<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR59481_5</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Adviescommissie voor bezwaarschriften Delft</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Delft</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-10-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Delft</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 12 oktober 2016, nr 141010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Adviescommissie voor bezwaarschriften Delft</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">art. 149 Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-09-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-10-20</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-05-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Toevoeging artikel 6, lid 3</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Aanwijzingsbesluit op grond van art.2 lid 5 Verordening Adviescommissie voor bezwaarschriften d.d. 7-4-2015, Gemeenteblad nr.31637, 15-4-2015</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Adviescommissie voor bezwaarschriften Delft</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>De raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van
                        de gemeente Delft;</al><al>ieder voor zoveel het hun bevoegdheden betreft;</al><al>gelezen het voorstel van het college van 6 juli 2010;</al><al>gelet op de artikelen 84, 96 en 97 van de Gemeentewet en artikel 7:13 van de
                        Algemene wet bestuursrecht;</al><al>b e s l u i t e n:</al><al>vast te stellen de hiernavolgende </al><al><vet>Verordening Adviescommissie voor bezwaarschrif</vet><vet>ten
                            Delft</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemeen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>commissie: de Adviescommissie voor bezwaarschriften van de
                                    gemeente Delft;</al></li><li nr="b."><al>verwerend orgaan: een bestuursorgaan van de gemeente Delft dan
                                    wel de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio
                                    Haaglanden;</al></li><li nr="c."><al>lid: een lid van de commissie;</al></li><li nr="d."><al>kamervoorzitter: de voorzitter van een kamer van de
                                    commissie;</al></li><li nr="e."><al>voorzitter: de voorzitter van de commissie;</al></li><li nr="f."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Delft;</al></li><li nr="g."><al>de raad: de gemeenteraad van de gemeente Delft</al></li><li nr="h."><al>de wet: de Algemene wet bestuursrecht.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Taak, bevoegdheden en samenstelling van de commissie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Instelling, taak en bevoegdheid</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Er is een Adviescommissie voor bezwaarschriften, als bedoeld in
                                    artikel 7:13 van de wet.</al></li><li nr="2."><al>De commissie hoort en adviseert het verwerend orgaan over de te
                                    nemen beslissing op ingediende bezwaren als bedoeld in artikel
                                    1:5 van de wet.</al></li><li nr="3."><al>De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften
                                    die zijn ingediend tegen besluiten op grond van:</al><lijst><li nr="a."><al>de Wet ruimtelijke ordening, behoudens besluiten ex artikel 3.6,
                                    eerste lid, onder c van die wet;</al></li><li nr="b."><al>de Onteigeningswet;</al></li><li nr="c."><al>de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen als
                                    genoemd in artikel 219 van de Gemeentewet;</al></li><li nr="d."><al>de Wet waardering onroerende zaken;</al></li><li nr="e."><al>de regeling Functioneel leeftijdsontslag (FLO), de regeling
                                    Flexibel pensioen en uittreden (FPU), de Suppletieregeling, de
                                    bovenwettelijke WW-regeling en de Uitkerings- en
                                    pensioenverordening wethouders gemeente Delft 1992;</al></li><li nr="f."><al>onderwijswetgeving, voor zover het besluiten betreft tot
                                    schorsing, verwijdering van school of uitsluiting van verdere
                                    deelname aan een examen;</al></li><li nr="g."><al>het op grond van artikel 22 van de Wet werk en bijstand
                                    verstrekken van bijstand aan personen ouder dan 65 jaar;</al></li><li nr="h."><al>artikel 31 van de Regionale Huisvestingsverordening van het
                                    Stadsgewest Haaglanden.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De commissie adviseert niet over een gevraagde
                                            vergoeding op grond van de Wet kosten bestuurlijke
                                            voorprocedures.</al></li><li nr="5."><al>Naast het horen en adviseren met betrekking tot een
                                            bezwaar door de commissie kan met betrekking tot door
                                            het college bij afzonderlijk besluit daartoe aangewezen
                                            categorieën van bezwaarschriften het horen ambtelijk
                                            plaatsvinden.</al></li><li nr="6."><al>Het college besluit niet tot wijziging van het in lid 5
                                            bedoelde besluit dan nadat de raad in de gelegenheid is
                                            gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het
                                            college te brengen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>De kamers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie bestaat uit vier kamers:</al><lijst><li nr="a."><al>kamer I, belast met zaken op het gebied van bouwen, wonen en
                                        verkeer;</al></li><li nr="b."><al>kamer II, belast met zaken op het gebied van werk, inkomen
                                        en zorg;</al></li><li nr="c."><al>kamer III, belast met zaken, anders dan die van de kamers I,
                                        II en IV;</al></li><li nr="d."><al>kamer IV, belast met zaken betreffende de rechtspositie van
                                        gemeentelijk personeel en personeel van de Veiligheidsregio
                                        Haaglanden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bepalingen in deze verordening betreffende de werkwijze van de
                                commissie zijn van overeenkomstige toepassing op de kamers.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Samenstelling van de kamers en benoeming van leden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elke kamervan de commissie bestaat uit drie leden, onder wie
                                de kamervoorzitter.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden en de kamervoorzitters worden door de burgemeester, het
                                college en de raad in een kamer benoemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester, het college en de raad benoemen in elke kamer een
                                genoegzaam aantal plaatsvervangende leden. Plaatsvervangende leden
                                kunnen in ten hoogste twee kamers benoemd worden. Een lid kan tevens
                                benoemd worden als plaatsvervangend lid in één andere kamer.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het lidmaatschap van de commissie is onverenigbaar met de betrekking
                                van:</al><lijst><li nr="a."><al>lid van de raad, lid van een raadscommissie of een
                                        bestuurscommissie van de gemeente Delft;</al></li><li nr="b."><al>lid van het college of van het algemeen of dagelijks bestuur
                                        van de Veiligheidsregio Haaglanden;</al></li><li nr="c."><al>ambtenaar of werknemer in dienst van de gemeente Delft of de
                                        Veiligheidsregio Haaglanden;</al></li><li nr="d."><al>adviseur dan wel lid van een adviesorgaan dat de gemeente
                                        Delft of de Veiligheidsregio Haaglanden adviseert over zaken
                                        die ingevolge artikel 2 tot de competentie van de commissie
                                        behoren.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>De voorzitter</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voorzitter van de commissie is de kamervoorzitter van kamer I. De
                                kamervoorzitters van de kamers II, III en IV zijn plaatsvervangend
                                voorzitter van de commissie, in volgorde van hun benoeming.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als plaatsvervangend kamervoorzitter treden op de leden, en bij
                                ontstentenis van de leden de plaatsvervangende leden, die in de
                                betreffende kamer zijn benoemd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Benoemingstermijnen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter, de kamervoorzitters, de leden en de plaatsvervangende
                                leden worden in een kamer van de commissie benoemd voor een periode
                                van vier jaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Zij kunnen één keer worden herbenoemd voor een periode van vier
                                jaar.</al><al/></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van artikel 6 leden 1 en 2, kan de voorzitter, een
                                kamervoorzitter of een (plaatsvervangend) lid, in een bijzonder
                                geval, na de tweede termijn zoals genoemd in lid 2 nog éénmaal
                                worden herbenoemd voor de maximale periode van drie jaren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Beëindiging benoeming en ontslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Benoeming in de commissie eindigt door:</al><lijst><li nr="a."><al>het aflopen van de benoemingstermijn;</al></li><li nr="b."><al>opzegging;</al></li><li nr="c."><al>overlijden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester, het college en de raad gezamenlijk kunnen een lid
                                van de commissie voor het einde van de benoemingstermijn ontslag
                                verlenen wegens het niet naar behoren functioneren. Voordat het
                                ontslagbesluit genomen wordt, worden de kamervoorzitter en het
                                betreffende lid in de gelegenheid gesteld hun zienswijze te
                                geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Vergoedingen (plaatsvervangende) leden en voorzitters</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De (plaatsvervangende) leden en de kamervoorzitters ontvangen een
                                vergoeding van € 125 (prijspeil 2010) voor het bijwonen van de
                                vergaderingen van de commissie en andere noodzakelijke
                                bijeenkomsten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor het voorzitten van de vergaderingen van de commissie bedraagt
                                de vergoeding in plaats van die genoemd in het eerste lid: € 203,50
                                (prijspeil 2010).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Kosten ter zake van andere werkzaamheden of bemoeiingen ten behoeve
                                van de commissie worden vergoed op basis van de werkelijk gemaakte
                                en aantoonbare kosten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vergoedingen genoemd in het eerste en tweede lid worden jaarlijks
                                geïndexeerd met het door het college vastgestelde materiële
                                prijsstijgingspercentage.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Het voorzittersoverleg</titel></kop><al>De voorzitters van de kamers komen ten minste tweemaal per jaar bijeen
                            voor overleg.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Het secretariaat</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het secretariaat van de commissie wordt bekleed door een of meer
                                ambtenaren die door het college zijn aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college wijst ook een of meer plaatsvervangers van de secretaris
                                aan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Elke kamer wordt bijgestaan door een secretaris. Het college stelt
                                terzake nadere regels vast.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de uitoefening van zijn secretariële werkzaamheden is de
                                secretaris uitsluitend verantwoording schuldig aan de commissie. Het
                                college stelt terzake nadere regels vast.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De secretarissen van de kamers komen ten minste twee maal per jaar
                                bijeen voor overleg.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Werkwijze van de commissie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Ontvangst bezwaarschrift</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst
                                aangetekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de commissie, gelet op artikel 2, bevoegd is, zendt het
                                bestuursorgaan het bezwaarschrift met de erbij overgelegde stukken
                                onverwijld door naar de commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Overleggen stukken</titel></kop><al>Het verwerend orgaan legt met het bezwaarschrift alle op de zaak
                            betrekking hebbende stukken aan de commissie over.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Inlichtingen en adviezen inwinnen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter is in verband met de voorbereiding van de behandeling
                                van het bezwaarschrift bevoegd rechtstreeks alle gewenste
                                inlichtingen in te winnen of te doen inwinnen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alle gemeentelijke organen, bestuurders, commissies en ambtenaren
                                zijn gehouden aan een verzoek van de voorzitter om inlichtingen
                                binnen een door hem te bepalen termijn te voldoen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de
                                commissie bij derden advies of inlichtingen inwinnen en dezen zo
                                nodig uitnodigen op de hoorzitting te verschijnen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het verwerend orgaan alvorens op het bezwaarschrift te
                                beslissen een advies inwint van een derde, dan wacht de commissie
                                dit advies af en betrekt het bij de behandeling van het
                                bezwaarschrift en het uit te brengen advies.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verwerend orgaan verzoekt de commissie om aanhouding en bericht
                                aan wie om advies is gevraagd, welke vragen zijn voorgelegd en op
                                welke termijn het advies wordt uitgebracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Bevoegdheden voorzitter</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter stelt de indiener in de gelegenheid het verzuim,
                                    genoemd in de artikelen 6:5 en 6:6 van de wet binnen een
                                    bepaalde termijn te herstellen.</al></li><li nr="2."><al>Tevens oefent de voorzitter de bevoegdheden, genoemd in de
                                    volgende artikelen van de wet uit:</al><lijst><li nr=""><al>2:1, tweede lid </al></li><li nr=""><al>6:17, voor zover het de verzending van stukken betreft tijdens de
                            behandeling door de commissie</al></li><li nr=""><al>7:3</al></li><li nr=""><al>7:4, tweede en zesde lid </al></li><li nr=""><al>7:6, tweede en vierde lid.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De voorzitter kan de bevoegdheden, genoemd in dit artikel en in de
                            artikelen 13, eerste en tweede lid, 15 eerste lid en 16 overdragen aan
                            een plaatsvervangend-voorzitter en mandateren aan de secretaris.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Hoorzitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de
                                hoorzitting.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de voorzitter van het horen afziet, doet hij daarvan
                                mededeling aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het horen geschiedt in beginsel door drie leden van de commissie. De
                                voorzitter kan besluiten dat het horen geschiedt door een of twee
                                leden van de commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Aankondiging hoorzitting; verzoek om uitstel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter deelt belanghebbenden en het verwerend orgaan ten
                                minste twee weken voor de hoorzitting schriftelijk mee, dat zij in
                                de gelegenheid worden gesteld door de commissie te worden gehoord,
                                en nodigt hen daartoe uit.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een gemotiveerd verzoek tot verdaging van de hoorzitting kan tot
                                drie dagen na dagtekening van de uitnodiging bij de voorzitter
                                worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beslissing van de voorzitter op een verzoek tot verdaging, wordt
                                zo spoedig mogelijk aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan
                                meegedeeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter ziet erop toe dat partijen de op de zaak betrekking
                                hebbende stukken vóór het horen kunnen inzien.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Niet deelnemen aan de behandeling</titel></kop><al>De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de
                            behandeling van een bezwaarschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in
                            het geding kan zijn. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Openbaarheid hoorzitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoorzitting is openbaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op verzoek van een der partijen of op initiatief van de commissie
                                kan de voorzitter de hoorzitting besloten verklaren, indien
                                zwaarwegende belangen zich tegen openbaarheid verzetten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid zijn de hoorzittingen van de kamers
                                II en IV niet openbaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Nader onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien na de hoorzitting maar vóór het uitbrengen van het advies een
                                nader onderzoek wenselijk is, kan de voorzitter tot het houden
                                daarvan besluiten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De resultaten van het onderzoek worden in afschrift aan het
                                verwerend orgaan en de belanghebbenden toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorzitter kan een nadere hoorzitting beleggen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op een nadere hoorzitting zijn de bepalingen in deze verordening die
                                betrekking hebben op de hoorzitting van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Beraadslaging en advisering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het
                                advies dat aan het verwerend orgaan wordt uitgebracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beslissing over het advies wordt genomen door drie leden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het advies wordt vastgesteld bij meerderheid van stemmen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt,
                                indien die minderheid dat verlangt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het advies is gemotiveerd en bevat een voorstel aan het verwerend
                                orgaan voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de
                                commissie ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Uitbrengen advies</titel></kop><al>Het advies wordt, voorzien van het verslag van de hoorzitting,
                            uitgebracht aan het verwerend orgaan. Tegelijkertijd wordt naar de
                            indiener van het bezwaarschrift en eventueel andere direct betrokken
                            partijen een kopie van het advies gezonden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Toezending beslissing op bezwaarschrift</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verwerend orgaan verzendt met de beslissing op het
                                bezwaarschrift tegelijkertijd een afschrift daarvan aan de
                                secretaris.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van het bepaalde in het eerste lid kan op verzoek van de commissie
                                worden afgeweken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Overige belanghebbenden, anders dan bedoeld in de artikelen 7:12 en
                                7:26 van de wet, ontvangen een afschrift van de beslissing op het
                                bezwaarschrift.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Vervolgprocedures</titel></kop><al>De commissie ontvangt van het verwerend orgaan een afschrift van
                            rechterlijke uitspraken in vervolgprocedures.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Jaarverslag</titel></kop><al>De commissie zendt jaarlijks een verslag van haar werkzaamheden aan de
                            burgemeester, het college en de raad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Overige</titel></kop><al>In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist de
                            voorzitter.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De verordening Adviescommissie voor bezwaarschriften gemeente Delft van
                            22 april 2010 wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>Op de (plaatsvervangende) leden die op het tijdstip van inwerkingtreding
                            van deze verordening reeds zitting hebben in de commissie is artikel 6
                            van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt vier weken na bekendmaking in werking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening Adviescommissie
                            voor bezwaarschriften Delft.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening> Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 23 september
                        2010.</ondertekening><ondertekening>mr. drs. G.A.A. Verkerk ,burgemeester</ondertekening><ondertekening>R.H. van Luyk ,griffier</ondertekening><ondertekening>Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Delft
                        op 6 juli 2010.</ondertekening><ondertekening>mr. drs. G.A.A. Verkerk ,burgemeester</ondertekening><ondertekening>drs. T.W. Andriessen ,lo.secretaris.</ondertekening><ondertekening>Aldus vastgesteld door de burgemeester van de gemeente Delft op 6 juli
                        2010.</ondertekening><ondertekening>mr. drs. G.A.A. Verkerk ,burgemeester</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Bekendgemaakt 10 oktober 2010.</ondertekening><ondertekening>Gewijzigd 25 april 2013. Bekendgemaakt 8 mei 2013.</ondertekening><ondertekening>Gewijzigd bij raadsbesluit van 26 maart 2015. Bekendgemaakt 10 april
                        2015.</ondertekening><ondertekening>Laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 29 september 2016.
                        Bekendgemaakt 12 oktober 2016.</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>