<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR59410_1</dcterms:identifier><dcterms:title>VERORDENING BURGERINITIATIEF</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Schiedam</dcterms:creator><dcterms:modified>2002-09-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schiedam</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening burgerinitiatief</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2002-06-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2002-09-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2025-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Presidium 08052002,VR2002/048</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Datum inwerkingtreding is geschat op 1 september 2002.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING BURGERINITIATIEF</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder een burgerinitiatiefvoorstel:
                            een voorstel van een initiatiefgerechtigde om een onderwerp als
                            afzonderlijk punt op de agenda van de vergadering van de raad te
                            plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>De raad plaatst een burgerinitiatiefvoorstel op de agenda van zijn
                            vergadering, indien daartoe door een initiatiefgerechtigde een geldig
                            verzoek is ingediend. Ongeldig is een verzoek dat:</al><lijst><li nr="a."><al>niet door ten minste 100 initiatiefgerechtigden wordt
                                    ondersteund;</al></li><li nr="b."><al>een onderwerp als bedoeld in artikel 4 bevat, of</al></li><li nr="c."><al>niet voldoet aan de voorwaarden, gesteld in artikel 5. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Initiatiefgerechtigd zijn degenen die kiesgerechtigd zijn voor de
                                verkiezing van de leden van de gemeenteraad alsmede ingezeten van de
                                gemeente van zestien jaar en ouder die met uitzondering van hun
                                leeftijd voldoen aan de vereisten voor het kiesrecht voor de leden
                                van de gemeenteraad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de beoordeling of aan de vereisten voor
                                initiatiefgerechtigdheid is voldaan, is de toestand op de dag van
                                indiening van het verzoek bepalend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al>Een burgerinitiatiefvoorstel is ongeldig indien het betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>een onderwerp dat niet behoort tot de bevoegdheid van de
                                    raad;</al></li><li nr="b."><al>een vraag over het gemeentelijk beleid en/of de uitvoering
                                    daarvan;</al></li><li nr="c."><al>een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht over een gedraging van een bestuursorgaan;</al></li><li nr="d."><al>een bezwaar in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht tegen een besluit van een bestuursorgaan, of</al></li><li nr="e."><al>een onderwerp waarover door de raad een besluit is genomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een verzoek ter plaatsing van een burgerinitiatiefvoorstel op de
                                agenda van de vergadering van de raad wordt schriftelijk ingediend
                                bij de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verzoek bevat ten minste:</al><lijst><li nr="a."><al>een nauwkeurige omschrijving van het
                                        burgerinitiatiefvoorstel;</al></li><li nr="b."><al>een toelichting op het burgerinitiatiefvoorstel;</al></li><li nr="c."><al>de achternaam, de voornamen, het adres, de geboortedatum en
                                        de handtekening van de verzoeker en zijn plaatsvervanger,
                                        en</al></li><li nr="d."><al>een lijst met de voornamen, achternamen, adressen,
                                        geboortedata en handtekeningen van de initiatiefgerechtigden
                                        die het verzoek ondersteunen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de indiening van het verzoek wordt gebruik gemaakt van een door
                                het presidium vast te stellen model.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad beslist in de eerstvolgende vergadering na de datum van
                                indiening van het verzoek of het burgerinitiatiefvoorstel op de
                                agenda van de vergadering van de raad wordt geplaatst, met dien
                                verstande dat ten minste twee weken is gelegen tussen de dag van
                                indiening van het verzoek en de dag van de vergadering, waarin de
                                raad over het verzoek beslist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het onderwerp behoort tot de bevoegdheid van een ander
                                bestuursorgaan, dan zendt de raad het voorstel naar dat
                                bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de raad het verzoek toewijst, dan agendeert hij het
                                burgerinitiatiefvoorstel voor de eerstvolgende vergadering van de
                                raad.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester nodigt de verzoeker schriftelijk uit voor de
                                vergadering waarvoor het burgerinitiatiefvoorstel is geagendeerd. De
                                verzoeker of zijn plaatsvervanger heeft tijdens deze vergadering de
                                gelegenheid om zijn burgerinitiatiefvoorstel mondeling nader toe te
                                lichten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Zo spoedig mogelijk nadat de raad over het burgerinitiatiefvoorstel
                                een besluit heeft genomen, wordt dit besluit bekendgemaakt door
                                kennisgeving van het besluit of de zakelijke inhoud ervan in een
                                huis-aan-huisblad en op de gemeentelijke internetsite.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van het besluit mededeling
                                gedaan aan de verzoeker.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester brengt over elk jaar als onderdeel van het
                                burgerjaarverslag verslag uit over de werking van het recht van
                                burgerinitiatief in de praktijk.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Naar aanleiding van het eerste burgerjaarverslag vindt een evaluatie
                                van deze verordening plaats door de commissie Algemene zaken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na
                            bekendmaking.</al></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting op de Verordening burgerinitiatief</tussenkop><al>Voor een algemene toelichting wordt verwezen naar de Handreiking
                    burgerinitiatief. Hierna volgt een toelichting op gemaakte keuzen en
                    aanpassingen van het model.</al><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al>Het voorstel mag, maar hoeft niet per se een concreet voorstel in te houden;
                    volstaan kan ook worden met het aandragen van een onderwerp, b.v. een probleem
                    op een bepaald beleidsterrein of in een bepaalde wijk. Naarmate sprake is van
                    een minder concreet voorstel heeft de raad meer ruimte om de vorm van de
                    discussie te bepalen. </al><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><al>De bepalingen in het Reglement van Orde over de rol van het presidium bij het
                    voorlopig opstellen van de agenda e.d. gelden hier uiteraard ook. De raad stelt
                    echter zelf zijn agenda vast en dat is hier bepalend.</al><al>De drempel van 100 initiatiefgerechtigden is gekozen om het indienen van een
                    voorstel niet al te zeer te bemoeilijken, maar ook wel een indicatie te hebben
                    van een redelijk draagvlak om in ieder geval een discussie te rechtvaardigen.
                    Lukt het overigens niet het vereiste aantal handtekeningen bijeen te krijgen,
                    dan kan een verzoeker nog altijd proberen een raadslid te overtuigen om van zijn
                    rechten gebruik te maken een onderwerp aan te kaarten. </al><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al>Met de voorgestelde bepaling worden ook ingezetenen van zestien en zeventien
                    jaar als initiatiefgerechtigde aangemerkt. Hierdoor kan de betrokkenheid van
                    jongeren bij de politiek worden aangemoedigd. </al><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al>De keuze onder e behoeft geen nadere toelichting.</al><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><al>De opmerking bij artikel 2 over het Reglement van Orde geldt hier eveneens. </al><al>Uitgangspunt voor het model, genoemd in lid 3, is model 1 uit de Handreiking.
                    Door het presidium zal een publieksvriendelijker tekst worden vastgesteld.
                    Hierover wordt de commissie Algemene zaken geïnformeerd.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>