<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR58905_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de ambtelijke bijstand</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zoetermeer</dcterms:creator><dcterms:modified>2003-06-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zoetermeer</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Streekblad 30-05-2003</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening op de ambtelijke bijstand</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 33, tweede lid</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2003-05-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2003-06-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-02-18</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>030172</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>politiek en bestuur</overheidrg:onderwerp></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de ambtelijke bijstand</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1:</nr><titel>Ambtelijke bijstand</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>Onder raadslid wordt in deze verordening ook verstaan commissielid, niet
                            zijnde raadslid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om:</al><lijst><li nr="a."><al>inzage in of afschrift van algemene documenten waarop geen
                                        geheimhoudingsplicht rust.</al></li><li nr="b."><al>bijstand bij het opstellen van voorstellen, amendementen en
                                        moties of andere bijstand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bijstand, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt verleend
                                door de griffier of een medewerker van de griffie. Indien de
                                gevraagde bijstand niet door de griffier of een medewerker van de
                                griffie kan worden verleend, kan de griffier de secretaris
                                verzoeken, één of meer ambtenaren aan te wijzen, die de gevraagde
                                bijstand zo spoedig mogelijk verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lijst><li nr="1."><al>Een raadslid wendt zich rechtstreeks tot de ambtenaar, die
                                    belast is met het onderwerp, waarover het raadslid wil spreken,
                                    met een verzoek om:</al><lijst><li nr="a."><al>feitelijke informatie;</al></li><li nr="b."><al>inzage in of afschrift van documenten die op de
                                            gevraagde zaak betrekking hebben en waarop geen
                                            geheimhoudingsplicht rust.</al></li></lijst><al>Deze informatie wordt zo veel mogelijk buiten de te houden
                                    vergaderingen over het onderwerp gevraagd en verstrekt.</al></li><li nr="2."><al>Indien de ambtenaar twijfelt of het verzoek betrekking heeft op
                                    informatie bedoeld onder het eerste lid, onderdeel a of b, stelt
                                    hij de directeur daarvan in kennis. De directeur beslist
                                    daarover en meldt dit aan de secretaris. De secretaris stelt de
                                    griffier in kennis wanneer de informatie niet wordt
                                    verstrekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lijst><li nr="1"><al>Het verzoek om bijstand van een raadslid, als bedoeld in artikel
                                    2, wordt verleend tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de
                                            bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de
                                            raad;</al></li><li nr="b."><al>dit het belang van de gemeente kan schaden;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De griffier en in tweede instantie de secretaris, beoordelen of
                                    ambtelijke bijstand op grond van het eerste lid geweigerd wordt.
                                    De secretaris deelt de uitslag van zijn bevindingen terzake mee
                                    aan de griffier.</al></li><li nr="3."><al>Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd
                                    deelt de griffier dit met redenen omkleed mee aan het raadslid
                                    dat het verzoek heeft ingediend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>Indien het verzoek om bijstand van een ambtenaar wordt geweigerd, kan
                            het betrokken raadslid het verzoek voorleggen aan de burgemeester. De
                            burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over het verzoek.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een raadslid niet tevreden is over door een ambtenaar
                                verleende bijstand, doet hij hiervan mededeling aan de griffier.
                                Deze pleegt hierover overleg met de secretaris..</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien overleg tussen griffier en de secretaris niet leidt tot een
                                voor beide partijen bevredigende oplossing, leggen zij de zaak voor
                                aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk
                                over de zaak.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 juni 2003.</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de raad van 26 mei 2003</ondertekening><ondertekening>In werking getreden op 1 juni 2003 </ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Deze verordening geeft uitvoering aan het gewijzigde artikel 33, eerste lid, van
                    de Gemeentewet. Hierin is geregeld dat de raad en elk van zijn leden recht
                    hebben op ambtelijke bijstand. De uitwerking van dit recht moet bij verordening
                    worden geregeld. </al><al>Het meest opvallend in de verordening is de centrale rol van de griffier. Dit
                    instituut, dat bij uitstek bedoeld is voor het verlenen van hulp aan raadsleden,
                    is het eerste aanspreekpunt als het gaat om ambtelijke bijstand. De griffier
                    vervult ook de rol van schakel tussen de raadsleden en de reguliere ambtelijke
                    organisatie.</al><al>De burgemeester vervult ook een nieuwe rol in het proces. Indien er een
                    conflictsituatie ontstaat of dreigt te ontstaan, zal de burgemeester een
                    bemiddelende en uiteindelijk beslissende rol kunnen spelen. De positie van de
                    burgemeester maakt hem bij uitstek geschikt voor deze taak als bruggenbouwer en
                    als degene die uiteindelijk het laatste woord heeft. De Staatscommissie dualisme
                    en lokale democratie had ook al geadviseerd tot een dergelijke rol van de
                    burgemeester.</al><al>De nieuwe formulering van artikel 33 van de Gemeentewet laat buiten twijfel dat
                    individuele raadsleden, dus ook die behorend tot een minderheid in de raad,
                    recht hebben op ambtelijke bijstand. Op deze verordening kan dus door alle
                    raadsleden een beroep worden gedaan.</al><al>In de verordening is geen bepaling opgenomen voor die gevallen waarin de tot het
                    verlenen van hulp aangewezen ambtenaar op grond van gewetensbezwaren daartoe
                    niet bereid is. In een dergelijk geval is er sprake van een rechtspositioneel
                    probleem dat binnen de ambtelijke organisatie tot een oplossing dient te worden
                    gebracht.</al><al/><tussenkop>Artikelgewijze toelichting</tussenkop><al>Artikel 1</al><al>In Zoetermeer kennen wij naast raadsleden ook commissieleden, die geen raadslid
                    zijn, maar in de raadscommissies van advies zijn benoemd als eerstvolgende op de
                    lijst van de politieke partij die zij vertegenwoordigen. Voorgesteld wordt dat
                    de ambtelijke bijstand zich ook tot hen uitstrekt.</al><al>Artikelen 2 en 3</al><al>In deze artikelen is een onderscheid gemaakt tussen zaken waarvoor het raadslid
                    zich moet wenden tot de griffier en die waarvoor hij zich rechtstreeks tot de
                    ambtenaar, niet uit de griffie, kan richten.</al><al>Het begrip document wordt hier gebruikt in de betekenis die het in de Wet
                    openbaarheid bestuur heeft. Met de term: "waarvoor geen geheimhoudingsplicht
                    geldt", wordt bedoeld dat de documenten openbaar zijn in de zin van de Wet
                    openbaarheid van bestuur. Voor niet openbare documenten wordt een regeling
                    gegeven in de artikelen 25, 55 en 86 van de Gemeentewet. Deze rechten zijn
                    uitgewerkt in het reglement van orde voor de raad, het reglement van orde voor
                    het college en de verordening op de raadscommissies.</al><al>Een raadslid kan zich rechtstreeks tot de ambtenaar die het onderwerp behandelt,
                    wenden voor wat betreft feitelijke informatie. Hiermee worden bedoeld gegevens
                    die geen politieke lading hebben en meer technisch van aard zijn. Bij de
                    zogenaamde Docmanstukken worden hiertoe de naam, het telefoonnummer en het
                    e-mailadres van de behandelend ambtenaar vermeld. Bovendien kan die ambtenaar de
                    openbare gegevens over die zaak ook rechtstreeks aan het betreffende raadslid
                    verstrekken. Het spreekt voor zich dat dezelfde bevoegdheid bij afwezigheid van
                    de behandelend ambtenaar geldt voor diegenen die zijn zaken waarnemen. Om de
                    processen zo goed mogelijk te laten verlopen, is wel opgenomen dat deze soort
                    informatie zoveel mogelijk buiten de vergaderingen wordt verstrekt.</al><al>Op grond van het tweede lid van artikel 3 is er bij twijfel een rol voor de
                    directeur, als zijnde verantwoordelijk voor de inhoud, weggelegd. Deze zal
                    moeten beslissen of het een verzoek als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a
                    en b betreft. Hij meldt zijn beslissing aan de secretaris. Bij niet verstrekken
                    van de informatie stelt hij de griffier hiervan in kennis, die dan de
                    mogelijkheid heeft hierover nader met het betrokken raadslid te spreken.</al><al>De werkpraktijk is dat de ambtenaar zijn portefeuillehouder op de hoogte stelt
                    van de vragen die hem op grond van artikel 3 zijn gesteld.</al><al>De meer algemene en politiek gerichte bijstand wordt in eerste instantie
                    verleend door de griffie. De griffie kan hierbij echter de ondersteuning van
                    alle anderen uit de organisatie inroepen.</al><al>Omdat de griffier geen zeggenschap heeft over de reguliere ambtelijke
                    organisatie is geregeld dat hij zich dan wendt tot de secretaris. Deze wijst de
                    ambtenaar die de bijstand verleent, aan. </al><al>De bijstand wordt zo spoedig mogelijk verleend. Het is niet mogelijk in de
                    verordening hiervoor vaste termijnen op te nemen in verband met de verschillen
                    in aard en omvang van de werkzaamheden voor een verzoek. De griffier ziet er op
                    toe dat er voortgang blijft in het proces.</al><al>Artikel 4</al><al>Artikel 4 betreft de bijstand die op grond van artikel 2 wordt verleend. In
                    eerste instantie wordt binnen de griffie gekeken of daarvoor voldoende
                    capaciteit aanwezig is. De griffier is hierover uiteraard alleen verantwoording
                    schuldig aan de raad. Mocht de griffier oordelen dat dit niet mogelijk is, dan
                    doet hij via de secretaris een verzoek aan de reguliere organisatie. Het spreekt
                    voor zich dat de ambtenaar die dan wordt aangewezen alleen ambtelijke en geen
                    politieke bijstand kan verlenen.</al><al>Beoordeling of één van de in artikel 4 genoemde weigeringsgronden zich voordoet
                    vindt plaats door de griffier als verantwoordelijke voor de raad. Deze pleegt
                    hierover overleg met de secretaris. </al><al>Daarnaast is het mogelijk dat de secretaris desgevraagd oordeelt, dat op korte
                    termijn geen ambtelijke capaciteit voor de betreffende vraag kan worden
                    vrijgemaakt. Hierover pleegt hij dan overleg met de griffier. Indien beiden niet
                    tot een bevredigende oplossing komen, beslist de burgemeester op grond van
                    artikel 5.</al><al>Artikelen 5 en 6</al><al>Als het verzoek om bijstand wordt geweigerd en ook indien – naar de mening van
                    het raadslid – op onvoldoende wijze aan zijn of haar verzoek om hulp gehoor
                    wordt gegeven, kan de zaak aan een hogere instantie worden voorgelegd. De
                    burgemeester is daar gezien zijn eigenstandige positie in het gemeentelijke
                    bestuur de meest aangewezen instantie voor. Het ligt in de rede dat hij hierover
                    overleg voert met de griffier en de secretaris (en indien nodig ook het
                    betrokken raadslid). </al><al>Uiteraard kan de raad via de gebruikelijke weg hierover de burgemeester
                    verzoeken verantwoording af te leggen (artikel 180 Gemeentewet).</al><al>Artikel 7</al><al>Alhoewel materieel al wel grotendeels op de aangegeven wijze wordt gewerkt, is
                    gekozen voor een formele inwerkingtredingdatum na de vaststelling van de
                    verordening door de raad. </al><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>