<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR58913_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de aanleg, het houden, het onderhoud, het gebruik en het verwijderen van leidingen in de openbare ruimten in de gemeente De Ronde Venen 2011</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">De Ronde Venen</dcterms:creator><dcterms:modified>2011-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">De Ronde Venen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Ronde Vener 12-01-2011, VAR
                13-01-2011</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Leidingenverordening De Ronde Venen 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 154</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 156</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>volkshuisvesting en woningbouw</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-01-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2011-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-12-03</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de aanleg, het houden, het onderhoud, het gebruik en het verwijderen van leidingen in de openbare ruimten in de gemeente De Ronde Venen 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="28*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="66*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>a.</al></entry><entry colname="col2"><al>College</al></entry><entry colname="col3"><al>college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                                            De Ronde Venen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>b.</al></entry><entry colname="col2"><al>BOR</al></entry><entry colname="col3"><al>afdeling Beheer Openbare Ruimte van de gemeente De Ronde
                                            Venen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>c.</al></entry><entry colname="col2"><al>Leiding</al></entry><entry colname="col3"><al>een buis bestemd voor het transport van vaste stoffen,
                                            vloeistoffen en gassen, of een kabel, gelegen in, op of
                                            boven de grond, met uitzondering van bovengrondse
                                            hoogspanningskabels, of in kunstwerken, met alle daarbij
                                            behorende voorzieningen, zoals mantelbuizen, kabelgoten,
                                            afsluiters, brandkranen, kasten, etc.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>d.</al></entry><entry colname="col2"><al>Openbare ruimte</al></entry><entry colname="col3"><al>alle voor het publiek openbare, al dan niet met enige
                                            beperking, toegankelijke plaatsen binnen de gemeente De
                                            Ronde Venen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>e.</al></entry><entry colname="col2"><al>Werkzaamheden</al></entry><entry colname="col3"><al>werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding
                                            en opruiming van leidingen in of op openbare
                                            gronden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>f.</al></entry><entry colname="col2"><al>Huisaansluiting</al></entry><entry colname="col3"><al>het gedeelte van de kabel van minder dan 25 meter in
                                            openbare gronden dat een netwerk verbindt met een
                                            netwerkaansluitpunt</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>g.</al></entry><entry colname="col2"><al>Kunstwerken</al></entry><entry colname="col3"><al>voor de geleiding van een leiding aangebrachte
                                            infrastructuur, waaronder in ieder geval wordt verstaan
                                            leidingentunnels en leidingenviaducten, en in
                                            infrastructuur aanwezige voorzieningen ten behoeve van
                                            de geleiding van leidingen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>h.</al></entry><entry colname="col2"><al>Leidingexploitant</al></entry><entry colname="col3"><al>degene onder wiens verantwoordelijkheid een leiding
                                            wordt aangelegd, beheerd of geëxploiteerd, waaronder
                                            tevens wordt begrepen degene die een vergunning voor het
                                            aanleggen van een leiding heeft aangevraagd</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>i.</al></entry><entry colname="col2"><al>Ondergrondse obstakels</al></entry><entry colname="col3"><al>bodemverontreiniging, materialen, objecten en stoffen
                                            die nadelige beïnvloeding van de staat van de aan te
                                            leggen of gelegde leiding tot gevolg hebben of kunnen
                                            hebben</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>j.</al></entry><entry colname="col2"><al>Groot onderhoud</al></entry><entry colname="col3"><al>hieronder vallen de werken die in het reguliere
                                            nutsoverleg worden besproken</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>k.</al></entry><entry colname="col2"><al>Bijzondere bestrating</al></entry><entry colname="col3"><al>bestrating die qua kleur, vorm, afmetingen of
                                            samenstelling afwijkt van wat er in deze gemeente
                                            gebruikelijk is</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>l.</al></entry><entry colname="col2"><al>Handboek</al></entry><entry colname="col3"><al>‘Handboek Leidingen 2011’</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>m.</al></entry><entry colname="col2"><al>Verlegregeling</al></entry><entry colname="col3"><al>Verlegregeling De Ronde Venen 2011</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Reikwijdte verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening is van toepassing op de aanleg, het houden, het
                            onderhouden, de exploitatie en het verwijderen van leidingen in de
                            openbare ruimte en in of op kunstwerken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening is niet van toepassing op kabels, als bedoeld in
                            artikel 1.1, onder z, van de Telecommunicatiewet en op leidingen, die
                            onderdeel zijn van een inrichting als bedoeld in de Wet milieubeheer of
                            deel uitmaken van drukapparatuur als bedoeld in het Warenwetbesluit
                            drukapparatuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Handboek</titel></kop><al>Het college stelt ter uitvoering van deze verordening een Handboek vast
                        waarin onder meer bepalingen zijn opgenomen betreffende de veiligheid, het
                        ontwerp, het beheer, de aanleg, het onderhoud, de exploitatie en het
                        verwijderen van leidingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vergunningplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning leidingen in,
                            op of boven de openbare ruimte en in of op kunstwerken:</al><lijst><li nr="a."><al>aan te leggen of te houden;</al></li><li nr="b."><al>te onderhouden of te exploiteren;</al></li><li nr="c."><al>te verwijderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning bestaande
                            leidingen:</al><lijst><li nr="a."><al>te wijzigen;</al></li><li nr="b."><al>te verplaatsen;</al></li><li nr="c."><al>een andere functie te geven dan in de vergunning is
                                    omschreven.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Wijze van melding van voorgenomen werkzaamheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanbieder die werkzaamheden wil verrichten, meldt dit voornemen ten
                            minste acht weken voor aanvang van de werkzaamheden schriftelijk aan het
                            college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college neemt in het Handboek op welke gegevens en documenten voor
                            de beoordeling van de aanvraag benodigd zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In geval van het aanbrengen of verwijderen van kabels in reeds
                            aangebrachte voorzieningen, van reparaties of van het maken van
                            huisaansluitingen met een maximale lengte van 25 meter in de openbare
                            ruimte, moeten deze, in afwijking van lid 1, minimaal vijf werkdagen
                            voorafgaande aan de aanvang van deze werkzaamheden worden gemeld met het
                            daarvoor vastgestelde formulier ‘graafbon’ aan het college.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het derde lid is niet van toepassing op hoogspanningskabels zijnde
                            kabels van meer dan 380 kVolt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een aanbieder die werkzaamheden wil verrichten, kan hierover vooroverleg
                            voeren met het college teneinde de melding bedoeld in het lid 1 van dit
                            artikel voor te bereiden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien de werkzaamheden mede betrekking hebben op gronden van een andere
                            gedoogplichtige dan de gemeente, dan wordt het college uiterlijk vier
                            weken na ontvangst van de melding in het eerste lid schriftelijk in
                            kennis gesteld van de resultaten van het overleg tussen de aanbieder en
                            de andere gedoogplichtige.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Ernstige belemmeringen en storingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Ingeval van spoedeisende werkzaamheden ten gevolge van ernstige
                                belemmeringen of storingen van het netwerk volstaat de aanbieder met
                                een melding voorafgaand aan de start van de werkzaamheden. De
                                aanbieder maakt achteraf zo spoedig mogelijk melding van de
                                werkzaamheden met het daarvoor vastgestelde formulier ‘graafbon’ aan
                                het college.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Geldigheid vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leidingexploitant draagt er zorg voor dat de aan de vergunning
                            verbonden voorschriften worden nageleefd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de leiding ten aanzien waarvan een vergunning is verleend wordt
                            overgedragen of de leidingexploitant in een andere rechtsvorm wordt
                            omgezet, melden de oude en de nieuwe leidingexploitant respectievelijk
                            meldt de nieuwe rechtspersoon dit onverwijld schriftelijk aan het
                            college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het eerste en tweede lid kan het college in de
                            vergunning bepalen dat de vergunning slechts geldt voor de
                            leidingexploitant.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverlet de krachtens deze verordening verleende vergunning is, voor
                            zover van toepassing, tevens een vergunning, -melding op grond van
                            artikel 2.11 van de Algemene Plaatselijke Verordening De Ronde Venen
                            benodigd. Deze toestemming is opgenomen in de door BOR te verlenen
                            ‘graafbon’.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Beslissingstermijn en aanhouding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een beslissing op een melding als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van
                            deze verordening wordt genomen uiterlijk acht weken na de datum van
                            ontvangst van de melding. Indien een beslissing niet binnen acht weken
                            kan worden genomen, deelt het college dit schriftelijk aan de aanvrager
                            mede. Daarbij noemt het college een redelijke termijn waarbinnen de
                            beslissing alsnog tegemoet kan worden gezien.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid houdt het college de
                            beslissing aan, indien er in verband met werkzaamheden ten behoeve van
                            het openbaar elektronisch communicatienetwerk een omgevingsvergunning
                            voor het bouwen van een bouwwerk op grond van de Wet algemene bepalingen
                            omgevingsrecht of een omgevingsvergunning voor het oprichten, het
                            veranderen of veranderen van de werking of het in werking hebben van een
                            inrichting op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of een
                            omgevingsvergunning voor het vellen of doen vellen van een houtopstand
                            is vereist. Het college stelt de aanvrager onverwijld schriftelijk in
                            kennis van de aanhouding.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het tweede lid genoemde aanhouding eindigt op de dag na die waarop
                            een onherroepelijke beslissing op de betreffende aanvraag is
                            genomen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vergunning wordt in ieder geval geweigerd, indien niet wordt voldaan
                            aan het bepaalde bij of krachtens deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan voorschriften en beperkingen stellen omtrent het
                            tijdstip, de plaats en de wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud,
                            verplaatsing en opruiming van leidingen, het bevorderen van medegebruik
                            van voorzieningen en het afstemmen van de voorgenomen werkzaamheden met
                            beheerders van overige in de grond aanwezige werken, alsook over de
                            afmeting van kasten, handholes en andere toebehoren, behorende bij een
                            leidingennetwerk.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De nadere regels bedoeld in het eerste lid kunnen betrekking hebben
                            op:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>De bescherming van de openbare orde;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>De bescherming van de bodem;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>De bescherming van de volksgezondheid;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>De voorkoming van gevaar, schade of hinder;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>De verkeersveiligheid en goede doorstroming van het verkeer;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>Het verschaffen van nadere informatie;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>De bescherming en ongestoorde exploitatie van naburige leidingen;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>De afstemming met andere werken;</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al>De verzekering van de toestand waarin het tracé na voltooiing van het
                            werk moet worden opgeleverd;</al></lid><lid><lidnr>j.</lidnr><al>Het behoud van de integriteit van de leiding;</al></lid><lid><lidnr>k.</lidnr><al>De bepaling van het tijdstip waarop de feitelijke werkzaamheden aan de
                            leiding mogen of moeten beginnen;</al></lid><lid><lidnr>l.</lidnr><al>Het tijdschema voor de aanleg, wijziging of verwijdering van de
                            leiding;</al></lid><lid><lidnr>m.</lidnr><al>De bepaling van onderhoudsverplichtingen;</al></lid><lid><lidnr>n.</lidnr><al>Het tracé waar de leiding moet worden gelegd en gehouden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan met het oog op de belangen bedoeld in het tweede lid een
                            verleende vergunning wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Met de werkzaamheden moet binnen zes maanden na de in de vergunning
                            opgenomen datum van aanvang van de werkzaamheden zijn gestart. De
                            werkzaamheden moeten zijn voltooid binnen zes maanden na de feitelijke
                            aanvang van de werkzaamheden. Het college kan in de vergunning ruimere
                            termijnen opnemen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien binnen vijf jaar na groot onderhoud of herinrichting van de
                            openbare gronden de leidingexploitant werkzaamheden moet uitvoeren,
                            verlangt het college specifiek schadeherstel. De hiermee gepaard gaande
                            kosten zijn voor rekening van de leidingexploitant.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien de aanbieder werkzaamheden moet uitvoeren in bijzondere
                            bestrating, verlangt het college specifiek schadeherstel.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het college kan de vergunning onverminderd het bepaalde in het derde
                            lid, wijzigen of intrekken, indien:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>De leidingexploitant de exploitatie en het onderhoud van de leiding
                            gedurende een aaneengesloten periode van ten minste zes maanden staakt
                            dan wel de leiding anderszins gedurende een periode van ten minste zes
                            maanden niet in gebruik is en niet onderhouden is;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Blijkt dat de vergunning op basis van onjuiste of onvolledige gegevens
                            is verleend; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>De vergunning in strijd met enig wettelijk voorschrift is
                            afgegeven;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>De leidingexploitant het bepaalde bij of krachtens deze verordening of
                            de vergunningvoorschriften niet naleeft;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>Na het verlenen van de vergunning naar het oordeel van het college
                            gegronde aanleiding bestaat te veronderstellen dat het van kracht
                            blijven van de vergunning onaanvaardbare schadelijke gevolgen heeft voor
                            mens, natuur of milieu en hieraan door het stellen van nadere
                            voorschriften en beperkingen aan de verleende vergunning niet kan worden
                            tegemoetgekomen;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>Dit noodzakelijk is vanwege de uitvoering van werken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Opzeggen vergunning en eigendom</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college trekt de vergunning in indien de leidingexploitant
                            schriftelijk aan het college verklaart van de vergunning geen gebruik
                            meer te willen maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die een schriftelijke verklaring als bedoeld in het eerste lid
                            afgeeft, wordt gedurende de tijd dat de leiding na opzegging in de
                            openbare ruimte aanwezig is, beschouwd als leidingexploitant, tenzij de
                            leiding is overgedragen of wordt geëxploiteerd of beheerd door een
                            andere persoon, in welk geval laatstgenoemde persoon als
                            leidingexploitant wordt beschouwd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid wordt in het geval van een
                            persoonsgebonden vergunning als bedoeld in artikel 7, derde lid, de
                            vergunninghouder als leidingexploitant beschouwd tot het moment dat hij
                            schriftelijk aan het college verklaart van de vergunning geen gebruik
                            meer te willen maken en de exploitatie van de leiding staakt of de
                            leiding waar de vergunning betrekking op heeft in eigendom overdraagt en
                            hij daarvan schriftelijk melding heeft gemaakt bij het college, met dien
                            verstande dat hij het bewijs van de overdracht kan leveren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Opleveren leidingtracé</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leidingexploitant draagt ervoor zorg dat het leidingtracé na afloop
                            van het werk in de oorspronkelijke, dan wel in de vergunning omschreven
                            staat wordt opgeleverd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien door de leidingexploitant werkzaamheden aan leidingen in de
                            openbare ruimte worden uitgevoerd, brengt het college de kosten voor
                            nader herstel, beheer, onderhoud en degeneratie van die openbare ruimte
                            die het rechtstreekse gevolg zijn van de uitgevoerde werkzaamheden bij
                            de leidingexploitant in rekening conform de ‘Schaderegeling Ingravingen
                            De Ronde Venen’, zoals vermeld in het Handboek.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Ondergrondse obstakels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden ondergrondse obstakels
                            worden aangetroffen, meldt de leidingexploitant dit onverwijld aan het
                            college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij gebleken ondergrondse obstakels in of nabij het
                            tracé van de leiding aan de leidingexploitant maatregelen opdragen ter
                            bescherming van de belangen waartoe deze verordening strekt en
                            opschorting van de werkzaamheden gelasten. De kosten van de te nemen
                            maatregelen komen ten laste van de vergunninghouder.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het tweede lid bedoelde opschorting wordt pas gelast, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>is gebleken dat geen uitvoering is gegeven aan de door het
                                    college aan de leidingexploitant opgedragen maatregelen, of</al></li><li nr="b."><al>naar het oordeel van het college maatregelen als bedoeld onder
                                    a. niet mogelijk zijn.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Verzoek om revisiegegevens</titel></kop><al>Het college kan de leidingexploitant verplichten na de voltooiing van het
                        werk afschriften van tekeningen, waaruit de feitelijke situatie na de
                        uitvoering van de werkzaamheden blijkt, om niet aan het college ter
                        beschikking te stellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Het beheer van leidingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leidingexploitant is verplicht, met inachtneming van het Handboek,
                            zorg te dragen voor een goede staat van onderhoud van de leiding.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de leidingexploitant verplichten periodiek aan het
                            college een door een onafhankelijk en deskundig bureau opgesteld rapport
                            te verstrekken, waarin wordt aangetoond dat de leiding voldoet aan de
                            beperkingen en voorschriften waaronder de vergunning is verleend. De
                            leidingexploitant draagt de kosten van dit onderzoek.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien naar het oordeel van het college een leiding onvoldoende is
                            onderhouden, zendt het college een aanzegging naar de leidingexploitant.
                            De leidingexploitant meldt binnen de in de aanzegging bepaalde termijn
                            op welke wijze en binnen welke termijn de onderhoudswerkzaamheden zullen
                            worden verricht. Het college trekt de vergunning in indien de
                            leidingexploitant de onderhoudswerkzaamheden niet binnen de in de
                            aanzegging gestelde termijn heeft voltooid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien voor het verrichten van onderhoud aan de leiding
                            graafwerkzaamheden in de openbare ruimte noodzakelijk zijn, zijn artikel
                            11 tot en met artikel 14 van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Nadeelcompensatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien blijkt dat een leidingexploitant als gevolg van een besluit van
                            het college, inhoudende een intrekking of wijziging van een vergunning
                            schade lijdt of zal lijden die redelijkerwijs niet of niet geheel tot
                            het normale bedrijfsrisico kan worden gerekend en waarvan een vergoeding
                            niet of niet voldoende is verzekerd, kent het college op verzoek aan hem
                            een vergoeding toe.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op het verzoek zoals genoemd in het eerste lid wordt overeenkomstig de
                            Verlegregeling De Ronde Venen 2011 beslist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Milieuhinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leidingexploitant is verplicht verontreiniging, gevaar of hinder, dan
                            wel storingen waarbij verontreiniging, gevaar of hinder kunnen optreden,
                            onmiddellijk conform de procedures als beschreven in het Handboek te
                            melden aan het college en alle maatregelen te treffen teneinde verdere
                            verontreiniging, schade of hinder te voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de leidingexploitant opdragen een milieutechnisch
                            onderzoek dan wel een onderzoek naar mogelijk gevaar of hinder uit te
                            voeren, indien een redelijk vermoeden bestaat van verontreiniging,
                            gevaar of hinder, ontstaan bij de exploitatie van de leiding. De kosten
                            voor dit onderzoek komen voor rekening van de leidingexploitant.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan bij gebleken of ernstige dreiging van verontreiniging,
                            gevaar of hinder in of nabij het tracé van de leiding opschorting
                            gelasten van de exploitatie van de betreffende leiding en, indien sprake
                            is van een vergrote kans op verontreiniging, gevaar of hinder door
                            belendende leidingen, van belendende leidingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Verwijderen van leidingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De leidingexploitant is verplicht na het verlopen, opzeggen of geheel of
                            gedeeltelijke intrekken van de vergunning de leiding binnen een door het
                            college te bepalen termijn te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De artikelen 4, 11, 12 en 13 van deze verordening zijn van
                            overeenkomstige toepassing op de verwijderingen, zoals bedoeld in het
                            eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Toezicht op de naleving</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                        verordening zijn belast de bij besluit van het college aan te wijzen
                        personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Overtredingen</titel></kop><al>Overtreding van het bepaalde in de artikelen 4, 7, tweede lid, 9, vierde
                        lid, 12, eerste lid, 14, eerste lid en derde lid, tweede volzin, 16, derde
                        lid, en 17, eerste lid, van deze verordening wordt gestraft met hechtenis
                        van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><al>De Leidingenverordening De Ronde Venen 2006, vastgesteld op 19 oktober 2006,
                        wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor leidingen die op de datum van inwerkingtreding van deze verordening
                            in de grond aanwezig en in gebruik zijn geldt de schriftelijke
                            toestemming dan wel vergunning op grond waarvan de leidingen gelegd zijn
                            als een toestemming dan wel vergunning krachtens deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het college van oordeel is dat een schriftelijke toestemming dan
                            wel reeds verleende vergunning als bedoeld in het eerste lid niet
                            voldoet aan de voorschriften bij of krachtens deze verordening kan het
                            college de leidingexploitant een termijn stellen waarbinnen de
                            leidingexploitant het college nadere informatie over de leiding dient te
                            verschaffen of een aanvraag voor een vergunning moet indienen, bij
                            gebreke waarvan de schriftelijke toestemming bij een door het college te
                            bepalen tijdstip komt te vervallen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2011.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Leidingenverordening De Ronde Venen
                        2011’.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente De
                        Ronde Venen d.d. 3 januari 2011.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING BIJ DE LEIDINGENVERORDENING DE RONDE VENEN 2011</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Het transport via ondergrondse leidingen heeft de afgelopen decennia een hoge
                    vlucht genomen. De relatief lage transportkosten en aanzienlijke voordelen ten
                    opzichte van de overige vervoersmodaliteiten hebben ertoe geleid dat veel
                    bedrijven hebben geïnvesteerd in het ondergrondse transport. Op het grondgebied
                    van de gemeente De Ronde Venen is dan ook een zeer uitgebreid netwerk aan
                    ondergrondse leidingen (kabels en buizen) ontstaan. </al><tussenkop>Juridische basis</tussenkop><al>Het leggen en houden van leidingen wordt nu publiekrechtelijk vergund. Voor het
                    leggen en houden van telecomkabels is de Telecommunicatieverordening De Ronde
                    Venen beschikbaar. Voor overige leidingen is nu geen zelfstandige verordening
                    van kracht. De nu voorliggende Leidingenverordening (LVDRV) is gebaseerd op de
                    artikelen 149, 154 en 156 van de Gemeentewet. Kernartikel van de
                    Leidingverordening is artikel 4: het is verboden in de openbare ruimte een
                    leiding aan te leggen, te houden, te exploiteren en te verwijderen zonder een
                    vergunning van het college. Kernpunten van de LVDRV en de daaraan gekoppelde
                    vergunningen zijn:</al><lijst><li nr="·"><al>De veiligheid van de leidingen;</al></li><li nr="·"><al>Het minimaliseren van risico’s voor milieu en gezondheid van mens en
                            dier;</al></li><li nr="·"><al>Te stellen eisen aan ordening en allocatie van leidingen;</al></li><li nr="·"><al>Te stellen eisen aan exploitatie en onderhoud;</al></li><li nr="·"><al>Te stellen eisen aan wijzigingen van leidingentracés en verwijdering van
                            leidingen.</al></li></lijst><al>De verordening geeft het college de bevoegdheid om nadere regels te stellen ter
                    uitvoering van de verordening. Deze nadere regels zullen worden neergelegd in
                    het Handboek en voornamelijk technische eisen behelzen (met verwijzing naar
                    bijvoorbeeld NEN-normen) en eisen waaraan bijvoorbeeld een aanvraag moet
                    voldoen. Deze opzet is gekozen om het college in staat te stellen flexibel te
                    reageren op nieuwe ontwikkelingen op technisch gebied. </al><al>In sommige gevallen zullen behalve een vergunning op basis van deze verordening
                    ook vergunningen op grond van andere wettelijke regelingen nodig zijn. Zo laat
                    de LVDRV de afgifte van eventuele milieu- en bouwvergunningen onverlet. Ook
                    kunnen vergunningen van andere dan de gemeentelijke organisatie nodig zijn,
                    zoals vergunningen van waterschappen, etc.</al><tussenkop>Toepassingsbereik</tussenkop><al>De verordening is van toepassing op alle leidingen die zich bevinden in de
                    openbare ruimte en in of op voor leidingen bestemde kunstwerken binnen de
                    gemeente De Ronde Venen. Het begrip ‘openbare ruimte’ moet breed worden opgevat
                    en bevat in beginsel alle ruimten die al dan niet met enige beperking algemeen
                    toegankelijk zijn. </al><tussenkop>Bestuurlijke, administratieve lasten</tussenkop><al>Zoals uiteengezet hebben leidingexploitanten ook nu een vergunning nodig voor
                    het leggen, hebben en exploiteren van leidingen. De voorgestelde
                    Leidingverordening beoogt voor het vergunnen van deze leidingen een solide
                    grondslag te creëren. De invoering van de Leidingenverordening brengt dan ook
                    geen verzwaring van de bestuurlijke en/of administratieve lasten mee, voor de
                    gemeente noch voor de leidingexploitanten.</al><tussenkop>Handhaving</tussenkop><al>Wat over de bestuurlijke, administratieve lasten is gezegd, geldt ook voor de
                    handhaving. Ook nu wordt het leggen, hebben en exploiteren van leidingen
                    gehandhaafd. Het college is belast met de vergunningverlening van de vergunde
                    leidingen. Het toezicht op de naleving bij de uitvoering van de op de APV
                    vergunde leidingen en, in de toekomst, op de Leidingverordening is in handen van
                    de hiertoe benoemde toezichthouders, de ogen en oren van afdeling BOR in de
                    buitenruimte. </al><al>Het toezicht op het beheer en in goede staat houden van de leidingen is op grond
                    van deze leidingenverordening mogelijk geworden en zal door BOR worden
                    uitgevoerd, primair aan de hand van onderzoeksrapporten die vergunninghouders
                    conform de vergunningvoorwaarden dienen op te laten stellen. </al><tussenkop>Uitvoering en mandatering</tussenkop><al>De uitvoering van de LVDRV wordt opgedragen aan de afdeling Beheer Openbare
                    Ruimte (hierna: ‘BOR’). Deze afdeling zal in naam en onder verantwoordelijkheid
                    van het college de vergunningverlening ter hand nemen.</al><tussenkop>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ LEIDINGENVERORDENING DE RONDE VENEN
                    2011</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsomschrijving</tussenkop><al>In dit artikel zijn de begripsomschrijvingen neergelegd. Van belang is op te
                    merken dat in beginsel alle leidingen in de openbare ruimte waarover de
                    bevoegdheid van het gemeentebestuur zich uitstrekt onder de reikwijdte van de
                    verordening vallen. Ook rioolbuizen vallen onder het toepassingsbereik van de
                    LVDRV. De term 'openbare ruimte' dient in dit verband op eenzelfde wijze
                    geïnterpreteerd te worden als het vergelijkbare begrip ‘openbare plaats' in de
                    Algemene Plaatselijke Verordening. Twee categorieën leidingen zijn van de
                    werkingssfeer uitgezonderd. Zie daarvoor de toelichting bij artikel 2. Het
                    bereik van de verordening is niet beperkt tot leidingen die in de grond liggen,
                    maar ook leidingen en bijbehorende voorzieningen die door of over zogeheten
                    kunstwerken zijn gelegd vallen onder de reikwijdte van de verordening. Met
                    kunstwerken wordt bedoeld infrastructuur die voor leidingen is aangelegd om
                    bijvoorbeeld een natuurlijke barrière (zoals een rivier) over te kunnen steken.
                    Hierbij zij gedacht aan leidingentunnels en leidingenviaducten. Ook worden
                    voorzieningen in bestaande infrastructuur (zoals bruggen) in deze verordening
                    als kunstwerken beschouwd. In artikel 2, eerste lid, is de reikwijdte expliciet
                    aangegeven. Bovengrondse hoogspanningskabels zijn uitgezonderd van de definitie
                    van ‘leiding’ en vallen dus niet onder de vergunningplicht van de
                    verordening.</al><al>Met het begrip leidingexploitant wordt in eerste instantie bedoeld degene in
                    wiens opdracht de leiding wordt aangelegd. Voor het gemak wordt de aanvrager van
                    een vergunning ook als leidingexploitant aangemerkt, hoewel daar feitelijk nog
                    geen sprake van kan zijn (er is immers in geval van nieuwe leidingen nog geen
                    leiding aanwezig). Nadat de leiding is aangelegd, zal de exploitant of beheerder
                    van de leiding worden beschouwd als leidingexploitant. Veelal zal dat degene
                    zijn onder wiens verantwoordelijkheid de leiding is aangelegd, maar dat behoeft
                    niet altijd het geval te zijn. In geval van overdracht van de leiding gelden
                    specifieke regels. Zie hiervoor de toelichting bij artikel 7.</al><tussenkop>Artikel 2 Reikwijdte veroderning</tussenkop><al>In dit artikel wordt het toepassingsbereik van de verordening weergegeven. In de
                    toelichting bij artikel 1 is reeds ingegaan op het begrip ‘openbare ruimte’.
                    Verder maakt het eerste lid van dit artikel duidelijk dat alle stadia van
                    werkzaamheden, die verband houden met een leiding, onder de werkingssfeer
                    vallen: van aanleg, wijziging en onderhoud tot verwijdering en herstel van de
                    openbare ruimte.</al><al>In het tweede lid zijn kabels, die vallen binnen de reikwijdte van de
                    Telecommunicatiewet en Telecommunicatieverordening, uitgezonderd van de
                    werkingssfeer van deze verordening. Voor de aanleg, exploitatie en wijziging van
                    die leidingen is dan ook geen vergunning op basis van deze verordening benodigd,
                    maar gelden de gedoogplicht en het instemmingbesluit op basis van voornoemde wet
                    en verordening. Tevens zijn uitgezonderd alle leidingen die deel uitmaken van
                    een inrichting als bedoeld in de Wet milieubeheer. Niet is beoogd de leidingen
                    die aanwezig zijn bij individuele bedrijven onder de vergunningplicht te
                    stellen. Ook vallen leidingen die deel uitmaken van drukapparatuur in de zin van
                    het Warenwetbesluit drukapparatuur niet onder de werkingssfeer van deze
                    verordening. Dit betreft overigens meestal leidingen die niet in de openbare
                    ruimte liggen.</al><tussenkop>Artikel 3 Handboek</tussenkop><al>Dit artikel biedt de grondslag voor het college om ter uitvoering van de
                    verordening nadere regels te stellen. Deze nadere regels zijn vervat in het
                    Handboek. Door vaststelling van het Handboek krijgen de daarin neergelegde
                    normen een publiekrechtelijk karakter. In de overige artikelen van de
                    verordening wordt verwezen naar het op basis van dit artikel vastgestelde
                    Handboek. Beoogd is hierin voornamelijk technische voorschriften op te nemen op
                    het gebied van veiligheid van leidingen en de uitvoering van werkzaamheden. Ook
                    is in het Handboek opgenomen welke informatie moet worden aangeleverd bij het
                    indienen van een aanvraag. </al><al>Het Handboek ligt voor belangstellenden en betrokkenen bij BOR ter inzage.
                    Tevens is het Handboek op gemeentelijke website te raadplegen. </al><tussenkop>Artikel 4 Verguningplicht</tussenkop><tussenkop>Dit artikel vormt de kern van het vergunningenstelsel. Het is verboden om
                    een leiding aan te leggen, te exploiteren, te onderhouden, te wijzigen, te
                    verplaatsen (waaronder verticale verplaatsingen) of te verwijderen, tenzij de
                    leidingexploitant in het bezit is van een vergunning. Normaliter zullen in een
                    vergunning ten behoeve van aanleg en exploitatie alleen voorwaarden worden
                    opgenomen die betrekking hebben op die handelingen. Voor de verwijdering van een
                    leiding zal een afzonderlijke vergunning (of een wijziging van de bestaande
                    vergunning) benodigd zijn. Zie voor de verwijdering van leidingen ook de
                    toelichting bij artikel 17.</tussenkop><tussenkop>Artikel 5 Wijze van melding van voorgenomen werkzaamheden</tussenkop><al>Dit artikel bepaalt dat de vergunning wordt verleend indien wordt voldaan aan de
                    voorschriften in deze verordening en het Handboek. De vergunningverlenende
                    bevoegdheid is gemandateerd aan de gemeentesecretaris van de gemeente De Ronde
                    Venen. Degene die een leiding wenst aan te leggen (of te wijzigen of verwijderen
                    etc.) dient daartoe een aanvraag in bij de gemeente De Ronde Venen, afdeling
                    Beheer Openbare Ruimte, Postbus 250, 3640 AG Mijdrecht of email
                    kabelsenleidingen@derondevenen.nl. De voor de aanvraag benodigde documenten
                    worden opgesomd in het Handboek en informatie daarover is verkrijgbaar bij BOR. </al><al>In het derde lid van dit artikel is expliciet opgenomen dat voor reparaties over
                    een traject van minder dan 25 meter en voor huisaansluitingen een sterk
                    vereenvoudigde procedure geldt. Vijf werkdagen vóór aanvang van de werkzaamheden
                    dient, door middel van een speciaal formulier, melding gemaakt te worden waarna
                    een toetsing door het college plaatsvindt en toestemming verleend wordt. In de
                    toestemming kunnen voorwaarden worden neergelegd. Gelet op de noodzaak van een
                    veilig beheer van de ondergrondse infrastructuur in dit gebied mag in alle
                    gevallen pas worden gegraven na verlening van een vergunning. </al><al>Op grond van het vierde lid geldt de verkorte procedure niet voor werkzaamheden
                    aan hoogspanningskabels. Vanwege de veiligheidsaspecten is het wenselijk
                    dergelijke werkzaamheden te allen tijde aan een vergunningplicht te
                    onderwerpen.</al><tussenkop>Artikel 6 Ernstige belemmeringen en storingen</tussenkop><al>Dit artikel bepaalt dat in gevallen van storingen waar reparatie geen uitstel
                    kan lijden en in geval van calamiteiten de meldtermijn van vijf werkdagen niet
                    geldt. Wel dienen reparaties in ieder geval voor aanvang van de werkzaamheden
                    gemeld te zijn en toestemming door het college verstrekt te zijn. </al><tussenkop>Artikel 7 Geldigheid vergunning</tussenkop><al>Deze bepaling brengt tot uitdrukking dat in geval van overdracht (bijv. verkoop)
                    van een leiding de vergunning die op die leiding betrekking heeft, inclusief
                    alle rechten en plichten, overgaat op de nieuwe leidingexploitant. De vergunning
                    is zaaksgebonden en ‘volgt’ het object. Uiteraard dient de nieuwe
                    leidingexploitant zich volledig te houden aan de in de vergunning vermelde
                    voorschriften. Indien wijziging van leidingexploitant plaatsvindt (bij
                    overdracht, maar ook ingeval de rechtspersoonlijkheid wijzigt) moeten zowel de
                    oude als de nieuwe leidingexploitant hiervan melding maken aan het college . Het
                    niet voldoen aan deze meldplicht levert een overtreding op. Op grond van het
                    derde lid kan het college in bijzondere gevallen bepalen dat de vergunning
                    persoonsgebonden en daarmee niet overdraagbaar is. Dit kan bijvoorbeeld het
                    geval zijn bij leidingen die gebruikt worden voor zeer gevaarlijke stoffen. </al><tussenkop>Artikel 8 Beslissingstermijn en aanhouding</tussenkop><al>Dit artikel regelt de beslistermijn voor het college. Tevens wordt in dit
                    artikel de verhouding weergegeven met andere vergunningen. De beslissing op een
                    aanvraag voor een leidingenvergunning wordt aangehouden zolang geen
                    omgevingsvergunning voor het bouwen of een omgevingsvergunning op grond van de
                    Wet Milieubeheer of een omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand
                    verstrekt is en deze vergunningen formele rechtskracht hebben. Dit geldt
                    uiteraard alleen indien een dergelijke vergunning vereist is. Zie voor de
                    samenloop met een vergunning om de weg open te breken artikel 7.</al><tussenkop>Artikel 9 Voorschriften en beperking</tussenkop><al>Dit artikel biedt de basis om aan de vergunning voorwaarden en beperkingen te
                    verbinden. De verordening en het Handboek vormen daarvoor gezamenlijk het kader.
                    In het tweede lid staat een limitatieve lijst van belangen waartoe de
                    voorwaarden en beperkingen kunnen strekken. Van belang is ook de bevoegdheid om
                    aan de vergunning een beperkte tijdsduur te verbinden. Zodra die termijn
                    afloopt, zal de leidingexploitant de leiding in beginsel moeten verwijderen.
                    Vanzelfsprekend kan de leidingexploitant afspreken dat de leiding wordt
                    overgedragen of op een later tijdstip wordt verwijderd. Zie ook de toelichting
                    bij artikel 17. </al><al>De leden 1 en 2 geven aan welke voorschriften en beperkingen aan de vergunning
                    kunnen worden verbonden. Het gaat in hoofdzaak om belangen van de openbare orde,
                    het beheer en onderhoud en de bestemmingen van de openbare gronden,
                    verkeersbelangen, medegebruik van voorzieningen en afstemming met andere werken.
                    Verder dienen bij de aanleg van de kabels en leidingen de voorschriften van het
                    Handboek in acht te worden genomen. </al><al>Lid 3 biedt de basis voor het college om na afgifte uit eigen beweging een
                    vergunning te wijzigen of aan te vullen. Vanzelfsprekend dient het college
                    daarbij de belangen, genoemd in het tweede lid, algemene beginselen van
                    behoorlijk bestuur en de Algemene wet bestuursrecht in acht te nemen. </al><al>Lid vier bepaalt dat binnen zes maanden na de in de vergunning opgenomen datum
                    van aanvang van de werkzaamheden gestart moet zijn en dat de werkzaamheden
                    moeten starten binnen zes maanden na afgifte van het instemmingsbesluit en
                    worden voltooid binnen zes maanden na deze start voltooid moeten zijn. Wordt
                    hieraan niet voldaan, dan vervalt het instemmingsbesluit.</al><al>Leden 5 en 6 hebben betrekking op het geval dat binnen vijf jaar na groot
                    onderhoud of herinrichting van een openbaar gebied dan wel in een bijzondere
                    bestrating (sierbestrating) een leidingexploitant opnieuw werkzaamheden wenst
                    uit te voeren. Er kunnen dan bijzondere voorwaarden worden gesteld aan het
                    herstel van de straat. Als bijzondere voorwaarde kan worden gesteld dat de weg
                    inclusief fundering als nieuw wordt hersteld.</al><al>Als nieuw herstellen kan hierbij als volgt gedefinieerd worden:</al><tussenkop>Fundering: </tussenkop><al>Bij het aanvullen van sleuven dienen de grondsoorten en funderingsmaterialen te
                    worden aangebracht in de oorspronkelijke lagen. De dikten van de lagen dienen
                    gelijk te zijn aan de oorspronkelijke laagdikten. De aanvullingen dienen
                    laagsgewijs te worden verdicht.</al><tussenkop>Straatwerk: </tussenkop><al>Het opgenomen straatwerk dient te worden aangebracht in oorspronkelijk verband.
                    Dit wordt evenals de werkzaamheden aan de kabels en leidingen en het herstel van
                    de fundering uitgevoerd door het nutsbedrijf. Na 6 tot 12 maanden, afhankelijk
                    van de mate van zetting, zal voor rekening van het nutsbedrijf door de gemeente
                    het straatwerk als nieuw worden hersteld. Hierbij wordt bij langssleuven het
                    gehele wegvakonderdeel (gerekend van band tot band, band tot goot of goot tot
                    goot) over de gehele lengte waarover het nutsbedrijf werkzaamheden heeft
                    uitgevoerd plus 2 meter herstraat. Bij dwarssleuven en lasgaten zal per project
                    bekeken worden of het gehele wegvak of een gedeelte van het wegvak herstraat zal
                    worden, afhankelijk van het aantal sleuven en gaten.</al><al>Het leggen van een kabel en/ of leiding heeft altijd tot gevolg dat de weg of
                    het openbaar groen wordt beschadigd. De veroorzaker dient deze schade te (laten)
                    herstellen. </al><tussenkop>Artikel 10 Opzeggen vergunning en eigendom</tussenkop><al>In geval de leidingexploitant niet langer van een vergunning gebruik wenst te
                    maken, kan hij hiervan schriftelijk mededeling doen aan het college. Met het
                    afstand doen van de vergunning vervallen alle rechten die met de vergunning
                    gepaard gaan. De leidingexploitant is vervolgens verplicht de leiding te
                    verwijderen (artikel 17). Om te voorkomen dat een leidingexploitant door het
                    afstand doen van een vergunning niet langer aanspreekbaar zou kunnen zijn, is in
                    het tweede lid aangegeven dat de opzegger nog steeds wordt beschouwd als
                    leidingexploitant in de zin van deze verordening. De verwijderingsplicht rust
                    dan ook op hem. Dit geldt niet indien de leiding is overgedragen aan een andere
                    (rechts)persoon. In dat geval wordt haast vanzelfsprekend de nieuwe eigenaar als
                    leidingexploitant beschouwd. Uit oogpunt van een effectieve handhaving is het
                    derde lid opgenomen waarin staat aangegeven dat in geval van een
                    persoonsgebonden vergunning (zieartikel 7, derde lid) de vergunninghouder te
                    allen tijde als leidingexploitant wordt beschouwd, ook al heeft hij de leiding
                    in eigendom overgedragen. Dit is alleen anders wanneer hij schriftelijk
                    verklaart van de vergunning geen gebruik meer te maken en de exploitatie van de
                    leiding staakt of schriftelijk en (indien het college daarom verzoekt)
                    ondersteund met bewijsstukken melding maakt van de overdracht van de betreffende
                    leiding.</al><tussenkop>Artikel 11 Opleveren leidingtracé</tussenkop><al>De leidingexploitant is verantwoordelijk voor een goede en zorgvuldige aanleg
                    van de leiding. Hij moet ervoor zorgen dat de grond of bodem weer in de
                    oorspronkelijke wijze wordt opgeleverd, tenzij in de vergunningvoorwaarden
                    anders is bepaald. Het spreekt voor zich dat in het laatste geval oplevering
                    dient plaats te vinden overeenkomstig de in de vergunning omschreven
                    voorwaarden. Het tweede lid bevat een regeling voor vergoeding van de kosten die
                    gepaard gaan met herstel van de openbare ruimte die een direct gevolg zijn van
                    werkzaamheden aan leidingen.</al><tussenkop>Artikel 12 Ondergrondse obstakels</tussenkop><al>Dit artikel heeft betrekking op het aantreffen van bodemverontreiniging en
                    andere ondergrondse obstakels bij de aanleg van een leiding. De term
                    'bodemverontreiniging' is in deze verordening breder dan de terminologie in de
                    Wet bodembescherming. Aan het college moeten alle stoffen en obstakels gemeld
                    worden, die een nadelige invloed kunnen hebben op de staat van de leiding.
                    Hiermee wordt duidelijk wat de kritieke plaatsen in een leidingtracé zijn. Deze
                    verplichting staat los van de plichten die reeds gelden op grond van de Wet
                    bodembescherming (die is opgesteld vanuit milieubeschermingoptiek). Dit artikel
                    is aanvullend ten opzichte van het in voornoemde wet neergelegde regime.</al><al>In geval dergelijke verontreiniging of obstakels worden aangetroffen dat aanleg
                    van een leiding niet verantwoord is als de verontreiniging of obstakels niet
                    eerst zijn opgeruimd, kan het college de leidingexploitant opdragen bepaalde
                    maatregelen te treffen. De kosten voor deze maatregelen komen ten laste van de
                    leidingexploitant zelf. Als sluitstuk kan het college opschorting van de
                    werkzaamheden vorderen. Bij het opleggen van dergelijke maatregelen vormen de
                    belangen die beschermd worden met deze verordening het beoordelings- en
                    beslissingskader.</al><tussenkop>Artikel 13 Verzoek om revisiegegevens</tussenkop><al>Dit artikel stelt het college in staat om te allen tijde zonder daarvoor een
                    vergoeding verschuldigd te zijn zogeheten ‘as built’- en/of revisietekeningen op
                    te vragen. </al><tussenkop>Artikel 14 Het beheer van leidingen</tussenkop><al>Een belangrijk element van deze verordening is de onderhoudsplicht. In het
                    Handboek worden de beoordelingscriteria voor goed onderhoud neergelegd,
                    uitgesplitst naar categorieën leidingen. De leidingexploitant is primair
                    verantwoordelijk voor een goede staat van de leiding. Het college kan bepalen
                    dat afschriften van de rapporten aan het college toegezonden moeten worden. In
                    geval de staat van de leiding onvoldoende is, is de leidingexploitant verplicht
                    aan te geven op welke wijze en op welke termijn onderhoudswerkzaamheden zullen
                    worden uitgevoerd.</al><al>Indien de onderhoudsinspecties leiden tot de conclusie dat (een deel van) de
                    leiding vervangen moet worden of aangepast moet worden, dan zal daarvoor op
                    basis van artikel 4 een afzonderlijke vergunning moeten worden aangevraagd.</al><al>Een belangrijke indicatie van de toestand van de leiding is de mate waarin
                    onderhoud wordt gepleegd aan de leiding. De noodzaak tot onderhoud en de
                    tijdschema's voor onderhoud verschillen van leiding tot leiding en zijn
                    afhankelijk van de getransporteerde stoffen. De vergunninghouder kan verplicht
                    worden om periodiek verslag uit te brengen over de staat van de leiding. Indien
                    naar het oordeel van het college blijkt dat onvoldoende onderhoud is gepleegd,
                    kan het college de leidingexploitant aanzeggen onderhoudswerkzaamheden te
                    verrichten. Op de werkzaamheden aan de leiding en het openbreken van de openbare
                    ruimte zijn de voorschriften over de aanleg van een leiding van overeenkomstige
                    toepassing, hetgeen o.m. betekent dat de aanwijzingen van het college moeten
                    worden opgevolgd.</al><tussenkop>Artikel 15 Nadeelcompensatie</tussenkop><al>Het college kan besluiten in de openbare ruimte werken te verrichten die van
                    invloed kunnen zijn op de reeds aanwezige leidingen en kan op grond van dit
                    artikel bepalen dat een leiding verlegd of aangepast moet worden. Daartoe zal
                    het college een bestaande vergunning wijzigen of intrekken. Voor zover de
                    leidingexploitant daarbij schade lijdt die niet tot het normale bedrijfsrisico
                    behoort, zal het college hem een redelijke en billijke schadevergoeding
                    toekennen (nadeelcompensatie). De criteria voor het vaststellen van een
                    vergoeding zijn neergelegd in beleidsregels (Verlegregeling De Ronde Venen
                    2011).</al><tussenkop>Artikel 16 Milieuhinder</tussenkop><al>Dit artikel betreft een incidentenregeling en behelst verplichtingen voor de
                    leidingexploitant in geval van storingen en incidenten waarbij gevaar, hinder of
                    verontreiniging plaatsvindt. Het geeft het college overigens de bevoegdheid om
                    in voorkomende gevallen (waaronder ook concrete dreiging) maatregelen te treffen
                    ten aanzien van de leiding die het gevaar, hinder of verontreiniging
                    veroorzaakt, maar ook - indien noodzakelijk - ten aanzien van de naburige
                    leidingen. Overigens zal bij de toepassing van deze bevoegdheden zoveel mogelijk
                    gebruik gemaakt worden van bestaande incidentenregelingen. Het in het tweede lid
                    bedoelde onderzoek komt voor rekening van de leidingexploitant.</al><tussenkop>Artikel 17 Verwijderen van leidingen</tussenkop><al>Na afloop van de geldigheidsduur van de vergunning, bij intrekking door het
                    college en bij opzegging door de leidingexploitant moet de leiding worden
                    verwijderd. Het ligt voor de hand om in de vergunning zelf voorwaarden op te
                    nemen met betrekking tot het verwijderen van leidingen, maar zulks kan ook na
                    afloop, intrekking of opzegging geschieden. De laatste exploitant of beheerder
                    van de leiding is verplicht om voor verwijdering zorg te dragen. Mocht het om
                    bepaalde redenen noodzakelijk of wenselijk zijn om de betreffende leiding te
                    laten liggen, dan kan wijziging van de bestaande vergunning of een nieuwe
                    vergunning aangevraagd worden.</al><tussenkop>Artikel 18 Toezicht op de naleving</tussenkop><al>Beoogd wordt een aantal ambtenaren van BOR aan te wijzen als toezichthouders.
                    Zij zullen toezicht houden op de naleving van de voorschriften bij of krachtens
                    deze verordening. In de praktijk zal BOR toezicht houden op het meest kritieke
                    onderdeel: de aanleg van de leiding. Vervolgens zullen met name de periodieke
                    rapporten over de staat van de individuele leidingen het onderwerp zijn van
                    toezicht. </al><tussenkop>Artikel 19 Overtredingen</tussenkop><al>Deze bepaling biedt de mogelijkheid om in voorkomende gevallen strafrechtelijk
                    op te treden. Over het algemeen zal gekozen worden voor bestuursrechtelijke
                    handhavingsinstrumenten en vormt de toepassing van strafrechtelijke sancties in
                    beginsel een uiterste handhavingmiddel.</al><tussenkop>Artikel 20 Intrekking oude verordening</tussenkop><al>De oude verordening moet worden ingetrokken zodat de nieuwe verordening in
                    werking kan treden. </al><tussenkop>Artikel 21 Overgangsrecht</tussenkop><al>Deze bepaling bevat het overgangsrecht. De eigenaren van de talloze leidingen
                    die thans in de openbare ruimte aanwezig zijn is in de meeste gevallen - al dan
                    niet privaatrechtelijk - een ligrecht gegund waaraan diverse voorwaarden
                    verbonden zijn. Die voorwaarden zijn gebaseerd op het huidige Handboek Leidingen
                    dat sinds 2006 als leidraad fungeert voor de afgifte van de privaatrechtelijke
                    toestemmingen en de vergunningen op basis van de Algemene Plaatselijke
                    Verordening. Om redenen van efficiency en om te voorkomen dat de huidige
                    leidingeigenaren hoge kosten moeten maken is ervoor gekozen de huidige
                    toestemmingen te beschouwen als een vergunning in de zin van deze verordening.
                    Er kan zich echter een situatie voordoen waarin het college op basis van de hem
                    ter beschikking staande gegevens van mening is dat het veiligheidsniveau van een
                    bepaalde leiding niet voldoet aan de eisen waar het krachtens deze verordening
                    aan zou moeten voldoen. In dat geval kan het college extra informatie van de
                    leidingexploitant vragen waarna het college ambtshalve kan beslissen of
                    instandhouding van de vergunning uit oogpunt van veiligheid toelaatbaar is. Ook
                    kan het college van de leidingexploitant verlangen dat hij een nieuwe aanvraag
                    indient, vergezeld van de benodigde documenten. Daarbij kan het college een
                    termijn stellen waarbinnen de nadere informatie moet zijn aangeleverd of een
                    nieuwe aanvraag moet zijn ingediend. Met deze systematiek wordt beoogd maatwerk
                    te leveren ten aanzien van de vele, naar aard en leeftijd verschillende
                    leidingen. Overigens zij opgemerkt dat voor leidingen die zonder toestemming of
                    vergunning in de openbare ruimte liggen hoe dan ook een aanvraag moet worden
                    ingediend om een vergunning op grond van de LVDRV te verkrijgen.</al><tussenkop>Artikel 22 Inwerktreding</tussenkop><al>De verordening treedt in werking op 1 januari 2011. Op hetzelfde tijdstip wordt
                    de Leidingenverordening De Ronde Venen 2006 ingetrokken. De nog lopende
                    vergunningen voor leidingen die nog niet of niet volledig zijn gelegd blijven
                    van kracht met dien verstande dat ze vallen onder de oude verordening.</al><tussenkop>Artikel 23 Citeertitel</tussenkop><al>Door toevoeging van de naam van de gemeente aan de citeertitel is het voor
                    eenieder die de verordening opvraagt duidelijk dat dit de verordening betreft
                    van die met name genoemde gemeente. Door in de citeertitel een jaartal op te
                    nemen is het voor eenieder duidelijk welke versie van de verordening het
                    betreft.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>