<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR58948_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Wet inburgering gemeente Beek.</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Beek</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-11-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Beek</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Wet inburgering gemeente Beek.</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inburgering, art. 8</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inburgering, art. 19 lid 5</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inburgering, art. 23 lid 3</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet inburgering, art. 35</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-01-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-02-12</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Indien de bekendmaking van deze regeling vóór 22-12-2010 niet heeft plaatsgevonden, dan geldt de bekendmaking in de Maas- en Geleenbode van 22-12-2010 als officiële bekendmaking van deze regeling zoals bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Wet inburgering gemeente Beek.</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>DE RAAD VAN DE GEMEENTE BEEK;</al><al/><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 6 maart 2007;</al><al/><al>gelet op het bepaalde in de Wet inburgering;</al><al/><al/><al>B E S L U I T :</al><al/><al/><lijst><li nr="1."><al>De verordening Wet inburgering gemeente Beek vast te stellen;</al></li><li nr="2."><al>Kennis te nemen van de beleidsregels en de nota Wet
                                inburgering.</al><al/></li></lijst><al><vet>Verordening Wet inburgering</vet></al><al>De raad van de gemeente Beek;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Beek;</al><al/><al>gelet op de artikelen 8, 19, vijfde lid, 23, derde lid, en 35 van de Wet
                        inburgering;</al><al/><al>overwegende, dat de raad bij verordening regels dient te stellen over de
                        informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen, het
                        aanbieden van een inburgeringsvoorziening aan bijzondere groepen
                        inburgeringsplichtigen en de rechten en plichten van de
                        inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening is vastgesteld,
                        alsmede dat de raad bij verordening het bedrag dient vast te stellen van de
                        bestuurlijke boete die voor de verschillende overtredingen kan worden
                        opgelegd;</al><al/><al>besluit vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al><vet>VERORDENING WET INBURGERING GEMEENTE BEEK</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen en informatieverstrekking</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        de gemeente Beek;</al></li><li nr="b."><al>de wet: de Wet inburgering.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De begripsomschrijvingen in de wet en de daarop berustende
                                regelingen zijn van toepassing op de begrippen die in deze
                                verordening worden gebruikt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor dat de inburgeringsplichtigen op een
                                doeltreffende en doelmatige wijze worden geïnformeerd over hun
                                rechten en plichten uit hoofde van de wet en over het aanbod van en
                                de toegang tot inburgeringsvoorzieningen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt beleidsregels vast op basis waarvan zij vaststelt
                                welke middelen zij wil inzetten voor de informatieverstrekking aan
                                inburgeraars.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college beoordeelt tenminste eens in de drie jaren de
                                doeltreffendheid en doelmatigheid van de informatieverstrekking aan
                                de inburgeringsplichtigen en rapporteert daarover aan de raad.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Doelgroepen en samenstelling van de inburgeringsvoorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanwijzen van de doelgroepen</titel></kop><al>Het college wijst de groepen inburgeringsplichtigen aan, waaraan zij bij
                            voorrang een inburgeringsvoorziening kan aanbieden op basis van
                            criteria, die zij in beleidsregels vastlegt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De samenstelling van de inburgeringsvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stemt de inburgeringsvoorziening, met uitzondering van
                                de inburgeringsvoorziening aan geestelijke bedienaren, af op het
                                startniveau en de vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden en de
                                maatschappelijke positie van de inburgeringsplichtige.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de inburgeringsplichtige een voorziening gericht op
                                arbeidsinschakeling wordt aangeboden, draagt het college er zorg
                                voor dat de inburgeringsvoorziening op de voorziening gericht op
                                arbeidsinschakeling wordt afgestemd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een inburgeringsvoorziening kan, naast datgene dat in de wet is
                                geregeld, één of meer van de volgende onderdelen bevatten:</al><lijst><li nr="a."><al>Een onafhankelijk inburgeringsonderzoek;</al></li><li nr="b."><al>Maatschappelijke begeleiding; </al></li><li nr="c."><al>Klantmanagement en de daarbij behorende
                                        voortgangsgesprekken. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>De inning van de eigen bijdrage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet
                                wordt in ten hoogste tien termijnen betaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college legt in de beschikking tot toekenning van een
                                inburgeringsvoorziening de termijnen van betaling vast. Indien het
                                college de eigen bijdrage verrekent met de algemene bijstand, wordt
                                dat in de beschikking vastgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Opleggen van verplichtingen</titel></kop><al>Het college kan een inburgeringsplichtige bij beschikking één of meer
                            van de volgende verplichtingen opleggen: </al><lijst><li nr="a."><al>deelnemen aan een onafhankelijk inburgeringsonderzoek;</al></li><li nr="b."><al>het deelnemen aan de aangeboden inburgeringscursus;</al></li><li nr="c."><al>het deelnemen aan gesprekken met de klantmanager;</al></li><li nr="d."><al>het deelnemen aan voortgangsgesprekken;</al></li><li nr="e."><al>voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen op een
                                    tijdstip dat door het college wordt bepaald;</al></li><li nr="f."><al>het melden indien door ziekte dan wel door andere relevante
                                    omstandigheden niet aan de verplichtingen in de beschikking kan
                                    worden voldaan.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Het aanbod van een inburgeringsvoorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>De procedure van het doen van een aanbod</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college doet het aanbod, bedoeld in artikel 19, eerste of
                                    tweede lid, van de wet schriftelijk. Het aanbod wordt gezonden
                                    naar het adres waar de inburgeringsplichtige in de gemeentelijke
                                    basisadministratie is ingeschreven. </al></li><li nr="2."><al>In het aanbod wordt een omschrijving gegeven van de
                                    inburgeringsvoorziening die wordt aangeboden en worden de
                                    rechten en verplichtingen vermeld die aan de
                                    inburgeringsvoorziening worden verbonden.</al></li><li nr="3."><al>De inburgeringsplichtige aan wie een aanbod wordt gedaan, deelt
                                    binnen zes weken het college schriftelijk mee of hij het aanbod
                                    al dan niet aanvaardt. Wanneer hij het aanbod niet aanvaardt
                                    geldt artikel 8 van deze verordening. </al></li><li nr="4."><al>Wanneer de inburgeringsplichtige het aanbod aanvaardt, neemt het
                                    college binnen zes weken na ontvangst van deze mededeling het
                                    besluit tot toekenning van de inburgeringsvoorziening,
                                    overeenkomstig het gedane aanbod. </al></li><li nr="5."><al>In door het college vast te stellen beleidsregels kunnen in de
                                    toekomst nadere regels over in de beschikking op te nemen
                                    voorwaarden worden opgenomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Weigering van een aanbod</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De weigering van een aanbod voor een inburgeringsvoorziening
                                    geschiedt schriftelijk door de inburgeringsplichtige.</al></li><li nr="2."><al>Het aanbod wordt bovendien geacht te zijn geweigerd, als de
                                    inburgeringsplichtige ook na rappel:</al><lijst><li nr="a."><al>niet verschijnt op een oproep in verband met het doen
                                            van een aanbod; of</al></li><li nr="b."><al>niet binnen de gestelde termijn een exemplaar van de
                                            aanbiedingsbrief of een schriftelijke weigering van het
                                            aanbod retour heeft gezonden.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Als een inburgeringsplichtige een inburgeringsvoorziening
                                    weigert, stuurt het college de inburgeringsplichtige:</al><lijst><li nr="a."><al>een besluit met de datum waarop het inburgeringsexamen
                                            uiterlijk moet zijn behaald en de mogelijke
                                            consequenties van het niet-nakomen van deze
                                            verplichting;</al></li><li nr="b."><al>informatie over de mogelijkheden die hem daarbij in de
                                            voorbereiding ter beschikking staan, inclusief de
                                            financiële aspecten.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>De inhoud van de beschikking in geval van een gemeentelijk
                                aanbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het besluit tot toekenning van een inburgeringsvoorziening bevat in
                                ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de bevindingen van het inburgeringsonderzoek;</al></li><li nr="b."><al>een beschrijving van de inburgeringsvoorziening;</al></li><li nr="c."><al>een opgave van de rechten en verplichtingen van de
                                        inburgeringsplichtige; </al></li><li nr="d."><al>de datum waarop het inburgeringsexamen moet zijn
                                        behaald;</al></li><li nr="e."><al>de termijnen en wijze van betaling; en</al></li><li nr="f."><al>ingeval van een oudkomer: de datum waarop de termijn van
                                        handhaving van de inburgeringsplicht, bedoeld in artikel 26
                                        van de wet, aanvangt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In door het college vast te stellen beleidsregels kunnen in de
                                toekomst nadere regels over in de beschikking op te nemen
                                voorwaarden worden opgenomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>De inhoud van de beschikking in geval van handhaving inburgeringsplichtige zonder gemeentelijk
                            aanbod</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het besluit tot handhaving van de inburgeringsverplichting bevat
                                    in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een opgave van de rechten en plichten van de
                                            inburgeringsplichtige;</al></li><li nr="b."><al>de uiterste datum waarop het inburgeringsexamen moet
                                            zijn behaald;</al></li><li nr="c."><al>ingeval van een oudkomer: de datum waarop de termijn van
                                            handhaving van de inburgeringsplicht, bedoeld in artikel
                                            26 van de wet, aanvangt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In door het college vast te stellen beleidsregels kunnen in de
                                    toekomst nadere verplichtingen inzake onderzoek naar de
                                    voortgang van de inburgeringsverplichting worden opgenomen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>De bestuurlijke boete</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de
                                verschillende overtredingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 250,-- indien de
                                    inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het
                                    college op redelijke gronden kan vermoeden, dat deze
                                    inburgeringsplichtig is geen of onvoldoende medewerking verleent
                                    aan het onderzoek, bedoeld in artikel 25, vierde lid, van de
                                    wet. De opbouw van de bestuurlijke boete wordt vastgelegd in
                                    door het college vast te stellen beleidsregels.</al></li><li nr="2."><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,-- indien de
                                    inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent
                                    aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde
                                    inburgeringsvoorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van
                                    de wet of aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 6 van deze
                                    verordening. De opbouw van de bestuurlijke boete wordt
                                    vastgelegd in door het college vast te stellen
                                    beleidsregels.</al></li><li nr="3."><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,-- indien de
                                    inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid,
                                    van de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op
                                    grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet
                                    verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald. De
                                    opbouw van de bestuurlijke boete wordt vastgelegd in door het
                                    college vast te stellen beleidsregels.</al></li><li nr="4."><al>De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 1.000,-- indien de
                                    inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond
                                    van artikel 32 of 33 van de wet vastgestelde termijn het
                                    inburgeringsexamen heeft behaald.</al></li><li nr="5."><al>Indien de inburgeringsplichtige belanghebbende is in de zin van
                                    de Wet werk en bijstand, wordt geen bestuurlijke boete opgelegd,
                                    maar een maatregel in het kader van de Wet werk en bijstand
                                    (artikel 37 Wi).</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop deze op
                            voorgeschreven wijze bekend is gemaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De verordening wordt aangehaald als: Verordening Wet inburgering
                            gemeente Beek. </al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad der gemeente Beek in zijn openbare
                        vergadering van 29 maart 2007.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>drs. G.H.M. Erven drs. A.M.J. Cremers</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Algemene toelichting</vet></al><al/><al>De Wet inburgering (Wi) is op 1 januari 2007 in werking getreden en komt
                            in de plaats van de Wet inburgering nieuwkomers (WIN) en de
                            verschillende oudkomersregelingen. De Wi regelt de inburgeringsplicht
                            voor in beginsel alle onderdanen van derdelanden van 16 tot 65 jaar die
                            duurzaam in Nederland willen en mogen verblijven. </al><al>Bij het invulling geven aan de inburgeringsverplichting staat de eigen
                            verantwoordelijkheid (ook in financiële zin) van de
                            inburgeringsplichtige centraal. De inburgeringsplichtige kan naar eigen
                            inzicht bepalen hoe hij zich wil voorbereiden op het inburgeringsexamen.
                            Aan de inburgeringsverplichting is voldaan, wanneer het
                            inburgeringsexamen is behaald (een resultaatsverplichting). </al><al>Gemeenten krijgen in de Wi een aantal belangrijke taken toebedeeld. Zo
                            hebben gemeenten de opdracht om de inburgeringsplichtigen in de gemeente
                            goed te informeren over de rechten en plichten die voortvloeien uit deze
                            wet. Daarnaast hebben gemeenten de taak aan bepaalde groepen
                            inburgeringsplichtigen een inburgeringsvoorziening aan te bieden. Een
                            inburgeringsvoorziening leidt inburgeringsplichtigen toe naar het
                            inburgeringsexamen. Ook moeten gemeenten de inburgeringsplicht van
                            inburgeringsplichtigen handhaven. Het college moet een bestuurlijke
                            boete opleggen als een inburgeringsplichtige zich verwijtbaar niet houdt
                            aan de verplichtingen die voor hem gelden.</al><al>In verband met deze taken draagt de Wi gemeenten op om bij verordening
                            regels te stellen over de volgende onderwerpen:</al><lijst><li nr="1."><al>Regels over de informatieverstrekking door de gemeente aan
                                    inburgeringsplichtigen, ter zake van hun rechten en plichten uit
                                    hoofde van deze wet, alsmede van het aanbod van en de toegang
                                    tot inburgeringsvoorzieningen (artikel 8 Wi).</al></li><li nr="2."><al>Regels met betrekking tot het aanbieden van
                                    inburgeringsvoorzieningen aan bijzondere groepen
                                    inburgeringsplichtigen en over de rechten en plichten van de
                                    inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening is
                                    vastgesteld (artikel 19, vijfde lid, en artikel 23, derde lid,
                                    Wi).</al></li><li nr="3."><al>Het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke boete die
                                    voor de verschillende overtredingen kan worden opgelegd (artikel
                                    35 Wi).</al></li></lijst><al>In Beek wordt gekozen voor een verordening die alleen maar kaders bevat.
                            Uitwerking van de kaders geschiedt via beleidsregels.</al><al/><al><vet>Regels over de informatieverstrekking aan
                                inburgeringsplichtigen</vet></al><al>Artikel 8 Wi bepaalt, dat de gemeenteraad bij verordening regels
                            vaststelt over de informatieverstrekking door de gemeente aan
                            inburgeringsplichtigen. Het gaat dan om informatie over de rechten en
                            plichten uit hoofde van de Wi en informatie over het aanbod van
                            inburgeringsvoorzieningen en de toegang tot die voorzieningen. De in te
                            zetten middelen voor informatieverstrekking en de procedure voor
                            evaluatie van de doelmatigheid en doeltreffendheid van deze
                            informatieverstrekking gebeuren via beleidsregels.</al><al/><al><vet>Regels met betrekking tot het aanbieden van
                                inburgeringsvoorzieningen</vet></al><al>Het uitgangspunt van de Wi is de eigen verantwoordelijkheid van de
                            inburgeringsplichtige om te bepalen hoe hij zich voorbereidt op het
                            inburgeringsexamen. Voor een aantal bijzondere groepen biedt de Wi extra
                            faciliteiten. Gemeenten krijgen de taak om voor deze groepen
                            inburgeringsplichtigen een inburgeringsvoorziening aan te bieden. Het
                            gaat om de volgende vier groepen inburgeringsplichtigen:</al><lijst><li nr="1."><al>nieuw- en oudkomers die algemene bijstand of een uitkering
                                    ontvangen die is aangewezen in het Besluit inburgering;</al></li><li nr="2."><al>oudkomers die zelf geen inkomsten uit werk, algemene bijstand of
                                    uitkering hebben;</al></li><li nr="3."><al>asielgerechtigden;</al></li><li nr="4."><al>nieuw- en oudkomers die werkzaam zijn als geestelijke bedienaar.
                                </al></li></lijst><al>Aan inburgeringsplichtigen die behoren tot de eerste twee groepen
                            (nieuw- en oudkomers die een algemene bijstand of een nader aangeduide
                            uitkering ontvangen en oudkomers die zelf geen inkomsten uit werk of
                            uitkering hebben) <onderstreept>kán</onderstreept> het college een
                            inburgeringsvoorziening aanbieden (artikel 19, eerste lid, Wi). In
                            beleidsregels legt het college vast aan welke groepen zij met prioriteit
                            een aanbod wil doen.</al><al>Het college is <onderstreept>verplicht</onderstreept> een
                            inburgeringsvoorziening aan te bieden aan alle asielgerechtigde
                            inburgeringsplichtigen en aan nieuw- en oudkomers die werkzaam zijn als
                            geestelijke bedienaar (artikel 19, tweede lid, Wi). </al><al>Het aanbod behelst een inburgeringsvoorziening die toe leidt naar het
                            inburgeringsexamen en het eenmaal gratis afleggen van dat examen. Voor
                            asielgerechtigde inburgeringsplichtigen bestaat een
                            inburgeringsvoorziening ook uit maatschappelijke begeleiding.</al><al>De Wi draagt de gemeenteraden op om bij verordening regels te stellen
                            met betrekking tot het aanbieden van inburgeringsvoorzieningen aan deze
                            vier groepen. In de Wi is ook vastgelegd over welke onderwerpen in ieder
                            geval regels moeten worden gesteld: </al><lijst><li nr="-"><al>De procedure die door het college wordt gevolgd voor het doen
                                    van een aanbod aan inburgeringsplichtigen (artikel 19, vijfde
                                    lid, onderdeel a, Wi).</al></li><li nr="-"><al>De criteria die worden gehanteerd bij het doen van een aanbod
                                    aan inburgeringsplichtigen (artikel 19, vijfde lid, onderdeel a,
                                    Wi).</al></li><li nr="-"><al>De vaststelling door het college van een passende
                                    inburgeringsvoorziening, met inbegrip van de totstandkoming en
                                    de samenstelling van de inburgeringsvoorziening (artikel 19,
                                    vijfde lid, onderdeel b, Wi).</al></li><li nr="-"><al>De rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een
                                    inburgeringsvoorziening is vastgesteld. Deze regels hebben in
                                    ieder geval betrekking op de inning van de eigen bijdrage door
                                    het college en de mogelijkheid van betaling in termijnen
                                    (artikel 23, derde lid, Wi). </al></li></lijst><al/><al><vet>Het vaststellen van de bedragen van de bestuurlijke boete
                            </vet></al><al>Artikel 35 Wi draagt gemeenten op bij verordening de hoogte van de
                            bestuurlijke boete vast te stellen die voor de verschillende
                            overtredingen kan worden opgelegd. Artikel 34 Wi bepaalt het bedrag, dat
                            ten hoogste als bestuurlijke boete kan worden opgelegd. </al><al>In deze verordening is bepaald, dat geen bestuurlijke boete wordt
                            opgelegd als de betrokkene een uitkering in het kader van de Wet werk en
                            bijstand ontvangt. Dan wordt een maatregel in het kader van de Wet werk
                            en bijstand opgelegd. In beleidsregels volgt een nadere uitwerking van
                            de hoogte van de boete per gedraging, als ook onder welke omstandigheden
                            kan worden afgezien van een boete </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>