<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR5897_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Leidschendam-Voorburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Leidschendam-Voorburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-60611.html">Gemeenteblad 2015, nr. 60611</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 33, lid 3</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-04-07</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-07-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-04-15</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 11</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>1320578</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>bestuurlijke organisatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de Verordening op de ambtelijke bijstand 2003 en de Verordening regelende de tegemoetkoming in de kosten van bijstand aan politieke groeperingen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>1</nr><titel>AMBTELIJKE BIJSTAND</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadslid wendt zich tot de griffier of een ambtenaar met een
                                verzoek om:</al><lijst><li nr="a."><al>feitelijke informatie van geringe omvang;</al></li><li nr="b."><al>inzage in of afschrift van documenten die openbaar
                                        zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de ambtenaar twijfelt of het verzoek betrekking heeft op
                                informatie bedoeld onder het eerste lid, onderdeel a of b, stelt hij
                                de gemeentesecretaris daarvan in kennis. De gemeentesecretaris
                                beslist.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om bijstand
                                bij het opstellen van voorstellen, amendementen en moties of andere
                                bijstand.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De bijstand, bedoeld in het derde lid, wordt verleend door de
                                griffier of een medewerker van de griffie. Indien de gevraagde
                                bijstand niet door de griffier of een medewerker van de griffie kan
                                worden verleend, kan de griffier de gemeentesecretaris verzoeken,
                                één of meer ambtenaren aan te wijzen, die de gevraagde bijstand zo
                                spoedig mogelijk verlenen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Deze paragraaf is van overeenkomstige toepassing op een lid van een
                                raadscommissie als genoemd in het Reglement van orde voor de
                                raadscommissies Leidschendam-Voorburg 2002.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een ambtenaar verleent op verzoek van de griffier of de
                                gemeentesecretaris ambtelijke bijstand tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand
                                        betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad;</al></li><li nr="b."><al>dit het belang van de gemeente kan schaden;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeentesecretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van
                                het eerste lid geweigerd wordt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd,
                                deelt de gemeentesecretaris dit met redenen omkleed mee aan de
                                griffier en aan het raadslid dat het verzoek heeft ingediend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>Indien het verzoek om bijstand van een ambtenaar door de
                            gemeentesecretaris wordt geweigerd, kan de griffier of het betrokken
                            raadslid het verzoek voorleggen aan de burgemeester. De </al><al>burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over het verzoek.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een raadslid niet tevreden is over door een ambtenaar
                                verleende bijstand, doet hij of de griffier hiervan mededeling aan
                                de gemeentesecretaris.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien overleg met de gemeentesecretaris niet leidt tot een voor
                                beide partijen bevredigende oplossing leggen zij de zaak voor aan de
                                burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over de
                                zaak.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>Indien het college of leden van het college informatie wensen over een
                            verzoek om ambtelijke bijstand of de inhoud van het gegeven advies,
                            wenden zij zich daartoe rechtstreeks tot het betrokken raadslid.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>2</nr><titel>FRACTIEONDERSTEUNING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De fracties, zoals bedoeld in het reglement van orde, ontvangen
                                jaarlijks een financiële bijdrage als tegemoetkoming in de kosten
                                voor het functioneren van de fractie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze bijdrage bestaat voor elke fractie uit:</al><lijst><li nr="a."><al>een vast bedrag van € 2.000,- per jaar;</al></li><li nr="b."><al>een bedrag van € 400,- per raadszetel per jaar.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Vervallen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Fracties besteden de bijdrage om hun volksvertegenwoordigende,
                                kaderstellende en controlerende rol te versterken. De bijdrage mag
                                niet worden aangewend voor partijpolitieke doeleinden dan wel voor
                                uitgaven die strijdig zijn met wettelijke bepalingen. Tevens mag de
                                bijdrage niet worden aangewend voor uitgaven die betaald dienen te
                                worden uit de vergoedingen als bedoeld in artikel 95 en 96 van de
                                Gemeentewet. Aan de besteding van de bijdrage dienen concrete
                                bewijsstukken ten grondslag te liggen. Uit de bewijsstukken moet
                                blijken voor welk doel betalingen zijn verricht. Indien
                                bewijsmiddelen ontbreken, bestaat geen recht op een bijdrage.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bijdrage mag uitsluitend gebruikt worden ter bekostiging
                                van:</al><lijst><li nr="a."><al>kosten van assistentie van de fractie, mits voorzien van een
                                        ondertekende specificatie van de werkzaamheden
                                        (factuur/declaratie);</al></li><li nr="b."><al>kosten ten behoeve van het communiceren van de fractie,
                                        zoals het opzetten en onderhouden van een website, het
                                        plaatsen van advertenties en overige
                                        communicatiemiddelen;</al></li><li nr="c."><al>kosten van excursies;</al></li><li nr="d."><al>kosten ten behoeve van het door de fractie nemen van
                                        initiatieven zoals onderzoekskosten en de kosten ten behoeve
                                        van het organiseren van themabijeenkomsten;</al></li><li nr="e."><al>kosten die samenhangen met een mogelijke bijdrage ten
                                        behoeve van het afvaardigen van een vertegenwoordiging van
                                        de fractie in het kader van het gemeentelijk internationaal
                                        beleid;</al></li><li nr="f."><al>kosten die samenhangen met een bijdrage van de fractie ten
                                        behoeve van lokale en interlokale initiatieven waarin de
                                        fractie deelneemt;</al></li><li nr="g."><al>overige kosten, uitsluitend voorzover deze verband houden
                                        met het optreden van de raadsfractie in of buiten de
                                        gemeenteraad en deze door de fractie of door fractieleden in
                                        opdracht van de fractie zijn gemaakt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tot de in het tweede lid opgenomen kosten behoren:</al><lijst><li nr="a."><al>reis-, verblijf- en andere kosten, gemaakt door de fractie
                                        of door fractieleden in verband met bijeenkomsten van
                                        raadsfracties of politieke partijen, om de fractie te
                                        vertegenwoordigen;</al></li><li nr="b."><al>bureaukosten van de fractie, waaronder begrepen die van
                                        abonnementen op bestuurlijke tijdschriften en losbladige
                                        uitgaven en van aankoop van bestuurlijke boeken op naam en
                                        ten behoeve van het functioneren van de fractie;</al></li><li nr="c."><al>scholingskosten, door de fractie of door fractieleden ten
                                        behoeve van het functioneren van de fractie gemaakt;</al></li><li nr="d."><al>contributies en kosten van donateurschappen van de
                                        fractie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De fracties zijn verantwoordelijk voor alle fiscale of andere
                                wettelijke verplichtingen die verband houden met uitbetaalde
                                vergoedingen voor verrichte werkzaamheden en verrichten daartoe alle
                                noodzakelijke handelingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bijdrage voor fractieondersteuning wordt, vóór 31 januari van een
                                kalenderjaar, als voorschot op dat kalenderjaar verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In een jaar waarin verkiezingen plaatsvinden wordt het voorschot
                                verstrekt voor de maanden tot en met de maand waarin de verkiezingen
                                plaatsvinden. In de eerste maand na de maand waarin de eerste
                                vergadering van de nieuw gekozen raad plaatsvindt, wordt het
                                voorschot verstrekt voor de overige maanden van dat jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Vervallen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het zeteltal van een fractie ten gevolge van verkiezingen
                                verandert, wijzigt de bijdrage</al><lijst><li nr="a."><al>bij vermindering van het zeteltal: op de eerste dag van de
                                        maand na de maand waarin de eerste vergadering van de nieuw
                                        gekozen raad plaatsvindt;</al></li><li nr="b."><al>bij vermeerdering van het zeteltal: op de eerste dag van de
                                        maand waarin de eerste vergadering van de nieuw gekozen raad
                                        plaatsvindt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij splitsing van een fractie wordt de op grond van artikel 6,
                                tweede lid, vastgestelde bijdrage voor de oorspronkelijke fractie
                                verdeeld over de betrokken fracties naar evenredigheid van het
                                aantal bij de splitsing betrokken leden met ingang van de datum dat
                                met de splitsing conform het reglement van orde rekening wordt
                                gehouden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij splitsing van een fractie wordt het aan de oorspronkelijke
                                fractie verstrekte voorschot verrekend overeenkomstig de verdeling
                                die volgt uit het tweede lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al>Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><lijst><li nr="a."><al>a. Elke fractie legt, binnen drie maanden na het einde van
                                        een kalenderjaar, aan de raad verantwoording af over de
                                        besteding van de bijdrage voor fractieondersteuning onder
                                        overlegging van een verslag.</al></li><li nr="b."><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid onder a legt
                                        elke fractie na verkiezingen binnen drie maanden na de datum
                                        van de verkiezingen aan de raad verantwoording af over de
                                        besteding van de bijdrage voor fractieondersteuning onder
                                        overlegging van een verslag over de periode van 1 januari
                                        tot en met de maand waarin de verkiezingen plaatsvinden. Na
                                        afloop van het betreffende kalenderjaar legt elke fractie
                                        binnen drie maanden aan de raad verantwoording af over de
                                        besteding van de bijdrage voor fractieondersteuning onder
                                        overlegging van een verslag over de resterende periode van
                                        het kalenderjaar.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Controle van het verslag vindt plaats door een door de raad in te
                                stellen kascommissie; daarbij wordt zij ondersteund door de griffie.
                                De kascommissie stelt een rapport van bevindingen op ten behoeve van
                                het presidium. In het rapport van bevindingen worden de conclusies
                                per fractie opgenomen.</al><al>Het presidium beoordeelt de bevindingen en het advies van de
                                commissie en beslist over uitgaven die voor de commissie niet
                                eenduidig waren. Vervolgens zendt zij de eindrapportage naar de
                                raad.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De eindrapportage inclusief jaarlijkse eindafrekening wordt door de
                                raad vastgesteld en wordt openbaar gemaakt.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>PARAGRAAF</label><nr>3</nr><titel>CITEERTITEL EN INWERKINGTREDING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking de dag na de dag van bekendmaking
                                en werkt terug tot en met 1 januari 2008.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Verordening op de ambtelijke bijstand 2003 en de Verordening
                                regelende de tegemoetkoming in de kosten van bijstand aan politieke
                                groeperingen worden ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het met ingang van de raadsperiode in 2006 niet gebruikte gedeelte
                                van de bijdrage toekomend aan een fractie als bedoeld in artikel 3
                                van de Verordening regelende de tegemoetkoming in de kosten van
                                bijstand aan politieke groeperingen, wordt toegevoegd aan de
                                reservering als bedoeld als bedoeld in artikel 10.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening ambtelijke bijstand
                            en fractieondersteuning”.</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING BIJ DE VERORDENING AMBTELIJKE BIJSTAND EN
                        FRACTIEONDERSTEUNING</titel></kop><al><vet>Algemeen</vet></al><al/><al>Deze verordening geeft uitvoering aan artikel 33 van de Gemeentewet. Het
                        legt expliciet vast dat de raad en individuele raadsleden een recht op
                        ambtelijke bijstand hebben. Voor politieke groeperingen bestaat daarnaast
                        een recht op fractieondersteuning. De uitwerking van deze rechten moet bij
                        verordening worden geregeld.</al><al>De griffier is het eerste aanspreekpunt als het gaat om ambtelijke bijstand.
                        De griffier vervult ook de rol van schakel tussen de raadsleden en de
                        reguliere ambtelijke organisatie.</al><al>Indien er een conflictsituatie ontstaat of dreigt te ontstaan, zal de
                        burgemeester een bemiddelende en uiteindelijk beslissende rol kunnen spelen.
                        De positie van de burgemeester maakt hem bij uitstek geschikt voor deze taak
                        als bruggenbouwer en als degene die uiteindelijk het laatste woord heeft.
                    </al><al/><al>Dat de raad beschikt over een griffier met griffie betekent niet dat er geen
                    behoefte zou zijn aan ambtelijke bijstand door de reguliere ambtelijke
                    organisatie. De griffie zal, in vergelijking met de reguliere organisatie,
                    beperkt in omvang zijn. Voor specialistische hulp zal een beroep op deze
                    organisatie dan ook nodig kunnen zijn. Dit geldt ook voor specifieke informatie
                    die alleen bij de reguliere ambtelijke organisatie beschikbaar is. De wetgever
                    heeft dat onderkend en het recht op deze vorm van ambtelijke ondersteuning
                    expliciet vastgelegd. Deze verordening vormt de uitwerking van dit recht.</al><al/><al>Artikel 33 van de Gemeentewet laat buiten twijfel dat individuele
                        raadsleden, dus ook die behorend tot een minderheid in de raad, recht hebben
                        op ambtelijke bijstand. Op deze verordening kan dus door alle raadsleden een
                        beroep worden gedaan.</al><al>In de verordening is geen bepaling opgenomen voor die gevallen waarin de tot
                        het verlenen van hulp aangewezen ambtenaar op grond van gewetensbezwaren
                        daartoe niet bereid is. In een dergelijk geval is er sprake van een
                        rechtspositioneel probleem dat binnen de ambtelijke organisatie tot een
                        oplossing dient te worden gebracht.</al><al/><al>Ook in de Organisatieverordening raadsgriffie Leidschendam-Voorburg zijn
                    bepalingen opgenomen over het verlenen van ambtelijke bijstand aan onder andere
                    de leden van de gemeenteraad. De beide verordeningen zijn op elkaar afgestemd. </al><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al><vet>Artikel 1</vet></al><al>De verordening is niet bedoeld om formele barrières op te werpen die het
                        verlenen van bijstand aan raadsleden juist bemoeilijkt. Indien het gaat om
                        het verzoek om informatie van feitelijke aard, dan wel inzage in of
                        afschrift van openbare documenten, kan een raadslid contact opnemen met de
                        griffier die het verzoek kan neerleggen bij een ambtenaar uit de reguliere
                        ambtelijke organisatie. Ook kan een raadslid rechtstreeks contact opnemen
                        met de betreffende ambtenaar. Het begrip document wordt hier gebruikt in de
                        betekenis die het in de Wet openbaarheid bestuur heeft. Met openbaar wordt
                        bedoeld openbaar in de zin van de Wet openbaarheid van bestuur. Voor niet
                        openbare documenten wordt een regeling gegeven in de artikel 25, 55 en 86
                        van de Gemeentewet. Deze rechten zijn veelal uitgewerkt in het reglement van
                        orde voor de raad, het reglement van orde voor het college en de verordening
                        op de raadscommissies.</al><al>De bijstand wordt zo spoedig mogelijk verleend. Het is niet mogelijk in de
                        verordening hiervoor vaste termijnen op te nemen in verband met de
                        verschillen in aard en omvang van de werkzaamheden voor een verzoek. De
                        griffier ziet er op toe dat er voortgang blijft in het proces.</al><al>In de gehele verordening is er voor gekozen een onderscheid aan te brengen
                        tussen ambtenaren en medewerkers van de griffie. Als er over ambtenaren
                        gesproken wordt, worden ambtenaren van de reguliere ambtelijke organisatie
                        bedoeld die onder gezag van het college staan en worden dus niet
                        griffiemedewerkers bedoeld. Dit neemt niet weg dat ook medewerkers van de
                        griffie ambtenaren in de zin van de Ambtenarenwet zijn.</al><al>Op grond van het tweede lid is er bij twijfel een rol voor de
                        gemeentesecretaris weggelegd. Deze zal moeten beslissen of het een verzoek
                        als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a en b betreft.</al><al/><al><vet>Artikel 2</vet></al><al>Beoordeling of één van de in artikel 2 genoemde weigeringsgronden zich voordoet,
                    vindt in eerste instantie plaats door de gemeentesecretaris als hoofd van de
                    reguliere ambtelijke organisatie. </al><al><vet>Artikel 3</vet></al><al>In artikel 3 is aangegeven dat de uiteindelijke beslissing over het niet
                    verlenen van ambtelijke bijstand is voorbehouden aan de burgemeester. Het ligt
                    in de rede dat hij hierover overleg voert met de gemeentesecretaris en de
                    griffier (en indien nodig ook met het betrokken raadslid). Uiteraard kan de raad
                    via de gebruikelijke weg hierover de burgemeester verzoeken verantwoording af te
                    leggen (artikel 180 Gemeentewet).</al><al><vet>Artikel 4</vet></al><al>Ook indien - naar de mening van het raadslid - op onvoldoende wijze aan zijn of
                    haar verzoek om hulp gehoor wordt gegeven, kan de zaak aan een hogere instantie
                    worden voorgelegd: de burgemeester is daar gezien zijn eigenstandige positie in
                    het gemeentelijke bestuur de meest aangewezen instantie voor. Wel dient het
                    betrokken raadslid of de griffier hierover eerst overleg te voeren met de
                    gemeentesecretaris. Indien het raadslid zich rechtstreeks tot een ambtenaar
                    heeft gewend, dan wordt eerst met die ambtenaar overlegd.</al><al><vet>Artikel 5</vet></al><al>Om te verzekeren dat een ambtenaar niet door collegeleden onder druk wordt gezet
                    om toch inlichtingen te verschaffen over het verzoek van een raadslid, is in
                    artikel 5 bepaald dat collegeleden zich voor informatie direct tot het betrokken
                    raadslid wenden en niet tot de behandelend ambtenaar. Dit biedt bovendien een
                    extra waarborg voor de onafhankelijke behandeling van een verzoek om ambtelijke
                    bijstand.</al><al>De ambtenaar die ambtelijke bijstand verleent, blijft echter wel onderdeel van
                    de reguliere ambtelijke organisatie. Het verlenen van ambtelijke bijstand hoort
                    tot de normale uitoefening van zijn taak. Indien hij dit gedeelte van zijn taak
                    niet goed uitoefent, behoudt het college dus de mogelijkheid om de ambtenaar
                    hierop aan te spreken.</al><al><vet>Artikel 6</vet></al><al>Fractieondersteuning vindt zijn vorm in een financiële ondersteuning. De hoogte
                    van het budget voor fractieondersteuning zal in de gemeentebegroting moeten
                    worden opgenomen en dus door de raad worden vastgesteld. De fractieondersteuning
                    bestaat uit een vast en een variabel deel. Het vaste deel garandeert dat elke
                    fractie de kans krijgt zich op gelijkwaardig niveau te laten ondersteunen. Omdat
                    grote fracties meer lasten zullen hebben op facilitair gebied is het logisch dat
                    zij voor dergelijke kosten een hogere vergoeding krijgen.</al><al><vet>Artikel 7</vet></al><al/><al>De bijdrage is bedoeld voor de ondersteuning van het raadswerk. Daarom
                        worden in het eerste lid een aantal doelen genoemd waarvoor de bijdrage niet
                        gebruikt mag worden. Daarmee wordt onder andere voorkomen dat met de
                        bijdrage verkiezingscampagnes worden gefinancierd en dat raadsleden hun
                        eigen vergoeding voor het raadswerk (vastgelegd in het rechtspositiebesluit
                        raads- en commissieleden, dat zijn grondslag vindt in de artikelen 95 en 96
                        van de Gemeentewet) aanvullen met de bijdrage voor fractieondersteuning. En
                        andersom wordt zo voorkomen dat zaken uit de bijdragen worden betaald
                        terwijl de individuele raadsleden daarvoor de maandelijkse tegemoetkoming in
                        de kosten van het raadswerk ontvangen.</al><al>Het tweede lid geeft aan waarvoor de bijdrage uitsluitend is bedoeld.</al><al>Opleidingen voor raads- en commissieleden dienen bekostigd te worden uit het
                        daarvoor algemene beschikbare budget voor raadsleden en dientengevolge niet
                        uit de bijdrage voor fractieondersteuning.</al><al>Kosten die door de fractie of door fractieleden worden gemaakt ten behoeve
                        van het functioneren van de fractie, kunnen uit de fractievergoeding worden
                        bekostigd (artikel 7, lid 3 onder c). Daartoe kunnen worden gerekend kosten
                        van review, teambuilding of andere bijeenkomsten die belegd worden in het
                        belang van het functioneren van de fractie. Het betreft bijvoorbeeld de
                        kosten van zaalhuur en verblijfskosten. Uiteraard moeten de kosten wel
                        redelijk zijn en gerelateerd zijn aan het aantal fractieleden (raadsleden en
                        commissieleden).</al><al/><al><vet>Artikel 8</vet></al><al>De bijdrage wordt als voorschot verstrekt. In een verkiezingsjaar wordt het
                    voorschot in twee gedeelten gesplitst. </al><al><vet>Artikel 9</vet></al><al/><al>Het spreekt vanzelf dat de bijdrage aangepast moet worden aan veranderde
                        verhoudingen in de raad. De regeling heeft tot gevolg dat fracties die
                        kleiner worden (of geheel verdwijnen) nog over de gehele maand waarin de
                        nieuwe raad voor het eerst vergadert, de bijdrage ontvangen. Voor fracties
                        die groter worden (of nieuwe fracties) gaat de bijdrage per diezelfde maand
                        in. Dat betekent dat de totale bijdrage voor fractieondersteuning in een
                        verkiezingsjaar hoger uitvalt dan in andere jaren. Dit is niet te
                        vermijden.</al><al>Bij splitsing van een fractie zal het al eerder verstrekte voorschot direct
                        verrekend moeten worden. Als dat niet zou gebeuren, zou een deel van de
                        oorspronkelijke fractie over een te groot voorschot beschikken en zou het
                        andere deel juist helemaal geen voorschot krijgen. Na het kalenderjaar zou
                        dan alsnog verrekend moeten worden. Het is billijker de verrekening in deze
                        gevallen direct te laten plaatsvinden.</al><al><vet>Artikel 10</vet></al><al/><al>Vervallen.</al><al><vet>Artikel 11</vet></al><al>Vervallen.</al><al><vet>Artikel 12</vet></al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>