<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR58953_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Wet inburgering</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Maasdriel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Maasdriel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Het Carillon, 01-12-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Wet inburgering</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inburgering, art. 8, 19, 23, 24a, 24f en 35</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-11-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-12-02</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Regeling vervangt Verordening inburgering 2007</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Wet inburgering</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Maasdriel,</al><al>gelezen het voorstel van het college;</al><al>gelet op de artikelen 8, 19, vijfde lid, 23, derde lid, 24a, vijfde lid, 24f
                        en 35 van de Wet inburgering en artikel 4.27, derde lid, van het Besluit
                        inburgering;</al><al>besluit vast te stellen de volgende:</al><al><vet>Verordening Wet inburgering</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen en informatieverstrekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        de gemeente Maasdriel;</al></li><li nr="b."><al>de wet: de Wet inburgering;</al></li><li nr="c."><al>voorziening: een (duale) inburgeringsvoorziening of
                                        taalkennisvoorziening. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De begripsomschrijvingen in de wet en de daarop berustende
                                regelingen zijn van toepassing op de begrippen die in deze
                                verordening worden gebruikt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen en
                                vrijwillige inburgeraars</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtigen en de
                                vrijwillige inburgeraar op een doeltreffende en doelmatige wijze
                                worden geïnformeerd over hun rechten en plichten uit hoofde van de
                                wet en over het aanbod van en de toegang tot de voorzieningen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college maakt bij de informatieverstrekking aan de
                                inburgeringsplichtigen en de vrijwillige inburgeraars in ieder geval
                                gebruik van de volgende middelen: </al><lijst><li nr="a."><al>schriftelijk voorlichtingsmateriaal over de
                                        inburgeringsplicht;</al></li><li nr="b."><al>een informatieloket Inburgering, waar schriftelijk
                                        voorlichtingsmateriaal, telefonische voorlichting en
                                        mondelinge individuele voorlichting en informatie gegeven
                                        wordt. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college beoordeelt tenminste eens in de twee jaren de
                                doeltreffendheid en doelmatigheid van de informatieverstrekking aan
                                de inburgeringsplichtigen en de vrijwillige inburgeraars, en
                                rapporteert daarover aan de raad. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Het aanbieden van een voorziening aan inburgeringsplichtigen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanwijzen van de doelgroepen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college wijst de groepen inburgeringsplichtigen aan waaraan hij
                                bij voorrang een inburgeringsvoorziening kan aanbieden op basis van
                                de volgende criteria: </al><lijst><li nr="a."><al>Asielgerechtigden, zowel nieuw- als oudkomers (door rijk
                                        verplichte doelgroep);</al></li><li nr="b."><al>Geestelijke bedienaren, zowel nieuw- als oudkomers (door
                                        rijk verplichte doelgroep); </al></li><li nr="c."><al>Uitkeringsgerechtigden, zowel nieuw- als oudkomers, met een
                                        arbeidsplicht (gemeentelijke prioritaire doelgroep); </al></li><li nr="d."><al>Niet werkende en niet-uitkeringsgerechtigde oudkomers met
                                        opvoedingstaken, in een achterstandspositie (gemeentelijke
                                        prioritaire doelgroep); </al></li><li nr="e."><al>Overige inburgeringsplichtigen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college is bevoegd nadere regels te stellen ten aanzien van het
                                aanwijzen van groepen inburgeringsplichtigen, met name ten aanzien
                                van de criteria.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De samenstelling van de voorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stemt de inburgeringsvoorziening, met uitzondering van
                                de inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren, of de
                                taalkennisvoorziening af op het startniveau en de vaardigheden, de
                                persoonlijke omstandigheden en de maatschappelijke positie van de
                                inburgeringsplichtige.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de inburgeringsplichtige een voorziening gericht op
                                arbeidsinschakeling wordt aangeboden, draagt het college er zorg
                                voor dat de inburgeringsvoorziening op de voorziening gericht op
                                arbeidsinschakeling wordt afgestemd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een inburgeringsvoorziening of een taalkennisvoorziening kan, naast
                                datgene dat in de wet is geregeld, een of meer van de volgende
                                onderdelen bevatten:</al><lijst><li nr="a."><al>opvoedingsondersteuning;</al></li><li nr="b."><al>arbeidsmarktparticipatie</al></li><li nr="c."><al>maatschappelijke begeleiding.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De procedure van het doen van een aanbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college doet het aanbod, bedoeld in artikel 19, eerste of tweede
                                lid, van de wet schriftelijk. Het aanbod wordt gezonden naar het
                                adres waar de inburgeringsplichtige in de gemeentelijke
                                basisadministratie is ingeschreven. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het aanbod wordt een omschrijving gegeven van de voorziening die
                                wordt aangeboden en worden de rechten en verplichtingen vermeld die
                                aan die voorziening worden verbonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De inburgeringsplichtige aan wie een aanbod wordt gedaan, deelt
                                binnen zes weken het college schriftelijk mee of hij het aanbod al
                                dan niet aanvaardt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Wanneer de inburgeringsplichtige het aanbod aanvaardt, neemt het
                                college binnen vier weken na ontvangst van deze mededeling het
                                besluit tot vaststelling van de voorziening overeenkomstig het
                                gedane aanbod. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet
                                wordt in ten hoogste zes termijnen betaald. Als de
                                inburgeringsplichtige het traject afsluit met een diploma wordt de
                                betaalde eigen bijdrage terugbetaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college legt in de beschikking tot vaststelling van de
                                voorziening de termijnen van betaling vast. Indien het college de
                                eigen bijdrage verrekent met de algemene bijstand, wordt dat in de
                                beschikking vastgelegd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Het college kan een inburgeringsplichtige bij beschikking een of meer
                            van de volgende verplichtingen opleggen: </al><lijst><li nr="a."><al>het deelnemen aan de voorziening;</al></li><li nr="b."><al>het deelnemen aan gesprekken met de trajectbegeleider;</al></li><li nr="c."><al>het deelnemen aan voortgangsgesprekken;</al></li><li nr="d."><al>voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen of
                                    staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II op een tijdstip
                                    dat door het college wordt bepaald;</al></li><li nr="e."><al>het melden indien door ziekte dan wel door andere relevante
                                    omstandigheden niet aan de verplichtingen in de beschikking kan
                                    worden voldaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>De inhoud van de beschikking</titel></kop><al>Het besluit tot vaststelling van de voorziening bevat in ieder geval: </al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de voorziening;</al></li><li nr="b."><al>een opgave van de rechten en verplichtingen van de
                                    inburgeringsplichtige; </al></li><li nr="c."><al>de datum waarop het inburgeringsexamen of staatsexamen
                                    Nederlands als tweede taal I of II moet zijn behaald;</al></li><li nr="d."><al>de termijnen en wijze van betaling van de eigen bijdrage;
                                    en</al></li><li nr="e."><al>ingeval van een oudkomer: de datum waarop de termijn van
                                    handhaving van de inburgeringsplicht, bedoeld in artikel 26 van
                                    de wet, aanvangt.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>De bestuurlijke boete</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende
                                overtredingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 250,00 indien de
                                inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het college
                                op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is
                                geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld
                                in artikel 25, vierde lid, van de wet. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,00 indien de
                                inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent aan
                                de uitvoering van de voor hem vastgestelde voorziening, bedoeld in
                                artikel 23, eerste lid, van de wet of aan de verplichtingen, bedoeld
                                in artikel 7 van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,00 indien de
                                inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid, van
                                de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van
                                artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet verlengde termijn
                                het inburgeringsexamen heeft behaald. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de
                                overtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 9
                                eerste lid, bedraagt ten hoogste € 250,00 indien de
                                inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als
                                verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan
                                dezelfde overtreding. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 9
                                tweede lid, bedraagt ten hoogste € 500,00 indien de
                                inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als
                                verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan
                                dezelfde overtreding.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 1000,00 indien de
                                inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van
                                artikel 32 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringsexamen
                                heeft behaald. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 1000,00 indien de
                                inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van
                                artikel 33 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringsexamen
                                heeft behaald. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Het aanbieden van een voorziening aan vrijwillige
                            inburgeraars</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Aanwijzen van de doelgroepen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college wijst de groepen vrijwillige inburgeraars aan waaraan
                                hij bij voorrang een inburgeringvoorziening kan aanbieden op basis
                                van door het college met toepassing van artikel 11 lid 2 te stellen
                                nadere eisen:</al><lijst><li nr="a."><al>EU en EER onderdanen, mensen die reeds in bezit zijn van een
                                        Nederlands paspoort en bovendien 6 maanden of langer staan
                                        ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie.</al></li><li nr="b."><al>Het aantal vrijwillige inburgeraars en
                                        inburgeringsplichtigen, niet vallend onder artikel 3 lid 1a
                                        t/m d, aan wie de gemeente Maasdriel jaarlijks een aanbod
                                        kan doen, te maximeren tot 25.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college is bevoegd nadere regels te stellen ten aanzien van de
                                aanwijzing van groepen vrijwillige inburgeraars, met name ten
                                aanzien van de criteria. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>De samenstelling van de voorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stemt de inburgeringsvoorziening, met uitzondering van
                                de inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren, of de
                                taalkennisvoorziening af op het startniveau en de vaardigheden, de
                                persoonlijke omstandigheden en de maatschappelijke positie van de
                                vrijwillige inburgeraar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de vrijwillige inburgeraar een voorziening gericht op
                                arbeidsinschakeling wordt aangeboden, draagt het college er zorg
                                voor dat de inburgeringsvoorziening op de voorziening gericht op
                                arbeidsinschakeling wordt afgestemd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een inburgeringsvoorziening of een taalkennisvoorziening kan, naast
                                datgene dat in de wet is geregeld, een of meer van de volgende
                                onderdelen bevatten:</al><lijst><li nr="a."><al>opvoedingsondersteuning;</al></li><li nr="b."><al>arbeidsmarktparticipatie</al></li><li nr="c."><al>maatschappelijke begeleiding</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet
                                wordt in ten hoogste zes termijnen betaald. Als de vrijwillige
                                inburgeraar het traject afsluit met een diploma wordt de betaalde
                                eigen bijdrage terugbetaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college legt in de beschikking tot vaststelling van de
                                voorziening de termijnen van betaling vast. Indien het college de
                                eigen bijdrage verrekent met de algemene bijstand, wordt dat in de
                                beschikking vastgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Het college kan in de overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar,
                            bedoeld in artikel 24d, tweede lid, van de wet een of meer van de
                            verplichtingen opnemen: </al><lijst><li nr="a."><al>het deelnemen aan de voorziening;</al></li><li nr="b."><al>het deelnemen aan gesprekken met de trajectbegeleider;</al></li><li nr="c."><al>het deelnemen aan voortgangsgesprekken;</al></li><li nr="d."><al>voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen of
                                    staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II op een tijdstip
                                    dat door het college wordt bepaald;</al></li><li nr="e."><al>het melden indien door ziekte dan wel door andere relevante
                                    omstandigheden niet aan de verplichtingen in de beschikking kan
                                    worden voldaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>De inhoud van de overeenkomst</titel></kop><al>De overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar, bedoeld in artikel 24d,
                            tweede lid, van de wet bevat in ieder geval: </al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de voorziening;</al></li><li nr="b."><al>een opgave van de rechten en verplichtingen van de
                                    inburgeringsplichtige;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop het inburgeringsexamen of staatsexamen
                                    Nederlands als tweede taal I of II moet zijn behaald;</al></li><li nr="d."><al>de termijnen en wijze van betaling van de eigen bijdrage;</al></li><li nr="e."><al>de sancties die kunnen worden toegepast wanneer de
                                    verplichtingen niet worden nagekomen en indien van
                                    toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Sancties bij niet-nakoming van de overeenkomst</titel></kop><al>Indien de vrijwillige inburgeraar de verplichtingen die zijn neergelegd
                            in de overeenkomst niet of in onvoldoende mate nakomt, kan het college
                            hem de volgende sanctie opleggen: een boete van 10% van de totale kosten
                            van de voorziening tot een maximum van € 500,00.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Het vaststellen van de identiteit van de vrijwillige
                                inburgeraar</titel></kop><al>Het college stelt de identiteit van de vrijwillige inburgeraar vast aan
                            de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de
                            Identificatieplicht.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop zij is
                                bekend gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op dat tijdstip vervalt de Verordening Wet inburgering gemeente
                                Maasdriel 2007.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening als bedoeld in artikel
                                18 lid 2, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                                verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten
                                kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening, met
                                inachtneming van het bepaalde in artikel 19 lid 2.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Inburgeringsplichtigen en vrijwillige inburgeraars als bedoeld in
                                artikel 3 en 11 van deze verordening aan wie tussen 1 januari 2010
                                en de datum van inwerkingtreding van deze verordening een
                                voorziening is toegekend als bedoeld in artikel 4 en 12 van de
                                verordening of een overeenkomst is gesloten als bedoeld in artikel
                                15 van de verordening, komen - als het traject wordt afgesloten met
                                een diploma - in aanmerking voor terugbetaling van de eigen bijdrage
                                overeenkomstig het bepaalde in artikel 6 lid 1 en artikel 13 lid 1
                                van de verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De verordening wordt aangehaald als: Verordening Wet inburgering.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 25 november 2010.</al><al>De raad voornoemd,</al></slotformulering><ondertekening><functie>de griffier</functie><naam><voornaam>mevr. drs. J.F.</voornaam><achternaam>van Zutphen</achternaam></naam></ondertekening><ondertekening><functie>de voorzitter</functie><naam><voornaam>dhr. A.</voornaam><achternaam>Frankfort</achternaam></naam></ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>