<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR59713_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de commissies van de gemeenteraad 2006</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tiel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-07-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tiel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Zakengids 26-08-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening raadscommissies 2006</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 82</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-08-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-08-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2014-04-30</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>wijziging artikel 25</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Regelgevingregister 2011, nr. 9.03</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Verordening op de commissies van de gemeenteraad 2002 en is vastgesteld op 16 maart 2006 waarbij via een amendement een aanvulling van artikel 17 met een negende lid heeft plaatsgevonden.</al><al>Bij de eerste wijziging is artikel 17, lid 9 komen te vervallen, met dien verstande dat het spreekrecht van burgers aan het einde van de eesrte termijn van een commissieberaadslaging is geschrapt.</al><al>Bij de tweede wijziging is artikel 29a opgenomen inzake inzage stukken voor commissieleden in geval van geheimhouding.</al><al>Bij de derde wijziging is artikel 25 gewijzigd i.v.m. de behandeling van ruimtelijke plannen d.m.v. een adviescommissie ruimtelijke plannen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de commissies van de gemeenteraad 2006</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad der gemeente Tiel;</al><al>gelezen het voorstel van de griffie;</al><al>gezien de handreiking voor de nieuwe raad van de regiewerkgroep dualisme
                        2006 en ;</al><al>gelet op artikel 82 van de Gemeentewet;</al><al>besluit, onder intrekking van de Verordening op de commissies van de
                        gemeenteraad 2002, vastgesteld bij besluit d.d. 14 maart 2002, vast te
                        stellen de Verordening op de raadscommissies 2006.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>I,</nr><titel>BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>lid: lid van een raadscommissie;</al></li><li nr="2."><al>voorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens
                                    vervanger;</al></li><li nr="3."><al>commissiegrifier: secretaris van een raadscommissie of diens
                                    vervanger;</al></li><li nr="4."><al>griffier: griffier van de raad of diens vervanger;</al></li><li nr="5."><al>vergadering: vergadering van een raadscommissie;</al></li><li nr="6."><al>programma: programma zoals opgenomen in de programmabegroting
                                    van de gemeente Tiel</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>II,</nr><titel>INSTELLING, TAKEN EN SAMENSTELLING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Instelling raadscommissies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt de volgende raadscommissies in:</al><lijst><li nr="-"><al>de raadscommissie bestuur;</al></li><li nr="-"><al>de raadscommissie ruimte;</al></li><li nr="-"><al>de raadscommissie samenleving;</al></li><li nr="-"><al>de raadscommissie beleidscyclus.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raadscommissie bestuur adviseert en overlegt (integraal) over de
                                onderwerpen uit de programma's veiligheid, burgerservice en het
                                besturen van de stad.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raadscommissie ruimte adviseert en overlegt (integraal) over de
                                onderwerpen uit de programma's mobiliteit, ruimtelijke ontwikkeling
                                en openbare ruimte.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raadscommissie samenleving adviseert en overlegt (integraal) over
                                onderwerpen uit de programma's economische ontwikkeling, onderwijs
                                en maatschappelijke voorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De raadscommissie beleidscyclus adviseert en overlegt (integraal)
                                over de volgende onderwerpen:</al><al>- begroting;</al><al>- jaarrekening;</al><al>- perspectievennota;</al><al>- rekenkamer.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien een onderwerp meerdere raadscommissies aangaat, wordt het
                                onderwerp in de afzonderlijke raadscommissies besproken, tenzij de
                                voorzitters van de betrokken raadscommissies in overleg beslissen
                                dat een gezamenlijke vergadering van de raadscommissies wordt belegd
                                of de raadscommissie die het onderwerp het meest aangaat, het
                                onderwerp integraal behandelt.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien een gezamenlijke vergadering van raadscommissies wordt
                                belegd, vervult de voorzitter van de raadscommissie die het
                                onderwerp het meest aangaat, de taken van de voorzitter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Taken</titel></kop><al>Een raadscommissie heeft de volgende taken:</al><lijst><li nr="-"><al>het uitbrengen van advies aan de raad over een voorstel of
                                    onderwerp dat betrekking heeft op de in artikel 2, tweede,
                                    derde, vierde of vijfde lid genoemde onderwerpen;</al></li><li nr="-"><al>het uitbrengen van advies aan de raad uit eigener beweging;</al></li><li nr="-"><al>voeren van overleg met het college of de burgemeester, uit eigen
                                    beweging of op verzoek van het college of de burgemeester, over
                                    in ieder geval door het college of de burgemeester verstrekte
                                    inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de in
                                    artikel 2, tweede, derde, vierde en vijfde lid genoemde
                                    onderwerpen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Samenstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het aantal leden van de raadscommissie is afhankelijk van de
                                fracties die zijn vertegenwoordigd in de gemeenteraad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Iedere fractie vertegenwoordigd in de gemeenteraad kan drie leden,
                                waarvan minimaal één als lid van de gemeenteraad benoemd dient te
                                zijn, voor een benoeming in de raadscommissie voorstellen. Van de
                                drie benoemde leden hebben maximaal twee leden, naar keuze van de
                                fractie, zitting in de vergadering van de raadscommissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden van de raadscommissie worden door de raad op voordracht van
                                de fracties benoemd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een lid kan zowel raadslid als niet raadslid zijn. De artikelen 10,
                                11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige
                                toepassing op een lid van een raadscommissie. De raadscommissieleden
                                dienen daarnaast tijdens de laatste verkiezingen van de raad
                                geplaatst te zijn op de kandidatenlijst van een fractie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en zijn plaatsvervanger worden door de raad uit zijn
                                midden benoemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter is geen lid van de raadscommissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter is belast met:</al><al>- het leiden van de vergadering;</al><al>- het handhaven van de orde;</al><al>- het doen naleven van deze verordening;</al><al>- hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Zittingsduur en vacatures</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en zijn
                                plaatsvervanger eindigt in ieder geval aan het einde van de
                                zittingsperiode van de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een lid en zijn plaatsvervanger houden op lid te zijn van een
                                raadscommissie indien zij niet meer voldoen aan de in artikel 4,
                                vierde lid, gestelde eisen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad kan een lid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens
                                voordracht het lid is benoemd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger ontslaan.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers kunnen te allen tijde
                                ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad.
                                Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of
                                zoveel eerder als hun opvolger is benoemd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de
                                raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming
                                van artikel 4 en 5. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de
                                voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad,
                                vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die
                                fractie is benoemd, van rechtswege.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Griffier en commissiegriffier</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Iedere raadscommissie heeft een commissiegriffier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissiegriffier is in de vergadering aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De commissiegriffier is belast met: </al><al>- de ondersteuning van de voorzitter in zijn/haar werkzaamheden; </al><al>- het opstellen van een concept agenda; </al><al>- het opstellen van een beknopt en samenvattend verslag van de
                                vergaderingen van een raadscommissie; </al><al>- hetgeen deze verordening hem/haar verder opdraagt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt hij vervangen door een
                                daartoe door de griffier aangewezen medewerker van de griffie. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De griffier kan in iedere vergadering aanwezig zijn. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>III,</nr><titel>AANWEZIGHEID COLLEGE EN BURGEMEESTER</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Burgemeester en wethouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die binnen het college van burgemeester en wethouders is
                                belast met de portefeuille(s) die het werkgebied van de in artikel 2
                                genoemde raadscommissies bestrijken is uitgenodigd om de vergadering
                                van de raadscommissie bij te wonen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op verzoek van de leden van de raadscommissie of op eigen
                                initiatief, verstrekt de bij de vergadering aanwezige
                                portefeuillehouder alle relevante informatie over het aan de orde
                                zijnde onderwerp, waaronder begrepen het collegestandpunt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raadscommissie kan bij aanvang van de vergadering beslissen dat
                                de burgemeester en één of meer wethouders niet in de vergadering
                                aanwezig mogen zijn of aan de beraadslagingen mogen deelnemen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>IV,</nr><titel>VERGADERINGEN</titel></kop><paragraaf><kop><label>paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Tijdstip van vergaderen en voorbereidingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vergaderfrequentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In de regel vinden de vergaderingen van de raadscommissie
                                    eenmaal per maand plaats op een door de gemeenteraad aan te
                                    wijzen vaste dag van de maand. Uitzondering hierop vormen de
                                    vergaderingen van de commissie beleidscyclus. Vergaderingen van
                                    laatstgenoemde commissie vinden niet maandelijks plaats maar op
                                    data die door de raad vooraf zijn bepaald.</al><al>De vergaderingen van de raadscommissies vangen aan om 19.30 uur
                                    en sluiten uiterlijk om 22.30 uur, dan wel worden op dat
                                    tijdstip geschorst. Zij vinden in de regel plaats in de
                                    raadszaal van het gemeentehuis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een raadscommissie vergadert voorts indien de voorzitter het
                                    nodig oordeelt of indien tenminste twee fracties schriftelijk
                                    met opgaaf van redenen daarom verzoeken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag of
                                    aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij
                                    voert hierover overleg met de commissiegriffier.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Oproep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter zendt tenminste tien werkdagen voor een
                                    vergadering de leden een schriftelijke oproep onder vermelding
                                    van de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                    uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de
                                    Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de
                                    schriftelijke oproep aan de leden verzonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in
                                    artikel 11, tweede lid, worden deze agenda en de daarop vermelde
                                    voorstellen of onderwerpen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk
                                    48 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden
                                    gezonden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Agenda</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt de
                                    voorzitter de agenda van de vergadering voorlopig vast.</al><al>Gewoonlijk omvat de agenda de volgende vaste punten:</al><al>- Opening</al><al>- Agenda (vaststellen)</al><al>- Mededelingen en ingekomen stukken</al><al>- Informatie van het college in het kader van de actieve
                                    informatieplicht</al><al>- Concept – beknopt – verslag (vaststellen)</al><al>- Afsprakenlijst van de commissie</al><al>- Terugkoppeling intergemeentelijke samenwerkingsverbanden</al><al>- Rondvraag</al><al>- Sluiting</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van
                                    de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor aanvang van
                                    een vergadering een aanvullende agenda opstellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij aanvang van de vergadering stelt de raadscommissie de agenda
                                    vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de
                                    raadscommissie bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan
                                    de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wanneer de raadscommissie een onderwerp of voorstel onvoldoende
                                    voor de beraadslaging voorbereid acht, kan zij aan het college
                                    of de burgemeester nadere inlichtingen of advies vragen. De
                                    raadscommissie bepaalt in welke vergadering het onderwerp of
                                    voorstel opnieuw geagendeerd wordt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie
                                    de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Ter inzage leggen van stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op
                                    de agenda zijn bedoeld, worden gelijktijdig met het verzenden
                                    van de schriftelijke oproep voor een ieder op het gemeentehuis
                                    ter inzage gelegd. De voorzitter maakt van de terinzagelegging
                                    melding in de openbare kennisgeving, bedoeld in artikel 14.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter
                                    inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de
                                    leden en zo mogelijk in een openbare kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten
                                    het gemeentehuis gebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien voor stukken op grond van artikel 86, eerste en tweede
                                    lid van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze
                                    stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de
                                    commissiegriffier en verleent de commissiegriffier een lid
                                    inzage.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Schriftelijk horen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen en in zaken van bijzonder eenvoudige
                                    aard kan de voorzitter van de commissie tot schriftelijke
                                    raadpleging van de commissie overgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien schriftelijke afhandeling bij drie of meer leden op
                                    bezwaren stuit, zal de behandeling van de zaak alsnog in een
                                    vergadering geschieden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Openbare kennisgeving</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergadering wordt tegelijkertijd met de schriftelijke oproep
                                    door aankondiging in De Zakengids en door plaatsing op de
                                    internetsite van de gemeente ter openbare kennis gebracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De openbare kennisgeving vermeldt:</al><al>- de datum, aanangstijd en plaats van de vergadering;</al><al>- de wijze waarop en de plaats waar een ieder de agenda en de
                                    daarbij behorende stukken kan inzien;</al><al>- de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als
                                    bedoeld in artikel 18.</al><al/></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV,</nr><titel>paragraaf 2 Orde der vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Presentielijst</titel></kop><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid onmiddellijk de
                                presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst
                                door de commissiegriffier door ondertekening vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Opening vergadering; quorum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur,
                                    indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden
                                    aanwezig is (helft plus 1). </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                    vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter onder
                                    verwijzing naar dit artikel, na voorlezing van de namen der
                                    afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, op een
                                    tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de
                                    schriftelijke oproep is gelegen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid
                                    niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Spreekrecht burgers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aanwezige burgers kunnen gezamenlijk gedurende maximaal dertig
                                    minuten het woord voeren over geagendeerde onderwerpen (bij het
                                    betreffende agendapunt) of onderwerpen die tot het takenpakket
                                    van de raadscommissie behoren en niet op de agenda zijn vermeld
                                    (bij de rondvraag). </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het woord kan niet gevoerd worden over: </al><lijst><li nr="a."><al>een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en
                                            beroep openstaat of heeft opengestaan;</al></li><li nr="b."><al>benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van
                                            personen; </al></li><li nr="c."><al>een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de
                                            Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.
                                        </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit
                                    voor de aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier of
                                    voorzitter. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en
                                    telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil
                                    voeren. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De
                                    voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het
                                    belang is van de orde van de vergadering. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De
                                    voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als
                                    er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in
                                    bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de
                                    spreektijd. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft
                                    verleend. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De leden van de raadscommissie worden in de gelegenheid gesteld
                                    om vragen te stellen aan de inspreker. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling
                                    van de inbreng van de burger.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Notulen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Door of onder verantwoordelijkheid van de commissiegriffier
                                    wordt van iedere vergadering van een raadscommissie een beknopt
                                    en samenvattend verslag (verder: notulen) gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De notulen moeten inhouden:</al><al>- de datum van de vergadering:</al><al>- vermelding van de aanwezige leden, de voorzitter, de
                                    commissiegriffier, aanwezige leden van het college en de
                                    aanwezige ondersteuners van de collegeleden alsmede de
                                    vermelding van afwezigen (met en zonder kennisgeving);</al><al>- een per agendapunt door de voorzitter geformuleerd standpunt,
                                    conclusie, besluit of advies van de commissie;</al><al>- per agendapunt expliciet kenbaar gemaakte
                                    minderheidsstandpunten;</al><al>- bij zwaarwegende politieke, bestuurlijke en of beleidsmatige
                                    agendapunten, dan wel langlopende bestuurlijke processen, zulks
                                    ter beoordeling van de voorzitter, worden samengevat de
                                    overwegingen van de commissie weergegeven;</al><al>- naast de beknopte samenvatting wordt door de commissiegriffier
                                    een afsprakenlijst bijgehouden met daarop de vermelding van in
                                    een commissie gemaakte afspraken en op naam nog te beantwoorden
                                    vragen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>De concept-notulen van de voorgaande vergadering worden, zo
                                    mogelijk, aan de leden toegezonden gelijktijdig met de
                                    schriftelijke oproep en geplaatst op internet.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Bij het begin van de vergadering worden, zo mogelijk , de
                                    notulen van de vorige vergadering door de raadscommissie
                                    vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>De leden, de voorzitter, de burgemeester en de wethouders,
                                    hebben het recht , een voorstel tot wijziging van de notulen aan
                                    de raadscommissie te doen, indien de notulen onjuistheden
                                    bevatten of niet duidelijk weergeven hetgeen gezegd of besloten
                                    is. Een voorstel tot verandering dient voor de vaststelling van
                                    de notulen te worden ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Volgorde sprekers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een lid, de burgemeester of een wethouder, voeren het woord na
                                    het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer het woord
                                    wordt gevraagd over de orde van de vergadering.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Aantal spreektermijnen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten
                                    hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders
                                    beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord
                                    voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp
                                    of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het
                                    spreken over een voorstel van orde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Voorstellen van orde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering
                                    mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden
                                    toegelicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                    betreffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Over een voorstel van orde beslist de raadscommissie
                                    terstond.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Handhaving orde; schorsing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord,
                                    tenzij:</al><al>- de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van deze
                                    verordening te herinneren; </al><al>- een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de
                                    spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke
                                    uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde
                                    onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan
                                    wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter
                                    tot de orde geroepen. Indien de spreker hieraan geen gevolg
                                    geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin
                                    zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord
                                    ontzeggen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor
                                    een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de
                                    heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering
                                    sluiten. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter kan een raadscommissie voorstellen aan een lid dat
                                    door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het
                                    verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het
                                    voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat
                                    het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter
                                    hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid
                                    bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de
                                    vergadering worden ontzegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Beraadslaging; schorsing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raadscommissie kan op voorstel van de voorzitter of een lid
                                    beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of
                                    voorstel afzonderlijk te beraadslagen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie
                                    beslissen de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te
                                    schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te
                                    geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden
                                    hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op voorstel van de voorzitter of een lid van de raadscommissie
                                    kan de raadscommissie bepalen dat anderen mogen deelnemen aan de
                                    beraadslaging.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel
                                    voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de raadscommissie of
                                    er een advies aan de raad wordt uitgebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt
                                    beslissen de leden op voorstel van de voorzitter over de inhoud
                                    van het advies.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het advies worden de verschillende standpunten van de
                                    leden/fracties opgenomen.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV,</nr><titel>paragraaf 3 Hoorzittingen Wet op de Ruimtelijke Ordening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Adviescommissie ruimtelijke plannen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De adviescommissie ruimtelijke plannen adviseert de raad t.a.v.
                                    van de ingediende zienswijzen in het kader van de Wet
                                    ruimtelijke ordening (Wro) en in het kader van de Wet algemene
                                    bepalingen omgevingsrecht (Wabo) bij een verklaring van de
                                    gemeenteraad als bedoeld in artikel 2.27 Wabo, als het majeure
                                    ruimtelijke plannen betreft of indien de commissie Ruimte
                                    expliciet aangeeft deze taak in een specifiek geval bij de
                                    adviescommissie ruimtelijke plannen te leggen. In overige
                                    situaties wordt de advisering aan de raad t.a.v. ingediende
                                    zienswijzen in het kader van genoemde wetgeving gemandateerd aan
                                    het college van Burgemeester en Wethouders. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De adviescommissie ruimtelijke plannen wordt samengesteld uit
                                    het midden van de raadscommissie ruimte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De adviescommissie ruimtelijke plannen telt maximaal de helft
                                    van het aantal leden van de raadscommissie ruimte, met dien
                                    verstande dat per raadsfractie 1 lid kan worden aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De leden van de adviescommissie ruimtelijke plannen worden door
                                    de commissie ruimte op voordracht door de fracties benoemd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een lid van de adviescommissie ruimtelijke plannen kan een lid
                                    van de commissie ruimte als zijn/haar plaatsvervanger
                                    aanwijzen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De adviescommissie ruimtelijke plannen wordt voorgezeten door de
                                    voorzitter van de raadscommissie ruimte. Bij afwezigheid wordt
                                    hij vervangen door een door de adviescommissie ruimtelijke
                                    plannen aan te wijzen lid van de raadscommissie ruimte.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De adviescommissie ruimtelijke plannen kan zich door middel van
                                    de Verordening ambtelijke bestand laten bijstaan door een
                                    inhoudelijk adviseur uit de organisatie.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De commissiegriffier staat de adviescommissie ruimtelijke
                                    plannen als eerste adviseur ter zijde en voert het secretariaat
                                    van de hoorcommissie.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Nadat de termijn voor het indienen van zienswijzen als bedoeld
                                    in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is verstreken,
                                    vraagt de adviescommissie ruimtelijke plannen aan het college
                                    van burgemeester en wethouders wat hun standpunt is t.a.v. de
                                    ingediende zienswijzen. Dit standpunt wordt schriftelijk
                                    verstrekt aan de adviescommissie ruimtelijke plannen binnen 14
                                    dagen na het verlopen van bovengenoemde termijn.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Nadat het standpunt van burgemeester en wethouders is ontvangen
                                    komt de adviescommissie ruimtelijke plannen zo spoedig mogelijk
                                    bijeen in besloten vergadering om een advies te formuleren
                                    t.a.v. de ingediende zienswijzen. Het advies is gereed binnen 28
                                    dagen na het verlopen van de termijn voor het indienen van de
                                    zienswijzen.</al></lid><lid><lidnr>11</lidnr><al>In het kader van de advisering kan de adviescommissie
                                    ruimtelijke plannen schriftelijk dan wel mondeling nadere
                                    toelichting vragen aan de indiener van de zienswijze t.a.v. de
                                    zienswijze die is ingebracht dan wel bij het college van
                                    burgemeester en wethouders t.a.v. het door hen ingenomen
                                    standpunt t.a.v. de ingebrachte zienswijzen. </al><al>Van een mondelinge toelichting wordt een schriftelijk verslag
                                    gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>12</lidnr><al>In het kader van de advisering kan de adviescommissie
                                    ruimtelijke plannen besluiten tot een bezoek ter plaatse
                                    (schouw). Indien het wenselijk is bij een schouw om eigendommen
                                    van derden te betreden wordt hiervoor vooraf toestemming
                                    gevraagd.</al></lid><lid><lidnr>13</lidnr><al>Eventuele stukken die na de termijn als bedoeld in 3:16 van de
                                    Algemene wet bestuursrecht zijn ingediend, worden buiten
                                    behandeling gelaten/niet bij de advisering betrokken, tenzij de
                                    stukken op verzoek van de adviescommissie ruimtelijke plannen
                                    zijn overgelegd.</al></lid><lid><lidnr>14</lidnr><al>De leden van de adviescommissie ruimtelijke plannen spreken
                                    metbelanghebbenden, degene die een zienswijze heeft ingediend
                                    daaronder begrepen, slechts tijdens een eventuele hoorzitting of
                                    schouw.</al></lid><lid><lidnr>15</lidnr><al>In een besloten vergadering van de adviescommissie ruimtelijke
                                    plannen maakt een lid of de voorzitter van de adviescommissie
                                    Ruimtelijke plannen melding van contacten die een
                                    belanghebbende, degene die een zienswijze heeft ingediend
                                    daaronder begrepen, heeft gelegd met dit lid of de voorzitter.
                                    De aard van het contact en de inhoud van de informatie wordt
                                    hierbij vermeld. In het contact met de belanghebbende wordt er
                                    door de voorzitter of het lid op gewezen dat het contact en de
                                    inhoud daarvan in de adviescommissie ruimtelijke plannen wordt
                                    gemeld. </al></lid><lid><lidnr>16</lidnr><al>Informatie waarover een lid van de adviescommissie ruimtelijke
                                    plannen eventueel beschikt die niet afkomstig is uit
                                    gemeentelijke documenten of gegeven is in een zienswijze, wordt
                                    in de adviescommissie ruimtelijke plannen ingebracht en gedeeld
                                    met de voorzitter en de andere leden.</al></lid><lid><lidnr>17</lidnr><al>Het advies van de adviescommissie ruimtelijke plannen is
                                    openbaar en wordt gezonden naar degene die een zienswijze heeft
                                    ingediend, het college van burgemeester en wethouders en de
                                    gemeenteraad.</al></lid><lid><lidnr>18</lidnr><al>De adviescommissie ruimtelijke plannen wijst uit haar midden een
                                    woordvoerder aan die in de vergadering van de raadscommissie
                                    ruimte en de raad namens de adviescommissie ruimtelijke plannen
                                    het woord kan voeren.</al></lid><lid><lidnr>19</lidnr><al>In het geval zich tijdens een zienswijzeprocedure onderwerpen
                                    aandienen waarin deze verordening niet voorziet, beslist de
                                    adviescommissie ruimtelijke plannen op voorstel van de
                                    voorzitter.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV,</nr><titel>paragraaf 4 Besloten vergaderen/geheimhouding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Algemeen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze
                                    verordening van overeenkomstige toepassing voorzover deze
                                    bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de
                                    vergadering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergaderingen van de raadscommissie zijn openbaar tenzij de
                                    deuren worden gesloten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De deuren worden gesloten wanneer:</al><al>- de voorzitter van de raadscommissie het nodig oordeelt,
                                    of</al><al>- wanneer tenminste een vijfde van het aantal aanwezige
                                    commissieleden daarom verzoekt.</al><al>In beide gevallen moet het voorstel om de deuren te sluiten in
                                    het openbare deel van de commissievergadering worden
                                    gedaan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de deuren worden gesloten, dienen alle personen die geen
                                    lid zijn van de commissie op verzoek van de voorzitter de
                                    vergaderruimte te verlaten. Dat betreft dan in ieder geval al
                                    het aanwezige publiek en de pers. Aanwezige ambtenaren en
                                    collegeleden kunnen blijven, voorzover de commissie dit
                                    wenselijk of noodzakelijk acht, dan wel daar geen bezwaar tegen
                                    heeft. Anders moeten ook zij de vergaderruimte verlaten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien de deuren worden gesloten, wordt de bode verzocht om
                                    bordjes te plaatsen bij de ingang van de vergaderruimte waaruit
                                    blijkt dat er een besloten vergadering plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Als de deuren eenmaal gesloten zijn, dient de commissie eerst te
                                    besluiten of zij in beslotenheid verder wenst te vergaderen. Zo
                                    niet dan wordt de vergadering weer in openbaarheid voortgezet.
                                </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Als in beslotenheid wordt vergaderd ziet de commissiegriffier
                                    erop toe dat omtrent het in de besloten vergadering behandelde
                                    en eventueel omtrent de inhoud van stukken een besluit wordt
                                    genomen over het al dan niet opleggen van geheimhouding.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Notulen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien in beslotenheid wordt vergaderd, dan wordt van het
                                    besloten deel een afzonderlijk beknopt verslag gemaakt. Dit
                                    verslag is niet openbaar, tenzij de commissie anders
                                    beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De notulen van het besloten deel van de vergadering worden
                                    alleen gezonden naar de personen die aanwezig zijn geweest bij
                                    het besloten deel van de vergadering.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><al>Omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de
                                inhoud van stukken kan op grond van een belang genoemd in artikel 10
                                van de Wet Openbaarheid van Bestuur geheimhouding worden opgelegd.
                                Artikel 86 van de Gemeentewet is hier van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Inzage door raadsleden</titel></kop><al>Raadsleden kunnen stukken waaromtrent door een raadscommissie
                                geheimhouding is opgelegd inzien bij de commissiegriffier.</al><al>Deze inzage kan slechts worden geweigerd voor zover zij in strijd is
                                met het openbaar belang.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29A</nr><titel>Inzage stukken commissieleden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>stukken waaromtrent geheimhouding is opgelegd worden, indien ze
                                    ter kennisneming aan een commissie worden aangeboden, ter inzage
                                    gelegd bij de griffier. De griffier informeert de desbetreffende
                                    commissie hierover.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien over een stuk waaromtrent geheimhouding is opgelegd, in
                                    beslotenheid wordt vergaderd door een commissie, wordt het
                                    desbetreffende stuk als zodanig gewaarmerkt, op de huisadressen
                                    van de commissieleden bezorgd.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>V,</nr><titel>TOEHOORDERS EN PERS</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend
                                op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen
                                bijwonen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze
                                verstoren van de orde is verboden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter is bevoegd, toehoorders die op enigerlei wijze de orde
                                van de vergadering verstoren, te doen vertrekken. Toehoorders die
                                bij herhaling de orde in de vergadering verstoren kan hij voor ten
                                hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Geluid en beeldregistraties</titel></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergadering geluid- dan wel
                            beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter
                            en gedragen zich naar zijn aanwijzingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Verbod gebruik mobiele telefoons</titel></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                            vergadering het gebruik, alsmede het standby houden van mobiele
                            telefoons of andere communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken op de
                            orde van de vergadering, zonder toestemming van de voorzitter niet
                            toegestaan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>VI,</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Uitleg verordening</titel></kop><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over
                            de toepassing van de verordening, beslist de raadscommissie op voorstel
                            van de voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de dag van bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening
                                raadscommissies 2006".</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><label>Nota-toelichting</label><nr/><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><al/><al>Artikel 1 </al><al>Om te voorkomen dat de omschrijving van terugkerende begrippen in de verordening
                    moeten worden herhaald, zijn in deze bepaling een aantal begrippen eenmalig
                    gedefinieerd.</al><al/><al>Artikel 2 </al><al>In deze verordening is, op advies van de regiewerkgroep dualisme 2006 gekozen
                    voor een stelsel van meerdere raadscommissies. De commissiestructuur is
                    gebaseerd op de programma's van de programmabegroting.</al><al>Het zesde en zevende lid zijn coördinatiebepalingen. Als een onderwerp meerdere
                    commissies aangaat, zal moeten worden vastgesteld in welke raadscommissie(s) het
                    onderwerp besproken zal worden. In deze verordening is ervoor gekozen om de
                    voorzitters van de betrokken raadscommissies hierover zeggenschap te geven. </al><al>In geval van een gezamenlijke vergadering vervult de voorzitter van de commissie
                    die het onderwerp het meest aangaat, de rol van voorzitter. Het spreekt voor
                    zich dat dan ook de commissiegriffier van die commissie de functie van
                    commissiegriffier vervult.</al><al/><al>Artikel 3 </al><al>De taken van de raadscommissies zijn vastgelegd in artikel 82, eerste lid, van
                    de Gemeentewet. De raadscommissies bereiden de besluitvorming van de raad voor
                    en overleggen met het college of de burgemeester. </al><al>De taak om de besluitvorming van de raad voor te bereiden komt tot uitdrukking
                    in de taak advies uit te brengen over een voorstel of onderwerp. De
                    raadscommissie kan ook uit eigener beweging advies aan de raad uitbrengen, ook
                    dit advies kan aanleiding zijn voor besluitvorming in de raad. De taken van de
                    raadscommissie zijn in essentie dezelfde als die van de raad, die van
                    kaderstellend, controlerend en volksvertegenwoordigend orgaan.</al><al>De raadscommissie bepaalt evenals de raad zijn eigen agenda. Dit betekent dat
                    niet het college maar de voorzitter van de raadscommissie bepaalt of een
                    voorstel aan de raadscommissie wordt voorgelegd alvorens het in de raad wordt
                    besproken. </al><al/><al>Artikel 4 </al><al>De raad bepaalt de samenstelling van de raadscommissies. Wel schrijft artikel
                    82, derde lid, van de Gemeentewet voor dat de raad moet zorgen voor een
                    evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad vertegenwoordigde politieke
                    groeperingen. Om dit te bereiken schrijft het tweede lid van artikel 4 voor dat
                    iedere fractie vertegenwoordigd in de gemeenteraad drie leden kan benoemen voor
                    een raadscommissie.</al><al>Zoals ook uit het vierde lid blijkt, hoeven de leden van een raadscommissie geen
                    raadslid te zijn. Wel is er in deze verordening vanuit gegaan dat de politieke
                    groeperingen (fracties) de in het eerste lid bedoelde leden voordragen.
                    Daarnaast moeten de in het eerste lid bedoelde leden op grond van deze bepaling
                    op de kandidatenlijst van een fractie hebben gestaan. </al><al>Op grond van het vierde lid moeten leden en buitengewone leden, evenals
                    raadsleden, voldoen aan hetgeen is bepaald in de artikelen 10, 11, 12, 13 en 15
                    van de Gemeentewet. Dit betekent onder andere dat zij achttien jaar moeten zijn,
                    over een geldige verblijfstitel moeten beschikken, hun nevenfuncties openbaar
                    moeten maken, geen functie als bedoeld in artikel 13 mogen vervullen en niet in
                    strijd mogen handelen met artikel 15.</al><al/><al>Artikel 5 </al><al>Artikel 82, vierde lid, van de Gemeentewet schrijft voor dat de voorzitter van
                    een raadscommissie raadslid moet zijn. Om die reden bepaalt artikel 5, eerste
                    lid, dat de raad de voorzitters en hun plaatsvervangers "uit zijn midden"
                    benoemt. In deze bepaling is er voor gekozen om de voorzitters van de
                    raadscommissies door de raad te laten benoemen. </al><al>Op basis van het tweede lid, is de voorzitter (en de plaatsvervangend voorzitter
                    op grond van artikel 1 van de verordening) geen lid van de raadscommissie. Dit
                    is een bewuste keuze, op deze wijze kan de voorzitter zich concentreren op zijn
                    taak als (technisch) voorzitter en zijn tijd en energie aanwenden voor het
                    bewaken van de positie van de raadscommissie. Hij hoeft zich niet te bekommeren
                    om de inbreng van zijn fractie in de raadscommissie. </al><al>Het ligt voor de hand dat de (plaatsvervangend) voorzitters, evenals de leden,
                    van de raadscommissies in de eerste vergadering van de raad in nieuwe
                    samenstelling worden benoemd, aangezien de zittingsperiode van de voorzitters en
                    de leden aan het einde van de zittingsperiode van de raad eindigt (artikel 6,
                    eerste lid). Aangezien het echter niet altijd mogelijk zal zijn om de
                    voorzitters direct na de verkiezingen te benoemen, is er voor gekozen om geen
                    termijn in artikel 5, eerste lid, op te nemen. Hetzelfde geldt overigens voor
                    artikel 4, tweede lid.</al><al/><al>Artikel 6 </al><al>De zittingsperiode van de leden, de voorzitters en hun plaatsvervangers is even
                    lang als de zittingsperiode van de raadsleden, in principe dus vier jaar. De
                    benoeming eindigt derhalve van rechtswege, de raad hoeft hen niet te
                    ontslaan.</al><al>Op grond van het tweede lid eindigt het lidmaatschap van een raadscommissie
                    eveneens van rechtswege indien een lid niet meer voldoet aan de in artikel 4,
                    vierde lid, gestelde eisen en indien een lid is benoemd op voordracht van een
                    fractie die blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad
                    niet meer vertegenwoordigd is in de raad (zevende lid).</al><al>De raad kan een lid van een raadscommissie op voorstel van de fractie die het
                    lid heeft voorgedragen, ontslaan. Deze situatie kan zich voordoen in geval van
                    een splitsing van een fractie. De ontstane nieuwe fractie heeft dan overigens op
                    grond van artikel 4, eerste lid, recht op eigen leden. </al><al>De (plaatsvervangend) voorzitter van een raadscommissie kan de raad ook zonder
                    voorstel van een fractie ontslaan, bijvoorbeeld indien deze (plaatsvervangend)
                    voorzitter niet meer het vertrouwen van de meerderheid van de raad bezit. Het
                    vijfde en zesde lid voorzien in de situatie van tussentijdse vacature, hetzij
                    door ontslag het zij door overlijden.</al><al/><al>Artikel 7 </al><al>Iedere raadscommissie wordt ondersteund door een commissiegriffier. </al><al>De vervanging van de commissiegriffier is overgelaten aan de griffier</al><al>De commissiegriffier is altijd bij de vergaderingen van de raadscommissie
                    aanwezig. In principe neemt hij geen deel aan de beraadslagingen, zij het dat de
                    raadscommissie op grond van artikel 23 van deze verordening altijd de
                    mogelijkheid heeft om anderen aan de beraadslagingen deel te laten nemen. </al><al/><al>Artikel 8 </al><al>De burgemeester en de wethouders zijn vanaf het moment van inwerkingtreding van
                    de Wet dualisering gemeentebestuur geen lid meer van raadscommissies (artikel
                    82, tweede lid van de Gemeentewet). Hun aanwezigheid is daardoor niet langer
                    vanzelfsprekend, de raadscommissie kan per vergadering beslissen of de
                    aanwezigheid van een collegelid al dan niet gewenst is en of hij aan de
                    beraadslagingen mag deelnemen. Artikel 82, vijfde lid, dat artikel 21, tweede
                    lid van de Gemeentewet, van overeenkomstige toepassing verklaard, is hiervoor de
                    grondslag. Dit geldt zowel voor besloten als voor niet besloten vergaderingen.
                    In openbare vergaderingen kunnen collegeleden uiteraard altijd aanwezig zijn.
                    Deelnemen aan de beraadslagingen kunnen zij echter alleen als de raadscommissie
                    hiermee instemt. </al><al>Om te komen tot een praktische regeling wordt er van uit gegaan dat degene die
                    binnen het college van burgemeester en wethouders is belast met de
                    portefeuille(s) die het werkgebied van de in artikel 2 genoemde raadscommissies
                    bestrijken standaard is uitgenodigd om de vergadering van de raadscommissie bij
                    te wonen. De portefeuillehouders worden dus niet voor iedere vergadering van de
                    raadscommissie apart uitgenodigd.</al><al>De portefeuillehouder wordt ingevolge lid 1 geacht aanwezig te zijn bij de
                    behandeling van een agendapunt dat tot zijn/haar werkgebied behoort.</al><al>Als de raadscommissie de aanwezigheid van de burgemeester dan wel wethouder(s)
                    niet op prijs stelt, kan zij bij aanvang van de vergadering anders beslissen. </al><al/><al>Artikel 9 </al><al>De vergaderingen van de raadscommissies vinden plaats op een vaste dag en plaats
                    voorafgaand aan de vergaderingen van de raad. Een uitzondering hierop vormt,
                    gezien de taakstelling van deze commissie, de commissie beleidscyclus. Om er
                    zeker van te zijn dat de continuïteit van deze commissie wordt gewaarborgd,
                    worden de vergaderingen door de raad ingepland.</al><al>Een raadscommissie vergadert vaker als de voorzitter het nodig oordeelt of
                    indien ten minste twee fracties hierom vragen. </al><al>Indien een raadscommissie een hoorzitting zal willen houden, kan de voorzitter
                    gebruik maken van het derde lid en een andere dag, aanvangsuur of plaats
                    bepalen. Bepaald is dat de voorzitter hierover overleg voert met de
                    commissiegriffier. </al><al>De vergaderingen van de raadscommissies vinden in de regel in het openbaar
                    plaats. Op verzoek van een vijfde van het aantal leden van een raadscommissie of
                    de voorzitter kan de raadscommissie beslissen om achter gesloten deuren te
                    vergaderen. Zie verder artikel 26 met toelichting.</al><al/><al>Artikel 10 </al><al>De leden van een raadscommissie ontvangen een oproep inclusief de agenda voor
                    een vergadering en de stukken tenminste 10 werkdagen voor de vergadering. Indien
                    in spoedeisende gevallen een aanvullende agenda wordt vastgesteld bedraagt deze
                    termijn minimaal 48 uur voor een vergadering. De stukken ten aanzien waarvan
                    geheimhouding is opgelegd worden niet toegezonden, maar kunnen bij de
                    commissiegriffier worden ingezien (artikel 12, vierde lid).</al><al/><al>Artikel 11 </al><al>Voor het verzenden van de oproep, stelt de voorzitter van een raadscommissie de
                    agenda voorlopig vast. Wel ligt het voor de hand dat de voorzitter hierover
                    overleg voert met de commissiegriffier. </al><al>Uiteindelijk bepaalt een raadscommissie echter zijn eigen agenda. De agenderende
                    rol van een raadscommissie komt tot uitdrukking in het derde, vierde en vijfde
                    lid. Dit betekent onder andere dat een raadscommissie kan bepalen dat een
                    onderwerp of voorstel onvoldoende is voorbereid en voor inlichtingen of advies
                    aan het college wordt gezonden. Een raadscommissie bepaalt vervolgens in welke
                    vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt en niet het
                    college. </al><al/><al>Artikel 12 </al><al>Naast de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, worden stukken die
                    ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen op een
                    vaste plaats voor een ieder ter inzage gelegd in de leeskamer van de raad, het
                    koetshuis.</al><al>In de openbare kennisgeving wordt vermeld waar de stukken liggen. </al><al>Originele stukken moeten uiteraard bij de gemeente blijven berusten. Stukken ten
                    aanzien waarvan geheimhouding wordt opgelegd kunnen leden van raadscommissies
                    bij de commissiegriffier inzien. </al><al/><tussenkop>Artikel 13 </tussenkop><al>Het schriftelijk horen zal in de praktijk plaatsvinden als er voor een geplande
                    vergadering niet voldoende agendapunten zijn om de vergadering doorgang te laten
                    vinden. Indien er dan toch een eenvoudig raadsvoorstel ligt kan het advies van
                    de raadscommissie schriftelijk worden ingewonnen. De voorzitter beoordeelt of er
                    sprake is van een spoedeisend geval dan wel een raadsvoorstel van eenvoudige
                    aard. </al><al>Uiteindelijk beslist de raadscommissie of schriftelijke afhandeling plaats kan
                    vinden. Indien drie of meer leden bezwaren uiten dient de zaak alsnog in een
                    volgende vergadering te worden behandeld.</al><al/><al>Artikel 14</al><al> Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet moet de voorzitter van
                    een raadscommissie tegelijkertijd met de schriftelijke oproep de dag, het
                    tijdstip en de plaats van de vergadering ter openbare kennis brengen. De
                    voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden tegelijkertijd met de
                    schriftelijke oproep en op een bij openbare kennisgeving aan te geven plaats ter
                    inzage gelegd. Deze bepaling geeft hier een regeling voor.</al><al/><al>Artikel 15 </al><al>De presentielijst en de ondertekening door de commissiegriffier zijn bedoeld om
                    formeel vast te stellen dat het vergaderquorum aanwezig is. Daarnaast is de
                    presentielijst van belang om de vergoedingen voor de leden van een
                    raadscommissie te kunnen vaststellen.</al><al/><al>Artikel 16 </al><al>Artikel 20 van de Gemeentewet regelt het vergaderquorum van de raad. Voor de
                    raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet. Artikel 16
                    voorziet hierin. Indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden
                    aanwezig is en de presentielijst heeft getekend, kan worden vergaderd. </al><al>Het tweede lid voorziet in een regeling voor een nieuwe vergadering indien het
                    quorum niet aanwezig is, anders zou de afwezigheid van leden van een
                    raadscommissie de voortgang van werkzaamheden kunnen belemmeren. Uiteraard staat
                    op het moment dat de voorzitter bepaalt op welke datum en tijdstip, nog niet
                    vast op welk moment de schriftelijke oproep uitgaat. Indien er enkele dagen
                    tussen de twee vergaderingen zit, mag er vanuit worden gegaan dat het mogelijk
                    is om 24 uur van tevoren een schriftelijke oproep te versturen. Overigens ligt
                    het in de rede dat de voorzitter overlegt met de raadscommissie over de datum
                    van een nieuwe vergadering.</al><al/><al>Artikel 17 </al><al>Indien een raadscommissie het wenselijk acht dat burgers de gelegenheid krijgen
                    om in te spreken, biedt deze bepaling hiervoor de grondslag. Het spreekrecht van
                    burgers kan bijdragen aan het vergroten van de betrokkenheid van de burgers bij
                    het lokaal bestuur, één van doelstellingen van de vernieuwing van het lokaal
                    bestuur.</al><al>Het spreekrecht is beperkt gehouden tot geagendeerde onderwerpen en onderwerpen
                    die tot het takenpakket van de raadscommissie behoren. </al><al>In het tweede lid zijn drie onderwerpen opgenomen, waar het spreekrecht niet
                    voor geldt. Als een besluit van de raad of het college vatbaar is voor bezwaar
                    en de burger belanghebbende is, kan de burger een bezwaarschrift indienen. Ook
                    kan een burger beroep instellen bij de rechtbank. Verder zijn de benoemingen,
                    keuzen, voordrachten en aanbevelingen van personen uitgesloten van het
                    spreekrecht van burgers. Omdat inspraak over de benoemingen, keuzen,
                    voordrachten of aanbevelingen van personen - de belangen van - kandidaten al dan
                    niet in de uitoefening van hun ambt of functie kan schaden, kunnen burgers
                    hierover geen uitlatingen doen. Als laatste kunnen burgers zich ook niet
                    uitlaten over onderwerpen, waar zij op grond van artikel 9:2 Algemene wet
                    bestuursrecht een klacht over kunnen indienen. Deze procedure gaat voor het
                    spreekrecht van burgers.</al><al>De burgers die wensen in te spreken moeten zich voor de vergadering melden bij
                    de commissiegriffier en/of voorzitter. </al><al>In het zesde lid is ervoor gekozen om een burger één maal het woord te geven. </al><al/><al>Artikel 18 </al><al>De concept notulen worden tegelijkertijd met de schriftelijk oproep verstuurd
                    aan de leden. De voorzitter, de leden en de collegeleden hebben het recht een
                    voorstel tot wijziging te doen. Een voorstel tot wijziging kan tot het moment
                    van vaststelling bij de commissiegriffier worden ingediend. </al><al>Het is aan de raadscommissie om te beslissen of een voorgestelde wijziging of
                    aanvulling geaccepteerd wordt, aangezien de raadscommissie de notulen vaststelt.
                    Een afwijzing van een dergelijk voorstel is niet vatbaar voor beroep (aldus de
                    Afdeling Rechtspraak van de Raad van State). </al><al/><al>Artikel 19</al><al> Het tweede lid bewerkstelligt dat een lid, de voorzitter, de burgemeester of
                    een wethouder op ieder gewenst moment een voorstel van orde kan doen. Een
                    voorstel van orde heeft betrekking op het verloop van de vergadering. Artikel 21
                    geeft een regeling voor een voorstel van orde. Het tweede lid heeft geen
                    betrekking op interrupties.</al><al/><al>Artikel 20 </al><al>Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. Een
                    spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. Dit hoeft overigens niets te
                    veranderen aan de praktijk dat een portefeuillehouder antwoordt na de inbreng
                    van de commissieleden in de eerste en tweede termijn. Een verzoek van een
                    commissielid na afloop van de tweede termijn om nog een korte reactie te geven,
                    dient de voorzitter niet te honoreren. Indien de raadscommissie van mening is,
                    dat na de tweede termijn verdere beraadslaging nodig is, kan zij daartoe
                    uitdrukkelijk besluiten.</al><al/><al>Artikel 21 </al><al>Ieder lid heeft te allen tijde het recht een voorstel van orde te doen (zie ook
                    artikel 19, tweede lid). De beslissing of er inderdaad sprake is van een
                    voorstel van orde is aan de betreffende raadscommissie. Over een voorstel van
                    orde wordt direct, zonder beraadslaging, besloten door een raadscommissie.</al><al/><al>Artikel 22 </al><al>Het eerste lid verzekert dat leden van een raadscommissie vrijelijk kunnen
                    spreken. Wel zijn interrupties uiteraard toegestaan voor zover de voorzitter bij
                    een overvloed aan interrupties of in het belang van de voortgang van de
                    beraadslagingen niet bepaalt dat een spreker zijn betoog zonder verdere
                    interrupties afrondt. Om te bevorderen dat leden van raadscommissies zich niet
                    belemmerd voelen om hun mening te uiten bepaalt artikel 82, vijfde lid, van de
                    Gemeentewet bovendien dat artikel 22 van de Gemeentewet van overeenkomstige
                    toepassing is op leden van raadscommissies. Hierdoor zijn leden van
                    raadscommissies niet in rechte te vervolgen, aan te spreken of verplicht
                    getuigenis af te leggen over hetgeen zij in de vergadering zeggen of
                    schriftelijk overleggen. Dit geldt voor zowel raadsleden als
                    niet-raadsleden.</al><al>Op basis van het tweede lid kunnen alle sprekers in bepaalde gevallen door de
                    voorzitter tot de orde worden geroepen en kan hen zo nodig over het aanhangige
                    onderwerp het woord ontzegd worden. Ook kan de voorzitter de vergadering
                    schorsen en bij herhaling van de verstoring van de orde, kan hij de vergadering
                    sluiten. In het uiterste geval kan hij een lid het verdere verblijf ontzeggen en
                    hem uit de vergadering doen verwijderen. Indien een lid blijft volharden in zijn
                    gedrag kan hem de toegang tot de vergadering voor ten hoogste drie maanden
                    worden ontzegd. Het vierde lid sluit aan bij artikel 26, derde lid, van de
                    Gemeentewet, die een dergelijke regeling geeft ten aanzien van raadsleden.</al><al/><al>Artikel 23 </al><al>Om de duur van vergaderingen te beperken wordt over een voorstel dat in
                    onderdelen of artikelen is verdeeld, in principe in zijn geheel beraadslaagd. In
                    het eerste lid is een uitzonderingsmogelijkheid opgenomen. Zowel de voorzitter
                    als de leden hebben het recht om voor te stellen een voorstel gesplitst te
                    behandelen. Het eerste lid brengt daarmee tot uitdrukking dat een raadscommissie
                    zijn eigen werkwijze bepaalt. Het recht wordt aan ieder individueel commissielid
                    toegekend. Dit past in het streven naar dualisering, aangezien dualisering
                    versterking van de vertegenwoordigende en daarmee agenderende rol van een
                    raadscommissie veronderstelt. </al><al>Indien de schorsing als bedoeld in het tweede lid aan het einde van de tweede
                    termijn plaatsvindt, zijn er vervolgens twee mogelijkheden: er wordt direct tot
                    stemming overgegaan of aan de beraadslagingen wordt een derde termijn toegevoegd
                    (zie artikel 20).</al><al>Het gaat in lid drie om anderen dan de leden, de voorzitter, de burgemeester en
                    de wethouders. Uiteraard hebben deze andere sprekers niet dezelfde rechten als
                    de leden. Een andere spreker heeft onder meer geen recht om een voorstel te doen
                    tot wijziging van de notulen, een voorstel over de spreektijd of over de orde
                    van de vergadering.</al><al/><al>Artikel 24</al><al> De voorzitter kan de beraadslaging sluiten, als hij vaststelt dat een onderwerp
                    voldoende is toegelicht, tenzij een raadscommissie anders beslist. Een
                    raadscommissie neemt geen beslissingen, maar bereidt de besluitvorming in de
                    raad voor en overlegt met het college en de burgemeester. Wel kan een
                    raadscommissie gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de raad. De leden
                    beslissen over het advies. Ten behoeve van het debat in de raad en om recht te
                    doen aan de mening van alle fracties, inclusief minderheidsstandpunten, wordt de
                    standpunten van alle fracties opgenomen. Het ligt voor de hand dat indien een
                    lid het niet eens is met het fractiestandpunt, dat hier afzonderlijk melding van
                    wordt gemaakt in het advies aan de raad.</al><al/><tussenkop>Artikel 25</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>Spreekt voor zich. Artikel 23 van de Wet op de ruimtelijke ordening
                            wordt hiermee uitgewerkt.</al></li><li nr="2."><al>In dit artikellid wordt bepaald wie hoort.</al></li><li nr="3."><al>Het voorzitterschap wordt expliciet geregeld.</al></li><li nr="4."><al>In dit artikellid wordt toegezien op een deugdelijke voorbereiding van
                            de hoorcommissie</al></li><li nr="5."><al>Hier wordt het proces van de hoorzitting beschreven. </al></li><li nr="6."><al>In dit artikellid wordt de rol van het college geformuleerd. Samen met
                            lid 5 geeft weer dat er een open proces van hoor en wederhoor
                            ontstaat.</al></li><li nr="11."><al>In dit artikellid wordt de grondslag gelegd voor het begrip schouw.</al></li><li nr="12."><al>In dit artikellid wordt de beslotenheid van de weging en beoordeling van
                            de beschikbare informatie vastgelegd. </al></li><li nr="13."><al>In de leden 13 tot en met 16 wordt de informatievoorziening van de
                            hoorcommissie gereguleerd met als oogmerk onjuiste beïnvloeding te
                            voorkomen</al></li><li nr="17."><al>In de leden 17 en 18 wordt de ambtelijke ondersteuning van de
                            hoorcommissie bepaald.</al></li><li nr="19."><al>Lid 19 regelt het woordvoerderschap namens de hoorcommissie in de
                            vergaderingen van de raadscommissie en de raad.</al></li><li nr="20."><al>In deze bepaling wordt het bestaande klachtrecht bij de gemeente van
                            toepassing verklaard. De burgemeester wordt hier als klachtbehandelaar
                            in de zin van deze verordening aangewezen. De burgemeester is de meest
                            aangewezen functionaris gelet op zijn wettelijke taak om toe te zien op
                            de zorgvuldigheid van procedures bij de gemeente.</al></li><li nr="21."><al>In lid 21 is de bevoegdheid tot handelen bij onvoorziene gevallen
                            vastgelegd.</al><al/></li></lijst><al>Artikel 26 </al><al>Bij bepalingen die van overeenkomstige toepassing zijn kan onder meer gedacht
                    worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken, het
                    vergaderquorum en voorstellen van orde. De bepalingen van deze verordening zijn
                    echter niet van toepassing, voorzover de toepassing van die bepalingen strijdig
                    is met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen
                    beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Ten
                    aanzien van de stukken die betrekking hebben op een besloten vergadering en het
                    behandelde zal een raadscommissie moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld
                    in artikel 86 van de Gemeentewet wordt opgelegd dan wel opgeheven.</al><al/><al>Artikel 27 </al><al>Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet is artikel 23 van
                    overeenkomstige toepassing. Het vierde lid van artikel 23 van de Gemeentewet
                    schrijft voor dat van een besloten vergadering een afzonderlijk verslag wordt
                    opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij de raad en in casu dus een
                    raadscommissie anders beslist. De raads-commissie beslist over het openbaar
                    maken van deze notulen.</al><al/><al>Artikel 28 </al><al>Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet van rechtswege
                    onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de procedure volgens
                    artikel 86 van de Gemeentewet nodig. Niet alleen een raadscommissie kan
                    geheimhouding opleggen, ook de voorzitter van een raadscommissie, het college en
                    de burgemeester kunnen geheimhouding aan een raadscommissie opleggen. Overigens
                    kan een raadscommissie ook geheimhouding opleggen aan de raad of het college ten
                    aanzien van stukken die zij aan de raad overlegt (artikel 25, tweede lid, en
                    artikel 55, tweede lid, van de Gemeentewet). De geheimhouding geldt ten aanzien
                    van een ieder die aanwezig is bij een besloten vergadering of die kennis draagt
                    van stukken ten aanzien waarvan geheimhouding geldt. De geheimhouding geldt
                    totdat het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd of de raad, haar
                    opheft.</al><al/><tussenkop>Artikel 29 </tussenkop><al>Artikel 29 van deze verordening is een uitwerking van artikel 82 lid 1 van de
                    Gemeentewet.</al><al>Op grond van artikel 82 lid 1 van de Gemeentewet dient de raad te regelen op
                    welke wijze raadsleden inzage hebben in stukken waaromtrent door een
                    raadscommissie geheimhouding is opgelegd. Deze inzage kan volgens artikel 82 lid
                    1 slechts worden geweigerd voorzover zij in strijd is met het openbaar belang.
                    Het uitgangspunt, bij de beantwoording van de vraag of in een bepaald geval
                    gevraagde inlichtingen met een beroep op het openbaar belang moet worden
                    geweigerd, dient te zijn dat slechts indien zeer zwaarwegende belangen in het
                    geding zijn, niet voldaan behoeft te worden aan de plicht de raad, het hoogste
                    algemeen vertegenwoordigende orgaan in de gemeente, te informeren. In welke
                    gevallen van dermate zwaarwegende belangen sprake zal zijn, valt in zijn
                    algemeenheid niet aan te geven. Met opzet is het verstrekken van informatie niet
                    afhankelijk gesteld van het in het geding zijn van belangen als genoemd in
                    artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) maar van de vraag of het
                    openbaar belang zich daartegen verzet. Er is geen sprake van een loskoppeling
                    van de Wob maar juist van een aanvulling, die het mogelijk maakt dat aan
                    raadsleden meer informatie wordt verstrekt dan met een beroep op de Wob mogelijk
                    zou zijn. In dit geval gaat het immers niet om belangstellende burgers maar om
                    door de bevolking gekozen volksvertegenwoordigers, die verantwoordelijkheid voor
                    het bestuur dragen.</al><al/><al>Artikel 30 </al><al>Artikel 26, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet regelen dat de voorzitter
                    van de raad toehoorders die de orde verstoren, kan doen vertrekken en bij
                    volharding in hun gedrag de toezegging kan ontzeggen. Voor raadscommissies
                    ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet, het derde lid voorziet
                    hierin.</al><al/><al>Artikel 31 </al><al>Aangezien de vergaderingen van een raadscommissie in principe openbaar zijn,
                    kunnen radio- en tv-stations geluids- en beeldregistraties maken. Dit is
                    uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft.</al><al/><al>Artikel 32</al><al>Artikel 32 heeft betrekking op het mobiele telefoonverkeer. Het afgaan van
                    mobiele telefoons werkt verstorend tijdens de vergadering. Dit laat echter
                    onverlet, dat indien zwaarwegende redenen dit noodzakelijk maken, de voorzitter
                    aanwezigen toestemming kan geven hun mobiele telefoon wel standby te laten
                    staan.</al><al/><al>Artikel 33 en 34 Deze artikelen behoeven geen toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>