<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR59186_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Inspraakverordening gemeente Beek</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Beek</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-11-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Beek</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Maas- en Geleenbode, 14-12-2005</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Inspraakverordening gemeente Beek</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 150</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht, juncto afdeling 3.4</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-12-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2005-12-22</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Inspraakverordening gemeente Beek 2000.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Inspraakverordening gemeente Beek</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>DE RAAD VAN DE GEMEENTE BEEK;</al><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 4 oktober 2005;</al><al/><al>gelet op het bepaalde in artikel 150 van de Gemeentewet juncto afdeling 3.4
                        van de Algemene wet bestuursrecht;</al><al/><al>B E S L U I T :</al><al/><lijst><li nr="1."><al>in te trekken de bij besluit van 12 januari 1995 vastgestelde en op
                                19 januari 1995 in werking getreden “Inspraakverordening gemeente
                                Beek” alsmede de bij besluit van 20 april 2000 en op 27 april 2000
                                in werking getreden “Wijziging maart 2000” van de
                                “Inspraakverordening gemeente Beek”;</al></li><li nr="2."><al>vast te stellen de navolgende verordening inzake de wijze waarop
                                ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk
                                beleid worden betrokken.</al><al/><al><vet>INSPRAAKVERORDENING GEMEENTE BEEK</vet>​</al></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al> De verordening verstaat onder: </al><lijst><li nr="a."><al>inspraak: het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de
                                voorbereiding van gemeentelijk beleid;</al></li><li nr="b."><al>inspraakprocedure: de wijze waarop de inspraak gestalte wordt
                                gegeven;</al></li><li nr="c."><al>beleidsvoornemen: het voornemen van het bestuursorgaan tot het
                                vaststellen of wijzigen van beleid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Onderwerp van inspraak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of
                            inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk
                            beleid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Inspraak wordt altijd verleend indien de wet daartoe verplicht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Geen inspraak wordt verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder
                                    vastgesteld beleidsvoornemen;</al></li><li nr="b."><al>indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is
                                    uitgesloten; </al></li><li nr="c."><al>indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij
                                    het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;
                                </al></li><li nr="d."><al>inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke
                                    dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de
                                    Gemeentewet; </al></li><li nr="e."><al>indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate
                                    spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht; </al></li><li nr="f."><al>indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van
                                    de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen
                                    in de samenleving. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Inspraakgerechtigden</titel></kop><al>Inspraak wordt verleend aan ingezetenen en belanghebbenden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Inspraakprocedure</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet
                            bestuursrecht van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan voor een of meer beleidsvoornemens een andere
                            inspraakprocedure vaststellen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Eindverslag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Ter afronding van de inspraak maakt het bestuursorgaan een
                                eindverslag op. </al></li><li nr="2."><al>Het eindverslag bevat in elk geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een overzicht van de gevolgde inspraakprocedure;</al></li><li nr="b."><al>een weergave van de zienswijzen die tijdens de inspraak
                                        mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht; </al></li><li nr="c."><al>een reactie op deze zienswijzen, waarbij met redenen omkleed
                                        wordt aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing
                                        van het beleidsvoornemen wordt overgegaan. </al></li><li nr="d."><al>Het bestuursorgaan maakt het eindverslag op de gebruikelijke
                                        wijze openbaar. </al><al/></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt de achtste dag na de dag van bekendmaking in werking
                        en wel op 22 december 2005. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: “Inspraakverordening gemeente
                            Beek”.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad der gemeente Beek in zijn openbare
                        vergadering van 8 december 2005.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raadsgriffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>drs. G.H.M. Erven drs. A.M.J. Cremers</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel 1. Begripsomschrijvingen </label></kop><lijst><li nr="a."><al>Inspraak: Er zijn veel omschrijvingen van het begrip inspraak.
                                    Bij de in dit artikel opgenomen formulering is aangesloten bij
                                    de tekst van artikel 150 van de Gemeentewet. Inspraak is een
                                    onderdeel van de voorbereiding en uitvoering van het
                                    gemeentelijk beleid en heeft een tweeledig doel. Enerzijds wordt
                                    aan belanghebbenden de mogelijkheid geboden om hun mening over
                                    beleidsvoornemens kenbaar te maken. Anderzijds biedt inspraak
                                    aan bestuursorganen een belangrijk hulpmiddel in het kader van
                                    de voor de beleidsvoorbereiding noodzakelijke belangenafweging.
                                    Inspraak is overeenkomstig <onderstreept>artikel 150 van de
                                        Gemeentewet </onderstreept>'eenzijdig' gedefinieerd, dat wil
                                    zeggen dat geen gedachtewisseling met het bestuursorgaan is
                                    inbegrepen. Geadviseerd echter wordt het tweezijdige element van
                                    gedachtewisseling zo mogelijk wel onder de inspraakprocedure te
                                    brengen, omdat hiermee een derde doel kan worden gediend, te
                                    weten het creëren van draagvlak voor beleidsvoornemens.</al></li><li nr="b."><al>Inspraakprocedure: De verantwoordelijkheid voor het maken van
                                    een regeling over inspraak ligt ingevolge artikel 150 van de
                                    Gemeentewet bij de raad. Afdeling 3.4 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht is van toepassing verklaard. Artikel 4, tweede
                                    lid, van de Inspraakverordening gemeente Beek geeft het
                                    bestuursorgaan ruimte om een andere procedure te volgen. Het
                                    bestuursorgaan is immers verantwoordelijk voor uitvoering, de
                                    nadere regeling en organisatie van de inspraak.</al></li><li nr="c."><al>Beleidsvoornemen: Het begrip beleidsvoornemen is gedefinieerd
                                    als het voornemen van het bestuursorgaan tot het vaststellen of
                                    wijzigen van beleid. Het zal duidelijk zijn dat het hierbij niet
                                    gaat om de vaststelling van concrete besluiten of maatregelen,
                                    maar om de vorming van het beleid waarop deze kunnen worden
                                    gebaseerd.</al></li></lijst><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Onderwerp van inspraak</titel></kop><al>In het eerste lid is bepaald dat elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn
                        eigen bevoegdheden besluit of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding
                        van gemeentelijk beleid. Het begrip bestuursorgaan is gedefinieerd in
                        artikel 1:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Het omvat in elk
                        geval de raad, het college en de burgemeester. Elk bestuursorgaan van de
                        gemeente kan zijn eigen beleidsvoornemens aan inspraak onderwerpen. Het
                        blijft ter volledige beoordeling van de raad ten aanzien van welke
                        beleidsvoornemens inspraak wordt verleend. Omdat het in bepaalde gevallen
                        doelmatiger zal kunnen zijn als inspraak geschiedt door middel van
                        bijvoorbeeld spreekrecht bij raadsvergaderingen, blijft door de formulering
                        van het eerste lid de mogelijkheid bestaan dat voor bepaalde
                        beleidsvoornemens een andere wijze van inspraak wordt geregeld. Het besluit
                        om al dan niet inspraak te verlenen is een besluit in de zin van de Algemene
                        wet bestuursrecht. Hiertegen kan dus bezwaar worden gemaakt. In het tweede
                        lid is bepaald dat inspraak altijd wordt verleend indien een wettelijk
                        voorschrift daartoe verplicht. Hieronder staan opgesomd welke wettelijke
                        verplichtingen gelden. Er is van afgezien om dit op te nemen in de tekst van
                        artikel 2 zelf, omdat in de eerste plaats bij een nieuwe wettelijke
                        verplichting direct de verordening moet worden aangepast en in de tweede
                        plaats het een dermate uitgebreide opsomming is dat de verordening hiermee
                        onoverzichtelijk wordt. </al><al>Wettelijke verplichtingen tot het bieden van inspraak bestaan thans bij: </al><lijst><li nr="a."><al>de voorbereiding van een ontwikkelingsprogramma stedelijke
                                vernieuwing (artikel 7, derde lid, aanhef en onder a, Wet stedelijke
                                vernieuwing);</al></li><li nr="b."><al>de voorbereiding van het gemeentelijk milieubeleidsplan (artikel
                                4.17, derde lid, Wet milieubeheer (WM));</al></li><li nr="c."><al>de voorbereiding van een besluit tot vaststelling van een
                                afvalstoffenverordening die afwijkt van artikel 10.21 WM (artikel
                                10.26, tweede lid, WM);</al></li><li nr="d."><al>het integraal gemeentelijk gehandicaptenbeleid (artikel 1a Wet
                                voorzieningen gehandicapten);</al></li><li nr="e."><al>de plannen en beleidsverslagen gericht op de realisatie en de
                                vormgeving van cliëntenparticipatie bij de uitvoering van de Wet
                                inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                                gewezen zelfstandigen (artikel 42, eerste lid, onder d) en de Wet
                                inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                                werkloze werknemers (artikel 42, eerste lid, onder d);</al></li><li nr="f."><al>de voorbereiding van besluiten tot uitsluiting van welstandstoetsing
                                als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onder a en b, van de
                                Woningwet (artikel 12, vierde lid).</al></li></lijst><al>In het derde lid is opgenomen wanneer geen inspraak wordt verleend. </al><al/></divisie><divisie><kop><label>Artikel 3. Inspraakgerechtigden </label></kop><al>De omschrijving van inspraakgerechtigden vloeit rechtstreeks voort uit de
                        tekst van artikel 150 van de Gemeentewet. In de Wet uniforme openbare
                        voorbereidingsprocedure Algemene wet bestuursrecht, die op 1 juli 2005 in
                        werking is getreden, zijn de woorden 'in de gemeente een belang hebbende
                        natuurlijke en rechtspersonen' vervangen door: belanghebbenden. Ondanks het
                        feit dat artikel 150 van de Gemeentewet volgens het overgangsrecht pas een
                        jaar na de inwerkingtreding van de Wet uniforme openbare
                        voorbereidingsprocedure Algemene wet bestuursrecht zal worden aangepast, is
                        de inspraakverordening hierop nu reeds aangepast. Het is juridisch geen
                        probleem om nu al de aanpassing te plegen, omdat dit ook volgens de huidige
                        wetgeving kan. Het begrip 'belanghebbende' is in artikel 1:2 Awb
                        gedefinieerd en deze definitie heeft ook gelding voor wetgeving buiten de
                        Awb. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 4. Inspraakprocedure </label></kop><al>Ter uniformering en deregulering is in het eerste lid afdeling 3.4 van de
                        Algemene wet bestuursrecht van toepassing verklaard op de inspraak. In
                        artikel 3:10 tot en met 3:18 van de Algemene wet bestuursrecht is de
                        inspraakprocedure te vinden. Na terinzagelegging en bekendmaking van het
                        beleidsvoornemen kunnen belanghebbenden gedurende zes weken schriftelijk of
                        mondeling hun zienswijze naar voren brengen. In de meeste gevallen zal deze
                        procedure passend zijn voor de inspraak. Zo niet, dan kan op grond van het
                        tweede lid de inspraakprocedure worden aangepast. Hierbij kan bijvoorbeeld
                        gedacht worden aan het geval dat de genoemde zeswekentermijn door het
                        bestuursorgaan te lang wordt bevonden. Deze termijn zou kunnen worden
                        aangepast bij besluit van het bestuursorgaan op grond van het tweede lid.
                    </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Eindverslag</titel></kop><al> In dit geval is niet gekozen voor verwijzing naar afdeling 3.4 van de
                        Algemene wet bestuursrecht. In artikel 3:17 van de Algemene wet
                        bestuursrecht wordt namelijk slechts bepaald dat een verslag wordt gemaakt
                        van hetgeen tijdens de inspraakprocedure mondeling naar voren is gebracht.
                        Onder het in het tweede lid, onderdeel a, genoemde verslag van de gevolgde
                        inspraakprocedure wordt verstaan: Hoe is de procedure feitelijk verlopen? Is
                        afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht onverkort toegepast? Wanneer
                        is het beleidsvoornemen ter inzage gelegd enz.? Onderdeel b betekent dat de
                        eindrapportage een volledig overzicht dient te bevatten van zowel de
                        mondelinge als de schriftelijke inspraakreacties. De schriftelijke
                        inspraakreacties kunnen aan het verslag worden gehecht. In het verslag kan
                        worden volstaan met een korte zakelijke weergave van de naar voren gebrachte
                        opvattingen en vermelding van de personen die hun opvatting naar voren
                        hebben gebracht. Onder c wordt als het sluitstuk van inspraak voorgeschreven
                        dat het bestuursorgaan aangeeft wat met de zienswijzen wordt gedaan. In het
                        derde lid is bepaald dat het bestuursorgaan het eindverslag op de
                        gebruikelijke wijze openbaar maakt. Het ligt voor de hand om degenen die
                        hebben ingesproken een exemplaar van het eindverslag te sturen. Daarnaast
                        kan het eindverslag algemeen worden gepubliceerd in het plaatselijke
                        huis-aan-huisblad en op de gemeentelijke website. Als het aantal insprekers
                        omvangrijk is, kan worden gekozen voor het volstaan met een algemene
                        bekendmaking. Het is aan te bevelen om tijdens de inspraakavond al
                        duidelijkheid omtrent de communicatie te verschaffen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel 6. Inwerkingtreding </label></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na de dag van
                        bekendmaking (artikel 142 Gemeentewet). De datum waarop de oude regeling
                        vervalt, is de datum waarop de nieuwe verordening in werking treedt. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: “Inspraakverordening gemeente Beek.
                        In de citeertitel wordt geen jaartal opgenomen om te voorkomen dat de schijn
                        wordt gewekt dat de verordening slechts voor een jaar geldt. </al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>