<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR59484_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de gemeentelijke identiteitskaart</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Delft</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-12-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Delft</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadskrant 17-5-1996</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening identiteitskaart</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 149 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>1996-01-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1995-05-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-02-06</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de gemeentelijke identiteitskaart</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad der gemeente Delft; </al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 19 januari 1993; </al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; </al><al>b e s l u i t : </al><al>vast te stellen de </al><al>Verordening op de gemeentelijke Identiteitskaart. </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I.</nr></kop><structuurtekst><al>Algemene bepalingen.</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel 1.</label></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>identiteitskaart: het door burgemeester en wethouders verstrekte
                                    document aan de hand waarvan is vast te stellen of waarmee is
                                    aan te tonen welke persoon iemand is;</al></li><li nr="b."><al>houder: degene op wiens naam de identiteitskaart is gesteld en
                                    ten behoeve van wie de identiteitskaart door burgemeester en
                                    wethouders is uitgereikt;</al></li><li nr="c."><al>verstrekken: de beslissing tot het uitreiken van een
                                    identiteitskaart;</al></li><li nr="d."><al>uitreiken: het feitelijk ter beschikking van de houder stellen
                                    van de op zijn naam gestelde identiteitskaart;</al></li><li nr="e."><al>inhouden: het feitelijk aan de beschikking van de houder
                                    onttrekken van de op zijn naam gestelde identiteitskaart.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2.</label></kop><al>VERVALLEN</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3.</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De identiteitskaart heeft een geldigheidsduur van vijf
                                    jaren.</al></li><li nr="2."><al>De identiteitskaart blijft na uitreiking gemeente-eigendom.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4.</label></kop><al>VERVALLEN</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr></kop><structuurtekst><al>De identiteitskaart.</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel 5.</label></kop><al>De identiteitskaart is het document zoals dat door de Vereniging van
                            Nederlandse Gemeenten is vastgesteld en bekendgemaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6.</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De identiteitskaart vermeldt de volgende gegevens van de
                                    houder:</al><lijst><li nr="a."><al>de geslachtsnaam;</al></li><li nr="b."><al>de voornamen;</al></li><li nr="c."><al>de geboortedatum;</al></li><li nr="d."><al>de gemeente van geboorte;</al></li><li nr="e."><al>het geslacht;</al></li><li nr="f."><al>de Nederlandse nationaliteit;</al></li><li nr="g."><al>het adres;</al></li><li nr="h."><al>de woonplaats;</al></li><li nr="i."><al>de lengte.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De identiteitskaart vermeldt voorts:</al><lijst><li nr="a."><al>de afgevende autoriteit;</al></li><li nr="b."><al>het tijdvak waarvoor het document geldig is;</al></li><li nr="c."><al>het documentnummer;</al></li><li nr="d."><al>het persoonsnummer;</al></li><li nr="e."><al>het druknummer.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De identiteitskaart bevat tevens een rubriek: aantekeningen
                                    afgevende autoriteit.</al></li><li nr="4."><al>De in het eerste lid onder a genoemde geslachtsnaam omvat tevens
                                    de voorvoeg- sels en adellijke titels.</al></li><li nr="5."><al>De in het eerste lid, onder b, genoemde voornamen worden voluit
                                    geschreven en omvatten tevens de adellijke predikaten. Voornamen
                                    die door de beperkte ruimte niet voluit zijn te vermelden worden
                                    met de voorletter vermeld.</al></li><li nr="6."><al>Aan hen die ingevolge de wet van 9 september 1976, Stb. 468 (Wet
                                    betreffende de positie van Molukkers) als Nederlander worden
                                    behandeld, wordt op hun verzoek een identiteitskaart verstrekt
                                    met vermelding van de Nederlandse nationaliteit.</al></li></lijst><al>Wordt dit verzoek niet gedaan, dan wordt aan de vermelde nationaliteit
                            als bedoeld in het eerste lid onder f toegevoegd:</al><lijst><li nr="1."><al>In de rubriek "aantekeningen afgevende autoriteit, wordt in dat
                                    geval vermeld: 1. Stb. 76.468."</al></li><li nr="7."><al>De in het eerste lid, onder g en h, genoemde gegevens, zijn het
                                    adres en de woonplaats op het moment waarop de identiteitskaart
                                    wordt verstrekt.</al></li><li nr="8."><al>De identiteitskaart is voorzien van een zwart-wit pasfoto van 3
                                    bij 4 cm van de houder en van de handtekening van de
                                    houder.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7 t/m 15.</label></kop><al>VERVALLEN</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 16.</label></kop><al>Burgemeester en wethouders melden aan het hoofd van de Rijksinspectie
                            van de Bevolkingsregisters bij verstrekking, vermissing (inclusief
                            diefstal), of inhouding/in- levering van een identiteitskaart van een in
                            het centrale persoonsregister opgenomen persoon:</al><lijst><li nr="a."><al>de (geslachts)naam, de voornamen, de geboortedatum en de
                                    geboorteplaats van deze persoon;</al></li><li nr="b."><al>de gegevens als bedoeld in artikel 24.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 17 en 18.</label></kop><al>VERVALLEN</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr></kop><structuurtekst><al>Verval van rechtswege en inhouden.</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel 19.</label></kop><al>De identiteitskaart vervalt van rechtswege, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de geldigheidsduur van de identiteitskaart is verstreken;</al></li><li nr="b."><al>VERVALLEN;</al></li><li nr="c."><al>de geslachtsnaam, de geboortedatum of het geslacht van de houder
                                    op grond van wettelijke voorschriften of rechterlijke uitspraak
                                    is gewijzigd;</al></li><li nr="d."><al>de houder de Nederlandse nationaliteit heeft verloren;</al></li><li nr="e."><al>de identiteitskaart kennelijke spel- of schrijffouten
                                    bevat;</al></li><li nr="f."><al>de houder niet meer op grond van de Wet betreffende de positie
                                    van Molukkers van 9 september 1976 (Stb. 468) als Nederlander
                                    wordt behandeld;</al></li><li nr="g."><al>de houder is overleden;</al></li><li nr="h."><al>VERVALLEN</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 20.</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders houden een identiteitskaart
                                    onmiddellijk in, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het document zodanig is beschadigd dat de vermelde
                                            gegevens niet meer leesbaar zijn of een deel van de
                                            gegevens ontbreekt;</al></li><li nr="b."><al>in of aan het document wijzigingen zijn aangebracht, of
                                            een deel ervan ontbreekt;</al></li><li nr="c."><al>de foto van de houder onvoldoende gelijkenis
                                            vertoont;</al></li><li nr="d."><al>de identiteitskaart op grond van artikel 19 vervallen
                                            is.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Een document dat een valse identiteitskaart blijkt te zijn,
                                    wordt door burgemeester en wethouders onmiddellijk
                                    ingehouden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 21.</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De houder van de op grond van artikel 19, onder a t/m f,
                                    vervallen identiteits- kaart levert het document binnen twee
                                    weken na de dag waarop het verval ingaat in bij burgemeester en
                                    wethouders van de gemeente waarin hij zijn woonplaats
                                    heeft.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders vernietigen de ingehouden en de
                                    ingeleverde identiteitskaarten en de identiteitskaarten waarop
                                    artikel 19, aanhef en onder h, van toepassing is.</al></li><li nr="3."><al>Het vernietigen van de in het tweede lid genoemde
                                    identiteitskaarten gebeurt, onmiddellijk na inhouding of
                                    inlevering dan wel na verloop van 3 maanden als bedoeld in
                                    artikel 19, aanhef en onder h, door versnippering, zodat
                                    reconstructie van de identiteitskaart niet meer mogelijk
                                    is.</al></li><li nr="4."><al>Het bepaalde in het tweede en het derde lid is niet van
                                    toepassing op het document waarin of waaraan wijzigingen zijn
                                    aangebracht of op het document dat een valse identiteitskaart
                                    blijkt te zijn.</al></li><li nr="5."><al>Documenten waarop het vierde lid van toepassing is, worden door
                                    burgemeester en wethouders aan de Centrale Recherche
                                    Informatiedienst beschikbaar gesteld voor onderzoek.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 22.</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Een ieder die, anders dan voor ambtelijke doeleinden, in het
                                    bezit is van een identiteitskaart waarvan hij niet de houder is,
                                    draagt zorg dat het document zo spoedig mogelijk ter beschikking
                                    komt van burgemeester en wethouders van de gemeente die het
                                    document hebben verstrekt.</al></li><li nr="2."><al>Burgemeester en wethouders die de in het eerste lid bedoelde
                                    identiteitskaart in hun bezit krijgen vernietigen deze
                                    identiteitskaart op de wijze als bedoeld in artikel 21, derde
                                    lid, tenzij uitreiking aan de houder mogelijk is.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr></kop><structuurtekst><al>Administratie.</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel 23.</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders houden een administratie bij van de
                                    verstrekte, uitgereikte, vermiste, gestolen, gevonden ingehouden
                                    en aan de Centrale Recherche Informatiedienst ter beschikking
                                    gestelde identiteitskaarten.</al></li><li nr="2."><al>De administratie bevat het aanvraag-/identiteitsformulier, de
                                    tweede pasfoto en voor zover van toepassing de verklaring over
                                    de vermissing.</al></li><li nr="3."><al>De gegevens in de administratie zijn op naam en op
                                    documentnummer toeganke- lijk.</al></li><li nr="4."><al>Burgemeester en wethouders verstrekken op verzoek van
                                    burgemeester en wethouders van een andere gemeente binnen één
                                    week de aanvraagbescheiden, als bedoeld in het tweede lid, in
                                    verband met het bepaalde in artikel 12, tweede en derde
                                    lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 24.</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het verstrekken, de vermissing, de diefstal, de inhouding en het
                                    ter beschikking stellen aan de Centrale Recherche
                                    Informatiedienst van een identiteitskaart wordt geregistreerd op
                                    de persoonskaart.</al></li><li nr="2."><al>In vak 23 van de persoonskaart worden de volgende gegevens met
                                    betrekking tot de identiteitskaart opgenomen:</al><lijst><li nr="a."><al>de code "ID" en de datum van verstrekking;</al></li><li nr="b."><al>het documentnummer;</al></li><li nr="c."><al>de naam van de gemeente die het document heeft
                                            verstrekt;</al></li><li nr="d."><al>in geval van inhouding van de identiteitskaart de code
                                            "I" en de datum van de inhouding;</al></li><li nr="e."><al>in geval van vermissing of diefstal de code "V" en de
                                            datum van de schriftelij- ke verklaring over de
                                            vermissing;</al></li><li nr="f."><al>in geval van ter beschikking stellen aan de Centrale
                                            Recherche Informatiedienst de code "I".</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Bij verstrekking van een nieuwe identiteitskaart wordt de
                                    registratie van de eerder verstrekte identiteitskaart met de pen
                                    doorgehaald.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 25.</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Burgemeester en wethouders vernietigen het
                                    aanvraag-/identiteitsformulier en de tweede pasfoto zes jaar na
                                    de datum waarop de geldigheidsduur van de identiteits- kaart is
                                    verstreken.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het eerste lid kunnen burgemeester en
                                    wethouders het aanvraag- /identiteitsformulier en de tweede
                                    pasfoto vernietigen nadat een nieuwe identi- teitskaart is
                                    uitgereikt of na het overlijden van de houder.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr></kop><structuurtekst><al>Documentbeheer.</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel 26.</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorraad identiteitskaarten en de materialen worden
                                    opgeslagen in een waardekast of kluis, met een
                                    waardebergingsindicatie overeenkomstig de richtlijn van het
                                    Ministerie van Binnenlandse Zaken ten behoeve van
                                    reisdocumenten. Deze voorziening is in een af te sluiten ruimte
                                    geplaatst.</al></li><li nr="2."><al>De plaatsen waar de identiteitskaarten en materialen zijn
                                    opgeslagen, zijn uitgerust met een elektronisch
                                    inbraakalarmeringssysteem dat voorziet in een zogenoemde
                                    permanente vaste-lijn-verbinding met een door de rijksoverheid
                                    toegelaten alarmcentrale.</al></li><li nr="3."><al>De werkvoorraad identiteitskaarten en de te gebruiken materialen
                                    bevinden zich tijdens de werkuren, onder voortdurend toezicht,
                                    op een voor het publiek onzicht- bare en voor onbevoegden
                                    onbereikbare plaats. Buiten de werkuren wordt de werkvoorraad
                                    opgeslagen in de in het eerste lid bedoelde voorziening. De
                                    werkvoorraden bedragen niet meer dan het gemiddelde verbruik van
                                    twee dagen.</al></li><li nr="4."><al>Met betrekking tot de toegang van personen tot de hoofdvoorraad
                                    en het zorgvuldig beheer van de werkvoorraad worden
                                    organisatorische maatregelen getroffen, die regelmatig op hun
                                    effectiviteit worden onderzocht en zo nodig verbeterd.</al></li><li nr="5."><al>Burgemeester en wethouders dragen zorg, dat de bij de uitvoering
                                    van de verordening betrokken ambtenaren regelmatig worden
                                    geïnformeerd over ontvreemdingsrisico's en geïnstrueerd met
                                    betrekking tot risicobeperkende afspraken en maatregelen ter
                                    zake.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 27.</label></kop><al>In het geval van ontvreemding dan wel vernietiging van
                            identiteitskaarten of materialen ten gevolge van inbraak, diefstal,
                            verduistering, overvallen, brand of anderszins doen burgemeester en
                            wethouders daarvan terstond aangifte bij de plaatselijke politie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 28.</label></kop><al>Burgemeester en wethouders stellen als nadere regels het VNG-Reglement
                            vast betreffende inkoop, aflevering, werkvoorraad, uitgifte,
                            verschrijven, vermissen, diefstal en innemen van
                            identiteitskaarten.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7.</nr></kop><structuurtekst><al>Slot- en strafbepalingen.</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel 29.</label></kop><al>Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van deze verordening en
                            daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het
                            vertrouwelijke karakter kent of redelij- kerwijs moet vermoeden, en voor
                            wie niet reeds uit hoofde van het ambt, beroep of wettelijk voorschrift
                            ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht
                            tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk
                            voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij de
                            uitvoering van deze verordening de noodzaak tot bekendmaking
                            voortvloeit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 30.</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is een ieder verboden een identiteitskaart valselijk op te
                                    maken of te vervalsen, of een identiteitskaart op grond van
                                    valse gegevens te doen verstrekken dan wel een aan hem of een
                                    ander uitgereikte identiteitskaart ter beschikking te stellen
                                    van derden, met het oogmerk haar door dezen te doen gebruiken
                                    als ware deze aan hen uitgereikt.</al></li><li nr="2."><al>Het is een ieder verboden in het bezit te zijn van een
                                    identiteitskaart waarvan hij weet of redelijkerwijs moet
                                    vermoeden dat zij vals of vervalst is, dan wel gebruik te maken
                                    van een niet op zijn naam gestelde identiteitskaart.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 31.</label></kop><al>Hij die handelt in strijd met het bepaalde in de artikelen 21, eerste
                            lid, 22, 29 of 30 wordt gestraft met een geldboete van de tweede
                            categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 32.</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening
                                    Identiteitskaart.</al></li><li nr="2."><al>Zij treedt in werking op de dag van haar vaststelling.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 28 januari
                            1993.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>H.V. van Walsum ,burgemeester.</ondertekening><ondertekening>D.J. van Doorninck ,lo.secretaris.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, d.d. 25 februari
                            1993, no. WEB/174957.</ondertekening><ondertekening>1e x gewijzigd bij raadsbesluit van 26 mei 1994. De wijziging treedt in
                            werking op 1 juni 1994.</ondertekening><ondertekening>2e x gewijzigd bij raadsbesluit van 24 november 1994. De gewijzigde
                            verordening treedt in werking op 1 januari 1995.</ondertekening><ondertekening>3e x gewijzigd bij raadsbesluit van 25 januari 1996. Bekendgemaakt: 17
                            mei 1996.</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>