<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR58982_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van de reclamebelasting</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Infopagina 01-12-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening reclamebelasting</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 229</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-11-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2010/78</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van
            reclamebelasting</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de gemeente Uden;</al><al>gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders van
                        5 oktober 2010;</al><al>gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de
                        Gemeentewet;</al><al>b e s l u i t</al><al>vast te stellen de</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>opschrift: openbare aankondiging in letter of symbolen, voor
                                    zover niet door middel van tijdschriften of nieuwsbladen
                                    gedaan;</al></li><li nr="b."><al>reclameobject: een openbare aankondiging zichtbaar vanaf de
                                    openbare weg;</al></li><li nr="c."><al>bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen,
                                    metaal of ander materiaal, welke op de plaats van bestemming
                                    hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij
                                    directe of indirecte steun vindt in of op de grond;</al></li><li nr="d."><al>tussenpersoon: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die zijn
                                    bedrijf maakt van het verlenen van bemiddeling bij het tot stand
                                    brengen en sluiten van overeenkomsten in opdracht en op naam van
                                    personen tot wie hij niet in vaste betrekking staat;</al></li><li nr="e."><al>exploitant: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die zijn
                                    bedrijf maakt van het ten behoeve van derden tegen vergoeding
                                    aanbrengen van reclameobjecten op door hem daartoe beschikbaar
                                    gestelde oppervlakten;</al></li><li nr="f."><al>kwartaal: een kalenderkwartaal;</al></li><li nr="g."><al>jaar: een kalenderjaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam ‘reclamebelasting’ wordt, binnen het gebied zoals nader
                            aangewezen in de bij deze verordening behorende bijlage 1, een directe belasting geheven ter zake
                            van een openbare aankondiging die zichtbaar is vanaf de openbare
                            weg.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.Belastingplicht</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De reclamebelasting wordt geheven van degene van wie, dan wel ten
                                behoeve van wie, al dan niet met vergunning, de reclameobjecten
                                worden aangetroffen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt de
                                reclamebelasting ter zake van reclameobjecten die door tussenkomst
                                van een exploitant zijn aangebracht, geheven van die
                                exploitant.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De reclamebelasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven
                                opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met
                                inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van dit artikel worden de op de voet van artikel
                                5, tweede lid, bepaalde oppervlakten van reclameobjecten, die bij
                                één bouwwerk of deel daarvan behoren, bij elkaar opgeteld. Indien
                                meerdere bouwwerken of delen daarvan tezamen worden gebruikt door
                                één belastingplichtige, worden de oppervlakten van reclameobjecten
                                die bij deze bouwwerken of delen daarvan behoren voor de toepassing
                                van dit artikel bij elkaar opgeteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Reclameobjecten behoren in elk geval tot één bouwwerk indien zij
                                daarmee fysiek zijn verbonden of daarmee tezamen worden
                                gebruikt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Berekening van de reclamebelasting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de berekening van de reclamebelasting wordt met betrekking tot
                                een in de tarieventabel genoemde oppervlaktemaat een gedeelte
                                daarvan als een volle eenheid aangemerkt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De oppervlakte van een reclameobject wordt bepaald door de lengte
                                c.q. de hoogte en de breedte van de denkbeeldige rechthoek die het
                                opschrift omsluit, dan wel het van de openbare weg zichtbaar
                                gedeelte van het opschrift omsluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><al>Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of,
                                zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, is de
                                belasting verschuldigd voor zoveel vierde gedeelten van de voor dat
                                jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van
                                de belastingplicht, nog volle kwartalen overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                                wordt de aanslag op verzoek van belastingplichtige verminderd voor
                                zoveel vierde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting
                                als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle
                                kwartalen overblijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De reclamebelasting wordt geheven bij wege van aanslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Belastingaanslagen met een totaalbedrag van minder dan € 10,00
                                worden niet opgelegd. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt
                                het totaal van op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt
                                als één belastingaanslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De reclamebelasting wordt niet geheven ter zake van openbare
                            aankondigingen:</al><lijst><li nr="a."><al>waarvoor op grond van een privaatrechtelijke overeenkomst
                                    betaling aan de gemeente moet geschieden onderscheidenlijk een
                                    vergoeding aan de gemeente verschuldigd is;</al></li><li nr="b."><al>die als algemene bewegwijzering waarmee een algemeen belang
                                    wordt gediend kunnen worden aangemerkt;</al></li><li nr="c."><al> die door de gemeente of in opdracht van de gemeente is
                                    geplaatst of aangebracht, indien en voor zover de openbare
                                    aankondiging geschiedt ter uitvoering van de publieke taak;</al></li><li nr="d."><al>die door (semi) overheden of cultureel-maatschappelijke
                                    instellingen zijn aangebracht en die een cultureel,
                                    maatschappelijk, charitatief of ideëel belang dienen;</al></li><li nr="e."><al>op parasols welke zijn geplaatst op een terras bij een
                                    horecaonderneming;</al></li><li nr="f."><al>aangebracht door of namens winkeliersverenigingen of
                                    wijkorganen, waarbij het reclameobject uitsluitend bestaat uit
                                    een vlag met naam van de winkeliersvereniging of het
                                    wijkorgaan;</al></li><li nr="g."><al>op zuilen, borden, muren of andere constructies, aangewezen door
                                    het bevoegde bestuursorgaan;</al></li><li nr="h."><al>voorzien van opschriften aangebracht op bouwterreinen, voor
                                    zover deze opschriften rechtstreeks betrekking hebben op de op
                                    dat terrein in uitvoering zijnde bouwwerkzaamheden;</al></li><li nr="i."><al>die zijn gedaan in verband met de huur of de verkoop van de
                                    desbetreffende onroerende zaak.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Betalingstermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen,
                                waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op
                                de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en
                                de tweede een maand later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste
                                lid gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Voor deze belasting wordt geen kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Nadere regels door het College van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het College van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en invordering van de reclamebelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De Verordening reclamebelasting van 18 december 2008 wordt
                                    ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum
                                    van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van
                                    toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die
                                    datum hebben voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag
                                    na die van bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2011.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening
                                    reclamebelasting’.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van 11 november 2010.</ondertekening><ondertekening>De Raad voornoemd</ondertekening><ondertekening>de griffier de burgemeester</ondertekening><ondertekening>drs. M.A.H. Heffels drs. H.A.G. Hellegers </ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><al>Het tarief bedraagt voor het hebben van een reclameobject,</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="69*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="18*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="13*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.voor een reclameobject met een oppervlakte tot 0,5
                                                m²:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 460,00</al></entry><entry colname="col3"><al>Per jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.voor een reclameobject met een oppervlakte van 0,5
                                                m² tot 10m²:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 634,00</al></entry><entry colname="col3"><al>Per jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.voor een reclameobject met een oppervlakte van 10
                                                m² tot 20m²:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 695,00</al></entry><entry colname="col3"><al>Per jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.voor een reclameobject met een oppervlakte vanaf
                                                20 m²:</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 757,00</al></entry><entry colname="col3"><al>Per jaar</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Behoort bij besluit van de Raad van 11 november 2010.</al><al>Mij bekend,</al><al>de griffier</al><al>drs. M.A.H. Heffels</al><al>Als aangewezen gebied, bedoeld in artikel 2 van de Verordening
                            reclamebelasting, geldt het gedeelte</al><al>wat gelegen is binnen de dikke lijn op onderstaande kaart.</al><al>Behoort bij besluit van de Raad van 11 november 2010.</al><al>Mij bekend,</al><al>de griffier</al><al>drs. M.A.H. Heffels</al></bijlage></regeling></body></cvdr>