al/><al>drs. K.M.C. Millenaar-Rammelaere M.J.A. Meijer</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>1</nr><titel>Gedragscode voor de leden van de gemeenteraad</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>I</nr><titel>Kernbegrippen van bestuurlijke integriteit</titel></kop><structuurtekst><al/><al>Leden van de gemeenteraad stellen bij hun handelen de kwaliteit van het
                            openbaar bestuur centraal. Integriteit van het openbaar bestuur is
                            daarvoor een belangrijke voorwaarde. De belangen van de gemeente, en in
                            het verlengde daarvan die van de burgers, zijn het primaire
                            richtsnoer.</al><al>Bestuurlijke integriteit houdt in dat de verantwoordelijkheid die met de
                            functie samenhangt wordt aanvaard en dat er de bereidheid is om daarover
                            verantwoording af te leggen. Verantwoording wordt intern afgelegd aan
                            collega-bestuurders, maar ook extern aan organisaties en burgers voor
                            wie bestuurders hun functie vervullen,</al><al/><al>Een aantal kernbegrippen is daarbij leidend en plaatst bestuurlijke
                            integriteit In een breder perspectief:</al><al/><al>Dienstbaarheid Het handelen van een bestuurder is altijd en volledig
                            gericht op het belang van de gemeente en op de organisaties en burgers
                            die daar onderdeel van uit maken.</al><al/><al>Functionaliteit Het handelen van een bestuurder heeft een herkenbaar
                            verband met de functie die hij vervult in het bestuur.</al><al/><al>Onafhankelijkheid Het handelen van een bestuurder wordt gekenmerkt door
                            onpartijdigheid, dat wil zeggen dat geen vermenging optreedt met
                            oneigenlijke belangen en dat ook iedere schijn van een dergelijke
                            vermenging wordt vermeden.</al><al/><al>Openheid Het handelen van een bestuurder is transparant, opdat optimale
                            verantwoording mogelijk is en de controlerende organen volledig inzicht
                            hebben in het handelen van de bestuurder en zijn beweegredenen
                            daarbij.</al><al/><al>Betrouwbaarheid Op een bestuurder moet men kunnen rekenen. Die houdt
                            zich aan zijn afspraken. Kennis en informatie waarover hij uit hoofde
                            van zijn functie beschikt, wendt hij aan voor het doel waarvoor die zijn
                            gegeven.</al><al/><al>Zorgvuldigheid Het handelen van een bestuurder is zodanig dat alle
                            organisaties en burgers op gelijke wijze en met respect worden bejegend
                            en dat belangen van partijen op correcte wijze worden afgewogen.</al><al/><al>Deze kernbegrippen zijn de toetssteen voor de nu volgende
                            gedragsafspraken. Gedragingen moeten aan deze kernbegrippen getoetst
                            kunnen worden.</al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>II</nr><titel>Gedragscode bestuurlijke integriteit</titel></kop><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr></kop><al>Onder raad wordt verstaan: de raad van de gemeente
                                Geertruidenberg.Onder bestuurder wordt verstaan: lid van de raad van
                                de gemeente Geertruidenberg.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr></kop><al>Deze gedragscode geldt voor de voorzitter en de leden van de
                                raad.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr></kop><al>In gevallen waarin de code niet voorziet of waarbij de toepassing
                                niet eenduidig is, vindt bespreking plaats in het presidium.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.4</nr></kop><al>De code is openbaar en door derden te raadplegen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.5</nr></kop><al>De leden van raad ontvangen bij hun aantreden een exemplaar van de
                                code.</al><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Belangenverstrengeling en aanbesteding</titel></kop><structuurtekst><al>Uitgangspunt is, dat een bestuurder te allen tijde vrij moet zijn in
                                zijn toekomstige beslissingen en keuzes, en zich niet verbindt aan
                                particuliere belangen (eigen belangen of die van derden. </al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr></kop><al>Een bestuurder doet opgave van zijn financiële belangen in
                                ondernemingen en organisaties waarmee de gemeente zakelijke
                                betrekkingen onderhoudt. De opgave is openbaar en door derden te
                                raadplegen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr></kop><al>De bestuurder maakt in eerste aanleg een eigen afweging rond
                                mogelijke belangenverstrengeling. Bij twijfel wordt de bestuurder in
                                staat gesteld zijn afwegingen zelf publiek te maken.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr></kop><al>De bestuurder zal bij aangelegenheden die hem direct of indirect
                                persoonlijk aangaan, of waarbij hij als vertegenwoordiger is
                                betrokken, niet aan de beraadslagingen voorafgaande aan de
                                besluitvorming deelnemen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr></kop><al>Een bestuurder neemt van een aanbieder van diensten aan de gemeente
                                geen faciliteiten of diensten aan die zijn onafhankelijke positie
                                ten opzichte van de aanbieder kan beïnvloeden.</al><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Nevenfuncties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr></kop><al>Een bestuurder maakt melding van al zijn nevenfuncties waarbij
                                tevens wordt aangegeven of de functie wel of niet bezoldigd is, Deze
                                gegevens worden openbaar gemaakt. </al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Informatie</titel></kop><structuurtekst><al>Uitgangspunt is, dat in principe alle bestuurlijke informatie
                                openbaar is. Er moeten zwaarwegende belangen in het spel zijn wil
                                geheimhouding worden opgelegd. Is geheimhouding opgelegd, dan zal de
                                bestuurder hier ook naar handelen.</al><al/></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr></kop><al>Een bestuurder gaat zorgvuldig en correct om met Informatie waarover
                                hij uit hoofde van zijn ambt beschikt. Hij verstrekt geen
                                vertrouwelijke informatie of informatie waaromtrent de
                                geheimhoudingsplicht is opgelegd.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr></kop><al>Een bestuurder houdt geen informatie achter, tenzij deze geheim of
                                vertrouwelijk is en het niet geven van informatie mogelijk is op
                                grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr></kop><al>Een bestuurder maakt niet ten eigen bate of van zijn persoonlijke
                                betrekkingen gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen
                                informatie.</al><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Meningsuitingen</titel></kop><structuurtekst><al>Uitgangspunt is, dat een publiek debat wordt gevoerd op de inhoud.
                                Respect voor de persoon is echter de norm. Dat betekent dat van een
                                bestuurder mag worden verwacht dat hij te allen tijde tracht te
                                voorkomen, dat hij anderen kwetst met zijn wijze van debatteren of
                                taalgebruik in woord en geschrift.</al><al/></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr></kop><al>De bestuurder onthoudt zich van beledigingen, laster en
                                leugens.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2</nr></kop><al>De bestuurder stelt de persoonlijke integriteit van leden van de
                                raad, het college en ambtelijke organisatie pas dan ter discussie,
                                indien daaraan een gedegen onderbouwing ten grondslag ligt.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3</nr></kop><al>De burgemeester draagt er zorg voor, dat de toonzetting van de
                                beweringen niet geschiedt in persoonlijke grievende
                                bewoordingen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.4</nr></kop><al>Naderhand onjuist gebleken publieke beweringen worden door de
                                bestuurder publiekelijk gerectificeerd.</al><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Aannemen van geschenken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr></kop><al>Geschenken, giften en uitnodigingen voor feestelijke activiteiten
                                die een bestuurder uit hoofde van zijn functie ontvangt, worden
                                gemeld en geregistreerd en zijn in desbetreffend geval eigendom van
                                de gemeente. Er wordt een gemeentelijke bestemming voor
                                gezocht.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2</nr></kop><al>Indien een bestuurder geschenken of giften ontvangt die een waarde
                                van minder dan 50 euro vertegenwoordigen, kunnen deze in afwijking
                                van het bovenstaande worden behouden.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.3</nr></kop><al>Geschenken worden in de regel niet thuisbezorgd.</al><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Bestuurlijke uitgaven en declaraties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.1</nr></kop><al>Uitgaven worden uitsluitend vergoed als de hoogte en de
                                functionaliteit ervan kunnen worden aangetoond. Ter bepaling van de
                                functionaliteit van bestuurlijke uitgaven worden de volgende
                                criteria gehanteerd. - Met de uitgave is het belang van de gemeente
                                gediend en - De uitgave vloeit voort uit de functie.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.2</nr></kop><al>Er kunnen geen kosten worden gedeclareerd die reeds op grond van
                                andere regelingen worden vergoed.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.3</nr></kop><al>Declaraties van bestuurders worden ondertekend door de
                                griffier.</al><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Gebruik van gemeentelijke voorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.1</nr></kop><al>Gebruik van gemeentelijke eigendommen of voorzieningen voor
                                privé-doeleinden is niet toegestaan.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.2</nr></kop><al>Bestuurders kunnen op basis van een overeenkomst ter zake voor
                                zakelijk gebruik een computer in bruikleen ter beschikking krijgen
                                en deze in redelijkheid ook gebruiken voor privé gebruik.</al><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9</nr><titel>Dienstreizen binnen- en buitenland</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.1</nr></kop><al>Een bestuurder die het voornemen heeft een reis te maken, heeft
                                toestemming nodig van de raad.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.2</nr></kop><al>Een bestuurder die het voornemen van een reis meldt, verschaft
                                informatie over het doel van de reis, de bijbehorende
                                beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap en de
                                geraamde kosten.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.3</nr></kop><al>Uitnodigingen voor reizen, werkbezoeken en dergelijke op kosten van
                                derden worden altijd besproken in het presidium en onder meer
                                getoetst op het risico van belangenverstrengeling. Het gemeentelijk
                                belang van de reis is doorslaggevend voor de besluitvorming.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.4</nr></kop><al>Van de reis wordt een verslag opgesteld. Reizen worden vermeld in
                                een jaarverslag.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.5</nr></kop><al>Het ten laste van de gemeente meereizen van de partner van een
                                bestuurder is uitsluitend toegestaan wanneer dit gebeurt op
                                uitnodiging van de ontvangende partij en het belang van de gemeente
                                daarmee gediend is. Het meereizen van de partner wordt bij de
                                besluitvorming van het presidium betrokken.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.6</nr></kop><al>Het anderszins meereizen van derden op kosten van de gemeente is
                                niet toegestaan. Het meereizen van derden op eigen kosten is
                                toegestaan en wordt In dat geval bij de besluitvorming van het
                                presidium betrokken.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.7</nr></kop><al>Het verlengen van een buitenlandse dienstreis voor privé-doeleinden
                                is toegestaan, mits dit is betrokken bij de besluitvorming van het
                                presidium. De extra reis- en verblijfkosten komen volledig voor
                                rekening van de bestuurder.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.8</nr></kop><al>De in verband met de buitenlandse dienstreis gedane functionele
                                uitgaven worden vergoed conform de geldende regelingen. Uitgaven
                                worden vergoed voorzover zij redelijk en verantwoord worden
                                geacht.</al><al/></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Deel</label><nr>1</nr><titel>Gedragscode voor de burgemeester en het college van burgemeester en
                            wethouders</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>I</nr><titel>Kernbegrippen van bestuurlijke integriteit</titel></kop><structuurtekst><al/><al>De burgemeester en de leden van het college van burgemeester en
                            wethouders stellen bij hun handelen de kwaliteit van het openbaar
                            bestuur centraal. Integriteit van het openbaar bestuur is daarvoor een
                            belangrijke voorwaarde. De belangen van de gemeente, en in het verlengde
                            daarvan die van de burgers, zijn het primaire richtsnoer. Bestuurlijke
                            integriteit houdt in dat de verantwoordelijkheid die met de functie
                            samenhangt wordt aanvaard en dat er de bereidheid is om daarover
                            verantwoording af te leggen. Verantwoording wordt Intern afgelegd aan
                            collega-bestuurders, de gemeenteraad, maar ook extern aan organisaties
                            en burgers voor wie bestuurders hun functie vervullen. </al><al>Een aantal kernbegrippen is daarbij leidend en plaatst bestuurlijke
                            Integriteit in een breder perspectief: </al><al>Dienstbaarheid Het handelen van een bestuurder is altijd en volledig
                            gericht op het belang van de gemeente en op de organisaties en burgers
                            die daar onderdeel van uit maken. </al><al>Functionaliteit Het handelen van een bestuurder heeft een herkenbaar
                            verband met de functie die hij vervult in het bestuur. </al><al>Onafhankelijkheid Het handelen van een bestuurder wordt gekenmerkt door
                            onpartijdigheid, dat wil zeggen dat geen vermenging optreedt met
                            oneigenlijke belangen en dat ook iedere schijn van een dergelijke
                            vermenging wordt vermeden. </al><al>Openheid Het handelen van een bestuurder is transparant, opdat optimale
                            verantwoording mogelijk is en de controlerende organen volledig inzicht
                            hebben in het handelen van de bestuurder en zijn beweegredenen daarbij. </al><al>Betrouwbaarheid Op een bestuurder moet men kunnen rekenen, Die houdt
                            zich aan zijn afspraken. Kennis en Informatie waarover hij uit hoofde
                            van zijn functie beschikt, wendt hij aan voor het doel waarvoor die zijn
                            gegeven. </al><al>Zorgvuldigheid Het handelen van een bestuurder is zodanig dat alle
                            organisaties en burgers op gelijke wijze en met respect worden bejegend
                            en dat belangen van partijen op correcte wijze worden afgewogen. </al><al>Collegialiteit De bestuurders realiseren zich dat zij deel uitmaken van
                            een collegiaal bestuursorgaan en handelen daarna. </al><al>Deze kernbegrippen zijn de toetssteen voor de nu volgende
                            gedragsafspraken. Gedragingen moeten aan deze kernbegrippen getoetst
                            kunnen worden.</al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titeldeel</label><nr>II</nr><titel>Gedragscode bestuurlijke Integriteit</titel></kop><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr></kop><al>Onder het college wordt verstaan: het college van burgemeester en
                                wethouders. Onder bestuurder wordt verstaan: lid van het college van
                                burgemeester en wethouders.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr></kop><al>Deze gedragscode geldt voor de voorzitter en alle leden van het
                                college.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr></kop><al>In gevallen waarin de code niet voorziet of waarbij de toepassing
                                niet eenduidig is, vindt bespreking plaats in het college.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.4</nr></kop><al>De code is openbaar en door derden te raadplegen,</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.5</nr></kop><al>De leden van het college ontvangen bij hun aantreden een exemplaar
                                van de code.</al><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Belangenverstrengeling en aanbesteding</titel></kop><structuurtekst><al/><al>Uitgangspunt is, dat een bestuurder te allen tijde vrij moet zijn In
                                zijn toekomstige beslissingen en keuzes, en zich niet verbindt aan
                                particuliere belangen (eigen belangen of die van derden</al><al/></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr></kop><al>Een bestuurder doet opgave van zijn financiële belangen in
                                ondernemingen en organisaties waarmee de gemeente zakelijke
                                betrekkingen onderhoudt. De opgave is openbaar en door derden te
                                raadplegen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr></kop><al>De bestuurder maakt in eerste aanleg een eigen afweging rond
                                mogelijke belangenverstrengeling, Bij twijfel wordt de bestuurder in
                                staat gesteld zijn afwegingen zelf publiek te maken.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr></kop><al>De bestuurder zal bij aanlegenheden die hem direct of indirect
                                persoonlijk aangaan, of waarbij hij als vertegenwoordiger is
                                betrokken, niet aan de beraadslagingen voorafgaande aan de
                                besluitvorming deelnemen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr></kop><al>Een bestuurder neemt van een aanbieder van diensten aan de gemeente
                                Geen faciliteiten of diensten aan die zijn onafhankelijke positie
                                ten opzichte van de aanbieder kan beïnvloeden.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr></kop><al>Een bestuurder laat zich bij gesprekken die deel uitmaken van een
                                onderhandelingstraject met externe partijen te allen tijde bijstaan
                                door een lid van het college, danwel een betrokken ambtenaar. Van
                                dit gesprek wordt in de regel een verslag gemaakt. Van deze
                                spelregels wordt slechts bij hoge uitzondering afgeweken, na
                                voorafgaande bespreking in de collegevergadering.</al><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Nevenfuncties</titel></kop><structuurtekst><al/><al>Algemeen uitgangspunt is, dat een bestuurder geen nevenfuncties
                                vervult, waarbij strijdigheid is of kan zijn met het belang van de
                                gemeente.</al><al/></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr></kop><al>Een bestuurder vervult geen nevenfuncties waarbij strijdigheid is of
                                kan zijn met het belang van de gemeente.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr></kop><al>Een bestuurder maakt melding van al zijn nevenfuncties waarbij
                                tevens wordt aangegeven of de functie wel of niet bezoldigd is, Deze
                                gegevens worden openbaar gemaakt.</al><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Informatie</titel></kop><structuurtekst><al/><al>Uitgangspunt is, dat in principe alle bestuurlijke informatie
                                openbaar is. Er moeten zwaarwegende belangen in het spel zijn wil
                                geheimhouding worden opgelegd. Is geheimhouding opgelegd, dan zal de
                                bestuurder hier ook naar handelen.</al><al/></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr></kop><al>Een bestuurder gaat zorgvuldig en correct om met Informatie waarover
                                hij uit hoofde van zijn ambt beschikt. Hij verstrekt geen geheime
                                Informatie.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr></kop><al>Een bestuurder houdt geen informatie achter, tenzij deze geheim of
                                vertrouwelijk en het niet geven van Informatie mogelijk is op grond
                                van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr></kop><al>Een bestuurder maakt niet ten eigen bate of van zijn persoonlijke
                                betrekkingen gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen
                                informatie.</al><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Meningsuitingen</titel></kop><structuurtekst><al/><al>Uitgangspunt is, dat een publiek debat wordt gevoerd op de inhoud.
                                Respect voor de persoon Is echter de norm. Dat betekent dat van een
                                bestuurder mag worden verwacht dat hij te allen tijde tracht te
                                voorkomen, dat hij anderen kwetst met zijn wijze van debatteren of
                                taalgebruik in woord en geschrift.</al><al/></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr></kop><al>De bestuurder onthoudt zich van beledigingen, laster en
                                leugens.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2</nr></kop><al>De bestuurder stelt de persoonlijke Integriteit van leden van de
                                raad, het college en ambtelijke organisatie pas dan ter discussie,
                                indien daareen een gedegen onderbouwing ten grondslag ligt.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3</nr></kop><al>De burgemeester draagt er zorg voor, dat de toonzetting van de
                                beweringen niet geschiedt in persoonlijke grievende
                                bewoordingen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.4</nr></kop><al>Naderhand onjuist gebleken publiekelijke gedane beweringen worden
                                door de bestuurder publiekelijk gerectificeerd.</al><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Aannemen van geschenken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr></kop><al>Geschenken, giften en uitnodigingen voor feestelijke activiteiten
                                die een bestuurder uit hoofde van zijn functie ontvangt, worden
                                gemeld en geregistreerd en zijn in desbetreffend geval eigendom van
                                de gemeente. Er wordt een gemeentelijke bestemming voor
                                gezocht.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2</nr></kop><al>Indien een bestuurder geschenken of giften ontvangt die een waarde
                                van minder dan 50 euro vertegenwoordigen, kunnen deze in afwijking
                                van het bovenstaande worden behouden.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.3</nr></kop><al>Geschenken worden in de regel niet thuis bezorgd.</al><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Bestuurlijke uitgaven en declaraties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.1</nr></kop><al>Uitgaven worden uitsluitend vergoed als de hoogte en de
                                functionaliteit ervan kunnen worden aangetoond. Ter bepaling van de
                                functionaliteit van bestuurlijke uitgaven worden de volgende
                                criteria gehanteerd. - Met de uitgave is het belang van de gemeente
                                gediend en - De uitgave vloeit voort uit de functie,</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.2</nr></kop><al>Er kunnen geen kosten worden gedeclareerd die reeds op grond van
                                andere regelingen worden vergoed.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.3</nr></kop><al>Declaraties van bestuurders worden ondertekend door de
                                secretaris.</al><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Gebruik van gemeentelijke en provinciale voorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.1</nr></kop><al>Gebruik van gemeentelijke eigendommen of voorzieningen voor
                                privédoeleinden is niet toegestaan.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.2</nr></kop><al>Bestuurders kunnen op basis van een overeenkomst ter zake voor
                                zakelijk gebruik een mobiele telefoon en computer in bruikleen ter
                                beschikking krijgen en kunnen deze in redelijkheid ook gebruiken
                                voor privé doeleinden.</al><al/></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>9</nr><titel>Dienstreizen binnen- en buitenland</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.1</nr></kop><al>Een bestuurder die het voornemen heeft een reis te maken, heeft
                                toestemming nodig van het college van B&amp;W. De gemeenteraad wordt
                                van het besluit op de hoogte gesteld.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.2</nr></kop><al>Een bestuurder die het voornemen van een reis meldt, verschaft
                                informatie over het doel van de reis, de bijbehorende
                                beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap en de
                                geraamde kosten.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.3</nr></kop><al>Uitnodigingen voor reizen, werkbezoeken en dergelijke op kosten van
                                derden worden altijd besproken in het college en onder meer getoetst
                                op het risico van belangenverstrengeling. Het gemeentelijk belang
                                van de reis is doorslaggevend voor de besluitvorming.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.4</nr></kop><al>Van de reis wordt een verslag opgesteld. Reizen worden vermeld in
                                een jaarverslag.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.5</nr></kop><al>Het ten laste van de gemeente meereizen van de partner van een
                                bestuurder is uitsluitend toegestaan wanneer dit gebeurt op
                                uitnodiging van de ontvangende partij en het belang van de gemeente
                                of de provincie daarmee gediend is. Het meereizenvan de partner
                                wordt bij de besluitvorming van het college betrokken.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.6</nr></kop><al>Het anderszins meereizen van derden op kosten van de gemeente of de
                                provincie is niet toegestaan. Het meereizen van derden op eigen
                                kosten Is toegestaan en wordt in dat geval bij de besluitvorming van
                                het college betrokken.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.7</nr></kop><al>Het verlengen van een buitenlandse dienstreis voor privé-doeleinden
                                is toegestaan, mits dit is betrokken bij de besluitvorming van het
                                college. De extra reis- en verblijfkosten komen volledig voor
                                rekening van de bestuurder.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.8</nr></kop><al>De in verband met de buitenlandse dienstreis gedane functionele
                                uitgaven worden vergoed conform de geldende regelingen. Uitgaven
                                worden vergoed voorzover zij redelijk en verantwoord worden
                                geacht.</al><al/></artikel></afdeling></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>